CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

3. bestemmingsplan toelichting (081156).pdf

Gemeenteraad 9 februari 2023, gemeente OudewaterBij agendapunt: 9: raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Willeskop 144a (081456)12.939 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De doelgroep van de woning bestaat uit personen die in goede fysieke gesteldheid en zelfstandig zijn. Vanuit de woningen kan van de transportroutes af worden gevlucht (richting het noorden, oosten en westen). Het is van belang dat de omwonenden tijdig over de risico’s wordt gealarmeerd tijdens een calamiteit. Zelfredzaamheid bij een ramp Bij het plaatsvinden van een plasbrand is de verwachting dat het projectgebied te maken krijgt met een hoge hittestralingsintensiteit. Voor personen buiten is het handelingsperspectief om dekking te zoeken bij objecten zoals muren of gebouwen (schuilmogelijkheden). Wanneer de stralingsintensiteit te hoog is en het gebouw bij de brand betrokken dreigt te raken, verdient het advies om onder dekking van het gebouw weg te kunnen vluchten (vluchten in zuidelijke richting. Bij het plaatsvinden van een BLEVE op de N228 is de kans op het overleven in het projectgebied klein. Wanneer in het geval er een warme BLEVE dreigt te ontstaan is het van belang om de aanwezigen in de eerdergenoemde ringen zo snel mogelijk te waarschuwen het gebied te verlaten en te laten vluchten onder dekking van de bebouwing in zuidelijke richting. Middelen die voor de crisiscommunicatie ingezet kunnen worden zijn de WAS-palen (waarschuwing en alarmeringssysteem) en/of het verzenden van een of meerdere NL-Alert berichten.

Responstijden brandweereenheden Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

32

Het projectgebied valt onder het dekkingsplan 'Veiligheidszorg op Maat' wat in juli 2014 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. In dit dekkingsplan worden de opkomsttijden en meettijden voor objecten en locaties in de regio beschreven. In het projectgebied zal naar verwachting in normale condities binnen de gestelde tijd een eerste basisbrandweereenheid arriveren. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt vanaf 11 november 2014 het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Er dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in de AMvB. Er liggen in de nabijheid van de planlocatie geen buisleidingen. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Elektromagnetische straling Er bevindt zich noordelijk van het plangebied een straalpad. Het straalpad is ter plaatse van het plangebied 200m breed en overlapt het plangebied niet; het plangebied ligt op 20m van het straalpad verwijderd, de geplande woning ligt op meer dan 50m afstand van het straalpad. De vrijkomende elektromagnetische straling is dermate laag, dat deze geen risico vormen voor de volksgezondheid. Het aanwezige straalpad vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen planwijziging.

Conclusie Het projectgebied ligt niet binnen het invloedsgebied van ‘Tankstation de Rolaf’ noch het spoortraject Gouda - Harmelen. In de nabije omgeving van het projectgebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen vind alleen plaats over de weg N228 (Willekop). Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico echter niet aanzienlijk toenemen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

33

4.2

Water “Waterkoers!” Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan beschrijft in hoofdlijnen de belangrijkste doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jamerstaar wil bereiken en uitvoeren. In het plan staat hoe Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zorgt voor een duurzaam, schoon en veilig watersysteem. In het waterbeheerplan zijn onder andere de maatregelen voor de KRW vastgelegd. Voor de maatregelen geldt een resultaatsverplichting voor eind 2021. De doelen die aan deze maatregelen ten grondslag liggen zijn vastgelegd in het Waterplan van de Provincie Utrecht. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Waterstructuurvisie (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 2002) Water speelt een steeds grotere rol in onze samenleving. Functies zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van water. Daarnaast verandert het klimaat. Daarom heeft water in de toekomst meer ruimte nodig. In de Waterstructuurvisie presenteert het waterschap zijn integrale visie op een duurzaam waterbeheer op de lange termijn.

Doelen hierbij zijn: - het gewenste veiligheidsniveau tegen overstroming en wateroverlast is gegarandeerd; - er is sprake van een goede waterkwaliteit; - de ecohydrologische variatie binnen het plangebied is hersteld; - de bodemdaling is verminderd of zo mogelijk stopgezet; - er zijn goede gebruiksmogelijkheden van het plangebied voor verschillende maatschappelijke functies; er is voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar om dit mogelijk te maken; - de landschappelijke betekenis van water is behouden of versterkt. In de structuurvisie zijn gebied specifieke doelstellingen en maatregelen gedefinieerd. Ook staat het streefbeeld voor 2050 beschreven, gebaseerd op de volgende principes: - Vasthouden, bergen, afvoeren; - Voorkomen, scheiden of schoon maken van vuilemissies; - Vergroten zelfvoorzienendheid en duurzame inrichting; - Grondwater als ordenend principe. Het streefbeeld kan niet los worden gezien van het toekomstige grondgebruik binnen het beheer-gebied. Enerzijds vraagt het streefbeeld op een aantal plaatsen om meer ruimte voor water. Anderzijds kan het streefbeeld alleen worden bereikt indien het grondgebruik meer op de waterdoel-stellingen wordt afgestemd. Voor de drie belangrijkste functies −wonen/werken, landbouw en natuur− is daarom in kaart gebracht of en hoe deze functies passen bij een duurzaam waterbeheer.

Dit is in combinatie met het streefbeeld vertaald naar een visie op het toekomstig gewenste grondgebruik in het werkgebied. Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500m2 in stedelijk gebied en 1000m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in het zuidelijke deel van de Provincie

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

34

Utrecht en een klein deel van de Provincie Zuid-Holland. Onderhavige locatie ligt binnen het beheersgebied van dit waterschap. Het plangebied is in figuur 4.6 omkaderd. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie in geheel niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer. Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is.

In onderhavig plan worden voormalig agrarische bedrijfsgebouwen en de nodige terreinverhardingen geamoveerd ten behoeve van de ruimtelijke inpassing. Hierdoor zal de afstroming van het regenwater verbeteren. Het plangebied wordt in hoofdzaak begrensd door tertiaire watergangen. Deze watergangen hebben een beschermingszone van 2 meter. De Hollandse IJssel is een regionale watergang. De dijk/kade langs de Gekanaliseerde Hollandse IJssel is in de legger van het Hoogheemraadschap als zodanig aangeduid. In/op deze waterkering mag in principe niet worden gebouwd noch mogen hier aanlegwerkzaamheden plaatsvinden. In de legger is verder een beschermingszone aangegeven langs deze waterkering. In deze zone gelden beperkingen met het oog op het behoud van de (waterkerende functie van de) dijk/kade. De waterkering is beschermd met de dubbelbestemming “Waterstaat-waterkering”. Vrijwel de gehele planlocatie valt buiten deze beschermingszones, zie hiervoor figuur 4.7. Als uitvloeisel van onderhavig bestemmingsplan zal sprake zijn van een afname van afwaterend oppervlak. Voorts worden geen watergangen gedempt. De hoeveelheid oppervlaktewater blijft in beginsel gelijk. Voor wat betreft het aspect waterkwaliteit zullen er uitsluitend niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit.

Op deze wijze wordt diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater voorkomen. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect water geen zaken zijn die zich verzetten tegen dit plan.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

35

Figuur 4.6: Legger oppervlaktewater 2012 (bron HDSR)

Figuur 4.7: Legger regionale waterkeringen 2010 (bron HDSR)

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

36

4.3

Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Verkeer De herbestemming van het agrarisch perceel naar een woonperceel heeft geen negatieve gevolgen voor de verkeersgeneratie. Het perceel heeft een eigen inrit, waarbij door het wegnemen van de agrarische bestemming de noodzaak van in- en uitrijdend agrarisch landbouwverkeer vervalt, hetgeen een verbetering betekent van de verkeersgeneratie. Parkeren Aantal parkeerplaatsen conform de Nota parkeernormen 2021 van de gemeente Oudewater. Bij de te realiseren woning worden tenminste twee parkeervoorzieningen gerealiseerd op eigen terrein. Tevens is er een aanvullende parkeergelegenheid voor bezoekers. De noodzakelijke parkeervraag kan volledig beantwoord worden op eigen terrein. De parkeervoorzieningen worden in het terreininrichtingsplan opgenomen. Planspecifiek Dit aspect vormt derhalve geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

37

4.4

Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden Deze wet omvat de onderdelen die eerder in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet waren opgenomen en dient daarbij als kapstok voor de implementatie van Europese wetgeving zoals de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Deze gebieden worden tezamen Natura 2000-gebieden genoemd. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebieden kunnen aantasten. Planspecifiek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 6,8 km ten westen van het plangebied. Overige Natura2000-gebieden liggen op meer dan 7,5 km afstand. Sprake is van een kleinschalige herbestemming van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, gepaard gaande met amovering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en verhardingen, wat voorziet in een verbetering van landschappelijke kwaliteiten.

De planwijziging heeft derhalve geen effect op dit Natura2000-gebied.

Figuur 4.8: Kaart Natura 2000 gebieden (bron Alterra Wageningen)

De Wet natuurbescherming voorziet tevens in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

38

beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een functiewijziging geldt de volgende vrijstellingsregeling: • •

een algemene vrijstelling voor algemene soorten; een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode.

Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Planspecifiek Vanuit de huidige natuurwetgeving is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van de in het plangebied mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden. In verband met het vorenstaande is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Jansen & Jansen Watersnip groenadviesbureau te Holten (rapport Willeskop 144A, d.d. 16 oktober 2020). Hieruit volgt: • Overtreding van de Wet natuurbescherming kan redelijkerwijs met betrekking tot de te slopen bebouwing kan redelijkerwijs worden uitgesloten; • Het kan niet worden uitgesloten dat vleermuizen de holtes in de oude fruitboom gebruiken als verblijfplaats. Deze boom mag niet zondermeer gekapt worden. Als sprake is van kap, dan dienen eerst de holtes aanvullend geïnspecteerd te worden op geschiktheid als verblijfplaats voor vleermuizen.

Als blijkt dat de holtes gebruikt (kunnen) worden door vleermuizen, dan is aanvullend onderzoek / de aanvraag van een ontheffing mogelijk; • Daarnaast moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van algemene zoogdiersoorten zoals de egel en bunzing. Deze soorten hebben mogelijk verblijfplaatsen in de tuin van het plangebied. Het bouwrijp maken dient te worden uitgevoerd buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen; • Tot slot moet er rekening gehouden worden met de aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels in de tuin van het plangebied. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming. De sloopwerkzaamheden mogen niet worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 augustus), tenzij het zeker is dat er binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen actieve nesten van vogels aanwezig zijn. [Jansen&Jansen]. Er geldt een algemene zorgplicht, waarbij verstoringen aan flora en fauna zo veel mogelijk dient te worden voorkomen. Betreffend ecologisch onderzoek is als bijlage toegevoegd. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voor het tijdvak 2015‐2021 in werking getreden, dus voor een duur van zes jaar.

In het programma zijn maatregelen opgenomen die enerzijds zorgen voor een daling van de stikstofdepositie (brongerichte maatregelen) en anderzijds bijdragen aan het herstel van de natuurkwaliteit in Natura 2000‐gebieden (gebiedsgerichte maatregelen). Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, ‘depositieruimte’ genoemd. Een deel van de ‘depositieruimte’ wordt ter beschikking gesteld voor nieuwe ontwikkelingen, in de zogenaamde ‘ontwikkelingsruimte’. Deze ruimte is alleen gekoppeld aan concrete projecten en andere handelingen, waarvoor in de lopende programmaperiode toestemming wordt verleend en niet aan (bestemmings)plannen. Als een project niet als prioritair project is opgenomen in de Regeling programmatische aanpak stikstof, geldt in het PAS thans een grenswaarde van 1,00mol stikstof per hectare per jaar. Ligt de toename van stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitat of leefgebied in een Natura 2000‐gebied tussen de 1,00 mol/ha/j en Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

39

0,05 mol/ha/j, dan kan voor een project of andere handeling worden volstaan met een melding in het reken‐ en registratie‐instrument AERIUS; een vergunning is dan niet nodig. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS onverbindend verklaard. Ondanks deze uitspraak blijft AERIUS het meest actuele rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie van activiteiten. Gelet op de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de schaal van voorgestelde planontwikkeling kan echter redelijkerwijs worden gesteld, dat negatieve gevolgen op de stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Door het wegnemen van een agrarisch gebruik met bijbehorende transportbewegingen en ander bedrijfsmatig verkeer, en gelet op het feit dat de nieuw te realiseren woning “gasloos” zal worden opgeleverd, kan zondermeer worden gesteld dat negatieve gevolgen voor de stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

40

4.5

Archeologie en cultuurhistorie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet en de Wet op Archeologie en Monumentenzorg. Op basis van deze wetten zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn, zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. De gemeente Oudewater heeft in samenwerking met de gemeenten Montfoort, Lopik en Woerden gemeentelijk archeologiebeleid opgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld.

Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten". Planspecifiek Het plangebied ligt langs een ontginningsas met een hoge archeologische verwachting. Hier is sprake van bijzondere archeologische verwachtingen voor bewoningssporen die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van Oudewater uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op de archeologische verwachtingskaart (figuur 4.9) heeft het plangebied een hoge verwachtingswaarde; ter plaatse van het bouwvlak betreft een uitloper met een middelhoge verwachtingswaarde. Hoewel de ondergrond van de planlocatie ten tijde van het bedrijfsmatig gebruik door bouwen verhardingsactiviteiten is verstoord, hebben met name de delen op het perceel waarop minder diep is gefundeerd en ontgraven nog steeds een hoge verwachtingswaarde. Omdat de wijze en mate van verstoring, gepaard gaande met de planontwikkeling nog niet bekend is, dient rekening gehouden te worden, dat er een archeologisch bureauonderzoek zal worden uitgevoerd om gespecificeerde verwachtingen in kaart te brengen.

Een archeologisch bureauonderzoek kan achterwege blijven indien: • een bouwplan die betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bodem op een grotere diepte dan 0,3m niet verder wordt verstoord; • bouwwerken en bouwplannen met een oppervlakte van niet meer dan 2.500m2; • een bouwplan die betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3m en zonder heiwerkzaamheden zal worden geplaatst; • bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden; • activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is; • bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgelegd. Wanneer de wijze en mate van verstoring bekend is, zal zo nodig een archeologisch bureauonderzoek worden uitgevoerd en aan de benodigde aanvraag omgevingsvergunning worden toegevoegd.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

41

Figuur 4.9: Uitsnede archeologische beleidskaart Gemeente Oudewater.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

42

4.6

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten Kabels en leidingen In het plangebied liggen ten oosten van het perceel, op de grens met naburig perceel een middenspanningskabel en een lage druk gasleiding. In het verlengde van de sloot, ten westen van het perceel, ligt een persriool tracé. Achter op het perceel, in de dijk van de Hollandse IJssel liggen enkele aansluitingen data en laagspanning. Genoemde kabels en leidingen liggen niet in een bebouwingsgebied, of in een gebied waar groen- en of tuinaanleg is gepland. In het plangebied liggen verder geen ander transportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Figuur 4.10: Klic-melding.

Spuitzones en gevoelige functies Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabijgelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

43

houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Planspecifiek Direct aangrenzend aan het plangebied liggen percelen waar productie fruitteelt heeft plaatsgevonden. Deze percelen zijn thans niet meer als zodanig in gebruik. Ook is betreffende functie niet meer als zodanig in het bestemmingsplan opgenomen. Naburig perceel, vallend onder bestemmingsplan Buitengebied 2012 Montfoort is reeds herbestemd naar “Wonen”; planologisch is het gebruik voor fruit- en bomenteelt geschrapt. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is derhalve niet meer aan de orde. Dit aspect vormt voor de herbestemming daarom geen belemmering en is er geen nader onderzoek nodig.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

44

5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is relevant de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Planspecifiek Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Kosten gepaard gaande aan de begeleiding van de planologische procedure, kosten met betrekking tot het eventueel aanleggen van voorzieningen in het aangrenzende openbaar gebied en andere mogelijke kosten volgend uit onderhavige ontwikkeling worden verhaald op de initiatiefnemer. Een en ander wordt middels de legeskosten.

Middels deze verrekening van de legeskosten is de economische uitvoerbaarheid anderszins verzekerd en behoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

45

6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1

Overleg Dit bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overleginstanties. Op deze plaats, dan wel in een separate bijlage, zullen de vooroverlegreacties van een antwoord worden voorzien. Vooruitlopend aan de te volgen bestemmingsplanprocedure zijn direct omwonenden geïnformeerd en gehoord over onderhavige plannen. In principe zijn allen positief over de plannen; geen van hen heeft aangegeven bezwaar hiertegen te hebben. Er kan vooralsnog vanuit worden gegaan dat tegen onderhavige plannen geen zienswijzen of bezwaren worden ingediend.

6.2

Zienswijzen Op de te volgen bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan zal het ontwerpbesluit voor zes weken ter inzage worden gelegd. Een ieder krijgt in deze periode de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Zienswijze Stedin Stedin heeft een zienswijze verwoord in een brief (d.d. 19-09-2022) naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan Willeskop 144a. In deze brief geeft Stedin aan, dat er in het plangebied een belangrijke regionale (kabel) verbinding ligt. Voor de volledige brief, zie bijlagen nummer 6. Stedin vraagt aan initiatiefnemer om extra aandacht voor de uitvoeringswerkzaamheden en de graaf-en sloopwerkzaamheden met in achtneming voor de verplichting tot zorgvuldig graven. Dat geldt eveneens voor eventueel ingezette (onder)aannemers. Vooraf dient bepaald te worden op welke afstand er gewerkt kan worden in de nabijheid van de verbinding ook bouwverkeer. Het is mogelijk dat de daadwerkelijke ligging van de verbinding afwijkt, ter plaatse dient dit vastgesteld te worden door het graven van proefsleuven. Verder willen wij erop attenderen dat de verbinding te allen tijde vrij toegankelijk en bereikbaar dienen te blijven in de (tijdelijke) en nieuwe situatie, waarbij de ongestoorde ligging en leveringszekerheid geborgd blijven.

Ook is het niet duidelijk in hoeverre de aanleg van de tuin (boomgaard) nabij de verbinding is beoogd. Het advies is om in overleg met de netbeheerder te bepalen welke techniek gebruikt kan worden zodat er zo min mogelijk kans is op beschadiging, zowel bij het planen en/ of rooien. Door werking van de ondergrond en eerdere grondroering kan zowel de ligging als de dekking afwijken van de oorspronkelijke situatie bij aanleg van de verbinding. Wij gaan er van uit dat de werkzaamheden niet leiden tot afname van de dekking op alhier gelegen verbinding. Vervolgens vragen wij om het gevestigde opstalrecht respecteren en hierna te laten handelen. Tot slot vragen wij om de adviezen op de site van Stedin in het kader van ‘het type activiteit’ nabij de assets van Stedin bij de voorbereiding en uitvoering op te (laten) volgen. Reactie initiatiefnemer op zienswijze Stedin Initiatiefnemer neemt zorgen ten aanzien van behoud en bereikbaarheid regionale (kabel) verbinding op zich. Het genoemde gevestigde opstalrecht zal men tevens respecteren. De aandachtspunten genoemd door Stedin zullen worden opgenomen in het bestek voor de aannemer zodat bij graafwerkzaamheden, deze aandachtspunten gewaarborgd zullen worden.

Ten aanzien van de verduidelijking van het erfinrichtingsplan: de eerste rij bomen van de boomgaard liggen op circa zeven meter vanaf de plaats waar de bestaande (kabel)verbinding ligt. Verder blijven nieuw te plaatsen struiken ook ruim buiten de positie van het bestaande kabeltracé, ter plaatse van de perceelsgrens. Er hoeft ter plaatse van het kabeltracé, niet gegraven of gepoot te worden. Daarnaast dient vermeld te worden dat inrit en het pad zich bevinden aan de andere zijde van het perceel. Het bouwverkeer zal daarom ook niet het kabeltracé kunnen beschadigen. Ten slot zal de dekking van de kabel worden behouden. De woning wordt juist opgehoogd om op hetzelfde vloer peil uit te komen als de naast gelegen woning.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

46

6.3

Conclusie Het plan wordt maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Gesteld kan worden dat het plan ruimtelijk geen aanpassingen verlangt en op de beoordeelde aspecten voldoet aan de beleidsmatige en wettelijke kaders. Het plan is ambtelijk voorbesproken en gemeente heeft een positieve grondhouding tegenover de herbestemming. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bouwplan is voldoende aangetoond.

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

47

Bijlage Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Lawijn Advies & Management Rapportnr. 19.4085-A1, d.d. 29 juni 2020 Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SPAWNP Rapportnr.22000109.R01, d.d. 17 april 2020 Bijlage 3: Ecologisch onderzoek Jansen & Jansen groenadviesbureau Rapport Willeskop 144A, d.d. 16 oktober 2020 Bijlage 4: Advies erfinrichting Tuin- en landschapsarchitect Poldergast Schoonhoven Werknummer 20806, d.d. 25 juni 2020, aanvullend 08-06-2022 Bijlage 5: Onderzoek Wet geurhinder en veehouderij SPAWNP Rapportnr. 22000479.R01, d.d. 13 november 2020 Bijlage 6: Zienswijze Stedin d.d. 9 september 2022

Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/519/documents/15945