CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

2023.03.04.advies [advocatenkantoor] koopgarant Oranje Bolwerck.def (geanonimiseerd).pdf

Forum Ruimte 30 januari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Raadsinformatiebrief KoopGarant-regeling Oudewater, afweging wel of geen BV (123340)14.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

heeft bij privaatrechtelijk handelen van overheidslichamen en in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. 73.

Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van onroerende zaken, (ii) de selectieprocedure,

24199

(geanonimise rd) (ïüi) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand

aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen

door

informatie over deze aspecten bekend te maken. Dat dient op een zodanige wijze te

geschieden dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Uitzondering 74.

De mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen

dat op grond van objectieve, toetsbare en

redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. Toepassing 75.

Het

is

Didam-arrest op deze casus

geen

discussiepunt

mededingingsruimte

bij

de

dat

de

uitzondering

Koopgarantregeling

koopwoningen die worden aangeboden

voor

niet

van

het

bieden

toepassing

is:

van

voor

(ver) onder de marktprijs zijn hoe dan ook

meerdere gegadigden. De algemene groep van starters binnen de Gemeente kunnen

niet als ‘enige’ serieuze gegadigde kwalificeren, alleen al omdat voor de uitzondering vereist

is dat

slechts

één

partij

in aanmerking

komt

voor

de

aankoop

van

de

betreffende woning. Daar is bij een groep gegadigden geen sprake van. 76.

Omdat (vrijwel) altijd sprake zal zijn van meerdere gegadigden voor een appartement in Oranje Bolwerck

objectieve,

is het noodzakelijk dat de Gemeente

in haar beleidsregels (a)

(b) toetsbare en (c) redelijke criteria vaststelt voor de verkoop van de

appartementen om het gelijkheidsbeginsel te waarborgen.

Het Didam-arrest strekt

ertoe willekeur en favoritisme bij de verkoop van onroerend goed van overheden tegen te

gaan.

Het

selecteren

die

vaststellen

van

voor

woning

de

objectieve

en

toetsbare

— aangeboden

via de

criteria

om

een

koper

Koopgarantregeling

aanmerking komt moet relatief eenvoudig zijn en de Gemeente

te

— in

komt beleidsvrijheid

toe om dergelijke criteria te formuleren. Onder meer de volgende criteria lijken zonder meer objectief en toetsbaar: a.

Bewoners binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oudewater;

b.

Bewoners die economisch verbonden zijn met de gemeente Oudewater (hoewel

de

term

economische

verbondenheid

veel

minder

strikt af te

bakenen is dan ingezetenen van de gemeente Oudewater);

c. d.

Starters onder (bijv.) de 35 jaar; en Inwoners van de Gemeente met

een

inkomen

onder

een

bepaalde,

specifieke inkomensgrens. 77.

Aanvullende/andere

criteria zijn uiteraard ook denkbaar.

Van

belang

is dat deze

criteria goed worden gemotiveerd (waarom is gekozen voor specifiek deze criteria en

25199

(geanonimise rd) vereisten om in aanmerking te komen voor een woning?) en idealiter wordt door de Gemeente

bij

het

formuleren

van

deze

criteria

verwezen

naar

bestaande

beleidsdoelstellingen voor huisvesting (voor starters). Over de motivering van deze

criteria moet goed worden nagedacht: als in een juridische procedure de rechter proeft dat met vastgestelde criteria in feite een doelredenering bepaalde,

gewenste

partijen

met

uitsluiting

van

wordt aangehouden anderen

(zonder

om

goede

rechtvaardiging) in aanmerking te laten komen, dan bestaat de kans dat een verkoop met een beroep op het Didam-arrest ongedaan gemaakt kan worden. 78.

Een potentiële valkuil die de Koopgarantregeling niet ‘Didam’-proof maakt betreft het vereiste van redelijke criteria. Inwoners van gemeenten

rondom

(of ver buiten) de

gemeente Oudewater zullen ongetwijfeld ook interesse hebben om de appartementen

in Oranje Bolwerck te kopen van de gemeentelijke B.V. Door de woningschaarste — zeker op de startersmarkt — zijn starters ook op zoek naar woningen die buiten hun huidige

woonplaats

gegadigden

van

gelegen

buiten

zijn.

Het

is

de gemeentegrenzen

niet

onrealistisch

via de

dat

rechter zullen

teleurgestelde

proberen

de

verkoop van de woning aan een ingezetene van de Gemeente ongedaan te maken met een beroep op het Didam-arrest. De vraag zal dan vooral zijn of het redelijk is dat

de Gemeente bij voorkeur de woningen verkoopt aan personen die binding hebben met de gemeente Oudewater. Een gebrekkige motivering van de criteria maakt op dit punt mogelijk het verschil. De Gemeente zal het ‘voortrekken’ van haar eigen inwoners

t

derden buiten haar gemeentegrenzen dus goed moeten motiveren. De enkele

motivering dat sprake is van schaarste van betaalbare woningen voor starters en/of ‘Oudewaternaren’

met een lager inkomen

lijkt op voorhand

onvoldoende:

dat geldt

immers voor vrijwel heel Nederland. Een argument dat pleit voor de Gemeente en haar beleid op dit punt is vooral dat de Gemeente het verkopen van woningen met een substantiële korting enkel zal willen doen voor haar eigen inwoners: het is immers

gemeenschapsgeld van de Gemeente dat wordt ingezet om betaalbaar wonen voor haar inwoners

mogelijk te maken.

Daarnaast

vertegenwoordigt

de Gemeente

belangen van haar eigen inwoners en is er zeer waarschijnlijk reeds genoeg

de

animo

van starters binnen de Gemeente voor deze woningen. Vanuit deze invalshoeken is goed pleitbaar dat de gehanteerde criteria redelijk zijn. Een garantie dat de Koopgarantregeling in casu stand zal houden geven wij overigens niet: de rechtspraak

is op dit punt nog in ontwikkeling en het aantal Didam-zaken volgen elkaar snel op. Dat laat onverlet dat wij zeker goede kansen zien dat de Koopgarantregeling ‘'Didam’proof kan worden gemaakt.

Uit de huidige stand van de jurisprudentie volgt niet dat

26199

(geanonimise rd) een constructie zoals de Koopgarantregeling strijdig zou zijn met het Didam-arrest.?! In

tijjden

van

woningnood

is

bovendien

veel

te

zeggen

voor

gemeentes

die

eigenhandig proberen dit probleem op te lossen voor (een deel van) haar inwoners.

79.

Naast dat de Gemeente (1) objectieve, toetsbare en redelijke criteria moet opstellen op basis

waarvan

de

koper wordt

geselecteerd,

moeten

(2) de

gegadigden

tijdig

geïnformeerd worden over de selectieprocedure en de criteria die gelden. Het is zaak om ruim vóór de verkoop van de eerste woningen de gehele selectieprocedure op orde te hebben met bijbehorende beleidsregels, zodat de Gemeente voldoet aan de

vereiste transparantie. De vormgeving van de selectieprocedure is van groot belang: kan iedereen zich aanmelden

voor de aankoop

mensen

Oudewater),

buiten

de

gemeente

van de betreffende woning

maar

wordt

voorrang

(ook

gegeven

aan

gegadigden die aan de criteria voldoen of wordt gegadigden van buiten de Gemeente bij voorbaat uitgesloten van deelname etc.? Een selectieprocedure op basis van loting is toegestaan,

aldus

de

rechtbank

Gelderland

onder

verwijzing

naar

het Didam-

arrest.22 Wij adviseren om de selectieprocedure in beginsel toegankelijk te maken voor iedereen,

maar

dat

bij

invulformulier

antwoorden

toepasselijke

criteria.

de

aanmelding

moeten

Vervolgens

potentiële

gegadigden

geven

op

vragen

die

wordt

een

selectie

gemaakt

zijn

via

(bijv.)

gebaseerd

tussen

op

een de

potentiële

gegadigden die aan alle criteria voldoen en diegenen waarvoor dat niet — of in mindere mate — geldt. Binnen de eerste groep wordt vervolgens geloot (door een notaris). Stel

dat op enig moment

geen gegadigden

meer beschikbaar

zijn die aan alle criteria

voldoen (dat lijkt niet goed voorstelbaar), dan kan altijd nog worden teruggevallen op de volgende groep van gegadigden.

2

Het vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 15 december 2022 volgt dat

niet anders

omdat het daar specifiek ging om uitgifte van woonwagenstandplaatsen en de vraag of n dat kader bindingseisen mogen worden gesteld. Het woonwagenstandplaatsenbeleid werd minder “gemeentelijk” geacht dan de gemeente in die kwestie voor ogen stond en de kantonrechter oordeelde in die zaak dat het stellen van bindingseisen voor de uitgifte van een woonwagenstandplaats niet correct was, met name gelet op de bijzondere positie van woonwagenbewoners. 2 Rb. Gelderland 22 februari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:795, rov. 5.15: “Uit de voorwaarden van

de 2e uitgifteprocedure blijkt dat de Ioting toegankelijk is voor geïnteresseerden en dat een notaris de [oting voltrekt, de inschrijvers rangnummers toekent en de rangordelijst opstelt. De methode is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldoende objectief en toetsbaar en elke geïnteresseerde heeft evenveel kans om te worden ingeloot, waardoor aan het gelijkheidsbeginsel is voldaan. [eisers] hebben aangevoerd dat bij loting sprake is van een overtreding van het verbod op willekeur, maar daarmee

miskennen zij dat een Ioting weliswaar een willekeurige uitkomst heeft, maar dat de gemeente daarmee niet willekeurig van haar bevoegdheden gebruik maakt”

27199

(geanonimise rd) vL.

Staatssteun

en de Wet

M&O

80.

De verkoop van appartementen aan een specifieke doelgroep binnen de Gemeente

zal middels de koopgarantregeling geschieden voor een waarde die lager is dan de marktwaarde. De vraagt die voorligt is of de gemeentelijke B.V. de appartementen met een

lagere

marktwaarde

kan

verkopen

zonder dat sprake

is van

(onrechtmatige)

staatssteun. Ter beantwoording van deze vraag zal onderstaand een juridisch kader uiteengezet worden, aan de hand waarvan wordt beoordeeld of al dan niet sprake is van (ongeoorloofde) staatssteun. Ook wordt aandacht besteed aan de toepassing van de Wet Markt & Overheid.

Juridisch kader staatssteun 81.

Op grond van art. 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

is sprake van staatssteun

indien aan de volgende

voorwaarden

is

voldaan:

}

De steun

wordt verleend

aan

een

onderneming

die een

economische

activiteit verricht;

j)

De steun wordt door staatsmiddelen bekostigd;

ii)

Deze

staatsmiddelen

verschaffen

de

onderneming

een

economisch

voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen (nonmarktconformiteit);

iv)

De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen of een specifieke sector/regio;

v)

De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en kan leiden tot een

ongunstige

beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU

(interstatelijk

effect). 82.

De bovenstaande criteria zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan

alvorens sprake is van staatssteun.

Staatssteun

is in beginsel

verboden, tenzij sprake is van een uitzondering. 83.

Op

grond

overheden

van

art. 108 zoals

lid 3 VWEU

gemeenten)

geldt voor een

lidstaten

(waaronder

meldingsplicht

voor

decentrale

voorgenomen

steunmaatregelen bij de Europese Commissie. De Europese Commissie zal de voorgenomen steunmaatregel toetsen om te bezien of deze maatregel inderdaad staatssteun behelst. Gedurende

de toetsing van de Europese

Commissie en totdat

positief is geoordeeld over de geoorloofdheid van de steunmaatregel, geldt een zogenaamde standstill-verplichting, op grond waarvan de lidstaat gehouden is geen

28199

(geanonimise rd) uitvoering

te geven

aan

de

voorgenomen

steunmaatregel

totdat

de

Europese

Commissie goedkeuring heeft gegeven. 84.

Een

voordeel

in

de

zin

van

art.

107

VWEU

is

een

economisch

voordeel

dat

de

onderneming onder normale marktvoorwaarden, dus zonder overheidsingrijpen, niet had kunnen verkrijgen. Alleen de gevolgen voor de onderneming zijn relevant, niet het

doel van de maatregelen. Bovendien geldt dat niet alleen het verlenen van positieve economische voordelen (bijv. een geldelijke bijdrage) kwalificeren als voordeel in de zin

van

art.

107

VWEU.

Ook

het

verlichten

van

economische

lasten,

zoals

het

kwijtschelden van schulden, treffen van gunstigere belastingmaatregelen of aankopen van onroerend goed tegen een hogere prijs,

kan een voordeel zijn in de zin van art.

107 VWEU.

Toepassing 85.

staatssteunrecht op deze casus

In het voorliggende

Gemeente

geval

is sprake

van

wenst immers

woningen

onder de marktwaarde

selectieve/specifieke doelgroep. aangezien

de

Gemeente

een

selectief economisch

voordeel.

te verkopen

Dit voordeel wordt door staatsmiddelen

hierdoor

minder

inkomsten

verwerft

dan

aan

De

een

bekostigd

het geval

was

geweest bij verkoop van de appartementen voor een marktconforme prijs. 86.

Om te spreken van staatssteun in de zin van art. 107 lid 1 VWEU

is echter vereist dat

dit selectieve economische voordeel uit staatsmiddelen wordt verstrekt aan een (of meer) onderneming(en). Als ondernemingen binnen het staatssteunrecht kwalificeren alle entiteiten die economische activiteiten verrichten, ongeacht vorm of status naar

nationaal recht. Indien de appartementen onder de marktwaarde worden verkocht aan particulieren, is in beginsel geen sprake van staatssteun. Er wordt dan immers niet aan de cumulatieve

87.

vereisten

van art. 107 lid t VWEU

voldaan.

Ook in geval van de terugkoop van de appartementen marktconform

voor een

prijs welke niet-

is, c.q. een economisch voordeel verschaft uit staatsmiddelen aan de

verkopende partij, geldt dat geen sprake is van staatssteun mits het appartement door de gemeentelijke B.V. wordt teruggekocht van een particulier. 88.

In de relatie tussen de gemeentelijke B.V. en de particulier is gelet op het voorgaande geen sprake van staatssteun. Aandacht verdient echter ook de relatie tussen de Gemeente en de gemeentelijke B.V. Indien de gemeentelijke B.V. een onafhankelijke

onderneming is die actief is op een concurrerende markt (zoals de woningmarkt) waar deze concurreert met andere (commerciële) ondernemingen, is mogelijk sprake van staatssteun bij bevoordeling van de gemeentelijke B.V. ten opzichte van de overige

20109

(geanonimise rd) marktspelers. De gemeentelijke B.V. kwalificeert dan immers als onderneming in de zin van het staatssteunrecht aangezien economische activiteiten verricht in de vorm van het aanbieden en terugkopen van vastgoed middels een koopgarant regeling. 89.

Of in de verhouding tussen de Gemeente en de gemeentelijke B.V. sprake is van staatssteun, is afhankelijk van de mate van zeggenschap die de Gemeente

heeft en

uitoefent in de gemeentelijke B.V. Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie volgt dat sprake is van een economische indien

een

entiteit

met

een

eenheid tussen ondernemingen

zeggenschapsdeelneming

in een

vennootschap

de

zeggenschap daadwerkelijk uitoefent.2 Uitoefenen van zeggenschap kan door zich direct of indirect met

het bestuur van

zeggenschap

volgen

kan

ook

de vennootschap

uit onder

andere

de

bezig te houden,

uitoefening

van

maar

identieke

of

parallelle economische activiteiten, ontbreken van economische zelfstandigheid van de betrokken vennootschap, het bestaan van organisatorische en functionele banden

of relevante contractuele bedingen.2* De entiteit met zeggenschapsdeelnemingen wordt in geval van zeggenschap geacht deel te nemen aan de economische activiteit van de ondernemingen waarover zij zeggenschap heeft, waardoor beide entiteiten tezamen een economische eenheid, c.q. één onderneming vormen in de zin van het staatssteunrecht.

90.

Conform de huidige plannen van de Gemeente, verkrijgt de Gemeente

100% van de

aandelen

verkrijgt

een

zeggenschap

zal

uitoefenen in de gemeentelijke B.V., bijvoorbeeld door de bevoegdheid

om

in

de

gemeentelijke

zeggenschapsdeelneming. kunnen

bestuurders te benoemen bedingen,

worden

Indien

B.V., de

oftewel,

Gemeente

de

Gemeente

daadwerkelijk

en ontslaan te verkrijgen of op grond van contractuele

de Gemeente

en de gemeentelijke

B.V. als een

economische

eenheid gezien binnen het staatssteunrecht. Dit betekent dat geldstromen of andere

inbreng van middelen door de Gemeente in de gemeentelijke B.V. niet als staatssteun worden

gezien

omdat

deze

gelden/middelen

zich

binnen

dezelfde

onderneming

verplaatsen. 91.

De vraag of al dan niet sprake is van staatssteun bij de inbreng van middelen door de Gemeente in de gemeentelijke B.V. is dus afhankelijk van de zeggenschapsstructuur

van de gemeentelijke B.V. Indien de Gemeente zeggenschap uit zal oefenen in de gemeentelijke B.V., vormen beide entiteiten tezamen een economische eenheid en is in beginsel

geen

sprake

van

staatssteun

bij een

inbreng

van

middelen

door

de

23 HvJ EU 16 december 2010, C-480/09 P, ECLI:EU:C:2010:787 (AceaElectrabel Produzione SA European Commission), r.0. 49.

v.

24 Gerecht EU 19 mei 2021, T-643/20, ECLI:EU:T:2021:286, r.0. 47.

3/9

(geanonimise rd) Gemeente eenheid,

in de gemeentelijke dan

B.V.

Vormen

beide

entiteiten geen

is mogelijk sprake van staatssteun

bij inbreng

B.V.

in

gemeentelijke

door

de

Gemeente,

omdat

dat

van

geval

economische middelen

een

in de

onafhankelijk

functionerende onderneming die in concurrentie staat met andere ondernemingen wordt bevoordeeld.

Juridisch 9g2.

kader Wet Markt & Overheid

Indien geen sprake is van staatssteun, is mogelijk de Wet Markt en Overheid (Wet

M&O)25 van toepassing op de verkoop van de appartementen onder de marktwaarde. De Wet M&O stelt gedragsregels voor overheden en overheidsbedrijven wanneer zij concurreren met ondernemers, c.q. wanneer zij economische activiteiten verrichten. De

Wet

M&O

bevorderen

doelt

daarmee

op

het voorkomen

van

oneerlijke

concurrentie

en

van het ondernemersklimaat in Nederland.

De hoofdregel 83.

De gedragsregels uit de Wet M&O zijn van toepassing indien sprake is van (i) een overheidsorganisatie die (ii) een economische

activiteit verricht. Een economische

activiteit (in de zin van de Wet M&O) is het aanbieden van goederen of diensten aan

derden op de markt. Dit omvat in beginsel ook het aanbieden van onroerend goed aan derden op de markt. 94.

De volgende instanties worden aangemerkt als overheid voor de toepassing van de Wet M&O:

-

Het Rijk;

-

Provincies;

- _ De gemeenten;

95.

-

De waterschappen;

-

Gemeenschappelijke regelingen;

-

Zelfstandige bestuursorganen (krachtens publiekrecht ingesteld).

Indien sprake is van een overheidsorganisatie die binnen het bereik van de Wet M&O valt welke een economische activiteit verricht, zijn een viertal gedragsregels van toepassing. De volgende vier gedragsregels worden in de Wet M&O gesteld om een

gelijk speelveld tussen overheden en ondernemingen in Nederland te waarborgen: Ù Integrale kosten doorberekening: overheden mogen een product of dienst niet onder worden

kostprijs aanbieden,

ten minste de integrale kosten

moeten

doorberekend;

2 Te vinden in de artikelen 259 — 25ma Mededingingswet.

31799

(geanonimise rd) Ù

Bevoordelingsverbod:

overheden

mogen

hun

eigen

overheidsbedrijven

niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven; iii)

Gegevensgebruik:

overheden

mogen

de

gegevens

die

zij vanuit

hun

publieke taak verkrijgen, niet gebruiken voor economische activiteiten die niet dienen ter uitvoering van deze taak. Dit verbod geldt niet als andere overheidsorganisaties

of

bedrijven

ook

over

de

gegevens

kunnen

beschikken;

iv)

Functiescheiding: als een overheid op een bepaald terrein een bestuurlijke rol

heeft

voor

bepaalde

economische

activiteiten

economische

uitvoert,

activiteiten

mogen

niet

en

ook

dezelfde

zelf

die

personen

betrokken zijn bij de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheid en bij het verrichten van de economische activiteiten van de overheidsorganisatie.

Definitie overheidsbedrijf

96.

Voor de toepassing van overheidsbedrijf

van

het bevoordelingsverbod

belang.

Onder

is de definitie van een

overheidsbedrijf

in

de

zin

van

art.

25g

Mededingingswet (Mw) wordt verstaan: ò

Een onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een

personenvennootschap

met

rechtspersoonlijkheid,

waarin

een

publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen;

iij)

Een onderneming

in de vorm van een personenvennootschap,

waarin een

publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.

97.

Een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt in staat geacht het beleid te bepalen, zoals vereist onder i), in de volgende gevallen: a)

De publiekrechtelijke rechtspersoon,

al dan

niet tezamen

met een

of meer

andere publiekrechtelijke rechtspersonen, beschikt over de meerderheid van de

stemrechten,

verbonden

aan

de

door

de

rechtspersoon

van

de

onderneming uitgegeven aandelen;

b)

Meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan wordt benoemd door een of meer publiekrechtelijke rechtspersonen of door leden of aandeelhouders die een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn;

c)

98.

De onderneming is een dochtermaatschappij in de zin van art. 2:244 Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon waarvoor onderdeel a of b van toepassing is.

Overheidsbedrijven (die niet kwalificeren als zelfstandig bestuursorgaan ingesteld krachtens publiekrecht) zijn in beginsel niet gebonden aan de gedragsregels uit de Wet

M&O,

aangezien

de gedragsregels

gericht zijn aan

bestuursorganen.

Deze

32199

(geanonimise rd) overheidsbedrijven hebben wel te maken

met de gedragsregel dat overheden

hun

overheidsbedrijven niet mogen bevoordelen. Uitzonderingen op de hoofdregel 99.

Er bestaan

een

aantal

uitzonderingen

op toepassing

van

de

gedragsregels.

De

gedragsregels gelden niet voor het lager en hoger onderwijs, sociale werkplaatsen en

de publieke omroep. Ook zijn de gedragsregels niet van toepassing indien sprake is van staatssteun. Tot slot, kan de overheid ook een algemeen belang besluit nemen waarin de economische activiteit wordt uitgezonderd van de gedragsregels. 100.

Het

algemeen

belang

besluit

vastgesteld te worden.

dient

binnen

gemeenten

door

de

gemeenteraad

In het besluit wordt een economische activiteit uitgezonderd

van de gedragsregels omdat deze het algemeen belang dient en met toepassing van de gedragsregels niet kan worden verricht. Bij het afbakenen van het algemeen belang hebben overheidsorganisaties een grote mate van beleidsvrijheid. 101.

Het algemeen

belang

besluit heeft het karakter van een besluit in de zin van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit brengt met zich mee dat de waarborgen voor

zorgvuldige voorbereiding en motivering en de regels voor bezwaar en beroep tegen besluiten ook op dit besluit van toepassing zijn. De noodzaak om af te wijken van de gedragsregels

in

het

kader

gemotiveerd te worden

van

het

algemeen

belang

dient

daarom

voldoende

in het besluit. De volgende aspecten moeten in het besluit

worden opgenomen: ù

Een

concrete

omschrijving

van

de

economische

activiteit en

de

wijze

waarop deze het algemeen belang dient;

ij)

_

De gevolgen die de algemeen belangvaststelling heeft voor derden, in het bijzonder private ondernemers;

ïi)

Een

afweging of (en waarom)

het noodzakelijk en proportioneel

is om

gebruik te maken van de uitzondering van algemeen belang.= Toepassing Wet M&O 102.

op deze casus

In geval van de ver- en terugkoop van appartementen via de Koopgarantregeling conform

de huidige plannen

van de Gemeente,

is de Gemeente

betrokken

bij het

aanbieden van onroerend goed op de markt aan derden via de op te richten gemeentelijke BV. Dit kwalificeert als het door een overheid aanbieden van goederen en diensten, c.q. verrichten van een economische activiteit, in de zin van de Wet M&O.

2 Een nadere toelichting op de eisen van toelichting is te vinden op p. 26-27 van de Handreiking Wel Markt en Overheid van het Ministerie van Economische

Zaken, Landbouw

en Innovatie

30199

(geanonimise rd) 103.

Omdat de Gemeente 100% aandeelhouder wordt van de gemeentelijke B.V., ontstaat een situatie waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon in staat wordt gesteld het beleid te bepalen van een onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid. De

Gemeente

beschikt

dan

immers

de door de

over

de

meerderheid

rechtspersoon

van

van

verbonden

zijn aan

aandelen.

Hierdoor kwalificeert de op te richten gemeentelijke

de

stemrechten

de onderneming

die

uitgegeven

B.V. in beginsel als

overheidsbedrijf in de zin van art. 25g Mw. 104.

Aangezien in de huidige opstelling een situatie ontstaat waarin een overheid betrokken

is bij de uitoefening van een economische activiteit via een overheidsbedrijf, is de Wet M&O

van toepassing,

mits geen sprake is van staatssteun. Gevolg

hiervan is de

verplichting van de Gemeente om in lijn met de vier gedragsregels te handelen die uit de Wet M&O

105.

voortvloeien.

Met name het bevoordelingsverbod (gedragsregel ii) is in deze situatie van belang. De

Gemeente

mag

een

overheidsbedrijf

via welk

de

Gemeente

een

economische

activiteit verricht, niet bevoordelen ten opzichte van andere ondernemingen waarmee het overheidsbedrijf in concurrentie treedt. Het overheidsbedrijf mag van de Gemeente

geen voordelen ontvangen die (direct of indirect) uit staatsmiddelen worden toegekend en verdergaan

dan

hetgeen in het normale handelsverkeer gebruikelijk is waarbij

sprake is van een zekere mate van selectiviteit. 106.

Concreet betekent dat in deze casus, dat de op te richten gemeentelijke B.V. niet gebonden

zal zijn aan

de verplichting

om

de appartementen

tegen

minimaal

de

integrale kostprijs aan te bieden, maar dat het overheidsbedrijf bij het aanbieden van de

appartementen

marktconforme

niet

wijze.

door

Dit

de

Gemeente

bevoordelingsverbod

mag kan

worden een

bevoordeeld

obstakel

vormen

op

nietbij het

inbrengen van activiteiten in de gemeentelijke B.V. Als bevoordeling wordt onder andere gezien het toestaan van gebruik van naam en beeldmerk van de Gemeente door het overheidsbedrijf, het niet doorberekenen van integrale kosten en verstrekken

van subsidie waar private partijen niet voor in aanmerking komen. 107.

Gelet op het voorgaande, kan het inbrengen van activiteiten in de gemeentelijke B.V.,

zoals het onderbrengen van de appartementsrechten, al snel resulteren in een bevoordeling van een overheidsbedrijf ten opzichte van andere marktdeelnemers. Het is echter

mogelijk

om

de

specifieke

economische

activiteit

van

de

Gemeente,

bestaande uit het aanbieden van appartementen met een lagere prijs dan de marktwaarde aan een specifieke doelgroep in de Gemeente via het overheidsbedrijf, uit te zonderen van de gedragsregels op basis van een algemeen belang besluit. In

24199

(geanonimise rd) dit besluit

dient de

economische

activiteit afgebakend

te worden

waarbij

wordt

toegelicht op welke wijze de activiteit het algemeen belang dient. Daarbij dienen ook de gevolgen

van

het besluit voor derden

(met name

private ondernemers),

en de

proportionaliteit en noodzakelijkheid van het besluit omschreven en gemotiveerd te worden.

Gelet op de steeds kritischere benadering

rechtspraak

en

door

de

minister,

dient

dit

van dergelijke besluiten

besluit

met

een

juiste

in de

mate

van

zorgvuldigheid en toereikende motivering opgesteld te worden. VIL.

_ De vennootschapsrechtelijke vormgeving van de B.V.

108.

De Gemeente is in een eerder stadium door 2

dviseerd

over

van

de

financiële

en

fiscale

aandachtspunten

bij

de

oprichtingen

de

gemeentelijke B.V. die de appartementen zal ver- en terugkopen.?” De voorgenomen vormgeving van een gemeentelijke B.V. die appartementen aan- en verkoopt is niet gebruikelijk voor de Gemeente, reden waarom

de vraag is voorgelegd welke risico's

en kansen bij deze voorgenomen opzet gelden. Door de Gemeente zijn specifiek de

volgende vragen voorgelegd:2® «

Het

uitgangspunt

is dat de directeur-bestuurder

van

de

B.V.,

de gemeentelijke

secretaris van Oudewater moet zijn en de RvC het college van Oudewater.

Levert

deze inrichting een aansprakelijkheidsgevaar op voor de achterliggende gemeente?

Wordt bij wanbestuur van de B.V. de gemeente aansprakelijk gesteld? «

Kunnen eventuele schuldeisers al dan niet bij het opheffen van de B.V. de gemeente aansprakelijk stellen aangezien

de B.V.

100%

in handen

van de gemeente

is (en

gezien de samenstelling van het bestuur)? «

Heeft de gemeente grip op Opmaat als in de B.V. niemand behalve de genoemde bestuurders werken? Hoe dek je dit risico in?

«

Hoe contracteert de gemeente en de B.V. voor de verkoop van de appartementen, aangezien de vertegenwoordiging

van beide partijen hetzelfde zijn. Is dit juridisch

toegestaan?

e e

Magje een B.V. oprichten zonder expliciete instemming van de raad? Wat zijn de voor- en nadelen van een B.V. in combinatie met KoopGarant? Is er voor de gemeente een vorm die hier beter op zou aansluiten, maar wel hetzelfde doel kan

verwezenlijken?

(Anti-speculatie,

koopovereenkomsten

worden

instandhouding” van deze 10

recht

door

de

van

eerste

koop

raad

niet

gezien

en zelfbewoning

in de

als

termijn

een

‘“lange

(starters)koopwoningen).

“

Zie e-mails B d.d. 8 februari 2022, 16 februari 2022 en 27 juni 2022.

-

Memo

Gemeente d.d. 8 februari 2023.

38/99

(geanonimise rd) Wij lopen deze vragen hieronder op volgorde langs. Risico: bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid

109.

Voornemen

is dat de gemeentelijke secretaris bestuurder wordt van de B.V. en het

College zitting neemt in de RvC. Voor bestuurders van een vennootschap geldt dat zij zowel aansprakelijkheid kunnen worden gehouden door de vennootschap zelf (interne

bestuurdersaansprakelijkheid;

art.

2:9

BW)

als

door

bestuurdersaansprakelijkheid

op basis van

onrechtmatige

Uitgangspunt

vennootschap

tekortschiet

is dat

als de

derden

daad

in de

(externe

(art. 6:162 nakoming

BW)).

van

een

verbintenis of onrechtmatig handelt, enkel de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

een vennootschap

Niettemin kunnen

onder bepaalde

benadeelden

omstandigheden

ook de bestuurder van

succesvol aanspreken

(als de

bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, zie bijv. X/TMF c.s.).2? Dat is een risico waarvan de Gemeente zich bewust moet zijn. Ook de RvC van de gemeentelijke

gehouden,

B.V.

kan

onder

bepaalde

omstandigheden

aansprakelijk

worden

maar de drempel daarvoor ligt hoog: er moet dan bijv. sprake zijn van

onbehoorlijke taakvervulling en toezicht door (leden van) de RvC

(zie het Panmo-

arrest)®°, hetgeen het geval kan zijn als niet wordt ingegrepen door de RvC als het bestuur van de vennootschap onverantwoorde, financiële risico's neemt.?! 110.

De Gemeente zelf kan door de inrichting van de gemeentelijke B.V. op zichzelf niet

aansprakelijk worden gehouden voor bijv. wanbestuur.

De Gemeente

heeft immers

geen (formele) rol binnen het bestuur of de RvC van de vennootschap. Wel kan de Gemeente vanuit haar rol als aandeelhouder worden aangesproken als sprake is van

bijzondere omstandigheden. Het uitgangspunt binnen het rechtspersonenrecht is dat de aandeelhouder

in zijn hoedanigheid

als aandeelhouder

niet aansprakelijk kan

worden gehouden. De rechtspersoon is als zelfstandig rechtssubject in beginsel zelf

aansprakelijk voor zijn eigen schulden. In Boek 2 BW bestaat dan ook geen algemene aansprakelijkheidsgrond

voor

aandeelhouders

zoals

die

voor

bestuurders

en

commissarissen wel bestaat (artikel 2:9, 138/248 en 149/259 BW). Onder bijzondere

omstandigheden kan een aandeelhouder toch aansprakelijk worden gehouden. Een bijzondere omstandigheid die zich in casu zou kunnen voordoen is bijv. de hechte ‘concernstructuur’/verwevenheid tussen de Gemeente en gemeentelijke B.V. waarbij

de Gemeente ‘ingrijpmacht’ heeft én de Gemeente zich als aandeelhouder intensief

3

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470, NJ 2018/330 m.nt. P. van Schilfgaarde (X/TMF c.s.),

rov. 3.3.2 e.v.

x

HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053, NJ 2001/454 (Panmo), rov. 3.7.

97 Hof Arnhem-Leeuwarden Bier, rov. 4.13.

24 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2491,

JOR 2020/197

m.nt. B.

3/9

(geanonimise rd) heeft bemoeid met het beleid van gemeentelijke B.V. (zie bijv. Sobi/Hurks*?). Vanwege bijzondere

omstandigheden

wordt

dan

aangenomen

dat

op

de

Gemeente

een

zorgplicht rust jegens crediteuren van de gemeentelijke B.V. en dat door schending

van deze zorgplicht de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens crediteuren (een treffend voorbeeld is bijv. selectieve betaling). 111.

Er zijn aan deze inrichtingsvorm van de B.V. zodoende wel risico's verbonden als de Gemeente zich als aandeelhouder actief bemoeit met de gang van zaken en daardoor ‘ongelukken’

ontstaan

waardoor

derden

de

Gemeente

kunnen

aanspreken

als

‘bemoeizuchtige’ aandeelhouder met een grote vinger in de feitelijke gang van zaken met

de

gemeentelijke

B.V.

Vanwege

de

formele

rollen

van

aan

de

Gemeente

verbonden personen binnen deze B.V. is dat ook niet ondenkbaar. Te denken valt in

dat kader ook aan doorwerking van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Niettemin is dergelijk aansprakelijkheidsgevaar ook aanwezig als in plaats van een B.V. een andere inrichtingsvorm wordt gekozen:

zo geldt aansprakelijkheidsgevaar

ook als de Gemeente zelf de woningen zou aanschaffen en deze zelf vervolgens weer ver- en aankoopt. Een B.V. heeft als voordeel dat het primair de vennootschap is die moet worden aangesproken als ‘het fout gaat’. Verhaal op de Gemeente

112.

mogelijk bij opheffing van gemeentelijke B.V.?

Zoals hiervoor benoemd geldt dat de vennootschap — in casu de gemeentelijke B.V. —

een zelfstandig

rechtssubject is waarop schuldeisers zich moeten

‘doorbreking’

van

geschetst

ruimte

—

aansprakelijkheid zijn

als

sprake

richting

de

Gemeente

is van

bijzondere

kan

verhalen. — zoals

omstandigheden

Voor

hiervoor op

grond

waarvan de Gemeente onrechtmatig handelen kan worden verweten. Grip OpMaat? op

113.

Wij begrijpen uit het raadsbesluit van 29 juni 2022 dat het de bedoeling is om met de Koopgarantregeling

samen

te werken

met

OpMaat

en

OpMaat

de

praktische

uitvoering van de Koopgarantregeling op zich dient te nemen. De Gemeente kan grip

op OpMaat bereiken door het maken van daarop gerichte contractuele afspraken tussen OpMaat en de gemeentelijke B.V. (en/of de Gemeente). Via de contractuele weg

kan worden

geborgd

dat OpMaat

werkt met de Koopgarantregeling

zoals de

Gemeente (en de gemeentelijke B.V.) dat voor zich ziet. Ook zou de Gemeente mogelijk door bepaalde beleidsregels over de Koopgarantregeling kunnen bereiken dat OpMaat

e

HR

21

conform

december

2001,

de gemeentelijke wensen

handelt.

ECLI:NL:HR:2001:AD4499,

NJ

Voor de uitvoering van de

2005/96

m.nt.

S.C.J.J.

Kortmann

(Sobi/Hurks).

37199

(geanonimise rd) Koopgarantregeling

kunnen beleidsregels worden opgesteld waarbinnen OpMaat —

als praktische uitvoerder van de regeling — zich naar dient te richten. Contractsvorming bij verkoop van de appartementen 114.

Er zijn juridisch geen beletselen dat de gemeentelijke B.V. de appartementen koopt van de Gemeente. De vertegenwoordiging van beide partijen is ook niet dezelfde: de

Gemeente wordt bij privaatrechtelijke rechtshandelingen vertegenwoordigd door het College

(art. 160 lid 1 sub d Gemeentewet),

terwijl de gemeentelijke

B.V. wordt

vertegenwoordigd door haar bestuurder (de gemeentesecretaris). Oprichting 115.

Als

B.V. en de rol van de Gemeenteraad

gemeenten

of

provincies

gebruik

willen

maken

van

een

privaatrechtelijke

rechtsvorm, dan is dat alleen toegestaan ‘indien dat in het bijzonder aangewezen moet

worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang’. Op grond

van

art.

160

lid 2 Gemeentewet

kan

het College

slechts

besluiten

tot de

oprichting van de gemeentelijke B.V. nadat de Gemeenteraad een ontwerp-besluit is toegezonden en de Gemeenteraad

de gelegenheid heeft gekregen om wensen

en

bedenkingen te uiten. Aan het College komt dus de expliciete bevoegdheid toe om

een

vennootschap

op

te

richten

toestemmingsrecht:

Het

College

en

de

hoeft zich

Gemeenteraad

heeft

bij wensen

bedenkingen

en

geen

expliciet van

de

Gemeenteraad juridisch gezien ook niet te laten weerhouden van het oprichting van

de vennootschap.° Niettemin lijkt instemming

van de Gemeenteraad

in casu wel

aangewezen, al is het maar vanwege politieke steun voor dit (bijzondere) project. Voor-

116.

en

Idealiter

nadelen

zou

de

afzonderlijke

B.V.

Gemeente

het

werken

met

uitbesteden aan een woningcorporatie. Zij hebben

de

Koopgarantregeling

moeten

immers als geen ander ervaring

met dergelijke projecten en hebben de benodigde kennis in huis, terwijl die bij de Gemeente

grotendeels

ontbreekt

(althans

nog

moet

worden

opgebouwd).

Wij

begrijpen echter dat de Gemeente tevergeefs woningcorporaties heeft benaderd voor

dit project. 117.

Tegen

het hanteren van een gemeentelijke B.V. van dit project bestaan op zichzelf

geen juridische bezwaren. Indien de oprichting van een gemeentelijke B.V. politiek bestuurlijk niet op bezwaren stuit, is oprichting van gemeentelijke B.V. voor de aanen verkoop van de appartementen een goede mogelijkheid. Het komt vaker voor dat

een Gemeente — of ander overheidsorgaan zoals een Provincie — onroerend goed

3

Vgl. C.A.J.M. Kortmann, De Gemeentewet en haar toepassing, art. 160 Gemw, aant. 10.

3/99

(geanonimise rd) aanhoudt

via

een

daartoe

opgerichte

vennootschap

of via

een

vennootschap

participeert in gebiedsontwikkeling door samenwerking met een projectontwikkelaar. Met een gemeentelijke B.V. kan het voornemen van de Gemeente om mogelijk meer

dan nu 10 aangekochte appartementen ook hieronder te brengen worden gerealiseerd en een B.V. biedt de mogelijkheid om het bestuur hiervan verder te professionaliseren.

3/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/574/documents/17747