Toelichting wijziging bestemming Holserweg 12 Varsselder.pdf
Tekst van het document
Toelichting “Plan Holserweg 12 Varsselder” 30 Augustus 2021, aangevuld 26 oktober 2021 en 8 februari 2022 @ IMRO-codering: NL.IMRO.1509.BP000185-ON01
Opdrachtgever Manoir Solar BV Dhr. P.H.T. Schut Holserweg 14 7076 AV Varsselder Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld Projectleider: Joachim Tuenter Uitvoerder: Angela Krabbenborg a.krabbenborg@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
1
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave............................................................................................................................. 2 1.
2.
3
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ............................................................................................................ 4
1.2
Plangebied ........................................................................................................... 5
1.3
Geldende planologische regeling ........................................................................... 6
1.4
Leeswijzer ............................................................................................................ 7
Het plan ................................................................................................................................ 8 2.1
Huidige situatie plangebied ................................................................................... 8
2.2
Historie ................................................................................................................ 8
2.3
Toekomstige situatie plangebied ......................................................................... 11
BELEID ................................................................................................................................ 15 3.2
Rijksbeleid .......................................................................................................... 15
2.2
Provinciaal beleid wonen en energietransitie ...................................................... 17 3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................ 17 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland ............................................................. 18 3.2.3 Gelders Energieakkoord.............................................................................. 19
3.3
Regionaal beleid Energie transitie ....................................................................... 19 3.3.1 Structuurvisie Achterhoek 2020 energietransitie ......................................... 19 3.3.2 Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030 Structuurvisie Achterhoek 2020 energietransitie ....................................................................... 19 3.3.4 Pilot zon op erf Achterhoek ........................................................................ 21
3.4
Regionaal beleid woningbouw ............................................................................ 21 3.4.1 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 ........................................... 21 3.4.2 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek .............. 21
3.5 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 22 3.5.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 22 3.5.2 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek ............................. 23 4 OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................................................ 25 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 25 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 25 4.3 Flora en Fauna .......................................................................................................... 28 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000 ............................................................... 28 2
4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk ............................................. 29 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 30 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 31 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 32 4.6 Bedrijven- en milieuzonering ..................................................................................... 33 4.7 Externe veiligheid ..................................................................................................... 35 4.8
Water ................................................................................................................. 35
4.9
Landschap .......................................................................................................... 37
4.10 Verkeer en parkeren ............................................................................................... 42 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 42 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 43 5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING............................................................................................... 45 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .......................................................................................... 46 7 PROCEDURE ............................................................................................................................ 47 7.1 Algemeen ................................................................................................................. 47 7.2 Overleg ..................................................................................................................... 47 7.3 Ontwerpbestemmingsplan ........................................................................................ 47 7.4 Vastgesteld bestemmingsplan ................................................................................... 47 8
Bijlagen .............................................................................................................................. 48
3
1. INLEIDING Aanleiding Het plan ziet op het ontwikkelen van de bestemming “agrarisch” met 2 bedrijfswoningen, naar de bestemming “bedrijf - energieopwekking” met 2 bedrijfswoningen en “wonen” ten behoeve van 4 starterswoningen. Ook wordt in het plan de landschappelijke inpassing en de sloopverplichting van de vrijkomende agrarische bebouwing geborgd.. Op respectievelijk 14 maart 2018 en 11 oktober 2018 zijn voor deze locatie omgevingsvergunningen verleend voor het bouwen, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en beperkte milieutoets voor de bouw zonnepark en afgeschaalde voorzetting van de varkenshouderij aan de Holserweg 12-14 in Varsselder. Daarnaast is voor de verplaatsing van de bestaande woning Holserweg 12 naar de voorzijde van het erf, op 24 september 2021 een omgevingsvergunning verleend.
Nieuwe locatie woning Holserweg 12 Te verplaatsen en nog te slopen woning Holserweg 12
Te verplaatsen werktuigenberging
Woning Holserweg 14
Te slopen schuren
Figuur 1: Luchtfoto huidige situatie Holserweg 12-14.
Initiatiefnemer wenst nu medewerking voor het eindbeeld van de locatie. De huidige intensieve veehouderij wordt volledig gestaakt. De varkensschuur en loods/schapenstal worden gesloopt. Op de het voorste en oostelijk gedeelte van de plek van de te slopen varkensschuur wenst men 4 starterswoningen te bouwen in de vorm van een schuuropstelling. Initiatiefnemer wenst hiervoor gebruik te maken van de regeling “functieverandering en hergebruik agrarische bebouwing”. Om dit te kunnen realiseren worden van de locatie Sinderenseweg 74 te Sinderen extra sloopmeters verworven. Op de plek van de westkant van de te slopen grote varkensschuur wenst men de zonnepanelen te herplaatsen die nu op het dak van de varkensschuur zijn gelegen. Ook wenst men het aantal zonnepanelen op het achtererf uit te breiden op de plek waar nu de bestaande en te slopen woning
4
Holserweg 12 staat en waar de overige agrarische opstallen staan. De ‘overgebleven’ perceelshoek ten noordwesten wenst men effectief te benutten door hierop zonnepanelen te plaatsen. Tot slot wenst men de bestaande loods met werktuigen voor het onderhoud van het zonnepark te verplaatsen. Hierdoor is deze loods centraler gelegen op het perceel en beter bereikbaar voor de werktuigen. Het gehele plan wordt van een goede landschappelijke inpassing voorzien welke passend is bij het gebied. In figuur 15 op pagina 14 en in bijlage 2 zijn alle veranderingen aangegeven en is het gewenste eindbeeld uitgewerkt. Over dit eindbeeld heeft vooroverleg met de gemeente plaats gevonden. Uit dit vooroverleg blijkt dat in principe onder voorwaarden medewerking kan worden verleend aan de benodigde wijziging van het bestemmingsplan voor de locatie Holserweg 12-14. De aangegeven voorwaarden voor medewerking aan het plan zijn: • Aantonen gelijke ruimtelijke impact 4 starterswoningen (vergelijk inhoud woningen en oppervlakte bijgebouwen) ten opzichte van 2 reguliere VAB-woningen; • Aantonen dat uitbreiding zonnepark gewenst is; • Aantonen dat het plan voldoet aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. In deze toelichting wordt aangetoond dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.
Plangebied De planlocatie is gelegen in het landelijk gebied van Varsselder. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Oude IJsselstreek, sectie M, nummer 2424, 2485 en nummer 2764. Initiatiefnemer exploiteert aldaar nu een varkens-, schapen- en ponyhouderij met zonnepark.
Figuur 2 Ligging plangebied
5
Figuur 3: Luchtfoto ligging Sinderenseweg 74 (rode marker) t.o.v.Holseweg 12-14
Geldende planologische regeling Holserweg 12-14 Op basis van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 (vastgesteld 2018-06-28) zijn de onderhavige gronden bestemd voor “Agrarisch”. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische Verwachting 2’. Ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch’ is tevens een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de gebouwen gebouwd dienen te worden, en een functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – twee bedrijfswoningen’ en specifieke vorm van bedrijf – energieopwekking. Ter plekke van deze bestemming is een bouwvlak opgenomen met een oppervlakte van 20.522 m2.
Figuur 4 Uitsnede bestemmingsplankaart Holseweg 12-14 Sinderen
6
Conclusie Het gewenste eindbeeld voor de locatie Holserweg 12-14, zijnde de realisatie van 4 starterswoningen aan de Holserweg 12-en 14 en omzetting van de agrarische functie naar bedrijfsfunctie- energie past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017.
Leeswijzer In dit hoofdstuk is een eerste algemene indruk van de planlocatie geschetst en is de aanleiding voor het opstellen van de toelichting beschreven. In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt de huidige en toekomstige situatie van de planlocatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de historie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de haalbaarheid voor wat betreft beleid behandeld. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten nader toegelicht. Hoofdstuk 5 handelt over de juridische planbeschrijving en hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op de te volgen procedure van het plan. Daarachter zijn de bijlagen bij de toelichting opgenomen.
7
2. HET PLAN Huidige situatie plangebied Holserweg 12-14 De planlocatie aan de Holserweg 12-14 in Varsselder is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. De locatie is gelegen op een afstand van circa 920 meter noordwesten van de bebouwde kom Varsselder en 950 meter ten westen van de bebouwde kom Ulft. Het plangebied betreft een bestaande varkens-, schapen- en ponyhouderij en zonnepark. Het betreft een bedrijf waarvoor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets is verleend en een melding Activiteitenbesluit milieubeheer is verleend voor het houden van 1020 gespeende biggen, 720 vleesvarkens, 60 schapen en 5 pony’s. Daarnaast is een vergunning verleend voor het gerealiseerde zonnepark met een oppervlakte van circa 1,2 hectare waarop circa 6.360 zonnepanelen op tafels zijn gemonteerd. Ook zijn op het dak van de bestaande varkensschuur nog 198 zonnepanelen geplaatst. Het zonnepark heeft een opbrengst van circa 1.562.652 kWh, wat gelijk staat aan het jaarlijkse energieverbruik van circa 340 huishoudens.
Figuur 6: foto van de huidige situatie ter plaatse
2.2 Historie De locatie Holserweg 12 is historisch gezien een oude bebouwde locatie gelegen in van oorsprong rivierenlandshap. Men woonde van oudsher op de droge oeverwallen, veelal in ronde of gestrekt dorpen. Het erf op deze locatie is in circa in 1850 ontstaan.
8
Figuur 8: uitsnede historische kaart met planlocatie rond 1850 (bron: www.topotijdreis.nl)
De natte gronden in de kommen van de rivieren werd gebruikt als hooi – en weiland. De meer droge en hoge delen werden gebruikt als akker- en weiland. In de loop der jaren werd er steeds meer gronden ontgonnen en in gebruik genomen als agrarisch gebied.
Figuur 9: uitsnede historische kaart met planlocatie rond 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
9
Figuur 10: uitsnede historische kaart met planlocatie rond 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)
Figuur 11: uitsnede historische kaart met planlocatie rond 1966 (bron: www.topotijdreis.nl)
Rond 1965-1966 is de Holserweg aangelegd en is het toenmalige agrarische bedrijf aan deze weg ontsloten. In de periode tussen 1980 en 1995 zijn de agrarische activiteiten geïntensiveerd.
10
Figuur 12: uitsnede historische kaart met planlocatie rond 1995 (bron: www.topotijdreis.nl)
2.3 Toekomstige situatie plangebied Holserweg 12-14 In de gewenste situatie wordt de veehouderij geheel gestaakt. Met uitzondering van de werktuigenberging worden alle agrarische bedrijfspanden gesloopt. De sloop betreft de varkensschuur met een omvang van 1.345,4 m2 en een loods/schapenstal met een omvang van 224,0 m2, gezamenlijk 1.569,4 m2. De meest zuidwesten gelegen werktuigenberging (waarin de onderhoudsmachines tbv het zonnepark zijn gestald) wordt verplaatst zodat deze centraler is gelegen en beter bereikbaar is. Voor de begrazing van het zonnepark worden in de toekomstige situatie geen eigen schapen gehouden, maar maximaal 50 schapen van derden ingeschaard. De sloopmeters van de te amoveren stallen worden ingezet om 4 starterswoningen te realiseren op de plek van de oostelijk gedeelte van de te amoveren varkensschuur. Om dit te kunnen realiseren worden extra sloopmeters ingezet van de locatie Sinderenseweg 74 te Sinderen. In totaal betreft dit 181 m2. De overeenkomst van deze transactie is als bijlage 1 bijgevoegd. De bestemming van de locatie Sinderenseweg 74 in Sinderen wordt in een separate procedure aangepast. In plaats van 2 VAB-woningen wenst men 4 starterwoningen ten behoeve van verhuur te realiseren aangezien juist voor deze doelgroep er momenteel een ontoereikend aanbod is.
De huurprijs van deze starterswoningen is gelegen onder de huurtoeslaggrens (voor 2021 begrensd op € 752,00), zodat deze woningen financieel bereikbaar zijn voor de starters. Er is een principeovereenkomst met 4 geïnteresseerde starters gesloten.
11
Figuur 13: Ligging te slopen bebouwing en nieuw te bouwen starterswoningen inclusief bijgebouwen
In 1 schuuropstelling worden voor starters 4 wooneenheden gerealiseerd met per wooneenheid een maximale inhoudsmaat van maximaal 400 m3. Per wooneenheid wenst men daarnaast in één gezamenlijk bijgebouw voor elke starter een berging te realiseren met en oppervlakte van 25 m2. In totaal hebben de 4 wooneenheden een inhoud van 1.600 m3 en één bijgebouw met een gezamenlijke oppervlakte van 100 m2. De ruimtelijke impact van de te realiseren starterswoningen is qua omvang van bouwwerken gelijk aan 2 reguliere VAB-woningen. Om te borgen dat deze ruimtelijke impact gelijk is in de regels vastgelegd dat buiten de bouwvlakken bijgebouwen worden uitgesloten. Het aantal vervoersbewegingen van en naar de 4 starterswoningen neemt wel gering ten opzichte toe ten opzichte van de bewegingen naar 2 VABwoningen. Echter deze gevolgen zijn marginaal, en voldoen ruimschoots aan de regelgeving zoals blijkt uit hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten. In onderstaande figuur is de gewenste nieuwbouw van de schuurwoning met 4 wooneenheden in beeld gebracht. De bouwtekening met de situering van deze starterswoningen en bijbehorend bijgebouw is als bijlage 3 bijgevoegd. De voorgevel van de woning met de entree ligt aan de noordgevel, of te wel aan de zijde van het zonneveld.
Er is bewust voor gekozen om alleen de voordeur aan de noordkant te situeren, en om alle verblijfs- en leef vertrekken aan de zuidzijde zodat er vrij uitzicht is over de weilanden. De bijgebouwen worden achter de voorgevel gesitueerd, ten zuidwesten van de schuurwoning.
12
Figuur 14: Bouwtekening gewenste nieuw te bouwen schuurwoning met vier wooneenheden
Op de plek van de westkant van de te slopen varkensschuur wenst men de zonnepanelen te herplaatsen die nu op het dak van de varkensschuur zijn gelegen. In totaal worden hier 240 stuks panelen op 2 tafels geplaatst met een opbrengst van 310 Wattpiek per paneel. De stroom van deze panelen wordt onder andere gebruikt voor de 4 starterswoningen en de 2 bedrijfswoningen. Het teveel aan opgewekte stroom wordt, overeenkomstig de bestaande terug levering overeenkomst terug geleverd aan de netbeheerder. Ook wenst men het aantal zonnepanelen op het achtererf uit te breiden op de plek waar nu de bestaande en te slopen woning Holserweg 12 staat en waar overige opstallen staan. Ook wenst ment de ‘overgebleven’ perceelshoeken ten noordwesten en zuidwesten efficiënt te benutten door hierop zonnepanelen te plaatsen, zodat verrommeling van het erf en landschap wordt voorkomen. Het gehele perceel wordt voorzien en van een goede landschappelijke inpassing welke passend is bij het gebied. In totaal wenst men op vorengenoemde plekken 1.560 panelen te plaatsen met een opbrengst van 335 Wattpiek per paneel. Deze uitbreiding heeft een opbrengst van 459.888 kWh, wat gelijk staan aan het jaarlijkse energieverbruik ruim 100 huishoudens.
Met deze invulling wordt extra zonne-energie opgewekt hetgeen volledig past in het Gelders Energie Akkoord en in het energietransitie beleid van de gemeente Oude IJsselstreek. Daarnaast is de ruimtelijke impact van deze uitbreiding van het zonnepark ten opzichte van de aanleg van een nieuw zonnepark vele malen kleiner. In onderstaande figuur is het gewenste eindbeeld weergegeven.
13
Figuur 15: Gewenste eindbeeld locatie Holserweg 12-14 in Varsselder
Dit gewenste eindbeeld is tevens opgenomen in bijlage 2. Om het beoogde plan optimaal te laten in passen in het erf en in het omliggende landschap is een plan gemaakt voor landschappelijke inpassing. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.9. In figuur 16 is een impressie van de landschappelijke erfinpassing vastgelegd.
Figuur 16: impressie nieuwe situatie met landschappelijke erfinpassing met in rood de bebouwing in het eindbeeld en met nummer 5 het zonnepark.
14
Aangezien de intensieve veehouderij wordt gestaakt en er plekke een zonnepark wordt geëxploiteerd, wenst initiatiefnemer de bestemming ter plekke van het zonnepark te wijzigen van agrarisch naar bedrijf – energieopwekking en 2 bedrijfswoningen. Daarnaast wenst men ter plekke van de 4 starterswoningen met bijbehorende bijgebouwen een woonbestemming ten behoeve van 1 woongebouw met 4 wooneenheden. In de regels is vastgelegd dat de starterswoningen en bijgebouwen binnen het aangegeven bouwvlak moeten worden gerealiseerd en verder geen bijgebouwen zijn toegestaan om de ruimtelijke impact die gelijks is aan 2 VAB-woningen te borgen. Ook is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing.
Figuur 17: Verbeelding beoogde opzet
3 BELEID 3.2 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (SVIR) In het voorjaar van 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In deze visie geeft het kabinet een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De visie is vernieuwend in de zin dat ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur sterker dan voorheen met elkaar verbonden worden. De visie vervangt onder meer de Nota Ruimte. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vervangen door de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.
15
In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. De bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden.
In het NOVI staat onder meer ook beschreven dat onze landschappen en ons cultureel erfgoed ook in 2050 de Nederlandse identiteit bepalen. Het zijn belangrijke culturele en cultuurhistorische kwaliteiten die we voor de toekomst behouden. Ook wordt aangegeven dat landschap en natuur beter toegankelijk wordt gemaakt voor recreanten en vinden ondernemers nieuwe inkomstenbronnen in onder meer recreatie. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Planspecifiek Het plan, zijnde de uitbreiding van het zonnepark voorzien van goede landschappelijke inpassing en de realisatie van 4 starterwoningen in de vorm van bij het gebied passende schuurwoning, is een toekomstbestendige duurzame invulling die in de lijn is met de gestelde doelstellingen uit het NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van een bestemmingsplan voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De gebieden van nationaal belang zijn in het Barro op kaarten aangegeven. De planlocatie ligt niet een gebied van nationaal belang. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (oktober 2012) is “de ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motivatievereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. Met betrekking tot woningbouw is sprake van een ladder-plichtige stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen. In het onderhavige plan is sprake van de herontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied.
16
Omdat er binnen dit plan slechts sprake is van 4 nieuwe starterswoningen, welke worden gerealiseerd door de sloop van vrijkomende agrarische bijgebouwen (op de planlocatie en een tweede locatie, totaal circa 1.750 m2), wordt zonder meer voldaan aan de het criterium efficiënt ruimtegebruik. Het uitbreiden van het bestaande zonnepark op het voorziene perceel is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten, die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer ak_zwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). In hoger beroep is dit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 23 januari 2019 bekrachtigt cq. bevestigd (zaaknummer 201804681/1/A1). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.
Provinciaal beleid wonen en energietransitie 3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in een nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincies en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. In de vastgestelde Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (19 december 2018) is specifiek beleid opgenomen voor zonneparken. In de Omgevingsvisie heeft de provincie zones aangewezen waar: • Grote zonneparken mogelijk zijn, • Grote zonneparken mogelijk moet zijn, • Grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk zijn. De voorgenomen ontwikkeling voorziet onder ander in de uitbreiding van een bestaand grondgebonden zonnepark waarvoor het bouwvlak vergroot wordt van 2,0522 naar 2, 2112 ha. Dit is volgens het provinciale beleid mogelijk (zie onderstaande afbeelding) nu het plangebied zelfs is aangewezen als een gebied waarin grote zonneparken mogelijk zijn.
17
Figuur 18: uitsnede kaart Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met aangevinkt plangebied
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. In de Omgevingsverordening is met betrekking tot woningbouw geregeld dat er per regio een regionale woonagenda moet worden opgesteld. De 7 gemeenten in de Achterhoek hebben hieraan invulling gegeven door in juli 2019 gezamenlijk in te stemmen met de kwaliteitscriteria voor nieuwe woningbouwplannen. Plan specifiek In dit plan is onder andere voorzien in 4 starterwoningen, welke zoals in hoofdstuk 2.3 is aangegeven worden gerealiseerd binnen de beleidskaders van het bestaande Rood- voor-rood beleid. Er zijn verder geen provinciale belangen bij dit plan betrokken.
Verder is in het plan voorzien in uitbreiding van het zonnepark. Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen in de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland.
18
3.2.3 Gelders Energieakkoord De provincie Gelderland stimuleert en ondersteunt het gebruik van zonne-energie als duurzame vorm van energievoorziening. Dit doet de provincie op basis van het “Gelders Energieakkoord”. Het Gelders Energie Akkoord (GEA) is een samenwerking tussen meer dan 200 organisaties en instellingen in de provincie Gelderland die tezamen de ambitie hebben om in 2050 energieneutraal te zijn. Het GEA stimuleert, versnelt en faciliteert de energietransitie. In het GEA is o.a. uitgesproken om het aantal zonneparken te laten groeien. Onder andere met dit akkoord streeft de provincie Gelderland er naar om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het Nationaal energieakkoord in Gelderland (versneld) gerealiseerd wordt en zelfs voorbijgestreefd kan worden.
3.3 Regionaal beleid Energie transitie 3.3.1 Structuurvisie Achterhoek 2020 energietransitie De regio Achterhoek besteedt in haar Structuurvisie Achterhoek 2020 ook aandacht aan de energietransitie. De regio wil inzetten op een klimaat- en energiezuinige 'groene' Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie moeten in de Achterhoek meer dan voorheen gericht zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken. De Structuurvisie geeft aan dat energiekansen verder benoemd moeten worden. Er is ruimtelijk beleid nodig met concrete locaties, zoekgebieden en netwerken dat duurzame energie gaat stimuleren. Dit is onder andere uitgewerkt in de 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. 3.3.2 Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030 Structuurvisie Achterhoek 2020 energietransitie In oktober 2014 is door de Colleges van de acht Achterhoekse gemeenten besloten om de regionale 'Uitvoeringsagenda van de Regio Achterhoek' aan te vullen met een 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. Deze uitvoeringsagenda moet energiebesparende en duurzame energieopwekkende projecten omvatten waaruit resultaten voortvloeien. Deze agenda is noodzakelijk om de gezamenlijke ambitie, Achterhoek energieneutraal in 2030, te behalen.
Uit die agenda moeten per (samenwerkende) gemeente(n) concrete projecten met bijbehorende financieringswijzen komen rollen. Juist deze agenda moet concreet bijdragen aan het behalen van de doelstelling op de lange termijn. Een 'Energieneutrale Achterhoek' betekent dat er binnen de grenzen van de Achterhoek net zo veel energie op duurzame wijze wordt opgewekt, als er wordt verbruikt in gebouwen en door bedrijven. Energiebesparing Om te beginnen moet er in 2030 (ten opzichte van 2012) 55% op het gasverbruik en 20% op het elektriciteitsverbruik worden bespaard. Het energieloket krijgt hierin, voor de uitvoerende werkzaamheden, een centrale rol. De gemeentelijke duurzaamheidscoördinatoren kunnen hun focus dan volledig op het beleid voor de energietransitie en het faciliteren van de opwekking leggen. Het energieloket zal zich wat de energiebesparing betreft met name richten op isolatie, warmtepompen en elektrische verwarming. Als hulpmiddelen bieden de gemeenten de duurzaamheidslening en waar mogelijk subsidies. Opwekking duurzame energie
19
Naast energiebesparing moet er een grote hoeveelheid duurzame energie opgewekt worden. Hiervoor zijn in de Achterhoek tot 2030 de volgende installaties nodig: • 124 windmolens (naast de 14 bestaande) (circa 7 ha. grondoppervlak); •
958 zonnestroominstallaties op bedrijfsdaken (circa 150 ha. dakoppervlak);
•
355 zonneparken (veldopstellingen, waarvan 300 Zon op Erf projecten, met een totaal grondoppervlak van 415 ha.);
•
69 biomassacentrales (naar schatting 20 ha. grondoppervlak) en
•
27 biovergistingsinstallaties (naast de 9 bestaande) (circa 25 ha. grondoppervlak).
Voor het bereiken van een energieneutrale Achterhoek in 2030 is het volgende van belang: • Focus op grootschalige projecten voor opwek, met name windparken en zonneparken; •
Intensieve samenwerking met andere beleidsvelden in gemeente: integrale visie;
•
Vraag burgers en bedrijven om projecten, initiatieven en goede locaties;
•
Bereid (in tweede instantie) geschikte locaties voor;
•
'Ja, mits' houding;
•
Intensieve samenwerking gemeente, burgers, ontwikkelaars en Liander;
•
Risicovolle voorfinanciering: inzet resolverende middelen, fonds;
•
Bij pensioenfondsen en verzekeraars is veel geld beschikbaar. Zet volop in om arrangementen te ontwikkelen waar deze partijen bereid zijn in te stappen;
•
Participatiemodellen inzetten, meeprofiteren omwonenden;
•
Gebiedsprojectbenadering: alle stakeholders, winst voor omgeving;
•
Informeer omwonenden en belanghebbenden realistisch met visualisatiemodellen;
•
De besparingsopgave vraagt een grote inzet.
Investeringen in energiebesparing en de duurzame opwekking van energie worden op termijn terugverdiend. In de meeste gevallen levert het voor de investeerders ook geld op. Daarnaast blijven er meer geldstromen binnen de Achterhoek en heeft het een positieve impuls op de werkgelegenheid. Naast energie-onafhankelijkheid en een bijdrage aan het tegengaan van de klimaatverandering levert het de Achterhoekse maatschappij dus veel op. 3.3.3. Energie transitienota Duurzame Energie Achterhoek Bovengenoemde Structuurvisie en Uitvoeringsagenda hebben geleid tot de 'Energie transitienota Duurzame Energie Achterhoek'. Deze Energie transitienota vormt het vertrekpunt om invulling te geven aan 'Achterhoek Energieneutraal in 2030'. Nu de ambitie bekend is moet iedere Achterhoekse gemeente bepalen welke bijdrage zij willen leveren aan de regionale duurzame opgave. De gemeentelijke bijdrage bestaat uit het maken van een keuze van de energiemix (zon, wind en/of biomassa) en het beschikbaar stellen van tijd, geld en ruimte voor de gekozen energiemix. Zonne-energie De Achterhoek wil in 2030 100% duurzame energie opwekken. Hiervoor is in totaal een oppervlakte van ongeveer 415 ha aan zonnepanelen benodigd. Voor de gemeente Oude IJsselstreek heeft in haar beleid Uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking 2020 vastgelegd dat binnen haar grondgebied 56 hectare zon op de grond benodigd is. 20
3.3.4 Pilot zon op erf Achterhoek Zon op Erf is een plan om leegstand tegen te gaan en vrijkomende boerenerven te benutten voor de opwekking van zonne-energie. De schuren worden gesloopt en het asbest gesaneerd. In 2015 is in opdracht van de gemeente Bronckhorst en de provincie Gelderland een eerste verkenning naar Zon op Erf gestart. Dit als gevolg van het probleem dat door de gemeente en provincie werd gesignaleerd dat op steeds meer locaties agrarische bedrijfspanden leegstaan of kwamen. De gemeente Bronckhorst en de provincie Gelderland zagen dat deze vrijkomende erven langzaam verpauperden en dat dit tot verrommeling van het landschap leidt. De gemeente Oude IJsselstreek heeft zich bij deze pilot aangesloten. De bestaande zonnepanelen op de locatie, zijn in het kader van De Pilot Zon op Erf gerealiseerd. De potentie van het project Zon op Erf, 750 MW, kan een substantiële bijdrage leveren aan het bereiken van de Achterhoekse doelstelling: energieneutraal in 2030. Oude IJsselstreek heeft zich zoals hiervoor al aangegeven aangesloten bij deze doelstelling. Plan specifiek Onderhavig plan omvat uitbreiding van zon op de grond of te wel erf van 2,0522 ha naar 2,2112 ha. Deze uitbreiding van het zonnepark leidt tot een opbrengst van 459.888 kWh, wat gelijk staan aan het jaarlijkse energieverbruik ruim 100 huishoudens.
Met de uitbreiding van het zonnepark aan de Holswerweg 12-14 wordt een extra deel van de gewenste duurzame energie opgewekt, zonder dat het een grote ruimtelijke impact heeft, aangezien het aansluit bij het bestaande zonnepark op het erf. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de regionale visie en het gemeentelijke uitnodigingskader.
3.4 Regionaal beleid woningbouw 3.4.1 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 De regionale woonagenda 2015-2025 is begin 2015 tot stand is gekomen in samenspraak tussen beleidsmedewerkers, bestuurders, burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden, alsmede door de besturen van de woningcorporaties en GS van de provincie, vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. Samen met organisaties, ondernemers en bewonersorganisaties willen gemeenten, woningcorporaties en provincie in partnerschap aan de slag met het realiseren van de ambities, doelen en kansen uit deze agenda. Ten aanzien van wonen werd in de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vooral ingezet op minder nieuwe woningen. Dit in verband met de krimp. Feit is dat er in de achterhoek geen sprake meer is van krimp, maar juist van groei. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primos prognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien.
Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale woonagenda. Er is dus behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (zie hierna).
3.4.2 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De Thematafel Wonen en Vastgoed van de regio Achterhoek heeft op 20 juni 2019 een regionaal kader afgestemd en omarmd over de toe te voegen woningbouw in de Achterhoek. Het beleidsdocument 21
“Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek” beschrijft dit regionale kader en is vastgesteld op 26 september 2019 door de gemeenteraad. Naast het regionale kader beschrijft het beleidsdocument de te hanteren werkwijze en het monitoren van nieuwe woningbouwinitiatieven. Het vervangt een deel van hoofdstuk 5 van de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 die in 2015 is vastgesteld. Aanleiding van de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ is het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO), dat laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien en dat betekent dat er extra woningen moeten komen boven op het aantal dat in afspraken is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ geeft ruimte aan de bouw van extra woningen, maar met prioriteit voor woningen waar behoefte aan is en waarvan een duidelijk tekort in de markt te zien valt. De behoefte bestaat voornamelijk uit woningen voor starters en senioren. Drie kwaliteitscriteria worden benoemd waar woningbouwinitiatieven aan moeten voldoen: 1.
Behoefte is aangetoond: Per cluster/kern wordt bepaald welke woningtypes en prijssegmenten nodig zijn. 2. Voorrang voor transformatie van leegstand vastgoed: Bouwen op locaties met leegstaand vastgoed gaat voor bouwen op andere locaties binnen de bebouwde kom. In het buitengebied kan het gaan om vrijkomende agrarische bebouwing. 3. Inbreiding gaat voor uitbreiding: Op uitleglocaties wordt in principe niet gebouwd. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking wordt hier gevolgd. Verder is in het beleidsdocument een 4e (niet kwalitatief) criterium opgenomen, namelijk de realisatietermijn van goedgekeurde plannen om zo actiever te sturen op veranderende marktomstandigheden. Daarnaast wordt het effect van dit beleid in beeld gebracht met een monitor die zowel de kwalitatieve als kwantitatieve effecten laat zien. Plan specifiek: In dit plan worden 4 starterswoningen gerealiseerd aan de Holserweg 12-14. Deze woningen worden mogelijk gemaakt door gebruikmaking van “functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing” (uit het beleid “Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek”) en de sloop van vrijkomende agrarische bijgebouwen. In totaal wordt 1.750 m2 gesloopt. In de regels wordt een samenhang opgenomen tussen het gebruik van de nieuwe woningen en de sloop van de vrijkomende agrarische gebouwen.
Daarnaast wordt in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is vastgelegd als binnen 3 jaar na het onherroepelijk van het plan moet zijn gestart met de feitelijke realisatie van de woningen. Daarmee voldoet het plan aan de kwaliteitscriteria uit het gemeentelijk woningbouwbeleid (zie ook hoofdstuk 3.5.2).
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe de gemeente Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal 22
gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Ontwikkelingen in het buitengebied mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige agrarische activiteiten. Plan specifiek In de structuurvisie zijn geen aanknopingspunten opgenomen voor woningbouw in het buitengebied van Oude IJsselstreek.
3.5.2 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De ‘Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek’ is een aanvulling op het beleidsdocument ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ voor het toetsen van woningbouwplannen. Het beleidsdocument is door de gemeenteraad vastgesteld op 21 april 2021 en dient als een instrument om te kunnen sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmark. Dit betekent de bouw van de ‘juiste’ woningen, van voldoende kwaliteit, in de juiste hoeveelheden en op de juiste locaties. De woningbehoefte binnen de gemeente bestaat voornamelijk uit levensloopbestendige woningen en betaalbare woningen voor de startersdoelgroep. Vier typen woningbouwplannen zijn te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: • Bouwen op onbenutte inbreidingslocaties ‘van binnen naar buiten’. • Buitengebied: woningsplitsing van bestaande woningen. • Buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). • Buitengebied: landgoederen met verplichte natuurcompensatie. Functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). De lokale kwaliteitscriteria voor het toepassen van de regeling voor functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) zijn: • alleen bij een volledige beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteit.
• er dient minimaal 50% van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. • voor het toevoegen van één vrijstaande woning dient minimaal 750 m2 bebouwing te worden gesloopt; • voor het toevoegen van een tweede, resp. derde woning dient 1000 m2 bebouwing per toe te voegen woning extra te worden gesloopt. • het maximaal aantal toe te voegen per locatie bedraagt drie. • per woning is maximaal 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan. • er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige (erfprincipe) en landschappelijke inpassing. De initiatiefnemer dient hiertoe een erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de ‘één erf-gedachte’. Het erf- en landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de nieuwe woning(en) gerealiseerd te zijn. Toelichting: De ruimtelijke kwaliteitswinst bij functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) bestaat uit het slopen van de buiten gebruik geraakte agrarische bedrijfsbebouwing. Het toestaan van woningbouw in de plaats van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vormt een (economische) impuls op deze ‘op te ruimen’.
23
Plan specifiek: In de gewenste situatie wordt de veehouderij geheel gestaakt. Met uitzondering van de werktuigenberging worden alle agrarische bedrijfspanden gesloopt. De sloop betreft de varkensschuur met een omvang van 1.345,4 m2 en een loods/schapenstal met een omvang van 224,0 m2, gezamenlijk 1.569,4 m2. Van de locatie Sinderenseweg 74 in Sinderen zijn sloopmeters gekocht. Deze locatie is gelegen in het buitengebied van gemeente Oude IJsselstreek, op geruime afstand van kernen Sinderen, Varsseveld en De Heurne (respectievelijk circa 410 meter, 3,3 km en 2,9 km). Op het perceel kadastraal bekend Varsseveld, sectie C, nummer 2548 is momenteel een pluimveestal aanwezig voor de huisvesting van 14.721 stuks opfokhennen. De te slopen pluimveestal heeft een omvang van 958,0 m2, (waarvan 181 m2 bedoeld is voor de ontwikkeling op de locatie Holserweg 12-14, de overige sloopmeters wordt gebruikt voor initiatieven op het eigen perceel).
Figuur 7: foto van de te amoveren met marker aangeduide pluimveestal aan de Sinderenseweg 74 in Sinderen en te slopen 181 m2.
Er wordt aan de lokale kwaliteitscriteria voor het toepassen van de regeling voor functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing voldaan omdat: • de agrarische activiteiten worden volledig beëindigd; • meer dan 50 procent van de agrarische bebouwing wordt gesloopt. Er blijft alleen een loods bestaan met een oppervlakte 240 m2 van ten behoeve van het materiaal voor het beheer van het zonnepark; • er 1.750 m2 aan agrarische bebouwing wordt gesloopt, dit komt overeen toevoeging van 2 vrijstaande woningen. De ruimtelijke impact van 2 vrijstaande woningen komt overeen met 4 starterswoningen (zie toelichting hoofdstuk 2.3) en dit wordt geborgd in de regels door buiten het bouwvlak geen bijgebouwen toe te staan; in de regels wordt ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen die waarborgt dat moet zijn gesloopt alvorens de woningen in gebruik mogen worden genomen; • per woning maximaal 25 m2 aan bijgebouwen wordt toegestaan; • er wordt gebouwd voor de startersdoelgroep hetgeen aansluit bij de woningbehoefte binnen de gemeente; • het plan voorziet in goed erf- en landschapsinrichtingsplan; de realisatie van de landschappelijke inpassing wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels. De beoogde opzet voldoet hierdoor aan de uitgangspunten uit het Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.
24
4 OMGEVINGSASPECTEN
4.1 Bodem Aangezien het gebruik van de gronden aan de Holserweg 12-14 wordt gewijzigd van “Agrarisch” naar “Bedrijf – energie” en “Wonen”, heeft Montferland Milieu B.V. hier een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 3 bijgevoegd. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Alleen ter plaatse van deellocatie B (ter plekke van het zonnepark) is in 2018 een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen. In de overige (meng) monsters zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen; • De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond vormen geen belemmering voor het toekomstig gebruik ter plekke, zijnde zonnepark; • De hypotheses voor het bodemonderzoek van de deellocaties A en C “De deellocaties kunnen op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd” worden verworpen; • De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie B “Deze deellocatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. Concluderend: De lichte olieverontreiniging kan formeel worden gezien als ‘nieuw geval van bodemverontreiniging”. In dat geval zal in principe de verontreiniging weggenomen dienen te worden, zoveel al redelijkerwijs mogelijk en doelmatig is.
Echter, gezien het zeer licht verhoogde gehalte ( 80 mg/kg d.s.) en het toekomstig gebruik, zijnde zonnepark, achten wij het niet noodzakelijk de lichte verontreiniging te verwijderen. Ten aanzien van het aspect bodem is er, met in achtneming van de inhoud van het onderzoeksrapport en het daarin opgenomen vervolgadvies, sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.2 Archeologie en cultuurhistorie Bescherming van archeologische- en cultuurhistorische waarden is een wettelijke verplichting. De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 5 maart 2015 de archeologische- en cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld, alsmede de erfgoedverordening. De regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst op het voorkomen van archeologische waarden en/ of monumenten binnen het plangebied. Tevens moet worden bepaald of deze eventueel aanwezige waarden worden geschaad door de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Uit de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) volgt dat op de planlocatie geen archeologische belemmeringen zijn.
25
Figuur 19: Ligging t.o.v. Archeologische gebieden
In 2018 is voor het bestaande zonnepark door Synthegra Archeologie onderzoek uitgevoerd, bestaande uit 2 rapporten, 1 bureauonderzoek, 1 verkennend en karterend onderzoek.
Figuur 20: huidige bebouwing geprojecteerd op historische kaart
Voor de huidige ontwikkeling zijnde de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing, de nieuwbouw van 4 starterswoningen en de aanleg van extra zonnepanelen, is aansluitend op het onderzoek in 2018 door Synthegra B.V. een archeologisch inventariserend en karterend booronderzoek uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 4 bijgevoegd.
26
Figuur 21: rood omkaderd het onderzochte plangebied
Uit het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • het bodemprofiel van het plangebied is niet in tact. De opbouw is tot tenminste 50 cm verstoord. De natuurlijke bodemopbouw, waarbinnen archeologische interessante lagen (A-horizont en top van de B-horizont) aanwezig kunnen zijn die passen bij de verwachte vuursteenvindplaatsen, is niet aanwezig; • daarnaast zijn er in de restanten van de BC-horizont geen archeologische indicatoren aangetroffen, waardoor er geen archeologische vindplaats te verwachten is binnen het plangebied. • op grond van de resultaten is geen nader archeologisch onderzoek nodig. Conclusie Er is geen nader archeologische onderzoek nodig. De middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen uit Laat-Paleolithicum en Mesolithicum, kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen en kan op basis van het veldonderzoek worden bijgesteld naar laag. Op basis van de bevindingen kan de bestemming “Waarde – Archeologische verwachting 2” worden bijgesteld naar “Waarde – Archeologische verwachting 3”. Om die reden worden de bouwregels bijgesteld.
In plaats van de verplichting tot het indienen van een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden worden vastgesteld bij een aanvraag voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m3 en grondbewerking dieper dan 30 cm vanaf het maaiveld, hoeft dit nu pas te worden gedaan als er een bouwwerk groter dan 5.000 m2 en de grondbewerking dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld.
27
4.3 Flora en Fauna Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten flora en fauna niet worden verstoord. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming.
4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000 In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Natura2000 gebieden bevinden zich niet op korte afstand van de planlocatie. Voor plannen dient middels een pretoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Het dichtst bijgelegen Natura2000 gebied op Nederlands grondgebied, zijnde Rijntakken bevindt zich op een afstand van 13.500 meter. De afstand tot het dichtst bijgelegen Natura200 gebied op Duits grondgebied, zijnde Hetter Millienger Bruch is gelegen op 4.800 meter.
Figuur 22: Ligging locatie t.o.v. Natura2000 gebieden
Voor Natura 2000-gebieden in Duitsland geldt een ander beoordelingskader dan voor de Natura-2000 gebieden in Nederland. De Duitse overheid oordeelt dat er geen sprake is van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Vergunde situatie Op 4 juni 2018 is voor het bestaande bedrijf, zijnde varkens-, en schapen-, ponyhouderij met zonnepark en 2 agrarische bedrijfswoningen een Wet natuurbescherming vergunning verleend. De vergunning is verleend voor de volgende dierenaantallen en de daarbij behorende vervoersbewegingen.
28
Ten opzichte van de vigerende Wnb-vergunning vinden veranderingen plaats met gevolgen voor de stikstofemissies. In de beoogde opzet worden alleen nog maximaal 50 schapen ingeschaard in het zonnepark ten behoeve van beweiden. De schapen die tijdens de beweiding in het zonnepark grazen hebben in de worst-case situatie een totaal ammoniakemissie van 50 x 0,7 = 35,0 kg/jaar. Ook nemen door het staken van de veehouderij het aantal vervoerbewegingen af. De vergunde aantal dieren veroorzaken een totaal ammoniakemissie van 1.409 kg ammoniak/jaar. Door de voorgenomen veranderingen neemt de ammoniakemissie af met 1.374 kg ammoniak/jaar. Door deze grote afname, en doordat de afstand tot de dichtst bijgelegen Natura-2000 gebieden niet kleiner wordt, zal er geen toename zijn van de depositie van stikstofverbindingen op Natura-2000 gebieden plaatsvinden. Er is sprake van intern salderen. Gezien de afstanden, de afname van stikstofemissies en tussenliggende verstorende elementen (zoals wegen en woningen), de reeds bestaande achtergrondverstoring van de kernen Ulft , Gaanderen, Terborg, Zeddam en Varsseveld, en de grote afname in ammoniakemissie is het uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden van Natura-2000 gebieden.
4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk De planlocatie aan de Holserweg 12-14 in Varsselder is niet gelegen binnen of nabij de begrenzingen van het Gelders Natuurnetwerk waardoor negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten.
Figuur 23: Ligging t.o.v. Gelders Natuurnetwerk (bron: provincie Gelderland)
29
4.3.3 Soortenbescherming Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 4 starterswoningen, sloop bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en uitbreiding van het zonnepark op de planlocatie aan de Holserweg 12-14. Door Natuurbank Overijssel is op de planlocatie een QuickScan uitgevoerd naar het voorkomen van (beschermde) soorten flora en fauna. Het onderzoek is beschreven in de Quickscan flora en fauna welke is toegevoegd als bijlage 5 (d.d. 9 juli 2021 – nummer 3524A). De volgende activiteiten zijn getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing en verwijderen erfverharding en beplanting; • Bouwrijp maken bouwplaatsen; • Bouwen woningen en aanleggen zonnepark; • Verplaatsen van de werktuigenberging. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied.
We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten; Conclusie uit het Natuurwaardenonderzoek De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingsplaats te beschadigen en te vernielen.
In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Geen van de deelgebieden behoort tot het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Wettelijke consequenties: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
30
Mogelijk benutten vleermuizen, amfibieën, vogels en grondgebonden zoogdiersoorten het plangebied als foerageergebied, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieën er een vaste (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van een bezet vogelnest of het doden van een vogel. Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en alle amfibieën, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats. Grondgebonden zoogdieren mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende beschermde dieren niet aangetast.