Toelichting, regels en verbeelding-Bestemmingsplan Buitengebied, zorgpark Warmse Water.pdf
Tekst van het document
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. e. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel lid 10.4.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 10.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door a. de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische Verwachting 2' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologisch begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische Verwachting 2' te wijzigen in 'Waarde – Archeologie 1', indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
25
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologische Verwachting 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologische Verwachting 3 aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Ten aanzien van het bouwen van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 en de grondbewerking dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het bouwen van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen of d. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen of e. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of f.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; g. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. 11.2.2 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.2.1 onder a, wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden zoals opgenomen in lid 11.2.1 onder b dienen te worden gesteld. 11.2.3 Uitzondering bouwregels Het bepaalde onder lid 11.2.1 onder a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of c.
gebouwen maximaal 2,5 meter uit de bestaande fundering wordt vergroot, met behoud van bestaande funderingen.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
26
11.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 11.4.1 Vergunningplicht Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f.
het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuu 11.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 11.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 cm onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' in dit kader is verleend; f. voor werken en werkzaamheden waarvoor een vergunning op grond van de Erfgoedwet is vereist dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn.
11.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de onder lid 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria:
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
27
a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. 11.4.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden onder beperkingen verlenen en zij kan voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbinden, waaronder: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. e. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel lid 11.4.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 11.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door a. de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische Verwachting 3' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologisch begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische Verwachting 3' te wijzigen in 'Waarde – Archeologie 1', indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
28
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 12
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
29
Artikel 13 13.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, de volgende voorwaarden: a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijbehorende gebouwen; b. de verticale diepte kelders en andere ondergrondse bouwwerken is maximaal 3,5 meter. 13.2
Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien is aangetoond dat aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 2 wordt voldaan.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
30
Artikel 14 14.1
Algemene gebruiksregels
Voorwaardelijke verplichting waterberging
a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gebouwen zonder de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging of watercompenserende maatregelen teneinde te komen tot een goed hemelwaterafvoersysteem, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen van het waterschap Rijn en IJssel; b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de waterberging, zoals genoemd onder a. 14.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van bebouwing is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing en erfinrichting van de gronden in dit bestemmingsplan worden gerealiseerd binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor bouwen, overeenkomstig de eisen uit het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2 van deze planregels, en duurzaam in stand worden gehouden. 14.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald: a. het (laten) opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen, anders dan voor zover noodzakelijk is voor het normale onderhoud van tuinen en andere onbebouwde terreinen en het onderhoud van watergangen; b. het (laten) opslaan of opgeslagen houden van gerede of ongerede goederen, materialen, werktuigen, machines of gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan, anders dan voor zover dit het gevolg is van of direct samenhangt met het gebruik van een erf, behorende bij een bedrijf; c. het (laten) gebruiken van bebouwde dan wel onbebouwde gronden als of ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; d. het (laten) gebruiken van bebouwde dan wel onbebouwde gronden als of ten behoeve van detailhandel; e. het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van een horecavestiging; f. het (laten) gebruiken van gronden voor opslag van bagger en grondspecie; g. het (laten) gebruiken van gronden voor een grondwal, tenzij op de verbeelding expliciet is toegestaan; h. het (laten) gebruiken van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen voor permanente bewoning; i. het (laten) gebruiken van opstallen, waaronder bijbehorend bouwwerken, als zelfstandige woning; j.
het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van reclameuitingen; k. het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van bedrijven als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; l. het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
31
14.4
Parkeren
a. Indien wijziging in de omvang, het gebruik of de bestemming van een gebouw of terrein daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald aan de hand van de op dat moment meest actuele CROW-parkeerkencijfers. b. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder a indien: 1. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
32
Artikel 15 15.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
15.1.1 Afmetingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m. Een afwijking van de hoogte van wieken van grootschalige windmolens kan pas worden verleend indien is aangetoond dat het functioneren van de radarinstallaties niet in onevenredige mate wordt verstoord.
15.1.2 Gebouwen voor nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen. De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; b. de inhoud maximaal 50 m3 bedraagt; c. de inhoud van bouwwerken ten behoeve van het rioolstelsel maximaal 600 m3 bedraagt. 15.1.3 Aanleg van geluidsreducerende maatregelen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het aanleggen van geluidsreducerende maatregelen. De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarden dat: a. de maatregel wordt aangelegd in het kader van het garanderen van het ingevolgde de Wet geluidhinder gestelde gegarandeerde leefklimaat binnen een woning; b. de (bouw)hoogte van de geluidsreducerende maatregel maximaal 5 meter bedraagt; c. de landschappelijke waarde niet onevenredig wordt geschaad. 15.2
Voorwaarden
Afwijking als bedoeld in lid 15.1 is slechts toegestaan, onder de aanvullende voorwaarden dat: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden geschaad; c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; d. geen onevenredige milieutechnische of ruimtelijke belemmeringen zijn.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
33
Artikel 16
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
34
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 17 17.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
17.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 17.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 17.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 17.1.1 met maximaal 10%. 17.1.3 Uitzondering Lid 17.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2
Overgangsrecht gebruik
17.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 17.2.2 Veranderen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 17.2.3 Onderbreken strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het lid 17.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 17.2.4 Uitzondering Lid 17.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
35
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied, zorgpark Warmse Water'.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Regels Vaststelling
Bijlage 1
Lijst van neven- en hoofdactiviteiten
Bijlage 1:
Lijst van neven- en hoofdactiviteiten bij hergebruik
Overige zone – Groene Ontwikkelingszone
Overige gronden
FUNCTIE
Overige zone – Gelders Natuur Netwerk
Verklaring: H = hoofdactiviteit N = nevenactiviteit - = niet toegestaan
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N N N N N N
N/H N/H N/H N/H N N N N N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N N N N N/H N/H
N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H
-
N/H
N/H
N N N
N N N
N/H N/H N/H
Verblijfsrecreatie - kampeerboerderij - appartementen - hotelaccommodatie - bed and breakfast - pension
Dagrecreatie - horeca (uitsluitend in categorie 1) - bezoekerscentrum - paardenpension / -stalling - sauna - paardenverhuur - fietsenverhuur - kanoverhuur - trapautoverhuur - manege - huifkarcentrum
Zorg - privékliniek - kuuroord/beautycentrum - dagverblijf - dierenkliniek - sociale nevenfunctie op agrarisch bedrijf (resocialisatie, therapie, gehandicapten)
Opslag - caravans / boten - inboedel - overige opslag
Overige zone – Gelders Natuur Netwerk
Overige zone – Groene Ontwikkelingszone
Overige gronden
Landbouwgebied
FUNCTIE
-
-
N/H N/H
ja ja
-
N N N N N
N/H N/H N/H N/H N/H
ja ja ja ja ja
N/H -
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
ja ja ja ja ja
-
N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
-
N
N
nee
-
N N N N N N N N
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee nee nee nee nee
Overige nevenactiviteiten Agrarische hulpbedrijven - loonbedrijven - veehandelbedrijven Agrarische toeleverende bedrijven - spermabank - fouragehandel - zaaizaad en potgoed - opslag agrarische producten - hoefsmederij Semi-agrarische bedrijven - hoveniersbedrijven - boomverzorgingsbedrijven - natuur- en landschapsbeheer - bosbouwbedrijven - vis-, escargot-, wormkwekerij Ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven - slachterij - vleesverwerking - zuivelverwerking - plantaardige productverwerking - imkerij - visrokerij - wijnmakerij - ijsmakerij - bierbrouwerij - riet- en vlechtwerk - verkoop van ter plaatse voortgebrachte en op een ander agrarisch bedrijf voortgebrachte streekeigen producten Overige ambachtelijke bedrijven - bouwbedrijven - schildersbedrijven - glas in lood zetterijen - installatiebedrijven - elektrotechnisch installatiebedrijf - dakdekkersbedrijf - rietdekkersbedrijf - houtbewerkingsbedrijven
Overige gronden
Landbouwgebied
- meubelstoffeerderijen - vervaardigen en reparatie sieraden - vervaardigen en reparatie muziekinstrumenten - spel- en speelgoedfabricage - spinnen en weven van textiel - vervaardiging van textielwaren - kledingvervaardiging - reparatiebedrijven gebruiksgoederen - pottenbakkerij - natuursteenbewerking / beeldhouwerij - zeefdrukkerij - grafische bedrijven Overige dienstverlening - cursuscentrum - crèche / peuterspeelzaal - museum/ / tentoonstellingsruimte - dierenasiel / -pension - kappersbedrijf - computerservicebedrijf - adviesbureau - geluids- en/of TV-studio - telecommunicatie - antiekhandel - kunsthandel Aan-huis-gebonden beroep - individuele (para)medische of therapeutische praktijk - dierenarts - atelier - overige aan-huis-gebonden beroepen
Overige zone – Groene Ontwikkelingszone
- houtzagerij en -schaverij - speeltoestellenfabricage - lasinrichtingen / bankwerkerijen - vervaardiging medische instrumenten/precisieinstrumenten en orthopedische artikelen orthopedische artikelen - instrumenten meubelmakerijen/ restauratie
Overige zone – Gelders Natuur Netwerk
FUNCTIE
-
N N N N
N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee
-
N N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
-
N/H N/H N/H N/H N N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N N/H N/H N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
-
N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H
nee nee nee nee
Bijlage 2
Beeldkwaliteit landschap en bebouwing, KuiperCompagnons, april 2023
Beeldkwaliteit landschap en bebouwing Zorgpark Warmse Water
april 2023 — I
ZORGPARK WARMSE WATER
Doetinchem
Colofon
Inhoudsopgave
Initiatief en opdrachtgever Stedenbouwkundig en
Zozijn KuiperCompagnons, Rotterdam
1. Inleiding
2
1.1 Zorgpark voor mensen met een verstandelijke beperking
4
1.2 Borgen landschappelijke en architectonische kwaliteit
6
1.3 Leeswijzer
7
2. Landschappelijke inpassing
8
2.1 Landschappelijke historie
10
2.2 Huidig landschapsbeeld
12
2.3 Landschappelijke inpassing zorgpark
14
2.3.1 Uitgangspunten zorgpark
14
2.3.2 Ruimtelijke hoofdopzet: erven in het landschap
16
2.3.3 Gebruik van het landschap: ‘tot nut en genoegen’
18
2.3.4 Landschappelijke zonering
22
2.3.5 Criteria voor de landschappelijke inpassing
26
landschappelijk ontwerp Architectuur
Rik Lagerwaard, Amersfoort Oude IJssel
Begeleiding
Gemeente Oude IJsselstreek Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Tekst en grafische vormgeving
KuiperCompagnons, Rotterdam
Recreatiegebied
Warmse Water
Stroombroek Plangebied
april 2023
3. Beeldkwaliteit erfinrichting en bebouwing
28
3.1 Bebouwing
30
3.2 Erfinrichting
37
3.3 Criteria beeldkwaliteit erfinrichting en bebouwing
40
Oude IJsselweg Waalse Water
RIK LAGERWAARD
Heuven
ZORGPARK WARMSE WATER
—
1
1 2 — ZORGPARK WARMSE WATER
INLEIDING ZORGPARK WARMSE WATER
—
3
1.1 Zorgpark voor mensen met een verstandelijke beperking Dit plan gaat over de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van het
Het bestaande boerenerf verdwijnt en hiervoor in de plaats komen vier vrij-
te ontwikkelen Zorgpark ‘Warmse Water’ aan de Oude IJssel in Terborg. Het
liggende erven op de hogere ruggen in het landschap. Drie erven hebben een
plangebied is circa 19,5 hectare groot en ligt in het buitengebied van gemeente
woonzorgfunctie, deze zijn via een pad met elkaar verbonden, het westelijke erf is
Oude IJsselstreek, westelijk van de N317. Het wordt begrensd door rivier de Oude
een separaat woonerf. Daartussenin liggen open ruimtes met doorzichten vanaf
IJssel in het noorden, de Oude IJsselweg in het zuiden en agrarische percelen aan
de Oude IJsselweg naar de Oude IJssel. In de lager gelegen gebieden langs de
de oost- en westzijde
Oude IJssel blijft het landschap open met agrarische dagbesteding, voetpaden, verblijfsplekken en recreatief medegebruik. Er komt een pad met bomen in de
Het doel van de ontwikkeling is om een veilige, beschermde en prikkelarme
natuurzone langs het Warmse Water. In het open landschap en op en rondom de
leefomgeving voor maximaal 112 cliënten van Zozijn te creëren. De doelgroep
erven wordt uitgegaan van streekeigen beplanting.
zijn mensen met een zodanig ernstige verstandelijke beperking dat zij permanent behoefte hebben aan een beschermende omgeving, om te wonen, voor werk en dagbesteding, en voor ontspanning en recreatie. Hiervoor is de groene, landschappelijke setting, met royale afstanden tussen de bebouwing, zeer geschikt. Het wonen en de dagbesteding zijn grondgebonden, dus één bouwlaag met een kap. De kantoren worden op de verdiepingen gesitueerd. De gemeente Oude IJsselstreek wil graag meewerken aan dit initiatief omdat het goed past in de Visie Landschapspark Oude IJssel waarin de rivier bijzondere bakens en ankerplaatsen met elkaar verbindt. Behalve in huisvesting voor mensen met een verstandelijke beperking draagt het zorgpark ook bij aan het versterken van de recreatieve functie langs de Oude IJssel. Bijvoorbeeld door realisering van openbaar toegankelijke wandel- en fietsverbindingen, visplekken, (dag)recreatie en de verkoop van eigengemaakte producten.
visiekaar t Zorgpark en Woonerf
Afbeelding 1 Visiekaar t Zorgpark Warmse Water
4 — ZORGPARK WARMSE WATER
Bestaand boerener f dat wordt getransformeerd tot zorger f
ZORGPARK WARMSE WATER
—
5
1.2 Borgen landschappelijke en architectonische kwaliteit
1.3 Leeswijzer
Doel van het beeldkwaliteitsplan is om de kwaliteit van de landschappelijke
Hoofdstuk 2 gaat over de landschappelijke inpassing van het zorgpark. De
inpassing en van de bebouwing te waarborgen. Daartoe zijn criteria voor
historische ontwikkeling en de huidige situatie van het landschap worden
de landschappelijke inrichting en voor de beeldkwaliteit van de bebouwing
beschreven. Vervolgens komen de uitgangspunten voor de planvorming en
opgesteld. Het plan is tot stand gekomen in overleg met de gemeente en met de
landschappelijke opzet van het plan aan de orde. Het hoofdstuk sluit af met
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
toetsbare criteria voor de landschappelijke inpassing (paragraaf 2.3.5).
Het beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan
Hoofdstuk 3 gaat over de beeldkwaliteit van de erfinrichting en de bebouwing.
‘Buitengebied zorgpark Warmse Water’ dat door de gemeenteraad wordt
In 3.1. wordt de bebouwingsopzet besproken van de drie zorgerven en van
vastgesteld. Aldus verkrijgt het beeldkwaliteitsplan een formele status en vormt
het woonerf. Ook wordt samengevat wat er voor de bebouwing is geregeld
het een gedragen toetsingskader voor architectonische en landschappelijke
in het bestemmingsplan. Paragraaf 3.2 gaat over de erfinrichting, waarbij
uitwerking. Bouwplannen en plannen voor de inrichting van de omgeving zullen
zaken aan de orde komen als toe te passen bestratingen en verhardingen,
worden getoetst aan de criteria van het beeldkwaliteitsplan.
erfmeubilair, afschermende voorzieningen voor de veiligheid van bewoners en terreinverlichting. Het hoofdstuk sluit af met toetsbare criteria voor de beeldkwaliteit van de erfinrichting en de bebouwing (paragraaf 3.3).
6 — ZORGPARK WARMSE WATER
Waalse water met de Oude IJssel en Doetinchem op de achtergrond
ZORGPARK WARMSE WATER
—
7
Het plangebied tussen de Oude IJssel en de Oude IJsselweg
2 8 — ZORGPARK WARMSE WATER
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING