Vast te stellen TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16.pdf
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 TAM-omgevingsplan NL.IMRO.1509.OP000002-VA01 vastgesteld
Datum: Projectnummer:
24AF064
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Huidig planologisch kader 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 7 9 9
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
10 10 11
Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid en instructieregels rijk 3.2 Provinciaal beleid Gelderland in instructieregels provincie 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 20 24 26
Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1 Bodem 4.2 Archeologie & Cultuurhistorie 4.3 Natuur 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Milieubelastende activiteiten 4.8 Omgevingsveiligheid 4.9 Water 4.10 Mobiliteit en parkeren 4.11 Trillingen 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Milieueffectrapportage 4.14 Gezondheid 4.15 Duurzaamheid
33 33 36 38 40 42 43 44 44 46 48 50 50 51 53 54
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Toedelen van functies aan locaties
55 55 55
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59 59 59
Bijlagen bij de motivering Bijlage 1 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Bijlage 2 Asbestinventarisatie Bijlage 3 Nader bodemonderzoek Bijlage 4 Archeologisch onderzoek Bijlage 5 Boorstaten archeologisch onderzoek Bijlage 6 Advies welstandscommissie Bijlage 7 Quickscan Flora & Fauna Bijlage 8 Indicatieve geluidsberekening Bijlage 9 Watertoets Bijlage 10 Principe-ontwerp waterberging Bijlage 11 Parkeermemo Bijlage 12 Particpatieverslag
63 64 177 297 351 391 395 398 437 440 449 451 457
Regels
461
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
2
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meten en rekenen
462 462 463 467
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Specifieke Regels over functies Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen
469 469 470 471 472
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels over functies Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Algemene gebruiksregels
475 475 476 477 478 479
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangsregels Overgangsrecht
480 480
Bijlage bij de regels Bijlage 1 Principe-ontwerp waterberging
481 482
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
3
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
4
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie aan de Veldweg 12A-16 in Gendringen is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen de huidige monumentale boerderij aan de Veldweg 14-16 opknappen. Momenteel is de boerderij gekoppeld aan een schuur. De schuur wordt gedeeltelijk gesloopt. De monumentale woning en deels monumentale schuur worden gerenoveerd. De westzijde van de schuur wordt geheel vernieuwd door middel van een nieuwe gevel. In de schuur wordt een gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd en op de verdieping een appartement. Daarnaast willen initiatiefnemers op het achterterrein van de monumentale boerderij 13 nieuwe grondgebonden levensloopbestendige woningen realiseren en de naastgelegen woning aan de Veldweg 12a verbouwen naar een seniorenwoning en een appartement op de verdieping. Op grond van het geldende omgevingsplan van rechtswege zijn de plannen van de initiatiefnemers niet bij recht mogelijk. Gezien het feit dat er geen binnenplanse mogelijkheden opgenomen zijn, moet het geldende omgevingsplan gewijzigd worden. In het voorliggende TAM-IMRO omgevingsplan wordt het geldende omgevingsplan, dat van toepassing is op bovengenoemde locatie, gewijzigd. Hiermee wordt een juiste set aan planologische bouw- en gebruiksregels toegekend aan het plangebied, teneinde de plannen van initiatiefnemers mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing
Ligging Het plangebied ligt aan de Veldweg 12a-16 in Gendringen. De locatie betreft een bestaande woonwijk in Gendringen. Binnen het plangebied komen de percelen voor die kadastraal bekend staan als: gemeente Gendringen; sectie K; perceelnummers 83 (deels), 3327, 3328, 3329, 3337 (deels) en 3338. Het plangebied ligt aan de Veldweg, waarop de ontsluiting plaatsvindt. De Veldweg is een doorgaande straat die het plangebied met het centrum van Gendringen verbindt, waar diverse centrum functies zich bevinden. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied door middel van een rode ster globaal weergegeven.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
5
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK Viewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 globaal weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de bestaande woningen aan de Oosterstraat, aan de oostzijde door het bestaande woonperceel aan de Veldweg 12a, aan de zuidzijde door de Veldweg en aan de westzijde door een stuk open groene gronden en de bestaande woningen aan de Beukenstraat. Zie de geometrie behorende bij dit TAM-IMRO omgevingsplan voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Cyclomedia)
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
6
1.3
Huidig planologisch kader
Elke gemeente heeft met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege, welke bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031. Op grond van het omgevingsplan van rechtswege gelden voor het plangebied de functies 'Wonen', 'Tuin' en 'Verkeer en verblijf' die in het bestemmingsplan 'Gendringen-Noord 2006' en het bestemmingsplan 'Woningbouwplanning Fase 1 en 2' zijn opgenomen, als onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Zie hieronder (figuur 1.3 en 1.4) voor de uitsnedes van de geldende plankaart en verbeelding.
Figuur 1.3: Uitsnede plankaart omgevingsplan van rechtswege, onderdeel 'Bestemmingsplan Gendringen-Noord 2006' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
7
Figuur 1.4: Uitsnede plankaart omgevingsplan van rechtswege, onderdeel 'Bestemmingsplan Woningbouwplanning Fase 1 en 2' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan 'Gendringen-Noord 2006' Onder dit bestemmingsplan zijn aan het plangebied de bestemming 'Wonen' en 'Verkeer en verblijf' toegekend. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn de aangewezen gronden bestemd voor onder meer woningen. Er mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en het aantal bestaande woningen mag niet toenemen. Ondergeschikt aan het wonen zijn binnen de bestemming 'Wonen' diverse functies toegestaan, o.a. aan-huis-verbonden beroepen, erven en tuinen, paden, parkeervoorzieningen en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Binnen de bestemming 'Verkeer en verblijf' zijn de aangewezen gronden bestemd voor wegen, straten en pleinen, parkeervoorzieningen, voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen en water en straatmeubilair met de daarbij behorende: bouwwerken geen gebouwen zijnde. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van overige bouwwerken ten hoogste 4 meter mag bedragen.
Bestemmingsplan 'Woningbouwplanning fase 1 en 2' Onder dit bestemmingsplan zijn aan een deel van het plangebied (zie figuur 1.4) de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' toegekend. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn de aangewezen gronden bestemd voor onder meer woningen. Ter plaatse van het bouwvlak en de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn twee woningen die aaneen zijn gebouwd of twee vrijstaande woningen toegestaan. Daarbij dient de geldende maatvoering in acht genomen te worden, waarbij de bouw- en goothoogte maximaal respectievelijk 9 en 6 meter mogen bedragen. Hieraan ondergeschikt zijn aan huis verbonden beroepsactiviteiten, tuinen en erven, parkeer-, speel-, en groenvoorzieningen,
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
8
water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen naast de woningen toegestaan. Verder zijn binnen de bestemming 'Tuin' tuinen, wegen, paden, erkers en erfafscheidingen toegestaan. Voor het bouwen van erkers gelden de volgende voorwaarden: maximale diepte erker 1,5 meter; de diepte van de voortuin voor 2,5 meter onbebouwd blijft; voorzover aan de voorgevel wordt gebouwd, de breedte maximaal 2/3 van de voorgevel van de woning is; de bouwhoogte maximaal 3 meter danwel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 meter is. Tevens zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal: 1. voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning 1 m; 2. achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan. Gelet op het vorenstaande biedt het geldende omgevingsplan van rechtswege op basis van de huidige bouw- en gebruiksregels geen mogelijkheden om de plannen van initiatiefnemers mogelijk te maken. Derhalve is een wijziging op het omgevingsplan noodzakelijk. Zoals reeds beschreven voorziet voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan aan een set aan planologische bouw- en gebruiksregels voor het plangebied, waarmee de plannen van initiatiefnemers mogelijk worden gemaakt.
Hierin wordt tevens aangetoond dat aan de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt voldaan.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige TAM-IMRO omgevingsplan 'Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16' bestaat naast deze motivering uit de volgende stukken: geometrie (identificatie NL.IMRO.1509.OP000002-VA01); bijlagen bij de motivering; regels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het voorliggende TAM-IMRO omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plan gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante beleid en de van toepassing zijnde regelgeving vanuit het Rijk, de provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht en wordt er gemotiveerd waarom sprake is van een ETFAL. In hoofdstuk 5 vindt de juridische verantwoording van voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan plaats en in hoofdstuk 6 wordt ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn binnen het plangebied een monumentale boerderij, bestaande uit twee woningen, een woning en een open groene ruimte aanwezig. Er waren ook bijbehorende bouwwerken en groenvoorzieningen aanwezig, maar de bijbehorende bouwwerken zijn gesloopt en het meeste groen is verwijderd. Zoals reeds beschreven, vindt de ontsluiting van het plangebied op de Veldweg plaats. De maximale toegestane snelheid op de Veldweg bedraagt 30 km/u. Langs de Veldweg is voldoende openbare parkeergelegenheid aanwezig. Verder zijn in de nabijheid van het plangebied met name woningen aanwezig. In de woningen is het toegestaan om ondergeschikt aan het wonen een aan-huis-verbonden bedrijf te exploiteren. Daar zijn een aantal van aanwezig in de omgeving van het plangebied. Deze vormen van bedrijf en beroep aan huis hebben een beperkte milieutechnische uitstraling, zodat er voor de voorgenomen nieuwe ontwikkeling geen rekening mee gehouden hoeft te worden. In figuur 2.1 is de huidige situatie van het plangebied met een vogelvlucht weergegeven en in figuur 2.2 is een aanzicht op het plangebied vanaf de Veldweg.
Figuur 2.1: vogelvlucht plangebied (bron: Cyclomedia)
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
10
Figuur 2.2: aanzicht plangebied vanaf de Veldweg (bron: Google Maps, streetview)
2.2
Toekomstige situatie
Zoals in hoofdstuk 1 beschreven is, willen de initiatiefnemers de huidige monumentale boerderij aan de Veldweg 14 en 16 opknappen. De boerderij met daarin de twee woningen aan de straatzijde, blijft behouden en ook een deel van de schuur die onderdeel is van het monument. De rest van de schuur wordt gesloopt. Ter plaatse van de te slopen schuur wordt een nieuwe gevel geplaatst, passend bij de boerderij en nieuwbouwplannen. Hierin wordt een gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd met een doorgang naar naastgelegen parkeerplaatsen. Tevens wordt op de verdieping een klein appartement gerealiseerd die geschikt is voor een klein huishouden. Verder wordt het gemeentelijk monument grondig gerenoveerd, waardoor deze behouden blijft voor het nageslacht. Daarnaast willen de initiatiefnemers op het achterterrein van de monumentale boerderij 13 nieuwe grondgebonden en levensloopbestendige woningen realiseren en de naastgelegen woning aan de Veldweg 12a verbouwen, in de vorm van een seniorenwoning (levensloopbestendig) op de begane grond en een appartement op de verdieping. Per saldo wordt binnen het plangebied 15 woningen toegevoegd. In figuur 2.3 is de beoogde situatie van het plangebied weergeven door middel van een situatietekening.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
11
Figuur 2.3: situatietekening beoogde situatie plangebied (bron: PLAN ARCHITECTEN) Om ruimte vrij te maken voor de 13 nieuwe woningen zijn de voormalige bijbehorende bouwwerken achter het monumentale pand gesloopt en het meeste groen is verwijderd. In figuur 2.4 zijn de bouwwerken die zijn gesloopt weergegeven met een grijze kleur.
Figuur 2.4: de te slopen bouwwerken binnen het plangebied (bron: PLAN ARCHITECTEN) Voor de nieuwe woningen is het volgende bouwprogramma gekozen: één vrijstaande woning; vier 2-onder-1-kap woningen; acht rijwoningen. Voor wat betreft de vorm en uitstraling is gekozen voor schuurwoningen met een lage kap. Vaak worden hierbij natuurlijke materialen als hout en hennep, in combinatie met veel glas, gebruikt. Echter moet dit nog nader worden bepaald. Het bewonen van de schuurwoningen past bij het wonen rondom de bestaande boerderij. In verband met het behoud en de bescherming van de monumentale status van de bestaande boerderij mogen op de woningen geen dakkapellen worden geplaatst. De woningen krijgen een bouwhoogte van 7,5 meter, aan de achterzijde een goothoogte van maximaal afgerond 3,5 meter en aan de voorzijde maximaal 5 meter. De woningen worden allemaal levensloopbestendig gebouwd, en ook gasloos. Het opwarmen van de woningen geschiedt via een warmtepomp en middels zonnepanelen wordt er energie opgewekt. Daarmee voldoen ze aan de hedendaagse duurzaamheidsvereisten. Dit betekent dus in ieder geval 'Bijna Energie Neutraal Gebouwen' (BENG). Omdat de woningen al voldoen aan BENG, kunnen bewoners hun woning eenvoudiger energieneutraal maken in de toekomst. Bijvoorbeeld door het plaatsen van extra zonnepanelen.
In figuur 2.5 zijn enkele inspiratie beelden opgenomen van de beoogde nieuwe woningen.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
12
Figuur 2.5: impressie beelden beoogde woningen (bron: PLAN ARCHITECTEN) In het midden van het plangebied zal een informeel parkje gerealiseerd worden, waar zitbankjes zullen komen. Daarnaast wordt een nieuwe speelveld gerealiseerd aan de westzijde van het plangebied. Dit wordt gedaan in overleg met de buurt en toekomstige bewoners. Mede doordat de woonkamers van de woningen aan de zijde van het parkje zullen komen te liggen en men langs de woningen moet lopen om met kinderen op het speelveld spelen, zal men elkaar regelmatig tegenkomen. Hierdoor kan er een sterke sociale samenhang tussen de bewoners ontstaan. Hierbij worden nieuwe planten toegevoegd, waarmee het verlies aan groen door het vrijmaken van het plangebied voor het beoogde plan getracht wordt te herstellen. Tot slot worden er parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden twee parkeerkoffers met 17 parkeerplaatsen aan de zijde van de Veldweg gerealiseerd, en één parkeerkoffer aan de Oosterstraat. Daarmee wordt de parkeerbehoefte van het voorgenomen binnen het plangebied opgevangen. In figuur 2.6 zijn enkele inspiratie beelden opgenomen van het speelveld en parkeerplaatsen.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
13
Figuur 2.6: impressie beelden beoogde speelveld en parkeerplaatsen (bron: BiedtRuimte)
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
14
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en instructieregels rijk
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk.
Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een reeds bebouwde locatie in een bestaand stedelijk gebied, waarbij o.a. twee appartementen worden toegevoegd op de verdieping van het bestaande monumentale pand en te behouden woning en tevens 13 grondgebonden levensloopbestendige woningen op het terrein erachter. Tevens komt er een gemeenschappelijke ruimte voor de bewoners. Zoals reeds is beschreven, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de in dit TAM-IMRO omgevingsplan besloten ontwikkeling getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid. Daarin wordt aangetoond dat de plannen van de initiatiefnemers binnen
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
15
het provinciale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen passen. Concreet voorziet het plan in nieuwe grondgebonden en levensloopbestendige woningen voor ouderen en twee appartementen voor kleine huishoudens. De betaalbaarheid van de woningen zal worden geborgd middels de doelgroepenverordening van de gemeente, waarin maximale verkoopprijzen zijn opgenomen. Door realisatie van betaalbare levensloopbestendige woningen voor ouderen kan doorstroom plaatsvinden in de woningmarkt, aangezien ouderen vaak nog een te grote woning hebben die leeg zal komen te staan, als ze verhuizen naar het plangebied. De kleine appartementen zijn geschikt voor starters, waar ook vraag naar is. 3.1.2
Instructieregels Rijk
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Het Rijk geeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Bovenlokale belangen werken daarmee door in de vaststelling en wijziging van een omgevingsplan. Ten aanzien van de instructieregels wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten instructieregels: 'betrekken bij', 'rekening houden met' en 'in acht nemen'. De eerste twee geven gemeenten ruimte voor eigen overwegingen. De laatste - ‘in acht nemen’ - is dwingend.
Voor de volgende onderwerpen gelden rijksinstructieregels: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen.
Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toets Het voorliggende TAM-IMRO omgevingsplan houdt rekening met instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. In deze motivering wordt onder andere ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ten aanzien van (externe) veiligheid, waterbelangen en de bescherming van gezondheid en het milieu. De volgende instructieregels zijn voor onderhavig project van toepassing: paragraaf 5.1.2 Bkl Waarborgen van veiligheid (zie paragraaf 4.8); paragraaf 5.1.3 Bkl Beschermen waterbelangen (zie paragraaf 4.9); paragraaf 5.1.4 Bkl Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (zie paragrafen 4.11, 4.4, 4.6 en 4.1); paragraaf 5.1.5 Bkl Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragrafen 2.2, 3.1.3 en 4.2).
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
16
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.
Voor de Ladder is van belang in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. Daarbij gaat het enerzijds over bestaande bebouwing en ook over de bebouwing die op grond van het geldende omgevingsplan nog gebouwd kan worden, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan. Ook als de Ladder niet van toepassing is moet gemotiveerd worden dat er in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties behoefte is aan de ontwikkeling. Toets In het voorliggende TAM-IMRO omgevingsplan wordt per saldo 15 extra woningen toegevoegd. Op grond van de uitspraken van de Raad van State wordt de toevoeging van 11 extra woningen niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De toevoeging van 12 extra woningen wordt daarentegen wel gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Dat betekent dat de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet er rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling.
De behoefte moet worden beoordeeld op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau bij de behoefte past, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)). De behoefte van de ontwikkeling is de aantoonbare vraag naar de ontwikkeling verminderd met het bestaande aanbod. Daaronder wordt ook meegerekend het aanbod dat feitelijk nog niet is gerealiseerd, maar wel in een omgevingsplan of omgevingsvergunning is vastgelegd. Het gaat om de kwantitatieve en de kwalitatieve behoefte. De kwalitatieve behoefte is de behoefte aan het specifieke karakter van de stedelijke ontwikkeling. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet aangetoond worden dat binnenstedelijk geen ruimte is om in die behoefte te voorzien. Stedelijk gebied De Ladder is beleidsneutraal vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) omgezet naar de Omgevingswet. Het begrip stedelijk gebied is echter in het Bkl anders gedefinieerd dan in het Bro.
Voor de beleidsneutrale omzetting schrijft artikel 5.129g Bkl voor dat de extra Ladder afweging moet plaatsvinden buiten het stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
17
specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Gendringen, en is reeds voorzien van een stedelijke functie. Hierdoor wordt geconcludeerd dat het plangebied deel uitmaakt van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing en stedelijke functies, waardoor sprake is van een bestaand stedelijk gebied. Wanneer de behoefte aan de ontwikkeling wordt aangetoond, wordt er voldaan aan de Ladder en hoeft er niet naar de beschikbaarheid en geschiktheid van andere locaties gekeken te worden. Deze laddertoets voorziet verder dan ook alleen nog in de behoeftetoets voor de beoogde woningen. Ruimtelijk verzorgingsgebied en behoefte Op basis van de woonvisie van de gemeente Oude IJsselstreek vormen senioren een belangerijke doelgroep. Starters vormen ook een belangrijke doelgroep, omdat er weinig betaalbare woningen beschikbaar zijn. Zoals eerder beschreven, worden er met dit plan in totaal 15 woningen gerealiseerd. Hiervan zijn 13 nieuwbouwwoningen, grondgebonden en levensloopbestendig. Twee van de woningen betreffen appartementen binnen de bestaande bebouwing. De woningen worden levensloopbestendig gebouwd en met de voorgevel georiënteerd op het informele parkje dat binnen het plangebied wordt aangelegd. Dit biedt ruimte voor ontmoeting en bevordert saamhorigheid.
Aangezien de woningen binnen het plangebied betaalbaar zullen zijn en er 'hofjeswoningen' worden gerealiseerd, zijn de woningen zowel geschikt voor senioren als starters die in een vertrouwde omgeving naast elkaar willen wonen en elkaar een handje willen helpen met het dagelijkse leven. Een gelijksoortig concept is in Gendringen nog niet gerealiseerd. Op basis van de vele positieve berichten van potentiële kopers blijkt dat iedereen uit de kern Gendringen komt. Omdat wordt voorzien in een concrete behoefte die besproken wordt in de gemeentelijke woonvisie en veel animo is voor de woningen uit de kern Gendringen, wordt geacht dat het ruimtelijke verzorgingsgebied beperkt is tot de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de Ladderonderbouwing wordt niet enkel kwalitatief getoetst, maar vindt er ook een kwantitatieve toets plaats. Echter zijn in de woonvisie geen aantallen woningen opgenomen, waar in de gemeente Oude IJsselstreek behoefte naar is. Enkel alleen dat er behoefte is naar bepaalde woonvormen. Daarom wordt voor aantallen gekeken naar de Regionale Woonagenda 2023-2030, vastgesteld door de Achterhoekse gemeenten samen met de provincie Gelderland. De aanleiding voor het vaststellen van deze agenda, is de Nationale woon- en bouwagenda waarover in de volgende paragraaf wordt beschreven.
De Regionale Woonagenda voor de Achterhoek bevat de volgende programmalijnen: De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven en structureert dit de komende jaren langs vier regionale programmalijnen. Elke programmalijn bevat de regionale beleidsdoelen en de aanpak die de regio Achterhoek voor ogen heeft: 1. vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; 2. vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; 3. goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; 4. ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Middels de in dit TAM-IMRO omgevingsplan besloten ontwikkeling worden per saldo 15 nieuwe betaalbare en levensloopbestendige woningen toegevoegd binnen het plangebied. Daarmee wordt er bijgedragen aan het verwezenlijken van de nationale doelstelling om meer woningen te realiseren, tevens aan de regionale doelstelling om 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen te realiseren.
Hiervan is 60% betaalbaar. Omdat de woningen gasloos worden gebouwd met een warmtepomp, zijn ze in ieder geval BENG. De bewoners kunnen de woningen in de toekomst daarom eenvoudig energieneutraal maken, door bijvoorbeeld extra zonnepanelen te nemen. Het plan voorziet dus tevens in een bijdrage aan het verwezenlijken van de gemeentelijke doelstelling om in 2030 energieneutraal te zijn en voor 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
18
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de behoefte aan voorliggend plan bewezen is en aan de Ladder voor duurzame verstedelijking voldaan wordt. 3.1.4
Nationale woon- en bouwagenda
Nederland heeft behoefte aan een toegankelijk, betaalbaar woonlandschap van goede kwaliteit. De opgave is complex: ze vraagt om een gerichte inspanning van alle betrokkenen. Samen met belangrijke partners in het woonveld, zoals medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen, bundelt het Rijk de krachten om de geconstateerde problemen en oorzaken aan te pakken en de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda te realiseren. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol op zich van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd moeten worden. De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt het Rijk in staat om de diverse bouw- en woonopgaven samen en in samenhang met andere belangen aan te pakken, te financieren en te monitoren. Zo wordt gebouwd aan een samenleving waarin het rechtvaardig en prettig wonen is. In figuur 3.1 is een infographic opgenomen van de nationale woon- en bouwagenda.
Figuur 3.1: Infographic Nationale woon- en bouwagenda (bron: Volkshuisvesting Nederland)
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
19
De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen: 1. Programma Woningbouw. 2. Programma Betaalbaar wonen. 3. Programma Een thuis voor iedereen. 4. Programma Wonen en zorg voor ouderen. 5. Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. 6. Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid. Toets Om de beoogde doelen te halen worden er prestatieafspraken gemaakt met alle gemeenten, provincies, corporaties en het Rijk. Deze prestatieafspraken worden weer vervat in o.a. regionale woonagenda's, die worden vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van de provincie, daarnaast worden afspraken vastgelegd in beleidsnota's, visies en overige regelgeving per gemeente. Verdere toetsing van het voornemen vindt plaats in paragraaf 3.2 en 3.4, aan respectievelijk het provinciaal en gemeentelijk beleid op het gebied van wonen. 3.1.5
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat vanuit het Rijksbeleid er geen belemmeringen zijn voor voorliggend plan.
3.2
Provinciaal beleid Gelderland in instructieregels provincie
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 is de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld door de Provinciale Staten van provincie Gelderland. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptatie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit; 5. bereikbaarheid; 6. economisch vestigingsklimaat; 7. woon- en leefklimaat. In onderstaande alinea's wordt nader ingegaan op de van relevant zijnde ambities voor voorliggend plan, te weten: energietransitie; klimaatadaptatie en; woon- en leefklimaat. Energietransitie De provincie wil dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is. Dit moet worden bereikt door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. De provincie stimuleert innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. Een tussendoel in 2030 is het realiseren van 55% broeikasgasreductie in Nederland. Klimaatadaptatie De provincie wil dat Gelderland in 2050 ook klimaatbestendig is.
Dat betekent goed voorbereid zijn en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Hierbij zijn de in 2020 in beeld gebrachte risico's en kansen van het veranderend klimaat en opgestelde strategieën de leidraad voor het handelen van de
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
20
provincie. Woon- en leefklimaat De provincie wil dat het aanbod aan woningtypen en woonmilieus in Gelderland passend is bij de diversiteit aan woningvraag en dat voor een ieder passende, duurzame woning aanwezig is. Daarbij benut de provincie de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast wil de provincie dat alle nieuwbouw aardgasloos wordt aangelegd en zoveel mogelijk circulair wordt gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas afgesloten en in 2050 zijn alle woningen in Gelderland klimaatneutraal. Toets Voor de herontwikkeling van het plangebied is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Hieruit blijkt dat alleen de noodzakelijke verharding aangelegd zal worden ten behoeve van de bereikbaarheid van de woningen en parkeerplaatsen. Er is hierdoor meer dan voldoende ruimte voor het realiseren van groenvoorzieningen. Door de vele groene ruimte en voorzieningen kan er meer water binnen het plangebied worden vastgehouden. Dit vermindert hittestress en voorkomt droogte, wat leidt tot een gunstige klimaatadaptatie binnen het plangebied. Gelet hierop wordt gesteld dat voorliggend plan een steentje zal bijdragen aan de ambitie van de provincie om Gelderland tegen 2050 klimaatbestendig te maken.
Daarnaast wordt gesteld dat het voorliggende plan een steentje zal bijdragen aan de ambities van de provincie met betrekking tot de energietransitie en het woon- en leefklimaat. Dit omdat de woningen gasloos opgeleverd zullen worden. Om te voorzien in de huishoudelijke energiebehoefte, zal er energie moeten worden opgewekt. Om dit te bewerkstelligen krijgen de woningen zonnepanelen. Vaak wekken zonnepanelen meer energie op dan dat er daadwerkelijk gebruikt wordt. De eventuele overtollige energie kan dan worden teruggeleverd aan de energiemaatschappij die deze kan doorverkopen aan derden. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Op 1 mei 2024 is de nieuwe Omgevingsverordening Gelderland in werking getreden. De provinciale omgevingsverordening vormt samen met de waterschapsverordening en het gemeentelijke omgevingsplan één van de zes kerninstrumenten binnen het stelsel van de Ow, namelijk de decentrale algemene regels. Hoewel de Ow tot het vaststellen van een omgevingsverordening verplicht, bevat die wet weinig tot geen regels over de inhoud van de omgevingsverordening. Zo kent de Ow bijvoorbeeld - anders dan voor het Rijk - voor de provincie geen verplichting tot het stellen van instructieregels. De verordening bevat regels over: de fysieke leefomgeving; activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen; de uitoefening van taken of bevoegdheden door bestuursorganen om te voldoen aan doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Eén van de verbeterdoelen van de stelselherziening bij inwerkingtreding van de Ow is het vergroten van de inzichtelijkheid en daarmee van het gebruiksgemak van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Dat doel wordt nagestreefd door integratie van wet- en regelgeving: alle regels over de fysieke leefomgeving worden gebundeld in één gebiedsdekkende regeling per bestuurslaag. Op provinciaal niveau brengt de Omgevingsverordening Gelderland alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving in Gelderland (artikel 2.4 Ow) inzichtelijk bij elkaar.
Fysieke leefomgeving binnen de omgevingsverordening Wat allemaal onder de term 'fysieke leefomgeving' wordt verstaan, is opgenomen in een (uitgebreide) opsomming in artikel 1.2 van de Ow. In het kader van de omgevingsverordening zijn met name die (deel)aspecten van de fysieke leefomgeving van belang, waarvoor aan het provinciaal bestuur, het gemeentebestuur en het waterschapsbestuur een bepaalde taak of bevoegdheid is toegekend of die het provinciaal bestuur zelf als van provinciaal belang heeft aangemerkt. De provinciale taken voor de fysieke leefomgeving zijn expliciet genoemd in artikel 2.18 van de Ob.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
21
In de Kadernota Gaan voor gaaf worden vijf provinciale belangen of kwaliteiten genoemd, waarop de focus ligt in de omgevingsverordening: 1. natuur en landschap en (wereld)erfgoed; 2. (grond-, drink- en zwem-)water en waterveiligheid; 3. milieu, inclusief energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie; 4. bereikbaarheid; en 5. kwaliteit van de inrichting van de fysieke leefomgeving. Doel van de omgevingsverordening Uitgangspunt voor de gestelde regels en de toepassing daarvan vormen de ambities van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de vertaling van die ambities in de Kadernota Gaan voor Gaaf en de maatschappelijke doelen, genoemd in artikel 1.3 van de Ow. De Ow gaat ervan uit dat gemeenten in eerste instantie verantwoordelijk zijn om keuzes te maken bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bij het reguleren van de impact activiteiten op de nabije omgeving (subsidiariteitsbeginsel). Dat uitgangspunt is bij het stellen van regels in deze verordening gerespecteerd: de omgevingsverordening bevat alleen regels over belangen en ambities die niet doelmatig of doeltreffend door de gemeenten en/of de waterschappen kunnen worden geborgd respectievelijk gerealiseerd. De regels in de omgevingsverordening zijn dus gericht op het borgen van bovenlokale en bovenregionale belangen en op de doorwerking van provinciaal beleid.
Of een belang in het kader van de fysieke leefomgeving van provinciale aard is, wordt bepaald in de Ow (provinciale taken en bevoegdheden) en aanvullend in deze verordening of in provinciaal beleid, waaronder de omgevingsvisie. In aansluiting bij 'hogere regelgeving' binnen het stelsel van de Ow opent elke afdeling of paragraaf van deze verordening met een oogmerk-bepaling, waarin expliciet het provinciale belang is aangegeven met het oog waarop de regels uit die afdeling of paragraaf zijn gesteld. De meeste gestelde regels bevatten afwegingsruimte. Die afwegingsruimte is ingebakken in de beoordelings- en instructieregels of wordt uitdrukkelijk geboden met de mogelijkheid om (maatwerk)voorschriften te stellen. Typen regels in de omgevingsverordening Voor het beschermen van provinciale belangen bevat de omgevingsverordening verschillende typen regels. De belangrijkste drie typen regels zijn de algemene regels, de instructieregels en de beoordelingsregels: 1. Algemene regels richten zich rechtstreeks tot burgers en bedrijven. Het gaat om verboden of geboden, vaak met een vergunning- of meldingsplicht voor activiteiten in bepaalde gebieden zoals een grondwaterschermingsgebied, stiltegebied of een beperkingengebied rondom een provinciale weg. 2. Instructieregels richten zich tot bestuursorganen: Gedeputeerde Staten en de besturen van gemeenten en waterschappen.
De meeste instructieregels gaan over de inhoud van het gemeentelijke omgevingsplan. Diezelfde regels gelden ook voor het projectbesluit. 3. Beoordelingsregels richten zich tot het bevoegd gezag en bieden een afwegingskader bij het toetsen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of van een melding. Verder bevat de verordening nog enkele andere typen regels, zoals bijvoorbeeld begripsbepalingen, procedurele bepalingen, allerlei informatieplichten (monitoring, verslaglegging, jaarrapportage) en overgangsrecht. De aard van de in deze verordening gestelde regels maakt dat sommige typen regels niet worden vastgesteld door Provinciale Staten, maar door Gedeputeerde Staten. Dit betreft veelal regels die sterk op de concrete uitvoering gericht zijn. De Omgevingswet noemt zelf een aantal voorbeelden, zoals het corrigeren van de geometrische begrenzing van werkingsgebieden, uitvoeringstechnische, administratieve en meet- of rekenvoorschriften (artikel 2.13, tweede lid). Ook kan gedacht worden aan de in de binnen het stelsel soms toegekende bevoegdheden tot het stellen van 'nadere regels' of 'maatwerkregels'. Aanvullend op de rechtstreeks in de wet geregelde gevallen, wordt de delegatie van regelgevende bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten geregeld in een afzonderlijk delegatiebesluit.
Een voorbeeld is het stellen van nadere regels over het leggen van kabels en leidingen binnen het beperkingengebied van een provinciale weg. Toets Het plangebied ligt volgens de Omgevingsverordening Gelderland binnen meerdere gebiedsaanwijzingen, te weten:
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
22
Gelderse streek Liemers; glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied en; werkgebied van de Faunabeheerseenheid Gelderland. Daarnaast geldt er een omgevingswaarde van het waterschap van Rijn en IJssel, omdat het plangebied binnen het beheergebied van het waterschap ligt. In onderstaande alinea's vindt de toetsing aan de desbetreffende artikelen behorende bij de gebiedsaanwijzingen en omgevingswaarde plaats. Zie ook figuur 3.2 hieronder voor een uitsnede van de kaart van de Omgevingsverordening Gelderland, waarop de geldende gebiedsaanwijzingen en omgevingswaarden zichtbaar zijn.
Figuur 3.2: Uitsnede kaart Omgevingsverordening Gelderland (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) Artikel 5.40 (Beschermen landschap Gelderse streken: Liemers) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Liemers wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Liemers. Gelet op de ligging van het plangebied in bestaand stedelijk gebied wordt geconcludeerd dat de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de Gelderse streek Liemers voor voorliggend plan niet relevant zijn. Artikel 5.78 (eenmalige uitbreiding bestaand glastuinbouwbedrijf) Een omgevingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding van een glasopstand tot maximaal vijf hectare toelaten van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, als in de toelichting op het omgevingsplan wordt aangetoond dat: a. de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; b. verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is; c. deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid.
Er is geen sprake van een glastuinbouwbedrijf binnen het plangebied. Tevens wordt er geen nieuw glastuinbouwbedrijf opgericht. Artikel 5.78 van de Omgevingsverordening van provincie Gelderland is niet relevant voor voorliggend plan. Artikel 2.1 (faunabeheereenheid) 1. Binnen de provincie Gelderland is er één faunabeheereenheid. 2. Het werkgebied van Faunabeheereenheid Gelderland omvat het hele grondgebied van de provincie Gelderland, met uitzondering van Kroondomein Het Loo. 3. De faunabeheereenheid heeft tot taak: a. het coördineren van de uitvoering van het faunabeheerplan; en b. het adviseren van Gedeputeerde Staten over faunabeleid. Artikel 2.2 (nadere regels faunabeheerplan) 1. Een faunabeheerplan wordt elke zes jaar herzien.
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
23
2. In aanvulling op artikel 6.2 van het Omgevingsbesluit bevat een faunabeheerplan: a. een beschrijving van de handelingen van het huidige en voorgaande faunabeheerplan; b. de gegevens en bescheiden die op grond van de Omgevingsregeling worden verstrekt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit die nodig is voor de uitvoering van het faunabeheerplan voor de onderdelen: het beperken van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; het bestrijden van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers. 3. Op verzoek van de faunabeheereenheid kan de termijn waarbinnen een faunabeheerplan wordt herzien, worden verlengd met ten hoogste één jaar. Gesteld wordt dat voorliggend plan in overeenstemming is met het faunabeheerplan van Gelderland. Alvorens de werkzaamheden plaatsvinden die betrekking hebben op het slopen en bouwen, wordt middels een quickscan flora en fauna de eventuele aanwezige bedreigde en beschermde flora- en fauna binnen het plangebied in kaart gebracht en de eventuele benodigde vervolgstappen bepaald. Hierop wordt in paragraaf 4.3 nader ingegaan. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan voldoet aan artikel 2.1 en 2.2 van de Omgevingsverordening van provincie Gelderland. Artikel 5.63 Regionale woonagenda Lid 1 Per regio stellen de gemeentebesturen samen met Gedeputeerde Staten een regionale woonagenda op.
Lid 2 geeft aan waarover de afspraken moeten worden gemaakt. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) Lid 1 Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Het plangebied valt binnen de Regionale Woonagenda Achterhoek 2020-2030. In paragraaf 3.3.2 wordt hierop nader ingegaan. 3.2.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan bijdraagt aan meerdere ambities die zijn opgenomen in de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Tevens wordt geconcludeerd dat voorliggend plan niet in strijd is met de Omgevingsverordening van provincie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012
De zeven Achterhoekse gemeenten hebben samen met de woningcorporaties en de provincie onder het motto 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder', een gezamenlijke visie op het wonen in de Achterhoek neergelegd voor de periode 2010-2020. De ambitie van de regio Achterhoek luidt daarbij als volgt: Iedereen die wil, kan zijn woonwens in de Achterhoek waarmaken. De Achterhoek is onderscheidend in kwaliteit. Het aantal woningen past bij de kwantitatieve woningvraag. Ontspanning op de woningmarkt betekent kansen benutten en risico's beperken. De grootste opgave is het realiseren van een omslag in denken: van decennia van groei van de bevolking naar stabilisatie en uiteindelijk krimp. De woningvoorraad wordt maximaal afgestemd op de veranderende lokale vraag van woningzoekenden. De locatie en woonomgeving zijn essentiële kwaliteitskenmerken waarop de Achterhoek zich kan onderscheiden. Centrumplannen voor de grotere kernen dragen bij aan vitale kernen en voegen hiermee kwaliteit toe aan de regio. Deze plannen krijgen prioriteit. Grootschalige uitlegplannen passen niet bij een situatie van krimp. Om de kwalitatieve uitgangspunten in de regionale woonvisie waar te maken zijn de gemeenten met elkaar een binnenregionale verdeling overeengekomen.
In de Regionale woonvisie voor de Achterhoek is opgenomen dat in de gemeente Oude IJsselstreek de lokale woningvoorraad tot 2020 met 685 woningen mag toenemen. Toets De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 gaat uit van krimp in de regio. Recenter onderzoek toont echter aan dat er wel een actuele vraag is naar meer woningen en dat er
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
24
van krimp geen sprake meer is. Desalniettemin is dit beleidsstuk opgenomen, omdat deze onderdeel is van het geldende beleid. De voorgenomen ontwikkeling past wel binnen de regionale structuurvisie. Zo is er in onderhavig plan sprake van een plan wat bijdraagt aan vitale kernen en het toevoegen van kwaliteit in de regio. Door het realiseren van betaalbare, levensloopbestendige woningen voor ouderen, is het voor deze doelgroep mogelijk om hun huidige woning die vaak nog te groot is te verlaten in ruil voor een kleinere woning en nog steeds in de Achterhoek te blijven wonen. 3.3.2
Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030
Op 16 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 2015-2025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: 1. Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan 1.500 woningen in de gemeente Oude IJsselstreek). 2. Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren.
Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. 3. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000,- (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000,(prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. 4. Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd.
Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën i. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten. ii. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus. iii. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten. iv. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toets De voorgenomen ontwikkeling voorziet o.a. in de realisatie van in totaal 15 extra woningen in Gendringen die allemaal betaalbaar zijn, waarvan in ieder geval 13 grondgebonden woningen standaard levensloopbestendig gebouwd zullen worden. Daarmee wordt voorzien in de behoefte naar meer levensloopbestendige woningen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. Daarnaast wordt middels voorliggend plan de doorstroming van de woningmarkt bevordert,
TAM-omgevingsplan Kom Gendringen, locatie Veldweg 12A-16 NL.IMRO.1509.OP000002-VA01
25
aangezien bewoners hun huidige woning moeten verlaten die bewoond kunnen worden door mensen met behoefte aan een grotere woning, zoals (grote) gezinnen. 3.3.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan niet in strijd is met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Tevens wordt geconcludeerd dat voorliggend plan in overeenstemming is met de Regionale woonagenda Achterhoek.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025
De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto 'de juiste woning op de juiste plaats', spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. De gemeente Oude IJsselstreek kiest waar mogelijk voor inbreiding. Met wijkverbeteringsplannen en geplande nieuwbouwplannen, ziet de gemeente kansen voor het realiseren van meer variatie en onderscheid in het woonaanbod.