CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2021.pdf

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3.: Wijziging Verordening Sociaal Domein 202119.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het huis mag niet vervuilen.

5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] Voor inwoners die een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem op 13 november 2018. Deze is te vinden op de website overheid.nl. De gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van beschermd wonen.

5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] Voor inwoners die een maatwerkvoorziening in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem op 13 november 2018. Deze is te vinden op de website overheid.nl. De gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van maatschappelijke opvang.

5.3 Dagbesteding en begeleiding 5.3.1 1.

2. 3.

Een ingevulde dag hebben

[Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende in staat zijn om de dag goed in te vullen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor maximaal 9 dagdelen per week. De gemeente kan indien nodig het vervoer naar de maatwerkvoorziening organiseren.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

20

5.3.2 Veiligheid bij deelname aan de samenleving 1. 2.

[Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die hulp nodig hebben om veilig de dag door te komen, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners begeleid worden. De begeleiding kan een-op-een of in een groep plaatsvinden. Het betekent, dat de begeleider toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving te communiceren. De begeleider kan ook helpen bij normale (dagelijkse) activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën.

5.4 Meedoen aan de samenleving 5.4.1 Verplaatsen in en om de woning [Wmo] 1. 2.

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet voldoende kunnen verplaatsen in en om de woning, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. De maatwerkvoorziening houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend en permanent gebruik door de inwoner.

5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis 1.

2.

3.

4.

[Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op maat kunnen krijgen. Zij moeten wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.3.2. De maatwerkvoorziening houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis zodat ze mee kunnen doen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Die hulp kan bestaan in het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer (ZOOV); b. een taxi; c. een scootmobiel, of d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. Het moet gaan om: a. het zich verplaatsen rondom de woning; b. het zich verplaatsen over een redelijke afstand bij huis; of c. het zich verplaatsen over reguliere verharde paden en wegen. Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden kijkt de gemeente eerst of een vervoersvraag opgelost kan worden met collectief taxivervoer, voordat andere een maatwerkvoorziening voorzieningen aan de orde kunnen komen.

5.5 Mantelzorg 5.5.1 Ondersteuning en waardering mantelzorger 1. 2.

[Wmo] Voor inwoners die mantelzorg geven is er vrij toegankelijke advies of hulp beschikbaar. De gemeente kan indien nodig ook een maatwerkvoorziening voor de hulpontvangende inwoner beschikbaar stellen. De gemeente waardeert de inzet van langdurige en intensieve mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, lichamelijke of geestelijke beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om waardering uit te spreken voor hun

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

21

inzet en het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.

5.5.2 Voorwaarden mantelzorgwaardering 1.

2.

3. 4.

[Wmo] Mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door de inwoner die mantelzorg ontvangt of door de mantelzorger zelf. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De hulpontvanger is een inwoner van de gemeente Oude IJsselstreek; b. De mantelzorg wordt intensief en over een langere periode verleend. In ieder geval langer dan drie maanden en/of meer dan 8 uur per week. c. De mantelzorg wordt op vrijwillige basis, zonder dat daarvoor wordt betaald, verleend vanwege een tussen de personen bestaande sociale relatie (bijvoorbeeld familie, vrienden of buren). De gemeente maakt jaarlijks via de gemeentepagina in het huis-aan-huis-blad bekend op welke wijze mantelzorgers worden gewaardeerd, hoe de waardering aangevraagd kan worden en voor wanneer de aanvraag ingediend moet zijn. Een mantelzorger kan slechts één keer per jaar voor één hulpontvangende inwoner mantelzorgwaardering ontvangen. Een mantelzorger die mantelzorg verleende aan een hulpontvangende inwoner die in de loop van het jaar is overleden, komt in dat kalenderjaar nog in aanmerking voor mantelzorgwaardering.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

22

6. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen. Kernwaarden:  De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.  De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.  De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.  De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.  De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

6.1 Hulp in natura 1. 2. 3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Een product wordt in de regel in bruikleen verstrekt. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.

6.2 Hulp in geld [Wmo, Gemeentewet, Awb] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald.

6.3 Persoonsgebonden budget 6.3.1 Voorwaarden 1.

2. 3.

4.

[Jeugdwet, Wmo] In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om hulp uit de Wmo 2015 of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo 2015 en de Jeugdwet stellen. Om gebruik te kunnen maken van een pgb dient de inwoner een pgb-plan op te stellen. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. Uitgezonderd zijn de bemiddelingskosten uit artikel 6.3.2; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. De gemeente maakt een uitzondering voor acute situaties. b. Voorzieningen waarvoor een vrij toegankelijke voorziening aanwezig is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

23

c.

5.

Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. De gemeente heeft in het besluit sociaal domein nadere regels vastgelegd over de voorwaarden van het pgb.

6.3.2. Pgb bij particuliere dienstverlening aan huis [Wmo] Voor de persoon die huishoudelijke hulp verleent vanuit een bemiddelingsbureau hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het Wettelijk minimumloon aangevuld met een vergoeding voor een vrijwillige verzekering voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid vermeerderd met een vergoeding voor bemiddelingskosten.

6.3.3 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] Voor de persoon die hulp verleent vanuit het sociale netwerk van de inwoner hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het Wettelijk minimumloon aangevuld met een vergoeding voor een vrijwillige verzekering voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid.

6.3.4 Pgb bij hulp door ZZP-er of zorgaanbieder [Jeugdwet, Wmo] De ZZP-er of zorgaanbieder die hulp geeft voldoet aan de door de gemeente gehanteerde tarieven: a. De gemeente hanteert voor hulp bij het huishouden een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren. b. De gemeente hanteert voor begeleiding, persoonlijke verzorging of logeren een tarief dat maximaal 100% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur dat een door de gemeente gecontracteerde leverancier hiervoor zou hanteren.

6.3.5 Hoogte en tarief pgb 1. 2.

3. 4. 5.

6. 7. 8.

[Jeugdwet, Wmo] Het pgb wordt door de medewerker vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het pgb dat de inwoner heeft gemaakt (pgb-plan). Het plan moet goedgekeurd zijn door de medewerker. Het pgb wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten én op basis van de kosten die de gemeente gemaakt zou hebben als er hulp in natura zou zijn verstrekt. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. De gemeente staat het niet toe dat een pgb als “maandloon-optie” wordt ingezet. De gemeente stelt het tarief voor hulp door iemand uit het sociale netwerk vast op het goedgekeurde tarief uit artikel 6.3.3. Als de hulp wordt gegeven door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt dit altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. Wordt de hulp gegeven door een ander uit het sociale netwerk die beroepsmatig als ZZP-er de hulp verleent, dan gelden de regels voor beroepsmatig verleende hulp. De gemeente hanteert voor een pgb voor vervoer (inclusief rolstoelvervoer) om deel te nemen aan groepsondersteuning een tarief van € 18,60 per etmaal. De gemeente kan de pgb-tarieven jaarlijks indexeren conform de indexering van de zorg in natura tarieven.

De gemeente heeft nadere regels in het besluit sociaal domein vastgelegd over de hoogte en het tarief van het pgb en het format van het pgb-plan.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

24

6.3.6 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo] De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad.

6.4 Tegemoetkoming meerkosten persoon met beperking of chronische problemen [Wmo]

6.4.1 Voorwaarden tegemoetkoming De gemeente kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. een inwoner kan geen gebruik maken van vrij toegankelijke hulp, een algemeen gebruikelijke of maatwerkvoorziening om de betreffende beperking te compenseren. b. er zijn extra kosten verbonden aan de ziekte of beperking.

6.4.2 Mogelijke tegemoetkoming 1.

2.

3.

De gemeente verstrekt een tegemoetkoming in de kosten voor taxi en rolstoeltaxi wanneer het collectief taxivervoer (ZOOV) en andere voorliggende vervoersvoorzieningen niet toereikend zijn. a. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van een normbedrag van €620,- per jaar. b. Het normbedrag is van toepassing voor het gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden; voor het gebruik van een bruikleenauto en voor het gebruik van een (rolstoel)taxi. c. Wanneer de tegemoetkoming wordt toegekend aan beide gehuwden of samenwonende partners dan bedraagt de tegemoetkoming 75% per persoon van het onder a genoemde bedrag. d. De gemeente kan de tegemoetkoming voor meerkosten evenredig bijstellen indien de inwoner een lagere vervoerbehoefte heeft. e. De gemeente kan de inwoner aan wie een tegemoetkoming is toegekend, verplichten een overzicht bij te houden van de verreden kilometers in het kader van de voorziening. De tegemoetkoming voor sportvoorzieningen en het bezoekbaar maken van een woning: a. Aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt € 3.500,-. Dit wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt. b. De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt € 2.730,-. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken.

Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat. De tegemoetkoming die de gemeente aan een inwoner kan verstrekken is niet kostendekkend.

6.5 Wat is de bijdrage in de kosten? 1.

2. 3.

[Wmo] De gemeente kan voor een aantal voorzieningen aan de inwoner een bijdrage in de kosten vragen. Dat kan bij maatwerkvoorziening in: a. het schoon en leefbaar houden van een woning (hulp in de huishouding); b. het aanpassen van een woning (woonvoorzieningen); c. het op een verantwoorde manier kunnen deelnemen aan de samenleving (begeleiding); d. een ingevulde dag hebben (dagbesteding); e. het zich kunnen verplaatsen dichtbij huis (niet voor een rolstoel). De gemeente zorgt ervoor, dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een bijdrage in de kosten worden toegepast. Een bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de maatwerkvoorziening. De bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

25

4.

De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse bijdrage van € 60,- in de kosten verschuldigd.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

26

7 Werk en Participatie STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de Transformatie in de kijk op werk. De gemeente Oude IJsselstreek voert binnen deze visie, een aantal activiteiten uit die conform de huidige Participatiewet aan een gemeente zijn voorbehouden. Onze dienstverlening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:  Wij werken vanuit het inwonersperspectief Dit betekent dat wij onze bedrijfsprocessen zodanig inrichten dat zij aansluiten bij de logica van onze inwoners. Door te werken vanuit het inwonersperspectief sluiten we aan op de leefwereld van onze inwoners en op het lokale zorgnetwerk. Dit betekent ook dat wij kiezen voor een integrale manier van werken waarbij ook aandacht is voor bijvoorbeeld schulddienstverlening en de Wmo en de Jeugdhulp.  Wij schenken veel aandacht aan de bejegening van onze inwoners Dit betekent voor ons werken vanuit een positieve grondhouding en vanuit vertrouwen. Voor ons is ieder mens waardevol en heeft recht op een respectvolle bejegening op basis van vertrouwen. Wij willen dat onze inwoners zich gehoord, gezien en welkom voelen wanneer ze contact met ons hebben bij de uitvoering van de Participatiewet. Daarom werken we vanuit gastvrijheid.

Gastvrijheid is de kunst om mensen zich welkom te laten voelen. Wanneer je te gast bent, word je als uniek mens gezien die welkom wordt geheten en waarvoor oprechte aandacht is. 7.1 Voor wie [PW, IOAZ, IOAW] De gemeente helpt de volgende groepen inwoners op weg naar werk: a. b. c.

Inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden. Inwoners die geen hulp kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per hulpvraag beoordeelt de gemeente of er hulp wordt gegeven. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen diploma’s hebben. De gemeente helpt hen een passende opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg.

7.2 Voorzieningen-werk [PW, IOAZ, IOAW] 1.

2.

3.

De gemeente bekijkt per inwoner welke hulp nodig is. De gemeente zet passende voorzieningen in. Voor mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan zijn er mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om een stapje terug te doen als het even wat minder gaat. De gemeente beoordeelt per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. De gemeente bepaalt welke voorziening wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar verschillende dingen: de omstandigheden van de inwoner, zijn mogelijkheden en eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. In een plan van aanpak legt de gemeente vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt.

7.2.1 Werkervaringsplaats [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2.

De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring, het leren functioneren in een arbeidsrelatie of het behouden van arbeidsritme.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

27

3. 4.

De gemeente plaatst de inwoner uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing van betaalde arbeid plaatsvindt. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkervaringsplaats, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.

7.2.2 Sociale activering [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2.

De gemeente kan een inwoner die een kleine kans heeft op werk zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

7.2.3 Detacheringsbaan [PW, IOAZ, IOAW] 1.

2. 3.

De gemeente kan een inwoner via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner. Het doel van een detacheringsbaan is dat de inwoner na afloop in dienst komt van de werkgever. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisatie.

7.2.4 Scholing [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2.

De gemeente kan een inwoner van 27 jaar of ouder scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk. De scholing moet passen bij de capaciteiten van de inwoner. De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de scholing.

7.2.5 Participatieplaats [PW, IOAZ, IOAW] 1.

2.

3. 4.

De gemeente kan een inwoner met een gemeentelijke uitkering die een kleine kans heeft op werk en voorlopig niet aan het werk kan, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De inwoner kan na iedere zes maanden een premie van €100,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

28

7.2.6 Beschut werk [PW] 1.

2. 3.

4.

De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan, als UWV heeft vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. De gemeente bepaalt de omvang van het aanbod beschut werk en legt vast hoeveel plekken voor beschut werk de gemeente beschikbaar stelt.

7.2.7 Hulp op de werkplek van een jobcoach [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2. 3.

De gemeente kan een inwoner een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en legt dit vast in een overeenkomst met de werkgever.

7.2.8 No-risk polis [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2. 3.

De gemeente kan een werkgever een no-riskpolis aanbieden voor een inwoner die bij de werkgever gaat werken. Het doel van de no-riskpolis is dat de werkgever de loonkosten niet zelf hoeft te betalen als de werknemer ziek wordt. De gemeente bepaalt de voorwaarden van de no-riskpolis.

7.2.9 Tijdelijke loonkostensubsidie [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2. 3. 4. 5. 6.

De gemeente kan een werkgever die een inwoner in dienst neemt een tijdelijke loonkostensubsidie geven. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. De loonkostensubsidie wordt individueel bepaald, maar bedraagt maximaal 50% van het wettelijk minimumloon per maand. De loonkostensubsidie wordt voor de duur van maximaal zes maanden verstrekt, maar kan met een periode van maximaal zes maanden worden verlengd. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

29

7.2.10 Uitstroompremie [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2.

De gemeente kan aan een inwoner van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand een premie verstrekken om daarmee de uitstroom uit de uitkering te stimuleren. De gemeente stelt – als tot verstrekking van premies bedoeld in het eerste lid wordt overgegaan – bij uitvoeringsbesluit nadere regels met betrekking tot de activiteiten die voor een premie in aanmerking komen, de hoogte van de premie en de voorwaarden waaronder deze worden toegekend.

7.2.11 Wettelijke loonkostensubsidie (langdurend) [PW, IOAZ, IOAW] 1. 2. 3.

De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de gemeente een erkende methode toe. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd.

7.3 Tegenprestatie [PW, IOAZ, IOAW] 7.3.1. Doel van de tegenprestatie 1. 2.

De tegenprestatie legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als de gemeente dit een passende manier voor de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor de samenleving als reactie op de inspanningen van de gemeente voor de inwoner.

7.3.2. Duur van de tegenprestatie [PW, IOAZ, IOAW] 1.

De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt maximaal 6 maanden en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen: a. de tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten; b. de tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie; c. het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd.

7.3.3. Voorwaarden tegenprestatie [PW, IOAZ, IOAW] 1.

2.

Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. De gemeente legt in ieder geval geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

30

8. Inkomen en Schulden Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. Dit hoofdstuk gaat over de toeslag voor inwoners die langdurig op een laag inkomen zijn aangewezen geregeld.

Kernwaarden:  Iedereen doet mee aan de samenleving.    

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.

8.1 Inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

8.1.1 Doelgroep 1.

2.

De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die in een ononderbroken periode van drie jaar een inkomen (referteperiode) heeft gehad dat lager is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt hierbij niet toegepast. Niet voor de inkomenstoeslag komt in aanmerking de inwoner die een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), dan wel een studie volgt als genoemd in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000).

8.1.2 Hoogte van de toeslag 1.

2. 3.

De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 364,- voor een alleenstaande; b. € 437,- voor een alleenstaande ouder; c. € 520,- voor gehuwden of samenwonenden. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. De gemeente bekijkt elk jaar of de inkomenstoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna en is overeenkomstig de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

8.2 Studietoeslag Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld.

8.2.1 Doelgroep

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

31

[PW] 1.

2.

De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a. een MBO-, HBO of WO-opleiding volgt; b. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; c. wel kan werken, maar d. door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De student is 18 jaar of ouder en heeft geen goede financiële buffer.

8.2.2. Vaststellen beperking

[PW] 1.

Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.

8.2.3 Hoogte en duur van de toeslag

[PW] 1. 2. 3.

De studietoeslag € 350,- per zes maanden en wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald. De gemeente bekijkt elk jaar of de studietoeslag verhoogt moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd.

8.3 Schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen de gemeente om ondersteuning en hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen.

8.3.1 Schuldhulpverlening en samenwerking 1.

2.

3.

4.

De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben ondersteuning en hulp bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die ondersteuning en hulp is dat inwoners duurzaam een gezonde financiële huishouding krijgen. Inwoners met problematische schulden kunnen bij de gemeente terecht voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Gemeenten hebben sinds 1 januari 2021 een wettelijke taak voor vroegsignalering bij schulden zodat vroegtijdig gegevens uitgewisseld kunnen worden. Gemeenten zijn wettelijk verplicht vroegsignalen op te volgen. De gemeente wil dat inwoners met schuldenproblematiek snel en passend ondersteund worden. Inwoners kunnen daarbij ongevraagd een aanbod tot schuldhulp ontvangen van de gemeente. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het voorkomen en tegengaan van schulden.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

32

8.3.2 Besluit 1.

2.

De gemeente is verplicht om bij verordening te bepalen binnen welke termijn na het eerste gesprek over de ondersteunings- of hulpvraag, een besluit te nemen of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Van de inwoner wordt verwacht dat hij/zij de belangrijkste documenten zo snel mogelijk ter beschikking stelt aan de gemeente om de ondersteunings- of hulpvraag in behandeling te kunnen nemen. De gemeente is verplicht binnen redelijke termijn te reageren op de ondersteunings- en hulpvraag. De beslistermijn is in artikel 4a, derde lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vastgesteld op acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

33

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de maatwerkvoorziening beëindigen of terugvorderen.

Kernwaarden:  De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig. 

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.

 

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. De inwoner geeft de informatie die nodig is.

9.1 Hoe gaan we met elkaar om? 9.1.1 De rol van de gemeente en Buurtzorg Jong 1.

[Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] De gemeente of Buurtzorg Jong (BZJ) zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn hulpvraag. Gemeente/BZJ en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De gemeente/BZJ zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente/BZJ contact met hem onderhoudt. De gemeente/BZJ houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek bij de gemeente/BZJ of bij de inwoner thuis. c. De gemeente/BZJ helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij deze hulpvraag een taak is voor die organisatie. d. De gemeente/BZJ informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. e. De gemeente/BZJ respecteert de privacy van de inwoner. f. De gemeente/BZJ maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente/BZJ aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. g. De gemeente/BZJ wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp.

9.1.2 De rol van de inwoner 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb] De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij hulp vraagt aan de gemeente/BZJ. b. Als de gemeente/BZJ hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn hulpvraag. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente/BZJ niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente/BZJ zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. b. De gemeente/BZJ ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente/BZJ zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente/BZJ.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

34

9.2 Beëindigen en terugvorderen maatwerkvoorziening 9.2.1 Beëindiging maatwerkvoorziening 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW] De gemeente/BZJ kan een maatwerkvoorziening (in natura, geld of pgb) beëindigen als: a. de maatwerkvoorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden; c. de maatwerkvoorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; d. de gemeente/BZJ niet langer kan vaststellen of een maatwerkvoorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de maatwerkvoorziening; e. de maatwerkvoorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. de inwoner niet binnen zes maanden gebruik heeft gemaakt van de maatwerkvoorziening, tenzij de inwoner dit tijdig meldt en dit de inwoner niet te verwijten valt. Als de inwoner binnen de termijn van zes maanden melding maakt bij de gemeente, stelt de gemeente bij een gegronde reden de termijn uit. De maatwerkvoorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

9.2.2 Terugvordering voorziening [Wmo, PW, Burgerlijk Wetboek] De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 9.2.1.

9.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 9.3.1 1. 2. 3.

Controle

[Jeugdwet, Wmo] De gemeente/BZJ controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een maatwerkvoorziening en of hij de juiste voorziening heeft ontvangen. De controle van de maatwerkvoorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij beëindiging van de maatwerkvoorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente/BZJ wat de reden is van de beëindiging. De gemeente/BZJ gaat ook na of de maatwerkvoorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

9.3.2

Voorkomen van fraude

[Jeugdwet, Wmo, PW] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen.

9.3.3 1. 2.

Privacy

[Jeugdwet, Wmo] De gemeente/BZJ zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt (tijdens bijvoorbeeld een huisbezoek). Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente/BZJ ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

35

9.3.4

Toezichthouders

[Jeugdwet, Wmo, PW, Awb] De gemeente heeft een of meer ambtenaren aangewezen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

9.4 Het verlagen van een uitkering [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

9.4.1 Het besluit tot opleggen van een verlaging In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als bedoeld in artikel 18, tweede, vijfde en zesde lid, van de Participatiewet, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen worden in ieder geval vermeld: a. de reden van de verlaging; b. de duur van de verlaging; c. het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd, en d. indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging.

9.4.2 Horen van inwoner 1. 2.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een inwoner in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de gemeente het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid, of d. inwoner aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.

9.4.3 Afzien van verlaging 1.

2. 3. 4.

5.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente ziet af van een verlaging als: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of b. de gedraging meer dan 12 maanden voor constatering daarvan door de gemeente heeft plaatsgevonden. De gemeente kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Als de gemeente afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een inwoner hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De gemeente kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, uitgezonderd de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 18 lid 4 Participatiewet, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan inwoner een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Met een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, wordt gelijkgesteld: a. het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen; b. het besluit tot het geven van een schriftelijke waarschuwing.

9.4.4 Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

36

2.

3.

4.

opleggen van de verlaging aan een inwoner is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die inwoner geldende bijstandsnorm. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging met terugwerkende kracht, door middel van een herziening van de uitkering, opgelegd als: a. de bijstand nog niet betaalbaar is gesteld; b. de inwoner geen bijstand meer ontvangt. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als inwoner binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt. Een verlaging die voor een periode van meer dan 3 maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na 3 maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.

9.4.5 Berekeningsgrondslag 1. 2.

3.

4.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. In afwijking van het eerste lid kan een verlaging worden toegepast op de bijzondere bijstand als: a. aan inwoner bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet, of b. de verwijtbare gedraging van inwoner in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel a, moet in 9.4.7 tot en met 9.4.11 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘bijstandsnorm inclusief de op grond van artikel 12 van de Participatiewet verleende bijzondere bijstand’. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, moet in 9.4.7 tot en met 9.4.11 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘de verleende bijzondere bijstand’.

9.4.6 Niet nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling 1.

2.

[PW, Awb] Gedragingen van een inwoner waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; 2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een inwoner jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; 4°.

het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. [IOAW, IOAZ, Awb] Gedragingen van een inwoner waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

37

arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3°.

het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 4°. het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; c. derde categorie: 1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 4°.

het niet of onvoldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

3.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 1 en 2 wordt vastgesteld op: a. 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.

9.4.7 Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling 1.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Als een inwoner een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende: a. één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g, van de Participatiewet;

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

38

b.

2. 3.

4.

twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de Participatiewet. Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 1, wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, kan de verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de verlaging wordt toebedeeld. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, kan de verlaging worden toegepast over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt toebedeeld.

5. Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het tweede lid plaats.

9.4.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid 1. 2.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 10 procent van de bijstandsnorm gedurende bijvoorbeeld één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000; b. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000 tot € 2000; c. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000 tot € 4000; d. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4000 of hoger.

9.4.9 Zeer ernstige misdragingen 1.

2.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Als een inwoner zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. Als een inwoner zich zeer ernstig misdraagt tegenover de gemeente of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, wordt een verlaging opgelegd van 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.

9.4.10 Niet nakomen van overige verplichtingen 1.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Als een inwoner een door de gemeente opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; b. 20%van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 40% van de bijstandsnorm gedurende , bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; d. 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

39

9.4.11 Samenloop van gedragingen 1.

2.

3.

4.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de inwoner niet verantwoord is. Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de inwoner niet verantwoord is.

9.4.12 Recidive 1.

2.

3.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in 9.4.7 lid 1 b of c, 9.4.9 lid 1 of 9.4.11 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als in 9.4.7 lid 1 a of lid 2 b, of 9.4.10 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Als een inwoner zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden.

9.4.13 Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ [IOAW, IOAZ, Awb] Als de gemeente de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege.

9.4.14 Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive 1. 2. 3.

4.

[PW, IOAW, IOAZ, Awb] Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent de gemeente de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Aansluitend op verrekening als bedoeld in het derde lid, verrekent de gemeente de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

40

5. 6.

7.

Tot het inkomen, bedoeld in het vierde lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet. In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid kan de gemeente de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: a. aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of b. anderszins sprake is van dringende redenen. Het eerste tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet.

Het zevende lid is niet van toepassing indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.

Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek

41

10 Inspraak en cliëntenparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.

Kernwaarden:  De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardig. 

De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.

10.1 Inspraak van inwoners 1.

2. 3.

4. 5.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. De gemeente heeft voor de Adviesraad Sociaal Domein nadere regels vastgesteld.

10.2 Hulp van de gemeente bij inspraak [Jeugdwet, Wmo] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.

10.3 Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo] Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4159/documents/19914