Visie op landschap natuur en groene kernen (1).pdf
Tekst van het document
Visie op
landschap, natuur en groene kernen
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
COLOFON
VISIE OP LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN opdrachtgever: GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK
opdrachtnemer: BURO ONTWERP & OMGEVING
projectnummer: 3153.01 status: DEFINITIEF datum: FEBRUARI 2021 formaat: A3 GESNEDEN
2
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
3
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
SAMENVATTING VOORWOORD DEEL A: VISIE OP LANDSCHAP, NATUUR EN GROENE KERNEN 1 INLEIDING
13
2. HET LANDSCHAP
19
1.1. OUDE IJSSELSTREEK VEELZIJDIG 13 1.2. DOEL EN OPBOUW VISIE 15 1.3. TOTSTANDKOMING 15 1.4. LEESWIJZER 17
2.1. INLEIDING LANDSCHAP 19 2.2. HET LANDSCHAP IN LAGEN 21 2.3. BASISKWALITEIT 23 2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN 23
3. TRANSITIE VAN HET LANDSCHAP 27 3.1. ALGEMEEN 27 3.2. TRANSITIES 27 3.3. NIEUWE COALITIES 27 3.4. VERANDERENDE LANDBOUW 29 3.5. ENERGIETRANSITIE 30 3.6. VERSTEDELIJKING 31 3.7. RUIMTE VOOR NATUUR 33 3.8. KLIMAATADAPTATIE 34
4. OVERKOEPELENDE VISIE 37 4.1. ALGEMEEN 37 4.2. BEHOUD BASISKWALITEIT EN 37 4.3. COMMUNICATIE EN EDUCATIE 38 4.4. BEHEER EN ONDERHOUD 40 4.5. FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN 41
4
S
T
R
E
E
K
5. VISIE OP LANDSCHAP 43 5.1. ALGEMEEN 43 5.2. AGRARISCH LANDSCHAP 43 5.3. RUIMTE VOOR ENERGIE 46 5.4. LANDSCHAPPELIJKE VERSTEDELIJKING 48 5.5. NATUURLANDSCHAP 51 5.6. BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN 53 5.7. KLIMAATADAPTATIE 55
6. VISIE OP KERNEN
57
6.1. ALGEMEEN 57 6.2. BELANG VAN GROEN 57 6.3. BIODIVERSITEIT 57 6.4. GROENSTRUCTUUR KERNEN 59 6.5. KLIMAATADAPTATIE 71 6.6. GROEN EN BOUWEN 72
DEEL B: UITVOERING 7. UITVOERING
75
BIJLAGEN
79
7.1. ALGEMEEN 75 7.2. UITVOERINGSSCHEMA 75 7.3. TOELICHTING OP DE KOLOMMEN 75 7.4. WERKWIJZE 76
BIJLAGE I: TOTSTANDKOMING 79 BIJLAGE II: ONTSTAANSGESCHIEDENIS LANDSCHAP 83 BIJLAGE III: BASISKWALITEIT LANDSCHAP 95 BIJLAGE IV: VISIEKAART 99
5
V
L
V i s i e
N
o p
Visie VLNGK
6
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
SAMENVATTING VLNGK AANLEIDING Legenda visie op landschap, natuur en groene kernen
De gemeente Oude IJsselstreek heeft door de jaren heen meerdere plannen ontwikkeld voor de groene ruimte, echter ontbrak het aan een samenhangend toekomstbeeld voor het landschap en de groene kernen. Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt dit gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving.
INVENTARISATIE & ANALYSE De gemeente kent een gevarieerd en uitgestrekt landschap. Het landschap bestaat uit twee landschappen, namelijk het rivierenlandschap en het dekzandlandschap. De Oude IJssel vormt een grens tussen deze twee landschappen. De twee landschappen kunnen vervolgens onderverdeeld worden in een aantal landschapstypen. Het open rivierenlandschap met de rivierduinen, de terrassen en de rivierweiden ofwel de IJsselweiden enerzijds. Het besloten dekzandlandschap, anderzijds in het kampenlandschap met eskopjes en het heide- en broekontginningslandschap. Verder is in de Noordoostelijk hoek van de gemeente een stukje veenontginningslandschap te vinden. Naast een gevarieerd buitengebied kent de gemeente veertien kernen waarvan de kernen, Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg en Varsseveld de grootste zijn. Naast deze vijf grotere kernen zijn er ook een aantal kleinere, maar niet minder belangrijke kernen en diverse buurtschappen.
7
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
OVERKOEPELENDE VISIE In de verschillende landschapstypen komen nog kenmerkende landschapselementen voor, dit huidige beeld vormt de basiskwaliteit. Voor de toekomst is het goed om bewust om te gaan met deze basiskwaliteit. De waardevolle structuren moeten behouden worden en daar waar mogelijk versterkt. Voor de kernen betreft het met name het structurerende groen langs hoofdinfrastructuur, bij de entree en de bestaande parken en groenvoorzieningen. Ook deze groenstructuur is van belang en kan worden ingezet voor het vergroten van de leefbaarheid in kernen.
TRANSITIES IN LANDSCHAP Het landschap is altijd in verandering en zal in de nabije toekomst ook blijven veranderen. Er staan de komende jaren de nodige combinaties van grotere opgaven op het programma. Zo vragen niet alleen de energietransitie en klimaatadaptatie ruimte, maar ook de natuurontwikkeling en de voortgaande verstedelijking. Tegelijkertijd staat de landbouwvoor een omvangrijke transitie: van de huidige, voornamelijk lineaire bedrijfsvoering naar een duurzame, circulaire en mogelijk ‘natuur inclusieve’ bedrijfsvoering. Voorliggende visie poogt geen antwoord te bieden aan deze transities, wel wordt in hoofdlijnen ingegaan op de wijze waarop deze veranderingen kunnen worden ingezet als zogeheten motor achter de ontwikkeling van het landschap. Immers doelen voor energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergen ingrepen die op gebiedsniveau vaak goed zijn te combineren. Bij het accommoderen van de transities en bijbehorende ruimteclaims, kan het zoeken naar combinaties van functies (waterberging én natuur; zonneparken in het landschap; wonen op het water, wonen in het landschap, etc.) het draagvlak voor landschapsvernieuwing vergroten. Ook ontstaat zo energie en mogelijk financiële middelen voor de ontwikkeling van het landschap, de zogeheten motor achter ontwikkeling.
8
Ten aanzien van een aantal algemene thema’s is een overkoepelende visie geformuleerd. Dit omdat deze thema’s niet direct te koppelen zijn aan uitsluitend het buitengebied dan wel het bebouwde gebied. Een overkoepelende visie is opgesteld met betrekking tot het behouden van de basiskwaliteit van groen en landschap in het omgevingsplan, de communicatie met en educatie van inwoners, maar ook toeristen en bezoekers van alle leeftijden, het beheer en onderhoud van groen in zowel het buitengebied als in de kernen en de financierings-mogelijkheden van landschapsontwikkeling.
VISIE OP LANDSCHAP Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komende jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uitdagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daarmee te versterken.
AGRARISCHE TRANSITIE In het agrarisch landschap is het van belang om karakteristieke landschapselementen te behouden. Dit doen we door samen duidelijke spelregels op te stellen. Daarnaast is het vergroten van de biodiversiteit in de landbouw, door middel van de aanleg van landschapselementen, kruidenrijk grasland en akkerrandvegetatie van belang. De regeling Landschap en Biodiversiteit speelt hierbij een belangrijke rol, maar anderzijds wordt onderzocht of een nieuw landschapsfonds een rol kan spelen. Verder wil de gemeente voor agrarische gronden die zij zelf verpacht in bos- en natuurgebieden de pachtvoorwaarden aanpassen, waardoor de landbouw hier meer te gast is.
ENERGIETRANSITIE Het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking Oude IJsselstreek’, biedt voor diverse grondeigenaren, waaronder stoppende en actieve agrariërs een mogelijkheid om zijn gronden in te zetten voor bijvoorbeeld het telen van energie in combinatie met het herstellen van landschappelijke structuren, natuur en klimaatbestendigheid. Ook ontstaat er op deze wijze bij sommige energieprojecten een financiële motor achter de verdere ontwikkeling van het landschap. VERSTEDELIJKING Bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, waarbij uitgangspunt is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies. Ook moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen deze nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Indien niet aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen in een landschapsfonds. Verder wil de gemeente ter aanvulling van de huidige concepten van woningbouw in het buitengebied (functieverandering) onderzoeken hoe het landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen, dit onder de titel Es-wonen.
VISIE OP GROENE KERNEN NATUURONTWIKKELING De gemeente zet zich de komende jaren, samen met de provincie, natuurorganisaties en inwoners, in voor natuur en landschap. Dit onder andere door de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente. In samenwerking met de agrarische sector wil de gemeente boerenbossen (agrobosbouw) ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bos- en landbouw. Verder staat de ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente op de agenda. BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN De groenstructuur speelt een belangrijke rol bij het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente. De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding mee te laten veranderen. Dit door aanplant van bomen en het vergroten van biodiversiteit. Andere structuurdragers binnen het landschap worden gevormd door bijvoorbeeld doorgaande waterlopen. Doel is om ook de biodiversiteit langs deze watergangen te vergroten door een aangepast ecologisch bermbeheer. KLIMAATADAPTATIE In het buitengebied van Oude IJsselstreek is klimaatadaptatie en dan vooral droogte een groot probleem.
De gemeente kan dit niet zelfstandig oplossen maar gaat wel actief aan de slag met dit onderwerp vanuit Programmaplan aanpak droogte Achterhoek met partners zoals Provincie Gelderland, Waterschap, Vitens en buurgemeenten.
Niet alleen het landschap in het buitengebied, maar juist ook het groen in de kernen is van wezenlijk belang. In de kernen is het groen van belang voor de fysieke leefomgeving en daarmee de leefbaarheid van de kern. De kwaliteit, de ontwikkeling van de groenstructuur en het vergroten van (bio) diversiteit is daarbij van belang, Verder is klimaatadapatatie en groen bij ontwikkelingen binnen de kernen een wezenlijk onderdeel van de visie.
BIODIVERSITEIT In de kernen streeft de gemeente naar het zoveel mogelijk versterken van de ecologische waarde van de bestaande groenstructuur. Op kernniveau worden binnen de groenstructuur locaties in beeld gebracht voor extra aanplant van groen. Maar ook het aanpakken van groenvlakken met een monocultuur voor een meer ecologisch beheer is van belang. GROENSTRUCTUUR KERNEN De basis voor de groenstructuur wordt gevormd door de hoofdroutes in de kern en door de entrees van kernen, omdat men daar de kern binnengaat. Verder zijn de wat meer grootschalige structurerende groenelementen zoals parken, schoolpleinen, sportvelden en begraafplaatsen van belang. De groenstructuur wordt voor iedere kern bepaald en beschermd. Verder wordt onderzocht waar extra aanplant, dan wel het vergroten van de biodiversiteit noodzakelijk is.
KLIMAATADAPTATIE Grotere neerslaghoeveelheden en een oplopende thermometer. Het zijn reëel te verwachten en nu al merkbare effecten van een structurele klimaatverandering. Het nemen van maatregelen om deze effecten te voorkomen heet klimaatadaptatie. De in de kernen aanwezige groenstructuur, biedt aanknopingspunten om deze maatregelen in te passen. Per kern wordt een klimaatadaptatieplan opgesteld en bezien waar maatregelen noodzakelijk zijn, en op welke wijze deze worden ingepast. GROEN EN BOUWEN De gemeente wil dat er ook bij nieuwe ontwikkelingen in kernen, in de vorm van bijvoorbeeld woningbouw, voldoende aandacht is voor groen. Naast het behoud van bestaand groen wil de gemeente nieuw groen introduceren op die plaatsen waar ruimtelijke ontwikkelingen spelen. Dit door middel van het hanteren van kwalitatieve uitgangspunten. Verder wil de gemeente ontwikkelaars en bouwers uitdagen om natuurinclusief te bouwen, zodanig dat ook de natuur er baat bij heeft.
UITVOERING In de visie zijn de afzonderlijke uitvoeringsaspecten per hoofdstuk (overkoepelende visie, visie op landschap en visie op groene kernen) omschreven. In het uitvoeringsdeel van de visie zijn deze in een uitvoeringsschema opgenomen. Het uitvoeringsschema geeft een overzicht van uit te voeren werkzaamheden en geeft de relatie tussen werkzaamheden aan. Eveneens geeft het schema uitvoer aan de planning van de werkzaamheden met een daarbij behorende indicatie van de kosten. Op deze wijze kan daadwerkelijk invulling worden gegeven aan de realisatie van de visie.
9
V
L
V i s i e
10
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
VOORWOORD VLNGK
VOORWOORD Het landschap is altijd in verandering. Onze voorouders hebben het landschap en de natuur gevormd naar de natuurlijke omstandigheden die het landschap te bieden had. Ons streekeigen landschap kent bijzondere plekken en een rijke historie. Hoe willen we in de toekomst ons landschap behouden, stimuleren en versterken? Daarover hebben we met elkaar nagedacht en dit vertaald in de visie op landschap, natuur en groenen kernen, die nu voor u ligt. Als gemeente zetten we actief stappen voor het vergroten van de biodiversiteit. Van mij mag het kleurrijker! Dan krijgen we bijvoorbeeld nog meer vogels, vlinders en bijen. Ook ecologisch bermbeheer, duidelijkheid over groen- en landschapsbeheer, bestrijding van invasieve exoten en het stimuleren van de landbouw transitie zijn naar mijn mening nodig. Of u nu woont, werkt, ontspant of onthaast in het landschap of de tegels uit uw tuin vervangt door een boom, struik of plant om een bijdrage te leveren aan klimaatverandering; iedereen doet iets met het landschap of met groen.
De visie op landschap, natuur en groene kernen geeft richting aan hoe we in de toekomst wensen om te gaan met ons landschap en we maken daarover afspraken met onder meer de provincie, waterschap Rijn & IJssel, NatuurMonumenten, Staatsbosbeheer en Het Geldersch Landschap. Als we weten wat we willen behouden, stimuleren en wat we willen versterken om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen, dan kunnen we daar samen goed voor blijven zorgen in onze gemeente! De brede visie is aangevlogen vanuit vijf grote transities of opgaven die een plek krijgen of al hebben in onze mooie plattelandsgemeente. Het zijn vraagstukken die complex zijn. Ze vragen allemaal letterlijk ruimte en de ruimte-taart kan maar een keer verdeeld worden. Dit vraagt om zorgvuldige keuzes en deze visie helpt ons daarbij. Het raakt ons allemaal, boeren, burgers en buitenlui. Het is nu de kunst een goed evenwicht te vinden in alle individuele meningen en belangen. Ik denk dat dit is gelukt, dat de visie realistisch is en deze gaat bijdragen aan:
¼ Behoud van de kwaliteit van ons landschap door goede afwegingen te maken om landschap te behouden of soms voorrang te geven aan andere ontwikkelingen, maar dan met aanleg van nieuwe groene landschapselementen zoals houtsingels en hagen passend bij het landschapstype. ¼ Stimuleren en ondersteunen van particuliere initiatieven in het buitengebied voor aanleg en beheer van landschapselementen. ¼ Stimuleren en aanjagen van aanleg groen en landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en zonnevelden vanuit de ‘voor wat, hoort wat’ gedachte. ¼ Stimuleren van extra groen aanplant door middel van gezamenlijke acties, zoals “Tegel eruit, boom erin”! ¼ Als gemeente gaan we ook zelf aan de slag met meer groen in de woonkernen en gaan we werken aan een ander beheer van eigen gronden, zoals bermen en bomenlanen. Dit alles voor de leefbaarheid in onze gemeente voor mens en dier. Dit is niet allemaal van vandaag op morgen gerealiseerd. Daarom heeft deze visie ook geen einddatum. Vanaf nu gaan we stap voor stap werken aan de uitvoering van de visie, daarom hebben we ook het uitvoeringsdeel opgenomen. Zo kan iedereen zien en volgen wat onze stappen zijn voor de komende jaren. Samen, Denken en Doen! Zo geven we steeds meer kleuring aan het geheel en zo krijgt groen meer kleur! Ria Ankersmit Wethouder plattelandsontwikkeling, natuur en groen
11
Visie op
1
landschap, natuur en groene kernen
DEEL A: VISIE
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
1 INLEIDING 1.1 OUDE IJSSELSTREEK VEELZIJDIG Wie zegt Oude IJsselstreek denkt uiteraard aan de oerrijke Oude IJsselstroom en de hiermee opkomende ijzerindustrieën van weleer. Langs de Oude IJssel is de Nederlandse ijzerindustrie ontstaan. De ijzergieterijen die hier ontstonden zijn in wezen de voorlopers van de Hoogovens in IJmuiden. Deze industrie ontstond hier omdat het gebruik kon maken van de ijzeroer die hier in de grond zit. De rivier zorgde natuurlijk voor een geschikt transportkanaal, waardoor zich hier bekende ijzersmelterijen vestigden zoals ATAG, Pelgrim, Etna en DRU.
BUITENGEBIED Naast deze inmiddels verdwenen industrieën, kent de gemeente een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied. Dit buitengebied kent veel afwisseling met overgangen van rivierengebied naar zandgebied en veenontginningen en heeft daaarmee een grote aantrekkingskracht op toeristen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door verschillen in bodem, waterhuishouding en landgebruik. Elk landschap binnen de gemeente heeft daarmee zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen unieke patroon en structuur.
Onze voorouders hebben onze omgeving gevormd naar de omstandigheden die de streek te bieden had, om te wonen en te werken. Dit toont ook aan dat landschap, natuur en groene kernen altijd in ontwikkeling zijn. Voor de toekomst van het landschap is het goed om bewust om te gaan met de nog bestaande patronen en structuren. Deze patronen en structuren moeten gekoesterd worden. Zo kan het karakter van de verschillende landschappen worden toegepast in toekomstige ontwikkelingen van het landschap, zoals de ontwikkeling van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en biodiversiteit, maar ook de verdergaande verstedelijking.
BEBOUWD GEBIED Naast een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied bestaat het ‘bebouwde gebied’ uit dorpen en buurtschappen. De gemeente bestaat uit veertien kernen, waarvan de kernen Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg en Varsseveld de grootste zijn. De kernen hebben een eigen ontstaansgeschiedenis en een eigen karakter en verschillen dan ook in vorm en omvang.
De gemeente wil de identiteit van de afzonderlijke kernen versterken en daarmee de aantrekkelijkheid en leefbaarheid vergroten. Bij leefbaarheid speelt groen rondom, maar met name ook binnen de kern een grote rol. Groen is onmisbaar voor een prettige leefomgeving, men spreekt ook wel van Vitamine G(roen) en de groene omhelzing. Het zorgt niet alleen voor een vriendelijker aanblik van de gebouwde omgeving, maar bevordert ook het leefklimaat en de leefbaarheid in de kern. In ruimtelijk opzicht kan groen voor structuur, samenhang en herkenbaarheid zorgen. Niet in de laatste plaats speelt groen een belangrijke rol bij het meebewegen met het veranderend klimaat. Alle maatregelen die we nemen in het kader van dat meebewegen, noemen we ‘klimaatadaptatie’. Twee belangrijke verschijnselen die met het veranderend klimaat samenhangen, zijn een toename van het aantal extreme neerslag, maar ook droogte en een verhoging van de gemiddelde temperatuur. Groen in de gebouwde omgeving kan in beide gevallen een belangrijke rol vervullen bij het opvangen daarvan.
groen in het landschap en groen in de kern
+
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
Topografische kaart van plangebied
Legenda topografie
14
K
1.2 DOEL EN OPBOUW VISIE VISIE Met de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen geeft de gemeente richting aan de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling van de groene (landschaps)structuren in zowel het buitengebied als in de kernen. Het behouden van de bestaande basiskwaliteit aan landschap en groen in de kernen staat daarbij voorop. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen binnen de gemeente voor de toekomst weer verder versterkt kunnen worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren op dit landschap afkomen. Eveneens gaat de visie in op de gewenste vergroening in de kernen en de wijze waarop groen een rol kan spelen in het vergroten van de leefbaarheid.
SAMENWERKING Voor een succesvolle realisatie van de in deze visie gestelde doelen, is de gemeente afhankelijk van diverse partners. Geheel in lijn met de nieuwe Omgevingswet is deze visie dan ook niet alleen een leidraad, maar vooral ook een uitnodiging aan partners en inwoners om mee te werken aan een herkenbare groene gemeente Oude IJsselstreek. Tijdens de vele gesprekken die we over voorliggende visie met elkaar hebben gehad, blijkt dat er vele initiatieven leven binnen de gemeenschap, echter dat men dat veelal niet van elkaar weet en dat dit ook weinig gecommuniceerd wordt. Het is dus zaak dat initiatieven met elkaar verbonden worden en dat we uitdragen dat we actief met ons landschap en groen aan de slag zijn.
De gemeente Oude IJsselstreek heeft in de loop der tijd meerdere plannen en beleidskaders ontwikkeld voor de groene ruimte. Het beleid is echter verouderd, versnipperd en ook niet altijd vastgesteld door de gemeenteraad. Op zichzelf is elk van deze kaders van nut en praktisch toepasbaar. Wat tot nu toe echter ontbrak, is een samenhangende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen. Een plan, waarin het groen in haar diverse verschijningsvormen in een samenhangende structuur wordt geplaatst. Een plan waarin, vanuit deze structuur geredeneerd, praktische handvatten worden gegeven aan de gewenste ontwikkelingsrichting. Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen biedt dit gewenste toekomstbeeld voor de lange termijn. Nadrukkelijk is er dan ook voor gekozen geen einddatum voor de visie op te nemen. De uitvoeringsplannen kennen wel een doorlooptijd van tien jaar. Naast deze visie wordt er gewerkt aan de Omgevingsvisie waarin landschap een belangrijk aspect is, immers landschap is het totaal wat wij buiten waarnemen. Voorliggende visie op landschap, natuur en groene kernen kent geen juridische status, maar vormt de beleidsmatige basis die als input wordt gebruikt voor plannen die de gemeente gaat uitvoeren, subsidies die kunnen worden aangevraagd waar onze inwoners van profiteren.
Daarnaast geeft de visie input voor het op te stellen Omgevingsplan als opvolger van de bestemmingsplannen. Deze kent uiteraard zijn eigen juridische procedure.
+
Deze visie is opgesteld met het bovenstaande in gedachte. Het bestaat uit twee delen; een visie (deel A) en een uitvoeringsplan (deel B). Het deel ‘visie’ beschrijft de groen- en landschapsstructuur zoals deze binnen de gemeente aanwezig is en formuleert daarnaast een duidelijke ambitie voor de toekomst. Hoe willen we landschap en groen behouden en ontwikkelen zowel in het buitengebied als in de kernen. Waar gaan we als gemeente mee aan de slag en waar werken we samen met partners. Deel B vormt het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan bestaat in de basis uit een pakket acties, bedoeld om de visie ook daadwerkelijk in de gewenste richting te ontwikkelen en hiervoor de financiële middelen te reserveren.
1.3 TOTSTANDKOMING Voorliggende visie is in drie fasen tot stand gekomen, namelijk een onderzoeksfase, een ontwerpfase en een vaststellingsfase. Als gevolg van de uitbraak van het COVID19 virus, in maart van dit jaar, is het proces rondom het tot stand komen van de visie enigszins gewijzigd. Met name de communicatie en discussie met de politiek heeft beperkt vorm gekregen en de daadwerkelijke consultatie met de politiek heeft na de zomer vorm gekregen aan de hand van de conceptvisie die is gepresenteerd. In bijlage I van deze visie is de totstandkoming van deze visie nader uiteengezet.
+ 15
V
L
V i s i e
N
o p
Verkenning landschap
16
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
K
1.4 LEESWIJZER Voorliggende visie bestaat uit een tweetal delen. Dit betreft deel A: de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen en deel B: het uitvoeringsdeel dat de daadwerkelijke realisatie van de opgestelde visie weergeeft. Het eerste deel bestaat uit een inleidend hoofdstuk, waarna in hoofdstuk 2 het landschap en de voorkomende landschapstypen worden beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een aantal landelijke transities beschreven die de komende jaren hun effect hebben op het landschap maar ook op het groen in de kernen.
In hoofdstuk 4 wordt de visie op hoofdlijnen gepresenteerd en wordt ingegaan op communicatie, behoud en beheer en onderhoud van groen en landschap in de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt de visie voor het buitengebied nader uiteengezet, waarbij wordt ingegaan op de eerder beschreven transities en de wijze waarop deze kunnen worden gebruikt als motor achter de visie. In hoofdstuk 6 wordt de visie voor de groene kernen uiteengezet. Hiermee eindigt deel A van de visie.
+
Deel B is het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 7 worden alle acties uit Deel A samengevat en geprioriteerd, zo is ook de planning overzichtelijk. Op hoofdlijnen zijn de kosten van de acties opgenomen. Daar waar het een beleidsstuk betreft die mogelijk een effect heeft op (uitvoerings)budgetten kan bij het vaststellen van het betreffende beleidsstuk een keuze worden gemaakt over het effect op de financiën. Hiermee is de visie niet uitsluitend een beleidsstuk, maar ontstaat een actief programma waarop kan worden gestuurd.
+ 17
Visie op
2
landschap, natuur en groene kernen
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
2 HET LANDSCHAP
2.1 INLEIDING LANDSCHAP De gemeente kent een gevarieerd en uitgestrekt buitengebied. Dit buitengebied kent veel afwisseling en ligt op de overgang van het rivierengebied van Rijn en IJssel naar het zandgebied van OostNederland. Weilanden, akkers, bossen, rivieren en beken, rivierduinen en zelfs heide. In dit landschap liggen fraaie boerderijen, landgoederen zowel oud als nieuw, kastelen en andere bijzondere gebouwde elementen. Bebouwing die van oudsher geflankeerd wordt door groen. Veel groen.
De gemeente heeft een groen karakter en het landschapsbeeld wordt bepaald door rijen knotbomen, heggen, elzensingels, forse bomenrijen, bosschages en natuurlijk de rivier de Oude IJssel. Ook herbergt het landschap allerlei minder opvallende, maar wel karakteristieke elementen, zoals microreliëf in de vorm van steilranden en eskopjes, oude bewoningsplekken op hogere en drogere delen in het landschap en (zand)verstuivingen welke tot rivierduinen zoals Engbergen en Paasberg hebben geleid.
Al deze landschappelijke waarden en elementen vormen voor de inwoners van de gemeente Oude IJsselstreek de groene leefomgeving. Maar niet alleen het groene buitengebied wordt gewaardeerd. Ook het zogeheten groen in de kernen kent zijn waarde voor een ieders welzijn.
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
Landschappen van de gemeente
Legenda topografie
topografie
20
K
2.2 HET LANDSCHAP IN LAGEN De lagenbenadering legt het landschap uiteen in drie lagen. De eerste laag bestaat uit abiotische laag, ofwel de fysieke ondergrond. Het vertelt iets over de ontstaansgeschiedenis en het water, de hoogte en de bodem.
De biotische laag gaat in op de natuurlijke rijkdom van het landschap en de netwerken hierin. Door ruimtelijke ingrepen kunnen veranderingen in het biotisch systeem ontstaan. De occupatie laag is een weerspiegeling van het menselijk handelen in het landschap. Het vertelt iets over de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan.
Hierdoor kunnen (historische) patronen beter inzichtelijke gemaakt worden en begrijpen we het landschap. Of anders gezegd: we leren het landschap en de verschillende landschapstypen lezen. De omschrijving van de lagen en een toelichting op de verschillende landschapstypen staat beschreven in bijlage II.
abiotische laag (laag van de ondergrond)
biotische laag (laag van de natuur en netwerken)
occupatie laag (laag van het menselijk handelen)
21
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
Basiskwaliteit van de gemeente
Legenda basiskwaliteit
22
K
2.3 BASISKWALITEIT Het huidige beeld van het landschap, zoals in bijlage II beschreven en in de kaartbeelden is opgenomen en geanalyseerd, vormt de basiskwaliteit van het landschap. De basiskwaliteit dient als fundament voor de toekomst. In de verschillende landschapstypen komen nog steeds landschapselementen als greppels en sloten, heggen, bomenrijen, houtwallen, houtsingels en bossen etc. voor. Door de inwoners van de gemeente, de passant en de recreant wordt dit beeld zeer gewaardeerd. Voor de toekomst van het landschap is het goed om bewust om te gaan met de basiskwaliteit van nog bestaande patronen en structuren die bij de historische verschillende landschapstypen horen. De waardevolle structuren moeten behouden worden en daar waar mogelijk gestimuleerd worden om verder uit te bouwen.
Voor de kernen betreft het met name het structurerende groen in de kernen langs hoofdinfrastructuur, bij de entree van kernen en de bestaande parken en groenvoorzieningen. Op basis van de landschapsanalyse, de uitgevoerde groenschouw en gesprekken met inwoners concluderen wij dat karakteristieke landschapselementen zijn verdwenen en dat dit nog steeds plaats vindt. Hierdoor neemt het contrast tussen de verschillende landschapstypen verder af en wordt het landschap grootschaliger. Dat vraagt om behoud van landschap. Daar staat tegenover dat ook veel inwoners zich inzetten voor aanleg van landschapselementen en die initiatieven willen we stimuleren en ondersteunen daar waar mogelijk.
Voorliggende Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen moet daar verandering in brengen. Om kwaliteiten te kunnen behouden en mogelijk te versterken is de basiskwaliteit landschap en daarnaast een aantal bijzondere parels per landschapstype benoemd. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe deze basiskwaliteit beschermd en behouden kan worden.
2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN Op de navolgende pagina’s worden de kwaliteiten (parels), knelpunten en kansen per landschapstype uiteengezet.
bijzondere patronen in het landschap, zandwegen zijn nog veel in de omgeving van Heelweg te vinden
23
V
L
V i s i e
K ER NK
N
o p
IT WALITE
G
K
l a n d s c h a p ,
O
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
EN
KAMPENLANDSCHAP Een kamp is een kleine individuele akker of clustering van akkers, ook wel es genoemd. Door de manier van bewerken ontstonden kleine bollingen en steilranden in het landschap, omzoomd met houtwallen en -singels. Hierdoor ontstond het kleinschalige en zo gewaardeerde landschap. Het ontstaan is in bijlage II beschreven. Landschapselementen Beplanting bestaat vooral uit houtwallen en houtsingels. Langs wegen staan bomenrijen en in het veld staan vaak solitaire bomen. Deze bomen, vaak op hoekpunten van percelen vormen echte blikvangers. Knotbomen komen vooral in de nattere delen voor. Verschillende soorten vertellen iets over het natte of drogere karakter van de gronden. Wilgen en elzen in de nattere delen en eiken en essen op de drogere delen. Hierdoor is het landschap te lezen. Kwaliteiten ¼ Kleinschalige kampenlandschap, afwisseling tussen open en besloten. Bijvoorbeeld in de omgeving van de Harterinkdijk en Seesinkbeek. ¼ Idinkbos en omgeving (groene hart van de gemeente), maar ook de afwisseling van bos met open plekken daarin. ¼ Herkenbaarheid van kleine kampen (eensmansessen) en steilranden in het gebied ten westen en zuiden van Varsseveld onder de noemer: Varsseveldse kopjes. ¼ Kleinschaligheid in het landschap door veel opgaande beplanting (perceelrandbeplanting, bomenrijen, houtwallen en bosschages).
¼ Vele (herstelde) onverharde kerkepaden als wandel- en fietsnetwerk. Knelpunten ¼ Intensief agrarisch gebruik van de open en kleine percelen in de bossen. ¼ Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen. ¼ Stoppende boeren in het gebied.
24
U
n a t u u r
E
L
K ER NK
Kansen ¼ Uitbreiden routenetwerk van wandel- en fietspaden en landschapselementen met als toevoeging het vertellen van de verhalen in het landschap en de ontstaansgeschiedenis ervan. Het leren lezen van het landschap (eigenlijk gemeentebreed). ¼ Uitbreiden areaal bos.
S
IT WALITE
T
R
E
E
K
EN
HEIDE– EN BROEKONTGINNINGSLANDSCHAP Vanwege verschillende factoren werd het mogelijk om rond 1900 de relatief natte heidegronden te ontginnen. De invloed van de factoren en het ontginnen in bijlage II beschreven. Landschapselementen Op de erven zijn vaak hoogstamfruitbomen al dan niet in de vorm van een gaard aanwezig. De perceelsgrenzen worden gevormd door sloten en greppels met elzensingels. De rechte wegen, op dijkjes vanwege het natte karakter, zijn aangezet met bomenrijen. Dit kan zowel enkelzijdig als dubbelzijdig en bestaan vaak uit eiken. Kwaliteiten ¼ Vennebulten met bos, heide en schaapskooi en recreatieve mogelijkheden. ¼ Halse Rug met glooiing in het landschap (microreliëf). ¼ Bossen met rabatten van het Noorderbroek. ¼ Elzensingels veelal in combinatie met greppels en sloten door het landschap. ¼ Zandwegen (zoals bijvoorbeeld de Landstraat bij Heelweg). ¼ De Boven-Slinge en de daarbij horende herinrichting als een natte ecologische verbindingszone. ¼ Wegen op dijkjes, zoals de Heidedijk die iets vertellen over de natte omstandigheden van weleer. Knelpunten ¼ Verdroging rabatbossen. ¼ Vitaliteit bossen. ¼ Afname kenmerkende elzensingels. ¼ Recreatieve druk op natuur in Vennebulten is groot. Kansen ¼ Vele sloten, greppels en watergangen benutten tegen verdroging, vasthouden van water in het gebied.
¼ Vele (kleine) bossen koppelen door middel van aanleg landschapselementen voor bijdrage aan natuurontwikkeling en robuuste landschapsstructuur.
K ER NK
IT WALITE
EN
K ER NK
IT WALITE
EN
VEENONTGINNINGSLANDSCHAP Dit landschap in het meest noordoostelijke deel van de gemeente te vinden. Dit gebied staat bekend als het Zwarte Veen. Vroeger was dit moeras, later veen en heide en nu vooral herkenbaar als open grasland met rechte lijnen. De rechte structuur en het ontstaan is in bijlage II beschreven. Landschapselementen De beplanting langs de wegen bestaat uit zware bomenrijen van populieren en Amerikaanse eiken. Verder wordt de structuur gemaakt door greppels en sloten met (deels) natuurvriendelijke oevers. Op enkele plekken is struweelbeplanting aanwezig. Kwaliteiten ¼ Rationeel en rechtlijnige verkavelingspatroon. ¼ Uniek landschap binnen gemeente met bijzondere natuurwaarden. Knelpunten ¼ Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen. Kansen ¼ Potentie voor nieuwe natte natuur, in aansluiting bij Aaltens Goor en Vennebulten. ¼ Mogelijkheden voor waterberging. ¼ Herstel veenontwikkeling en vertellen van verhalen rondom veengeschiedenis. ¼ Recreatieve mogelijkheden (plattelandseconomie versterken) in aansluiting op omgeving.
RIVIERENLANDSCHAP Het rivierenlandschap in het zuidwestelijke deel van de gemeente is ontstaan onder invloed van rivieren. De invloed is in bijlage II beschreven.
Op de hogere delen bestaat de beplanting uit elzensingels, knoteiken en hoogstamboomgaarden. Kwaliteiten ¼ Rivierduinen Paasberg en Engbergen en omgeving. ¼ Recreatieve mogelijkheden rondom het Azewijnse Broek (zandwinning Netterden). ¼ Natuurterrein en recreatieve mogelijkheden rondom De Pol (RWZI Waterschap Rijn en IJssel). ¼ Huize Landfort met omringend landschap.
¼ Waalse Water en de uitstroom in de Oude IJssel (nabij havenzate De Kemnade). ¼ Haagstructuren in het rivierkommenlandschap. ¼ Steilranden die het verhaal van het waterrijke verleden en de rivierlopen vertellen. ¼ De Oude IJssel en bijbehorende IJsselweiden (openheid) als groene slinger door de gemeente. ¼ Hoogteverschil in het landschap, met kernen die hoger liggen dan omringend landschap. ¼ Goede gronden voor agrarisch gebruik. ¼ Openheid, ontvankelijkheid en daarmee geschikt als weidevogelgebied rondom Aastrang. ¼ De openheid van de groene grens (NL-D). ¼ Verborgen stervormige verkaveling voormalig kasteel Lichtenberg ten zuiden van Silvolde. Knelpunten ¼ Verdwijnen hagen en elzensingels, waardoor landschap opener is geworden. ¼ Afname zichtbaarheid hoogteverschil in landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik. Kansen ¼ Herstel landschapsbeplanting (naar voorbeeld van Wild Beheer Eenheid Gendringen-Bergh). ¼ Mogelijkheden toevoegen nieuwe landschapselementen (kruidenrijke grasstroken en hagen) vanwege openheid. ¼ Vuilstortplaatsen benutten voor aanplant kleine bosjes. ¼ Oude IJssel gebruiken als (ecologische) verbinding en groene long binnen de gemeente.
Landschapselementen De beplanting op de lagere delen bestaat uit hagen (knipheggen of struweelheggen), rietkragen met greppels en weteringen, elzensingels, knotwilgen en bomenrijen van onder andere es of populier.
25
Visie op
3
landschap, natuur en groene kernen
V L N G K
G E M E E N T E
O U D E
I J S S E L S T R E E K
3. TRANSITIE VAN HET LANDSCHAP 3.1
ALGEMEEN
Het landschap is altijd in verandering omdat het is aangepast aan onze behoefte voor wonen en werken. In de afgelopen zeventig jaar namen bebouwing en versnippering van het landschap toe door aanleg van woonwijken, infrastructuur, kantoor-, winkel- en bedrijventerreinen en recreatieparken. Ook waar niet werd gebouwd veranderde het landschap door rationalisering, schaalvergroting, perceelsverruiming en industrialisering van de landbouw. In het buitengebied werden nieuwe natuurgebieden ontwikkeld en er verschenen windmolens en sinds kort ook zonneparken in het landschap. Zo ook in de Oude IJsselstreek.
3.2 TRANSITIES Het Nederlandse landschap blijft ook in de nabije toekomst veranderen. Er staan de nodige combinaties van grotere opgaven op het programma. Zo vragen niet alleen de energietransitie en klimaatadaptatie ruimte, maar ook de natuurontwikkeling en de voortgaande verstedelijking. Tegelijkertijd staat de landbouw, de traditionele drager van het Nederlandse landschap, voor een omvangrijke transitie: van de huidige, voornamelijk lineaire bedrijfsvoering naar een duurzame, circulaire en mogelijk ‘natuurinclusieve’ bedrijfsvoering en daarmee naar een ander ruimtegebruik. Ook neemt het aantal landbouwbedrijven de komende jaren nog af, waarmee mogelijk ruimte ‘vrij’ komt voor andere functies. Maar door alle transformaties ontstaat juist ook een grote druk op die beschikbare ruimte. Dit naast de ruimte die ook de blijvende landbouw nodig heeft voor haar eigen transities en extensivering. Al met al veranderingen die een grote impact hebben of kunnen hebben op het landschap, zo ook in de gemeente Oude IJsselstreek.
3.3 NIEUWE COALITIES Voorliggende visie betreft een visie op het landschap en het groen in de kernen, en poogt geen visie te zijn die antwoord biedt aan de beschreven transitieopgaven in Nederland. Toch is het goed de veranderingen in deze visie kort te benoemen en in hoofdlijnen te beschrijven hoe de veranderingen kunnen worden ingezet als zogeheten motor achter de ontwikkeling van het landschap en daarmee voorliggende visie. Er is sprake van de volgende (combinatie) van grote transitieopgaven: 1. Veranderende landbouw 2. Energietransitie 3. Verstedelijking 4. Ruimte voor natuur 5. Klimaatadaptatie
Doelen voor energietransitie, landbouw, verstedelijking, klimaatadaptatie en biodiversiteit vergen ingrepen die op gebiedsniveau vaak goed zijn te combineren. Combineren van functies leidt tot meervoudig ruimtegebruik en daarmee tot ruimtebesparing, en kan leiden tot een als mooier ervaren landschap. Bij het accommoderen en inpassen van de grote transities en de daarbij behorende ruimteclaims kan het zoeken naar combinaties van functies (waterberging én natuur; zonneparken in het landschap, wonen op het water, wonen in het landschap, etc.) het draagvlak voor landschapsvernieuwing vergroten. Ook ontstaat zo energie en mogelijk financiële middelen voor de ontwikkeling van het landschap, de zogeheten motor achter ontwikkeling.
+ klimaatveranderingen: piekbuien, hittestress en droogte
zonneweide in het landschap
veranderende landbouw
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
Die opgave is complex maar er lijkt geen reden tot pessimisme. Zo heeft de klimaatverandering ons genoodzaakt meer ruimte te maken voor de afvoer en berging van rivierwater. Het inmiddels bijna afgeronde Rijksprogramma Ruimte voor de rivier wordt algemeen als zeer succesvol beschouwd, zowel qua doelstellingen (driedubbele doelstelling: veiligheid én ruimtelijke kwaliteit én natuurontwikkeling), qua proces (lokale belanghebbenden werden expliciet in de besluitvorming betrokken) als qua resultaat (een veiliger land én een mooier landschap, met meer ruimte voor natuur en recreatie). Een mooi voorbeeld hiervan binnende gemeente is Engbergen waarbij recreatie, natuur en water plek heeft gekregen.
E
K
Engbergen
Waterberging en nieuwe natte natuur
Het gaat niet alleen om het verkennen van planologische mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik op het schaalniveau van kavel of blok, maar ook om het zoeken naar nieuwe coalities, gedeelde belangen en betekenisvolle synergiën op lokaal en regionaal niveau. Nieuwe coalities vereisen betrokkenheid en een gedeeld eigenaarschap van boeren, ondernemers, burgers, maatschappelijke organisaties en de overheid.
E
Historische loop Oude IJssel
Nieuwe natte natuur bij landgoed
Natuurbeleving
Waterberging en nieuwe natte natuur
Fiets- en wandel als recreatieve route
herinrichting zone rondom Oude IJssel en Engbergen, een voorbeeld van nieuwe coalities
28
+
+
akkerrand vegetatie en meng- en strokenteelt als voorbeelden voor veranderende landbouw en zoeken naar een bijdrage voor het vergroten van de biodiversiteit
3.4 VERANDERENDE LANDBOUW ALGEMEEN Landbouw was lange tijd de belangrijkste onderlegger van het cultuurlandschap en daarmee de beeldbepaler van het Nederlandse landschap. De vele functies die verscheidene landschapselementen vervulden voor de landbouw zorgden voor een divers landschap. Sinds de modernisering van de landbouw in de jaren 50 vervult het landschap steeds minder functies voor agrarische bedrijven. Specialisatie, mechanisering en schaalvergroting hebben vele traditionele functies die landschapselementen in de landbouw hadden, overbodig gemaakt. Soms zijn die veranderingen goed zichtbaar, zoals de ruilverkaveling, gedempte sloten en verdwenen hagen en soms hebben die subtieler plaatsgevonden, zoals de afname van de biodiversiteit in landbouwgebieden. In het proces van modernisering, rationalisering en productieverhoging was er behoefte aan een bedrijfsmatige schaalvergroting. Het aantal landen tuinbouwbedrijven is gestaag afgenomen, van 301.000 in 1960 tot 55.000 in 2017. Het totale landbouwareaal neemt ook af, van 75% van het landoppervlak (inclusief binnenwater) in 1950 tot geen 60% vandaag de dag. Het landschapsbeheer is de afgelopen jaren ook meer en meer onder druk komen te staan, onder meer doordat landschapsbeheer nauwelijks voorkwam in de Nederlandse interpretatie van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)*. * PBL (2019) Zorg voor landschap.
Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid, Signalenrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Zoals het nieuwe Europese GLB er uit ziet, lijkt het boeren de mogelijkheid te bieden een deel van hun land in aanmerking te laten komen voor EU-subsidie voor groene diensten, zoals een vergoeding voor het beheer van akkerranden, sloten, houtwallen en bomen op hun land**. Met het nieuwe Europese GLB zou de Nederlandse regering de GLB-doelen kunnen uitwerken in een zogenoemde landschapsinclusieve landbouw. Naast het nieuwe GLB biedt het nationale plan voor een kringlooplandbouw en de Bossenstrategie van Rijk en Provincies kansen om landbouwdoelstellingen te koppelen aan doelstellingen voor zowel natuur als landschap. De landbouw staat dan ook voor een grote hervormings- en verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes. Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen. Om de aarde niet uit te putten, moeten we nadenken over een andere manier van consumeren maar ook produceren. Kringlooplandbouw kan hier een mogelijkheid voor bieden. ** Artikel Ruimte en Wonen (2019) Landschap in transitie, Het Nederlandse landschap staat op een kantelpunt Den Haag, Planbureau voor de leefomgeving.
*** PBL (2012) Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Als consument is het belangrijk de boer niet alleen te zien als een producent van voedsel, maar juist ook als een hele belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap.
LOKAAL In de gemeente vormt de landbouw een van de belangrijkste gebruikers van het buitengebied. De gevolgen van de hierboven aangehaalde modernisering en schaalvergroting heeft ook zijn effect gehad op de landschapsstructuren binnen de gemeente. Verschillende landschapselementen zijn verdwenen omdat ze hun nut verloren, waarmee de kenmerken van de verschillende landschapstypen en de daarmee de herkenbaarheid van het landschap langzaam verdwijnt. Met name de perceelsvergrotingen binnen de gemeente hebben de kleinschaligheid aangetast. Ook de afname van biodiversiteit is herkenbaar in de gemeente***. Daarnaast kent de gemeente op dit moment nog zo’n 300 actieve agrariërs, maar is de verwachting dat dit aantal tot 2030 verder daalt tot ongeveer 200 bedrijven. Ook deze actieve agrariërs moeten binnen de gemeente voldoende mogelijkheden hebben om hun agrarische bedrijfsvoering te kunnen voortzetten, met oog voor landschap en natuur dit is ten slotte de focus van deze visie. Voorliggende visie biedt voor deze actieve agrariërs tal van mogelijkheden om hen te ondersteunen bij landschapsaanleg en –beheer in zowel financiële als praktische zin. Uiteraard op basis van bereidheid en vrijwilligheid.
PBL (2013a) Natuurverkenning 2010-2040. Achtergrondrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
29
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
+
S
E
L
S
T
R
E
E
K
+
educatie en rondleiding over duurzame energie
kleine openingen geven nieuwe kansen
microreliëf in landschap volgen
Naast de transitie in de landbouw, en de ‘vernieuwde’ rol van agrariërs in het beheer van landschap en daar waar mogelijk natuur, moet er in de visie ook aandacht zijn voor de stoppende agrariër. Door de stoppende agrariërs komt grond vrij voor de blijvende agrariërs waardoor voor hen mogelijk ruimte ontstaat om invulling te geven aan de ver-duurzamingsopgave. Hierbij is het wel belangrijk dat door eventueel gewenste perceelsvergroting geen landschapselementen verdwijnen. Met andere woorden er moet gezocht worden naar goede landschaps-inclusieve alternatieven, dit voor zowel de actieve als de stoppende agrariër. In hoofdstuk 4 wordt omschreven hoe de basiskwaliteit van het landschap kan worden behouden en hoofdstuk 5 geeft de visie op ontwikkelingen in dit landschap.
Nederland heeft deze internationale doelstelling opgenomen in het klimaatakkoord dat in 2019 is vastgesteld. Het klimaatakkoord heeft een bredere doelstelling namelijk om als Nederland in 2030 49% minder broeikasgasemmissies en specifiek CO2 uit te stoten.
Anderzijds leiden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bijna onvermijdbaar tot frictie met huidig ruimtegebruik en andere belangen.
3.5 ENERGIETRANSITIE ALGEMEEN Klimaatverandering dwingt ons allen tot een scherpe reductie van uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Op basis van internationale afspraken, zijn de beleidsdoelstellingen helder, namelijk: voor 2050 wordt een reductie van minstens 95% van de huidige CO2-uitstoot nagestreefd. Dat betekent dat vrijwel al ons energiegebruik (zowel elektriciteit als warmte) met duurzame bronnen moet worden geproduceerd. 30
Om deze doelstelling te bereiken zijn er globaal 3 pijlers: 1 verminderen van energie gebruik (en dus uitstoot), 2 opwekking van energie door duurzame bronnen; zowel elektriciteit als warmte en 3 de opslag van CO2 door bijvoorbeeld de aanplant van houtige gewassen. De pijlers 2 en 3 hebben of gaan gevolgen hebben voor het landschap en worden zichtbaar in onze fysieke leefomgeving. In het buitengebied door zowel een toename van onder andere windturbines en zonnevelden als de bijbehorende infrastructuur zoals nieuwe hoogspanningslijnen en nieuwe schakelstations. De transitie naar duurzame bronnen voor warmte staat nog in de kinderschoenen maar het is de verwachting dat deze transitie vooral in de kernen effect heeft. De bijbehorende infrastructuur zal ook zichtbaar worden in het buitengebied. Daarnaast is het ministerie van LNV voor de opslag van CO2 een bossenstrategie aan het ontwikkelen om in Nederland meer houtige gewassen te planten waardoor meer CO2 wordt opgeslagen. Het ruimtebeslag van de energietransitie kent grote tegenstellingen. Enerzijds is voldoende ruimte aanwezig.
Zo kan bijvoorbeeld een gepland zonneveld strijdig zijn met de wens voor het behoud van gronden voor agrarisch gebruik of vraagtekens opwerpen over het niet passende karakter van zonneparken in het landschap. De inpassing van deze nieuwe vormen van energie in ons landschap is dan ook essentieel, waarbij het streven moet zijn dat de nieuwe vormen van energie een bijdrage leveren aan het landschap en de biodiversiteit. Voor de opslag van CO2 in de vorm van houtige beplantingen is de verwachting dat de inpassing eenvoudiger is door aan te sluiten bij de landschapstypen. Bij deze maatregel worden andere uitdagingen verwacht namelijk letterlijk de ruimte, maar ook de kosten en baten.
LOKAAL De gemeente Oude IJsselstreek wil in 2030 energieneutraal zijn. De gemeente werkt op verschillende vlakken aan dit doel. Voor de energieopwekking is een ruimtevraag aan de orde en daarom is het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking’ gemaakt. Hierin staat per type energiebron hoeveel energie opgewekt moet worden om in 2030 energieneutraal te kunnen zijn.
+
+
landschap en bebouwing verweven
kruidenvegetatie voor vergroenen bedrijventerrein
robuuste structuur voor water, groen en verblijf
Waar in de gemeente onder welke voorwaarden deze energie opgewekt mag worden, hoe een energiebron ingepast moet worden in het landschap en hoe omwonenden en gebruikers meegenomen moeten worden in de realisatie van het initiatief.
Gemeente Oude IJsselstreek heeft naar aanleiding van de wens van de gemeenteraad voor meer bos in de gemeente het Actieplan Bomen ontwikkeld. Dit is ook de eerste stap naar meer opslag van CO2 in de gemeente. De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen geeft meer handvatten voor behoud en ontwikkeling van landschap in de vorm van houtige beplanting, oftewel bos en landschapselementen.
Wanneer die nieuwbouw wordt gerealiseerd in de bestaande steden, kan het omringende landschap worden gespaard. Er zijn echter ook grenzen aan verdichting, in termen van congestie, luchtkwaliteit en andere aspecten van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast zijn er andere ruimteclaims in de stad, bijvoorbeeld voor het klimaatbestendig maken van de stad (ruimte voor water en groen). Mogelijk kunnen die verschillende ruimteclaims slim met elkaar worden gecombineerd.
3.6 VERSTEDELIJKING
LOKAAL Binnen de gemeente Oude IJsselstreek is ook sprake van een tekort aan woningen, specifiek voor een aantal doelgroepen. In 2019 zijn in Achterhoek verband de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw’ vastgesteld met daarbij de aanvulling van Oude IJsselstreek de ‘Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek’. In de lokale kwaliteitscriteria staat ‘de juiste woning, op de juiste plek’ centraal. Dat betekent dat de behoefte aan de woningen moet worden aangetoond, meestal zijn dat woningen voor starters en levensloopbestendige woningen voor ouderen. De lokale kwaliteitscriteria toetsen op zorgvuldig ruimte gebruik. In de kernen betekent dat eerst transformatie van leegstaand vastgoed, daarna inbreidingslocaties en daarna kan worden onderzocht of uitbreiding een optie is om aan de behoefte aan woningen te voldoen.
De gemeente stimuleert daarbij om de energieopgave op te lossen op bestaande en nieuwe daken, maar is zich er van bewust dat deze opgave zo groot is dat ook op grond zonneparken moeten worden aangelegd. Om dit goed in te passen is, kent het uitnodigingskader duidelijke beoordelingscriteria. In bijlage 5 van het ‘Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking’ is uitgeschreven op welke wijze een initiatief beoordeeld wordt. Denk aan aspecten zoals efficiënt (meervoudig) ruimtegebruik, realisatiekans, natuur en landschappelijke inpassing en participatie met de omgeving. De beoordeling houdt rekening met de zonneladder van Natuur- en milieufederatie. Daarnaast werkt de gemeente Oude IJsselstreek aan de ‘Toekomstvisie warmte’ welke eind 2021 klaar moet zijn. Zo kan ook beleid worden ontwikkeld voor een transitie naar duurzame warmte. De Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen kan als inbreng dienen voor de Toekomstvisie warmte.
ALGEMEEN Net als in de afgelopen dertig jaar zullen er ook de komende decennia nieuwe woningen, infrastructuur en bedrijven worden gebouwd. Afhankelijk van de prognoses en scenario’s neemt het aantal huishoudens en daarmee het benodigde extra aantal woningen tot 2040 ergens tussen de 160.000 en 1,3 miljoen toe, met als middenprognose een toename van zo’n 750.000 woningen*. De druk op het landschap neemt ook toe door de komst van distributiecentra en datacentra (de zogenoemde ‘verdozing’). * Duin, C. van, L. Stoeldraijer, D. van Roon & C. Harmsen (2016), Huishoudensprognose 2015-2060. Jongeren en ouderen langer thuis, CBS Bevolkingstrends 2016/04, pp. 1-31.
31
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
E
L
S
T
R
E
E
GNN en GO structuur binnen gemeente
Legenda natuur
32
K
3.7 RUIMTE VOOR NATUUR Buiten de kernen betekent de toets op zorgvuldig ruimte gebruik dat extra verstening ongewenst is. We hanteren daarom de spelregel ‘voor wat, hoort wat’. Dat betekent bijvoorbeeld dat woningbouw mogelijk is als agrarisch vastgoed wordt gesloopt of getransformeerd. Daarnaast wordt bij ieder woningbouwplan een erf en/of landschappelijk inrichtingsplan gevraagd waarmee moet worden aangetoond dat het woningbouwplan ruimtelijke kwaliteit biedt. Een andere optie waarbij woningbouw in het buitengebied mogelijk is, is bij landgoedontwikkeling waarbij natuurontwikkeling de tegenprestatie is. Daarnaast kent Varsseveld nog een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Hofskamp Oost in oostelijke richting. Verder is, weliswaar net buiten de gemeente, nog een uitbreiding van het logistieke bedrijventerrein DocksNLD beoogd. In voorliggende visie willen we nieuwe bebouwing inpassen in het landschap. Dit door richtlijnen op te stellen voor bijvoorbeeld de locatie (geografische spreiding) en landschappelijke inpassing daarvan, dan wel een bijdrage aan het algemene belang van landschap. Daarbij is niet alleen van belang dat het onderliggende landschap vertrekpunt vormt voor de ontwikkeling, maar dat de ontwikkeling zelf ook een substantieel deel groen omvat.
Hierbij stimuleren we om te zoeken naar integrale oplossingen om zo een groen en aantrekkelijk landschap in en om de kernen te realiseren. De nieuwe of verhuisde inwoners profiteren daar ook van omdat wonen in een groene omgeving bijdraagt aan een ieders welzijn en woontevredenheid. * PBL (2012) Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL (2013a) Natuurverkenning 2010-2040. Achtergrondrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. ** ‘Voortgang realisatie Gelders Natuurnetwerk’, februari 2020, Provincie Gelderland.
ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds*. Die negatieve trend is niet tot Nederland beperkt gebleven. Daarom zijn er al in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw binnen Europa afspraken gemaakt over de bescherming van kwetsbare soorten en leefgebieden. Om de natuur niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk weer meer ruimte te geven, wordt in Nederland al lange tijd gewerkt aan de realisering van het zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw te realiseren natuurgebieden of de verbindingszones daartussen en werd in 1990 als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan. Om kwetsbare soorten en leefgebieden te beschermen en de achteruitgang van de biodiversiteit te keren, werden bestaande natuurgebieden uitgebreid en met elkaar verbonden. Er werd gestreefd naar het beheren van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden, aan de hand van overeenkomstige natuurdoelentypen.
Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid in 2012 aan realisatie en beheer van het Gelders Natuurnetwerk. Gelderland heeft met het Rijk afgesproken om het Gelders Natuurnetwerk uiterlijk in 2027 af te ronden en heeft zichzelf ten doel gesteld om dit te versnellen en om uiterlijk in 2025 klaar te zijn. Hiervoor moet in de periode van 2011-2025 in totaal 10.500 hectare nieuwe natuur zijn toegevoegd aan het Gelders Natuurnetwerk.
LOKAAL In Gelderland is de NNN doorvertaald naar het Gelders Natuur Netwerk (GNN) met daarbij de verbindingszone de zogeheten Groene Ontwikkelingszone (GO). Afhankelijk van het huidige grondbezit staat provincie in samenwerking met gemeenten binnen de GNN en GO voor verschillende opgaven om tot functieverandering te komen, met daarbij een uiteenlopend kostenplaatje. Om de laatste delen van de GNN in te vullen om deze in 2027 af te ronden. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Van de meeste hectares is bekend waar nieuwe natuur wordt gerealiseerd, dit betreft met name rondom bestaande kwetsbare natuurgebieden. Dit speelt niet binnen de gemeentegrenzen. Verder is 20% van de hectares niet nader geduid en de provincie zet daarbij in op particuliere grondeigenaren die bereid zijn om vrijwillig natuur te ontwikkelen. Dit ondersteunen we als gemeente**.
V
L
V i s i e
N
o p
G
K
l a n d s c h a p ,
O
U
n a t u u r
Het beleid in de GO is erop gericht om natuur- en landschapselementen te behouden en waar mogelijk nieuwe te elementen te realiseren die bijdragen aan de verplaatsings- en migratiemogelijkheden voor planten en dieren. Dat betekent dus niet dat gronden in de GO moeten worden omgevormd naar natuur. Juist niet, de gronden in de GO hebben meestal de bestemming ‘agrarisch’ of een andere hoofdbestemming en dat blijft ook zo.
D
e n
E
g r o e n e
I
J
S
k e r n e n
S
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de GO zijn niet uitgesloten. Deze ontwikkelingen mogen echter niet leiden tot een aantasting van bestaande natuur- en landschapselementen. Daarnaast wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of bij uitbreiding van bestaande activiteiten met meer dan 30% gevraagd om gelijktijdig nieuwe natuuren landschapselementen te realiseren om daarmee de kwaliteiten van de GO verder te versterken.
+ een kern in beeld; straat in bebouwd gebied