CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie op landschap natuur en groene kernen (1).pdf

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Visie op landschap, natuur en groene kernen29.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

E

L

S

T

R

E

E

K

In relatie tot bestaande landbouw is daarbij van belang dat bij uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven (bijvoorbeeld de bouw van extra stallen) geen bijdrage voor natuur- en landschapsontwikkeling wordt gevraagd, omdat deze bedrijven in hun bedrijfsvoering al meewerken aan landschapsbeheer. Daarom hoeft bij uitbreiding alleen te worden aangetoond dat de uitbreiding de bestaande natuur- en landschapselementen niet aantast. Deze vrijstelling geldt bij grondgebonden landbouw ook bij uitbreiding met meer dan 30%. Alle regels die gelden binnen de GNN en GO liggen vast in de Provinciale Omgevingsverordening (https://www.gelderland.nl/omgevingsvisie). Alle Gelderse gemeenten moeten deze regels opnemen in hun bestemmingsplannen. Ook de begrenzing van het GNN en de GO worden door de provincie bepaald. Oude IJsselstreek heeft deze regels en de begrenzing één-op-één vanuit de provinciale omgevingsverordening opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Dit plan is medio 2018 vastgesteld. De gemeente heeft niet meer of verdergaande plannen voor het GNN of de GO dan de provincie in haar beleid heeft gesteld.

stresskaarten- hittestress; oranje en rood zijn aanzienlijk warmer

3.8 KLIMAATADAPTATIE ALGEMEEN Grotere neerslaghoeveelheden en een oplopende thermometer. Het zijn reëel te verwachten en nu al merkbare effecten van een structurele klimaatverandering. Het is van belang om deze veranderingen te onderkennen en onze leefomgeving op deze veranderingen aan te passen. Dit noemen we klimaatadaptatie. Dit gaat niet alleen om stedelijke gebieden, maar ook droogte, dan wel extreme buien hebben hun effecten op de landbouw dan wel de natuur. In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel.

34

+

Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot meer schade en slachtoffers leiden dan voorheen het geval was. Nu klimaatverandering zich nog sneller en in sterkere mate voltrekt dan werd verwacht. De effecten van klimaatverandering moeten worden verkleind of ten minste beheersbaar blijven. Het gaat onder meer om schades, overlast, ziekten, vroegtijdige sterfte en nadelige veranderingen in milieukwaliteit en ecosystemen.

LOKAAL De stresskaarten zijn gemaakt als samenwerking tussen Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek. Dit voor zowel het buitengebied, als de kernen. In het buitengebied is droogte een groot probleem, in de kernen met name hittestress en wateroverlast. Hierbij geldt dat droogte, wateroverlast en hitte gezien moeten worden als één van de uitingen van klimaatverandering. Formeel is in het buitengebied het waterschap aan zet voor deze opgaven en in de kernen de gemeente. Echter voor beide opgaven wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht.

hittestress

een kern in beeld; straten in bebouwd gebied

wateroverlast

droogte

+ hoogtekaart; rood is hoger gelegen, geel ligt er lager tussen

stresskaarten- wateroverlast; bij rood en geel staat water op straat

Waterschap, Provincie en gemeente(n) willen het voortouw nemen in de aanpak van droogte. Zij doen dit samen omdat geen enkele partij dit zelfstandig op kan pakken. Om hier uitvoering aan te geven is het Programmaplan aanpak droogte Achterhoek door de samenwerkende organisaties omarmd. Met het plan is commitment opgehaald op de richting en de organisatie van de aanpak van droogte. In het buitengebied is het waterschap aan zet voor deze opgaven. In de kernen is de gemeente aan zet. Een groenstructuur biedt goede aanknopingspunten om maatregelen die in het kader van deze klimaatadaptatie worden gekozen, ruimtelijk in te passen. Het is dan ook zaak om inzichtelijk te maken waar het vergroenen van kernen essentieel is.

SINDEREN 35

Visie op

4

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

4. OVERKOEPELENDE VISIE 4.1

ALGEMEEN

In de vele gesprekken die zijn gevoerd over voorliggende visie, kwam een aantal onderwerpen steeds weer naar voren. Dit betroffen de zorg voor het verdwijnen van het karakteristieke landschap en de oproep hier een halt aan te roepen, het negatieve beeld dat er vooral landschap en groen verdwijnt en het feit dat voor het beheer van landschap structureel geld noodzakelijk is. Het is dus nodig om een algemeen overkoepelende visie op te stellen over deze onderwerpen. Een algemeen overkoepelende visie wordt opgesteld ten aanzien van de volgende onderwerpen: behoud van de basiskwaliteit van groen en landschap, de communicatie met en educatie van inwoners van alle leeftijden, de financieringsmogelijkheden van landschapsontwikkeling en het beheer en onderhoud van groen.

4.2 BEHOUD BASISKWALITEITEN In hoofdstuk 2 met bijbehorende bijlagen zijn de verschillende landschappen in Oude IJsselstreek met de karakteristieken beschreven. Deze basiskwaliteit wordt gevormd door het aanwezige groen, landschapselementen, en het microreliëf in het landschap. Het is van belang de basiskwaliteit voor de toekomst te behouden en daarmee dus ook goed te beschermen.

OMGEVINGSPLAN In Oude IJsselstreek worden bomen en landschapselementen op twee aanvullende wijzen beschermd: door de ‘Bomenverordening gemeente Oude IJsselstreek’ en door het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2017’.

Door de beoogde invoering van de Omgevingswet moet ook een Omgevingsplan worden opgesteld. Beide instrumenten, zowel bomenverordening als, bestemmingsplan moeten dan worden herzien en omgebouwd tot het Omgevingsplan. Dit is aanleiding en kans om basiskwaliteit landschap goed te verankeren in het Omgevingsplan. Met bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen is het mogelijk landschappen, maar ook elementen en of structureren te beschermen. Door werkzaamheden in deze landschappen, of aan elementen te koppelen aan een vergunningsplicht, ontstaat een middel om aanvragen te beoordelen en indien ongewenst de vergunningen hiervoor te weigeren. In het huidige bestemmingsplan “Buitengebied 2017” van de gemeente Oude IJsselstreek is een eerste aanzet gemaakt om de bescherming van het landschap te koppelen aan een vergunningsplicht. In het bestemmingsplan zijn zogeheten landschapswaarden beschermd door middel van een gebiedsaanduiding ‘Waarde – Landschap. De landschapswaarden die vervolgens in het bestemmingsplan zijn benoemd zijn: ¼ de beslotenheid/houtwallenlandschap; ¼ de openheid van het landschap; ¼ het reliëf van de bodem; ¼ de vegetatie behorende bij droge omstandigheden; ¼ en zandwegen.

En doordat voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden een vergunning moet worden aangevraagd, kan een afweging worden gemaakt. Ook zijn veel houtsingels, houtwallen en bospercelen bestemd als ‘Bos’. De werkzaamheden zijn opgenomen in een vergunningstelsel en in het kader op de volgende pagina weergegeven. Bij een aanvraag wordt beoordeeld of de landschapswaarden door de gevolgen van de voorgestelde ingreep niet blijvend afbreuk wordt gedaan. Soms kan door het stellen van voorwaarden aan de voorgestelde werkzaamheden alsnog toestemming worden gegeven.

In de visie wordt ingezet op het behouden van de basiskwaliteit van groen en landschap. Naast behoud van de kwaliteit pakt de gemeente de verwezenlijking van visie zelf op. De gemeente realiseert de visie echter niet alleen. De visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Middels de drie iconen bovenaan de pagina, is in de volgende hoofdstukken per onderdeel aangegeven wat het karakter van het onderwerp is. Behouden, zelf doen of stimuleren.

Deze landschapswaarden worden beschermd door middel van aanduidingen op de bestemmingsplankaart.

+

+

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

+ uitsnede luchtfoto buitengebied rondom Idinkbos

uitsnede BP-kaart buitengebied rondom Idinkbos

4.3 COMMUNICATIE EN EDUCATIE Door deze systematiek is de waarde van het landschap vastgelegd in een planologisch instrumentarium. Zaak is uiteraard wel dat duidelijk moet worden wanneer een vergunning voor bijvoorbeeld het vellen van houtopstanden wel kan worden verleend en wanneer niet. Dit valt of staat bij het opstellen van een adequaat beoordelingskader voor dergelijk vergunningsaanvragen. Dit is een opgave voor de gemeente Oude IJsselstreek. Daarnaast moet duidelijk worden gemaakt wanneer sprake is van compensatie gekoppeld aan een eventueel verleende vergunning. Dit bijvoorbeeld ter voorkoming van perceelsverruiming waarop in paragraaf 5.2 nader wordt ingegaan.

BEPALEN BASISKWALITEIT Om de basiskwaliteit vast te leggen in het Omgevingsplan is het van belang richtlijnen op te stellen wanneer een landschapselement wordt bestemd. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied is daar een goede start mee gemaakt. Aanvullend moet worden bepaald welke typen landschap, elementen of bomen dan nog niet beschermd zijn. Oftewel een inventarisatie in het veld in combinatie met het huidige bestemmingsplan.

38

Aan de hand van deze resultaten kan worden bepaald waar en welke gebiedsaanduiding dan nog nodig is. Deze kunnen dan opgenomen worden in het Omgevingsplan. In bijlage III is een eerste inventarisatie van groenelementen opgenomen.

UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het behouden en beschermen de volgende aspecten van belang: ¼ Behoud basiskwaliteit door: ¼ Richtlijnen bepalen wanneer landschapselementen bestemd worden in het Omgevingsplan. ¼ Richtlijnen bepalen welke overige gebiedsaanduidingen in het Omgevingsplan moeten worden opgenomen. ¼ Beoordelingskader opstellen voor vergunningverlening. Met dit beoordelingskader wordt getoetst of een vergunning om basiskwaliteit landschap weg te halen wordt verleend of niet. In dit beoordelingskader worden ook spelregels voor compensatie opgenomen. ¼ Handhaving van vergunningsplicht, onderzoeken werkzaamheden en middelen.

Het landschap binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt sterk gewaardeerd, dit door zowel de toerist die de gemeente bezoekt als door de eigen inwoners. Het is dan ook zaak dat we zorgvuldig met dit landschap omgaan en verder ontwikkelen. In dat kader wordt veel ondernomen; kerkenpaden worden hersteld, hagen worden aangeplant, bomen worden geplant, houtwallen herstelt en even zo belangrijk vindt er onderhoud plaats in het landschap door vele vrijwilligers. Daarnaast zijn organisaties zoals de Vereniging Agrarisch Landschapsbeheer (VAL), Wild Beheer Eenheid (WBE), Plattelandsraad en Instituut voor Natuureducatie (IVN) actief bezig met landschapsbouw. Daarbij wordt opgemerkt dat de VAL Oude IJssel als uitvoerder in opdracht van de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA) optreedt. Op basis van de provinciale Regeling Landschap en Biodiversiteit is het mogelijk om in het buitengebied een houtwal, haag of een vogelbosje aan te planten. Ook bestaat er de mogelijkheid om een hoogstamfruitboomgaard (oude rassen) aan te leggen c.q. te herstellen. Ook laanbeplanting behoort tot de mogelijkheden.

praktijkvoorbeelden in de gemeente van vrijwillege inzet

Veel inwoners en grondeigenaren zijn hier onvoldoende van op de hoogte. Daarnaast is natuur en milieu educatie (NME) op scholen van groot belang.

COMMUNICATIEMIDDELEN De gemeente wil helder communiceren over het landschap, hiervoor wil de gemeente een digitale kaart van het landschap op de website plaatsen. Deze kaart betreft een interactieve kaart, waarop de ontwikkelingen in het landschap worden bijgehouden. Verder is er een boekwerkje beschikbaar met uitleg van de verschillende landschapstypen in de gemeente. Ook wil de gemeente een folder over de Regeling Landschap en Biodiversiteit beschikbaar stellen. Al deze middelen wil de gemeente laten samenkomen in een landschaps-app (landsch(app)). Deze app is voor iedere inwoner, maar ook bezoeker van de gemeente te downloaden op een smartphone. Naast reguliere wandelingen en fietstochten binnen het gemeentelijk landschap, wordt het ontstaan van het landschap toegelicht, waardoor het landschap leesbaar wordt. Nieuwe projecten die zijn gefinancierd vanuit de regeling worden op een interactieve kaart bijgehouden. Hiermee groeit het landschap op de digitale kaart en wordt inzichtelijk wat er allemaal is gebeurd in de loop der jaren.

Naast de realisatie van projecten moet ook onderhoud plaatsvinden in het landschap. Vele vrijwilligers zetten zich hiervoor in. We noemen een aantal voorbeelden van goede initiatieven maar er zijn er meer en die koesteren we allemaal. Een voorbeeld is de Stichting kerk en fietspaden Sinderen en Omgeving waarbinnen vele vrijwilligers zich inzetten voor een mooier landschap en het beleven daarvan. Maar bijvoorbeeld ook de werkgroep landschapsbeheer van IVN helpt particulieren met het onderhoud van hun landschapselementen zoals knotbomen knotten; of de Stichting Vennemarke die het beheer van de Vennebulten voor zijn rekening neemt. Dergelijke initiatieven zouden ook elders gestimuleerd kunnen worden. Dit kan door bijvoorbeeld door inzichtelijk te maken welke initiatieven er zijn en welke hulpvraag men heeft bijvoorbeeld: wanneer is welk onderhoud noodzakelijk en wie komt helpen? De landsch(app) vormt op deze wijze een nieuw digitaal podium voor het landschap.

PARTICIPATIE Naast de beleidsmatige visie op landschap, natuur en groene kernen, omvat de visie een concreet uitvoeringsschema met maatregelen en projecten. Bij de daadwerkelijke uitvoering is communicatie met en participatie van omwonenden van essentieel belang. De gemeente gaat hiervoor concreet participatie beleid opstellen.

Het doel van participatie is het ontwikkelen van een gedragen plan. Daarbij kan de gemeente niet altijd iedereen tevreden stellen, maar beslist in het algemeen belang van de inwoners. Om dat goed te kunnen doen is het horen en luisteren naar zoveel mogelijk meningen, wensen en ideeën wel heel belangrijk en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en inwoners. Voor het starten van participatie bij projecten hanteren we de volgende strategie. 1. Maak een bewuste start. 2. Schep duidelijkheid over rol van verschillende stakeholders. 3. Participatie waar mogelijk (relevant en toepasbaar). 4. Betrek iedereen, ook de zwijgende meerderheid.

UITVOERING ¼ Vervaardigen interactieve landschapskaart; ¼ Vervaardigen boekwerkje landschapstypen; ¼ Opstellen folder Regeling Landschap en Biodiversiteit; ¼ Ontwikkeling van een landsch(app); ¼ Communicatie, in beeld brengen en stimuleren particuliere initiatieven; ¼ Ontwikkelen programma voor NME les(sen) op basisscholen; ¼ Opstellen participatie beleid, uitvoering maatregelen VLNGK.

39

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

4.4 BEHEER EN ONDERHOUD GROENBEHEER Aan voorliggende visie wordt gebouwd via een aantal sporen. Één van deze sporen betreft de wijze waarop de gemeente het openbaar groen beheert en welke keuzen daarbij worden gemaakt. In deze paragraaf lichten we dit op hoofdlijnen toe. Het groenbeleidsplan 2014 – 2024, heeft een fundering die bestaat uit drie pijlers. 1. Duurzaam beheer. 2. Gedifferentieerd beheer. 3. Actief burgerschap. Duurzaam beheer De gemeente integreert duurzame inrichting en beheer verder in de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het gaat daarbij om maatregelen die het milieu minder belasten maar we streven ook naar een natuurinclusieve inrichting en beheer op locaties waar dat mogelijk is. Gedifferentieerd beheer Gedifferentieerd beheer maakt een onderscheid tussen openbare ruimte in de wijken en het buitengebied en de accentgebieden. In de kernen krijgen beeldbepalende plekken een hogere kwaliteit. Deze strategische plekken zijn toegangswegen, entrees van de kernen en centrumgebieden. Het onderhoudsniveau op deze plekken noemen we ‘hoog’. In de wijken krijgt de openbare ruimte een gemiddelde kwaliteit. Dit onderhoudsniveau noemen we ‘basis’.

Actief burgerschap Inwoners stimuleren om te participeren in de openbare ruimte, zowel binnen als buiten de kern, leidt tot meer betrokkenheid tot de leefomgeving. Wij verwachten dat deze betrokkenheid tot een hogere tevredenheid over de openbare ruimte in de kernen en het buitengebied leidt. Men kan immers meer invloed uitoefenen op het beheer van de openbare ruimte.

VISIE OP BOMEN Bomen zijn van belang voor gemeente Oude IJsselstreek. Bomen vormen belangrijke dragers van de groenstructuur in de woonkernen en het buitengebied. Ze zijn medebepalend voor een fraaie en prettige woonomgeving en dragen sterk bij aan de identiteit daarvan. We streven daarom naar een duurzaam, gezond en gevarieerd bomenbestand. Dit zorgt ervoor dat bomen hun functies goed kunnen vervullen en zowel nu als in de toekomst een optimale bijdrage leveren aan de woon-, leef- en natuur- en milieukwaliteit van de woonkernen en het landschap. Een veilig bomenbestand dat op kostenefficiënte wijze in stand te houden is, geldt hierbij als randvoorwaarde. Bij aanplant van de bomen staat kwaliteit centraal; kwantiteit wordt bewaakt door het hanteren van een kengetal van het minimaal aantal bomen per inwoner. De betekenis en waarden van bomen draagt de gemeente op een pro-actieve wijze uit binnen de samenleving. Deze visie wordt uitgewerkt in het Bomenbeheerplan welke eind 2020 wordt afgerond.

+ accentgebieden (hoog) met kleurrijke beplanting

40

bomen planten doe je samen

VISIE OP BERMEN Binnen de gemeente Oude IJsselstreek streven we naar een zo groot mogelijk areaal aan ecologisch beheerd grasoppervlak om de biodiversiteit te stimuleren en te vergroten. Dit zowel in het buitengebied als binnen de kernen. We zien de bermen (naast natuurlijk hun functie voor het verkeer) als landschapselementen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit, met name voor insecten. Door het oppervlak van de bermen is een substantiële bijdrage te verwachten. In de kernen is de keuze voor gazon of een bloemenweide maatwerk. In de kernen zijn meer locaties te verwachten waar gekozen wordt voor gazon, denk aan speelmogelijkheden, vanuit een gewenste beeldkwaliteit of verkeersveiligheid. Op basis van voorliggende visie wordt de methode van Sinusmaaien toegepast, waarbij steeds een deel van de oude vegetatie blijft staan. Door niet alles tegelijk te maaien en af te wisselen in maaiperiodes, ontstaat diversiteit in begroeiing, krijgen planten en bloemen meer kans om te bloeien en vormt niet-gemaaide vegetatie een overwinteringsplek voor insecten en andere kleine dieren. Ook worden hiermee drachtperiodes beter benut en beschikken bijen, vlinders en andere insecten gedurende langere perioden over nectar en stuifmeel.

Op plaatsen waar kort gemaaid gras wenselijk is, met het oog op de gewenste beeldkwaliteit of verkeersveiligheid, maaien we in een hogere frequentie, mede afhankelijk van de weersomstandigheden en het groeitempo van het gras.

+ voorbeeld van sinusmaaien; fraaie patronen

4.5 FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN Ten behoeven van de realisatie van deze visie zijn er financiële middelen in de begroting opgenomen. Dit betreffen jaarlijks terugkomende middelen. Naast dit uitvoeringsbudget bestaan er diverse regelingen die het herstel en de aanleg van landschapselementen in de breedste zin van het woord mogelijk maken. Ook is er een regeling die aanplant van bomen mogelijk maakt, alsmede een nieuw op te zetten lanschapsfonds die moet zorgen voor structurele financiering.

UITVOERING VISIE LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN Voor de concrete uitvoering van de acties benoemd in de hoofdstukken 4, 5 en 6 van deze visie is in Deel B een samenvatting inclusief kostenraming opgenomen. Ten behoeve van de uitvoering, moet hiervoor een bedrag worden opgenomen in de begroting. In deel B van deze visie zijn per onderwerp de verschillende acties benoemd en voorzien van een globale kostenindicatie. Het bedrag voor uitvoering van acties benoemd in deze visie die nader beleid- en/of beheerplannen vragen waarbinnen ook nog keuzes mogelijk zijn zoals bijvoorbeeld voor de bomen en bermen; wordt voorgelegd aan de gemeenteraad bij de behandeling van deze plannen.

ACTIEPLAN BOMEN Het actieplan bomen wordt in hoofdstuk 6 van voorliggende visie nader toegelicht. Het actieplan voorziet in de realisatie van extra aanplant van bomen binnen de gemeente Oude IJsselstreek.

De acties die op korte termijn worden uitgevoerd zijn het uitdelen van gratis bomen aan inwoners en bedrijven, planten van toekomstbomen en aanwijzen van monumentale bomen, realisatie van 50% extra aanplant op jaarbasis en het laten adopteren van een (laan)boom door inwoners.

De invloed van de gemeente op met name de financiële kansen van de landbouw is beperkt. Daar waar de gemeente wel invloed heeft, kan zij de agrarische bedrijven kansen bieden. De gemeente kan kansen bieden voor alternatieve inkomstenbronnen voor agrariërs.

REGELING LANDSCHAP EN BIODIVERSITEIT Met de ‘Regeling Landschap en Biodiversiteit’ ondersteunt provincie Gelderland gemeenten die hun buitengebieden (nog) aantrekkelijker, gevarieerder en beter leefbaar willen maken. De regeling is bedoeld om particulieren te ondersteunen bij het realiseren van landschapsambities. Met deze subsidie wil de provincie een gevarieerder, aantrekkelijker en leefbaarder Gelders Landschap creëren. De subsidie is bedoeld voor aanleg van nieuwe en/of herstel van bestaande en cultuurhistorische landschapselementen. Denk hierbij aan de kosten voor beplanting, maar ook kruidenrijk grasland en akkerrandvegetatie. Van de kosten vergoedt de provincie de helft (50%) en de ander helft (50%) van de kosten worden vergoedt door de gemeente. Wel is men zelf verantwoordelijk voor de aanleg van de elementen.

In hoofdstuk 3 zijn transities, waaronder de energietransitie alsmede de doorgaande verstedelijking aan bod gekomen. De gemeente wil gaan onderzoeken of, naast natuurlijk de landschappelijke inpassing ter plaatse, deze rode ontwikkelingen ook geld kunnen genereren voor een landschapsfonds om elders in de gemeente aanleg en/of beheer van landschap te financieren. De daadwerkelijke verrekening hiervoor moet nader uitgewerkt worden. Daarbij wordt opgemerkt dat vanuit het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking Oude IJsselstreek’ al financiële participatie gevraagd wordt. Enkele initiatiefnemers kiezen ervoor om een zonnefonds op te richten en de besteding daarvan aan een lokale partij over te laten (zie ook paragraaf 5.3). Dit is een andere vorm dan het landschapsfonds dat hier beschreven wordt.

OPRICHTEN LANDSCHAPSFONDS Op veel plaatsen in Nederland zijn fondsen opgericht die geld genereren voor landschapsbeheer. Op basis daarvan worden contracten voor landschapsbeheer met grondeigenaren afgesloten. Daarbij is wellicht aan te sluiten bij de veranderingen in het Europese landbouwbeleid (zie paragraaf 4.2). Bepalend voor de agrarische sector zijn de wereldmarkt en Europese/nationale (milieu) wetgeving.

+ zelfbeheer is voor jong en oud

De middelen uit het landschapsfonds worden toegekend aan partners op het gebied van aanleg en beheer van landschap. Zij zetten de middelen in voor het versterken van het landschap. Daarbij moet onderzocht worden of het beheer en onderhoud van landschapselementen niet structureel beloond kan worden met middelen uit dit landschapsfonds, al dan niet gecombineerd met de middelen uit het nieuw GLB.

+ de zelfbeheer tegel in de straat

uitbetalen vanuit het landschapsfonds

41

Visie op

5

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

5. VISIE OP LANDSCHAP 5.1

ALGEMEEN

Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komende jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uitdagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daarmee te versterken. Om hier invulling aan te geven gaan we in dit hoofdstuk in op deze ontwikkelingen en geven we aan op welke wijze de gemeente hiermee om wil gaan en op welke wijze dit binnen het landschap een plek kan krijgen.

5.2 AGRARISCH LANDSCHAP De agrarische sector heeft de afgelopen jaren een groot aantal veranderingen ondergaan. De toegenomen schaal- maar zeker ook perceelsvergroting hebben de laatste jaren, hun effect gehad op het landschap. Ook de toegenomen efficiency in productie op gronden, heeft effect op de (bio)diversiteit. Ontwikkelingen die ingegeven zijn vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering en wet- en regelgeving, maar die wel zijn effecten hebben gehad op het landschap. Deze visie poogt geen passende antwoorden te bieden op deze tegenstrijdigheid. Dit moet met name gezocht worden op Europees en Nationaal niveau, met de komst van het nieuwe GLB (zie hoofdstuk 4). Echter met de visie wordt voor zowel de actieve en stoppende agrariërs een aantal alternatieven geschetst die een goede agrarische bedrijfsvoering niet in de weg hoeven te staan, maar wel bijdragen aan biodiversiteit en behoud en nieuwe aanleg van het karakteristieke landschap.

SPELREGELS PERCEELSVERRUIMING Niet zo zeer de schaalvergroting in de landbouw, maar met name de perceelsvergroting heeft effecten gehad op de kleinschaligheid van het landschap.

Bij het samenvoegen van agrarische gronden verdwijnen vaak tussenliggende houtwallen, en andere landschapselementen ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering. Daarnaast worden bijvoorbeeld bestaande hoogteverschillen in het landschap genivelleerd door het ploegen van gronden. Zaken die nu vaak onopgemerkt blijven, tot het moment dat het zichtbaar wordt in het landschap en het te laat is. Het is daarom zaak, grip te krijgen op dit proces. Niet om de agrarische bedrijfsvoering dwars te zitten, maar om hierover samen in gesprek te raken. De gemeente wil de basiskwaliteit landschap, de bestaande kwaliteit en landschaps elementen vastleggen en beschermen door middel van spelregels. Dit om de basiskwaliteit in het landschap te behouden. Dit zoals in paragraaf 4.2 reeds is omschreven. Hiermee is, bijvoorbeeld voor het rooien van een houtwal, een vergunning noodzakelijk. Hiermee ontstaat er een moment waarop een aanvraag kan worden beoordeeld en dus een moment om samen in gesprek te gaan. Op die manier kan samen gezocht worden naar mogelijkheden om de kleinschaligheid opnieuw een plek te geven. Aan de hand van spelregels kunnen mogelijke alternatieven in beeld worden gebracht.

Door bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van een houtwal, het anders inrichten van het perceel, een combinatie te maken met een strook akkerrandvegetatie of kruidenrijk grasland, door een overhoek te beplanten, etc. kan al een ander beeld ontstaan. Daarbij moet ook onderzocht worden in hoeverre een financiële vergoeding uit bijvoorbeeld het in te stellen landschapsfonds, dan wel op basis van de nieuwe Nederlandse uitwerking van het Europese GLB tot de mogelijkheden behoort.

AGRARISCHE (BIO)DIVERSITEIT Er zijn voldoende mogelijkheden om de agrarische biodiversiteit te verbeteren die ook interessant zijn voor de agrarische bedrijfsvoering. Uiteraard gaat dit altijd op basis van vrijwilligheid.

Met andere woorden de grondeigenaar bepaalt zelf of hij van de mogelijkheden gebruik wenst te maken. De aanleg van akkerrandvegetatie en bloemrijk grasland zit beide in de Regeling Landschap en Biodiversiteit. De beheersubsidies worden georganiseerd door de vereniging agrarische landschap VAL Oude IJssel, als uitvoerder in opdracht van de VALA. De vergoeding is over het algemeen iets lager dan wat bij normale agrarische productie gebruikelijk is, echter het onderhoud is minder intensief en de vergoeding is niet afhankelijk van het slagen van de oogst (minder risico). Bij melkveebedrijven is de realisatie van akkerrandvegetatie vaak problematischer in verband met de derogatie wetgeving op Europees niveau. Binnen de gemeente zijn veel melkveebedrijven aanwezig. Voor hen behoren de kruidenrijke stroken grasland tot de mogelijkheden. Deze kruidenrijke stroken grasland hebben mogelijk een positieve bijdrage aan de gezondheid van het melkvee, zo blijkt uit verschillende pilots en proeven in Nederland. We kennen ook het lokale voorbeeld van kruidenrijke grasland strook Megchelen en Netterden*. De subsidie op de aanleg en het beheer van deze stroken dekt niet helemaal het productieverlies van het grasland; maar de mogelijk positieve werking van de kruiden op de koeien kan een belangrijke reden zijn voor de agrariër om hier toch mee te werken.

Daarmee werkt de agrariër dan ook aan het vergroten van de biodiversiteit. Akkerrandvegetatie, maar ook kruidenrijk grasland kan vaak goed samen gaan met ecologisch bermbeheer langs provinciale, dan wel gemeentelijke wegen. De gemeente heeft inmiddels inzichtelijk gemaakt langs welke wegen in de nabije toekomst sprake moet zijn van ecologisch bermbeheer. Deze zijn als lijnvormig element op het kaartbeeld op de volgende pagina weergegeven. Mogelijke voorbeelden hiervan zijn de Luimesweg, JonkerstraatNieuweweg, Asbroek en Keppelbroekdijk. * Nieuwsbrief VAL Oude IJssel juni 2020).

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

Visie op landschap VLNGK

44

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen

Daarnaast zet de gemeente zich in op het vergroten van de biodiversiteit langs watergangen in het buitengebied. Dit in samenspraak en nauwe afstemming met het waterschap. Door dit beheer te combineren met de aanleg van akkerrandvegetatie, dan wel kruidenrijk grasland kan de biodiversiteit verder worden vergroot. Er ontstaat zo een fijnmazig netwerk van lijnelementen die voor een dooradering van het landschap zorgen. Verder is het mogelijk om op basis van de Regeling Landschap en Biodiversiteit nieuwe landschapselementen aan te leggen in de vorm van houtwallen, hagen en boomgaarden. De kosten van de arbeid om de elementen aan te leggen en het beheer zijn voor de grondeigenaar. Voor het beheer zijn mogelijk wel subsidies via de Vereniging Agrarische Landschap VAL Oude IJssel. Deze treedt op als uitvoerder in opdracht van de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA). Voor de aanplant van nieuwe landschapselementen of het aanvullen van bestaande structuren moet de landschappelijke onderlegger als basis genomen worden. De identiteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen wordt hiermee versterkt. Beplanting is altijd gebiedseigen en inheems. Verder kan ook de aanleg van poelen, sloten en andere waterpartijen gestimuleerd worden, om zo de biodiversiteit te vergroten. Een andere vorm voor het vergroten van biodiversiteit is de zogeheten strokenteelt.

Bij strokenteelt worden, in tegenstelling tot monocultuur, op een perceel meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld. De diversiteit aan gewassen gaat hiermee omhoog, wat bijdraagt aan een toename in onder- en bovengrondse diversiteit aan gewas-specifieke soorten. Doordat er afwisseling is in gewassoorten, kunnen ziekten en plagen zich bovendien minder snel verspreiden, waardoor er minder gewas-beschermende middelen nodig zijn. Zie ook het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit van de provincie Gelderland.

45

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

5.3 RUIMTE VOOR ENERGIE LANDSCHAPSBEHEER Het is wenselijk dat we als maatschappij de agrariër niet alleen zien als producent van voedsel, maar als een leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap. De agrariër wordt hiermee van sec producent naar een mogelijke beheerder van ons landschap, waarbij wellicht wel natuur of landschap wordt geteeld. Dit valt of staat echter wel met een goede beloning voor dit beheer van het landschap. Immers wanneer de agrarische productie terugloopt zullen andere inkomsten moeten worden gegenereerd. Er moet een financiële prikkeling zijn om een landschapselement of een karakteristieke steilrand of eskopje juist intact te laten en te onderhouden. De gemeente gaat onderzoeken of het mogelijk is om een landschapsfonds kan worden opgesteld en ingezet voor het beheer van het landschap. Zoals het er nu uit ziet biedt ook het nieuwe GLB mogelijk financiële middelen voor deze ‘nieuwe rol’. Ook de provincie onderzoekt, vanuit de agenda Vitaal Platteland, of cofinanciering van onderhoud van bepaalde typen landschapselementen onder voorwaarde van duurzame instandhouding mogelijk is.

AGRARISCHE PACHT Naast agrarische gronden in bezit van particulieren, bezit de gemeente zelf ook de nodige agrarische percelen die worden verpacht aan agrariërs. Over het algemeen vindt dit plaats in de agrarische gebieden, echter er zijn ook gronden in bosgebieden, dan wel natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld het Idinkbos en Zwarte Veen. Voor deze gronden wil de gemeente onderzoeken of de voorwaarden van die pacht kunnen worden aangepast, om op die manier het landschap, maar met name ook de natuur meer ruimte te bieden. De landbouw is in deze gebieden te gast en de pachtafspraken kunnen gaan over de wijze van bemesting, moment van maaien, kruidenrijk grasland stroken en/of het beheer van landschapselementen. Uiteraard vindt dit plaats binnen de pachtwetgeving en in goede samenspraak en afstemming met de pachters. De vraag die hierbij centraal staat, is welke bijdrage de pachter kan en wil leveren aan agrarische biodiversiteit passend binnen zijn bedrijfsvoering. UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het agrarisch landschap zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Opstellen spelregels perceelsverruiming en communicatie hierover richting agrariërs; ¼ Onderzoeken of een landschapsfonds opgezet kan worden voor de financiering van beheer van landschapselementen.

Vanuit welke middelen en met welke samenwerkingspartners; ¼ Opstellen pachtvoorwaarden met de landbouw te gast in bos- en natuurgebieden.

+ bos, met zoom en mantel en de koe in de wei

46

nieuwe duurzame energie altijd onder voorwaarden

In het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking Oude IJsselstreek’, heeft de gemeente duidelijk aangegeven op welke plaatsen in de gemeente, maar met name ook onder welke voorwaarden men ruimte wil bieden aan de energietransitie. De gemeente gaat voor ruimtelijke kwaliteit bij de inpassing van duurzame energie opwekking. Bij de inpassing wordt aansluiting en versterking van het karakter van het landschap geëist. Bij de inpassing wordt rekening gehouden met de verschillende types landschap. De inpassingskaart deelt de gemeente op in vier zones. Afhankelijk van in welk zone een initiatief zit, gelden er andere voorwaarden. Op deze manier is de inpassing van energie opwekking op een goede manier verankerd, en kan deze transitie bijdragen aan de verdere versterking van het landschap. In bijlage 5 van het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking’ is uitgeschreven op welke wijze een initiatief beoordeeld wordt. Denk aan aspecten zoals efficiënt (meervoudig) ruimtegebruik, realisatiekans, natuur en landschappelijke inpassing en participatie met de omgeving. De gemeente houdt in haar beoordeling in de categorie ‘efficiënt ruimtegebruik’ rekening met de zonneladder van Natuur- en Milieufederatie. Projecten op productieve landbouwgrond kunnen rekenen op een lagere score, tenzij het zonneveld gerealiseerd kan worden in combinatie met het huidige gebruik.

+ inpassing van duurzame energie

+ landschap en zonnevelden

Projecten op een locatie welke nu onbenut is of waar een slimme combinatie kan worden gemaakt met het huidige gebruik kunnen rekenen op een hogere score. De gemeente hecht bij initiatieven voor duurzame energie opwekking ook veel waarde aan participatie. Voor de omwonenden is dat ook de fysieke inpassing en ruimtelijke kwaliteit. Echter voor duurzame energieopwekking zijn de gebruikers van deze energie ook van belang. Om die reden is financiële participatie een voorwaarde waar de initiatiefnemer aan moet voldoen. Hoe de initiatiefnemer dit vorm geeft bepaalt hij zelf; voorbeelden zijn aandeelhouderschap van omwonenden en/of lokaal energie leveren. Maar de initiatiefnemer kan er ook voor kiezen om een bedrag, gekoppeld aan de energieopbrengst, in een omgevingsfonds te storten. De initiatiefnemer bepaalt vervolgens zelf hoe dit fonds wordt beheerd en besteed of kiest ervoor samen te werken met lokale partijen. Een optie om dit fonds te besteden, in samenwerking met een lokale partij, kan de aanleg of het beheer van landschap zijn.

landschappelijke inpassing altijd op basis van onderliggende landschapstypen

De duurzame energie opwekking met behulp van zonnevelden wordt georganiseerd in 2 tranches. In iedere tranche wordt 30 ha aan zonneveld beoordeeld op de voorwaarden benoemd in het Uitnodigingskader en de beste plannen worden vergund. De eerste tranche is geweest en een aantal initiatiefnemers heeft gekozen voor een omgevingsfonds. Het is belangrijk de ervaringen rondom dit omgevingsfonds te evalueren en die ervaringen mee te nemen in de 2e tranche. De 2e tranche start naar verwachting in het 2e kwartaal van 2021. Dat is relatief vroeg om het omgevingsfonds te evalueren maar voor het opzetten en de samenwerking tussen partijen is dit wel mogelijk. De gemeente kan dan ten tijde van de 2e tranche advies geven aan initiatiefnemers van zonnevelden. Dit geldt ook voor eventuele andere initiatieven van energie opwekking, zoals bijvoorbeeld wind, die niet gebonden zijn aan een tranche.

ALTERNATIEVEN AGRARIËRS EN GRONDEIGENAREN Het uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking biedt voor stoppende en actieve agrariërs een mogelijkheid om zijn gronden in te zetten voor bijvoorbeeld het telen van energie in combinatie met het herstellen van landschappelijke structuren, natuur en klimaatbestendigheid. Ook ontstaat er op deze wijze een financiële motor achter de verder ontwikkeling van het landschap. UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het energie landschap zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Evalueren en monitoren van de ervaringen rondom het omgevingsfonds van de initiatiefnemer, de samenwerkende partijen en de gemeente zelf.

47

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

5.4 LANDSCHAPPELIJKE VERSTEDELIJKING Binnen de gemeente is sprake van een tekort aan starterswoningen en levensloopbestendige woningen. Daarom wordt gebouwd naar deze behoefte, grotendeels binnen het bebouwde gebied in de kernen. In de kernen spelen ook andere opgaven in het kader van klimaatadaptatie en ruimte voor groen. Aan deze ontwikkeling besteedt het volgende hoofdstuk aandacht, waarbij groen in de kernen een essentieel onderdeel is van bouwen van woningen. Het is daarom goed mogelijk dat er in de toekomst ook nog sprake is van nieuwe uitbreidingslocaties in het buitengebied. Daarnaast is recentelijk het functieveranderingsbeleid voor stoppende agrariërs weer opengesteld, waarmee ook nieuwe woningen op voormalige agrarische erven kunnen worden gerealiseerd. Dit zou ook voor andere nieuwe woonvormen in het buitengebied kunnen gelden. Naast woningbouw zullen functies als bedrijvigheid en de eerdere aangehaalde energietransitie opnieuw ruimte vragen in het landschap.

STEDELIJKE UITBREIDING Voor stedelijke ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied worden in het volgende hoofdstuk spelregels voorgesteld om groen een volwaardige plek te geven bij deze ontwikkelingen. Met andere woorden groen maakt een essentieel onderdeel uit bij verstedelijking. Maar ook bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, uitgangspunt daarbij is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies, vanuit de ‘voor wat, hoort wat’ benadering.

Door het behouden en versterken van bestaande landschappelijke kwaliteiten, kan de nieuwe functie een eigen identiteit krijgen. Zo wordt voorkomen dat overal hetzelfde gebeurt. Bestaand groen wordt daarbij zoveel mogelijk behouden. Verder moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ten behoeve van verstedelijking moeten er dus spelregels worden opgesteld die het landschap voorop stellen en die bijdragen aan een meer groene leefomgeving. Indien niet of niet volledig aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen aan het landschapsfonds. Op deze wijze wordt voorkomen dat het landschap en de kenmerkende elementen verdwijnen, dan wel niet meer herkenbaar zijn in de nieuwe bebouwde omgeving.

WOONVORMEN IN HET BUITENGEBIED Naast verstedelijking op in- en uitbreidingslocaties zijn woonvormen in het buitengebied mogelijk, vaak na beëindiging van het agrarisch bedrijf, dan wel in combinatie met investeringen in het landschap en de natuur. Functieverandering (regulier) In het eerste kwartaal van 2020 is besloten het functieveranderingsbeleid weer opnieuw vast te stellen, waarna het voor stoppende agrariërs weer mogelijk is om na sloop van de agrarische opstallen maximaal drie woningen op het eigen erf te realiseren. Hiermee wordt voorkomen dat agrarische bedrijfsgebouwen leeg komen en uiteindelijk komen te vervallen.

+ spelregels opstellen voor verstedelijking

48

functieverandering in het agrarisch gebied

Verder biedt het de agrariër een alternatief als het bedrijf wordt beëindigd. Bij deze ontwikkelingen is ook sprake van landschappelijke inpassing, waarbij het erf wordt ingepast in het landschap. Dit geldt over het algemeen niet, of in mindere mate voor de omliggende agrarische gronden die veelal worden verpacht aan nog actieve agrariërs. Dat is jammer, want juist hier liggen kansen om het landschap (ook buiten het erf) verder te ontwikkelen en verloren structuren te herstellen. Eswonen Ter aanvulling of uitbreiding van de huidige concepten van woningbouw (namelijk omvormen vrijkomende agrarische bebouwing en de ontwikkeling van landgoederen) wil de gemeente onderzoeken hoe landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen. Het idee van landschappelijk Es-wonen is geïnspireerd op het principe van “knooperven”, waar vooral aan de rand van dorpen in Overijssel nieuwe erven zijn gerealiseerd. Daar waar eerder landgoederen konden worden gerealiseerd, indien werd geïnvesteerd in 5 hectare natuur en nieuwe verbindingen, wil de gemeente de mogelijkheden onderzoeken naar de gecombineerde ontwikkeling van agrarische erven en landschap.

+ bron: https://erf-goed.nl/knooperfdeveldboer/

Es-wonen betreft bij voorkeur twee of meerdere voormalige boerenerven op het platteland waar bedrijfsgebouwen gesloopt zijn en er ruimte is vrijgekomen voor meerdere nieuw te bouwen woningen in de vorm van een nieuw buurtschapje. De erven liggen rondom de verhoogde es. De nieuwe woningen voorzien in een lokale woningbehoefte. Dit betreft dus ook betaalbare woningen voor starters of senioren. Door meer woningen te koppelen aan de sloopverplichting kan een compact woonprogramma worden gemaakt, waarmee een buurtschapje kan worden gecreëerd. Bij Es-wonen is sprake van een gezamenlijk erf waar wandel- en fietspaden starten en/of langskomen. De beplanting bij Es-wonen en de omliggende landschapsstructuren zijn aangepast naar de originele beplanting en structuren. Bewoners dragen zorg voor het gezamenlijk erf en de landschapsstructuren en routes rondom het erf. Es-wonen focust zich dus anders dan reguliere functieverandering niet op één erf en de wijze waarop deze is ingericht, maar richt zich op een combinatie van erven rondom bijvoorbeeld een es en de wijze waarop deze erven met elkaar verbonden kunnen worden. Hierbij is het noodzakelijk dat niet alleen de erven zelf worden ingezet voor transformatie, maar ook (een deel van) de omliggende agrarische gronden.

Juist op die gronden wordt gewerkt aan het herstel van landschapsstructuren zoals de aanleg van, nieuwe bosschages, houtwallen en/of singels, watergangen en routes aanleggen.

De erven en het landschap worden met elkaar verweven. Op de es worden percelen omgevormd, met (indien mogelijk) aandacht voor ‘vergeten’ gewassen zoals graan. Als inspiratie voor Es-wonen kan verwezen worden naar het knooperven concept in Overijssel. Een goed voorbeeld hiervan is Knooperf de Veldboer. Naast kenmerkende landschapselementen kan ook aan nieuwe of andere vormen van groen en beplanting, zoals een tiny forest, voedselbos, (fruit)boomgaarden, vogelbosjes, kruidenrijke graslanden of bloemrijke akkerrandvegetatie worden gedacht. Allemaal ingrediënten die de groene uitstraling van het Es-wonen kan versterken en de overgang tussen de erven en het landschap vormgeven. De reden waarom we dit Es-wonen noemen, is omdat de verwachting is dat in het relatief kleinschalige kampenlandschap, waar de essen en eskopjes een kenmerkend onderdeel van zijn, de agrarische bedrijvigheid zal afnemen. De vrijkomende agrarische bebouwing kan wellicht ingezet worden voor dit aanvullende woonconcept met nadrukkelijk aandacht voor landschapsbouw en herstel van landschapselementen. Het kenmerkende kleinschalige landschap profiteert daarvanHet kenmerkende kleinschalige landschap profiteert daarvan.

Eskopjes

Eskopjes

In navolging van deze visie wordt het concept Eswonen verder uitgewerkt. Hiervoor moet het bestaande beleid worden aangevuld met ruimtelijke spelregels en een juiste en passende juridische vertaling.

+ bron: https://erf-goed.nl/knooperfdeveldboer/

UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp landschappelijke verstedelijking zijn de volgende aspecten van belang: ¼ Opstellen regels voor stedelijke uitbreiding; ¼ Mogelijkheden onderzoeken voor bijdrage landschapsfonds bij verstedelijking; ¼ Aanvullen van de huidige kwaliteitscriteria wonen voor de woonfunctie in het buitengebied gekoppeld aan landschapsversterking.

bron: https://erf-goed.nl/knooperfdeveldboer/

bron: Knooperven, Nieuw leven in het buitengebied, het concept

+ es-wonen heeft het landschap als onderlegger en zoekt naar versterking van de structuren

49

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

HET BIJENLINT Een bijenlint is een aaneenschakeling van initiatieven of groenvakken of zelfs gebieden ter bevordering van de overlevingskansen van de bij. Bij aanplant van bomen en het ontwikkelen van een boomstructuur, maar ook bij andere vormen van nieuwe beplanting, moet voldoende variatie worden aangebracht in de soorten. Bij laanbeplantingen is in principe wel het uitgangspunt dat deze bestaan uit één boomsoort. De variatie kan dan bijvoorbeeld gezocht worden in onderbegroeiing. Variatie in soorten is gunstig voor flora en fauna en maakt deze minder kwetsbaar voor ziekten en plagen.

omvormen van gras naar bloemrijke graslanden

fase 0

fase 1

fase 2

fase 3

fase 4

fase 5

50

K

5.5 NATUURLANDSCHAP Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid aan realisatie van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Van de meeste hectares is bekend waar nieuwe natuur wordt gerealiseerd, dit betreft met name rondom bestaande kwetsbare natuurgebieden. Dit speelt niet binnen de gemeentegrenzen*. De gemeente heeft in voorliggende visie geen plannen of beleid opgenomen om de Groene Ontwikkelzone naar natuur om te vormen, op particuliere grond of grond van bedrijven. Wel wil de gemeente landschap behouden en ontwikkeling van landschap stimuleren. Op gronden in eigendom van de gemeente pakken we dit op met bijvoorbeeld het bermbeheer. Op particuliere gronden of gronden van bedrijven willen we ontwikkeling van landschap stimuleren bij de eigenaren maar altijd en alleen op basis van bereidheid en vrijwilligheid van de eigenaar. Zie voor meer informatie hierover in paragraaf 4.5. Verder wil de gemeente de mogelijkheid onderzoeken voor de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente. Uit onderzoek blijkt namelijk dat kleine bosjes per vierkante meter meer CO2 opslaan dan grotere bossen. Het gaat daarbij om een omvang kleiner dan een voetbalveld.

Het Rijk en de provincies hebben de afgelopen jaren ook gewerkt aan een zogeheten bossenstrategie, dit is een afspraak uit het Klimaatakkoord. Uitgangspunt is dat het Nederlandse bosareaal met 37.000 hectare wordt vergroot. Dat streven Rijk en de provincies na, zo staat in een brief van minister Schouten (LNV) aan de Tweede Kamer. Rijk en provincies gaan hiermee de komende jaren aan de slag, onder meer via het Klimaatakkoord, het Natuurpact en Programma Natuur. Rijk en provincies kunnen dit niet alleen.

Ook de inbreng van andere overheden, particulieren en maatschappelijke initiatieven is hiervoor noodzakelijk. Hoe dit wordt opgepakt is op moment van schrijven van deze visie nog niet bekend. Provincie Gelderland heeft zelf ook beleid ontwikkeld voor meer gezond en afwisselend bos in Gelderland. Daarvoor neemt zij een aantal maatregelen. Zo worden verzuurde bosbodems verbeterd, gaat de provincie verdroging van het bos tegen en helpt zij beheerders om jong en gevarieerd bos te laten ontstaan. Daarnaast wil de provincie meer natuurlijk bos met meer oud en dood hout. Dat is goed voor de biodiversiteit. Ook moet er de komende 10 jaar 1.700 hectare nieuw bos bijkomen, grotendeels binnen bestaande natuurgebieden zoals de Veluwe. Daarnaast komen er 1 miljoen bomen bij in het landelijk gebied door meer landschapselementen te stimuleren; acties om meer bomen in de Gelderse dorpen en steden te stimuleren zijn ook uitgedacht**. Hiermee komen er ook meer bomen in woonwijken. Verder moet bomenkap altijd gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes op eigen percelen of in samenspraak met grondeigenaren. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente vanuit doelstellingen zoals vergroenen, verduurzamen en leefbaarheid.

Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw. Agrobosbouw is een vorm van landbouw waarbij houtige gewassen (bomen en struiken) bewust worden gecombineerd met de teelt van gewassen of dierlijke productiesystemen. Dit biedt voordelen door ecologische en economische interacties. Dit combineren kan in de praktijk op veel verschillende manieren, waardoor er veel verschillende vormen zijn. De meest bekende zijn boomweides, strokenteelt met houtige gewassen, windhagen, en voedselbossen.

De ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente behoort daarbij ook tot de mogelijkheden. Maar ook binnen de kern wordt de realisatie van voedsel- en of speelbossen gestimuleerd, zoals recentelijk nog voor een locatie op het sportcomplex IJsselweide. De in hoofdstuk 2 benoemde kwaliteiten per landschapstype, ‘de zogeheten parels’ betreffen ook veel bos- en natuurgebieden. Deze zijn op de visiekaart met een icoon weergegeven. Het behoud en versterken van de bestaande kwaliteiten staat hier voorop. Enkele voorbeelden zijn Idinkbos, Engbergen, Paasberg en de Vennebulten. Verder wil de gemeente bijzondere flora- en fauna binnen het gemeentelijk grondgebied in kaart brengen. Dit zodat ook deze kwaliteiten voor de toekomst behouden kunnen blijven. Zo kunnen we ook beter toetsen in welke gebieden/locaties in de gemeente we de mogelijkheden tot bescherming van deze diersoorten volgens de Wet Natuurbescherming kunnen vormgeven.

UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp natuurlandschap de volgende aspecten van belang: ¼ Samen met de provincie, die de opgave heeft, stimuleren van ontwikkeling particuliere natuur binnen GNN; ¼ Ontwikkelen bos in samenspraak provincie en landeigenaren; ¼ Samen met agrariërs mogelijkheden onderzoeken ontwikkelen agrobossen; ¼ Onderzoeken ontwikkeling kleine bosjes op voormalige stortplaatsen; ¼ In kaart brengen van bijzondere flora- en fauna. * ‘Voortgang realisatie Gelders Natuurnetwerk’, februari 2020, Provincie Gelderland. ** ‘Vitaal en divers bos, Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos’, december 2020, provincie Gelderland.

51

V

L

V i s i e

52

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

5.6 BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN De groenstructuur speelt een belangrijke rol bij het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente. In aanvulling op de hiervoor genoemde ontwikkelingen, worden ook belangrijke routes binnen de groenstructuur benadrukt. De basis voor deze structuur wordt gevormd door de hoofdroutes tussen de afzonderlijke dorpskernen. Deze hoofdroutes, die zowel in de noord-zuid als oost-west richting lopen, worden begeleid door een robuuste groene structuur. Dit is in de meeste gevallen laanbeplanting, maar ook andere vormen zijn mogelijk, afhankelijk van de ruimtelijke (on) mogelijkheden. De gemeente wil onderzoeken of hoofdroutestructuren verder aangeplant kunnen worden met bomen, dit onder andere vanuit het Actieplan Bomen.

+ vergroten biodiversiteit

Daarnaast is het vergroten van biodiversiteit van wegbermen door ecologisch beheer, zoals ook aangehaald in paragraaf 4.4 van belang. Op de visiekaart zijn deze bermen reeds aangeduid. Ook de knooppunten op deze routes, zoals kruisingen of rotondes, kunnen (waar mogelijk) met een groene aankleding worden verbijzonderd. Denk daarbij aan toepassing van bloemrijke of kruidenrijke mengsels of kleurgebruik. Dit kan in de vorm van bijenlinten. Uitgangspunt bij dit alles is dat de groenstructuur duidelijk herkenbaar is en ‘vertelt’ dat je je op een hoofdroute bevindt. De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding met het landschap mee te laten veranderen. Het uitgangspunt is dat de routes herkenbaar zijn door een beeldkwaliteit, onder andere bepaald door wegprofiel en een inrichting die samenhangt met de omgeving. Andere structuurdragers binnen het landschap worden gevormd door bijvoorbeeld doorgaande waterlopen zoals de Oude IJssel en Aastrang, maar ook de Boven Slinge, Seesinkbeek, Keizersbeek en de Bielheimerbeek. Doel is om ook de biodiversiteit langs deze watergangen, daar waar mogelijk verder te groten door een aangepast ecologisch beheer. De gemeente wil zich samen met het waterschap inzetten voor meer ecologische watergangen binnen de gemeente.

Dit is niet alleen bevorderlijk voor de biodiversiteit maar het verruigen van watergangen zorgt ook voor het vasthouden en minder snel afvoeren van water. Dit als een van de maatregelen in het tegengaan van de droogte in de Achterhoek. Evenals ze dat doet voor bermen langs de hoofdinfrastructuur.

Ook de Oude IJssel zelf vormt natuurlijk een belangrijke verbinding en daarmee lijnelement in het landschap. Hier ligt de al eerder aangehaald ecologische verbindingszone Oude IJssel. In het recente verleden heeft hier natuurontwikkeling plaatsgevonden, waarmee de Oude IJssel met haar IJsselweiden nu als een groene long tussen de kernen slingert. Vanuit die long is het van belang een verbindende groenstructuur te ontwikkelen. Naast infrastructuur en waterlopen is ook het fijnmazige netwerk van recreatieve verbindingen, zoals voet- en fietspaden en in het bijzonder ook de kerkepaden (met name rondom Sinderen) binnen de gemeente van belang. De recreant, maar zeker ook de inwoner ervaart vanaf deze paden het landschap. Zaak is dat het landschap langs deze paden ook leesbaar en beleefbaar wordt. Dit door informatie over het landschap te verschaffen door onder andere de eerder aangehaald Landsch(app).

UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp biodiversiteit lijnelementen de volgende aspecten van belang: ¼ Een praktische start maken met een ecologisch bermbeheer en het maken van een bermbeleidsplan inclusief middelen; ¼ Versterken van de hoofdroutestructuren door gepaste boombeplanting, passend bij het onderliggend landschapstype; ¼ Samen met waterschap onderzoeken waar ecologisch beheer langs watergangen mogelijk is; ¼ Landschap lees- en beleefbaar maken langs routestructuren in het buitengebied.

53

V

L

V i s i e

N

o p

G

K

l a n d s c h a p ,

Visie op landschap VLNGK

54

O

U

n a t u u r

D

e n

E

g r o e n e

I

J

S

k e r n e n

S

E

L

S

T

R

E

E

K

Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen

5.7 KLIMAATADAPTATIE Binnen de kernen spelen opgaven als hittestress en wateroverlast door het veranderende klimaat een belangrijke rol in de openbare ruimte (meer daarover in paragraaf 6.5). Droogte is een urgent probleem in het buitengebied van de Achterhoek, met name op de zandgronden. Droogte is een effect van weersextremen en de aanpak van droogte is complex. Belangrijk om te anticiperen op dit probleem is ten eerste het vasthouden van water in het gebied ten tijden van overtollig water. Dit water moet de kans krijgen om te infiltreren in de bodem, om zo tijden van waterschaarste in de zomer zoveel mogelijk te voorkomen. Droogte is een groot en complex probleem maar zeer belangrijk voor drinkwater, gewassen van agrariërs maar ook belangrijk voor groenelementen en laanbomen en bos. Waterschap, Provincie, Vitens en gemeenten willen het voortouw nemen in de aanpak van droogte. Zij doen dit samen omdat geen enkele partij dit zelfstandig kan, alle rollen en verantwoordelijkheden zijn nodig. Om hier uitvoering aan te geven is het Programmaplan aanpak droogte Achterhoek door de samenwerkende organisaties omarmd. Met het plan is commitment opgehaald op de richting en de organisatie van de aanpak droogte. Dit vanuit de aanpak: doen, delen doordenken en doorpakken. Hoe dit wordt ingevuld en uitgewerkt is een taak voor het jaar 2021.

Het Programmaplan zet in op een aanpak waarbij andere thema’s zoals stikstof, landbouwtransitie maar bijvoorbeeld ook stedelijke ontwikkelopgaven, integraal worden meegenomen. De gemeente Oude IJsselstreek vraagt in deze samenwerking nadrukkelijk aandacht voor de droogte problematiek in het buitengebied van de gemeente en voor het benutten van genoemde meekoppelkansen.

55

Visie op

6

landschap, natuur en groene kernen

V L N G K

G E M E E N T E

O U D E

I J S S E L S T R E E K

6. VISIE OP GROENE KERNEN 6.1

6.3 BIODIVERSITEIT

ALGEMEEN

In het vorige hoofdstuk is de visie op landschap en natuur in buitengebied uiteengezet. Niet alleen het groen in het landschap, maar juist ook het groen in de kernen is van wezenlijk belang. In dit hoofdstuk wordt de visie op de kernen verder uiteengezet. Hierin komt het belang van groen voor de leefomgeving aan bod, alsmede de groenstructuur in kernen gecombineerd met groene entrees en het vergroten van (bio)diversiteit in de kernen. Verder is klimaatadapatatie en groen bij ontwikkelingen binnen de kernen een wezenlijk onderdeel van de visie.

6.2 BELANG VAN GROEN Groen is onmisbaar voor een prettige leefomgeving, voor zowel mensen als dieren. Het zorgt niet alleen voor een vriendelijker aanblik van de gebouwde omgeving, maar verbetert ook het leefklimaat. Openbaar, toegankelijk groen kan voor mensen een belangrijk verlengstuk van hun woning vormen. Een plek waar men een ommetje kan maken, elkaar kan ontmoeten of waar kinderen kunnen spelen. Groen stimuleert naar buiten gaan, nodigt uit tot bewegen en heeft op die manier een meerwaarde voor onze gezondheid en ons welzijn. Men spreekt ook wel over Vitamine (G)roen. Wie in een groene woonomgeving leeft, voelt zich vaker gezonder en is minder vaak ziek. Groen vermindert stress, bijvoorbeeld doordat van alleen al het zien van natuur een rustgevend effect uitgaat. Iedereen die in Oude IJsselstreek woont, werkt of verblijft, heeft recht op voldoende groene ruimte. De realiteit is echter dat de hoeveelheid ‘groen’ niet evenredig verdeeld is, gemeten naar hoeveelheid, toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden.

Bovendien is er ook niet altijd een natuurlijke ‘match’ tussen vraag en aanbod. In woongebied met bebouwing in hoge dichtheden en met kleine tuinen bijvoorbeeld, is een grotere behoefte aan openbaar toegankelijk groen dan in een lommerrijke buurt, waar de bebouwingsdichtheid lager is en de tuinen groter. De gemeente wil dan ook verder investeren in de groene kernen door onder andere de aanplant van extra bomen en het vergroten van (bio)diversiteit. In ecologisch opzicht vormt groen voor veel diersoorten een basisvoorwaarde. Groen biedt nest- of schuilgelegenheden; doorgaande groene structuren bieden de mogelijkheid tot verplaatsing. Groen in bebouwd gebied is in dit verband van meerwaarde. Is het niet als verbindingsroute door bebouwd gebied heen, dan wel als ‘oase’ te midden van overige, stedelijke functies. De ecologische waarde van groen in bebouwd gebied is echter niet vanzelfsprekend. Een groenvak dat alleen maar uit regelmatig gemaaid gras bestaat, vertegenwoordigt weinig ecologische waarde. Het is dan ook zaak dat er wordt gewerkt aan soortenrijkdom ofwel biodiversiteit, waarbij monoculturen zoveel mogelijk worden vermeden. Kortom: we kunnen niet zonder groen, het is iets waar we zuinig op moeten zijn en waarin we moeten investeren. Dat betaalt zich terug in woontevredenheid en biodiversiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4185/documents/20506