CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Plesmanplantsoen 6 Oudewater_Bijlagen.pdf

Forum Ruimte 1 juli 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 4: VERVALLEN: RV BP Plesmanplantsoen 6 (184317)21.494 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

0,5 cm in doorsnede)) en in de bovenste laag zijn ook een aantal vondsten gedaan in boring 2. Boring 4 heeft men moeten staken door de aanwezigheid van het grondwater en de stevigheid van de klei, waardoor zowel de gutsboor als de Edelmanboor bijna vast bleef steken in een sterk zandige, zeer stevige kleilaag, die (donker)grijsbruin van kleur is. Deze laag bevat eveneens rood bouwpuin, houtskoolspikkels en kalkmortel en is zodoende geïnterpreteerd als ophogingslaag. Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische en ecologische indicatoren. Er is zeer veel puin waargenomen, waarvan sommige stukken met zekerheid archeologische waarde hebben, zoals de brokken geel baksteen. Daarnaast is in de hoogste ophogingslaag in boring 2 een stuk pijpesteel gevonden en geglazuurd aardwerk (60-70 cm -Mv). Een precieze datering hiervoor is niet mogelijk, maar beide dateren tussen de 16 e – 19 e eeuw (zie bijlage 8 – 10 voor kaart, lijst en foto’s). In boring 1 zijn eveneens scherven gevonden van rood en grijs aardewerk. Daarnaast is ook de hoeveelheid houtskool een goede indicator voor menselijke activiteiten. Interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat in de ondergrond van het plangebied zich een ondoordringbare puinlaag bevindt in tenminste het noorden en oosten van het plangebied.

Vermoedelijk betreft dit de funderingsresten van de vestingmuur, wanneer men uitgaat van een bredere fundering van de vestingmuur, of de gesloopte resten van de bebouwing uit de 16 e eeuw ten behoeve van de vestingmuur. Hierop bevinden zich verscheidene ophogingslagen (45 – 280 cm -Mv; 0,45 – 2,00 m -NAP). Een datering voor deze lagen is in dit stadium van het onderzoek niet mogelijk, maar waarschijnlijk betreft het ophogingslagen als onderdeel van de aardwal die tegen de vestingmuur aan lag, waardoor deze gedateerd kunnen worden tot de Nieuwe Tijd. Een oudere datering is echter niet uit te sluiten, aangezien bovenstaande datering van de vestingmuurfunderingen ook eerder uit kan vallen op basis van het bureauonderzoek. Hierop is een recente bouwvoor van 4555 cm dik aanwezig. De verwachting voor de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen kon niet 2 Met ‘zacht’ bouwpuin wordt bedoeld dat dit archeologisch bouwpuin betreft. Het is mogelijk om hier met de blote

handen gedeeltes van af te breken of een vingernagel in te zetten.

23

getoetst worden door de ondoordringbare puinlaag die op 2,25 – 2,80 m -Mv (1,40 – 2,00 m -NAP), maar deze blijft middelhoog.

24

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt in de historische kern van Oudewater, dat in de 11 e eeuw als ontginningsbasis voor de omliggende veenvlakte is ontstaan. De kern ligt op oeverwalafzettingen van de stroomruggen Hollandse IJssel en Lange Linschoten, die actief zijn geweest sinds de Romeinse Tijd.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Binnen de bodemopbouw zijn alleen ophogingslagen aangetroffen, die op een laag puin gelegen zijn. Deze lagen kunnen als één groot archeologisch relevant niveau worden beschouwd en is aanwezig vanaf de bouwvoor.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 2.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een hoge archeologische waarde, die is gebaseerd op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. De verwachting voor de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen kon niet getoetst worden door de ondoordringbare puinlaag die op 2,25 – 2,80 m -Mv (1,40 – 2,00 m -NAP) aanwezig is, waardoor deze middelhoog blijft.

25

12. Conclusie en Advies Conclusie Het plangebied ligt in de historische kern van de vestingstad Oudewater. Uit het bureauonderzoek blijkt dat dit gebied al bewoond is sinds de 11 e eeuw n. Chr. en op de oeverwallen van de stroomruggen van de Lange Linschoten en de Hollandse IJssel ligt. Deze oeverwallen dienden als ontginningsbasis voor het omliggende gebied. In de 14 e eeuw werd Oudewater ommuurd, waardoor het plangebied sindsdien waarschijnlijk officieel binnen de kern valt. Op basis van historische gegevens is deze muur een aantal keer verbouwd, onder andere in de 16 e eeuw toen een gedeelte van de bebouwing ter plaatse van het Dr. Plesmanplantsoen en de Amsterdamse Veer werd gesloo pt ten behoeve van de versteviging van de vestingmuur. Het plangebied ligt volgens de historische kaarten gedeeltelijk op deze vestingmuur en de aardwal die ter versteviging was aangelegd aan de binnenzijde van de muur. De verwachting op archeologische resten in relatie tot dit bouwwerk, zoals funderingsresten, is zodoende zeer hoog. De verwachting voor andere archeologische resten in het zuidwesten van het plangebied, zoals beerputten en dergelijk, uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is eveneens hoog door de nabijheid van bebouwing uit die perioden. In de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen is de verwachting middelhoog.

Het plangebied is dan naar alle waarschijnlijkheid gelegen op de oeverwallen van de Lange Linschoten stroomrug, die later een zijtak van de Hollandse IJssel vormt. Oeverwallen waren zeer aantrekkelijk voor bewoning. Het is mogelijk dat de Hollandse IJssel de oeverwallen van de Lange Linschoten heeft geërodeerd. De verwachting voor resten uit de perioden Neolithicum – Bronstijd is laag door de afwezigheid van veenrivieren in dit gebied. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat in de ondergrond van het plangebied zich een ondoordringbare puinlaag bevindt in tenminste het noorden en oosten van het plangebied. Vermoedelijk betreft dit de funderingsresten van de vestingmuur of de gesloopte resten van de bebouwing uit de 16 e eeuw ten behoeve van de vestingmuur. Hierop bevinden zich verscheidene ophogingslagen (45 – 280 cm -Mv; 0,45 – 2,00 m -NAP). Een datering voor deze lagen is in dit stadium van het onderzoek niet mogelijk, maar waarschijnlijk betreft het ophogingslagen als onderdeel van de aardwal die tegen de vestingmuur aan lag, waardoor deze gedateerd kunnen worden tot de Nieuwe Tijd. Een oudere datering is echter niet uit te sluiten, aangezien bovenstaande datering ook eerder uit kan vallen op basis van het bureauonderzoek. Hierop is een recente bouwvoor van 45-55 cm dik aanwezig.

Zodoende is er in het plangebied sprake van een hoge archeologische waarde door de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. De verwachting voor de periode Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen kon niet getoetst worden door de ondoordringbare puinlaag die op 2,25 – 2,80 m -Mv (1,40 – 2,00 m -NAP) aanwezig is, maar deze blijft middelhoog.

Advies Voor het plangebied is in het kader van de voorgenomen nieuwbouw naar ons inziens archeologisch vervolgonderzoek nodig om de cultuurlagen te documenteren en de oorzaak van de puinlaag te achterhalen. Ons advies is dat dit onderzoek het beste in twee delen kan plaatsvinden: • Tijdens de ondergrondse sloop, raden wij een Inventariserend Veldonderzoek, variant Archeologische begeleiding aan. Aangezien het onduidelijk is hoe diep de huidige bebouwing reikt en het wel duidelijk is dat de cultuurlagen vrij hoog aanwezig zijn, is de kans groot dat deze bloot komt te liggen tijdens de sloop van de funderingen. Wij achten het noodzakelijk om deze zo goed mogelijk te documenteren, voordat men met de nieuwbouw begint.

26

•

Vóórdat men gaat beginnen met de graafwerkzaamheden, adviseren wij een Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven, ter plaatse van het bouwvlak met de mogelijkheid tot de doorstart naar een volledige opgraving (DO). Aangezien niet het gehele plangebied bebouwd zal worden, zal een gedeelte in situ behouden kunnen blijven nadat de bovenste laag gedocumenteerd is tijdens de archeologische begeleiding. Door de geringe grootte van het bouwvlak, is het aannemelijk dat wanneer er archeologie aangetroffen wordt, dat dit zal leiden tot een doorstart, waarbij het gehele bouwvlak wordt onderzocht.

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Oudewater) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

27

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Oudewater • www.ruimtelijkeplannen.nl • •

www.nationaalarchief.nl www.geschiedkundigeverenigingoudewater.nl

• • •

archis.cultureelerfgoed.nl www.kadastralekaart.com www.archieven.nl

• •

www.pdok.nl www.ahn.nl

• •

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) Geomorfologische kaart van Nederland

• • •

www.bodemloket.nl bagviewer.kadaster.nl www.kadaster.nl

• •

www.dinoloket.nl landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart

• •

beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.topotijdreis.nl

• • •

library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf www.ikme.nl www.tracesofwar.com

•

www.explosievenopsporing.nl

Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Blijdenstijn, R., 2015. Tastbare tijd 2.0, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Amsterdam, Uitgeverij Matrijs. Blom, J.M. & L. Nijdam 2007: Oudewater Plesmanplantsoen. Een bureauonderzoek. ADC rapport 883. Boer, B. de, 2020. Oudeweater. Plangebied Binnenstad Oudewater. Archeologisch bureauonderzoek. BAAC-rapport V-19.0398. 28

Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Ende, H. van den, 2015. Archeologische beleidskaart, Gemeente Oudewater. Ende, H. van den, 2016. Archeologische Onderzoeksagenda, Gemeente Oudewater. Geerts, R.C.A., 2021. Muurwerk in Oudewater. Een archeologische opgraving, variant archeologische begeleiding, aan de Biezenstraat. ADC-rapport 5623. Groot, R.W. de, en J. Huizer, 2006. Bureauonderzoek, Amsterdamse Veer 5. Synthegra-rapport 176121. Kenemans, M.C. en M. Peters, 2021. Sporen van handel en ambacht aan de Lange Burchwal in Oudewater, gemeente Oudewater. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven en een Definitief Archeologisch Onderzoek in de vorm van een begeleiding. ADC -rapport 5269. Korver, I., 2022. Plan van Aanpak. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Oudewater, Dr. Plesmanplantsoen 6. Nieuwegein: Transect. Lammers, W. R. Reiling en E. Zilverberg, 1981. Verslag van een Kwartair geologisch veldwerk in Noord Brabant. Scriptie V.U., Amsterdam (uit Stiboka, 1987) Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Schokker, J., 2003.

Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands), Utrecht (Thesis, Nederlandse Geografische Studies 314). Vos, P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape. Longterm landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. PhD dissertation, Utrecht University, Barkhuis Groningen. Wilbers, A.W.E, 2008. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Lage Zwaluwe, Lage Zwaluwe West. Becker en van de Graaf rapport, Noordwijk Williams, G. en S. Zandboer, 2008. Dr. Plesmanplantsoen. Een archeologische begeleiding. ADCrapport 1395, DANS. Zijverden, W.K., van & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden.

29

Bijlage 1: Bouwtekeningen

30

31

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Oudewater

32

Bijlage 3: Geomorfologie

33

Bijlage 4: Hoogtekaart

34

35

Bijlage 5: Bodemkaart

36

Bijlage 6: Archeologische informatie

37

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/645/documents/19831