3. bestemmingsplan toelichting (081156).pdf
Tekst van het document
18120
Herbestemming perceel Willeskop 144a te Snelrewaard i.o.v. G.C. van der Wijngaard Datum: 19-04-2021
BESTEMMINGSPLAN
Status Concept
Datum 05-12-2019 13-03-2020 25-08-2020 16-08-2021 19-04-2022 14-11-2022 18-11-2022
Definitief NL.IMRO.0589.BPWilleskop144a-VO01 Arco Architecten BNA Donkere Gaard 1-4 3421 AS OudewaterTel: 0348-561607
Opmerkingen Verwerving aanvullende sloopmeters ROM Integraal advies Verwerking Interim Omgevingsverordening Aanpassing oppervlakte bijgebouwen Zienswijzen en externe veiligheid Externe veiligheid
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
2
AANLEIDING LIGGING PLANGEBIED GELDENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE LEESWIJZER
2 2 4 5
PLANBESCHRIJVING / INITIATIEF
6
2.1 2.2 2.3
3
ONTSTAANSGESCHIEDENIS LOCATIE BESCHRIJVING BESTAANDE TOESTAND BESCHRIJVING NIEUWE SITUATIE
BELEIDSKADER 3.1 RIJKSBELEID 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) 3.1.2 Barro 3.2 PROVINCIAAL BELEID 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 3.3 GEMEENTELIJK BELEID 3.3.1 Structuurvisie Oudewater 2005 3.3.2 Bestemmingsplan “Landelijk gebied Oudewater & Willeskop” 3.3.3 Welstandsbeleid 3.3.4 Duurzaam bouwen
4
5
OMGEVINGSASPECTEN
6 6 10
14 14 14 14 15 15 15 17 17 17 17 18
19
4.1 MILIEU 4.1.1 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 4.1.2 Bodem 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Geluid 4.1.5 Bedrijven en milieuzonering 4.1.6 Externe veiligheid 4.2 WATER 4.3 VERKEER EN PARKEREN 4.4 ECOLOGIE 4.5 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 4.6 OVERIGE REALISERINGS- EN UITVOERINGSASPECTEN
19 19 20 21 24 25 30 34 37 38 41 43
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
45
5.1
6
2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.1 6.2 6.3
OVERLEG ZIENSWIJZEN CONCLUSIE
BIJLAGE
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
45
46 46 46 47
48
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het perceel Willeskop 144a te Snelrewaard betreft een voormalig agrarisch fruittelend bedrijf, waarop enkele agrarische bedrijfsgebouwen zijn gesitueerd. Het perceel is eveneens voorzien van diverse verhardingen ten dienste van deze voormalige bestemming. Met het wegvallen van actief agrarisch gebruik, is de wens ontstaan het perceel te herbestemmen naar een woonperceel, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen en verhardingen zullen worden geamoveerd. Hierbij komen de grote fruitschuur en de aangebouwde kassen te vervallen. Op de onderbouw van de voormalige kantine wordt een bijbehorend bouwwerk gerealiseerd, behorende bij de nieuw te bouwen woning. De nieuwe woning zal verder naar voren worden gerealiseerd. Overige verhardingen en bouwwerken komen te vervallen, waarbij een en ander landschappelijk zal worden ingepast. Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om deze bestemmingswijziging te motiveren.
1.2
Ligging plangebied De planlocatie ligt in het veenweidegebied van Willeskop op circa 1,8 kilometer ten oosten van de bebouwde kom van Oudewater. Het ligt op de planologische grens van Oudewater en Montfoort. Ten westen van het plangebied zijn een aantal burgerwoningen gesitueerd. Aan de overzijde van de doorgaande provinciale weg staat een agrarisch bedrijf; met aan weerszijden enkele burgerwoningen. Ten zuidwesten van het perceel, is op enige afstand een bedrijf met de bedrijfscategorie 1-2 gesitueerd. In het plangebied van Montfoort, is tegenover het perceel een restaurant gevestigd met een horecabestemming, categorie 2, waarnaast afwisselend enkele agrarische percelen en burgerwoningen. Direct naast het perceel is aan de oostkant eveneens een burgerwoning gesitueerd. Achter onderhavig plangebied, en achter de oostelijk gelegen woning is een voormalige productie fruitboomgaard gelegen, welke thans niet meer actief in gebruik is. Het plangebied is aangegeven in figuur 1.1 en 1.2. In onderstaande plankaart (figuur 1.1) is het plangebied met een ronde stip aangeduid.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
2
Figuur 1.1: Plankaart plangebied met omgeving (bron Google Maps)
Figuur 1.2: Luchtfoto plangebied met omgeving (bron Google Maps)
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
3
1.3
Geldende planologische situatie Voor het plangebied geldt het volgende, door de gemeenteraad van Oudewater vastgestelde, bestemmingsplan: Bestemmingsplan : Bestemmingsplan "Landelijk gebied Oudewater en Willeskop" Raadsbesluit : 4 juli 2011 Het perceel is bestemd voor ‘Agrarisch met waarden – Landschap (AW-L)’ met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde middelhoog (WRAVWM)’ en ‘Waarde – Ecologie (WR-E)’. Er is geen wooneenheid op het perceel bestemd. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 1.3. In de regels van het vigerende bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het agrarische bouwperceel onder ‘Agrarisch met waarden – Landschap (AW-L) te wijzigen in de bestemming ‘Wonen-1 (W-1)’. Gelet op de kwaliteitsverbetering op locatie door het wegnemen van alle voormalige agrarische bebouwing zijnde 801m2 aan bebouwd oppervlak, het amoveren van grote hoeveelheden voormalig agrarische verhardingen, het aankopen van zogenaamde sloopmeters afkomstig van een perceel liggend in hetzelfde bestemmingsplangebied en de landschappelijke inpassing van de nieuwe bouwplannen en erfinrichtingen, heeft gemeente echter onder voorwaarden toch bij brief d.d.
07 november 2019 besloten, in principe medewerking te verlenen, aan voorgestelde herbestemming en herinrichting van onderhavig perceel, omdat de ruimtelijke kwaliteit in voldoende mate verbetert. Om dit mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplankaart “Landelijk Oudewater & Willeskop”
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
4
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie uiteengezet en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader verwoord. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder milieu, water en archeologie. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Hoofdstuk 5 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
5
2
Planbeschrijving / Initiatief
2.1
Ontstaansgeschiedenis locatie Snelrewaard is een gehucht en een voormalige gemeente in de provincie Utrecht, thans behorend tot de gemeente Oudewater en voor een klein gedeelte tot de gemeente Montfoort. De gemeente bestond uit het gehucht Lange Linschoten, zijnde twee bebouwingslinten aan weerszijden van de Lange Linschoten, en het eigenlijke gehucht Snelrewaard: een bebouwingslint aan de noordelijke oever van de Hollandse IJssel. Tot de aanleg van de Laan van Snelrewaard in 1980 was er op het grondgebied van de gemeente geen verbindingsweg tussen de twee bebouwingslinten; enkel via buurgemeente Oudewater kon men van Snelrewaard in de Lange Linschoten komen en vice versa. De gemeente had ten tijde van haar opheffing op 1 januari 1989 nog geen achthonderd inwoners. Het perceel is gelegen in een gebied dat gekenmerkt wordt door haar landschappelijke openheid en de karakteristieke verkavelingsstructuur van het slagenlandschap. De karakteristieke lange en smalle kavels van dit landschap zijn typerend voor de copeontginningen van het veen. Kenmerkend voor het landschapstype is dan ook het open weidelandschap, dat wordt doorsneden door een fijnmazig stelsel van sloten. In de open ruimten liggen enkele landschappelijke elementen zoals kleine geriefbosjes en houtkades/tiendwegen.
De hoog opgeslibde uiterwaarden tussen de Waardsedijk en de Hollandse IJssel kenmerken zich door een meer blokvormige verkaveling. De herinrichting van onderhavig perceel is gericht op een sanering van bestaande bebouwing en verhardingen, resulterend in een meer open invulling passend bij het landschappelijke karakter waarin het zich bevindt. Een gedegen landschappelijke inpassing voorziet door toepassing van streekeigen elementen in een natuurlijke inbedding in het landschap.
2.2
Beschrijving bestaande toestand Het perceel waarop het plan betrekking heeft, staat kadastraal bekend als gemeente Snelrewaard, sectie B, nummers 311 (figuur 2.1).
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
6
Figuur 2.1: Fragment PDOK Viewer met kadastrale grenzen
Op het perceel Willeskop 144a te Snelrewaard staat een voormalig agrarische fruitschuur met aangebouwd vijf traveeën kassen voor glastuinbouw, waarvan de laatste twee traveeën gedeeltelijk in gebruik zijn als overkapping. Achter de voormalige fruitschuur staat een bijgebouw, dat dienst deed als kantine annex kantoorruimte voor de bedrijfsvoering van de fruitteler. Tussen beide gebouwen staat een oude monumentale appelboom. Achter op het perceel zijn de restanten van de productie fruitboomgaard nog aanwezig; deze is thans niet meer operationeel. Op het perceel staan verder nog de nodige kleinere niet noemenswaardige bouwsels, zijnde een kleinere opslag, een kippenhok met loopren etc. Het perceel is middels een geasfalteerde inrit toegankelijk en wordt westelijk geflankeerd door een sloot. Het oostelijk aangrenzende perceel maakte in het verleden deel uit van de fruitteelt, echter is in het verleden al afgesplitst. Achter op het perceel is de productie fruitboomgaard reeds geamoveerd, en is voorzien in kleinschalige natuurontwikkeling in de vorm van 1650m2 struweel langs de Hollandse IJssel, enkele hagen en houtwallen, en een soortenrijk grasland van 4260m2.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
7
Figuur 2.2: Bestaande situatie Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap (AW-L)’
De hierna volgende foto’s geven een impressie van de huidige situatie.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
8
Figuur 2.3: Foto’s bestaande bebouwing
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
9
2.3
Beschrijving nieuwe situatie De beoogde ontwikkeling betreft het amoveren van de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, en het herbestemmen van het perceel naar een woonperceel. Hiertoe worden ook grote delen voormalig agrarische erfverhardingen geamoveerd en komen de aanwezige niet noemenswaardige bijgebouwtjes te vervallen. Op de plaats van de voormalige fruitschuur wordt een woning gerealiseerd, met daarachter, op de onderbouw van de voormalige kantine een bijbehorend bouwwerk, welke als berging of garage zal fungeren. Door het wegnemen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing ontstaat weer een landschappelijk doorzicht en ontstaat er een luchtige verkaveling. Dit doorzicht wordt planologisch ingebed, door een smaller bouwvlak te definiëren, dan dat het perceel breed is. Een strook met de bestemming ‘Tuin’ langs het bouwvlak, garandeert een onbebouwde strook naar achteren. Achter het woonvlak, wordt het perceel eveneens ontdaan van voormalige agrarische elementen, en wordt de nog aanwezige productie fruitboomgaard geamoveerd. Hierdoor kan landschappelijk aansluiting gevonden worden met de achterop het perceel aanwezige kleinschalige natuurontwikkeling.
De nieuwe perceelinrichting voorziet in een landschappelijke inpassing, opgesteld in samenspraak met een expert op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, waarbij wordt aangesloten bij de kernkwaliteiten van het Groene Hart, te weten openheid, weidekarakter, landschappelijke diversiteit en rust & stilte. De hoeveelheid bijgebouwen is volgens het vigerende bestemmingsplan 50 m2. Indien de compensatie/sloop van de bijgebouwen aan Oude weg 4 is uitgevoerd mag het aantal m2 van de bijgebouwen voor dit perceel vergroot worden. Het maximaal oppervlakte van de bijgebouwen bedraagt 160 m2. De extra m2 bijgebouwen vormen geen belemmeringen voor de zichtlijnen omdat er geen toename is van de totale breedte van de woning en het bijgebouw. De sloop van de bijgebouwen op de locatie aan de Oude weg 4 geeft een aanmerkelijke ruimtelijke kwaliteitswinst. “De oprit blijft op de bestaande plek aan de westkant van het perceel, dit maakt het mogelijk om de aanwezige coniferenhaag te rooien en te vervangen door een strook met een streekeigen heesterbeplanting erop. Een aantrekkelijke mix van heesters die vogels, insecten en kleine zoogdieren een brood/ nestplaats kan bieden en als foerageergebied fungeert. Tussen de weg en de woning is ruimte gecreëerd voor een waterbuffer die de piekbelastingen van hemelwater kan opvangen.
Een verlaagd deel waarvan de vrijgekomen grond gebruikt zal worden voor de grondwal. De aanwezige notenboom blijft indien mogelijk gespaard en zal zo op bestaande hoogte een soort eilandje krijgen. Achter de strook met streekeigen beplating is ruimte voor een mooie solitaire boom bij de entree, als landmark en een kleine hoogstam boomgaard ernaast. De gehele oprit wordt begeleidt door een bomenrij van linden. De knik verdwijnt uit de oprit, waardoor een zichtlijn ontstaat vanuit het bebouwingslint naar het achterland. Aan de oostzijde van het perceel komt een rij knotwilgen langs de greppel/ kleine sloot, die ook een mooie zichtlijn begeleidt vanaf de weg en vanaf de parkeerplaats van restaurant De Schans. Rondom de woning wordt de besloten tuin door een haag omarmd met een smalle strook siertuin aan de voorzijde. Achter de woning heeft de tuin het karakter van een boerenerf, met parkeerplaatsen voor auto’s en een doorlopende oprit van grind. Deze oprit komt uit bij het nieuwe bijgebouw die staat op de oude fundering van de bestaande gebouw. De oprit loopt hierlangs met een flauwe bocht naar het achterliggende landschap. Zo ontstaat er vloeiende overgang met veel gras naar het landschappelijke deel achter het erf met natuurlijk karakter, de boomgaard en het moerbosje aan de IJsseloever.
Deze erfinrichting levert straks veel woongenot op voor de bewoners, maar ook voor vogels insecten en kleine zoogdieren, met voldoende privacy, rekening houdend met het landelijke karakter van Willeskop.” [Ivor van Harten, Poldergast tuin+landschap] Aanvullend hierop een globaal advies voor streekeigen beplanting op het nieuw in te richten erf, rekening houdend met bestaande, vitale bomen en bossages.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
10
“Voorerf: Een strookl wordt aangeplant met een gemengd bosplantsoen. De groene houtwal zal straks een combinatie van functies moeten opleveren van; verminderen geluidsoverlast van de weg, bieden van privacy en aantrekkingskracht op flora en fauna. Bosplantsoen op de grondwal bestaat uit Acer campestre, Cornus sanguineum, Liguster vulgare, Rhamnus frangula en Crataegus monogyna. Een dichte heesterbegroeiing met afwisseling in bloeitijden en herfstkleuren, die beschutting biedt aan vogels, kleine zoogdieren en insecten. De notenboom blijft aanwezig en langs de slootkanten worden knotwilgen aangeplant, met een onderbegroeiing van inheemse oevervegetatie, zoals kattenstaart, moerasspirea, gele lis en waar mogelijk dotters en zwanenbloem. Straks zullen de leilinden bij de voorgevel hun functie vervullen van zonnescherm en temperatuurbuffer voor de woning. Achtererf en zijkanten: De bestaande fruitbomen op leeftijd zoals de appel en peer worden aangevuld met oude hoogstambomen van oude fruitrassen die op boerenerven vaak worden toegepast om de oogsttijd te verspreiden en houdbaarheid van het fruit te verlengen.
• Voorbeeld appelbomen; Goudreinet, Groninger Kroon, Notarisappel • Voorbeeld perenbomen; Conference en Doyenne du comice en verschillende soorten stoofperen zoals Gieser Wildeman en Saint Remy • Voorbeeld pruimenbomen Opal en Reine victoria en op een plek waar fruitbomen moeilijk groeien en er weinig zon komt kan een morel worden aangeplant. Langs de oprit komt een lindenlaantje van Tilia Cordata (winterlinde) die de route naar achteren begeleidt. De hagen bestaan voornamelijk uit Carpinus betulus en camoufleren zo de geparkeerde auto’s en geven een kader aan de tuin rondom de woning. Voor het maaibeheer zou ik nog adviseren om te kiezen voor een intensief gemaaid gazon dichtbij de woning en extensief gemaaid gras langs de buitenrand van het er zodat hier kruiden een kans krijgen.” [Ivor van Harten, Poldergast tuin+landschap]
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
11
Figuur 2.4: Te amoveren bebouwing
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
12
Figuur 2.5: Nieuwe situatie Bestemming ‘Wonen’
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
13
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van Rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.
De stedelijke ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt betreft de herbestemming in het buitengebied van een bestaand agrarisch perceel naar een woonperceel, gepaard gaand met amovering van bestaande bebouwing. Deze passende vervolgfunctie is van een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete rijksbelangen voortkomen. Het rijksbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.1.2
Barro De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het planinitiatief raakt geen rijksbelangen als genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er derhalve geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
14
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn vanaf 1 april 2021 in werking getreden. In de Provinciale Omgevingsvisie (2021) legt de provincie de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. In de Omgevingsvisie staan groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Hiermee wordt ruimte geboden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De Omgevingsvisie gaat uit van een adaptieve aanpak; het is een groeidocument, zodat flexibel kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. De Omgevingsvisie is op grond van de Omgevingswet zelfbindend voor de provincie Utrecht. Zelfbindend betekent dat de Omgevingsvisie alleen voor de provincie Utrecht verplichtingen schept. De Omgevingsvisie werkt dus niet rechtstreeks door in dit bestemmingsplan.
Gemeente Oudewater is wel gebonden aan de regels en normen die in de provinciale Omgevingsverordening worden gesteld.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Om tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht wordt er gewerkt met de Interimverordening. Op 10 maart hebben de Provinciale Staten Interim omgevingsverordening (Interimverordening of IOV) vastgesteld. De Interimverordening is vanaf 1 april 2021 in werking getreden. De Interimverordening is een tijdelijke verordening en zal een looptijd hebben tot 1 januari 2022. Dan treedt, als de Omgevingswet van kracht is, de omgevingsverordening in werking. De interim omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening en bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit bevat de interim omgevingsverordening de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. In de Interimverordening staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers, maar staan alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen.
Voor dit bestemmingsplan zijn met name de volgende uitgangspunten van belang: Cultuurhistorie De provincie richt zich in de structuurvisie op behoud en versterking van de kernkwaliteiten. Dit sluit vaak aan bij de cultuurhistorie van het landschap. De provincie wil de cultuurhistorische kwaliteiten van het agrarisch cultuurlandschap behouden, versterken en beleefbaar maken. Landelijk gebied Het plangebied is gesitueerd binnen het 'Landelijk Gebied' waarbinnen met name voorwaarden worden gesteld aan stedelijke functies. Zogenaamde verstedelijking wordt toestaan, mits dit gepaard gaat met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, de
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
15
verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar is, tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. Landschap Het plangebied valt binnen het landschap 'Groene Hart', waarvoor provincie de volgende kernkwaliteiten wilt behouden: • openheid; • (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); • landschappelijke diversiteit; • rust & stilte. De provincie heeft de kernkwaliteiten van de verschillende landschappen uitgewerkt in de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen. Het doel van de Kwaliteitsgids is het concreet maken van de kernkwaliteiten van de Utrechtse landschappen, zodat iedereen begrijpt over welke elementen het gaat. In interim omgevingsverordening zijn onder Art. 9.11 voorwaarden opgenomen welke gesteld kunnen worden bij de functiewijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar een woonfunctie met extra woningen, “ruimte-voor-ruimte”. Middels de verordening kan provincie deze voorwaarden laten doorwerken naar het gemeentelijke niveau. Het plangebied Willeskop 144a te Snelrewaard is aangeduid als 'Landelijk gebied' en valt in het Groene Hart. De voormalige bedrijfsactiviteiten vallen onder de noemer agrarisch bedrijf in het landelijk gebied.
De vervolgfunctie naar wonen gaat uit van genoemde wijzigingsbevoegdheid, welke op onderhavig perceel middels “ruimte-voor-ruimte” voorziet in een extra wooneenheid, een en ander gepaard gaand met het amoveren van voldoende sloopmeters aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, te weten 801m2, en voorzien in een landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Verder worden omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. Vanuit provinciaal beleid zijn er derhalve geen beperkingen aan voorgestelde planontwikkeling.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
16
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Oudewater 2005 De structuurvisie geeft de koers aan voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte en middellange termijn en op de lange termijn (2015-2025). Hoewel deze visie inmiddels al enigszins is gedateerd, biedt deze visie nog steeds het ruimtelijk kader voor de gewenste gebiedsgerichte uitwerkingen op gemeentelijk schaalniveau. Lopende projecten worden met elkaar in verband gebracht en nieuwe projecten worden ingezet. De structuurvisie heeft de volgende functies: • de visie biedt een integraal en samenhangend ontwikkelingskader voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van Oudewater; • het is een toetsingskader voor de ontwikkeling van deelprojecten; • het zorgt voor communicatie, overleg en afstemming van het beleid op verschillende schaalniveaus, tussen zowel rijk, provincie en de gemeente, als de communicatie tussen het gemeentebestuur en de bevolking. De herbestemming van de agrarische functie naar wonen en het realiseren van een nieuwe woning met bijbehorende erfbebouwing, gepaard gaande met amovering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en verhardingen voorziet in een verbetering van landschappelijke kwaliteiten. Er vindt geen verdere verdichting van de bebouwing plaats. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Structuurvisie.
3.3.2
Bestemmingsplan “Landelijk gebied Oudewater & Willeskop” Ter plaatse van de plangebieden geldt het bestemmingsplan "Landelijk gebied Oudewater & Willeskop". Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad op 4 juli 2011. In de regels van het vigerende bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het agrarische bouwperceel onder ‘Agrarisch met waarden – Landschap (AW-L) te wijzigen in de bestemming ‘Wonen-1 (W-1)’. Gelet op de kwaliteitsverbetering op locatie door het wegnemen van alle voormalige agrarische bebouwing zijnde 801m2 aan bebouwd oppervlak, het amoveren van grote hoeveelheden voormalig agrarische verhardingen en de landschappelijke inpassing van de nieuwe bouwplannen en erfinrichtingen, heeft gemeente onder voorwaarden toch besloten, in principe medewerking te verlenen, aan voorgestelde herbestemming en herinrichting van onderhavig perceel, omdat de ruimtelijke kwaliteit in voldoende mate verbetert. Door het wegnemen van alle voormalige agrarische bebouwing zijnde 801m2 aan bebouwd oppervlak wordt voldaan aan de vereiste sloopopgave, zijnde 750m2, waardoor in lijn met de regeling ‘ruimte voor ruimte’ een extra wooneenheid op locatie kan worden gerealiseerd. Een en ander is opgenomen in een inrichtingsplan opgesteld door een expert op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, welke als bijlage in dit bestemmingsplan is toegevoegd.
3.3.3
Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Oudewater heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: • karakteristiek van de bestaande bebouwing; • openbare ruimte; • landschap; • stedenbouwkundige context; • massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling;
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
17
•
samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen).
De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke gebiedscriteria opgesteld. Het plangebied is in de gebiedsgerichte criteria aangemerkt als ‘Dijklint (H4)’; 'Dijklint – Landelijk (H4.3)'. Het welstandsniveau is hier 'plus'. Na verdere uitwerking van de nieuw te realiseren woning zal bij welstandszitting door MooiSticht het ontwerp worden beoordeeld. Eventuele door de welstandcommissie gemaakte opmerkingen zullen worden overgenomen.
Figuur 3.1: Uitsnede plankaart welstandsnota Gemeente Oudewater
3.3.4
Duurzaam bouwen De duurzame ambitie van Oudewater is in het Coalitieprogramma 2018-2022 omschreven als het reduceren van de CO2-uitstoot in 2030 met 50% t.o.v. 1990. Met deze ambitie volgt Oudewater de landelijke ambities. Het is onwenselijk om nog woningen te bouwen die niet kunnen voldoen aan de duurzaamheidsopgave. Er worden geen woningen meer gebouwd die niet aan de gestelde bouweisen in het duurzaamheidsbeleid voldoen. Er worden daarom slechts nog vergunning verstrekt voor de bouw van nieuwbouwwoningen die energie-neutraal zijn of dat met kleine aanpassingen kunnen worden. Dit houdt in dat tijdens het ontwerp en de bouw van woningen reeds rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid tot plaatsing van duurzame oplossingen zoals zonnepanelen, een warmtepomp et cetera. Het doel hiervan is om voortaan slechts nog gasloze, nul-op-de-meter nieuwbouw te realiseren. Om dit te bereiken wordt een duurzaamheidstoets in de bouwvergunning opgenomen. Gasloze woningbouw wordt de norm. De te realiseren woning zal gasloos worden uitgevoerd door toepassing van een hoogwaardig geïsoleerde buitenschil en een duurzame energievoorziening. Hierbij zal worden aangesloten bij de systematiek van GPR gebouw, waarbij de minimumdoelstellingen per thema (milieu, energie, toekomstwaarde, gebruikskwaliteit en gezondheid) van 7 wordt gehanteerd.
De uitvoering volgt hiermee de duurzame ambities van Gemeente Oudewater.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
18
4
Omgevingsaspecten De uitvoerbaarheid van een plan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.) Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.‐beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D‐lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De herbestemming van onderhavige planlocatie en het realiseren van een woning kan worden aangemerkt als “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D11.2)”. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen m.e.r.‐beoordeling noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven‐ en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora‐ en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling niet zinvol wordt geacht. Het besluit om op basis van deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling geen verder onderzoek te doen in het kader van het Besluit m.e.r. is een afzonderlijk collegebesluit dat voorafgaand aan of gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning zal worden genomen.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
19
4.1.2
Bodem In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij herinrichtingsituaties is doorgaans een bodemonderzoek noodzakelijk in het kader van de Woningwet. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Om een uitspraak te kunnen doen over de milieukundige situatie ter plaatse is ervoor gekozen een historisch bodemonderzoek uit te voeren op basis van de richtlijnen van de NEN 5725. Dit onderzoek is uitgevoerd door Lawijn Advies & Management te Polsbroek (rapportnr. 19.4085-A1, d.d. 29 juni 2020). Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten bestaat, conform de richtlijnen van de Wet Bodembescherming, geen aanleiding tot nader onderzoek. De verkregen resultaten geven geen milieutechnische bezwaren voor het afgeven van een omgevingsvergunning. Indien bij de herinrichting van de locatie grond of verhardingsmateriaal zal vrijkomen, dient er rekening mee te worden gehouden dat hiervoor beperkte hergebruikmogelijkheden bestaan.
De toepassingsmogelijkheden voor dit materiaal op een andere locatie dienen te worden bepaald aan de hand van de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit en/of de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Oudewater (regio Noordwest Utrecht). Betreffende bodemrapportage is als bijlage toegevoegd.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
20
4.1.3
Luchtkwaliteit Wettelijk kader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Tabel 4.1: Grenswaarden maatgevende stoffen. stof toetsing van grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde 60 µg/m3 (NO2) concentratie fijn stof (PM10)1) jaargemiddelde 40 µg/m3 concentratie 24-uurgemiddelde max.35keer per jaar Vanaf 11 juni 2011 concentratie meer dan ìg/m3 fijn stof (PM2,5)1) jaargemiddelde 25 µg/m3 concentratie
geldig vanaf 2015 vanaf 11 juni 2011
vanaf januari 2015
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing
(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007)
Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBMbijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (afgekort NSL) is de kern van de Wet luchtkwaliteit. Doel van het NSL is: 1. Negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; 2. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren door tijdig aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen. Het NSL is een bundeling van de regionale actieprogramma's en de Rijksmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
Het NSL bevat enerzijds maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en anderzijds ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren. Het NSL brengt deze twee aspecten in evenwicht. Het Rijk coördineert het nationale programma. Het Rijk maakt met provincies en gemeenten afspraken over toetsbare resultaten; in de gebieden moeten de normen voor luchtkwaliteit stap voor stap dichterbij komen. De overheden kunnen op die resultaten worden afgerekend. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en Ministeriële Regelingen (mr) die gelijktijdig met de 'Wet luchtkwaliteit' in werking zijn getreden, waaronder de AMvB en Ministeriele Regeling niet in betekenende mate (afgekort NIBM).
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
21
AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en /of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 μg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. De AMvB en Regeling “niet in betekenende mate” bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd: • Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. • Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
• Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Tevens is in artikel 5 van het Besluit NIBM een anticumulatiebepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM-criterium als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. Onderhavige herbestemming voldoet aan beide criteria; nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is in onderhavig geval dan ook niet noodzakelijk. De WHO en de GGD hanteren advieswaarden voor fijnstof (PM10) van 20 µg/m3 en voor fijnstof (PM2,5) van 10 µg/m3 hetgeen lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Uit figuur 4.1 blijkt dat op onderhavige locatie aan de advieswaarde wordt voldaan.
Uit figuur 4.2 blijkt dat de advieswaarde reeds nog wordt overschreden. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). De huidige waarde wordt vooralsnog gezien als acceptabele concentratie. De vanaf 2009 zichtbare daling in concentratie PM2,5 geeft een positieve prognose op het behalen van de advieswaarde in de nabije toekomst. Een goed woon- en leefklimaat is derhalve op onderhavige locatie voldoende geborgd.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
22
Figuur 4.1: Concentratie fijn stof (PM10) (bron RIVM)
Figuur 4.2: Concentratie fijn stof (PM2,5) (bron RIVM)
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
23
4.1.4
Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh | per 01-04-2012): - woningen; - geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft); - andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Planspecifiek De meest relevante weg in de directe omgeving van het plangebied (binnen een zone van 200 meter) is de provincialeweg N228, waar ter plaatse de maximumsnelheid geldt van 60 km/h. De Oudeweg ligt op ca. 125m afstand van het plangebied en kent eveneens een maximumsnelheid van 60 km/h.
Bij verandering van een bestemmingsplan waarbij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd, moet er getoetst worden aan de Wet geluidhinder. Hierbij moeten alle gezoneerde wegen worden meegenomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen ook de 30 km/uur wegen te worden meegenomen. Het plangebied ligt in de zone van de provincialeweg N228 en de Oudeweg. Beide wegen hebben een maximumsnelheid van 60 km/uur. Door SPAWNP te Ede is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (rapportnummer 22000109.R01, d.d. 17 april 2020). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woning ten gevolge van het verkeer op de N228 hoger zal zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB, echter de maximale ontheffing van 53 dB wordt niet overschreden. Gezien de situatie en de berekende waarden zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om de geluidbelasting bij de nieuwe woning te reduceren tot maximaal 48 dB (de voorkeurswaarde). Om deze woning te kunnen realiseren moet de gemeente Oudewater hogere waarden tot 53 dB, ten gevolge van het wegverkeerslawaai vaststellen en vastleggen in het kadaster. Ook wordt er voldaan aan de inspanningsverplichtingen uit het gemeentelijk geluidbeleid ten aanzien van de geluidluwe zijde en de buitenruimte.
Bij de realisatie van de nieuwe woning moet rekening gehouden worden met de “30% indelingseis” uit het gemeentelijke geluidbeleid. Dit houdt in dat minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden samen aan de geluidsluwe gevel wordt gesitueerd. Voor deze woning geldt dat de noord- en oostgevel geluidluw zijn. [SPAWNP]. Betreffend akoestisch onderzoek is als bijlage toegevoegd.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
24
4.1.5
Bedrijven en milieuzonering Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Van een 'rustig buitengebied' is sprake wanneer er in de nabijheid vrijwel geen andere functies voorkomen. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd.
Onderzoek/ beoordeling Sprake is van een rustig buitengebied, omdat er sprake is van een beperkte functiemenging en het perceel niet aan een grote doorgaande weg is gesitueerd. De richtafstanden gelden voornamelijk voor het onderdeel geluid. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 4.1 vermeld. Tabel 4.1: Richtafstanden en omgevingstype. Richtafstand tot Milieucategorie omgevingstype rustig buitengebied 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
Met behulp van het inrichtingenbestand is geïnventariseerd welke bedrijven relevant kunnen zijn voor de geplande woonfunctie. Voor het bepalen van de milieuzones is uitgegaan van de afstandsnormen op basis van de VNG-richtlijn. Voor de functiewijziging zijn de volgende nabijgelegen bedrijfsmatige (agrarische) activiteiten relevant: Tabel 4.2: Overzicht nabijgelegen milieubelastende activiteiten. Aard Bedrijf Adres Richtafstand rustig buitengebied Melkrundveehouderij Melkrundveehouderij Paardenhouderij Melkrundveehouderij Melkrundveehouderij Melkrundveehouderij Horeca Cat. 2 Melkrundveehouderij Bedrijven Cat. 1-2
Oudeweg 8-8a Waardsedijk 44 Waardsedijk 50 Willeskop 77a Willeskop 81 Willeskop 8585a-85b Willeskop 87 Willeskop 97 Willeskop 103
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
50m 50m 50m 50m 50m 50m
Werkelijke afstand (bouwblokgrens en gevoelig object) 320m 360m 200m 555m 290m 190m
10m 50m 30m
75m 50m 225m 25
Intensieve veehouderij Melkrundveehouderij
Willeskop 105
50m
320m
Willeskop 107
50m
405m
Een melkveehouderij valt onder de noemer milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50m in zowel rustig-, als gemengd gebied. Hiervoor is de het Activiteitenbesluit van toepassing (zie hierna). Een intensieve veehouderij valt onder de noemer milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50m in zowel rustig-, als gemengd gebied. Hiervoor is de het Activiteitenbesluit van toepassing (zie hierna). Een paardenhouderij valt onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter in een rustig gebied. Een bedrijf vallend onder milieucategorie 1-2 heeft een richtafstand van 30 meter in een rustig gebied. Een horecabedrijf categorie 2 heeft een richtafstand van 10 meter in een rustig gebied. Voor het overige zijn er geen milieubelastende activiteiten in de directe omgeving.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
26
Wet geurhinder en veehouderij Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij gelden er voor veehouderijbedrijven afstanden die in het kader van de milieuvergunningverlening moeten worden aangehouden tussen een veehouderij en milieugevoelige functies. Niet vergunningsplichtige bedrijven dienen te voldoen aan het bepaalde in het Activiteitenbesluit. Voor een woning buiten de bebouwde kom tot een veehouderij geldt een afstand van 50 meter. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook plannen die milieugevoelige functies mogelijk maken worden getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Tevens moet beoordeeld worden of het bedrijf niet onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is van toepassing op o.a. melkveehouderijbedrijven waar niet meer dan 200 stuks melkrundvee (exclusief vrouwelijk jongvee) worden gehouden en bij opslag van vaste mest. Het Activiteitenbesluit bevat voorwaarden die bepalen of een inrichting wel of niet onder het Besluit valt. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op het aantal dieren, de afstand tot een kwetsbaar gebied, de afstand tot gevoelige objecten en de aard en capaciteit van stoffen die worden op- en overgeslagen.
Indien niet aan de minimale afstanden wordt voldaan, is het bedrijf in overtreding; er dient dan gehandhaafd worden. De minimale afstanden zijn weergegeven in tabel 4.3. Naast de in de tabel genoemde afstanden gelden minimale afstanden tot opslagen van mest, afgedragen gewassen en dergelijke. Tabel 4.3 Minimale afstanden landbouwbedrijven. Inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden minimumafstand binnen de bebouwde kom
100 m
minimumafstand buiten de bebouwde kom
50 m
Bij het toelaten van nieuwe gevoelige functies en de nieuwbouw of uitbreiding van agrarische bedrijven dient rekening te worden gehouden met (afstands)normen ten aanzien van landbouwbedrijven. Op grond hiervan dient een afstandsnorm van 50 meter te worden aangehouden, omdat het plangebied buiten de bebouwde kom ligt. De afstand kan met 25 meter worden verminderd, wanneer de gemeente een Geurverordening vaststelt op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (afgekort Wgv). Planspecifiek Een goed woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de richtlijnen vanuit de Handreiking bedrijven en milieuzonering. Hierbij wordt uitgegaan van de bouwklokgrens van het bedrijf en de gevel van het geurgevoelig object. De afstand van het bedrijf met categorie 1-2 te Willeskop 103 tot aan het voorgestelde bouwblok met bestemming ‘Wonen” behorend bij de onderhavige planlocatie is 225m; de richtafstand in de Handreiking is 30m. Een goed woon- en leefklimaat kan in deze nieuwe situatie worden gegarandeerd. De afstand van de paardenhouderij te Waardsedijk 50 tot aan het voorgestelde bouwblok met bestemming ‘Wonen” behorend bij de onderhavige planlocatie is 200m; de richtafstand in de Handreiking is 50m. Een goed woon- en leefklimaat kan in deze nieuwe situatie worden gegarandeerd.
De melkveehouderijen en intensieve veehouderij aan de Waardsedijk, de Oudeweg en te Willeskop vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. De vereiste afstand van de grens van het bouwblok tot de gevel van een geurgevoelig object moet buiten de bebouwde kom ten minste 50m bedragen. In dit geval bedraagt de afstand meer dan 50m, en wordt dus voldaan aan de vereiste afstand.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
27
Voor de bouw van een woning aan de Willeskop 144a in Oudewater is door SPAWNP te Ede een onderzoek uitgevoerd naar de geurbelasting vanwege de veehouderij aan de Willeskop 105 (rapportnummer 22000479.R01, d.d. 13 november 2020). Op basis van de resultaten volgt dat ter plaatse van de nieuwbouw binnen het plangebied een goed woon- en verblijfsklimaat gerealiseerd kan worden. De berekende geurbelasting bij de geurgevoelige locatie is als een ‘zeer goed’ woon- en verblijfsklimaat aan te merken. Gelet op het voorgaande kan geredeneerd worden dat de veehouderij in kwestie, door realisatie van het plan niet in haar ontwikkeling en/of belangen wordt geschaad. [SPAWNP]. Betreffend onderzoek Wet geurhinder en veehouderij is als bijlage toegevoegd.
W
50 meter
Figuur 4.3: Uitsnede bestemmingsplankaart “Landelijk Oudewater & Willeskop” Indicatief weergegeven bestemmingsvlak “Wonen (W)”
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
28
W
Figuur 4.4: Uitsnede bestemmingsplankaart “Buitengebied 2012 Montfoort” Indicatief weergegeven bestemmingsvlak “Wonen (W)”
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
29
4.1.6
Externe veiligheid Het hoofdstuk “externe veiligheid” belicht meerdere aspecten die de herbestemming van de planlocatie naar “Wonen” aangaan. Hier wordt puntsgewijs verder op in gegaan. Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten kunnen bestaan uit het opslaan, verwerken of transporteren van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten kunnen een risico veroorzaken voor de leefomgeving. Daarnaast worden de risico's van het opstijgen en landen op vliegvelden ook onder het thema externe veiligheid gevangen. De risico's worden uitgedrukt in twee risicomaten; het plaatsgebonden risico (hierna: PR) en het groepsrisico (hierna: GR). Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of dit plan is gelegen binnen het invloedgebied van een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Daarnaast wordt gekeken of het plan ligt binnen het invloedgebied van de transportroute (weg, spoor, water of buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen (o.a. LPG en benzine) worden vervoerd.Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van de PR: Rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; Langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Risico’s verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is opgenomen, dat voor iedere toename van het GR een verantwoordelijkheidsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Risicokaart Utrecht De risicokaart Utrecht geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Risicokaart (figuur 4.5) is vermeld dat in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gevestigd.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
30
4,5km
2km
Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart Nederland (plangebied met blauwe punt aangeduid) met bijbehorende afstanden tot risicovolle inrichtingen en transportroutes. De Willeskop (N228)
Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Op 2 km afstand van het plangebied is een LPG station gelegen (Tankstation de Rolaf, Damweg 2 te Oudewater). Het maatgevende scenario betreft een explosief scenario. Het projectgebied is niet gelegen binnen de PR 10-6 contour van deze inrichting. Er zijn in de directe nabijheid van het plangebied derhalve geen risicovolle bedrijven gevestigd. Er zijn voor wat betreft risicovolle inrichtingen geen beperkingen voor de planlocatie. Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedgebied van de transport as, dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Transport over water Er liggen in de directe omgeving van het plangebied geen vaarwegen met een route gevaarlijke stoffen. De gekanaliseerde Hollandse IJssel vormt geen route gevaarlijke stoffen. Er zijn derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Transport over spoor Er vindt ten noorden van het projectgebied, vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor. Het vervoer vindt plaats over het spoortraject Gouda – Harmelen.
Het projectgebied ligt niet binnen de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied van het spoor. Het invloedsgebied van het spoortraject reikt tot een afstand van meer dan 4 kilometer. Het projectgebied is gelegen op circa 4,5 kilometer valt daarmee buiten het invloedsgebied van het spoortraject. Het projectgebied ligt buiten 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico en een beknopte verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk is.
Herbestemmen perceel Willeskop 144a Snelrewaard
31
Wegtransport Het plangebied is gelegen aan de provinciale weg N228 (Willeskop), deze weg wordt niet aangemerkt als transport routes gevaarlijke stoffen volgens de Risicokaart Nederland maar volgens de gemeentelijke routering wordt deze wel als zodanig aangemerkt. Het plangebied ligt op 35m. van deze transport route en bevind zich in het invloedsgebied van een explosiescenario. Verder liggen er in directe omgeving geen andere wegen, die kunnen worden geclassificeerd als transportroute gevaarlijke stoffen. Krachtens artikel 8 lid 2 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van de beperkte verantwoording van het groepsrisico zijn een beschouwing van de aspecten ‘bestrijdbaarheid’ (bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen) en ‘zelfredzaamheid’. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen.
Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het projectgebied wordt ontsloten via de Willeskop (N228). Het wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan een mogelijke brand via meerdere aanvalswegen worden geblust. Het wegennetwerk biedt daarnaast vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het projectgebied bestaan uit één woning. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Bij een explosiescenario is zelfredzaamheid alleen mogelijk als tijdig alarmering plaatsvindt. Daarnaast dienen in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico’s en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Zoals het sluiten van ramen en deuren en het afsluiten van (mechanische) ventilatiesystemen dient af te sluiten. de ontwikkeling aan de Willeskop 144a kan worden uitgegaan dat de aanwezige personen voldoende zelfredzaam zijn.