Toelichting wijziging bestemming Holserweg 12 Varsselder.pdf
Tekst van het document
Conclusie gebieds- en soorten bescherming Flora en Fauna vormen, met in achtneming van de voorgestelde maatregelen, zorgvuldig handelen en de wettelijke zorgplicht (zie bijlage 6 Quickscan natuurwaardenonderzoek) geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4 Geluid Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wet geluidhinder worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning van derden, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende bestemmingen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging worden gemaakt of er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en of bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Normen Wet geluidhinder In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerlawaai van de Wet Geluidhinder is niet van toepassing. Ook bevindt zich in de omgeving van het plan geen gezoneerd industrieterrein, zodat ook het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder niet van toepassing is. In de omgeving van het plan bevinden zich een aantal gemeentelijk wegen met mogelijk een wettelijke zone. Het plangebied ligt in het buiten stedelijke gebied van de gemeente. De wegen in de directe nabijheid zijn de Holserweg en Hesterweg. De toegestane maximale rijsnelheid is op deze wegen 60 km/uur. De wegen bestaan uit 1 verharde rijstrook. Er is om die reden een wettelijke zone van 250 meter aan beide zijden van de weg. He plangebied ligt in de zone van beide wegen.
Als een woning of geluidgevoelig object binnen de zone van de weg is gelegen moet aannemelijk worden gemaakt dat aan de grenswaarde van 48 dB van de Wet Geluidhinder kan worden voldaan. Het betreft hier een verkeersluwe binnenweg in het landelijk gebied. Gezien de situatie van de wegen, de te verwachten geringe verkeerintensiteit en de grote afstand tot de woningen is het aannemelijk dat aan de grenswaarde kan worden voldaan.
31
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat tav geluid Uit vaste jurisprudentie blijkt dat als voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ er in beginsel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie ook paragraaf 4.6 Bedrijven en milieuzonering). De dichtst bijgelegen buurwoningen ten opzichte van het bouwvlak van de nieuw te bouwen woningen, zijn gelegen op een afstand van ca 220 meter, zijnde de agrarische bedrijfswoning Hesterweg 5 en burgerwoning Hesterweg 7. Daarnaast ligt op ca 240 meter de burgerwoning Holserweg 10. Ten opzichte van deze in nabijheid gelegen buurwoningen wijzigt de geluidssituatie aanzienlijk in positieve zin. De intensieve veehouderij wordt namelijk gestaakt. Hierdoor vervallen de transportbewegingen van zware voertuigen, neemt het aantal geluidsbronnen af en vinden er minder geluid makende werkzaamheden plaats. Wel neemt het aantal vervoersbewegingen van lichte voertuigen toe. De vervoersbewegingen van en naar de 4 sociale huurwoningen voor starters liggen volgens kerncijfers van kennisplatform Crow per huurwoning tussen de 5,2 en 6,0 bewegingen van lichte voertuigen per dag. In totaal is dit gemiddeld 22,4 bewegingen per dag.
Gelet op de ruime afstand tussen de buurwoningen en het nieuwbouwplan, de beperkte toename van het aantal vervoersbewegingen van lichte voertuigen, kan naar verwachting ter plekke van de buurwoningen ruimschoots worden voldaan aan de geluidsnormen. Ook hoeft niet te worden gevreesd voor een ontoelaatbaar woon- en leefklimaat in te realiseren schuurwoning met vier wooneenheden, aangezien de woning nieuw worden gebouwd. De schil en tussenwanden van de woningen worden in akoestisch opzicht goed ten opzichte van elkaar geïsoleerd. Om die reden kan worden geconcludeerd worden dat met de beoogde opzet geen ontoelaatbare situaties zullen ontstaan voor het aspect geluid. Belemmering bedrijfsvoering Uit vaste jurisprudentie blijkt ook dat als voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ er voldoende afstand is tussen wonen en werken dat er dan geen belemmering van bedrijven plaatsvindt. In de directe omgeving van de aangevraagde ontwikkeling bevindt zich het zonnepark en de pluimveehouderij Hesterweg 5 in Varsselder. De richtafstanden voor deze activiteiten zijn respectievelijk voor het aspect geluid 30 meter en 50 meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. Er kan om die reden ervan uit worden gegaan dat van belemmering van omliggende bedrijven geen sprake is.
Slotconclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5 Luchtkwaliteit Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel. In bijlage 5 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM10), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden.
32
Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentratie in de buitenlucht van fijnstof ten gevolge van de uitbreiding niet de 3% grens overschrijdt. De 3% grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10). 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie is 1,2 µg fijnstof (PM10 per m³). Met de komst van de 4 extra woningen nemen de verkeersbewegingen licht toe. In het kader van de “worst-case”- benadering wordt per woning uitgegaan van maximaal 6 (auto)verkeersbewegingen per etmaal (norm crow.nl). Er wordt voor de “worst-case” benadering derhalve uitgegaan van 4 x 6 (auto)verkeersbewegingen = 24 per etmaal. Door middel van de NIBM-tool is berekend of het extra verkeer invloed heeft op de luchtkwaliteit. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld.
Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet-in-betekende-mate bijdraagt (NIBM). In figuur 24 is de berekening van de NIBM-tool weergegeven. Geconcludeerd is dat de toename van het verkeer niet-in-betekende-mate bijdraagt.
Figuur 24: NIBM-tool (bron: infomil.nl)
Conclusie: Er zijn voor de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten ten aanzien van de luchtkwaliteit te verwachten. De verkeersgeneratie van het plan neemt af ten opzichte van de planologische mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan (agrarisch). Daarmee neemt de bijdrage aan de fijnstofemissie van de activiteiten op de planlocatie in de gewenste situatie ook af doordat de intensieve veehouderij wordt gestaakt. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor onderliggend plan. Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Tevens draagt het plan niet in betekenende mate bij aan de heersende luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.6 Bedrijven- en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen
33
verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. In de directe omgeving van het bedrijf Holserweg 12-14 liggen met name burgerwoningen en 1 agrarisch bedrijf, zijnde het agrarisch bedrijf gelegen aan de Hesterweg 5 in Varsselder. Er moet worden aangetoond dat het beoogde plan enerzijds geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat er anderzijds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het beoogde plan aan de Holserweg. Om dit te kunnen beoordelen is zowel de gevolgen van de cumulatieve geur afkomstig van de in de nabijheid gelegen agrarische bedrijven in beeld gebracht, en is beoordeeld of de agrarische bedrijven nog voldoende uitbreidingsmogelijkheden behouden. Om dit te kunnen beoordelen is zowel een cumulatieve en individuele geurtoets gedaan. De rapportage van deze geurtoets is bijgevoegd als bijlage 7 van deze toelichting. De berekende achtergrondbelasting van geur bedraagt voor het meest bepalende punt van het bouwvlak aan de westzijde 12,859 OU/m3 ter hoogte van de 4 aaneengesloten woningen.
Het percentage geurhinder veroorzaakt door de berekende achtergrondbelasting bedraagt 10 tot 15%. Het woon- en verblijfklimaat onder deze omstandigheden is als “redelijk goed” aan te merken. Daarnaast wordt, met betrekking tot de omliggende melkrundveehouderijen voldaan aan de vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij. Ook is berekend welke uitbreidingsmogelijkheden in geuremissie de agrarische bedrijven hebben ten opzichte van het bouwvlak van de 4 aaneengesloten woningen. Uit de rekenresultaten blijkt dat alle agrarische bedrijven ruime uitbreidingsmogelijkheden behouden. Daarnaast is intern beoordeeld of het zonnepark op voldoende afstand is gelegen tot de nieuw te bouwen woningen. Een zonnepark is geen milieugevoelig object en de panelen zelf hebben geen milieueffect op de omgeving. Wel zijn er, voor het verwerken van de opgewekte energie, omvormers en een transformator aanwezig. Voor het bepalen van het milieueffect van de transformator is uitgegaan van 'Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - 0 - 10 MVA', categorie 3.1 met een maximale richtafstand van 30 m op basis van geluid (publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'). Deze afstand is gebaseerd op het aspect geluid. Binnen een straal van 30 m van de trafo liggen geen geluidsgevoelige objecten. De nieuw te bouwen woningen worden buiten deze zone van 30 meter gerealiseerd.
Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand en veroorzaakt het zonnepark geen nadelig milieueffect op de nieuw te bouwen woningen en de overige omgeving. Slotconclusie De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt geen extra belemmering van de omliggende functies en ter plekke van de nieuw te bouwen schuurwoning met 4 wooneenheden is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
34
4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations) en vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen.
Figuur 25: kaartuitsnede risicokaart.nl (plangebied bij blauwe pijl)
Uit de Risicokaart is gebleken dat op korte afstand van het plangebied geen risicobronnen of wegen en leidingen aanwezig zijn die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De dichtst bijgelegen risicobron voor het projectplan betreft Slootermeer Recreatie en camping gelegen op een afstand van ruim 965 meter. Verder is op een afstand van 1.070 meter een risicobron, zijnde het Recreatiepark Scholtenhof gelegen. Al deze risicobronnen zijn gelegen op dermate grote afstand, dat deze niet van invloed kunnen zijn op de veiligheid in het plangebied. Het aspect externe veiligheid levert daarmee geen problemen op voor voorliggend plan.
4.8 Water Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De planlocatie ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. In het waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap: 35
Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. De intensiteit van het watertoets proces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord, is een uitbreide watertoets noodzakelijk. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema’s voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toets vraag met ‘ja’ is beantwoord). Thema
Toetsvraag
Veiligheid
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kader) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m³/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m²? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m²? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2.
Bevinden zich, of komen er functies, in of bij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen? (zwemmen, spelen, tuinen aan water) 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEH of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur?
Riolering Afvalwaterketen
en
Wateroverlast (oppervlaktewater)
Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast
Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer
Volksgezondheid
Natte natuur
Relevant
Intensiteit
Nee
2
Nee Nee Nee
2 2 1
Nee Nee
1 2
Nee
1
Nee
1
Nee
1
Nee Nee Nee
1 1 1
Nee Nee
1 1
Nee
1
Nee Nee
1 2
Nee
1
Nee Nee Nee Nee Nee
1 2 2 1 1
36
Verdroging Recreatie
Cultuurhistorie
4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Nee
1
Nee
2
Nee
1
Tabel 1: Waterstoetstabel
Planspeficiek Op de planlocatie aan de Holserweg 12-14 Varsselder wordt circa 1.569,4 m2 aan agrarische gebouwen gesloopt. Daarvoor in de plaats worden 4 starterswoningen (met bijgebouwen) gebouwd. De woningen hebben een totaaloppervlakte van 4 x 69 m2, en de bijgebouwen van 4 x 25 m2, wat in totaal overeenkomt met 376 m2. In gewenste situatie neemt het bebouwde oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie derhalve sterk af. Hemelwater van zowel het zonnepark als de woningen zal ter plekke infiltreren in de bodem. Het huishoudelijk afvalwater wordt uiteraard wel geloosd op het gemeentelijk riool.
4.9 Landschap Landschapsontwikkelingsplan + Het Landschapsontwikkelingsplan+ “Van nieuwe naobers en brood op de plank” (LOP+) is door de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek vastgesteld. Het biedt de gemeente de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Het biedt de mogelijkheid om optimaal in te spelen op planprocessen. Het LOP+ is ontwikkelingsgericht opgezet en geeft spelregels voor initiatieven in het landelijk gebied. Het hoofddoel daarbij is de koppeling van de vernieuwing van de plattelandseconomie aan de versterking van de landschappelijke karakteristieken. Daarbij is bescherming van erkende waardevolle elementen in het landschap van belang, maar ook actieve ontwikkeling van nieuwe kwaliteiten in het landschap. In het LOP+ worden 6 verschillende deelgebieden (ensembles) onderscheiden. De begrenzing van deze ensembles is gebaseerd op de wijze waarop mensen in het gebied het landschap beleven. Steeds is gekozen voor eenheden die mensen als hun landschap, hun leefomgeving, ervaren. De gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan 'Van nieuwe naobers en brood op de plank' opgesteld.
Dit Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in onze gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het landschap van de gemeenten kunnen zes landschappelijke ensembles onderscheiden worden: 1. de Montferlandsche Berg met krans van dorpen; 2. de historische rivierterrassen van de oeroude IJssel; 3. de dorpen en rivierduinen langs de Oude IJssel; 4. het zandgebied rondom Didam en Wehl; 5. het zandgebied rondom Varsseveld; 6. en de Stad Doetinchem.
37
Figuur 26: kaart landschapsontwikkelingsplan met locatie Holserweg
Het plan aan de Holserweg in Varsselder valt binnen: "de historische rivierterrassen van de oerrijke Oude IJssel". Per ensemble is een werkboek opgesteld. Daarnaast is er de beleidbrochure “Een mooier buitgebied maken we samen” In beide documenten wordt nader ingegaan op de passende beplanting binnen de verschillende landschapstypen welke de gemeente Oude IJsselstreek rijk is en worden per landschapstype aanbevelingen gedaan. Binnen gemeente Oude IJsselstreek zijn vier verschillende landschappen te onderscheiden: • het rivierenlandschap; • het kampenlandschap; • het heide- en broekontginningslandschap; • het veenontginningslandschap. Op onderstaande afbeelding is aangegeven waar deze soorten landschap voorkomen binnen de gemeente. Het plangebied is gelegen binnen het rivierenlandschap.
38
Figuur 27: Kaart met soorten landschap Oude Ijsselstreek en locatie Holserweg
Rivierenlandschap Ontstaan Het zuidwestelijke deel van de gemeente Oude IJsselstreek is ontstaan onder invloed van rivieren. Het was ooit onderdeel van de Rijndelta. Lage delen overstroomden regelmatig of waren zeer nat (de zogenaamde broeklanden) en daarmee waren ze ongeschikt voor bewoning. Mensen gingen op de hoger gelegen gronden wonen, de zogenaamde oeverwallen en stroomruggen. De dorpen Megchelen en Varsselder zijn hier voorbeelden van. Deze gronden waren vooral in gebruik als bouwland en boomgaard. De laagste delen van het kleigebied (kommen) waren vanwege het natte karakter vooral in gebruik als hooi- of weiland. Kavelgrenzen werden gemarkeerd door elzensingels of meidoornhagen, waardoor het landschap een besloten karakter had. De dalen van de Oude IJssel en de vlakte ten noorden van de Aastrang waren laag en overstroomden regelmatig. Nadat de aanwezige moerassen ontgonnen waren, werden ook deze gebieden gebruikt als hooi- of weiland. De oude rivierduinen aan de oostkant van de Oude IJssel waren minder geschikt voor landbouw en werden bebost om overstuiving van de landbouwgronden te voorkomen. Engbergen en de Paasberg zijn hier voorbeelden van. Huidig landschapsbeeld Bebouwing en wegen zijn voornamelijk gesitueerd op de hogere delen. Op deze oeverwallen komt tamelijk veel beplanting voor: bomenrijen, boomgaarden en houtsingels.
Door het grillige verloop van de oeverwallen is het wegenpatroon bochtig. De grootste veranderingen hebben plaatsgevonden in de laaggelegen broeklanden. Na de ruilverkaveling zijn lange rechte wegen aangelegd en is de verkaveling rationeler geworden. Naast grasland komen nu ook maispercelen voor. Bijna alle hagen en elzensingels zijn opgeruimd waardoor het landschap meer open is geworden. Bebouwing is nog steeds relatief weinig aanwezig. De boerderijen staan verspreid langs de wegen. Plaatselijk zijn plassen ontstaan door klei- en zandwinning. Het gebied rondom de Oude IJssel en Aa-strang heeft nog altijd een behoorlijk open
39
karakter en is overwegend in gebruik als grasland. Evenals de kommen is dit gebied minder nat dan vroeger. Wegen en bebouwing zijn er relatief schaars. Het verschil tussen de hogere oeverwallen en de omliggende lage delen is niet overal duidelijk herkenbaar. Door nieuwe bebouwing, gelijke beplanting en grondgebruik is het onderscheid minder goed waarneembaar. Gebiedskenmerken algemeen Het rivierenlandschap kenmerkt zich door een gevarieerd landschap. Enerzijds de natte, laag gelegen delen; anderzijds bestaat het landschap uit de hogere delen, de zogenaamde oeverwallen en stroomruggen. bebouwing Men woonde van oudsher op de droge oeverwallen, veelal in ronde of gestrekte dorpen. In de laag gelegen delen vinden we relatief weinig en verspreide bebouwing. grondgebruik De natte gronden in de kommen werden gebruikt als hooi- en weiland. De meer droge en hoge delen werden als akker en weiland gebruikt. beplanting van het gebied / landschapselementen De beplanting op de lagere delen (het rivierdal) bestaat uit knipheggen, rietkragen, elzensingels en knotwilgen. Op de hogere delen bestaat de beplanting uit elzensingels, knoteiken en hoogstamboomgaarden. Inrichtingsplan eindbeeld Holserweg 12-14 Varsselder Voor het eindbeeld aan de Holserweg 12 en 14 wordt aansluiting gezocht bij de landschapselementen welk passend zijn bij het Rivierenlandschap. Dat zijn o.a.
houtsingels, fruitboomgaarden en struweelhagen rondom het erf. Aangezien de intensieve veehouderij staakt en hier door sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen plaatsvindt, en op de locatie starterswoningen worden gerealiseerd en het zonnepark wordt uitgebreid, verandert het aanzicht van de locatie. Om het beoogde plan optimaal in te laten inpassen in het erf en in het omliggende landschap is door Ing. P. Leemreise van Natuurbank Overijssel een plan gemaakt voor landschappelijk inpassing. Dit plan betreft een aanvulling op het inpassingsplan dat in 2018 is opgesteld ten behoeve van het zonnepark. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.
40
Figuur 28 Erfinpassingstekening met in rood de impressie nieuwe situatie met in rood de bebouwing in het eindbeeld
Naast de inpassing van het zonnepark en de woningbouw, wordt het landschap versterkt door de aanleg van een nieuwe houtsingel aan de zuidzijde van het zonnepark. Op onderstaande afbeelding wordt deze houtsingel weergegeven.
Figuur 29: situering gemengde houtsingel
Door de groenstroken ook op te nemen in de verbeelding van het bestemmingsplan wordt een goede landschappelijk geborgd.
41
4.10 Verkeer en parkeren Verkeer Qua verkeerbewegingen zal er door staking van de intensieve veehouderij het aantal verkeersbewegingen van zwaar en middelzware voertuigen afnemen. Door de komst van de 4 starterwoningen ten behoeve van verhuur zal het aantal vervoersbewegingen met lichte voertuigen toenemen. Per woning wordt uitgegaan van minimaal 5,2 en maximaal 6 (auto)verkeersbewegingen per etmaal (norm crow.nl). Gemiddeld komt dit neer op 4 x 5,6 (auto)verkeersbewegingen = 22,4 verkeersbewegingen van lichte voertuigen per etmaal. De Holserweg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken. Parkeren Gemeentelijk beleid gaat uit van parkeren op eigen terrein. Volgens het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en volgens de CROW-normen geldt voor sociale huurwoningen in het buitengebied: 1,2 tot 2,0 parkeerplaatsen per woning. Het aantal parkeerplaatsen moet om die reden minimaal 4,8 zijn en maximaal 8 stuks. Op het terrein aan de Holserweg worden ten behoeve parkeren 8 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm (CROW).
Figuur 30: Situering 8 parkeerplaatsen starterswoningen. Concluderend: Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klic-melding krijgt initiatiefnemers alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Concluderend: Eventuele kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
42
4.12 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de “moederprocedure”, in dit geval de bestemmingsplanprocedure. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. De vormvrije m.e.r. beoordeling dient te worden toegepast wanneer een activiteit is opgenomen in onderdeel C of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
M.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht kan ontstaan doordat: 1. de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage; 2. voor de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig is; 3. de activiteiten zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Het beoogde plan betreft de realisatie van 4 starterswoningen en uitbreiding van het zonnepark met in totaal 1.560 panelen en herplaatsen van 198 panelen op een oppervlak van ca 3.500 m2. Een stedelijke ontwikkeling met een oppervlakte vanaf 100 hectare of vanaf 2000 woningen wordt genoemd in lijst D van de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage. Daarnaast is voor landinrichtingsprojecten, zoals het oprichten en uitbreiden van een zonnepark een drempelwaarde opgenomen van 125 hectare. Deze drempels worden met het beoogde opzet uiteraard niet overschreden. Ondanks dat de drempels niet worden overschreden, geldt er wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de beoordeling of een dergelijk plan alsnog beoordeeld zou moeten worden als een stedelijke ontwikkeling waarvoor een Milieueffectrapportage opgesteld zijn de volgende punten van belang: 1. de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de aard en omvang van het project van belang zijn; 2. het gebied waarin de ontwikkeling plaats zal vinden; 3. de uitbreiding van de bebouwing (indien sprake is van een bestaand gebouw); 4.
de mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan; 5. de milieugevolgen. Conclusie vormvrije mer Het plan aan de Holserweg 12-14 voorziet in de bouw van 4 starterswoningen, waarbij op locatie 1.569,4 m2 wordt gesloopt. Het herbouwen van deze agrarische bedrijfsgebouwen wordt planologisch onmogelijk gemaakt. De gehele agrarische bedrijfsvoering wordt gestaakt. Daarmee staat op voorhand vast dat het planologisch mogelijk maken van 4 starterswoningen en uitbreiding van het zonnepark de impact naar de omgeving en het milieu veel lager wordt dan in de bestaande planologische situatie. De milieueffecten zijn onderzocht in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De resultaten daarvan zijn 43
beschreven in hoofdstuk 4. Om hiervoor genoemde redenen kan worden geconcludeerd dat het kan worden uitgesloten dat het plan belangrijke nadelige gevolgen zal hebben voor het milieu ontstaan die een MER noodzaken.
44
5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING In paragraaf 1.4 is de opbouw van de toelichting op het bestemmingsplan opgenomen. Het plan ziet op het her ontwikkelen van de bestemming “agrarisch” met 2 bedrijfswoningen, naar de bestemming “bedrijf - energieopwekking” met 2 bedrijfswoningen en “wonen” ten behoeve van 4 starterswoningen. De omringende weilanden behouden de In samenhang met het wijzigen van de bestemming aan de Holserweg 12-14 in Varsselder wordt aan de Sinderenseweg 74 in Sinderen te Westendorp een pluimveestal gesloopt. De onderlinge samenhang tussen de sloop van 181 m2 van de pluimveestal aan de Sinderenseweg 74 wordt geregeld door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels. Daarnaast is als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat met de bouw van de starterswoningen moet zijn gestart binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het plan. Ook wordt in de regels geborgd dat extra (vergunning vrije) bijgebouwen worden uitgesloten zodat aan de voorwaarde wordt voldaan dat de ruimtelijke impact van de 4 starterswoningen vergelijkbaar is met 2 VAB-woningen. Tot slot is in de regels geborgd dat de benodigde landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
In het plan worden de juiste en volledige waarden vastgelegd zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017” van de gemeente Oude IJsselstreek dat voldoet aan de standaard norm SVBP2012. Voor de regels is daarom integraal aansluiting gezocht bij de in het ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ vastgelegde bepalingen ten aanzien van de enkele bestemming: • ‘Bedrijf’ – energieopwekking met bouwvlak en functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – twee bedrijfswoningen’; • ‘Wonen’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘bijgebouw’ en ‘bijgebouw uitgesloten'; • ‘Groen’; • ‘Agrarisch’. Daarnaast is de dubbelbestemming van de bestaande situatie overgenomen in het plan. Met dien verstande dat de archeologische verwachtingswaarde is bijgesteld van 2 naar 3 in verband met de resultaten van het archeologisch onderzoek. Er is om die reden aansluiting gezocht bij: • Dubbel bestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – landbouwontwikkelingsgebied’ is voor dit perceel niet meer opgenomen aangezien het geen agrarisch bedrijf meer is. Voornoemde is gevisualiseerd op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
45
6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om het verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: • • •
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Het voorliggende bestemmingsplan heeft voor de gemeente Oude IJsselstreek geen financiële consequenties. Met initiatiefnemers wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin tevens een planschade regeling is opgenomen. De plannen komen voor rekening en risico van de initiatiefnemers.
46
7 PROCEDURE 7.1 Algemeen Voor het opstellen van een planherziening geldt de uniforme voorbereidingsprocedure ex afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Net als in een reguliere bestemmingsplanprocedure geldt bij de voorbereiding van een herziening dat overleg moet worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het gaat dan tenminste om de waterschappen en diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen wordt soms, in overleg, afgezien van dit overleg.
7.2 Overleg Voordat het plan in ontwerp ter inzage wordt gelegd heeft initiatiefnemer overleg gehad met omwonenden. Het ontwerp bestemmingsplan wordt toegezonden aan de provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel.
7.3 Ontwerpbestemmingsplan Conform afdeling 3.4 Awb heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van zes weken, van @ @@ 2021 tot en met @ @@ 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. @na vaststelling
7.4 Vastgesteld bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Holserweg 12, Varsselder’ is vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Oude IJsselstreek van @ @@ 2021 (zaaknummer @@, zie ook bijbehorend vaststellingsbesluit). Tegen een raadsbesluit over de vaststelling van een bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld. De beroepstermijn bedraagt zes weken. Tijdens de ter inzage termijn kan tegen het besluit van de gemeenteraad beroep worden aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Van deze beroepsmogelijkheid kan alleen gebruik worden gemaakt door: • - belanghebbenden, dan wel, • - indieners van een zienswijze of, • - personen die aannemelijk kunnen maken redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest tijdig een zienswijze in te dienen. • - belanghebbenden die bezwaar hebben tegen de wijzigingen die de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp heeft aangebracht. Indien er geen beroep is ingesteld, treedt het plan in werking daags na afloop van de tervisielegging. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
47
8 BIJLAGEN 1. Overeenkomst Sloopmeters Sinderenseweg 74 in Sinderen; 2. Situatietekening eindbeeld Holserweg 12 -14 in Varsselder 3. Bouwtekening 4 starterswoningen 4. Rapportage bodemonderzoek 5. Rapportage archeologische onderzoek 6 Quickscan Natuurwaarden onderzoek 7. Rapport geur omgekeerde werking
48