CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A02. bijlage - Woondeal 2022-2030.pdf

Forum Ruimte 23 mei 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: RIB Ondertekening Woondeal 2023-2030 (091608)25.693 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woondeal 2022 - 2030 Regio U10

6 maart 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave3 Inleiding4 Samenwerkingpartners6 1. W  oningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave 2. Woningbouwlocaties 3. Versnellingsafspraken 4. Kritische succesfactoren 5. Bestaande woningvoorraad 6. Duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad 7. Sociale woningbouw 8. Aandachtsgroepen en woonzorgvisies 9. Herstructurering  10. Overige aspecten 11. Samenwerking en sturing 

10 18 19 22 32 34 37 39 42 43 45

Bijlagen 

51

Ondertekening52 Bijlage 1:

56

Utrechtse bijdrage aan de nationale woningbouwopgave: Randvoorwaardelijk bod provincie Utrecht

Bijlage 2:

57

Kwantitatieve woningbouwopgave regio U10 en gemeenten

Bijlage 3:

67

Overzicht Sleutelprojecten, provinciale subsidies en WBI

Bijlage 4

74

Regiodeal Flexwonen

Bijlage 5

75

Overzicht corporatiewoningen per gemeente 

2

3 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Inleiding Het kabinet wil in de periode tot en met 2030 in Nederland 900.000 woningen bouwen. Dat is een ambitieuze doelstelling, waar de regio U101 graag een flinke bijdrage aan levert. Immers, heel Nederland kampt met krapte op de woningmarkt, maar in de regio U10 is deze extra groot. De woningmarkt in onze regio wordt namelijk gekenmerkt door een grote instroom van woningzoekenden. De aantrekkelijkheid van de regio U10 wordt weerspiegeld in de hoge woningprijzen en lange wachttijden voor sociale huurwoningen. We willen alle inwoners in onze regio een passende woning bieden. Daarom is de aanpak van het woningtekort voor ons een topprioriteit. En dat doen we niet alleen. In deze regio werken Rijk, provincie Utrecht, gemeenten, corporaties en marktpartijen al langere tijd intensief samen om te blijven bouwen aan een sterke, toekomstbestendige en gezonde leefomgeving. Met deze Woondeal U10 versterken we onze samenwerking rond de volkshuisvesting.

Waar werken we naar toe? We werken met 16 gemeenten samen om de toekomst vorm te geven. Door samen te werken vergroten we de mogelijkheden en kwaliteit van onze leefomgeving. We vormen hierin een eenheid als regio, maar altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten om diversiteit te behouden en complementair te zijn aan elkaar. We vertellen een éénsgezind en duidelijk verhaal waarmee we laten zien waar we voor staan en waar we naartoe werken. De regio U10 ligt als een spin in het web van het Nederlandse auto- en spoorwegennet. Een groot deel van het verkeer in de regio is ­nationaal ­georiënteerd.

Een goed functionerend mobiliteitsnetwerk is van groot belang om bereikbare woonlocaties te kunnen realiseren en ook voor de ruimtelijk ­economische ontwikkeling van de regio. De goede verbondenheid is dus een kracht van de regio, maar de opgaven die samenhangen met groeiende mobiliteitsstromen kunnen we slechts deels als regio beïnvloeden. Met name landelijke stromen groeien sterk. De U10-gemeenten hebben met de Ruimtelijke Economische Koers (REK) gekozen om de groei duurzaam op te vangen. Vervolgens zijn ook andere belangrijke kaders en visies tot stand gekomen. Rijk, provincie Utrecht, regio U10 en gemeenten hebben gezamenlijk gewerkt aan het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij (vastgesteld in het BO MIRT Noordwest d.d. 25 november 2020). Vanuit het Rijk is de NOVI tot stand gekomen, vanuit de provincie Utrecht is de Omgevingsvisie provincie Utrecht (april 2021) vastgesteld en vanuit de regio U10 is het ­Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP ­2021-2040) (september 2021) door alle 16 gemeenten ­vastgesteld. Deze documenten gaan uit van een integrale benadering om de komende jaren te kunnen blijven groeien in balans. Een groeistrategie waarin we keuzes maken om binnen de beperkte ruimte oplossingen te vinden voor de woonopgave, maar ook voor de bereikbaarheid, energietransitie, de economische groei en de ontwikkeling van groen en landschap.

Zo werken we samen aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige regio U10.

1 U10 is de netwerkorganisatie waarin 16 gemeenten in de regio Utrecht samenwerken als antwoord op grote maatschap­ pelijke thema’s en uitdagingen. U10-gemeenten werken met elkaar samen op grote thema’s als mobiliteit, economie, wonen, gezondheid en inclusiviteit, groen en landschap en duurzaamheid. Dit doen we om samen slimmere keuzes te kunnen maken die goed zijn voor de individuele gemeenten en voor de U10-regio.

De uitvoering

Ambitieus, maar realistisch

De plannen liggen er en de uitvoering is inmiddels opgestart. Het (versneld) oppakken van de woonopgave is één van de prioriteiten. We geloven in een intensieve samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten, corporaties en marktpartijen. Onze gezamenlijke afspraken zijn verwoord in de Woondeal U10 die voorligt. Deze woondeal bouwt voort op de woondeal die in 2019 is gesloten en is een uitwerking van het randvoorwaardelijke en indicatieve bod dat de provincie heeft gedaan (83.500 bruto toe te voegen woningen). De provincie en de minister voor VRO hebben op 13 oktober 2022 deze provinciale woningbouw­ afspraken ondertekend.

De ambities zijn hoog. We zien de Woondeal U10 daarom niet als een statisch document; onderwerpen worden in de komende periode aangevuld en aangescherpt afhankelijk van de actualiteit. Want we leven in een snel veranderende omgeving, waarin we de afgelopen periode zekerheden hebben zien veranderen in onzekerheden. De energieprijzen en kosten van bouwmaterialen stijgen, in de hele bouwketen is sprake van personeelstekorten en is er sprake van inflatie en een dalend consumentenvertrouwen. Daarnaast is er sprake van netcongestie en kent het stikstofdossier vele onzekerheden. Dit maakt dat we ambitieus zijn, maar ook realistisch. We kijken naar kansen en werken samen om belemmeringen op te lossen. De genoemde ontwikkelingen zullen het realiteitsgehalte van de genoemde opgave en plannen beïnvloeden. Dit vraagt om flexibiliteit in de aantallen en ­vooral om een focus op uitvoering en realisatie in plaats van op aantallen en plannen.

In deze Woondeal U10 zijn inhoudelijke afspraken vastgelegd en op een aantal onderdelen procesafspraken geformuleerd over de verdere uitwerking. Een aantal onderwerpen hebben we nu nog niet in detail uitgewerkt. We hebben hier acties in gang gezet, maar wachten nog op informatie, onderzoeken en/of wetswijzigingen. We pakken deze onderwerpen in het volgende jaar voortvarend op.

Belang van wederkerige afspraken De Woondeal U10 betreft een wederzijdse inspanning: waar alle partijen zich inspannen om voldoende betaalbare woningen voor mensen met uiteenlopende inkomens en behoeftes te bouwen, moeten het Rijk en de provincie ondersteuning bieden en knelpunten opheffen. In deze wederkerigheid zijn de kritische succesfactoren die in hoofdstuk 4 worden geformuleerd van belang: de afgesproken prestaties en inspanningen zijn alleen realistisch als aan die kritische succes­factoren wordt voldaan. Hierbij is van belang dat niet alleen woningen worden gebouwd, maar dat dit tegelijkertijd opgaat met het bouwen van gemeenschappen. Dit vraagt ook investeringen in maatschappelijke voor­ zieningen.

Afspraken passen binnen ­vigerend beleid De afspraken in deze Woondeal U10 passen in de door de gemeenteraden en provinciale ­staten gestelde kaders. In het eerste kwartaal van 2023 werken we dit uit in een Uitvoeringsagenda Woondeal U10. In deze agenda worden ook onderwerpen opgenomen waarvoor eerst nog verder afstemming noodzakelijk is door de raden en staten.

De financiering van de woningbouwambities verdient aandacht. Hoewel er op dit moment vanuit de Rijksoverheid geen extra middelen vrijgemaakt zijn voor de woondeals, ziet de regio extra investeringen als randvoorwaardelijk voor het slagen ervan. De regio blijft daarom pleiten voor structurele en voldoende financiering van de gezamenlijke woningbouwopgave.

4

5 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

Samenwerkingpartners

Overwegingen 



Deelnemers RWU: zie RWU-deelnemers | Stichting RWU (rwu-utrecht.nl)

 m het woningtekort terug te dringen tot een O gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar is. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro) nodig. Gemeenten, provincies en Rijk maken inspanningsafspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen.  et provincie Utrecht zijn in oktober 2022 M woningbouwafspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de nationale opgaven. Deze opgave is in bijlage 1 gevoegd. Deze woondeal is hiervan een regionale doorvertaling met afspraken tussen Rijk, provincie, gemeenten en de RWU.



 et deze woondeal worden de krachten van M de verschillende overheidslagen en de corporaties gebundeld met als doel het versnellen van de woningbouw, een betere beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in de regio. Hiertoe leggen het Rijk, de provincie, de gemeenten en RWU hun wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen vast en erkennen zij wederzijds de in deze woondeal opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven.



 e woondeals zijn startpunt voor partnerD schap en niet eindproduct. Dit partnerschap betekent dat we elkaar niet afrekenen op factoren die buiten iemands macht of mogelijkheden liggen. Wel spreken we elkaar aan wanneer we zien dat iemand extra stappen kan zetten. Door samen te werken, leren we beter en concreter wat er nodig is om de woningbouw te versnellen en problemen op te lossen zodat ieder vanuit eigen rol, positie en mogelijkheden de juiste acties kan ondernemen. Zo geven we invulling aan de wederkerigheid in de woondeals.



 e bouw van woningen hangt samen met tal D van andere ruimtelijke en volkshuisvestelijke opgaven, waaronder borgen van de betaalbaarheid van opgeleverde nieuwbouw en de bestaande voorraad. Via de Woondealtafel kunnen knelpunten binnen deze opgaven vanuit rijk en regio geagendeerd worden, om gezamenlijk het gesprek te voeren en naar oplossingen te zoeken. Als hiervoor andere gremia zijn, wordt in gezamenlijkheid bepaald hoe de regionale context en betrokkenheid daarin worden meegenomen.



 eze woondeal is de opvolger van de woonD deal die is gesloten op 24 juni 2019 tussen het Rijk, de provincie en de U10-gemeenten en bekrachtigt het langjarig (tot en met 2030) partnerschap tussen gemeenten, provincie, en het Rijk met uitbreiding van de RWU, in nauwe samenwerking met marktpartijen en andere relevante partners.



 e langere horizon van deze afspraken (tot D en met 2030) vereist ook realisme en aanpassingsvermogen als de omstandigheden wijzigen. De inspanning die nodig is om het woningtekort terug te dringen naar een acceptabel niveau vraagt om structurele investeringen en structurele oplossingen. De bouw van woningen kan complex zijn, lang duren en kost veel geld. Bovendien is het een uitdaging voor de overheid, corporaties en bouwsector om aan de benodigde mensen te komen voor de uitvoering van de gemaakte plannen, zijn de bouw- en energiekosten hoog en onzeker en is woningbouw afhankelijk van de invulling van randvoorwaarden. Daarnaast maken de ontwikkelingen rond de recente uitspraak van de Raad van State over het stikstofdossier het ingewikkeld om het bouwtempo voor de woningbouw op korte termijn te versnellen. Dit geldt ook voor de beperkingen in de energie infrastructuur.



 e ene partij kan niet zonder de andere partij; D voor realisatie van de opgave zijn alle partners in de (bouw)keten nodig. We moeten er dan ook samen alles aan doen om de opgave te realiseren. We bespreken frequent de voortgang van de realisatie van de woningbouw en ondernemen in een vroegtijdig stadium actie als de voortgang daartoe aanleiding geeft.

6

7 6 maart 2023

Woondeal, regio U10





 e problematiek op de woningmarkt vraagt D om een fundamentele en brede aanpak van de opgaven. De Nationale Woon- en Bouwagenda en de onderliggende programma’s richten zich dan ook op het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland voor zowel nieuwe woningen als bestaande woningen. De verschillende programma’s onder deze agenda hangen sterk samen en worden in samenhang uitgevoerd. Behalve deze inzet vanuit het ministerie van BZK is ook de samenwerking met andere departementen noodzakelijk om de woonopgave integraal en gezamenlijk aan te pakken. Vanuit de coördinerende rol zet de minister voor VRO zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren aan te pakken en hiermee invulling te geven aan de noodzakelijke randvoorwaarden voor woningbouw. In de Nationale Woon-en Bouwagenda en de onderliggende programma’s wordt ook inzet voorzien in de bestaande voorraad voor wat betreft betaalbaarheid, verduurzaming, leefbaarheid, aandachtsgroepen en ouderen. Naast nieuwbouw is het belangrijk om aandacht te hebben voor de herstructurering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. De meeste woningen van 2030 staan er namelijk nu al en de huidige marktomstandigheden zorgen voor prijsstijgingen, misstanden en excessen in de bestaande woningvoorraad.

Het Rijk werkt via de verschillende programma’s aan oplossingen en aan wetgeving die toewerken naar een nieuwe balans tussen het vergroten van het aanbod en de betaalbaarheid van dat aanbod voor starters en personen met een middeninkomen. Partijen houden er rekening mee dat deze omstandigheden of voorbehouden ertoe kunnen leiden dat deze regionale woondeal moet worden aangepast.

Regionale context De afgelopen vijf jaar zijn in de regio jaarlijks gemiddeld circa 6.150 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Behalve nieuwbouw gaat het hierbij om een substantieel deel ‘overige toevoegingen’ waarvan transformatie de belangrijkste toevoeging is. Ondanks deze substantiële toevoeging is er een forse schaarste:

 egio U10 kampt met een nijpend woningR tekort. Veel mensen met een laag en middeninkomen krijgen hun hypotheek niet of nauwelijks rond. Bijvoorbeeld jonge leraren, verplegers en kappers hebben geen eigen huis, simpelweg omdat de prijzen te hoog zijn. Dit schaadt niet alleen de mensen die een huis zoeken, maar ook onze regio als geheel. Want we willen jonge, getalenteerde mensen blijven aantrekken en tegelijkertijd de langer thuiswonende senioren passende huisvesting bieden.  De huizenprijzen in de regio zijn hoger dan het landelijk gemiddelde. Uit eerder onderzoek voor onze regio kwam duidelijk naar voren dat de betaalbare koopwoning in deze regio ontbreekt (Companen, 16 juli 2020).  De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn hoog, gemiddeld 11 jaar. Weliswaar worden jaarlijks 5.500 sociale huurwoningen aangeboden maar dit aantal is bij lange na niet genoeg voor de bijna 50.000 actief woningzoekenden.  Een aanzienlijk deel van de sociale huurwoningen is nodig is om urgent woningzoekenden te huisvesten. In de regio zijn dit met name statushouders en huishoudens die uitstromen uit de maatschappelijk opvang.  De regio U10 beschikt over een groot aandeel huurwoningen die worden verhuurd door marktpartijen, namelijk 16% op de woningvoorraad. De huurprijzen van deze woningen zijn voor het overgrote deel niet bereikbaar voor huishoudens met een middeninkomen.

Een aantal gemeenten is inmiddels gestart met de zogeheten opkoopbescherming om te voorkomen dat betaalbare koopwoningen verdwijnen in de dure huurmarkt. 

In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: 

 et College van B&W is als eerste bestuursH orgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening voor omgevingsvergunningen.



Binnen de netwerkorganisatie U10 werken 16 Utrechtse gemeenten op bovenlokaal schaalniveau samen aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige regio. Gezamenlijk wordt gewerkt aan een antwoord op grote maatschappelijke thema’s en uitdagingen. Deze thema’s zijn mobiliteit, economie, wonen, gezondheid en inclusiviteit, groen en landschap en duurzaamheid. Dit doen we om samen slimmere keuzes te kunnen maken die goed zijn voor de individuele gemeenten én voor de regio U10. De woningbouwopgave is een belangrijk thema van de samenwerking.



Rollen en verantwoordelijkheden Eén overheid: (regio)gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Ook binnen het Rijk vraagt het om één overheid die doet wat nodig is om de woningnood op te lossen. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de toekomstige Omgevingswet.



Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties.  e Omgevingsvisie provincie Utrecht, omgeD vingsverordening en programma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde

Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij wordt rekening gehouden met gemeenten waarbij toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. 

 e minister voor Volkshuisvesting en D Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.



Het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht (RWU) is het samenwerkingsverband van 19 woningcorporaties in 16 gemeenten in de regio U10. De corporaties zien het als hun opdracht om met name huishoudens met een lager inkomen of huishoudens die anderszins moeilijk zelfstandig aan een woning kunnen komen, naar vermogen een passende en betaalbare woning te bieden in een leefbare buurt.

8

9 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave 2.950 De Ronde Venen

1.1 Kwantitatieve woningbouwgave regio U10 3.323

We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. De regio U10 levert een substantiële bijdrage aan deze woningbouwopgave, ervan uitgaande dat de condities daarvoor worden ingevuld (wederkerige afspraken). Het gaat daarbij om ongeveer 61.000 woningen (gebaseerd op het Regionaal Programma Wonen en Werken van de provincie, onder voorbehoud van bestuurlijke vaststelling). Bovendien is tijdens het BO MIRT afgesproken dat 6.500 extra woningen worden gerealiseerd (in Groot Merwede). Woningbouw op grote schaal is in Groot-Merwede afhankelijk van sluitende afspraken over de bereikbaarheid. Daarnaast zetten we in op en onderzoeken we de kansen om meer woningen te realiseren binnen de vigerende kaders. Bijvoorbeeld naar de mogelijkheden voor woningbouw rond OV-knooppunten (de regiopoorten), intensievere bouw op binnenstedelijke locaties en uitbreidingen bij de kleinere kernen.

Stichtse Vecht 536 De Bilt 2.615

450 Oudewater

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen). ONDER VOORBEHOUD

2.419

Utrecht

Zeist

475 Montfoort

2.179 1.568

5.100

Lopik

Beschikbare BRUTO plancapaciteit (aantal woningen) (d.d. 27 okt 2022)

Aantal woningen in harde plancapaciteit (t.o.v. BRUTO plancap)

2022

7.461

8.830

4.323

2023

7.461

8.830

4.323

2024

7.461

8.830

4.323

2025

7.461

8.830

4.323

2022 t/m 2025

29.844

35.320

17.293

2026 t/m 2030

31.325

46.006

11.875

Totaal

61.169

81.326

29.168

Utrechtse Heuvelrug

Bunnik

1.143

IJsstelstein Nieuwegein

Tabel 1 Kwantitatieve woningbouwopgave (met bruto plancapaciteit) Een onderverdeling naar de verschillende gemeenten is opgenomen in bijlage 2. U10

33.571

Woerden

291

852

900

Houten

Wijk bij Duurstede

2.797 Vijfheerenlanden

“We maken concrete afspraken over de te bouwen woningen, hoeveel daarvan betaalbare woningen 1.1

Volgen en sturen op voortgang

zijn en de locaties die van belang zijn om de afgesproken woningbouw­aantallen te realiseren. Deze

Programmering in jaarschijven komt niet altijd overeen met de werkelijke jaarlijkse bouwrealisatie. Toch is inzicht in de productie in jaarschijven en per gemeente wel van belang voor het sturen op de voortgang. Om die reden volgen partijen dit nauwgezet, rekening houdend met de haalbaarheid van de doelstelling voor de periode 2022 t/m 2030 als geheel. In lijn met de governance afspraken wordt dit ook met de andere stakeholders – corporaties, marktpartijen, en waterschappen – besproken en waar nodig bijgestuurd (zie 3, Versnellingsafspraken).

concreetheid is essentieel voor het goede gesprek in de samenwerking. We kunnen de voortgang

Het overzicht van de plancapaciteit die de provincie Utrecht jaarlijks aanlevert aan ABF wordt gehanteerd als voorbereiding op de bestuurlijke gesprekken over de voortgang. De planregistratie van de provincie is een systeem dat continu gevuld kan worden door de gemeenten. Het gesprek over de voortgang van de woningbouw wordt periodiek gevoerd.

daarmee monitoren en afzetten tegen onze inzet, zoals we die nu dus vastleggen. We kunnen daarmee zien waar het stokt, knelpunten signaleren en op een zo concreet mogelijk niveau samen naar oplossingen voor deze knelpunten zoeken.”

Brief Samenwerking in de woondeals van minister Hugo de Jonge, 26 januari 2023

10

11 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

1.2

Elke gemeenten draagt bij aan de regionale opgave.

Tabel 2 Overzicht plancapaciteit betaalbare woningen

Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. We maken daarom afspraken over de (minimale) opgave per gemeente (zie bijlage 2). De gemeenten zetten zich in voor de realisatie van bovenstaande opgave (tabel 1). De mogelijkheid tot realisatie hangt nauw samen met de ontwikkelingen op de markt en de mate waarin kritische succesfactoren kunnen worden ingevuld. Het betreffen dynamische afspraken waarin nog kansen verzilverd kunnen worden en prognoses worden bijgesteld op basis van de meest recente inzichten. De eerste herijking vindt plaats begin Q4 2023.

1.3

1.4

Betaalbaarheid (t.o.v. openbare plancapaciteit)

U10

Sociale huurwoningen

Huurwoningen vanaf sociale huurgrens tot €1000 per maand

Koopwoningen (tot 355.000)

Totaal

2022

2.003

999

537

3.539

Tijdige besluitvorming omgevings-vergunningaanvragen

2023

2.003

999

537

3.539

Gemeenten spannen zich in om het voortraject om een vergunning te verlenen zo efficiënt mogelijk in te richten (zie ook 3, Versnellingsafspraken). Gemeenten blijven zich inspannen voor tijdige besluitvorming over de aanvragen voor omgevingsvergunningen.

2024

2.003

999

537

3.539

2025

2.003

999

537

3.539

2022 t/m 2025

8.012

3.995

2.147

(47%) 14.154

2026 t/m 2030

8.159

4.743

2.484

(49%) 15.386

Totaal

16.171

8.738

4.631

(48%) 29.540

(Opharden) plancapaciteit  D  e U10-gemeenten en provincie sturen voor de korte termijn (2030) op 30% over-programmering voor de realisatie van de woningbouwopgave in de regio.  Om de woningbouwopgave te realiseren is het noodzakelijk om de plancapaciteit op te harden. Gemeenten zorgen er tijdig voor dat ‘zachte’ woningbouwplannen worden omgezet in ‘harde’ plannen met specifieke aandacht voor het opharden van plannen in de eerste 2 jaar. Dit is onderdeel van de monitoring van de woondealafspraken (zie hoofdstuk 11, Governance, sturing, verantwoording en monitoring).  Om tegelijkertijd wel te kunnen anticiperen op wijzingen in voorkeuren en de woningvraag, is adaptief ­programmeren het uitgangspunt.  Het kunnen opharden van de zachte plannen is afhankelijk van de invulling van de gemaakte afspraken over de kritische succesfactoren en ondersteuning. De Regionale realisatietafel kan hierbij een belangrijke rol ­spelen.

1.2 Betaalbaarheid Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streeft het kabinet ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar is (600.000 woningen): op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen de  sociale huurwoningen (€ 808,06, prijspeil 2023),  middenhuurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een maximum waarbij het uitgangspunt is aan te sluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het rijk (€ 1026, prijspeil 2022 per maand, 187 WWS punten),  en koopwoningen tot onder de € 355.000 (prijspeil 2023). Notie hierbij is dat deze aangescherpte afspraken nog niet overal zijn verankerd in gemeentelijk beleid. Tot 2023 was de NHG-grens gekoppeld aan de betaalbaarheidsgrens voor middeninkomens. Vanwege de sterk gestegen prijzen van koopwoningen is de NHG-grens fors verhoogd naar €405.000,00. Bovendien kunnen huishoudens door de fors gestegen hypotheekrente een veel minder hoge lening afsluiten voor een koopwoning. Dit betekent dat als we vasthouden aan de huidige NHGgrens als bovengrens voor betaalbare koopwoningen deze woningen niet die niet meer passen bij de betaalmogelijkheden van middeninkomens Tegelijkertijd is het ontwikkelen van een betaalbare koopwoning onder €355.000 in de hoge drukregio U10 moeilijk te realiseren.

De financiële haalbaarheid van plannen komt hierdoor steeds meer onder druk te staan, zeker omdat een goede prijs/kwaliteitverhouding ook van belang is (zie ook afspraak 4.5 en 5.2).

Hoe deze aantallen zijn opgebouwd, staat beschreven in bijlage 2. NB: Van een deel van de plancapaciteit is het prijssegment nog onbekend. Dit betekent dat aantallen en percentages betaalbare woningen in de tabel nog relatief laag zijn. De verwachting is dat de percentages zullen stijgen zodra de plannen meer concreet zijn.

1.5

Aandeel betaalbaarheid in nieuwbouwwoningen  H  et Rijk heeft de ambitie om vanaf 2025 twee derde van de nieuwbouwwoningen te realiseren in het betaalbare segment.  Ook in de regio U10 onderstrepen wij het streven dat vanaf 2025 twee derde van de nieuwe woningen binnen het betaalbare segment valt. Partijen zien dit als een inspanningsverplichting. Partijen onderkennen dat deze ambitie in de U10 regio een grote uitdaging is  Partijen gaan in 2023 met elkaar in gesprek vanuit het bredere woningmarktperspectief over hoe de betaalbaarheidsdoelstellingen in de regio gerealiseerd kunnen worden  Partijen erkennen dat bouwtempo belangrijk is. Uitgangspunt is in principe dat contractuele afspraken (bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten) van woningbouwprojecten niet worden opengebroken om het aandeel betaalbaar te verhogen, omdat hierdoor vertraging zou kunnen ontstaan. Wel worden in projecten waarover al afspraken zijn met marktpartijen, de mogelijkheden benut om het aandeel betaalbaar te verhogen.  Hierbij benadrukken de provincie en gemeenten in de U10 regio dat onder meer financiële en juridische instrumenten noodzakelijk zijn om de ambitie van twee derde betaalbaarheid ook daadwerkelijk te realiseren (zie ook Inleiding: belang van wederkerige afspraken en 4, Kritische succesfactoren). Dit geldt ook voor het toegroeien naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad.

Als de randvoorwaarden niet adequaat worden ingevuld kunnen de ambities niet volledig worden gerealiseerd.  Partijen geven zich er rekenschap van dat er op het moment van tekenen bij gemeenten vigerende woonvisies zijn, die vastgesteld zijn in College en Raad. Deze hebben doorgaans afspraken die (in lichte mate) afwijken van de ambitie over betaalbaarheid.  De gemeenten zetten zich in om het lokale beleid meer in lijn te brengen met de in deze woondeal opgenomen doelstellingen. Intussen sturen al veel gemeenten in de programmering op deze ambitie.  Elke gemeente neemt een fair share van de regionale bouwopgave  Partijen spannen zich gezamenlijk in voor het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad en een evenwichtige verdeling van de opgaven tussen gemeenten, waarbij geldt dat gemeenten niet in één keer van de kelder naar de zolder kunnen. Het streven van twee derde betaalbare nieuwbouwwoningen geldt op gemeente- en regionaal niveau, dus niet bij elk afzonderlijk plan en wordt op regionaal niveau gemonitord. Gemeenten zetten zich in om ook zoveel als mogelijk inzicht te bieden in de prijssegmenten van de plannen door dit aan te geven in de planregistratie Wonen (plancapaciteit). Op die manier ontstaat een zo compleet mogelijk beeld.  Partijen bespreken periodiek de voortgang.

De monitoring vindt plaats op gemeente- en regionaal niveau, dus niet bij elk afzonderlijk plan.  Op basis van de herijking wordt begin Q4 2023 de nieuwbouwopgave (in prijssegmenten), waaronder de betaalbaarheidsopgave conform de ambitie, per gemeente nader uitgewerkt en verwerkt in de te herijken woondealafspraken. Hierbij worden ook de afspraken uit het regionaal programmeren betrokken.

12

13 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

1.6

Evenwichtige verdeling sociale woningvoorraad in de regio U10 In het beleidsprogramma ‘een Thuis voor Iedereen’ is opgenomen dat met de nieuwbouw van sociale huurwoningen wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige verdeling met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de woonvoorraad, zowel voor de regio als per gemeente. Alle gemeenten in de U10 dragen bij aan het streven toe te groeien naar 30% sociaal in de voorraad. Om hiernaar toe te groeien maken gemeenten hierover afspraken in hun woonvisies (2023). Gemeenten waar dit nu evident niet haalbaar is (bijvoorbeeld doordat zij hiervoor onvoldoende nieuwbouwmogelijkheden hebben) geven dit aan en geven aan op welke wijze zij wél op termijn gaan toegroeien naar 30%. De 30% sociale huur is geen bovengrens; gemeenten hebben de ruimte om een hoger percentage sociale huur aan te houden. In samenhang met de woonzorgvisies, zoals voorzien in een Thuis voor Iedereen, wordt in 2023 nader uitgewerkt op welke wijze gemeenten hun aandeel sociale huur kunnen laten toenemen. Zo wordt regionaal gekomen tot een betere balans van sociale huurwoningen in de woningvoorraad waarbij tevens het uitgangspunt is dat het aantal sociale huurwoningen in de regio voldoet aan de totale behoefte naar deze woningen.

1.7

1.3 Tijdelijke woningen en onzelfstandige studentenhuisvesting Regiodeal Flexwonen Op 14 december 2022 is de Regiodeal Flexwonen ondertekend door de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Bunnik, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, Houten, Utrechtse Heuvelrug, Stichtse Vecht, Montfoort en twee gemeenten buiten de regio U10. De regiodeal is gesloten met het ministerie van Binnenlandse Zaken, provincie Utrecht, Stichting Utrechtse Woningcorporaties en Stichting Regioplatform Woningcorporaties Utrecht. Door artikel 3.1 van de Regiodeal Flexwonen zullen genoemde partijen bij de ontwikkeling en realisatie van de flexwoningen en/of transformatiewoningen samenwerken via de bestuurlijke en ambtelijke structuren van de Woondeal U10. Hierbij worden de afspraken uit de regio­ deal in acht genomen. Onderdeel van de regiodeal zijn de volgende ambities voor de realisatie van flex- en transformatiewoningen per gemeente. Tranche 1, realisatie 2022 t/m 2024

Eenduidige definitie sociale huur Het Rijk versterkt via de Wet versterking regie Volkshuisvesting het instrumentarium om in ruimtelijke plannen regels te kunnen stellen over de bouw van sociale huurwoningen. Verder wordt in deze wet een aanscherping van de definitie van sociale huur opgenomen, met als uitgangspunt dat deze langjarig betaalbaar blijft en dat de huisvesting van aandachtsgroepen waarborgt.

1

Gemeente Utrecht

1000

2

Gemeente Wijk bij Duurstede

70

3

Gemeente IJsselstein

100

4

Gemeente Houten

117

Tranche 2, realisatie na 2023 1.8

Woningen voor starters en mensen met een middeninkomen Om te zorgen dat er voldoende woningen zijn voor starters en mensen met een middeninkomen zijn tot en met 2030 op landelijk niveau 350.000 betaalbare koop- en midden huurwoningen nodig. In het beleidsprogramma ‘Betaalbaar wonen’ is dan ook opgenomen dat 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Het provinciale aandeel in deze nationale opgave is 14.760 middenhuurwoningen en 9.050 goedkope koopwoningen. Dit is 28% van de totale provinciale woningbouwopgave, gebaseerd op de huidige plannen. In de openbare woningbouwplannen van de regio zijn, op basis van nu bekende inzichten, ruim 8.700 middenhuurwoningen en ruim 4.600 betaalbare koopwoningen opgenomen.

1.9

Corporatiewoningen In de Nationale prestatieafspraken is opgenomen dat corporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen. Voor de sociale huursector is het belangrijk dat de totale voorraad hierdoor weer groeit om de wachtlijsten af te kunnen laten nemen. De corporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van ruim 21.769 corporatiewoningen. Bestaande uit 20.262 sociale huur en 1.507 middenhuurwoningen. Deze aantallen worden, wat betreft de nieuwbouwopgave, leidend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurders maken.  In bijlage 5 hebben de gezamenlijke corporaties aangegeven welke ambities en plannen zij hebben per gemeente. De bijlage is voorzien van een toelichting om de aantallen in perspectief te kunnen zien.  Circa 10.487 sociale huurwoningen hiervan zijn opgenomen in de Prospectieve informatie (dPi) 2021, gericht op de periode 2022-2026. Dit heeft een grote slagingskans als de benodigde condities worden ingevuld.  De resterende 9.775 sociale huurwoningen zijn voorzien om te realiseren in de periode 2027-2030. Dit vraagt nog substantiële stappen van de samenwerkende partijen om van perspectief naar definitief plan te komen.

 Naast de harde plannen wordt in overleg tussen gemeenten, corporaties en provincie bezien waar versnelling, verdichting of anderszins mogelijkheden zijn om meer woningen te bouwen.

5

Gemeente Bunnik

110-350

6

Gemeente Nieuwegein

153

7

Gemeente Stichtse Vecht

20

Tranche 3, locatie nog onbekend 8

Gemeente Utrechtse Heuvelrug

Nog niet bekend

9

Gemeente Montfoort

Nog niet bekend

De Regiodeal Flexwonen is opgenomen via een linkje als bijlage bij de woondeal U10 (bijlage 4). 1.10

Tijdelijke woningen met herplaatsingsgarantie Flexibele of tijdelijke woningen kunnen snel worden gerealiseerd en ook worden geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen. Daarmee helpt dit type woningen om de acute woningnood te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd te versnellen naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. Voor de provincie Utrecht betekent dit dat er gestreefd wordt naar ca. 9.600 flexwoningen tot en met 2030, zijnde 1.100 flexwoningen per jaar. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De regio U10 zet zich in om hieraan een belangrijke bijdrage te leveren: voor de periode tot en met 2025 zet zij zich in voor 2.000 flexwoningen. Omdat het woningen betreft op tijdelijke locaties stelt het Rijk een herplaatsingsgarantie beschikbaar. Voor toekomstige te ontwikkelen locaties met flex- en transformatiewoningen zal de escalatie­ ladder voor herplaatsing- en opvolglocaties en/of de financiële herplaatsingsgarantie de exploitatietermijn van deze eenheden verlengen en naar verwachting bijdragen aan een sluitende business case. Onderdeel van de herplaatsingsgarantie is dat gemeenten, regio en provincie zich inzetten om ervoor te zorgen dat er na de ­tijdelijke exploitatie in de betreffende gemeente, regio of provincie een volgende locatie beschikbaar komt voor de flexwoningen.

14

15 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

1.11

1.12

Regiodeal Flexwonen

Tabel 3 Onzelfstandige studentenhuisvesting

Op 14 december 2022 hebben negen U10 gemeenten met het Rijk via de realisatieovereenkomst flexwoningbouw afspraken gemaakt over het realiseren van ruim 1450 tot 1700 flexwoningen. Deze afspraken zijn onderdeel van een meerjarige deal met het Rijk, de provincie, regiogemeenten en woningcorporaties (Regiodeal Flexwonen). Het Rijk heeft voor de hele provincie 18 miljoen euro toegezegd

Aantallen onzelfstandige studenthuisvesting

Partijen van de Regiodeal zetten zich gezamenlijk in voor het versneld realiseren van de flexwoningen en/of transformatiewoningen op de projectlocaties zoals opgenomen in Bijlage I bij de regiodeal. Partijen van de Regiodeal dragen vanuit hun taken en verantwoordelijkheden bij aan een effectieve regionale samenwerking voor het versnellen van de realisatie van flexwoningen en/of transformatiewoningen. Partijen van de Regiodeal leggen met deze regiodeal de verschillende taken en verantwoordelijkheden van partijen daartoe vast. De samenwerking verloopt via de bestuurlijke en ambtelijke structuren van de regionale woondeal.

2022 t/m 2025

200

2026t/m 2030

1471

Aanvullende flexwoningen Om invulling te geven aan de versnelling van de woningbouwopgave om extra flexwoningen toe te voegen brengen alle gemeenten de mogelijkheden binnen hun gemeente in beeld. Vervolgens maken partijen in 2023 afspraken over het aantal te realiseren flexwoningen per gemeente in de regio U10. Aansluiting van andere gemeenten bij de Regiodeal is mogelijk via een allonge. In beginsel geldt dat partijen zich zullen inspannen toetreding mogelijk te maken en daartoe nadere afspraken te maken met de betreffende partij, tenzij er gegronde redenen zijn om dit te weigeren.

Periode

Aantal onzelfstandige ­studenten­huisvesting

Totaal

1671

1.4 Transformatiewoningen Met het transformeren van vastgoed worden extra woningen gecreëerd. Daarnaast kan het bijdragen aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 woningen per jaar door middel van transformatie. De afgelopen jaren is in de regio U10 al fors ingezet op transformatiewoningen. De regio ziet transformatie daarom vooral als een kans ­waarbij vastgoed niet onnodig leeg komt te staan en woningen kunnen worden toegevoegd. 1.13

Benutten transformatie vastgoed De regio zet zich in om vastgoed niet leeg te laten staan en waar mogelijk en wenselijk woningen door ­transformatie te realiseren. Deze woningen zijn onderdeel van de totale opgave opgenomen in tabel 1.

Studentenhuisvesting Het tekort aan studentenhuisvesting in Utrecht is onverminderd hoog. Weliswaar is sinds 2020 de productie van studenteneenheden toegenomen (in 2020 t/m 2022 zijn er ruim 2.400 eenheden opgeleverd, waarvan 200 kamers), maar dit is nog onvoldoende om het tekort in te lopen. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (ABF research, 2021) laat de toename zien van het aantal uitwonende studenten in de periode van 2020/2021 tot en met 2028/2029. Dit is in het meest recente Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting weergegeven in een bandbreedte van 4.210 tot 5.850 voor de gemeente Utrecht. Deze groei houdt verder geen rekening met het inlopen van het huidige tekort. Een belangrijk aandachtspunt is naast de bouw van zelfstandige eenheden, de stimulans van de bouw voor onzelfstandige eenheden. Hiervoor is naast het moderniseringstraject van BZK van het WWSO2 ook de projectgroep BZK Stimuleren onzelfstandige eenheden opgestart.

1.14

Analyse leegstaand vastgoed De U10-gemeenten en de provincie Utrecht brengen in 2023 de potentie van leegstand vastgoed in kaart om zo de kansen voor transformatiewoningen nog verder te benutten. Doel van dit onderzoek is het b ­ enutten van leegstand vastgoed op de korte termijn. Dit wordt onderdeel van de Uitvoeringsagenda Woondeal U10. V ­ ervolgens maken partijen in 2023 afspraken over het aantal te realiseren transformatiewoningen per ­gemeente.

De gemeente Utrecht werkt op dit moment aan een lokaal actieplan studentenhuisvesting, dat voor de zomer aan de raad wordt aangeboden. Dit lokale plan is mede gebaseerd op elementen uit het Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030.

2 woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimten (WWSO).

16

17 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

2. Woningbouwlocaties

3. Versnellingsafspraken

Met het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij is een toekomstbeeld geschetst tot 2040 met een doorkijk naar 2050. Ook zijn het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP U10) en de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld. In het IRP hebben de U10-gemeenten bekrachtigd dat zij het groen koesteren door binnen en aan de randen van dorpen en steden de ruimte te vinden voor groei. De U10-gemeenten zetten in op de ‘Grote U’ met drie metropoolpoorten, acht regionale (OV) knoop­ punten rondom een OV-netwerk en de kleine en middelgrote vitale kernen.

De afgelopen periode zijn jaarlijks fors meer woningen in de regio toegevoegd. Om die lijn vast te houden en mogelijk zelfs te versnellen, is het nodig om bij te schakelen. Immers, we moeten toegroeien naar meer dan 6.770 (bruto toe te voegen) woningen per jaar. Dat lukt alleen als alle partners (gemeenten, provincie, rijk, corporaties en marktpartijen) openstaan voor een innovatieve, integrale en creatieve aanpak en aan de noodzakelijke randvoorwaarden wordt voldaan (zie 4, Kritische succesfactoren).

2.1

Sleutelprojecten en andere woningbouwlocaties In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de sleutelprojecten in de regio U10. Bijna 90% van de r­ egionale opgave wordt op deze locaties gerealiseerd. Via de Woondealtafel worden de voortgang en gesignaleerde ­knelpunten besproken en aangepakt (zie ook 11.2 Monitoring). De lijst is flexibel. Ook andere woningbouwlocaties houden we in het vizier. Via de realisatietafel (zie 11, ­Governance), het proces van Regionaal programmeren wonen en werken, en de bestuurstafel Gezonde woon en leefomgeving kunnen plannen worden toegevoegd.

Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd; sneller dan de gemiddeld 10 jaar die nu landelijk gebruikelijk is. Het is daarom belangrijk dat er door alle partijen wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen. Hierbij bezien we het gehele bouwproces tot en met de bezwaarprocedure. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. 3.1

Aangezien er in de regio U10 zeer veel projecten zijn die bijdragen aan het behalen van de productie, kunnen niet alle locaties in de overzichten worden opgenomen, terwijl ook de kleinere projecten belangrijk zijn om de woningbouwopgave te kunnen realiseren. Bij het bespreken van de voortgang en jaarproductie kunnen ook specifieke knelpunten bij kleinere projecten aan de orde worden gesteld en wordt informatie hierover in beeld gebracht.

2.2

Partijen erkennen dat het bouwen van woningen momenteel complex is, o.a. vanwege de hoge bouwkosten, de stikstofproblematiek, oplopende renten en terughoudende investeerders. Het op peil houden van de bouw­ productie is een grote een uitdaging. Vanwege de moeilijke omstandigheden is samenwerking van groot belang. Partijen brengen via de realisatietafel samen met de marktpartijen in beeld wat de voortgang is van de woningbouw, zodat tijdig geanticipeerd kan worden op een mogelijke teruggang van de woningbouw. Ook beziet het Rijk of het (financiële) instrumentarium vanwege tegenwind aanpassing behoeft.

Grootschalig NOVEX 3-woningbouwgebied: Groot Merwede, afspraak op BO MIRT november 2022 De Metropoolregio Utrecht (regio’s U10 en Amersfoort) is aangewezen als één van de zestien NOVEX-gebieden in het land, waar grote ruimtelijke opgaven samen komen en verstedelijking een centrale opgave vormt. Groot Merwede (Utrecht en Nieuwegein) is aangewezen als grootschalige NOVEX- woningbouwgebied. Voor deze gebiedsontwikkeling geldt dat – naast uitdagingen rond het realiseren van bijvoorbeeld voldoende betaalbaar aanbod of de uitplaatsing van bedrijven – er omvangrijke ingrepen in de omliggende mobiliteitssystemen nodig zijn om de beoogde volumes te realiseren. Hiervoor maken betrokken overheden, woningcorporaties, markt­ partijen en andere stakeholders langdurige samenwerkingsafspraken, gebaseerd op best practices vanuit de publiek/private praktijk van gebiedsontwikkeling. Op het BO MIRT Noordwest van november 2022 hebben Rijk en Regio afspraken gemaakt om voor de huidige MIRT verkenning OV en Wonen aanvullend op de huidige reservering van € 380 miljoen, € 845 miljoen te reserveren. Het rijk reserveert hier € 600 miljoen voor en de regio neemt hiervan € 245 miljoen voor haar rekening (provincie en gemeente Utrecht ieder € 115 miljoen en gemeente Nieuwegein € 15 miljoen).

Rijk en regio hebben in BO MIRT afgesproken dat er tot en met 2030 in Utrecht Groot Merwede 25.500 woningen worden gerealiseerd, waarvan minimaal 55% betaalbaar. Een groot deel van de woningen tot en met 2030, namelijk 19.000 woningen, is onderdeel van het provinciaal randvoorwaardelijk bod aan de nationale woningbouwopgave. De regio benadrukt dat voor (de ontsluiting van) woningbouw in het grootschalige woningbouwgebied Utrecht Groot Merwede de Merwedelijn essentieel is. Woningbouw op grote schaal in Groot Merwede is afhankelijk van sluitende afspraken over de bereikbaarheid.

2.3

Voorkomen teruggang woningbouw

NOVEX-gebied ‘t Groene Hart Een aantal gemeenten binnen deze woondeal maken onderdeel uit van het NOVEX-gebied ‘t Groene Hart. Op 19 mei 2022 ondertekenden de Minister voor VR0, de betrokken gemeenten, provincie en waterschappen de bestuursovereenkomst ’t Groene Hart. Met het ondertekenen van deze overeenkomst committeren de overheidspartijen zich aan de kernopgaven in 't Groene Hart: het stabiliseren van veenbodems en het robuust inrichten van het watersysteem waarbij het landschap van 't Groene Hart herkenbaar blijft en waar kwaliteit aan toegevoegd is. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke functies (wonen, werken, recreëren, energieopwekking) ontwikkeld kunnen worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een regionale investeringsagenda voor NOVEX 't Groene Hart.

3.2

Vereenvoudigen en verkorten procedures bij de gemeenten en provincies Het Rijk (Expertteams), provincie en gemeenten verzamelen, in samenwerking met marktpartijen, ervaringen met betrekking tot procedures en participatie en zorgen dat deze kennis wordt gedeeld met gemeenten. Bijvoorbeeld door het organiseren van kennis- en inspiratiebijeenkomsten of het samenstellen van een instrumentenkoffer. Het gaat om een effectieve inzet van bestaande instrumenten, het delen van kennis en kunde en het verbeteren van (interne) processen. De aanbevelingen in het door BZK, in overleg met medeoverheden en marktpartijen, opgestelde Plan van aanpak Versnellen processen en procedures 4 worden hierbij betrokken. We kijken ook naar het al lopende experiment bij de gemeente Utrecht om het ruimtelijk planproces te verkorten en een experiment binnen de gemeente Stichtse Vecht om als gemeente meer ruimte en verantwoordelijkheid te geven aan marktpartijen en woningcorporaties. De provincie zet zich in om samen met de gemeenten de procedures bij de provincie te vereenvoudigen en te verkorten om woningbouw te versnellen. In voorkomende casussen geven we elkaar hier kritische feedback op.

3.3

Vereenvoudigen planprocedures en inperking bezwaarprocedures De regio benadrukt dat het van belang is dat gemeenten worden ontlast als het gaat om de onderzoekslast. Hierbij valt te denken aan het vereenvoudigen (of vergoeden) van MER-onderzoeken, bestemmingsplanontwikkelingen en andere onderzoeken. De regio vraagt aandacht voor vereenvoudigde planprocedures, het inperken van bezwaarprocedures en transparantie in Raad van Stateprocedures. Het Rijk heeft het Plan van aanpak versnellen processen en procedures gepubliceerd. Het gezamenlijk verder invullen en uitvoeren van dit Plan van aanpak is belangrijk voor het slagen van deze woondeal.

4 Plan van Aanpak Versnellen processen en procedures woningbouw, Kamerbrief over aanbieding Plan van aanpak versnellen processen en procedures woningbouw | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

3 NOVEX: Nationale Omgeving Visie Extra

18

19 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

3.4

Vereenvoudiging procedures Woningbouwimpuls (WBI) Het is belangrijk dat de WBI-procedures zo eenvoudig en efficiënt mogelijk zijn en zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Het rijk betrekt de provincie en regio bij de (door)ontwikkeling van de Woningbouwimpuls en mogelijke aanpassingen. Zo blijven we in gesprek over de werkwijze van de WBI en mogelijke verbeteringen ten aanzien van de effectiviteit en doelmatigheid van het instrument in zowel de aanvraag-, beoordeling- als beheerfase.

3.5

Gemeentelijke woningbouwcoördinator Iedere gemeente zorgt voor de invulling van de rol als woningbouwcoördinator. De woningbouwcoördinator houdt zicht op de voortgang van projecten, signaleert mogelijkheden voor versnelling en knelpunten, formuleert hulpvragen en is het aanspreekpunt van de gemeente met betrekking tot de bouwproductie. De woningbouwcoördinatoren kunnen specifieke projecten agenderen voor de realisatietafel (zie 11, Governance). Gemeenten bepalen zelf op welke manier deze rol wordt ingevuld.

3.6

Doorontwikkeling Regionaal Programmeren Wonen en Werken De provincie ontwikkelt in samenwerking met de gemeenten het instrument Regionaal Programmeren Wonen en Werken verder door. Het doel van het Regionaal Programmeren is dat door middel van programmering en afspraken wordt bijgedragen aan de realisatie van voldoende woningen en bedrijventerreinen met een goede kwaliteit. Door programmering cyclisch op te pakken kan flexibel en adaptief worden ingespeeld op alle kansen om woningbouw te realiseren en op maatschappelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt daarbij is dat met open vizier wordt gekeken naar (nieuwe) kansen. Nieuwe uitbreidingslocaties die nog niet zijn opgenomen kunnen bij een actualisatie, na regionale afstemming tussen provincie en gemeenten en gemeenten onderling, worden geprogrammeerd.

3.8

Kansen bij regiopoorten Partijen zien goede kansen voor substantiële realisatie en versnelling van woningbouw bij 8 regiopoorten. De partijen in het programma UNed werken samen aan een vervolgonderzoek. Met de betrokken gemeenten is verkend wat er voor nodig is om sneller en efficiënter te kunnen werken aan planvorming op de regiopoorten; een zogenaamde procesimpuls om te komen tot planvorming. Deze impuls bestaat enerzijds uit efficiënt gebruik maken van beschikbare kennis en anderszins ondersteuning bij het maken van planproducten. Vanuit de U10 en de provincie wordt al veel ondersteund. De provincie helpt gemeenten met kennis en financieel om tot planproducten te komen. De regio heeft voor de regiopoorten al een projectleider, een planeconoom en stedenbouwkundige expertise beschikbaar gesteld. Ook expertise m.b.t. mobiliteit wordt georganiseerd ingezet. Voor de gebiedsuitwerking per regiopoort is meer nodig. We hebben afspraken gemaakt over de invulling van de randvoorwaarden om plannen voor de regiopoorten tot uitvoering te brengen en/of te versnellen:  Betrokken gemeenten en de provincie brengen in beeld welke planproducten en mobiliteitsinvesteringen nodig zijn op lokaal maar vooral op regionaal niveau.

Het gaat om het gehele mobiliteitssysteem, waarbij waarschijnlijk vooral op het spoor- en busnetwerk tussen de regiopoorten en naar metropoolpoorten toe, netwerkaanpassingen nodig zijn om tot uitvoering te komen van de woningbouw tot 2030. Voor deze onderzoeken, gericht op woningbouw tot en met 2030, vraagt de regio financiële ondersteuning door het rijk. Dit sluit aan bij de aanpak om te komen tot afspraken tijdens het BO MIRT.5  In het BO MIRT 2022 hebben Rijk en regio afgesproken de groeipotenties van de regiopoorten verder in beeld te brengen in het programma Regiopoorten. Vervolgstappen, inclusief de invulling van de randvoorwaarden, worden geagendeerd in het BO MIRT, waarbij ook gekeken wordt naar o.a. de multimodale overstappotentie van (hoofdwegennet) hubs i.c.m. met nieuwe producten als BRT-lijnen.  Het Rijk brengt (landelijke) kennis in bij het regiopoort traject.

De provincie Utrecht geeft in 2023 uitvoering aan de motie “Hoe weeg je wegen?”. Deze motie roept op om de mobiliteitstoets, in gevallen van grote maatschappelijke belangen, geen harde weigeringsgrond te laten zijn maar gebruik te maken van de afwegingsruimte. Met als voorwaarde dat met verkeersonderzoek wordt aangetoond dat de mobiliteitseffecten door aanzienlijke woningbouw beperkte impact hebben op de doorstroom van de provinciale wegen. Het voornemen is deze motie te verwerken in een nieuwe verordening waarvan de geplande inwerkingtreding 1 januari 2024 is.

3.7

Maatwerk vitale kernen De provincie en de regio gaan uit van maatwerk voor vitale kernen. Het huidige beleid van de provincie biedt de mogelijkheid om éénmalig tot 50 woningen aan een kern toe te voegen, mits passend bij aard en omvang van de kern en na weging met andere provinciale belangen. Dat geldt voor de kernen waar de vitaliteit onder druk staat. Bij hogere aantallen is maatwerk per kern mogelijk, dat zal worden afgewogen in het kader van de regionale programmering. De provincie gaat op een flexibele en adaptieve wijze om met deze aantallen om zo maatwerk per gemeente mogelijk te maken. Provincie en gemeenten verkennen of het nodig is om een gezamenlijke werkwijze af te spreken voor het invulling geven aan het begrip vitaliteit.

5 Dit wordt opgepakt binnen het programma Uned.

20

21 6 maart 2023

Woondeal, regio U10

4. Kritische succesfactoren De regio U10 wil graag een grote bijdrage leveren aan de nationale woningbouwopgave, door 61.000 woningen toe te voegen in de periode 2022 tot en met 2030. Of dit gaat lukken, hangt niet alleen af van gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen, de provincies en andere stakeholders, maar ook van de kaderstellende, faciliterende, stimulerende en financierende rol die het Rijk kan nemen. Deze woningbouwaantallen zijn haalbaar als tijdig in de kritische succesfactoren – inclusief ­datgene waar de regio inzet op vraagt bij Rijk dan wel provincie - wordt voorzien. Dit vraagt wederkerige afspraken tussen Rijk, provincie en regio over onderstaande randvoorwaarden, het wegnemen van knelpunten en financiële ondersteuning van de U10-opgave. Als de randvoorwaarden niet tijdig ­worden ingevuld zal dit onvermijdelijk tot, door partijen ongewenste, vertraging van de woningbouwproductie leiden. Deze randvoorwaarden zijn behalve van deze woondeal ook onderdeel van de provin­ciale afspraken tussen Rijk en de provincie. Hieronder worden de belangrijkste kritische succesfactoren benoemd. Voor een aantal geldt dat door het Rijk al acties lopen om de juiste randvoorwaarden te creëren. Dit is ook in het overzicht toegelicht.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening spant zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministeries de kritische succesfactoren in relatie tot woningbouw aan te pakken. In het geval dat het creëren van de juiste randvoorwaarden onder de verantwoordelijkheid van een ander Ministerie valt, geldt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties fungeert als ‘toegangspoort’ naar het Rijk. Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. Het gaat om knelpunten op het vlak van klimaatbestendig bouwen, natuurinclusief bouwen, verduurzaming, stikstof, een gezond en veilig leefmilieu, luchtkwaliteit, energievoorziening en erfgoed en personele capaciteit. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en het stellen van kaders. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen. Daar waar het kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost en daar waar nodig, worden ze landelijk besproken.  en aantal belemmeringen kan locatiespecifiek worden opgelost.

Hierbij kan gebruik worden E gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw worden ingezet.  De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle bovenregionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing.  Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governance structuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daarbij zal worden aangesloten. 

Voor de afspraken over kritische succesfactoren geldt, net als voor de overige afspraken in deze woondeal, dat deze periodiek besproken zullen worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren.

Betaalbaarheid De betaalbaarheid komt steeds meer onder druk. Gemeenten hebben extra instrumenten nodig zodat er sneller en ook meer betaalbare woningen ­kunnen worden gebouwd en kunnen worden behouden.

Infrastructuur voor energie De verzwaring van het elektriciteitsnet kan de ruimtelijke ontwikkelingen en de woningbouw niet altijd bijhouden. Dit levert vertraging op.

Regelgeving en Procedures Procedures werken ver­tragend en zijn complex waardoor ruimtelijke processen een te lange door­ looptijd kennen.

Investeringen in bereikbaarheid Meer woningbouw ­vereist een verbetering van de bereikbaarheid.

Belang van structurele programmatische aanpak en bekostiging Voor een continue bouwstroom zijn structurele middelen noodzakelijk.

Voldoende capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel (financiën) middelen komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten.

Groen Groeit Mee Een aantrekkelijk vestigingsklimaat en een gezonde leefomgeving door groen te verbinden aan onder meer verstedelijkingsopgaven is randvoorwaardelijk voor groei in balans.

Klimaatadaptief bouwen Het is noodzakelijk om klimaatadaptief en natuurinclusief te (ver) bouwen en in te richten

Financiering van onrendabele toppen Cofinanciering vanuit de (rijks)overheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om (betaalbare) woningbouw mogelijk te maken.

Corporaties in positie brengen Corporaties moeten in positie gebracht worden om haar s­ ociale opgave waar te maken.

Bewustwording en draagvlak Goede publiekscampagne om urgentie van de woningbouw­ opgave te benadrukken.

Voldoende ­ stikstofruimte Omdat onze regio veel stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is voldoende stikstofruimte onmisbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/532/documents/16236