Zienswijzennota Rabelingstraat 10 Silvolde.pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, locatie Rabelingstraat 10, Silvolde”
1. Inleiding Het ontwerpbesluit ‘’Buitengebied, locatie Rabelingstraat 10, Silvolde” heeft vanaf 28 december 2023 t/m 7 februari 2024 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. De ter inzage legging is bekendgemaakt in de: • • •
Staatscourant van 27 december 2023; Gelderse Post van 27 december 2023; alsmede op de gemeentelijke website vanaf 27 december 2023.
In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. Ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid De volgende personen hebben een zienswijze of reactie ingediend: 1. Vereniging Leefmilieu te Nijmegen 2. Wösten 3. Waterschap Rijn en IJssel
De hierboven vermelde zienswijzen daarop zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. De zienswijzen zijn samengevat en van commentaar voorzien in hoofdstuk 2 van deze nota. Vervolgens is aangegeven of het bouwplan naar aanleiding van de zienswijzen is gewijzigd. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de ambtshalve wijzigingen.
2. Beantwoording zienswijzen In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen beknopt en zakelijk weergegeven. Bij de twee ingebrachte zienswijzen van Vereniging Leefmilieu te Nijmegen en Wösten worden exact dezelfde punten aangedragen. In deze nota wordt op deze punten gezamenlijk ingegaan en worden de punten ook gezamenlijk beantwoord. Daarnaast wordt ingegaan op de ingebrachte beoordeling van het Waterschap Rijn & IJssel.
2.1
Toelichting centrale thema’s beantwoording zienswijzen
2.1.1
Ligging bedrijf en beoogde uitbreiding
Samenvatting van de zienswijze: Appellant schrijft dat het bedrijfsplan een substantiële vergroting van het bedrijfsperceel inhoudt en de bouw van een nieuwe varkensstal van ca. 110 x 40 meter en ruim 10 meter hoog op korte afstand van woningen van derden. Weliswaar wordt ook bestaande stalruimte afgebroken maar de nieuwe stal zal tweemaal groter en fors hoger zijn dan de te slopen stalruimte. Reactie van de gemeente: Deze constatering dat een bedrijfsplan een substantiële vergroting van het bedrijfsperceel inhoudt, bevat verder geen inhoudelijk onderbouwd bezwaar. In het geldende bestemmingsplan is ook al een bouwhoogte toegestaan van 13 meter. Wij nemen de inhoud van deze reactie dan ook voor kennisgeving aan.
Conclusie en voorstel: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.2
Realiteitsgehalte bedrijfsvoering
Samenvatting van de zienswijze: Opgeteld komt het plan neer op 1.901 zeugen en 1.296 biggen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verhouding zeugen en biggen ongewoon is, wat dringend om een verklaring vraagt. Nu lijken de biggen al op een uiterst jonge leeftijd op transport te gaan worden gezet. Dit roept vragen op over het realiteitsgehalte van de bedrijfsvoering. Reactie van de gemeente: In de vigerende situatie zijn er 987 guste en dragende zeugenplaatsen en 288 kraamhokken. Daarbij 3800 biggenplaatsen (en 312 opfokzeugen). In de beoogde situatie zijn de aantallen guste en dragende zeugen gelijk met 987 plaatsen. De kraamopfokhokken (KOH) zijn in de beoogde situatie met 602 plaatsen ruim 2x zoveel. Daarbij zijn er veel minder biggenplaatsen, namelijk 1296 stuks. Betekent dit dat er ook veel meer zeugen liggen? Nee, zeker niet. Uit een gelijk aantal dragende zeugen kunnen niet meer kraamzeugen komen. In alle berekeningen is uitgegaan van de worstcase, dus dat alle plaatsen wel bezet zijn met zeugen, hoewel dit in werkelijkheid niet zo is. Maar zo kunnen we uitsluiten dat er mogelijke negatieve effecten theoretisch ontstaan. Een toelichting op de verschillende dieraantallen is achter deze nota gevoegd (Bijlage 1a). De nieuwe stal is gezonder en veiliger voor mens en dier. In de nieuwe opzet worden dezelfde leeftijden van dieren bij elkaar gehouden.
Dit geeft minder kans van overdracht van infecties van de dieren onderling. De nieuwe stal houdt daarmee ziekten beter buiten het bedrijf. Daarnaast ontvangt de stal de nieuwste (luchtwasser) installaties die geuroverlast in de omgeving beter
tegengaan dan in de huidige situatie. De geurhinder neemt hierdoor af ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie en voorstel: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.3
Zware aanslag op ruimtelijke omwonenden
Samenvatting van de zienswijze: De beoogde nieuwe stal zou pontificaal in de zichtveld van omwonenden komen te liggen. Gegeven de beoogde omvang en hoogte zou het een forse inbreuk op hun leefomgeving betekenen. De noodzaak van de beoogde locatie van de stal is niet aangetoond aangezien de redenen waarom deze inbreuk op de leefomgeving van omwonenden geoorloofd zou zijn niet zijn genoemd. Reactie van de gemeente: Zonder dat het aantal varkens toeneemt, kunnen de zeugen in vrijloop worden gehouden. In de Toelichting op het plan wordt uitvoerig beschreven wat de aanleiding van het plan is. Door de modernisering wordt het bedrijf duurzamer, geeft het een betere welzijn voor de varkens en een reductie in milieubelasting op de omgeving (zie o.a. paragraaf 1.1, 2.2 en Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten van de Toelichting). Omdat het plan passend is op de locatie en aansluit op de uitgangspunten van het geldende (plussen)beleid, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan (3.1 Wro) Met in achtneming hiervan is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie en voorstel: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.4
MER-besluit
Samenvatting van de zienswijze: De MER-beoordeling dient ter beoordeling van de vraag of met het plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu' kunnen optreden. Een MER is noodzakelijk als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. Een startnotitie ontbreekt. Een MER-beoordeling ontbreekt. Zelfs wordt er een puzzel van gemaakt welk aantal dieren de nieuwbouwstal omvat. Met wat zoeken blijkt het te gaan om 182 +260 kraamzeugen, wat een vormvrije MER-beoordeling noodzakelijk maakt. Reactie van de gemeente: Het onderhavige plan betreft de uitbreiding van een zeugenhouderij, waarmee het aantal dieren ongewijzigd blijft. Het plan blijft (ver) onder de drempel van 750 zeugen voor een MERbeoordelingsplicht (bijlage V Omgevingsbesluit). Derhalve kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voorliggend bestemmingsplan is die vormvrije m.e.r.-beoordeling waarmee in het kader van dit bestemmingsplan alle relevante omgevingsaspecten in beeld zijn gebracht. In de nieuwe stal krijgen de varkens nieuwe, grotere losloopkraamhokken. Deze hokken zijn groter dan de kraamhokken in de huidige stallen aan de noordwestzijde. Het aantal varkens ten opzichte van de huidige situatie blijft gelijk. De varkens krijgen enkel meer leefruimte per varken dan in de huidige, vergunde situatie.
De nieuwe stal krijgt een beter luchtwassysteem, dan de bestaande, waardoor de geurhinder afneemt voor de directe omgeving. In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' wordt in Hoofdstuk 2 van Toelichting op het plan ingegaan op de belangrijkste kenmerken van de activiteit en de locatie van de activiteit. In hoofdstuk 4 wordt de aard en omvang van de milieu- en omgevingseffecten beschreven. Hieruit is niet
gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling welke een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen op voorhand worden uitgesloten. Hetgeen beschreven wordt in dit plan geeft voldoende inzicht op de milieu gevolgen om een gewogen besluit omtrent dit plan te nemen. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet opportuun en/of nodig: het plan is niet mer-plichtig. Conclusie en voorstel: In dit kader is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.5
Onvolledige informatie
Samenvatting van de zienswijze: De toelichting geeft geen informatie over de rechtens geldende vigerende toestemmingen. De stukken bieden daarom onvoldoende informatie om tot een valide beoordeling te komen. Gesteld wordt dat "Het aantal varkens dat wordt gehouden blijft gelijk aan de huidige situatie". Een referentie voor die stelling ontbreekt. Voorts is onduidelijk welke staltechniek wordt beoogd. Er zijn meer dan 10 types luchtwassers in de RAV categorie D.1.2.10. Reactie van de gemeente: Onder paragraaf 2.1.2 van deze nota wordt uitvoerig ingegaan op de te houden dieraantallen en de toegepaste diercategorieën. Achter deze nota is een nadere toelichting op deze dieraantallen en de toegepaste Rav-categorieën en stalsystemen (Regeling ammoniak en veehouderij/ BWL-codes). Conclusie en voorstel: In dit kader is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.6
Natura 2000
Samenvatting van de zienswijze: Appellant wijst erop dat in de Toelichting op het plan onder het omgevingsaspect “Natura 2000”, het op circa 8 kilometer gelegen Duitse Natura 2000-gebied, niet wordt genoemd. Daarnaast worden vragen gesteld omtrent het toegepaste biologische luchtwassysteem met 70 % emissiereductie, stalsysteem D.1.2.10 (Rav). Reactie van de gemeente: De meest nabij gelegen Nederlandse Natura 2000 gebieden, Korenburgerveen en Rijntakken bevinden zich op circa 18 kilometer afstand van het plangebied. In de tekst in de Toelichting op het plan is abusievelijk niet vermeld op welke afstand eventuele Duitse Natura 2000-gebied zijn gelegen. In de bij de Toelichting op het plan gevoegde Aerius-berekening zijn deze Duitse gebieden overigens wel (automatisch) meegenomen. Overigens wordt ook op deze Duitse Natura 2000-gebieden geen toename berekend van de stikstofdepositie (zie de Toelichting op het plan gevoegde Aerius-berekening: RsXCxY5JxnGh (05 december 2023, pag. 7). Deze Aeriusberekening hebben wij als bijlage 2 achter deze nota gevoegd.
Voor de volledigheid hebben wij als bijlage 3 achter deze nota, de huidige NbW-vergunning/ Natuurtoestemming toegevoegd. Conclusie en voorstel: In dit kader is er sprake van aan een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.7
Beoordeling kwaliteit leefmilieu omwonenden, geur
Samenvatting van de zienswijze: Appellant geeft aan dat de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de stank voor omwonenden onvoldoende is. Een stankbelasting van 10 Ou/m3 wordt door het RIVM gekwalificeerd als een onvoldoende leefkwaliteit. De absolute ondergrens moet dan zijn dat de werking van de luchtwassers is geborgd. Hierin is ten onrechte niet voorzien. Nu hierin niet is voorzien is niet uitgesloten dat een stankbelasting van meer dan 14 Ou/m3 kan optreden. Niet is voorzien in het waarborgen van een voldoende leefklimaat. U bent bekend met het gegeven dat de Wet geurhinder en veehouderij niet het wettelijk voorgeschreven kader Ís voor planbesluiten. Reactie van de gemeente: Voor de beoordeling van geurhinder van veehouderijen gelden de volgende kaders: - Wet geurhinder en veehouderij (voor vergunningplichtige bedrijven); - Activiteitenbesluit milieubeheer (voor meldingsplichtige bedrijven); Daarnaast wordt op grond van de relevante jurisprudentie ten aanzien van geurhinder en wijzigingen van het bestemmingsplan, aansluiting gezocht bij de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. Voor een zorgvuldige besluitvorming moet worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad; de rechtspositie van de betrokkenen moet in stand blijven.
Bij het voorbereiden en opstellen van een ruimtelijk plan gaat het erom voor geurhinder van veehouderijen de volgende vragen te beantwoorden:
- Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); - Wordt niemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden); Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. Geurgevoelige objecten zijn gebouwen bestemd en geschikt voor het verblijf van mensen, zoals woningen, kantoren en scholen. Wettelijke normen In de gemeente Oude IJsselstreek gelden voor geurgevoelige objecten de in onderstaande tabel opgenomen geurnormen en minimumafstanden. Er is in de gemeente geen ‘Verordening’ vastgesteld op basis van de Wet geurhinder en veehouderij, die in dit geval voor een andere normstelling zorgt.
Voor woningen en andere geurgevoelige objecten bij veehouderijen geldt in het buitengebied een minimumafstand van 50 meter. Dit geldt ook voor woningen en andere geurgevoelige objecten die na 19 maart 2000 geen deel meer uitmaken van een veehouderij (art. 3, 2e lid). Ook voor woningen en andere geurgevoelige objecten die op of na 19 maart 2000 zijn gebouwd in samenhang met de beëindiging van de veehouderij geldt deze minimumafstand van 50 meter (art. 14, 2e en 3e lid). Daarnaast dienen bestaande rechten te worden gerespecteerd (art. 3, 3e lid). Beoordeling woon- en leefklimaat Als de afstand tussen een veehouderij, waar alleen dieren worden gehouden zonder geuremissiefactoren, en een geurgevoelig object, groter is dan de hierboven genoemde afstanden, kan worden aangenomen dat bij het geurgevoelig object een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. - Als de afstand kleiner is, dan is er dus niet zonder meer sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er geldt dan een motivatieverplichting. Wanneer wél dieren worden gehouden met geuremissiefactoren dan gelden de hierboven genoemde geurnormen. Aangezien het hier een situatie buiten de bebouwde kom betreft, zou een uitbreiding waarbij de omwonenden worden belast tot 14 OU/m3 toelaatbaar zijn. Bij ruimtelijke procedures gelden echter aanvullende toetsingskaders.
De jurisprudentie heeft uitgewezen dat een overschrijding van een lage geurnorm bij nieuwe situaties (nieuwbouw of uitbreidingen van een agrarisch bedrijf) niet altijd betekent dat er sprake is van een slecht ruimtelijk klimaat, of omgekeerd dat wanneer wordt voldaan aan de normen, sprake is van een goed ruimtelijk klimaat (zie o.a. 200900801/1/R3 en 202101061/1/R2), waarmee de ‘omgekeerde werking’ van de geurregelgeving dus gedeeltelijk wordt verlaten. Daarnaast dient mogelijk ook de cumulatie van geurhinder van de omliggende veehouderijen te worden beoordeeld, indien meerdere agrarische bedrijven in de directe omgeving van het project aanwezig zijn en er sprake kan zijn van een ‘slechte milieukwaliteit’ ten aanzien van dit aspect (zie o.a. ECLI:NL:RBDHA:2022:9119). Dit moet per geval worden getoetst, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de methodiek Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, Aanvulling: Bijlagen 6 en 7 (2007). Voor wat betreft de beoordeling van de acceptabele geurhinder bij woningen door de agrarische bedrijven is, op basis van de hierboven aangehaalde uitspraken, aansluiting gezocht bij de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. Hierbij worden de volgende grenswaarden voor het woon- en leefklimaat aangegeven:
Inhoudelijke beoordeling Omgeving In deze situatie is sprake van een situatie ‘buiten de bebouwde kom’. Het project is gelegen in het ‘concentratiegebied Oost’ als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Geurgevoelig object In de nabijheid van de inrichting liggen een aantal geurgevoelige objecten. Het gaat dan met name om de woningen aan de Rabelingstraat 8, 8a, 10a, 12 en 12a.
Figuur 1: planlocatie voorgenomen ontwikkeling Rabelingstraat 10 te Silvolde
De bestaande rechten van het agrarische bedrijf Op 6 februari 2019 is een omgevingsvergunning verleend door het college van B&W van Oude IJsselstreek, voor het bedrijf aan de Rabelingstraat 10 te Silvolde, voor een bedrijf met een totale emissie van 43.903,6 OU/seconde.
Toetsing Op basis van de bovenstaande gegevens kan worden getoetst in hoeverre in het nieuwe plan wordt voldaan aan het de van toepassing zijnde regels. Daarbij dient expliciet vermeld te worden, dat in de berekeningen is uitgegaan van een worst casebenadering. Gevel tot gevel afstand De afstand tussen het nieuwe project en het meest belastende agrarische bedrijf bedraagt ongeveer 60 meter. Dit is beduidend meer dan de in dit geval van toepassing zijnde minimum afstand van 25 meter. Bestaande rechten, vaste afstanden en/of geurbelasting Vergund is de veestapel als weergegeven in bijlage I. Het betreft een bedrijf met een geuremissie van in totaal 43.903,6 OU/seconde. In de nieuwe situatie is echter sprake van een significante afname van deze geuremissie. De aangevraagde wijzigingen resulteert in een geuremissie van 31.836,5 OU/seconde. Een afname van maar liefst 12.067,1 OU/seconde (27,4%).
Aangezien hier sprake is van het houden van dieren met geuremissiefactoren, dient met behulp van het rekenmodel V-Stacks vergunning, de geurbelasting te worden berekend op geurgevoelige objecten. Toepassing van dit rekenmodel is verplicht (art. 2 van de Regeling geurhinder en veehouderij). Door de appellanten is opgemerkt dat de goede werking van de luchtwassers die in de aanvraag zijn verwerkt niet is gegarandeerd: “Nu hierin niet is voorzien is niet uitgesloten dat een stankbelasting van meer dan 14 Ou/m3 kan optreden. Niet is voorzien in het waarborgen van een voldoende leefklimaat.” Deze door appalant uitgesproken zorg heeft naar alle waarschijnlijkheid betrekking op het feit dat de geurberekening die is bijgevoegd bij de toelichting op het bestemmingsplan op bepaalde punten afwijkt van de hierboven genoemde omgevingsvergunning en dan met name, niet nader toegelicht, ten aanzien van de emissies van de luchtwassers. De huidige berekeningssystematiek is toegepast, zowel voor de bestaand rechten als voor de nieuwe situatie. Op grond hiervan is de in dit kader uitgevoerde V-stacksberekening ook uitgevoerd met de vergunde emissie van deze luchtwassers. De berekening is opgenomen als bijlage 4 bij dit advies. Geconstateerd kan worden dat wordt voldaan aan de bovengenoemde toetsingskader ten aanzien van de voorgrond geurhinder.
Hierbij geldt echter nog wel de kanttekening dat de bestaande luchtwassers niet goed in de berekening zijn gemodelleerd. Daarnaast is de luchtwasser van stal 4/5 op dit moment nog niet vergund, zodat niet duidelijk is of er een luchtwasser is die aan de criteria van de berekening (diameter 1 meter, luchtstroomsnelheid 0,63 m/s) kan voldoen. Tevens is de locatie van deze luchtwasser blijkbaar nog niet helemaal duidelijk. Feit is dat er met de forse afname aan geuremissie in de gewenste situatie (van vergund 43.903,6 OU/seconde, naar gewenst 31.836,5 OU/seconde, een afname van 12.067,1 OU/seconde (-27,4%) voldaan kan worden aan de wettelijke geurnormen. Woon- en leefklimaat De zwaarst belaste woning qua geurhinder is gelegen aan de Rabelingstraat 8, de geurbelasting (op basis van de bovengenoemde uitgangspunten) bedraagt hier 9,7 OU/m 3. Op basis van de methodiek van de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, (Aanvulling: Bijlagen 6 en 7 (2007)), moet worden geconstateerd dat de woon- en leefkwaliteit ter plaatse van het project “matig” is te noemen wat betreft de voorgrondbelasting door het bedrijf aan de Rabelingstraat 10. Het betreft een bedrijf met een geuremissie van in totaal 43.903,6 OU/seconde. In de nieuwe situatie is echter sprake van een significante afname van deze geuremissie.
De aangevraagde wijzigingen (zie bijlage 2) zorgen voor een emissie van 31.836,5 OU/seconde. Een afname van maar liefst 12.067,1 OU/seconde (-27,4%).
Cumulatie van geur Vervolgens dient, zoals hierboven uiteengezet, ook de cumulatie van geurhinder te worden beoordeeld, indien meerdere agrarische bedrijven waar dieren met geuremissiefactoren worden gehouden in de directe omgeving van het project aanwezig zijn, en er eventueel sprake kan zijn van een ‘slechte milieukwaliteit’ ten aanzien van dit aspect. De resultaten van het onderzoek naar de cumulatieve geurbelasting is uiteen gezet in bijlage 5 achter deze nota. Geconcludeerd kon worden dat de cumulatieve geurbelasting, beoordeeld aan de hand van de methodiek van de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, als ‘goed’ is te kwalificeren. Er wordt tevens voldaan aan de criteria van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht.
Conclusie en voorstel: Voor de onderbouwing van de gevraagde situatie is uitgegaan van een worstcase benadering. In die situatie neemt de geuremissie bovendien fors af. Hiermee verbetert de gevraagde geursituatie aanmerkelijk. De geurbelasting, zowel individueel als cumulatief, voldoet aan alle hieraan te stellen eisen. Het aspect geurhinder geeft dan ook geen aanleiding om niet in te stemmen met de aangevraagde wijzigingen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.8
Gezondheidsrisico’s
Samenvatting van de zienswijze: Een beoordeling van de gezondheidsrisico's ontbreekt volledig. Ook hierom kan het planbesluit geen goedkeuring krijgen. Appellant geeft aan dat niet is aangetoond dat de risico's voor omwonenden aanvaardbaar zijn. Reactie van de gemeente: Bij veehouderijen zijn er gezondheidsrisico's vanwege de emissies van endotoxinen, fijnstof, ammoniak, geur en geluid. Voor de emissies van fijnstof, ammoniak, geur en geluid is er een wettelijk toetsingskader. In specifieke gevallen kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen, als die regels dat toelaten. Voor endotoxinen zijn er geen landelijke regels. Het bevoegd gezag bepaalt zelf of en, zo ja, welke maatregelen bij endotoxinen nodig zijn in het belang van de bescherming van het milieu. Daarbij heeft het bevoegd gezag beoordelingsruimte. Beoordelingskader In de periode 2012-2016 is het onderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden” (VGOonderzoek) in opdracht van de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische zaken uitgevoerd. In 2016 zijn de resultaten van dit onderzoek en het rapport “Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering” – een onderzoek in relatie met VGO-onderzoek - gepubliceerd. In 2017 zijn de resultaten van aanvullende studies gepubliceerd (RIVM 2017-0062).
In de rapporten van het VGO-onderzoek zijn de resultaten weergegeven van mogelijke verbanden van gezondheidseffecten en veehouderijen in het oosten van de provincie Noord-Brabant en het noorden van de provincie Limburg. Dit is een dichtbevolkt gebied met veel veehouderijen. In de onderzoeken zijn verbanden gevonden tussen wonen in de omgeving van veehouderijen en de gezondheid. Sommige effecten zijn negatief voor de gezondheid, andere zijn positief. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit laatste in haar uitspraak van 12 oktober 2016 bevestigd (vindplaats: ECLI:NL:RVS:2016:2714). Er wordt nader onderzoek gedaan naar de wijze waarop de onderzoeksresultaten te vertalen zijn naar andere delen van Nederland. De VGO onderzoeken maken duidelijk dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxinen en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen gezondheidseffecten veroorzaken. Het wordt uit de rapportages niet duidelijk welke van deze stoffen nu bepalend is voor de negatieve effecten. De Gezondheidsraad ziet endotoxinen als een goede indicator voor de blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen.
Dit inzicht was voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxinen van 30 EU/m3 (endotoxinen units per kubieke meter lucht) aan het Rijk te adviseren. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxinen is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen.
Op advies van de Gezondheidsraad ontwikkelt het Rijk een landelijk toetsingskader voor endotoxine. De Gezondheidsraad heeft daarnaast de Wageningen University & Research Centre, Livestock Research (WLR) opdracht gegeven om - met het oog op een endotoxine toetsingskader – emissiemetingen uit te voeren en de verspreiding van endotoxinen rond veehouderijen te modelleren. Het doel is om voor endotoxinen een vergelijkbaar toetsingskader te maken zoals dat bestaat voor geur en fijnstof. Deze toetsingsmodellen werken met emissiefactoren en verspreidingsberekeningen. Zo ver is het voor endotoxinen nog niet. Daarvoor worden de komende tijd emissiefactoren vastgesteld voor verschillende typen stalsystemen en reductiemaatregelen. Het speciaal voor endotoxine te ontwikkelen verspreidingsmodel voor endotoxinen, gebaseerd op versie van het landelijke Stacks verspreidingsmodellen voor geur en fijnstof, moet vervolgens bruikbaar worden gemaakt voor de vergunningverlening. Maatregelen Binnen de inrichting zijn de bepalingen ingevolge de Wet dieren en de Gezondheids- en wel-zijnswet voor dieren van toepassing. Deze bepalingen waarborgen dat dierziektes binnen de inrichting worden voorkomen, dan wel worden bestreden. Het gaat daarbij onder andere om het gebruik van bedrijfskleding, het naleven van een hygiëneprotocol en het schoonmaken en ontsmetten van veetransportwagens.
De nieuw te bouwen stal wordt voorzien van een luchtwasser. Hierdoor wordt, naast de emissie van ammoniak, geur en zwevende deeltjes (fijn stof), ook de emissie van zoönosen of endotoxinen uit deze stal voorkomen of zeer sterk beperkt. Endotoxinen zitten aan de grovere stofdeeltjes. Ook de emissie van deze stofdeeltjes wordt verminderd door de luchtwasser. Beoordeling Voor zover gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan door geur-, fijn stof- of geluidemissie wordt erop gewezen dat voor deze emissies wettelijke toetsingskaders beschikbaar zijn. Aan de geldende normstellingen, dan wel bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) c.q. de gemeentelijke geurverordening, hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer wordt voldaan. Hierbij verwijzen wij naar de overwegingen ‘Geur, ‘Geluid’ en ‘Luchtkwaliteit’. Gezondheidsrisico’s vanwege de aspecten geur, geluid en luchtkwaliteit worden uitgesloten geacht. Voor micro-organismen en het voorkomen van zoönosen zijn geen normen of grenswaarden beschikbaar. Alleen voor endotoxinen geeft de Gezondheidsraad een aanbeveling om de gezondheidskundige advieswaarde voor werknemers te verlagen naar 30 EU/m3 lucht als advieswaarde voor de algemene bevolking. Deze aanbeveling is niet wettelijk verankerd.
De (goede) werking van de huisvestingssystemen wordt geregeld via het rechtstreeks werkende Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Wanneer wordt voldaan aan de artikelen uit deze rechtstreeks werkende besluiten en de vigerende wetgeving ten aanzien van volksgezondheid en besmettingsgevaar, zijn er geen redenen om in onderhavige situatie te vrezen voor gezondheidsrisico’s. Conclusie en voorstel: Bij de gewenst situatie is uitgegaan van een worst-case benadering. Ook dat leidt, vanwege het dalen van alle emissies in die situatie ten opzichte van de vergunde situatie, tot een verbetering van de leefomgeving. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.9
Mestbassin
Samenvatting van de zienswijze: Appellant geeft aan een nadere toelichting te wensen inzake het mestbassin. Met een omgevingsvergunning wordt niet ook altijd een ruimtelijke beoordeling gemaakt. Reactie van de gemeente: Op 10 augustus 2023 is, gelet op artikel 2.1, lid 1 onder a, artikel 2.1, lid 1 onder b en artikel 2.1, lid 1 onder c en artikel 2.1, lid 1 onder e, sub 2 en 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend. Deze omgevingsvergunning ziet op de realisatie van een mestopslag met hekwerk en het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening.
De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De aanvraag is voor het “bouwen” beoordeeld aan artikel 2.10, voor het “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” aan artikel 2.12 en voor “het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting” aan artikel 2.6 en 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriele regeling omgevingsrecht. Voor het bouwen, het Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting heeft de gemeente de gevraagde omgevingsvergunning. Daarbij zijn alle relevante ruimtelijke omgevingsaspecten beoordeeld. Conclusie en voorstel: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.10 Brandrisico’s Samenvatting van de zienswijze: Appellant geeft te kennen dat het omgevingsaspect “brandveiligheid” te summier is behandeld. Reactie van de gemeente: De definitieve toetsing op brandveiligheid en brandrisico’s vindt plaats bij de aanvraag om bouwtoestemming. Om te beoordelen of het plan ruimtelijk uitvoerbaar is, hebben wij op dit moment in de procedure, hoewel er nog geen sprake is van een uitgewerkte aanvraag om bouwtoestemming, hier alvast naar gekeken. Compartimentering In het Besluit bouwwerken leefomgeving staat dat een gebouw met de gebruiksfunctie ‘lichte industrie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ een maximale omvang heeft van 2500 m², of een grotere oppervlakte als dat niet tot een lager veiligheidsniveau leidt, bepaald volgens de NEN 6060. De nieuwe kraamstal heeft een oppervlakte van 4511 m² en met de NEN 6060 kan aangetoond worden dat deze omvang niet leidt tot een lager veiligheidsniveau. Een alternatief is om de stal op te delen in 2 brandcompartimenten. De stal voldoet dan aan de maximale omvang vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving zonder een NEN 6060 rapportage. De stal zal dan voorzien worden van 2 gescheiden luchtwassers en bij de brandscheiding zal ook overslag via het dak, tussen de compartimenten, voorkomen moeten worden.
Materiaalgebruik In het Besluit bouwwerken leefomgeving staat dat bouwmaterialen in een gebouw met de gebruiksfunctie ‘lichte industrie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ moeten voldoen aan brandklasse B, S2, D0. De aan te vragen stal zal aan deze norm voldoen. Positie nieuwe stal op het erf In de theorie over brandveiligheid wordt een afstand van minimaal 5 meter aangehouden tussen stallen (gebouwen). Dit is de afstand die minimaal nodig is om 60 minuten brandwerendheid (eis tussen brandcompartimenten) op basis van afstand te kunnen behalen. Wettelijk gezien zal deze afstand ook hier voldoende zijn en zal dat (bij de aanvraag om bouwtoestemming) met een brandoverslag-berekening moeten worden aangetoond. Naast de theorie hebben we ook te maken met de inzet van de brandweer op het moment van een calamiteit. Gezien de lengte van de stal zal het voor de brandweer lastig zijn om een brand te blussen die in het midden van de stal woedt. De brandweer zal geen blusvoertuig in een doorgang van 5 meter rijden om een brand te blussen. Vanuit de brandweer en verzekeraars wordt in de documentatie over brandveilig bouwen aangegeven om een grotere afstand tussen gebouwen te hanteren.
Vanwege de verhoogde brandveiligheid en het verkleinen van het bedrijfsrisico in geval van een calamiteit is er in de gewenste situatie bewust gekozen om de nieuwe kraamzeugenstal op een afstand van 10 meter van de bestaande stallen te
bouwen. Het risico op brandoverslag wordt daarmee aanzienlijk kleiner en het vergroot de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Bereikbaarheid De stallen op het erf zijn vanaf 2 zijden te bereiken. Vanaf de toegangsweg leidt er een weg om de gebouwen naar de achterzijde van het erf. Alle gebouwen zijn vanaf de achterzijde te bereiken. Daarnaast is vanaf de toegangsweg ook de voorzijde van het erf te bereiken. De stallen zijn daarmee goed te bereiken voor de hulpdiensten. Conclusie en voorstel: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het plan gewijzigd vast te stellen.
2.1.11 Waterschap Samenvatting van de zienswijze: Appellant geeft aan een nadere toelichting te wensen op een aantal punten in de waterparagraaf. In deze nota zijn de vragen van appellant samengevat en beantwoord. Leggerwatergang: Appelant geeft aan dat er een leggerwatergang langs het perceel loopt en dat deze onderdeel uitmaakt van het landschappelijk inpassingsplan. Mocht er in de landschappelijke inpassing nabij de watergang beplanting of andere werkzaamheden of activiteiten plaatsvinden, dient de beschermingszone van de watergang in acht genomen te worden; Reactie gemeente: Dit zandpad is bestaand. Het heet het Grote Hurks Heuvelpad. Er worden in de beschermingszone geen werkzaamheden verricht. Zie ook afbeelding:
Gemiddelde grondwaterstand: Appelant geeft aan dat de wadi boven de GHG dient te blijven: dit staat niet juist onder het kopje Grondwater (daar wordt gesproken over grondwaterpeil). Reactie gemeente: Dit is een verschrijving. Hier moet GHG staan. Dit is ambtshalve aangepast. Lozen water Er wordt (vertraagd en daarmee) indirect geloosd op de watergang/oppervlakte water. Appellant ziet daarom graag dat er opgenomen dient te worden in de toelichting dat er een vergunningsplicht geldt voor het direct of indirect lozen op het oppervlaktewater. Reactie gemeente: Water wordt niet indirect geloosd op de watergang/oppervlaktewater. Het water loopt via het lager
gelegen deel van het weiland door naar de landschappelijke inpassing. Met kaartje zoals toegevoegd in de waterparagraaf is dit nu verduidelijkt. Infiltratie hemelwater De onderbouwing van de infiltratie van 40 mm op onverhard terrein (boven op de infiltratie van het hemelwater dat valt op het onverharde terrein zelf) ontbreekt en is noodzakelijk als dit mee genomen wordt in de hemelwaterberging. Hierbij mag niet meer dan 12 uur meegenomen worden als infiltratieduur vanwege afnemende infiltratie/verzadiging bodem. Bij het meenemen van hoger dan 20mm/uur infiltratie dient dit aangetoond te worden met een praktijkproef; Reactie gemeente: Nu wordt 20 mm als standaard aangehouden, omdat berekening ook is aangepast. In berekening was namelijk alle (ook bestaande) oppervlakteverharding meegenomen. Dit is nu veel lager omdat nu de herbouw en extra/nieuwe gebouwen enkel zijn opgenomen (zoals ook in reactie appellant aangegeven). Dus kan er voldoende worden opgevangen. Berekening verharding/waterberging 1. De berekening van de verharding en de waterberging klopt nog niet of is nog onduidelijk. Dit zit in diverse zaken. Voor bestaande verharding (dus bestaande gebouwen en verharding, die niet afgebroken worden) hoeft geen nieuwe waterberging gerealiseerd te worden: het deel dat gesloopt en herbouwd wordt dient wel meegenomen te worden, evenals de extra/ nieuwe gebouwen en verhardingen.
Het is onduidelijk wat er onder welke categorie valt: het kan betekenen dat de waterbergingsopgave er iets anders uit kan komen te zien. 2. De gebruikte kengetallen zijn verschillend van aard onder elkaar gezet, waardoor het onduidelijk is wat er precies mee bedoeld wordt. Zo staat bij de open bestrating als waterbergingseis 0,07 per m2, maar ik neem aan dat hier bedoeld wordt 70% meerekenen als verharding waarvoor waterberging nodig is. 3. Dat geldt ook voor de wadi: daar staat nu 0,7 (ik neem aan dat daarmee bedoeld wordt een diepte van de wadi van 70 cm/ 0,7 m), maar hierbij is geen rekening gehouden met taluds. 4. Daarnaast missen we de onderbouwing van de infiltratie van 40 mm hemelwater per verhard oppervlak in het onverharde deel (zie opmerking hierboven). Reactie gemeente: 1. Dit is nu aangepast in de berekening en met een kaartje is duidelijker aangegeven om welke bebouwing het gaat. Hiervoor verwijzen we naar de waterparagraaf. 2. Klopt. Dit is nu aangepast. 3. 880 m2 is exclusief talud. In basis is er al een overschot van 50 m3. Bovendien is 80 mm bergingseis aangehouden i.p.v. 10 mm bergingseis die geldt vanuit gemeentelijk beleid. Dus het plan zit ruim boven de norm. Dit is daarom niet verder doorgerekend. 4. Nu naar 20 mm gebracht. Er is namelijk al meer dan voldoende berging aanwezig. Niet nodig om dit dan nog weer via praktijkproef te doen.
Gemeente hanteert overigens maar 10 mm als norm. Dus we zitten ook hier ruim boven de bergingseis.
3. Nota van wijziging naar aanleiding van zienswijzen dan wel ambtshalve De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot (structurele) aanpassingen in het plan. Enkele kleine ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd.
BIJLAGE 1
DIERENAANTALLEN
Bijlage 1: Toelichting dieraantallen (vergund en aangevraagd):
BIJLAGE 1A
TOELICHTING DIERENAANTALLEN
Heelweg 6 7156 NJ BELTRUM Tel. (0544) 482492 info@wik-adviesgroep.nl www.wik-adviesgroep.nl IBAN NL15 RABO 0105 5002 83 K.v.K. 08064713 BTW NL8101.32.163.B.01
Varkenshouderij Huls B.V. Rabelingstraat 10 7064 KG SILVOLDE 7064KG10
Memo Datum Referentie Opsteller
: 5 juni 2024 : PB 155907 : ing. Paulien Boverhof ab
Onderwerp
: aantallen toelichting
In de vigerende situatie zijn er 987 guste en dragende zeugenplaatsen en 288 kraamhokken. Daarbij 3800 biggenplaatsen. (en 312 opfokzeugen) In de beoogde situatie zijn de aantallen guste en dragende zeugen gelijk met 987 plaatsen. De kraamopfokhokken zijn in de beoogde situatie met 602 plaatsen ruim 2x zoveel. Daarbij zijn er veel minder biggenplaatsen nl 1296 stuks. Betekent dit dat er ook veel meer zeugen liggen? Nee, zeker niet. Uit een gelijk aantal dragende zeugen kunnen niet meer kraamzeugen komen. De toekomstige bedrijfsopzet van het bedrijf staat in het teken om invulling te geven aan toekomstige eisen vanuit wetgeving en marktconcepten. In de beoogde situatie komen vrijloopkraamopfokhokken. Dit houdt in dat deze huisvesting geschikt is voor vrijlopende zeugen in het kraamhok, waarbij de zeug dus enkele dagen na de geboorte van biggen niet meer in boxen gehuisvest wordt. De hokken zijn ruimer in oppervlakte en voldoen daarmee aan toekomstige eisen in het kader van dierwelzijn. In deze vrijloopkraamopfokhokken blijven de biggen na het spenen in ditzelfde hok. De zeugen worden gemiddeld ruim 1 ½ week later gespeend en gaan dan pas weg uit de kraamopfokstal. Hiermee houden dezelfde aantallen zeugen de kraamstal veel langer bezet. Met later spenen zijn er voor dezelfde aantallen kraamzeugen op het bedrijf in totaal 380 hokken bezet.
Ongeveer 100 van de 160 in stal 2a en 280 van de 442 kraamhokken in stal 4-5. Wanneer de zeugen uit de kraamstallen gehaald worden, blijven de biggen achter. Dit zullen gemiddeld in stal 2a 720 biggen zijn en in stal 4-5 1920 biggen. De zeugen worden dus uit de kraamhokken gehaald en gaan de cyclus van dekken en dragend worden weer in. Door kort na het spenen de biggen niet extra te verplaatsen naar een andere biggenafdeling, is dit veel welzijnsvriendelijker voor de biggen. Het niet extra tussentijds verplaatsen vermindert onrust en stress, en werkt in de praktijk positief uit op de diergezondheid, technische prestaties en dierwelzijn.
Advies voor het landelijk gebied
Dit betekent dat ze op een oudere leeftijd en hoger gewicht pas overgebracht worden naar de biggenstal 3 en de externe biggenopfoklocatie. Initiatiefnemer heeft ook een andere locatie gehuurd om biggen op te fokken. Dit is ook al zo in de huidige situatie. Overigens zijn er gemiddeld ook nog ongeveer 5 zeugen aanwezig als “pleegmoeder”. Dit zijn zeugen die biggen hebben van een andere zeug. Deze biggen kunnen om diverse redenen niet door hun eigen moederzeug worden grootgebracht. Dit verklaart dat er veel meer kraamopfokhokken zijn en veel minder biggenplaatsen. De naamgeving is dan ook kraamOPFOKhokken, wat inhoudt dat de biggen in de kraamhokken blijven liggen, de zeugen uit het kraamopfokhok gaan en er veel minder biggenplaatsen aanwezig zijn.
Advies voor het landelijk gebied
BIJLAGE 2
AERIUS PROJECTBEREKENING
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Varkenshouderij Huls Rabelingstraat 10, 7064 KG Silvolde Varkenshouderij Huls Verschilberekening Nb vergunning 03-06-2014 en beoogde situatie inclusief mestsilo op Luchtwasser.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RsXCxY5JxnGh 05 december 2023, 12:01 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Nb vergunning 03-06-2014 - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Nb vergunning 03-06-2014 - Referentie Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
2023 2023
0,37 mol/ha/j 0,38 mol/ha/j -
4.430,3 kg/j 4.317,0 kg/j 4190740 4190740
185,5 kg/j 185,4 kg/j
Korenburgerveen Korenburgerveen
2/18
Projectberekening
Nb vergunning 03-06-2014 (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Landbouw | Stalemissies | Stal 8 2 Landbouw | Stalemissies | Stal 9 3 Landbouw | Stalemissies | Stal 3 4 Landbouw | Stalemissies | Stal 4 natuurlijk 5 Landbouw | Stalemissies | Stal 4 mechanisch 6 Landbouw | Stalemissies | Stal 5 natuurlijk 7 Landbouw | Stalemissies | Stal 5 achter 8 Landbouw | Stalemissies | Stal 1 9 Landbouw | Stalemissies | Stal 2 10 Landbouw | Stalemissies | Stal 2a LW 11 Landbouw | Stalemissies | Stal 1 LW 12 Landbouw | Stalemissies | Stal 10 13 Anders... | Anders... | Aggregaat 16 Anders... | Anders... | Stationaire emissies 17 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen 18 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 19 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 20 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 21 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV Verkeersnetwerk 1
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
168,0 kg/j 134,8 kg/j 163,2 kg/j 531,2 kg/j 169,3 kg/j 531,2 kg/j 163,2 kg/j 877,8 kg/j 388,3 kg/j 208,0 kg/j 1.077,6 kg/j 16,4 kg/j 0,0 kg/j 0,2 kg/j 1,0 kg/j 82,0 g/j
0,5 kg/j 22,0 kg/j 152,7 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 2,0 kg/j
3/18
Projectberekening
Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Landbouw | Stalemissies | Stal 8 2 Landbouw | Stalemissies | Stal 9 3 Landbouw | Stalemissies | Stal 3 4 Landbouw | Stalemissies | Stal 4 voor 5 Landbouw | Stalemissies | Stal 4 achter 6 Landbouw | Stalemissies | Stal 5 voor 7 Landbouw | Stalemissies | Stal 5 achter 8 Landbouw | Stalemissies | Stal 1 9 Landbouw | Stalemissies | Stal 2 10 Landbouw | Stalemissies | Stal 2a 13 Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen 14 Anders... | Anders... | Aggregaat 15 Anders... | Anders... | Stationaire voertuigen 16 Landbouw | Vuurhaarden, overig | cv 17 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 18 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 19 Landbouw | Vuurhaarden, overig | CV 20 Landbouw | Mestopslag | mestbassin Verkeersnetwerk 1
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
155,6 kg/j 20,0 kg/j 220,3 kg/j 531,2 kg/j 212,2 kg/j 531,2 kg/j 213,5 kg/j 1.337,7 kg/j 736,3 kg/j 208,0 kg/j 1,0 kg/j 0,0 kg/j 0,2 kg/j 149,7 kg/j 76,0 g/j
152,6 kg/j 0,5 kg/j 22,0 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 2,1 kg/j 1,8 kg/j
4/18
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
5/18
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Rijntakken Stelkampsveld Korenburgerveen Bekendelle Wooldse Veen
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
6/18
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
20 21 18 17 19 22 2 3 4 5 6 7 8 9 10 14 15 11 12 13 16 1
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
Naam
Vogelschutzgebiet 'Moore und Heiden des westlichen Münsterlandes' (24 km) Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld (24 km)
Coördinaat
X:244238 Y:450972 X:244240 Y:450974 Burlo-Vardingholter Venn und Entenschlatt (23 km) X:247821 Y:435824 NSG Gut Grindt u. NSG Rheinaue zw. Km 830,7 - 833,2 , nur X:225673 Teilfl. (22 km) Y:414434 Diersfordter Wald/ Schnepfenberg (23 km) X:233471 Y:415182 Grosses Veen (24 km) X:235601 Y:415188 NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung (8 km) X:221485 Y:429419 Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' (8 km) X:221488 Y:429418 NSG Bienener Altrhein, Millinger u. Hurler Meer u. NSG X:220653 Empeler M. (11 km) Y:426232 NSG Grietherorter Altrhein (13 km) X:219922 Y:424840 Dornicksche Ward (13 km) X:216766 Y:426369 Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad X:218462 Honnef (14 km) Y:424895 Kalflack (15 km) X:213993 Y:426704 NSG Emmericher Ward (15 km) X:212418 Y:428330 Wisseler Dünen (17 km) X:218655 Y:420755 NSG Salmorth, nur Teilfläche (18 km) X:208333 Y:428199 NSG Kellener Altrhein, nur Teilfläche, mit Erweiterung (19 X:209610 km) Y:426081 NSG Altrhein Reeser Eyland, mit Erweiterung (17 km) X:226225 Y:419733 NSG Sonsfeldsche Bruch, Hagener Meer und Düne, mit X:230086 Erweiterung (18 km) Y:419568 NSG Reeser Schanz (18 km) X:225147 Y:418726 NSG Lohwardt/Reckerfeld, Hübsche Grändort, nur Teilfl., X:226273 mit Erw. (21 km) Y:416324 Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. X:224754 Regnieter Bach (5 km) Y:431688
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
-0,02
7/18
Projectberekening
Nb vergunning 03-06-2014, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Stalemissies
1,5 m 0,000 MW
Naam Stal 8 Uittreedhoogte Locatie X:224907 Y:436998 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
2
BWLcode
Naam Stal 9 Uittreedhoogte Locatie X:224906 Y:437021 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
3
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 16 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 20 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Landbouw | Stalemissies
NH₃
1,5 m 0,000 MW
BWLcode
Landbouw | Stalemissies
-
80,0 kg/j
NH₃ 4,4
-
88,0 kg/j
NH₃
20,0 kg/j
NH₃ 4,1
-
114,8 kg/j
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 960 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
NH₃ 0,17
4
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 4 natuurlijk Uittreedhoogte Locatie X:224941 Y:437055 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
-
NH₃
163,2 kg/j
531,2 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 64 (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; kraamzeugen (incl. biggen tot spenen))
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
163,2 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
2,3 m 0,000 MW BWLcode
Reductie Emissie
-
NH₃
BWL-code
134,8 kg/j
NH₃ 5
Naam Stal 3 Uittreedhoogte 4,5 m Locatie X:224995 Y:437077 Uittreeddiameter 0,4 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur 11,85 °C Temporele variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s Diersoort RAV-code - Omschrijving
Reductie Emissie
NH₃ 5
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 28 (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar)
168,0 kg/j
NH₃ 8,3
-
531,2 kg/j
8/18
Projectberekening
5
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 4 mechanisch Uittreedhoogte 4,3 m Locatie X:224983 Y:437085 Uittreeddiameter 0,4 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur 11,85 °C Temporele variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s
NH₃
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 996 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
NH₃ 0,17
Diersoort RAV-code - Omschrijving
6
BWL-code
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 5 natuurlijk Uittreedhoogte Locatie X:224930 Y:437064 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
7
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
2,3 m 0,000 MW BWLcode
Landbouw | Stalemissies
NH₃
NH₃ 8,3
Naam Stal 5 achter Uittreedhoogte 4,3 m Locatie X:224970 Y:437095 Uittreeddiameter 0,4 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur 11,85 °C Temporele variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s
NH₃
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 960 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
NH₃ 0,17
8
Landbouw | Stalemissies
BWL-code
Naam Stal 1 Uittreedhoogte Locatie X:224957 Y:437017 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
531,2 kg/j
-
531,2 kg/j
163,2 kg/j
-
NH₃
163,2 kg/j
877,8 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.3.100 - overige huisvestingssystemen, Overig 209 groepshuisvesting (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; guste en dragende zeugen)
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
169,3 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
4,5 m 0,000 MW BWLcode
-
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 64 (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; kraamzeugen (incl. biggen tot spenen))
Diersoort RAV-code - Omschrijving
169,3 kg/j
NH₃ 4,2
-
877,8 kg/j
9/18
Projectberekening
9
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 2 Uittreedhoogte 4,5 m Locatie X:224998 Y:437066 Uittreeddiameter 0,4 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur 11,85 °C Temporele variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,0 m/s
NH₃
D1.3.8.2 - koeldeksysteem; 135% BWL2010.17 174 koeloppervlak (bij groepshuisvesting) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; guste en dragende zeugen) D2.100 - overige Overig 1 huisvestingssystemen (Varkens; dekberen, 7 maanden en ouder)
NH₃ 2,2
-
382,8 kg/j
NH₃ 5,5
-
5,5 kg/j
Diersoort RAV-code - Omschrijving
10
BWL-code
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 2a LW Uittreedhoogte Locatie X:224972 Y:437050 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
11
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
7,3 m 0,000 MW
BWL-code
208,0 kg/j
NH₃ 1,3
-
NH₃
208,0 kg/j
1.077,6 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.3.6 - biologisch luchtwassysteem BWL2006.02 588 70% emissiereductie (bij individuele en groepshuisvesting) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; guste en dragende zeugen) D3.2.8 - gedeeltelijk roostervloer; BWL2006.02 348 biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (Varkens; vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking )
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.2.17.4 - gecombineerd BWL2010.02 160 luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en biologische wasser (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; kraamzeugen (incl. biggen tot spenen))
Naam Stal 1 LW Uittreedhoogte Locatie X:225037 Y:437071 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
7,2 m 0,000 MW
BWL-code
388,3 kg/j
NH₃ 1,3
-
764,4 kg/j
NH₃ 0,9
-
313,2 kg/j
10/18
Projectberekening
12
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 10 Uittreedhoogte Locatie X:224898 Y:437010 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
13
BWLcode
Anders... | Anders...
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 15
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 16
NH₃
Aantal dieren
Stof Emissiefactor (kg/dier/j)
0,0 m 0,000 MW
NOₓ NH₃
A2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar)
Naam Aggregaat Uittreedhoogte Locatie X:224912,06 Warmteinhoud Y:437027,49 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 14
1,5 m 0,000 MW
Anders... | Anders...
Middel-/zwaar verkeer X:224660,69 Y:436908,34 551,84 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer X:224744,83 Y:436915,04 383,81 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
Reductie Emissie
-
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
0,0 /jaar 125,0 /jaar 682,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren 0,0 m 0,000 MW 0m
16,4 kg/j 0,5 kg/j 0,0 kg/j
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Naam Stationaire Uittreedhoogte emissies Warmteinhoud Locatie X:224962,77 Spreiding Y:437052,95 Oppervlakte 1,76 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
NH₃ 4,1
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
16,4 kg/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1,5 kg/j 0,4 kg/j 37,5 g/j
In file
0,0 % 5,0 % 5,0 % 0,0 %
0,5 kg/j 97,3 g/j 44,5 g/j
In file
6.050,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
5,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
22,0 kg/j 0,2 kg/j
11/18
Projectberekening
17
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:224972,37 Y:437053,95 2,16 ha
Stageklasse
Trekker Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1 SCR: ja
NOₓ NH₃ Brandstofverbruik
4336 l/j
Trekker Stage-I, <= 2001, <= 56 kW, diesel, SCR: nee 260 l/j 2 18
Landbouw | Vuurhaarden, overig
Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:224922,83 Warmteinhoud Y:437037,77 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie) 19
Landbouw | Vuurhaarden, overig
Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:224920,16 Warmteinhoud Y:437040,11 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie) 20
Landbouw | Vuurhaarden, overig
Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:224921,16 Warmteinhoud Y:437039,11 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie) 21
Landbouw | Vuurhaarden, overig
Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:224934,17 Warmteinhoud Y:437022,76 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie)
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
152,7 kg/j 1,0 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
400 u/j 1 l/j
NOₓ
50 u/j
NH₃ NOₓ
144,6 kg/j 1,0 kg/j 8,1 kg/j
NH₃
2,0 g/j
3,6 m 0,000 MW
NOₓ
2,1 kg/j
3,6 m 0,000 MW
NOₓ
2,1 kg/j
3,6 m 0,000 MW
NOₓ
2,1 kg/j
3,6 m 0,000 MW
NOₓ
2,1 kg/j
12/18
Projectberekening
Beoogde situatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 8 Locatie X:224907,55 Y:436997,96 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
2
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
3
BWLcode
Uittreedhoogte Warmteinhoud
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
NH₃
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
1,5 m 0,000 MW
BWLcode
BWL-code
12,6 kg/j
NH₃ 5
-
55,0 kg/j
NH₃ 4,4
-
88,0 kg/j
NH₃
20,0 kg/j
Reductie Emissie
-
NH₃
20,0 kg/j
220,3 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 1296 NH₃ 0,17 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
Reductie Emissie
-
NH₃ 5
Uittreedhoogte 4,5 m Uittreeddiameter 0,4 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,3 m/s
155,6 kg/j
NH₃ 2,1
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder))
Naam Stal 3 Locatie X:225004,63 Y:437080,08 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
7,0 m 0,000 MW
K2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 6 (Paarden; paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)) K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 11 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 20 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Naam Stal 9 Locatie X:224916,89 Y:437021,06 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Uittreedhoogte Warmteinhoud
-
220,3 kg/j
13/18
Projectberekening
4
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 4 voor Locatie X:224940,62 Y:437055,19 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Uittreedhoogte Warmteinhoud
Diersoort RAV-code - Omschrijving
5
4,3 m 0,000 MW BWLcode
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 4 achter Uittreedhoogte 4,3 m Locatie X:224984 Y:437085 Uittreeddiameter 0,4 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur 11,85 °C Temporele variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 4,7 m/s
6
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
7
Uittreedhoogte Warmteinhoud
4,3 m 0,000 MW BWLcode
Landbouw | Stalemissies
Diersoort RAV-code - Omschrijving
NH₃
212,2 kg/j
-
NH₃
NH₃ 8,3
212,2 kg/j
531,2 kg/j
-
NH₃
531,2 kg/j
213,5 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 1256 NH₃ 0,17 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
RsXCxY5JxnGh (05 december 2023)
531,2 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
Uittreedhoogte 4,3 m Uittreeddiameter 0,4 m Temperatuur 11,85 °C Emissie Uittreedrichting Verticaal Uittreedsnelheid 5,0 m/s BWL-code
-
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 64 (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; kraamzeugen (incl. biggen tot spenen))
Naam Stal 5 achter Locatie X:224986,99 Y:437103,18 Wijze van ventilatie Geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
NH₃ 8,3
D1.1.11 - koeldeksysteem (150% BWL2010.12 1248 NH₃ 0,17 koeloppervlak) (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; biggenopfok (gespeende biggen))
Naam Stal 5 voor Locatie X:224932,75 Y:437065,95 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
BWL-code
531,2 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)
D1.2.100 - overige huisvestingssystemen Overig 64 (Varkens; fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg; kraamzeugen (incl. biggen tot spenen))
Diersoort RAV-code - Omschrijving