Toelichting, regels en verbeelding-Bestemmingsplan Buitengebied, zorgpark Warmse Water.pdf
Tekst van het document
Gemeente Oude IJsselstreek
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Vaststelling
622.113.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: November 2023
GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK
Bestemmingsplan "Buitengebied, zorgpark Warmse Water" TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING
werknummer 622.113.60 datum November 2023 bestand J:\622\113\60\3.projectresultaat
Procedureoverzicht Fase Ontwerp Vaststelling
Datum April 2023 December 2023
TOELICHTING
1
Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 4 5
2. 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Bestaande situatie plangebied Stedenbouwkundige visie Vertaling naar bestemmingsplan
6 6 7 9
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
10 10 13 16 17 22
4. Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluid 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Kabels en leidingen
23 23 24 26 28 29 30 31 32 40 43 44
5. Juridische planbeschrijving 5.1 Planvorm 5.2 Artikelsgewijze toelichting
45 45 46
6. 6.1 6.2 6.3
49 49 49 50
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
2
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Onderzoek geurhinder veehouderijen, De Roever, 13 oktober 2022 Quickscan Wet natuurbescherming, Econsultancy, 25 april 2022 Archeologisch bureauonderzoek, Econsultancy, 9 maart 2022 Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek, Milieutechniek ZVS, 14 februari 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 7 november 2023 Beeldkwaliteit landschap en bebouwing, KuiperCompagnons, april 2023 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 27 maart 2023 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 30 november 2022 Aanvullend bodemonderzoek, Milieutechniek ZVS, 28 november 2022 Nader soortenonderzoek, Econsultancy, 6 november 2023 Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
3
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Context Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de transformatie van een aantal agrarische percelen aan de Oude IJsselweg 3 in Terborg (gemeente Oude IJsselstreek). De bestaande agrarische bebouwing zal worden gesloopt en op de percelen wordt een zorgpark gerealiseerd. Het zorgpark zal bestaan uit ca. 10 woonzorggebouwen welke plek bieden aan maximaal 112 onzelfstandige verblijfseenheden. Met onzelfstandige verblijfseenheden worden woonruimtes bedoeld welke niet door één persoon of één huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, welke voorzieningen gedeeld worden met anderen. In dit geval gaat het om woongroepen die op een centrale plek binnen het gebouw hun algemene voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke woonkamer en keuken, hebben. Daarnaast biedt het zorgpark ruimte voor voorzieningen voor dagbesteding en facilitaire functies. Ook worden er twee reguliere woningen gerealiseerd. Deze twee nieuwe woningen zijn bedoeld als vervangende huisvesting voor de huidige bewoners van de boerderij en vormen geen onderdeel van het zorgpark. Doel Het nieuwe stedenbouwkundig plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ (vastgesteld 28 juni 2018). Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied omvat ruim 20 hectare grond in het buitengebied van gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied wordt begrensd door de rivier de Oude IJssel in het noorden, de Oude IJsselweg in het zuiden en agrarische percelen aan de oost- en westzijde.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
4
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied
De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven. 1.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’, vastgesteld op 28 juni 2018. Hierin heeft het plangebied de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Water’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’ en ‘Leiding – Riool’. Ook geldt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Openheid’. Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader vastgelegd.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
5
Afbeelding 1.2: Vigerende planologische situatie (de rode contour geeft de grens van het plangebied weer)
1.4
Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving van de geschiedenis, de bestaande en de toekomstige situatie van het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 ligt de focus op respectievelijk de uitvoerbaarheid en de procedure.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
6
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie plangebied Het plangebied ligt in het rivierenlandschap langs de Oude IJssel, tussen de rivier en de Oude IJsselweg. De huidige ligging van de rivier is vrij nieuw. Omstreeks 1960 is de Oude IJssel op deze plek ‘rechtgetrokken’ waarbij de waterloop in zuidwaartse richting is verlegd. Het gebied heeft nog altijd een vrij open karakter en is overwegend in gebruik als grasland. Centraal in het plangebied bevindt zich momenteel een boerderij met twee bedrijfswoningen en diverse agrarische opstallen. Voorheen was binnen het plangebied een rundveehouderij (met circa 70 melkkoeien) gevestigd met rondom open grasland / weidegronden. Aan de hoogteverschillen in het gebied zijn geulen en ruggen te herkennen die herinneren aan vroegere waterlopen. Het meest opvallend is het lager gelegen gebied tussen de Warmse Weg en de ‘Warmsche Waterleiding’. Dit laatste is een oude waterloop die via het buurtschap Warm door het plangebied stroomt en daar via een vennetje in de Oude IJssel uitmondt. Zorgpark Warmse Water ontleent zijn naam aan dit beekje. De huidige boerderij met bijbehorende opstallen is, evenals omliggende boerderij-erven, op een hoger gelegen deel gesitueerd. Op afbeelding 3.1 is een aantal markante elementen in de omgeving aangegeven, waaronder natuurgebied het Waalse Water en kasteeltje de Kemnade, op de plek waar het Waalse Water de Oude IJssel ontmoet.
Ten noorden van de rivier, ontsloten vanaf de N317 komt het nieuwe Slingeland Ziekenhuis.
Afbeelding 3.1: Omgeving plangebied met karakteristieke structuren en elementen
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
7
2.2
Stedenbouwkundige visie Met het zorgpark wordt beoogd een beschermende en beschutte omgeving te maken waar mensen met een ernstige verstandelijke beperking kunnen leven in een rustige, veilige, ruime en toch overzichtelijke leefomgeving. Daarbij wordt aangesloten op de karakteristieken van het landschap en de omliggende boerenerven. De ruimtelijke opzet wordt gekenmerkt door vier vrij-liggende erven op de hogere ruggen in het landschap waarbinnen de bebouwing is geconcentreerd: drie woonzorg-erven voor de toekomstige cliënten en een woonerf met twee woningen als vervanging voor de voormalige boerderij. Tussen deze erven liggen open, landschappelijk ingerichte ruimtes met vrij doorzicht tussen de Oude IJsselweg en de rivier. De lager gelegen gebieden langs de Oude IJssel bestaan uit open blijvend landschap. Daar kunnen agrarische vormen van dagbesteding plaatsvinden (dierenweides, teelt van groentes en gewassen, een pluktuin enz.). Daarnaast zijn er voetpaden, verblijfsplekken en leent het gebied zich voor recreatief medegebruik. De zone langs het Warmse Water wordt natuurlijk ingericht en er komt een pad met begeleidende bomen. Voor de landschappelijke inrichting van het totale gebied is de toepassing van streekeigen beplantingen het uitgangspunt.
Om de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van het zorgpark verder te waarborgen is het bestemmingsplan aangevuld met een beeldkwaliteitsplan. Hierin staan de richtlijnen waaraan de landschappelijke inrichting en de beeldkwaliteit van de gebouwen moeten voldoen. Dit beeldkwaliteitsplan (‘Warmse Water, beeldkwaliteit landschap en bebouwing”) is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting.
Afbeelding 3.2: Ruimtelijk concept
Stedenbouwkundige uitwerking Onderstaande afbeelding geeft een mogelijke uitwerking van de hiervoor beschreven hoofdopzet. Voortbouwend op de karakteristiek van boerderij-erven in het landschap is voor de nieuwe zorgbebouwing en voor de woningen gekozen voor clustering in een erfopzet. Drie erven hebben een woonzorgfunctie en zijn ontsloten vanaf de Oude IJsselweg. Het westelijke erf is een woonerf en heeft zijn toegang aan de Warmse Weg. De bestaande waterstructuur ‘Warmse Water’ vormt daarbij de Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
8
scheiding tussen het woonerf en de drie zorgerven. Langs het Warmse Water wordt de recreatieve structuur versterkt. De erven zijn als groene clusters gepositioneerd op wisselende afstand van de weg. Het bestaande erf met zijn oprijlaan, oriëntatie van bebouwing en erfomvang is daarbij uitgangspunt voor het westelijke en grootste zorgerf. De erven hebben elk hun eigen karakter (bebouwingsvorm, beplantingen, brink, boomgaard) en zijn afgeschermd met hagen en meidoornwallen. Grootte en vorm van de erven varieert op een wijze die past bij de maat en schaal van het landschap en de typologie van erfbebouwing. De breedte van de erven varieert tussen de 60-90 meter. Tussen de erven bevinden zich open ruimtes met zichtlijnen naar het landschap. Deze weilanden zijn 50-80 m breed. De erven liggen op de hogere ruggen in het plangebied. In de lager gelegen gebieden langs de Oude IJssel is een open blijvend landschap met agrarische dagbesteding, voetpaden, verblijfsplekken en recreatief medegebruik. De randen van het plangebied (langs de Oude IJssel, Warmse Water, Oude IJsselweg en de oostrand) zijn zoveel mogelijk vrij en openbaar toegankelijk door middel van paden en routes.
Afbeelding 3.3: Stedenbouwkundige opzet
Programma Het zorgpark bestaat uit circa 10 woonzorggebouwen, ieder voor 11 of 12 cliënten. In totaal voorziet het zorgpark in maximaal 112 onzelfstandige verblijfseenheden, onderverdeeld in: - 88 verblijfseenheden voor volwassenen en kinderen/ jeugdigen met een ernstige verstandelijke beperking; - 24 verblijfseenheden voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel en bijkomende problematiek. De verblijfseenheden voor deze cliënten zijn geclusterd binnen de drie ‘zorg-erven’. Daar bevinden zich ook gebouwen met daarin voorzieningen voor dagbesteding, een regiokantoor (circa 600 m2 bruto vloeroppervlak, gemiddeld circa 10-15 medewerkers) en een klein expertisecentrum voor nietaangeboren hersenletsel (circa 250 m2 bruto vloeroppervlak, gemiddeld 4-5 medewerkers). Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
9
Binnen het middelste ‘zorg-erf’ wordt de mogelijkheid opengehouden voor de eventuele realisatie van een gezinshuis. Een gezinshuis is een woonvorm waarin zorgmedewerkers van Zozijn permanent wonen, samen met de (circa zes) cliënten die zij begeleiden en met eventuele andere gezinsleden. De vorm van zorgverlening is vergelijkbaar met een gezinssituatie, met de 'gezinsouders' als vaste begeleiders (in plaats van met een wisselende begeleiding). Het gezinshuis is geen onderdeel van de eerste planfase, maar biedt een eventuele mogelijkheid voor de toekomst. In het zuidwesten van het plangebied ligt het woonerf. Daar is ruimte gereserveerd voor twee reguliere, vrijstaande woningen met een gezamenlijke kapschuur. 2.3
Vertaling naar bestemmingsplan In het stedenbouwkundig plan (hoofdstuk 2.2) zijn de belangrijkste ontwerpprincipes benoemd. Deze zijn vertaald naar de bestemmingsplankaart (verbeelding), met als bestemmingen ‘Natuur’, ‘Maatschappelijk’, ‘Wonen’, ‘Agrarisch’ en ‘Water’. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn drie bouwvlakken opgenomen waarbinnen de bebouwing van de zorgerven nader kan worden uitgewerkt. Binnen deze bouwvlakken is het het maximum bebouwd oppervlak, het aantal gebouwen, de maximum oppervlakte per gebouw en het aantal wooneenheden gemaximeerd. Ook zijn een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Voor de gronden rondom de bouwvlakken is de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - tuingaarde’ opgenomen, waarbinnen een beperkte regeling geldt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken zoals plantenkasjes en verblijven voor huisdieren. Op deze manier is de landschappelijke inpassing van de zorgerven zoveel als mogelijk geborgd. Voor de twee vrijstaande woningen en de kapschuur is een woonbestemming opgenomen. Om de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van het zorgpark verder te waarborgen is het bestemmingsplan aangevuld met een beeldkwaliteitsplan. Hierin staan de richtlijnen waaraan de landschappelijke inrichting en de beeldkwaliteit van de gebouwen moeten voldoen.
Dit beeldkwaliteitsplan (‘Warmse Water, beeldkwaliteit landschap en bebouwing”) is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting.
Afbeelding 3.4: Toekomstige bestemmingsplankaart (verbeelding) Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
10
3.
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.
Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Planspecifiek In de NOVI worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. Het initiatief draagt bij aan de prioriteiten en afwegingen die worden genoemd in de NOVI. Het zorgpark speelt in op een combinatie van functies en in het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de kenmerken en de identiteit van het gebied (zie ook paragraaf 2.2). De realisatie van een zorgpark komt voort uit een concrete behoefte waardoor er geen sprake is van afwenteling. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
11
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Planspecifiek Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6, lid 2). Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.
De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een zorgpark, bestaande uit 112 onzelfstandige verblijfseenheden, met bijbehorende dagbesteding- en kantoorfuncties, en 2 reguliere woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig.
Planspecifiek De ontwikkeling is gericht op de realisatie van een zorgpark, bestemd voor mensen met een zodanig ernstige verstandelijke beperking dat huisvesting binnen een gewone woonwijk voor hen geen optie is. Dat zou voor hen te onveilig en te onvrij zijn en teveel onverwachte prikkels geven. Ook omwonenden in een woonwijk zouden niet gebaat zijn bij de komst van een dergelijke voorziening, vanwege de overlast die zij ervan kunnen ondervinden. De ontwikkeling is een initiatief van Stichting Zozijn, een instelling die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Zozijn is hoofdzakelijk actief in de provincies Gelderland en Overijssel (zie ook www.zozijn.nl) De doelgroep, waarop Zozijn zich voor deze locatie richt, heeft permanent behoefte aan een beschermende, beschutte en prikkelarme leefomgeving. Zowel om te wonen als voor dagbesteding, werk en vrijetijdsbesteding. Een rustgevende, landschappelijke ruimtelijke opzet met ruime afstand tussen de gebouwen is hiervoor zeer geschikt. Essentieel is de typering ‘beschermend en beschut’. Kort gezegd betekent dit dat mensen met een ernstige verstandige beperking leven in een rustige, veilige, Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
12
ruime en toch overzichtelijke omgeving met een positief leefklimaat, omringd door medewerkers, familie en vrijwilligers die hen liefdevol helpen hun omgeving te begrijpen en hen helpen zich te ontwikkelen in een natuurlijke omgeving. Om een aantal redenen is er in de regio rond Doetinchem dringend behoefte aan een dergelijk zorgpark. Allereerst is er al jaren een groeiende doelgroep van kinderen met een ernstige verstandelijke beperking in de regio (doelgroep K&J) waarvoor zo’n voorziening ontbreekt. Zozijn beschikt weliswaar over zorgpark De Lathmer in Wilp, waar ongeveer 360 volwassenen en 40 kinderen wonen, maar dit park heeft al een maximale bezetting. Ook biedt het gezien de afstand geen oplossing voor ouders in de regio Doetinchem. Zij vragen om een qua opzet vergelijkbaar zorgpark als in Wilp maar dan op een kleinere schaal. Zorgkantoor Menzis (zorgfinancier) ziet daarnaast een grote, blijvende toestroom van mensen met een ernstige verstandelijke beperking (de doelgroepen VG6 en VG7) die zijn aangewezen op bescherming en beschutting. Het gaat daarbij niet om een tijdelijke toename, maar om een langdurige, stabiele vraag die de komende decennia niet minder zal worden. Ook is er een aantal mensen met intensieve zorgvragen uit Achterhoek-De Liemers die nu in Wilp wonen en graag zouden terugverhuizen naar hun geboortegrond.
Menzis vraagt daarom om een uitbreiding van capaciteit in hun werkgebied, zoals zorgpark De Lathmer-Wilp. Ten derde beoogt Zozijn mensen met niet-aangeboren hersenletsel en bijkomende problematiek (de doelgroep NAH) woonruimte met intensieve begeleiding te bieden. Deze mensen vinden onvoldoende aansluiting in de huidige woongroepen. Daarnaast wil Zozijn één van de 14 in Nederland voorziene expertisecentra NAH+ oprichten. Tenslotte beoogt Zozijn een aantal bestaande (deels te kleine en/of verouderde) voorzieningen in de omgeving van Oude IJsselstreek en Doetinchem te combineren en te verplaatsen, en deze aan te vullen met nieuwbouw voor de eerder genoemde doelgroepen (‘VG’, ‘K&J en ‘NAH’). Een tweetal daarbij vrijkomende locaties kan mogelijk benut worden voor ouderenhuisvesting. Vanuit deze vragen heeft Zozijn de afgelopen jaren gezocht naar een locatie die voldoet aan de specifieke eisen voor een beschermende en beschutte leefomgeving. Het programma van eisen gaat uit van woon-en leefruimte voor tenminste 100 bewoners in een veilige, rustgevende, groene, omgeving men zo min mogelijk onverwachte prikkels. Op de locatie dienen tenminste 100 woonzorgeenheden te kunnen worden gerealiseerd, samen met voorzieningen voor dagbesteding en recreatie en ruimte voor andere ondersteunende functies. Daarvoor is een terrein nodig van tenminste circa 10 hectare.
Uit de zoektocht van de afgelopen jaren blijkt dat locaties die voldoen aan deze eisen uitermate schaars zijn. Van de 15 onderzochte locaties zijn er 14 afgevallen omdat deze niet aan de eisen voldeden. Uiteindelijk is met de locatie aan de Oude IJsselweg 3 in Terborg een plek gevonden die uitstekend voldoet aan de criteria. Voorliggende locatie aan de Oude IJssel biedt de ruimte voor een nieuw zorgpark, waarin veiligheid en geborgenheid gewaarborgd kan worden en een prikkelarme omgeving kan worden gecreëerd. Deze plek heeft alle potentie in zich om voor mensen met een verstandelijke beperking een beschermde, veilige, rustgevende en landschappelijke omgeving te realiseren, waar zij zich thuis kunnen voelen. Daarnaast zijn er ruime mogelijkheden om meerwaarde te creëren op het gebied van natuurontwikkeling en recreatie, die ook de wijdere omgeving ten goede komen. Het zorgpark wordt opgebouwd met voorzieningen voor wonen, dagbesteding, vrije tijd en logeren, zo mogelijk met kortdurende woonopvang/crisisopvang. De locatie ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. In het stedenbouwkundig plan is daarom aansluiting gezocht met de gebiedsvisie zoals vastgelegd in Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
13
het visie ‘Landschapspark Oude IJssel’ en de visie op landschap, natuur en groene kernen. Het zorgpark wordt zorgvuldig ingepast in de blauwe-groene zone, in het bijzonder het rivierenlandschap en in het waterbergingsgebied. Het stedenbouwkundig plan richt zich op het realiseren van een veilige, maar ook een zo open mogelijke structuur die ruimte blijft geven aan recreatieve en toeristische ontwikkelingen aan de Oude IJssel. De woningen binnen het zorgpark zijn onzelfstandige verblijfseenheden en tellen niet mee als reguliere woningen. De twee reguliere nieuwe woningen zijn bedoeld als compensatie voor de huidige bewoners van de boerderij die dient te worden gesloopt voor de realisatie van het zorgpark. Met het realiseren van een zorgpark en woningen op deze locatie wordt dus invulling gegeven aan een concrete behoefte. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan op passende wijze invulling geeft aan de Ladder van Duurzame Verstedelijking. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken wordt in de omgevingsvisie een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland centraal gesteld. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden.
Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
14
Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en deze dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken van de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken.
En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit.
• Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zorgpark, waardoor de continuïteit van de zorg voor nu en voor de toekomst wordt gewaarborgd. De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. Vanuit de ruimtelijke, landschappelijke en groene kwaliteiten van de omgeving is voorzien in een passend ontwerp, waarmee recht wordt gedaan aan de locatie. De nieuwbouw in het plangebied wordt gasloos gerealiseerd. Zonnepanelen en warmtepompen voorzien in een energieneutrale ontwikkeling. Zodoende wordt bijgedragen aan de creatie van een duurzame en toekomstbestendige omgeving. Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
15
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De regels in de Omgevingsverordening (geconsolideerd 1 februari 2022) vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerpen 'wonen' relevant. Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De regionale woonagenda draagt bij aan een passende en goede woningvoorraad in de provincie.
Klimaatadaptatie In de verordening wordt aangegeven dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt moet bevatten. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam zorgen woonaanbod in de provincie te garanderen dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de klimaatverandering. In de zone langs de Oude IJssel krijgt de natuur volop de ruimte. Deze karakteristieke open IJsselweiden wordt vrij gehouden als potentieel overstromingsgebied / waterberging (klimaat-adaptatie). Hier zijn volop mogelijkheden voor natuur- en landschapsontwikkeling. Delen in deze zone worden verlaagd ten gunste van waterberging. De bebouwing op de erven worden iets verhoogd ten opzichte van de omgeving (terp-achtig) naar ongeveer het peil van de huidige boerderij (circa 13,10 +NAP) en de omliggende boerderijen. Het westelijke zorgerf ligt dus al op deze hoogte. De andere erven dienen enkele decimeters te worden verhoogd. Hierdoor wordt de kans vergroot dat de bebouwing veilig en droog blijft bij piekbuien.
De bebouwing op de erven en de inrichting van het landschap zijn op elkaar afgestemd en vormen een samenhangend geheel. Om de benodigde waterberging te realiseren wordt in de lagere gedeeltes van het plangebied plaatselijk het maaiveld enkele decimeters afgegraven. De uitkomende grond wordt gebruikt voor de ophoging van de erven. Grondbalans en waterbalans blijven daardoor zo veel als mogelijk neutraal. Het gebied aan de overzijde van de Oude IJssel is in de provinciale omgevingsverordening aangeduid als ‘Groene ontwikkelingszone’. Het plangebied grenst hier niet aan. Voorgenomen ontwikkeling maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen deze zone, of ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op deze zone. Het plan grenst wel aan het in de omgevingsverordening aangewezen Gelders natuurnetwerk, waardoor een goede inpassing van het plan in het landschap van belang is. Zoals hiervoor benoemd is daarom aandacht besteed aan een passend ontwerp dat recht doet aan de locatie. Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
16
De landschappelijke inpassing is geborgd in het beeldkwaliteitplan, dat als bijlage 6 bij deze toelichting is opgenomen. De zone aan de Oude IJssel krijgt in dit bestemmingsplan een natuurbestemming, waarmee de openheid in deze zone wordt geborgd. Voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 In de regionale structuurvisie voor de Achterhoek zijn verschillende doelstellingen met elkaar vervlochten, namelijk: • een grotere dynamiek in de regio (door onder andere versterking van de regionale economie en het regionale woning- en voorzieningenaanbod); • het behoud van de eigen ruimtelijke kwaliteiten (zoals rust, ruimte en groen en kleinschaligheid). • de karakteristieke, relatief kleine schaal van zoveel mogelijk kernen in de Achterhoek behouden; De spanning die tussen beide bovengenoemde doelstellingen bestaat, maakt dat een zekere mate van concentratie en sturing van de stedelijke ontwikkelingen noodzakelijk is om bestaande kwaliteiten (zoals beleving van 'rust en ruimte') te behouden en ongewenste effecten (bijvoorbeeld verkeershinder en onveiligheid, afkalving voorzieningenniveau) te voorkomen. Dit is gevat in het gelaagd principe van concentratie. Hiervoor is onderscheid gemaakt in drie lagen, namelijk het landelijk gebied, het dorpenlandschap en de dragerzone. Het gelaagd principe heeft meerdere doelen, zoals: • de karakteristieke, relatief kleine schaal van zoveel mogelijk kernen in de Achterhoek behouden; • de leefbaarheid in dorpen en kleine kernen verbeteren.
Het nederzettingenpatroon van de Achterhoek wordt gezien als een dorpenlandschap, waarbij vitale dorpen de basis vormen voor de regionale werkgelegenheid, het voorzieningenaanbod en de leefbaarheid op het platteland. In de dorpen wordt ruimte geboden voor een toename van de woningvoorraad en voor het wijzigen van de woningvoorraad om deze beter op de vraag toe te snijden. In zijn algemeenheid geldt dat de groei van de woningvoorraad de ontwikkeling van de plaatselijke bevolkingsgroei zal volgen, rekening houdend met een eventuele verdergaande afname van de gemiddelde woningbezetting. Locaties voor de toevoeging van bebouwing voor wonen, werken, voorzieningen of recreatie en toerisme dienen in eerste instantie binnen de bestaande kernen te worden gezocht (inbreiden). De inbreiding mag echter niet zover gaan dat de voor dorpen karakteristieke groene gebiedjes uit het dorp verdwijnen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de dynamiek in de regio, door de toevoeging van een zorgpark in het buitengebied. De behoefte aan dit zorgpark op deze locatie is nader toegelicht in paragraaf 3.1.3. Het zorgpark is geïnspireerd op de karakteristieke kwaliteiten van het Oude IJssellandschap, waardoor het past bij de karakteristieke, relatief kleine schaal van de kernen in de Achterhoek.
Het plan past zodoende binnen de ambities en uitgangspunten uit de regionale structuurvisie. 3.3.2 Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 De Regionale Woonagenda is opgesteld door zeven Achterhoekse gemeenten in nauwe samenwerking met wooncorporaties, projectontwikkelaars en anderen. Deze geldt voor de periode 2023-2030. Concreet kent de Regionale Woonagenda vier regionale programmalijnen: 1. Vergroten woningvoorraad en versnelling productie;
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
17
2. Investeren in de kwaliteit van de bestaande woningen door zoveel mogelijk te verduurzamen en levensloopbestendig maken; 3. De Achterhoek, een plek voor iedereen – dus ook voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen. Hierbij geldt de landelijke afspraak om bij nieuwbouw 28% sociale huur en 32% betaalbare koop tot maximaal €355.000 te bouwen; en 4. Wonen als integrale gebiedsopgave, rekening houdend met andere gebruikers en doelen van de ruimte waar we met zijn allen gebruik van maken. Planspecifiek De ontwikkeling bestaat voornamelijk uit de realisatie van een zorgpark. De aanleiding voor de ontwikkeling is een aantoonbare behoefte aan (woon)zorgplekken voor mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. De woningen binnen het zorgpark zijn onzelfstandige verblijfseenheden en tellen niet mee als reguliere woningen. Daarnaast maakt het plan twee reguliere woningen mogelijk. Deze twee nieuwe woningen zijn bedoeld als compensatie voor de huidige bewoners van de boerderij die dient te worden gesloopt voor de realisatie van het zorgpark en zijn dus geen netto toevoeging van woningen aan de woningvoorraad De ontwikkeling draagt bij aan een toekomstbestendige woonomgeving en is niet in strijd met de regionale woonagenda. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. Speerpunten op het gebied van sociaal maatschappelijke opgaven zijn zelfredzaamheid, gezondheid, slimme clustering en de keten. Daarnaast moeten waardevolle structuren worden gekoesterd. Duurzaam behoud van de historische cultuurlandschappen betekent ook dat met aandacht voor de kwaliteit vooruit gekeken moet worden naar de nieuwe vormen van grondgebruik, zodat deze kunnen worden aangepast op de hedendaagse samenhang en ontwikkelingen in het landschap.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
18
Afbeelding 2.1: Uitsnede structuurvisiekaart (plangebied globaal rood omlijnd)
Planspecifiek Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangemerkt als ‘open rationeel landschap’ en ‘waterberging’. Het open rationeel landschap ten zuidwesten van de gemeente Oude IJsselstreek wordt gedomineerd door (grootschalige) agrarische bedrijvigheid. In dit gebied zijn ook de landbouwontwikkelingsgebieden gelegen. Ontwikkelingen kunnen alleen plaatsvinden als zij de agrarische bedrijvigheid in dit gebied niet verstoren. De gebieden aangeduid met waterberging betreffen gebieden die bij hoog water tijdelijk overstromen en zo het water vasthouden in het gebied. Met het plan is gezocht naar een zo goed mogelijke inpassing in het (rivieren)landschap. Er is gewerkt met open ruimtes en doorzichten richting het water. De toekomstige erven liggen op de hogere ruggen in het landschap en het lager gelegen gebied langs de Oude IJssel blijft open. Hiermee wordt gestreefd naar het het realiseren van een veilige maar ook zo open mogelijke structuur die ruimte blijft geven aan recreatieve en toeristische ontwikkelingen. Het plan past zodoende binnen de ambities en uitgangspunten uit de structuurvisie. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De gemeente Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien.
Deze opgaven staan beschreven in de toekomstvisie met de titel ‘Maak toekomst in Oude IJsselstreek’: 1. Benut de stroom van de Oude IJssel 2. Florerende Smart Industry 3. Vitaal platteland 4. De allernieuwste energie 5. Groene parels 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn 7. Het witte vel Planspecifiek Voor voorliggend bestemmingsplan zijn vooral de opgaven 1, 3, 5 en 6 van belang. De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. Daarnaast ziet de gemeente dat het platteland zich het komende decennium ontwikkelt tot Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
19
een multifunctioneel buitengebied, waarbij conform de opgave ‘Groene Parels’ ingezet wordt op het verder versterken van het karakteristieke landschap. De gemeente benut de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. De voorgenomen ontwikkeling van het zorgpark draagt bij aan het waarmaken van deze doelstellingen en past binnen de ambities en uitgangspunten uit de toekomstvisie. 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek In de woonvisie van de gemeente Oude IJsselstreek wordt de basis gelegd voor de wijze waarop de gemeente, samen met corporaties en huurders, de woningvoorraad bestendig wil maken voor een duurzame toekomst. De grootste opgave hiervoor ligt in de particuliere sector (slechts een kwart van de woningen in de gemeente wordt beheerd door woningbouwcorporaties). De gemeente is voornemens om een bijdrage te leveren aan het realiseren van klimaat-, energie- en duurzaamheidsdoelstellingen. In 2030 moet de gemeente energieneutraal zijn. Daarnaast laat de Woonmonitor na jarenlange stagnatie ook in de regio Achterhoek herstel van de woningmarkt zien. Verkooptijden dalen, prijzen stijgen en het aanbod van koopwoningen loopt terug. Er is echter sprake van een verschuiving in de woningvraag. Er is een tekort aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren.
Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die passen bij de toekomstige vraag. Om dit mogelijk te maken wil de gemeente flexibel om gaan met de nieuwbouwcapaciteit door nieuwbouw voor kleine huishoudens te realiseren. Planspecifiek De ontwikkeling bestaat voornamelijk uit de realisatie van een zorgpark. De aanleiding voor de ontwikkeling is een aantoonbare behoefte aan (woon)zorgplekken voor mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. De woningen binnen het zorgpark zijn onzelfstandige verblijfseenheden en tellen niet mee als reguliere woningen. Daarnaast maakt het plan twee reguliere woningen mogelijk. Deze twee nieuwe woningen zijn bedoeld als compensatie voor de huidige bewoners van de boerderij die dient te worden gesloopt voor de realisatie van het zorgpark en zijn dus geen netto toevoeging van woningen aan de woningvoorraad De ontwikkeling draagt bij aan een toekomstbestendige woonomgeving en is niet in strijd met de woonvisie. 3.4.4 Visie op wonen en zorg 55+ De visie Wonen en Zorg brengt de opgave in beeld die de gemeente Oude IJsselstreek heeft voor een meer geschikte woningvoorraad voor ouderen. De ambitie hierin betreft zowel woningbouw als de aanpassing van de bestaande woonvoorraad.
Naast wonen gaat dit ook om een goede en voor ouderen geschikte woonomgeving, een dienstenaanbod en de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten. De ambitie is uitgewerkt in drie thema’s: • Zorgzame buurten en wijken • Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen • Versterken zelfredzaamheid en eigen regie De visie vormt niet alleen een afwegingskader voor woonzorginitiatieven gericht op senioren. Het geldt ook voor woonzorginitiatieven gericht op andere inwoners, zoals mensen met een verstandelijke beperking, psychische problemen of jeugdigen met een zorgvraag. De gemeente toetst een initiatief op: • Vraaggestuurdheid • Meerwaarde ten aanzien van bestaand aanbod Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
20
• • •
Toekomstbestendigheid Mate van passendheid bij onze uitgangspunten in het sociaal domein Ruimtelijke ordening / woonbeleid
Planspecifiek Met voorgenomen ontwikkeling worden onzelfstandige verblijfseenheden gerealiseerd voor mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met nietaangeboren hersenletsel. De behoefte en de vraag naar dit zorgpark op deze locatie is nader toegelicht in paragraaf 3.1.3. Daarnaast is het initiatief passend binnen de uitgangspunten uit het sociaal beleid en sluit het aan bij het gemeentelijk woonbeleid. 3.4.5 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De (regionale) 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' zijn in sep 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De lokale kwaliteitscriteria zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen: Het is van belang dat een woningbouwplan voorziet in de bouw van de 'juiste' woningen zodat het een kwalitatieve toevoeging aan de woningvoorraad is.
Dit wordt 'aantoonbare behoefte' genoemd. Deze aantoonbare behoefte is niet gemaximaliseerd op een aantal te bouwen woningen per gemeente of kern. Vanuit het AWLO blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt. De gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur. Met de bouw van de 'juiste' woningen op deze locaties, snijdt het mes aan twee kanten. De problematiek van (langdurig) leegstaand vastgoed met een negatieve impact op de omgeving wordt minder en de woningbehoefte wordt deels ingevuld. Planspecifiek Zoals in paragraaf 3.1.2 en 3.3.3 toegelicht voorziet het initiatief in een concrete, aantoonbare woon- en zorgbehoefte. Hiermee is het plan passend binnen de lokale kwaliteitscriteria. 3.4.6 Welstandsnota Het welstandsadvies in de gemeente Oude IJsselstreek wordt verstrekt door een onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de toetsing wordt rekening gehouden met het gemeentelijk welstandsbeleid dat voor het betreffende gebied of bouwwerk is vastgesteld en is vastgelegd in de Welstandsnota. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen.
Planspecifiek De stedenbouwkundige opzet is met de commissie Ruimtelijke Kwaliteit besproken. Toetsing vindt plaats bij vergunningverlening. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit beoordeelt uiteindelijk de aanvraag.
Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
21
Specifiek voor deze locatie wordt, gelijktijdig met het bestemmingsplan en in afstemming met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit plan met als titel: ‘Zorgpark Warmse Water, beeldkwaliteit landschap en bebouwing’ worden zowel kwalitatieve richtlijnen voor de bebouwing als voor de landschappelijke inrichting van de omgeving gegeven. Het beeldkwaliteitsplan is tevens opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. Het beeldkwaliteitsplan wordt, na vaststelling door de raad, onderdeel van het welstandsbeleid en vormt dan de basis voor de beoordeling van de plannen door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 3.4.7 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen In april 2021 is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld. De visie beschrijft de uitdagingen waar de gemeente Oude IJsselstreek voor staat. In de visie zijn deze uitdagingen vertaald in drie uitgangspunten: behouden van de basiskwaliteit van het landschap, stimuleren en samenwerken met inwoners voor aanleg van landschap en groen. En de gemeente gaat zelf aan de slag met het versterken van landschap en groen, bijvoorbeeld ter voorkoming van de hittestress in de kernen.
Planspecifiek De visie geeft tal van aanknopingspunten voor de uitwerking van het door Zozijn beoogde zorgpark, zoals: • accent op samenwerking en op de vorming van nieuwe coalities; • de thema’s agrarische transitie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit; • pleidooi voor groene begeleiding van oude structuren, in dit geval structuurversterkende boomaanplant langs de Oude IJsselweg; • versterking van de Oude IJssel als ecologische verbinding en als groene long; • IJsselweides en openheid; • versterking van recreatie en natuurbeleving; • natuur-inclusief bouwen en toevoeging van nieuwe landschapselementen; • versterking van het rivierenlandschap (zoals knipheggen, struweelheggen, rietkragen, greppels, weteringen, elzensingels en knotwilgen). Voor de hoger gelegen delen knoteiken boerenbosjes en hoogstamboomgaarden. In het beeldkwaliteitsplan, zoals hiervoor beschreven, zijn deze aanknopingspunten meegenomen, zodat deze bij de uitwerking van de plannen geborgd kunnen worden. Behalve in huisvesting voor mensen met een verstandelijke beperking draagt het zorgpark ook bij aan het versterken van de recreatieve functie langs de Oude IJssel. Bijvoorbeeld door realisering van openbaar toegankelijke wandel- en fietsverbindingen, visplekken, (dag)recreatie en de verkoop van eigengemaakte producten.
Hiermee draagt het plan bij aan de ambities van de gemeente op het gebied van recreatie, natuurbeleving en landschap. 3.4.8 Landschapspark Oude IJssel In december 2021 is het visiedocument ‘Landschapspark Oude IJssel’ vastgesteld. Het Landschapspark is een park rondom de Oude IJssel. Het park verbindt de kernen in de gemeente. Met de hulp van inwoners, de raad, grondeigenaren en andere belanghebbenden, heeft de gemeente de mogelijkheden en behoeftes over het gebied rondom de Oude IJssel verkend en vertaald in een toekomstbeeld voor de komende 20 tot 30 jaar. Planspecifiek In relatie met de visie zijn voor de ontwikkeling de volgende uitgangspunten opgesteld: • Geef het ontwerp een open karakter en zo min mogelijk het karakter van een gesloten instelling Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
22
• • • • •
Gebruik het plangebied optimaal door het gebruik van ruggen en geulen in het landschap. Houdt daardoor rekening met bouwen in een wateropvang gebied. Gebruik voor de bebouwing de hoge ruggen en denk over bebouwing op een terp. Knip de bebouwing in meer kleinere clusters (erven) op. Maak de architectuur uniek en in lijn met het stedenbouwkundig/landschappelijk ontwerp bijvoorbeeld door gebruik van hout, met groene gevels en geïntegreerd in het landschap. • Behoud het doorzicht naar de Oude IJssel in combinatie met de veiligheid van de bewoners. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de stedenbouwkundige planopzet en in het beeldkwaliteitsplan, zoals toegelicht in paragraaf 2.2. 3.4.9 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig - Klimaatagenda 2022-2026 De Klimaatagenda 2022 – 2026 beschrijft de visie van de gemeente en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst. Hierbij hoort tevens een uitvoeringsagenda waarin staat welke maatregelen de gemeente neemt in de periode 2022 tot en met 2026. De strategie van de gemeente houdt in dat er bij alle projecten van de gemeente rekening wordt gehouden met het veranderende klimaat. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met inwoners en agrariërs in het gebied, met waterschap Rijn en IJssel, buurgemeenten, provincie en met natuurbeheerorganisaties. Aan de hand van vijf pijlers wordt de visie van de gemeente op klimaatadaptatie geformuleerd: 1.
Adaptief landelijk gebied 2. Woonkernen gezond en groen 3. Calamiteitenorganisatie 4. Klimaatbestendig ontwikkelen 5. Betrokken en actieve mensen Per pijler is beschreven welke specifieke knelpunten en opgaven er worden gezien en hoe de gemeente die concreet gaar aanpakken. Ook wordt beschreven in de agenda welke rol de gemeente heeft en welke partijen nodig zijn om Oude IJsselstreek klimaatbestendig te maken. Daarnaast is in de agenda vastgesteld welke projecten er de komende jaren worden uitgevoerd en hoe deze gefinancierd en georganiseerd worden. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de strategie en de visie uit de klimaatagenda. De bebouwing op de erven worden iets verhoogd ten opzichte van de omgeving (terp-achtig) naar ongeveer het peil van de huidige boerderij (circa 13,10 +NAP) en de omliggende boerderijen. Het westelijke zorgerf ligt dus al op deze hoogte. De andere erven dienen enkele decimeters te worden verhoogd. Hierdoor wordt de kans vergroot dat de bebouwing veilig en droog blijft bij piekbuien. De bebouwing op de erven en de inrichting van het landschap zijn op elkaar afgestemd en vormen een samenhangend geheel. Om de benodigde waterberging te realiseren wordt in de lagere gedeeltes van het plangebied plaatselijk het maaiveld enkele decimeters afgegraven. De uitkomende grond wordt gebruikt voor de ophoging van de erven.
Grondbalans en waterbalans blijven daardoor zo veel als mogelijk neutraal. Uitgangspunt is dat een nieuwe ontwikkeling minimaal waterneutraal wordt gerealiseerd. Het afstromende hemelwater zal worden gebufferd en vastgehouden binnen het plangebied. Hiermee draagt het plan bij aan een klimaatbestendige ontwikkeling en een adaptief landelijk gebied. 3.5
Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Buitengebied, zorgpark Warmse Water” Toelichting Vaststelling
23
4.
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1 Kader Het inwerkingtredingsbesluit wijziging Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. In dit gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure omtrent de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het besluit is aangepast en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw kan sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in D 11.2, kolom 1, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.
Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn: in bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan, dat betrekking heeft op activiteiten, die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. 4.1.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit mer (categorie 11.2).