CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

2023.03.04.advies [advocatenkantoor] koopgarant Oranje Bolwerck.def (geanonimiseerd).pdf

Forum Ruimte 30 januari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Raadsinformatiebrief KoopGarant-regeling Oudewater, afweging wel of geen BV (123340)14.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

(geanonimise rd) MEMO

aan

: Gemeente

Oudewater

L. datum:

:3 april 2023

ons dossier:

: Gemeente Oudewater/Koopgarant Oranje Bolwerck

inzake:

: Advies diverse onderdelen Koopgarantregeling

L

Inleiding

1.

De gemeente

Oudewater

heeft op 2 maart 2021

een

‘ontwikkelingsovereenkomst

Oranje Bolwerck' gesloten met G.Z. Beheer en Exploitatiemaatschappij B.V. (“GZ”) waarbij 10 appartementen aan de Gemeente zijn verkocht. Voor de aankoop van deze appartementen is door de gemeenteraad van de Gemeente (de “Gemeenteraad”) een

krediet beschikbaar gesteld.’ Via de toepassing van de Koopgarantregeling is nu het doel van de Gemeente om aangekochte appartementen

conform zo lang

de opdracht van de Gemeenteraad deze mogelijk beschikbaar te houden voor een

specifieke doelgroep, te weten starters uit of met een (economische) binding aan de Gemeente.

‘KoopGarant’ is een door de stichting OpMaat

(“Opmaat”) in het leven

geroepen concept voor de verkoop van starterswoningen.? Met de toepassing van de Koopgarantregeling wil de Gemeente invulling “geven aan de gemeentelijke wens en ambitie om woningen langjarig beschikbaar te houden in het 'goedkope' koopsegment voor Oudewaternaren *

2.

Deze Koopgarantregeling komt op hoofdlijnen op het volgende neer. De koper van een KoopGarant-woning

vastgestelde

krijgt een korting op een door een onafhankelijke taxateur

marktprijs van de betreffende woning.

De

koper wordt

na aankoop

eigenaar en op diegene rust een zelfbewoningsplicht.

Bij verkoop moet de woning

weer

heeft

worden

verkocht

aan

de

partij

die

de

woning

verkocht,

waarbij

de

*(https//gemeenteraad.oudewater.nl/stukken/Besluiten-Gemeenteraad/8-RaadsbesluitRaadsbesluit dd 4 februari 2021 Oudewater D/21/008078 Ontwikkelovereenkomst-Oranje-Bolwerck.pdi). 2 … https//www.opmaat.nl/over-opmaat/organisatie.

3(https/lgemeenteraad.oudewater.nl/Vergaderingen/Forum-Ruimte/2022/29-juni/20:00/rv-KoopGarant_ Raadbesluit dd 29 juni 2022, D/22/063824 gemeente-Oudewater-63824.pdf)

(geanonimise rd) verkoopprijs

de

oorspronkelijke

koopsom

is

plus/minus

een

aandeel

in

de

waardeontwikkeling.* Door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente (het “College”) is besloten dat de Koopgarantregeling moet worden vormgegeven door een daarvoor specifiek opgerichte B.V. — waarvan de Gemeente

enig aandeelhouder

eigenaar

gemeentelijke

wordt

van

appartementen

aan

de

appartementen.

specifieke

Deze

doelgroepen

te verkopen

waarbij

is — die de

B.V.

dient

de

een

verplichte

terugkoopregeling wordt afgesproken. Achtergrond van deze op afstand geplaatste

gemeentelijke B.V. is dat de aan- en verkopen van de appartementen

niet via de

balans van de Gemeente loopt. Voornemen

is daarnaast

bestuurder

wordt

van

dat de gemeentesecretaris

deze

B.V.

en

het College

van de Gemeente zitting

neemt

directeur-

in de

raad

van

commissarissen (“RvC”) van deze B.V. Voor het uitvoeren van de Koopgarantregeling

doet de Gemeente beroep

op

— vanwege

OpMaat.

ontbrekende kennis binnen haar organisatie — een

OpMaat

kan

ook

de

praktische

uitvoering

van

deze

Koopgarantregeling ter hand nemen (tegen een overeengekomen vergoeding).

De Gemeente wenst graag over de volgende vijf onderwerpen geadviseerd te worden: Ù

De doelgroep. Kan de Gemeente aan de gewenste doelgroep (starters uit de

gemeente)

de

woningen

verkopen

via de

privaatrechtelijke

weg

van

de

zou

dan

via

een

Koopgarantregeling? (i)

Indien

de

privaatrechtelijke

weg

niet

bestemmingsplanherziening

en

de

bewerkstelligd

dat

de

woningen

open

staan,

kan

doelgroepenverordening

beschikbaar

blijven

voor

de

worden gewenste

doelgroep?

(üi)

Het Didam-arrest. Wat zijn de consequenties van het Didam-arrest voor deze casus?

(iv)

Staatssteun.

De

voorgenomen

verkoopprijzen

van

de

appartementen

aan

starters liggen ver onder de getaxeerde, vrije marktwaarde — is deze korting ‘staatssteun'-proof? W)

De

gemeentelijke

B.V.

Is het

raadzaam

om

voor

de

(ver)koop

van

de

appartementen een gemeentelijke (vastgoed)vennootschap op te richten?

4

Brochure Koopgarantregeling Opmaat 1 februari 2023.

39

(geanonimise rd) Samenvatting van het advies Doorkruising Huisvestingswet 2014 De Huisvestingswet 2014 bevat doelbewust geen publiekrechtelijke bevoegdheid voor

de gemeenteraad om regels te stellen over de verdeling van koopwoonruimte. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Huisvestingswet 2014 volgt dat de wetgever zo min mogelijk beperkingen heeft willen aanbrengen in de koopmarkt.

Aan de hand van de doorkruisingsformule uit het Windmill-arrest dient te worden beoordeeld of een overheid, wanneer haar ter behartiging van bepaalde belangen bij

een publiekrechtelijke regeling bevoegdheden zijn toegekend, die belangen ook mag behartigen door gebruik te maken van haar krachtens het privaatrecht toekomende bevoegdheden.

Volgens

het Brandweerkosten-arrest

laat de doorkruisingsformule

zich ook toepassen wanneer een publiekrechtelijke bevoegdheid ontbreekt. Daarbij kan worden

betrokken dat de wetgever uitdrukkelijk de bedoeling heeft gehad een

publiekrechtelijke bevoegdheid uit te sluiten.

Uit het Doetinchem-arrest kan worden afgeleid dat een beding dat ertoe strekt de kring van kopers te beperken door eisen te stellen die verband houden met economische

of maatschappelijke binding, een beperking opleveren van het recht op vrije vestiging en het eigendomsrecht. onaanvaardbare

voorgenomen

Uit het arrest kan worden

doorkruising

zou

Koopgarantregeling

opleveren

is geen

afgeleid dat zo'n

van

sprake

de

beding

Huisvestingswet.

van een

dergelijk

een

Bij

de

beding.

De

woningzoekenden die de woning kopen, zijn immers niet gehouden om de woning bij verkoop

uitsluitend

aan

te

bieden

aan

woningzoekenden

die

aan

het

door

de

gemeente gewenste profiel voldoen (starters uit Oudewater of met een binding aan Oudewater). Er geldt weliswaar een terugverkoopverplichting aan de gemeente, die de kring van kopers beperkt,

maar dit is geen regel over woonruimteverdeling.

De

woonruimteverdeling vindt effectief plaats doordat de gemeentellijke B.V.) bij verkoop van de woningen uit de groep van potentiële kopers telkens de keuze maakt voor een koper die aan het gewenste profiel voldoet. Wij zien in het licht van het Doetinchem-

arrest daarom weinig risico dat de gemeentelijke Huisvestingswet 2014 onaanvaardbaar doorkruist.

Koopgarantregeling

de

Het risico dat een rechter desondanks een onaanvaardbare doorkruising van de Huisvestingswet 2014 aanneemt, kan niet geheel worden uitsluiten. Hoewel een strijdig beding

als bedoeld

in het Doetinchem-arrest

ontbreekt,

kan

niet worden

39

(geanonimise rd) uitgesloten dat een rechterde constructie als zodanig, die de gemeente hier wenst toe te passen,

als een onaanvaardbare

evident

de

dat

gemeente

met

doorkruising

zal beschouwen.

Het is immers

constructie

privaatrechtelijk

iets

deze

beoogt

te

bewerkstelligen, wat publiekrechtelijk niet is toegestaan, te weten het toewijzen van koopwoningen aan een specifieke doelgroep. De terugkoopverplichting draagt, zij het indirect,

bij aan

dit doel.

Het

risico dat

er door

de

kopers

of door

derden

ook

daadwerkelijk zal worden geprocedeerd over deze constructie en dat daarbij ook een beroep zal worden gedaan op de doorkruisingsleer, achten wij evenwel niet groot. Bestemmingsplanherziening en doelgroepenverordening 10.

De

Wro

voorziet

in

een

mogelijkheid

om

in

een

bestemmingsplan

woningbouwcategorieën aan te wijzen. De categorieën zijn limitatief opgesomd

in het

Bro en betreffen de categorieën sociale huur, geliberaliseerde middenhuur, sociale koop

of particulier opdrachtgeverschap.

In een

bestemmingsplan

mogen

daartoe

enkel percentages worden opgenomen. In een exploitatieplan kunnen de percentages

worden uitgewerkt in locatie-eisen. Op grond van het Bro dienen bij verordening voor sociale koop de instandhoudingstermijn en de doelgroep te worden bepaald. 1A.

Door de wetgever

is inmiddels

bevestigd dat het in een doelgroepenverordening

opnemen van regels over de toewijzing van sociale koopwoningen in strijd is met de Huisvestingswet

2014.

Met een doelgroepenverordening

bewerkstelligd dat de sociale koopwoningen

kan derhalve

niet worden

ook daadwerkelijk uitsluitend worden

verkocht aan de beoogde doelgroep. De in de doelgroepenverordening opgenomen instandhoudingstermijn

van

een

sociale

koopwoning

kan

wel

(bestuursrechtelijk)

worden gehandhaafd. 12.

Het opnemen van percentages voor woningbouwcategorieën in een bestemmingsplan

is alleen van betekenis voor nieuwbouw. Aangezien de woningen in Oranje Bolwerck al zijn vergund en in aanbouw zijn, achten wij het niet mogelijk om nu alsnog met een bestemmingsplanherziening een percentage sociale koop te bestemmen.

Bovendien

kan met het opnemen van een percentage sociale koopwoningen niet het door de gemeente gewenste doel, te weten het kunnen toewijzen van de woningen aan een specifieke

doelgroep,

worden

bereikt.

Ook

om

die

reden

een

aantal

bepalingen

is

een

bestemmingsplanherziening niet zinvol. 13.

De

doelgroepenverordening

Oudewater

bevat

die

niet

in

overeenstemming zijn met het Bro of waarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Wij adviseren om de doelgroepenverordening vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet te herzien.

39

(geanonimise rd) 14.

In het wetsvoorstel tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 is de mogelijkheid tot het

instellen

opgenomen.

van

een

Daarbij

huisvestingsvergunningenstelsel

zal de

gemeenteraad

ruimte

krijgen

voor

koopwoningen

om

doelgroep

de

die

aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning te bepalen. Samen met de huidige opkoopregeling kan worden bewerkstelligd dat de woningen in stand blijven als sociale

koopwoning én dat deze alleen worden bewoond door de beoogde doelgroep. Wij geven de gemeente in overweging mee om de koopwoningen in Oranje Bolwerck die zij in eigendom heeft, zodra dit mogelijk is, vrij te geven aan de markt en door middel

van een

huisvestingsvergunningenstelsel

publiekrechtelijk te gaan

verzekeren

dat

deze woningen beschikbaar blijven voor de gewenste doelgroep. Het Didam-arrest voor deze casus 15.

De verkoop van de woningen via de Koopgarantregeling aan specifiek starters (en inwoners met een

lager inkomen)

uit de Gemeente

lijkt op voorhand

relatief goed

‘Didam'-proof te maken. Daarvoor is wel noodzakelijk dat de Gemeente (a) de vast te stellen criteria op basis waarvan een koper wordt geselecteerd en (b) de vormgeving van de selectieprocedure zeer goed motiveert. De objectieve en toetsbare criteria op

basis waarvan een koper wordt geselecteerd zijn naar wij denken, goed vast te stellen. Met name de vraag of sprake is van redelijke criteria zal wat meer voeten in de aarde hebben. De Gemeente zal aan de hand van bestaand (en gewenst) beleid rondom de

Koopgarantregeling goed moeten motiveren waarom de voorkeur wordt gegeven aan starters binnen haar gemeentegrenzen, temeer omdat de woningen (ver) onder de marktprijs worden aangeboden en derden buiten de gemeentegrenzen ook

interesse

zullen

hebben.

Didam-arrest — het goed

Als

de

Gemeente

voldoet

motiveren van toegepaste

aan

de

zonder meer

essentie

van

het

criteria, transparant zijn over

criteria en de selectieprocedure en verwijzen naar bestaand (en nieuw) beleid — dan

achten wij de kans groot dat de Koopgarantregeling ook bij de rechter in stand zal blijven als een teleurgestelde partij (die niet voldoet aan de gestelde criteria), naar de rechter stapt en een beroep op het Didam-arrest doet. Staatssteun 18.

Van

staatssteun

in de

zin

van

art.

107

VWEU

is sprake

indien

een

selectief

economisch voordeel uit staatsmiddelen en met interstatelijk effect wordt verstrekt aan ondernemingen. In het voorliggende geval komt het voordeel uit de verkoop van appartementen met een lagere marktwaarde ten goede van particulieren, waardoor in

de verhouding tussen de gemeentelijke B.V. en de particulieren geen sprake is van staatssteun in de zin van art. 107 VWEU. Dit geldt tevens bij het terugkopen van de

39

(geanonimise rd) 17.

appartementen

door

de

marktconforme

waarde.

gemeentelijke

B.V.

van

particulieren

voor

een

niet-

Staatssteun kan mogelijk een rol spelen in de verhouding tussen de Gemeente en de gemeentelijke B.V. Het verstrekken van middelen aan de B.V. door de Gemeente kan resulteren in staatssteun, indien de gemeentelijke B.V. op een markt concurreert met

andere

(commerciële)

marktspelers

en

niet

als

economische

eenheid

met

de

Gemeente wordt gezien. Indien de Gemeente echter een zeggenschapsdeelneming in de gemeentelijke B.V. bezit, en daadwerkelijk zeggenschap

uitoefent bijvoorbeeld

door zich bezig te houden met het bestuur, vormen de Gemeente en de gemeentelijke B.V. een economische eenheid. In dit laatste geval is geen sprake van staatssteun omdat

middelen/gelden

die vanuit de Gemeente

naar de gemeentelijke B.V. gaan,

worden gezien als stromen binnen eenzelfde onderneming. Er is dan geen sprake van een onafhankelijk opererende en concurrerende onderneming

op de markt welke

wordt bevoordeeld ten opzicht van andere marktspelers. 18.

Indien

in het voorliggende

geval geen

gehouden te worden met de Wet M&O.

sprake

is van staatssteun,

dient rekening

In het voorliggende geval is sprake van een

overheid (c.g. Gemeente) welke via een overheidsbedrijf een economische activiteit uitvoert. De Gemeente

is daarbij gebonden aan de vier gedragsregels die de Wet

M&O voorschrijft, waaronder het bevoordelingsverbod wat de Gemeente verbiedt het

overheidsbedrijf te bevoordelen bij het uitvoeren van de economische activiteit. Dit bevoordelingsverbod kan een belemmering zijn bij onder andere het inbrengen van activiteiten in de gemeentelijke B.V. 19.

Om

te voorkomen

dat

het bevoordelingsverbod

in

het voorliggende

geval

een

belemmering vormt, kan mogelijk gebruik gemaakt worden van een algemeen belang

besluit. Op grond van een dergelijk besluit wordt de specifieke economische activiteit uitgezonderd van de toepassing van de gedragsregels uit de Wet M&O.

20.

De gemeentelijke B.V. Tegen het hanteren van een gemeentelijke B.V. voor dit project bestaan op zichzelf geen

juridische

bezwaren.

Idealiter

zou

de

Gemeente

het

werken

met

de

Koopgarantregeling uitbesteden aan een woningcorporatie vanwege de specifieke kennis en ervaring op dat gebied, maar dit blijkt niet mogelijk. Indien de oprichting van een gemeentelijke B.V. politiek-bestuurlijk niet op bezwaren

stuit, is oprichting van

gemeentelijke B.V. voor de aan- en verkoop van de appartementen, juridisch gezien een goede mogelijkheid. Het komt vaker voor dat een Gemeente — of ander overheidsorgaan zoals een Provincie — onroerend goed aanhoudt via een daartoe

39

(geanonimise rd) opgerichte vennootschap of via een vennootschap participeert in gebiedsontwikkeling door samenwerking met een projectontwikkelaar. 21.

Wat betreft het aspect van aansprakelijkheid geldt dat uitgangspunt is dat indien de vennootschap tekortschiet in de nakoming van verplichtingen of onrechtmatig handelt, enkel de vennootschap aansprakelijk is. Dat laat onverlet dat ook de bestuurder van

een vennootschap onder omstandigheden kan worden aangesproken.

Bijvoorbeeld

indien de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook de RvC van een vennootschap kan onder omstandigheden aansprakelijk worden gehouden.

De drempel voor aansprakelijkheid van bestuursleden en/of de RvC ligt echter vrij hoog. De Gemeente zelf kan als aandeelhouder in beginsel niet aansprakelijk worden gehouden,

althans

dat

is

uitgangspunt.

Ook

hiervoor

geldt

evenwel

dat

een

aandeelhouder onder bijzondere omstandigheden wel aansprakelijk kan zijn. In dit geval zou dat kunnen vanwege de hechte concernstructuur/verwevenheid tussen de Gemeente en de vennootschap, waarbij de Gemeente de macht heeft om in te grijpen

én de Gemeente zich actief heeft bemoeid met het beleid van de vennootschap. 22.

De conclusie is dat aan deze inrichtingsvorm dus wel risico's verbonden zijn voor de

Gemeente.

Van belang is evenwel dat een dergelijk aansprakelijkheidsgevaar ook

aanwezig

is indien

wordt

gekozen

voor

een

andere

inrichtingsvorm

waarbij

de

Gemeente een actieve rol speelt en nauw betrokken is bij de aan- en verkoop van de appartementen. 23.

De

samenwerking

afspraken

tussen

met

OpMaat

kan

de

vennootschap

worden

en

vormgegeven

OpMaat

en

middels

door

het

contractuele

opstellen

van

beleidsregels ter zake van de Koopgarantregeling. Juridisch gezien bestaan geen beletselen

dat

de

vennootschap

de

appartementen

koopt

van

de

Gemeente

en

oprichting

van

de

vennootschap

kan

plaatsvinden

nadat

de

Gemeenteraad

de

gelegenheid heeft gekregen om wensen en bedenkingen te uiten. Doorkruising Huisvestingswet 2014 24.

De koopgarantregeling

houdt in dat de gemeente,

andere rechtspersoon, woningen

al dan

die haar in eigendom

niet via een

toekomen,

B.V. of een

slechts aan een

bepaald doelgroep verkoopt, te weten starters afkomstig uit Oudewater of met een sociale

of

economische

binding

met

Oudewater.

Door

middel

van

verkoop

bewerkstelligt de gemeente feitelijk dat deze woning enkel in eigendom kunnen raken van personen in een specifieke doelgroep. Personen die geen deel uitmaken van de doelgroep

kunnen

dus

bij voorbaat

de

woning

nooit toegewezen

krijgt.

Ons

is

39

(geanonimise rd) gevraagd

uit een te zetten in hoeverre het toelaatbaar is dat de gemeente

privaatrechtelijke

bevoegdheid

(woonruimteverdeling

inzet

om

van koopwoningen)

een

publiekrechtelijke

te bereiken.

haar

doelstelling

De publiekrechtelijke regels

voor de verdeling van woonruimte zijn opgenomen in de Huisvestingswet 2014. Zoals hierna zal blijken heeft de wetgever blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de Huisvestingswet 2014 gemeenten doelbewust niet de publiekrechtelijke bevoegdheid

willen geven om regels te stellen over de toewijzing van (sociale) koopwoningen aan bepaalde groepen. De wetgever heeft overheidsbemoeienis in de kopersmarkt vanuit het motief van woonruimteverdeling willen uitsluiten.

Huisvestingswet 2014 25.

De Huisvestingswet 2014 is in werking getreden op 1 januari 2015. De wet vervangt

de oude Huisvestingswet uit 1992. De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten primair bevoegdheden tot regulering van de woonruimteverdeling en de samenstelling van de woonvoorraad.

Blijkens de memorie van toelichting maken de bevoegdheden

in de

Huisvestingswet 2014 omtrent de verdeling van woonruimte inbreuk op het recht van vrijheid van vestiging en het eigendomsrecht. Als uitgangspunt heeft de keuzevrijheid van

woningzoekenden

wonen.

De

te gelden.

bevoegdheden

toegepast.

Die

moeten

zelf kunnen

moeten

daarom

niet

Er

moet

een

aantoonbare

gemeenteraad

kan

deze

bevoegdheden

noodzakelijk

en

geschikt

is

onrechtvaardige

effecten

van

bevordering

de

van

voor

noodzaak

de

schaarste

leefbaarheid

daarom

en

bestrijding

kiezen

lichtvaardig voor

waar

ze willen

kunnen

worden

die

toepassing

zijn.

De

slechts

gebruiken

als

dat

onevenwichtigheid

en

van

aan

goedkope

woonruimte

tevens

is voldaan

aan

de

of voor

de

vereisten

van

subsidiariteit en proportionaliteit. Het moet daarbij altijd gaan om het goedkope deel van de woonruimtevoorraad.®

26.

Artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 biedt gemeenteraden de bevoegdheid tot het vaststellen van een huisvestingsverordening. Deze bepaling luidt als volgt: Artikel 4

1.

De gemeenteraad kan uitsluitend bij verordening voor de duur van ten hoogste vier jaar regels geven met betrekking tot:

2.

a.

het in gebruik nemen of geven van woonruimte, en

b.

wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad.

Het eerste lid is ten aanzien van het kunnen geven van regels met betrekking tot

het in gebruik nemen of geven van voor verkoop bestemde woonruimte slechts 3 Kamerstukken I 2009/2010, 32 271, nr. 3, p. 42. Deze uitgangspunten zijn vertaald in artikel 2 van Huisvestingswet 2014.

39

(geanonimise rd) van toepassing op de gemeenten Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling, Texel en Vlieland.

27.

Artikel 4 biedt de bevoegdheid in een huisvestingsverordening regels te stellen over het in gebruik geven of nemen van woonruimte en daaraan een vergunningplicht te koppelen. Het mag daarbij echter alleen gaan om huurwoonruimte. Dit volgt uit het feit

dat in artikel 4, lid 2, staat dat het stellen van regels over het in gebruik nemen of geven van koopwoningen alleen op de Waddeneilanden

is toegestaan. Daarbuiten

mag

niet.

dit op

grond

van

de

Huisvestingswet

2014

dus

Uit

de

tekst

van

de

Huisvestingswet 2014 kan dus, behalve op de Waddeneilanden, geen bevoegdheid worden

ontleend om

gebruik geven

in een

of nemen

huisvestingsverordening

van koopwoningen.

regels te stellen over het in

Dat artikel 4 geen bevoegdheid

biedt

regels te stellen over het in gebruik geven of nemen van koopwoonruimte, volgt ook

uit rechtspraak van de Afdeling®. 28.

De tekst van de Huisvestingswet 2014 is bij de totstandkoming van de wet gaandeweg veranderd.

Uit de tekst

bij het oorspronkelijke

wetsvoorstel

en

de

bijbehorende

memorie van toelichting kan worden afgeleid dat het aanvankelijk wél de bedoeling

was in de Huisvestingswet 2014 een bevoegdheid op te nemen voor gemeenteraden om het in gebruik nemen en geven van goedkope koopwoningen te reguleren. Deze bevoegdheid is echter blijkens de derde nota van wijziging uitdrukkelijk geschrapt uit

het voorstel. In de toelichting bij deze derde nota van wijziging? staat hierover: “Met deze nota van wijziging wordt voorgesteld het niet langer mogelijk te maken dat koopwoningen

en bouwkavels wijzigingen

onder de woonruimteverdeling

zijn deels

principieel

van

aard

gebracht

en deels

worden.

ingegeven

De overwegingen door

de

voor deze

ontwikkelingen

op de

koopwoningmarkt van de laatste jaren.

In de praktijk van gemeenten spelen meerdere motieven een rol om koopwoningen of de uitgifte van kavels onder de woonruimteverdeling te brengen. In bepaalde gemeenten bestaat de vrees dat een

deel van de te koop komende woningen wordt gekocht door huishoudens die niet van plan zijn zich duurzaam te vestigen in de betreffende gemeente, maar de woning zullen gebruiken als een tweede woning of recreatiewoning. Om dit te voorkomen bestaan echter andere wettelijke instrumenten. Zo

is het mogelijk om het gebied waar de woning staat in de bestemmingsplannen een woonfunctie te geven.

Hierdoor is het gebruik als recreatiewoning niet toegestaan.

Ook

kan op basis van de

Huisvestingswet een onttrekkingsvergunning worden ingesteld om een woning te mogen gebruiken

als recreatiewoning.

In andere gemeenten worden koopwoningen onder de woonruimteverdeling

$ ABRVS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1100. 7 Kamerstukken II, 2013/14, 32271, nr. 13, p 4/5 (derde nota van wijziging).

39

(geanonimise rd) gebracht omdat de gemeente aan potentiële kopers uit de eigen gemeente voorrang wil geven bij de aankoop van deze woningen. Tenslotte zijn er gemeenten die vooral nieuwbouw koopwoningen en kavels willen

reguleren via de woonruimteverdeling

van de

Huisvestingswet om

ouderen

of

starters uit de eigen gemeente als eerste de kans te geven hiervoor in aanmerking te komen.

Mede in het licht van de ontwikkelingen op de markt voor koopwoningen streeft het kabinet naar zo

weinig mogelijk beperkingen van deze markt. L. 29.

Uit deze passage

aanbrengen

volgt dat de wetgever zo min mogelijk beperkingen

in de koopmarkt.

heeft willen

De overwegingen zijn deels principieel van aard en

deels ingegeven door de ontwikkelingen op de woningmarkt indertijd. De principiële overwegingen houden verband met de bescherming van het eigendomsrecht en het

recht op vrijheid van

vestiging.

bestaande

koopwoningen

of nieuwe

Het onder met

de woonruimteverdeling het oogmerk

om

inwoners

brengen

van

uit de eigen

gemeente voorrang te bieden op deze woningen wordt als een beperking beschouwd.

De

wetgever

heeft

de

regels

over woonruimteverdeling

doelbewust

beperkt

tot

huurwoningen. 30.

In de memorie van antwoord® wordt andermaal bevestigd dat het stellen van regels over de verdeling van koopwoonruimte niet is toegestaan. Het is evenmin toegestaan privaatrechtelijk

aanvullende

maatregelen

te

nemen

die de

werking

van

de

wet

doorkruisen:

“Volgens

artikel 4 van dit wetsvoorstel

kunnen

uitsluitend bij verordening

voor de duur van ten

hoogste vier jaar regels worden gesteld met betrekking tot woonruimteverdeling van goedkope woonruimte

en de samenstelling van de woonruimtevoorraad.

woonruimteverdeling

gesteld

worden

voor

kavels

Er kunnen dus geen regels inzake

of koopwoningen,

met

uitzondering

van

de

Waddeneilanden vanwege hun specifieke woningmarkt ten gevolge van het insulaire karakter. Dit artikel bevestigt dat de Huisvestingswet 2014

een uitputtende

regeling

is ten aanzien

van de

verdeling van woonruimte. Dit s ook de algemene lijn in de jurisprudentie op basis van de vigerende

Huisvestingswet.

Het is evenmin

aanvullende maatregelen

toegestaan

dat een

neemt die de werking

gemeente

via de privaatrechtelijke weg

van dit wetsvoorstel

doorkruisen.

Het is dus niet

mogelijk voor een gemeente buiten de huisvestingsverordening andere of aanvullende afspraken te

maken over de verdeling van woningen. Enkel op basis van de criteria in dit wetsvoorstel kunnen gemeenten

bij schaarste sturen bij de woonruimteverdeling, zowel wat betreft de aangewezen

huurwoningen

van

particulieren

als

deze

van

woningcorporaties.

Prestatieafspraken

tussen

gemeenten en woningcorporaties kunnen wel worden gemaakt, maar bevatten geen elementen op

8 Kamerstukken |, 2023-2014, 32 271, nr. C.

1098

(geanonimise rd) het

gebied

van

woonruimteverdeling:

zij dienen

te

gaan

over

werkafspraken

en

te

halen

doelstellingen.” Windmill 31.

rrest

De vraag of en in hoeverre van het privaatrecht gebruik kan worden gemaakt, moet worden

beantwoord

met

behulp

van

de

door

de

rechtspraak

ontwikkelde

doorkruisingsleer. In het Windmill-arrest overwoog de Hoge raad: (.. Het gaat hier om de vraag of de overheid, ingeval haar bij een publiekrechtelijke regeling ter behartiging van zekere belangen bepaalde bevoegdheden zijn toegekend,

behartigen door gebruik te maken bevoegdheden,

zoals

aan

het

die belangen ook mag

van haar in beginsel krachtens het privaatrecht toekomende eigendomsrecht

ontieende

bevoegdheden,

de

bevoegdheid

overeenkomsten naar burgerljk recht te sluiten of de bevoegdheid een vordering op grond van een

jegens haar gepleegde

onrechtmatige daad bij de burgerlijke rechter in te stellen.

betrokken publiekrechtelijke regeling daarin iet voorziet,

Wanneer de

is voor de beantwoording van deze vraag

beslissend of gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden die regeling op onaanvaardbare wijze

doorkruist. Daarbij moet onder meer worden gelet op inhoud en strekking van de regeling (die mede kan blijken uit haar geschiedenis) en op de wijze waarop en de mate waarin in het kader van die regeling de belangen van de burgers zijn beschermd, een en ander tegen de achtergrond van de

overige geschreven en ongeschreven regels van publiek recht. Van belang ís voorts of de overheid door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan bereiken als door gebruikmaking van de privaatrechtelijke bevoegdheid,

omdat, zo zulks het geval is, dit een

belangrijke aanwijzing is dat geen plaats is voor de privaatrechtelijke weg.” 32.

De in het Windmill-arrest geformuleerde doorkruisingsformule komt er kort gezegd op

neer dat aan de hand van drie criteria dient te worden nagegaan of het gebruik van privaatrecht is toegestaan. Het gaat om de volgende criteria: 1.

De inhoud en strekking van de betrokken regeling;

2.

De wijze waarop en de mate waarin in het kader van die regeling de belangen van

3.

burgers zijn beschermd; Of de overheid door gebruikmaking

van

de

publiekrechtelijke

regeling

een

vergelijkbaar resultaat kan bereiken. In het vereiste van onaanvaardbaarheid ligt besloten dat niet reeds iedere doorkruising van het publiekrecht niet is toegestaan. Opmerking verdient dat men pas toekomt aan de doorkruisingsformule

als de wet zelf geen

uitdrukkelijk antwoord

geeft op de

(voor)vraag of de privaatrechtelijke weg openstaat.

HE

(geanonimise rd) Brandweerkosten-arrest 33.

In veel

gevallen

overheid

een

heeft de doorkruisingsformule

bepaald

doelstelling

betrekking

zowe! privaatrechtelijk

op de situatie dat de als publiekrechtelijk

kan

bereiken. De doorkruisingsformule wordt dan aangewend om te bezien of de overheid de privaatrechtelijke weg mag verkiezen boven de publiekrechtelijke. Soms ook wordt de doorkruisingsformule toegepast op situaties dat de publiekrechtelijke weg niet (of

nog niet) beschikbaar is. Voor het eerst in het Brandweerkosten-arrest® heeft de Hoge Raad

geoordeeld

belangrijke

dat

het feit dat de

publiekrechtelijke

weg

is uitgesloten,

is

privaatrechtelijke

weg

niet

aanwijzing

dat

ook

de

mag

een

worden

bewandeld. Daarbij kan worden betrokken dat de wetgever blijkens de parlementaire geschiedenis

uitdrukkelijk

de

bedoeling

heeft

gehad

een

publiekrechtelijke

bevoegdheid uit te sluiten. Arrest Antispeculatiebeding 34.

In

het

Arrest

Doetinchem

Antispeculatiebeding

de

(hierna

kortheidshalve

het

vraag

beding

strekkende

een

Doetinchem-arrest)

ging

het

zelfbewoningsplicht

een

onaanvaardbare

geldende

om

Doetinchem

Huisvestingswet. Vanwege

of

een

doorkruising

opleverde

tot

van de

indertijd

het belang van dit arrest voor de onderhavige

adviesvraag wordt uitgebreider stilgestaan bij deze casus. 35.

De gemeente Doetinchem had bij de uitgifte van bouwgrond een antispeculatiebeding

opgelegd aan de kopers. Behoudens ontheffing verplichtte het beding de kopers op straffe van een boete om de woning zelf te bewonen en niet te zullen doorverkopen. De zelfbewoningsverplichting en het doorverkoopverbod vervielen op het moment dat

de kopers de woning vijf achtereenvolgende jaren zelf hadden bewoond. Opmerking verdient dat in de toen geldende Huisvestingswet anders dan nu het stellen van regels omtrent de verdeling van koopwoningen niet geheel was uitgesloten. Ook stond in die

Huisvestingswet

expliciet

opgenomen

dat

tussen

gemeente

en

eigenaren

overeenkomsten konden worden gesloten over het in gebruik geven van woonruimte. De wet stond evenwel overheidsbemoeienis met de verdeling van woonruimte boven

een bepaalde koopprijs niet toe. De woonruimte waarover de zaak ging oversteeg die koopprijsgrens. 36.

De Hoge sleutel

Raad

van

het

beantwoordt de vraag naar de onaanvaardbare doorkruising

in de

Windmillarrest.

uit

Aan

de

hand

van

een

reeks

aan

citaten

de

parlementaire geschiedenis komt de Hoge Raad tot de volgende overwegingen over

de Huisvestingswet (oud):

9 HR 11 december

1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0788,

NJ 1994/639 met noot Scheltema.

12199

(geanonimise rd) “3.7.4. Uit het systeem en de strekking van de Huisvestingswet, zoals deze mede in het licht van de wetsgeschiedenis dienen te worden begrepen, moet het volgende worden afgeleid.

De wetgever heeft n beginsel de mogelijkheid opengelaten dat de gemeente woonruimte

overeenkomsten

woningmarkt

en dus ook ter zake van woonruimte

met betrekking tot

naar burgerlijk recht sluit ook buiten gevallen van schaarste op de

boven de in de Huisvestingswet bedoelde

prijsgrenzen.

De

overheidsbemoeienis

wat

daaraan

het

instrumentarium,

met

beperkingen

de vrije marktwerking,

van

de

betreft

gestelde van

in

de

Huisvestingswet

voorziene

publiekrechtelijk

voorwaarden

en

met

de

daaruit

voortvloeiende

het recht van

een

eigenaar

om

vrijlijk over zijn

eigendom te beschikken en van het recht van de burger om zich vrij te vestigen, is beperkt tot de verdeling van aangewezen woonruimte.

De in de Huisvestingswet bedoelde criteria ter verdeling

van woonruimte betreffen de kring van personen die worden toegelaten tot de door de gemeente

aangewezen,

onder

de

desbetreffende

prijsgrenzen

vallende,

woonruimte.

Tot

die

door

de

Huisvestingswet voorziene beperkingen op het recht van vrije vestiging behoren in het bijzonder eisen

met

betrekking

tot

de

economische

en

andersoortige

maatschappelijke

binding

van

woningzoekenden.

De Huisvestingswet bevat een exclusieve regeling van de overheidsbemoeienis met de verdeling

van woonruimte voor zover het betreft de toelaatbaarheid van inbreuken op het recht van vrije vestiging door het stellen van de hiervoor aangeduide toelatingseisen aan woningzoekenden.

De

Huisvestingswet sluit overheidsbemoeienis met de verdeling van woonruimte boven de in deze wet

bepaalde prijsgrenzen uit, indien deze inhoudt dat aan woningzoekenden de bedoelde bindingseisen worden gesteld. Anders zou de hun toekomende vrijheid van vestiging ongerechtvaardigd worden beperkt.

37.

De Hoge Raad vervolgt evenwel met het oordeel dat het antispeculatiebeding geen onaanvaardbare doorkruising van de Huisvestingswet (oud) opleverde: “In overeenkomsten

naar

burgerlijk

recht vervatte

anti-speculatiebedingen

bij de

uitgite

van

bouwgrond die niet zien op de verdeling van woonruimte en die geen beperkingen aanbrengen op

het recht van vrije vestiging zijn, naar uit hetgeen in 3.7.4 i overwogen volgt, niet in strijd met het systeem en de strekking van de Huisvestingswet.

De onderhavige anti-speculatiebedingen strekken [..] ertoe [...] te voorkomen destijds

bestaande

woningmarktomstandigheden,

de

door

de

dat, gelet op de

gemeente

'geboden

woningbouwmogelijkheden onderwerp van speculatie worden'. Zij houden niet in dat aan de kring

19799

(geanonimise rd) van

kopers

toelatingseisen

andersoortige algemene

worden

gesteld

die

verband

houden

maatschappelijke

binding.

De bedingen

verkoopvoorwaarden

bepaald

(hiervoor in 3.1

onder

de

tot

mogelijkheid

ontheffing

te verlenen

van

voorzien

verplichting

met

hun

economische

of

op de wijze als in art. 7 van de (i} weergegeven)

zelfbewoning

en

tevens

het

in de

verbod

op

doorverkoop, waartoe niet als voorwaarde wordt gesteld dat de woning wordt verkocht aan een woningzoekende die voldoet aan de in de Huisvestingswet bedoelde bindingseisen.

Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank miskend dat de onderhavige anti-speculatiebedingen niet een onaanvaardbare beperking aanbrengen in de kring van personen die worden toegelaten tot

woonruimte boven de koopprijsgrens en dat deze du niet op ontoelaatbare wijze ingrijpen in het recht van vrije vestiging. De omstandigheid dat, zoals de rechtbank in r.0. 5.3 heeft overwogen, de bouwkavels slechts beschikbaar komen voor woningzoekenden

die zich voor een periode van vijf

jaar willen en kunnen vastleggen maakt dit niet anders; deze omstandigheid houdt immers geen verband met de bedoelde toelatingseisen. De rechtbank heeft voorts miskend dat, zo de bedingen al enige beperking van de doorstroming op de woningmarkt teweegbrengen, de Huisvestingswet op

dat aspect niet specifiek betrekking heeft” 38.

Uit deze overwegingen kan worden afgeleid dat de Hoge Raad voor het oordeel dat

de Huisvestingswet niet onaanvaardbaar werd doorkruist, doorslaggevend acht dat de zelfbewoningsplicht

geen

bepaling

inhoudt

die ziet op

antispeculatiebeding strekte ertoe te voorkomen

grond object werd van speculatie.

De Hoge

woonruimteverdeling.

dat door de gemeente

Raad

overweegt

Het

uitgegeven

uitdrukkelijk dat het

beding niet inhoudt dat aan de kring van kopers toelatingseisen worden gesteld die verband

houden

met

hun

Anders

gezegd,

iedere

economische

potentiële

of andersoortige

koper

komt

aanmerking, zolang ze er maar zelf gaan wonen. binding

met

de

gemeente

ontheffingsmogelijkheid werd

deed

niet

ter

als voorwaarde

in

maatschappelijk

principe

voor

de

binding.

woning

in

Het inkomen van de koper of de

zake.

Ook

in

voor ontheffing

het

kader

niet gesteld

van

de

dat de

woning zou moeten worden verkocht aan een woningzoekende die voldoet aan de in de Huisvestingswet bedoelde bindingseisen. Analyse koopgarantregeling Oudewater 39.

Uit het Doetinchem-arrest leiden wij af dat een beding dat ertoe strekt de kring van

kopers te beperken door eisen te stellen die verband houden met economische of maatschappelijke binding, een beperking is van het recht op vrije vestiging (van potentiële kopers) alsook van het recht van de eigenaar om zijn eigendom te verkopen aan wie hij wil. Uit het arrest kan worden afgeleid dat zo'n beding een onaanvaardbare

doorkruising zou opleveren van de Huisvestingswet. Hoewel

het arrest is gewezen

onder de vigeur van de vorige Huisvestingswet, zijn de overwegingen ook onder de

14198

(geanonimise rd) huidige

Huisvestingswet

2014 relevant, en misschien zelfs nog

relevanter, omdat

thans overheidsbemoeienis in de gehele koopmarkt (ongeacht de koopprijs) met het 00g op woonruimteverdeling is uitgesloten in de wet. 40.

Bij de gemeentelijke Koopgarantregeling is evenwel geen sprake van een dergelijk ontoelaatbaar beding.

De woningzoekenden

die de woning

kopen, zijn immers

niet

gehouden om de woning bij verkoop uitsluitend aan te bieden aan woningzoekenden die aan het door de gemeente gewenste profiel voldoen (starters uit Oudewater of met een binding aan Oudewater). Wel is het zo dat de kring van opvolgende kopers wordt

beperkt. De kopers van de Koopgarantwoningen zijn immers verplicht de woning terug te verkopen aan de gemeente(lijke B.V.). Hoewel de achtergrond van deze constructie evident verband houdt met de wens van de gemeente om de woningen beschikbaar

te houden bepaling

voor de gewenste waarbij

woonruimte

doelgroep,

is de terugverkoopverplichting zelf geen

wordt toegewezen.

Dat de

kring

van

kopers

wordt

beperkt tot één partij, hoeft ook niet noodzakelijkerwijs tot een nadeel voor de kopers

te

leiden,

ervan

teruggekocht.

uitgaand

dat

Verdedigbaar

de is

woning

dan

ook

voor

de

actuele

marktwaarde

wordt

dat

de

terugkoopverplichting

geen

onaanvaardbare beperking van het eigendomsrecht van de kopers oplevert. .

Verder is van belang dat de daadwerkelijke toewijzing van de woning plaatsvindt op het

moment

dat

de

gemeente(lijke

B.V.)

de

woning

(opnieuw)

verkoopt.

De

woonruimteverdeling vindt derhalve effectief plaats doordat de gemeentellijke B.V.) bij verkoop van de woningen uit de groep van potentiële kopers feitelijk telkens de keuze maakt voor een koper die aan het gewenste

koopovereenkomst

zoals gezegd

geen

profiel voldoet. Maar er worden

toelatingseisen

gesteld

aan

in de

de kring van

kopers die verband houden met hun economische of sociale binding. In het licht van het

Doetinchem-arrest

zien

wij

daarom

weinig

risico

dat

de

gemeentelijke

Koopgarantregeling de Huisvestingswet 2014 onaanvaardbaar doorkruist. 42.

Toch kunnen wij het risico dat een rechter een onaanvaardbare doorkruising van de

Huisvestingswet 2014 aanneemt, niet geheel uitsluiten. Hoewel het Doetinchemarrest ging om de vraag of een specifiek beding in een koopovereenkomst een onaanvaardbare doorkruising opleverde, is daarmee niet gezegd dat reeds geen strijd

met de Huisvestingswet 2014 bestaat, zodra een dergelijk beding (dat de kring van kopers beperkt tot woningzoekenden die aan bepaalde bindingseisen voldoen) ontbreekt.

Het is althans de vraag of het Doetinchem-arrest

zo strikt moet worden

uitgelegd. Niet kan worden uitgesloten dat een rechter de constructie als zodanig, die de gemeente hier wenst toe te passen, als een onaanvaardbare doorkruising zal beschouwen.

Het

is

immers

evident

dat

de

gemeente

met

deze

constructie

16799

(geanonimise rd) privaatrechtelijk

iets

beoogt

te

bewerkstelliigen,

wat

publiekrechtelijk

niet

is

toegestaan, te weten het toewijzen van koopwoningen aan een specifieke doelgroep alsook

het

beschikbaar

houden

van

de

koopwoningen

voor

die

doelgroep.

De

terugkoopverplichting draagt, zij het indirect, bij aan dit doel. En hoewel de kopers door

deze

constructie

weliswaar

niet

onaanvaardbaar

worden

beperkt

in

hun

eigendomsrecht, is het wel de vraag of de vrijheid van vestiging van andere potentiële

kopers, die niet aan het gewenste

profiel voldoen en derhalve niet in aanmerking

komen voor de woningen, niet onaanvaardbaar wordt beperkt. 43.

Opmerking verdient wel dat wij op voorhand het risico dat er ook daadwerkelijk zal worden geprocedeerd over deze constructie en dat daarbij ook een beroep zal worden gedaan

op de doorkruisingsleer,

niet erg groot inschatten.

Ervan

uitgaand

dat de

gemeente de woning telkens terugkoopt van de kopers voor de actuele marktwaarde worden

de kopers

voorhand

daarom

niet benadeeld geen

redenen

door de terugverkoopverplichting. waarom

ageren. Voor de woningzoekenden

de kopers tegen

Wij zien

de constructie

op

zouden

die niet aan het profiel voldoen en daarom niet

voor de koopgarantwoningen in aanmerking komen, geldt dat het gelet op de daarmee gemoeide kosten en tijd, niet aannemelijk is dat zij zich tot de rechter zullen wenden

omdat één van de woningen niet aan hen is verkocht. Uitgesloten is het evenwel niet. W.

Bestemmingsplan en doelgroepenverordening

44.

Deze paragraaf gaat in op de vraag of het mogellijk is om via de publiekrechtelijke weg, door

middel

van

een

bestemmingsplanwijziging

en

gebruikmakend

van

de

doelgroepenverordening, te bewerkstelligen dat de Koopgarantwoningen beschikbaar

blijven voor de gewenste doelgroep. Ter beantwoording van deze vraag wordt hierna ingegaan op de regeling in de Wro over het opnemen van woningbouwcategorieën in een bestemmingsplan en de verhouding tot de doelgroepenverordening. Tevens wordt

ingegaan op de mogelijkheid van het stellen van regels over koopwoningen

in de

doelgroepenverordening in relatie tot de Huisvestingswet 2014. Verder worden enkele kanttekeningen

Oudewater.

geplaatst

bij

de

Doelgroepenverordening

Tot slot wordt

een

korte doorkijk gegeven

van

de

gemeente

naar het wetsvoorstel tot

wijziging van de Huisvestingswet 2014 en de daarin opgenomen mogelijkheid om een vergunningenstelsel voor koopwoningen in te voeren. Woningbouwcategorieën 45.

in bestemmingsplan en doelgroepenverordening

Op grond van artikel 3.1, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad

voor het grondgebied van de gemeenteraad een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen

en regels

16739

(geanonimise rd) worden gegeven.

Deze regels dienen in elk geval te gaan over het gebruik van de

grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Ingevolge de tweede zinssnede van deze bepaling kunnen bestemmingsplanregels ook strekken ten behoeve van de

uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Die percentages kunnen

ingevolge

artikel 6.13, lid 2, onder d, van de Wro in een exp/oitatieplan worden uitgewerkt. De uitwerking van deze percentages resulteren in zogenoemde locatie-eisen (zoals het aantal en de situering van de woningen). Genoemde

locatie-eisen in artikel 6.2.10

kunnen

opgenomen

ook

in een

anterieure

overeenkomst

worden

wanneer

geen

exploitatieplan wordt vastgesteld. 46.

De woningbouwcategorieën zijn limitatief bepaald in artikel 3.1.2, lid 1, van het Bro. Het betreft de categorieën:

47.

-

sociale huurwoningen;

-

geliberaliseerde woningen voor middenhuur;

-

sociale koopwoningen; of

-

particulier opdrachtgeverschap.

Ingevolge artikel 1.1.1, onder e, Bro wordt onder een sociale koopwoning verstaan een koopwoning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste € 200.000, waarbij

de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor een in de verordening vastgesteld tijdvak van ten minste een jaar en ten hoogste tien jaar na ingebruikname is verzekerd. 48.

Ingevolge

artikel 7ad,

eerste

lid, van

het Besluit uitvoering

Crisis- en

herstelwet

(BuChw) geldt in afwijking van artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bro

voor een sociale koopwoning de kostengrens, zoals vastgesteld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie, als de ten hoogste koopprijs. Ingevolge het tweede lid kan de gemeenteraad, in afwijking van artikel 3.1.2, vierde lid, van het Bro,

indien een bestemmingsplan regels bevat ten aanzien van sociale koopwoningen, na regionale afstemming een lagere koopprijs vaststellen dan de ten hoogste koopprijs, bedoeld in het eerste lid. Blijkens het derde lid, onder bm, is artikel 7ad van toepassing

op de gemeente Oudewater. 49.

De

Wro

biedt

geen

expliciete

wettelijke

grondslag

voor

de

vaststelling

van

een

doelgroepenverordening als zodanig. Uit de begripsbepaling in artikel 1.1.1 volgt slechts dat de gemeenteraad in een verordening een omschrijving geeft van de doelgroep voor een woningbouwcategorie en het tijdvak waarin de woning voor die

17138

(geanonimise rd) categorie in stand moet worden gehouden. De in artikel 1.1.1 bedoelde verordening is in de praktijk de doelgroepenverordening gaan heten. 50.

De begripsomschrijving van ‘sociale koopwoning’ valt uiteen in drie elementen: -

De maximale koopprijs vrij op naam is € 200.000 (danwel een prijs conform artikel 7ad BuChw);

-

De woning is bestemd voor een bij verordening bepaalde doelgroep en

-

De instandhoudingstermijn

van

de woning

voor die doelgroep

is bepaald

en

in een bestemmingsplan te bestemmen

is

verzekerd.

Om

sociale koopwoningen

als zodanig

vereist dat bij wijze van percentage de woningbouwcategorie ‘sociale koop’ binnen de op

een

locatie

Daarnaast

geldende

dient op

bestemming

het moment

doelgroepenverordening

van

(vaak

“Wonen”)

vaststelling

van

te gelden waarin de doelgroep

mogelijk

wordt

gemaakt.

het bestemmingsplan

een

en instandhoudingstermijn

van de sociale koopwoning is bepaald en verzekerd. Verhouding doelgroepenverordening 51.

tot Huisvestingswet 2014

In de literatuur’°, bij verschillende gemeenten en bij de VNG, heeft twijfel bestaan over de toelaatbaarheid van het stellen van regels in een doelgroepenverordening over de toewijzing

van

(sociale)

gemeenteraad bevoegdheid

een wel

koopwoningen

autonome

begrensd,

aan

een

verordenende

in die zin dat

een

bepaalde

doelgroep.

bevoegdheid

heeft,

gemeentelijke

Hoewel

de

wordt

deze

verordening

geen

bepalingen mag bevatten in strijd met hoger recht. Ook mag de verordeningsbepaling

de (bedoeling van) hogere regelgeving niet doorkruisen!’. Dit volgt uit de artikelen 121 en 122 van de Gemeentewet.

52.

Omdat

blijkens

de

parlementaire

geschiedenis

bij de

Huisvestingswet

2014

de

wetgever de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels te stellen over de verdeling van koopwoonruimte,

expliciet heeft uitgesloten, is wel betoogd dat het in

strijd is met de Huisvestingswet om in een doelgroepenverordening alsnog regels te stellen over de toewijzing van koopwoningen. Wij onderschrijven dit standpunt. Dit betekent dat het, om een percentage sociale koop in een bestemmingsplan te kunnen 9 Zie bijvoorbeeld de adviezen van prof. dr. Ir. A.G. Bregman (RUG) aan de gemeente Haarlem. Het betreft de notitie “Enkele vragen m.b.t. ontwerp doelgroepenverordening van de gemeente Haarlem’, van 15 augustus 2019, en de notitie “Reactie op het standpunt van de VNG m.b.t. de toewijzing van sociale koopwoningen op grond van een doelgroepenverordening’ van 24 januari 2020, opgesteld door Bregman Advisering in opdracht van het Expertteam Woningbouw van RVO (online raadpleegbaar). " HR 23 december 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC7081, NJ 1981/171, m.nt. Van Veen (APV Schiermonnikoog).

1798

(geanonimise rd) opnemen, weliswaar vanuit het Bro verplicht is om een doelgroepenverordening vast te stellen en daarin een doelgroep en instandhoudingstermijn te bepalen, maar als het evenwel

aankomt

op

het daadwerkelijk

toewijzen

van

de

koopwoningen

aan

de

beoogde doelgroep, is de doelgroepenverordening in zoverre vrij betekenisloos. Een potentiële koper uit de doelgroep die een sociale koopwoning op het oog heeft kan met de doelgroepenverordening

in de hand niet afdwingen dat de woning aan hem

wordt verkocht. Evenmin kan de gemeente op basis van de doelgroepenverordening handhavend optreden tegen een verkoop van een sociale koopwoning aan een partij die niet in de doelgroep

valt. Verder geldt dat specifieke toewijzingsregels

in een

doelgroepenverordening (bijvoorbeeld een regel die dwingend voorschrijft aan welke groep een verkoper zijn woning mag verkopen) helemaal uit den boze zijn. 53.

Inmiddels

is ook door de wetgever

toewijzing

van

bepaalde

bevestigd dat het stellen van

categorieën

woningen

aan

bepaalde

regels over de doelgroepen

bij

gemeentelijke (doelgroepen)verordening inderdaad niet is toegestaan. In de memorie

van toelichting’? bij het wetsvoorstel’? tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 wordt ingegaan op de verhouding van de Huisvestingswet tot andere regelgeving. Over de doelgroepenverordening staat het volgende: ‘In

een

doelgroepenverordening

kunnen

gemeenten

vastleggen

dat

bepaalde

categorieën

nieuwbouwwoningen bedoeld zijn voor bewoning door bepaalde groepen woningzoekenden. echter

niet

mogelijk

om

in

de

doelgroepenverordening

ook

regels

vast

daadwerkelijke toewijzing van deze woningen aan de specitieke doelgroepen.

e

leggen

Het is

over

de

Dit kan alleen op

basis van de Huisvestingswet 2014 [..].”'* 54.

Ook de VNG

is inmiddels overtuigd van de ontoelaatbaarheid van het stellen van

regels in een doelgroepenverordening

over toewijzing

van

koopwoningen

aan

een

bepaalde doelgroep.'* Handhaving van de doelgroepenverordening 55.

Uit het voorgaande volgt dat de doelgroepenverordening niet kan worden aangewend om de toewijzing van sociale koopwoningen aan personen uit een bepaalde doelgroep af te dwingen.

In zoverre is de doelgroepenverordening

als handhavingsinstrument

niet erg bruikbaar. Wat de categorie sociale koop betreft is de doelgroepenverordening wel relevant voor de instandhoudingstermijn. Het Bro verplicht tot het bepalen van een 12 Kamerstukken |l, 2021-2022, 36 190, nr. 3 (memorie van toelichting). 13 Kamerstukken |l, 2021-2022, 36 190, nr. 2 (voorstel van wet). 4 Kamerstukken |l, 2021-2022, 36 190, nr. 3, p. 22 (memorie van toelichting).

s Zie de notitie “Hoe verder met de woningbouwcategorieën

en doelgroepenverordening’, d.d. 5

september 2022, raadpleegbaar op de website van de VNG.

19799

(geanonimise rd) instandhoudingstermijn

voor

de

woningbouwcategorieën

in

de

doelgroepenverordening. Voor sociale koop dient die termijn ten minste één jaar en ten hoogste tien jaar te bedragen.

sociale koopwoning

Daarnaast volgt uit het Bro rechtstreeks dat een

een vrij op naam

toepassing van artikel 7ad BuChw

prijs heeft van ten hoogste € 200.000.

Bij

mag dit bedrag worden verhoogd tot de NHG-

grens.

56.

Blijkens

de

nota

van

toelichting

doelgroepenverordening

bij het

Bro

bestuursrechtelijk

kan

bij handelen

handhavend

in

strijd

worden

met

de

opgetreden.

Wanneer de sociale koopwoning voor een te hoog bedrag wordt gekocht, of binnen de instandhoudingstermijn wordt onttrokken (de woning wordt verhuurd), kan een last

onder dwangsom worden opgelegd.’® Daarbij geldt evenwel als belangrijke beperking dat het voor gemeenten moeilijk is om toezicht te houden op de verkoop of verhuur van woningen. De VNG beveelt gemeenten aan om steeksproefgewijs mutaties in de WOZ-aanslag en de Basisregistratie Personen (BRP) te controleren. Bestemmingsplanherziening Oranje Bolwerck? 57.

De gemeenteraad van Oudewater heeft op 24 februari 2022 (inwerkingtreding 8 maart 2022)

een

doelgroepenverordening

vastgesteld.

Het

bestemmingsplan

Bolwerck” is vastgesteld op 5 november 2020. Op dat moment doelgroepenverordening. toegekend

met

een

woningen

toegestaan.

In

het

bestemmingsplan

bouwaanduiding

Daarbij

wordt

is

de

“gestapeld”.

Ter

planologisch

geen

gold er nog geen

bestemming

plaatse

“Oranje

zijn

“Wonen”

maximaal

52

gemaakt

in

alsnog

een

onderscheid

bepaalde woningbouwcategorieën. 58.

Ons

is gevraagd

of het zinvol

is om

bij bestemmingsplanherziening

percentage voor sociale koop in het bestemmingsplan “Oranje Bolwerck” op te nemen. Die vraag beantwoorden wij ontkennend. Sterker, wij achten het niet mogelijk om voor

bestaande

(reeds

vergunde)

woonbebouwing

alsnog

een

percentage

voor

een

bepaalde woningbouwcategorie op te nemen. In artikel 3.1, eerste lid, Wro staat dat planregels tevens kunnen

strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het

plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën

uitsluitend betrekking

hebben

op percentages gerelateerd

aan het plangebied. Hoewel dit niet expliciet blijkt uit artikel 3.1. van de Wro heeft de

wetgever voor ogen gehad dat het stellen van percentages alleen mogelijk is voor nieuw te bouwen woningen. Dit kan worden gelezen in de zinssnede ‘ten behoeve van

'S Stb. 2017, 172, p. 5-6 9 (nota van toelichting Bro)

20199

(geanonimise rd) de uitvoerbaarheid'.'7

Ook de nadere uitwerking van de percentages, die enkel bij

exploitatieplan dan wel een overeenkomst over grondexploitatie als bedoeld in artikel 6.24

Wro,

kan

plaatsvinden,

woningbouwcategorieën

duidt

alleen

voor

erop

dat

het

nieuwe

stellen

van

planologische

percentages

over

mogelijkheden

(i.e.

nieuwbouw) geldt en niet voor bestaande bouw. Het publiekrechtelijke kostenverhaal gaat immers altijd over de band van een omgevingsvergunning voor bouwen en het

privaatrechtelijke

kostenverhaal

vindt

plaats

door

een

anterieure

overeenkomst

voorafgaand aan een planologische toestemming. 59.

Aangezien de woningen al zijn vergund en in aanbouw zijn achten wij het niet mogelijk om nu alsnog

in een bestemmingsplanherziening

een percentage sociale koop te

bestemmen. Los van het voorgaande is een bestemmingsplanherziening, zelfs als het

stellen van percentages voor bestaande woningbouw

zou kunnen,

in dit concrete

geval niet zinvol om het door de gemeente gewenste doel te bereiken. De gemeente wenst immers de koopwoningen daadwerkelijk te kunnen toewijzen aan een bepaalde

doelgroep, en dat is nu juist wat er met een doelgroepenverordening niet kan. Opmerkingen bij de Doelgroepenverordening Oudewater 60.

Ten overvloede

maken

wij hieronder enkele opmerkingen

op hoofdlijnen

over de

strekking en inhoud van de doelgroepenverordening van de gemeente Oudewater. Zo valt op dat in deze doelgroepenverordening een

aparte

categorie,

te weten

naast de categorie sociale koopwoning

de ‘betaalbare en

middeldure

koopwoning’

wordt

geïntroduceerd. Daarbij worden in de begripsbepaling merkwaardig genoeg zowel de sociale koopwoning als de ‘betaalbare en middeldure

koopwoning’ gedefinieerd als

“koopwoning als bedoeld in artikel 7ad, eerste lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet,

waarbij

een

in deze

toepassing

is”.

koopwoning’

niet voorkomt in het Bro en dat het ook niet is mogelijk is om deze

Opmerking

verordening

verdient

dat

de

bepaalde categorie

maximale ‘middeldure

koopprijs en

van

betaalbare

categorie in een bestemmingsplan (door het stellen van een percentage) op te nemen. Dit

doet

de

vraag

riijzen

wat

de

betekenis

is

van

de

bepalingen

in

de

doelgroepenverordening die over deze categorie gaan. 61.

Opvallend is ook dat voor deze categorieën verschillende koopprijsgrenzen worden gehanteerd in de doelgroepenverordening, waarbij wij ernstige twijfel hebben of dit wel in overeenstemming is met de wet (het Bro). Voor een sociale koopwoning geldt op

7 Onder de Omgevingswet kan hierover straks overigens geen misverstand bestaan. In artikel 5.1610, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat een omgevingsplan dat bouwactiviteiten toelaat waarvoor op grond van artikel 13.11, eerste lid, van het de wet kosten moeten worden verhaald, regels kan bevatten over de te realiseren categorieën woningen.

21799

(geanonimise rd) grond van het Bro namelijk een koopprijsgrens van € 200.000,--. Op grond van artikel 7ad, lid 2, BuChw kan in plaats van deze koopprijsgrens worden aangesloten bij de NHG-grens

lagere

als de ten hoogste koopprijs. Er mag op grond van het tweede

koopprijs

plaatsgevonden. verschillende

worden De

bepaald,

mits

hierover

doelgroepenverordening

koopprijsgrenzen, te weten:

betaalbare

koopwoning

koopwoning

(min.

categorieën

betaalbare

(min.

€

€300.000,-en

regionale

afstemming

heeft

Oudewater

kent

drie

sociale koopwoning

225.000,-max.

van max.

€

€ 355.000,--).

middeldure

lid een

(max. € 225.000,--),

300.000,--) Los van

koopwoningen

geen

echter

en

middeldure

het feit dat voor de wettelijke

grondslag

bestaat, is het ons inziens niet toegestaan om binnen de categorie sociale koopwoning verschillende koopprijsgrenzen te hanteren. 62.

Ook is in de doelgroepenverordening in strijd met het Bro voor sociale koopwoningen een instandhoudingstermijn van minimaal tien jaar bepaald (art. 6, lid 2), terwijl het Bro bepaalt dat een sociale koopwoning een instandhoudingstermijn van ten minste

één jaar en ten hoogste tien jaar mag hebben. Overigens staat in de toelichting bij de doelgroepenverordening

dat voor sociale koopwoning

een

instandhoudingstermijn

van ten hoogste tien jaar is bepaald. De verordening en de toelichting stemmen op dit

punt dus ook niet overeen. De instandhoudingstermijn van maximaal tien jaar voor betaalbare

en

middeldure

koopwoningen

is ons

inziens

betekenisloos,

nu deze

categorie geen wettelijke grondslag heeft. 83.

Verder wijzen wij op artikel 5 van de doelgroepenverordening, waarin ten aanzien van koopwoningen toewijzingsregels zijn opgenomen. De bepaling bevat onder meer een

voorrangsregeling voor koopstarters en lokale woningzoekenden. Dit is zoals gezegd in strijd met de Huisvestingswet 2014. In zoverre is de bepaling ons inziens dan ook onverbindend, althans in ieder geval niet handhaafbaar. 64.

Gezien het voorgaande adviseren wij om de doelgroepenverordening in ieder geval op voornoemde punten te herzien. Het advies is daarbij om dit te doen vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de doelgroepenverordening niet meer worden gewijzigd. Vanaf dan zullen de regels uit de doelgroepenverordening

in het omgevingsplan

moeten

worden opgenomen. Wil men de regels na inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigen, dan dient het omgevingsplan te worden gewijzigd en moeten de regels worden

toegevoegd

kunnen

wij

over

aan

de

het

nieuwe

noodzakelijke

deel

van

wijzigingen

het omgevingsplan.

in

de

Desgevraagd

doelgroepenverordening

adviseren.

2109

(geanonimise rd) Wetsvoorstel wijziging Huisvestingswet 2014 65.

Ten

overvloede

wijzen

Huisvestingswet 2014.'3 gemeentelijke

wij

Dit

op

het

voorstel

wetsvoorstel

voorziet

huisvestingsverordening

een

in

de

tot

wijziging

mogelijkheid

van

de

in

een

verplicht

te

om

huisvestingsvergunning

stellen voor het in gebruik nemen van sociale koopwoningen. Een sociale koopwoning zal blijkens

het wetsvoorstel

worden

gedefinieerd

als een

woning

met

een

vaste

betaalbaarheidsgrens van € 355.000 euro'®, die wordt bewoond door mensen met een aantoonbare

behoefte

aan

een

betaalbare

koopwoning.

In

de

memorie

van

toelichting2 staat dat gemeenten de ruimte krijgen om nadere voorwaarden te stellen aan de doelgroep die in aanmerking komt om in een sociale koopwoning te wonen. 66.

De

uitvoering

van deze

maatregel zal volgens

de memorie

van

toelichting

bij het

wetsvoorstel als volgt werken: -

hetblijft voor een verkoper mogelijk zijn woning te verkopen aan eenieder;

-

het blijft voor kopers mogelijk om iedere woning te kopen die zij willen;

-

de koper zal echter een huisvestingsvergunning moeten verkrijgen als hij er zelf wil wonen;

-

verkrijgt hij deze vergunning niet, dat kan hij verhuren aan een persoon die wél in

aanmerking

komt

voor

een

vergunning

(tenzij

sprake

is

van

opkoopbescherming): -

Het idee is echter dat de woning doorgaans zal worden gekocht door een persoon

die in aanmerking komt voor een vergunning en er dus zelf kan gaan wonen. 87.

De regeling inzake opkoopbescherming

(huidig artikel 41 Hw 2014) blijft behouden.

De opkoopbescherming regelt dat bepaalde woningen niet zonder vergunning mogen verhuurd. Er geldt dan een zelfbewoningsplicht. Indien dit instrument in combinatie met de vergunningplicht voor sociale koop wordt ingezet, kan worden bewerkstelligd

dat de sociale koopwoning als koopwoning voor de beoogde doelgroep in stand blijft (de koper heeft een zelfbewoningplicht én komt in aanmerking voor een vergunning). 68.

Gezien het (geringe) risico met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de (indirecte) toewijzing van koopwoningen aan bepaalde woningzoekenden binnen de gemeentelijke koopgarantregeling in relatie tot de Huisvestingswet 2014, geven wij de

gemeente in overweging mee om, zodra dit mogelijk wordt, de betreffende woningen in Oranje Bolwerck vrij te geven aan de markt en door middel van een 18 Kamerstukken |I, 2021-2022, 36 190, nr. 2 (voorstel van wet). 19 In het oorspronkelijke wetsvoorstel was voor de koopprijs een koppeling gelegd met de NHG-grens. Blijkens de toelichting bij de Nota van Wijziging wordt deze koppeling bij nader inzien verlaten, zie Kamerstukken Il, 2022-2023, 30 190, nr. 9 (Nota van wijziging).

20 Kamerstukken II, 2021-2022, 36 190, nr. 3 (memorie van toelichting).

20199

(geanonimise rd) huisvestingsvergunningenstelsel publiekrechtelijk te verzekeren dat deze woningen beschikbaar blijven voor de gewenste doelgroep. 69.

Het

is

overigens

goed

huisvestingsvergunningenstelsel

om

op

te

voor

sociale

merken

dat,

zodra

koopwoningen

in

de

bhet nieuwe

Huisvestingswet wordt opgenomen, de vraag of de gemeentelijke koopgarantregeling

een onaanvaardbare doorkruising van de Huisvestingswet oplevert, in een ander licht zal moeten worden beantwoord. Er is dan immers geen sprake meer van een situatie waarbij

de

publiekrechtelijke

Brandweerkostenarrest),

maar

weg

een

is

uitgesloten

situatie waarbij

(vgl.

het

geval

de publiekrechtelijke weg

wél

openstaat. 70.

Het wetsvoorstel staat geagendeerd voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Desgevraagd kunnen wij de gemeente op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit vlak.

De voorgenomen Koopgarantregeling in het licht van Didam Het Didam-arrest op hoofdlijnen 71.

Uit het Didam-arrest (ECLI:NL:HR:2021:1778) verkopen

van

gegadigden

onroerende

zaken

volgt dat overheidslichamen

gelegenheid

moeten

bieden

aan

bij het

(potentiële)

om de (betreffende) onroerende zaak of zaken te kunnen verwerven,

indien er meerdere gegadigden zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden

zullen

zijn.

Volgens

de

Hoge

Raad

is

niet

beslissend

of

andere,

vergelijkbare onroerende zaken beschikbaar zijn. Het enkele feit dat andere partijen mogelijk

belangstelling

hebben

om

de onroerende

zaak

te kopen,

is dus

reeds

voldoende.

72.

Indien

er

meerdere

gegadigden

zijn

voor

de

aankoop

van

de

desbetreffende

onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen

zijn, moet het overheidslichaam de koper selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginse! (gelijke gevallen moeten op een gelijke manier worden behandeld), dat ook werking

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/574/documents/17747