CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 15: TAM-omgevingsplan ‘Buitengebied, locatie Molenweg 19 en Den Dam 2 Breedenbroek’20.415 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering wijzing omgevingsplan “Buitengebied, locatie Molenweg 19 en Den Dam 2 Breedenbroek”

Opdrachtgever Rougoor Den Dam 2 7084 AT Breedenbroek

Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde Info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 6 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 9 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 9

2.

Beschrijving van het plan..................................................................................................... 10 2.1 Huidige situatie ......................................................................................................... 10 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 19

3.

Beleid ................................................................................................................................. 20 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 20 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 20 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 21 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 22 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 22 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 23 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 23 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 24 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 25 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 25 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................

26 3.3.3 Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028................ 26 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 27 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 27 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek .................................................................. 27 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 28 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 29 3.4.5 Notitie Uitbreiding niet-agrarische bedrijven in het buitengebied ................ 29 3.4.6 Visie op landschap, natuur en groene kernen .............................................. 31 3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 32 3.4.7 Welstand ................................................................................................... 33

4.

Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 34 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 34 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 36 2

4.3 Natuur ...................................................................................................................... 38 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 43 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 45 4.6 Geur ......................................................................................................................... 47 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 47 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 48 4.9 Water ....................................................................................................................... 51 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 54 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 54 4.12 Milieueffectrapportage ...........................................................................................

55 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 56 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 56 5.

Juridische planopzet............................................................................................................ 58 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 58 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 58 5.3 Aanvraagvereisten .................................................................................................... 59 5.4 Algemene regels ....................................................................................................... 59 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 59

6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 60 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 60 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 60 Bijlagen 1. Milieutekening 2. Verkennend bodemonderzoek a. Briefrapport verkennend asbestonderzoek 3. Akoestisch onderzoek 4. Digitale watertoets 5. Quickscan flora en fauna a. Nader onderzoek buizerd

3

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Voor het perceel gelegen naast de locatie Molenweg 19, op de hoek Molenweg-Den Dam, en voor de bedrijfslocatie Den Dam 2 te Breedenbroek spelen twee met elkaar samenhangende ontwikkelingen: 1. Voor het perceel gelegen naast de locatie Molenweg 19 (formeel onderdeel uitmakend van de bedrijfsbestemming voor de locatie Den Dam 2) bestaat de wens om de bestemming/functie om te zetten van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’, zonder dat hierbij mogelijkheden worden gecreëerd voor woningbouw. 2. Voor de locatie Den Dam 2 is met de huidige sportactiviteiten sprake van strijdigheid met het omgevingsplan. Dat geldt tevens voor het nabijgelegen bosje waarin ook sportactiviteiten plaatsvinden. De ontwikkelingen zijn niet toegestaan of mogelijk te maken op grond van het geldende omgevingsplan. Beide ontwikkelingen moeten daarom in samenhang met elkaar worden geregeld middels een wijziging van het omgevingsplan. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO. Op 15 februari 2023 heeft de gemeente Oude IJsselstreek een principe-uitspraak gedaan waarbij is aangegeven dat onder voorwaarden medewerking kan worden verleend aan het principeverzoek om bovenstaande ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. De planlocatie is kadastraal bekend onder gemeente Gendringen, sectie A, nummers 2928, 2587, 2719 (ged.) en 2933 (ged.). Zie figuur 1 voor een luchtfoto met daarop aangegeven de kadastrale percelen en de begrenzing van de planlocatie.

4

Van bedrijf naar wonen

Sportterrein Sportbosje

Figuur 1: ligging planlocatie (rood omkaderd) (bron:kadastralekaart.nl)

De planlocatie grenst aan de oostzijde aan Den Dam en aan de noordzijde aan de Molenweg. Aan de zuidzijde grenst de planlocatie aan de Keizersbeek. Aan de kant van de Molenweg bevinden zich meerdere bestaande en geprojecteerde burgerwoningen en recreatiewoningen, een bedrijf en een historische korenmolen (Kempermolen). Aan de kant van de Den Dam bevindt zich ten oosten van de planlocatie een agrarisch loonbedrijf. Iets verderop liggen aan Den Dam enkele burgerwoningen en een zorgboerderij. Daarnaast is op de hoek Den Dam-Molenweg een nutsvoorziening aanwezig in de vorm van een elektriciteitshuisje. Voor het overige zijn de omliggende gronden in gebruik als agrarische cultuurgrond. Op grotere afstand van de planlocatie bevinden zich agrarische bedrijven. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf ligt op een afstand van circa 420 meter van de planlocatie. Zie figuur 2 voor de ligging van de planlocatie ten opzichte van de omgeving.

5

Figuur 2: ligging planlocatie (bij marker) ten opzichte van omgeving

1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het op 28 juni 2018 vastgestelde en onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de planlocatie gelden de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Bos’. Ter plaatse van de enkelbestemming ‘Bedrijf’ is sprake van een bouwvlak met een functieaanduiding voor een bedrijfswoning. De maatvoering voor het maximum bebouwd oppervlak is hier begrensd op 1090 m2, terwijl de maximum bouwhoogte 7 meter en de maximum goothoogte 5 meter bedragen. Voor de volledige planlocatie geldt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’. Er is op de planlocatie geen sprake van dubbelbestemmingen. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden (zie figuur 3) zijn bestemd voor: 1. een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2 van de planregels; 2. kantoor; 3. productiegebonden detailhandel; 4. wonen in een bedrijfswoning; 5. aan huis verbonden beroep; 6. kleinschalige windturbines en zonnepanelen voor de eigen energievoorziening; 7. bijbehorende bouwwerken, paden, wegen, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorziening. 6

Figuur 3: enkelbestemming ‘Bedrijf’ (bron: Regels op de kaart)

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden (zie figuur 4) zijn bestemd voor: 1. bosgebieden; 2. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden; 3. behoud van zandwegen; 4. extensief (dag)recreatief medegebruik; 5. fiets- en wandelpaden; 6. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; 7. bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.

Figuur 4: enkelbestemming ‘Bos’ (bron: Regels op de kaart)

7

De gronden ter plaatse van de ‘vrijwaringszone - molenbiotoop 2’ (zie figuur 5) zijn mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de functie van de molen als werktuig. Hier gelden specifieke regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte om de windvang van de molen niet te belemmeren.

Figuur 5: gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ (bron: Regels op de kaart)

De beoogde ontwikkelingen zijn niet mogelijk te maken op grond van het omgevingsplan. Weliswaar bevat het omgevingsplan een afwijkingsbepaling (die via het overgangsrecht onder de Omgevingswet een beoordelingsregel is geworden), waarmee bedrijven in dezelfde milieucategorie en vergelijkbare milieubelasting middels een omgevingsvergunning zijn toe te staan, maar de functieverandering van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ is niet binnenplans mogelijk te maken. Ook moeten de sportactiviteiten in het bosje (met de functie ‘Bos’) via een buitenplanse procedure worden gelegaliseerd. Om die reden wordt ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan met een TAM-IMRO-procedure.

8

In de beoogde situatie vindt een bepaalde mate van verevening plaats doordat een deel van de bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een tuinbestemming. Als extra verevening voor de legalisatie van de activiteiten is de afwijkingsbepaling voor uitbreiden van de oppervlakte van bebouwing, zoals opgenomen in het moederplan, geschrapt in voorliggende wijziging van het omgevingsplan. Verder is nadrukkelijk sprake van een maatwerklocatie waarbij voor de sporttoestellen in het bosje een specifieke maximale bouwhoogte en oppervlakte gelden. Daarnaast geldt voor de functie ‘Bos’ een vergunningplicht voor bepaalde werken en werkzaamheden, zodat hier niet zondermeer van alles direct mogelijk is op grond van de regeling in voorliggende wijziging van het omgevingsplan.

1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt. Wel heeft participatie plaatsgevonden in de buurt via mondelinge communicatie. Daarbij is gesproken met zowel de omwonenden als de initiatiefnemers voor de plannen voor woningbouw en recreatiewoningen op de locatie Molenweg 21-23. Hieruit zijn in algemene zin geen reacties naar voren gekomen die aanleiding hebben gegeven om het plan als zodanig aan te passen. Wel zijn naar aanleiding van een ingediende melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer klachten over overlast naar voren gekomen van een omwonende. Die klachten hebben aanleiding gegeven tot meerdere gesprekken op de bedrijfslocatie, waarbij ook vertegenwoordigers van de gemeente Oude IJsselstreek en de Omgevingsdienst Achterhoek betrokken zijn geweest. Op grond van die gesprekken zijn er vanuit het bedrijf maatregelen genomen om de desbetreffende omwonende tegemoet te komen.

Die maatregelen bestonden uit het eerder uitschakelen van de terreinverlichting (om 22:00 uur), het weghalen van voor deze omwonende hinderlijke verlichting en wijzigen van de looproute over de straat langs de woning door een doorgang te maken naast het ijzeren hek bij de achterste parkeergelegenheid teneinde geluidhinder te reduceren. Deze omwonende heeft uiteindelijk de woning verkocht en is vertrokken. Vanuit de overige omwonenden bestaan geen bezwaren tegen de activiteiten op het terrein.

1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

9

2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat uit de volgende drie deellocaties (zie figuur 1): 1. het naar ‘Wonen’ om te zetten perceel op de hoek van de Molenweg en Den Dam; 2. het bedrijfsperceel waarop de sportactiviteiten plaatsvinden; 3. het bosje waarin eveneens sportactiviteiten plaatsvinden. Deellocatie 1: naar ‘Wonen’ om te zetten perceel Het betreft een aan de Molenweg 19 grenzend, grotendeels onverhard perceel, met in de zuidwesthoek een schuur (zie figuur 6 en 9). In het verleden is de deellocatie in gebruik geweest voor bedrijfsdoeleinden, maar daarvan is al geruime tijd geen sprake meer. Momenteel is sprake van een tuin/grasveld met (vrijwel) rondom een laag hekwerk. Op de deellocatie bevindt zich struweel aan beide straatkanten (zie figuur 7 en 8). Op de deellocatie bevindt zich een oprit dat ontsluit op de Molenweg. Er bevinden zich hier en in de directe omgeving geen watergangen.

Figuur 6: luchtfoto met begrenzing deellocatie Molenweg (bron: kadastralekaart.nl)

Figuur 7: foto van zijde Den Dam (bron: Google Streetview)

10

Figuur 8: foto van zijde Molenweg (bron: Google Streetview)

Figuur 9: foto van schuur (bron: Google Streetview)

11

Deellocatie 2: terrein met sportactiviteiten Het betreft een grotendeels verhard terrein met daarop meerdere bedrijfsgebouwen, (klim)toestellen en een bedrijfswoning. Voorheen was hier sprake van een bedrijf dat zich specialiseerde in producten van tuinhout. Geleverd werden o.a. blokhutten, bergingen, carports, hekwerken, speeltoestellen en tuinmeubelen. Deze bedrijfsactiviteiten zijn per 1 december 2017 gestopt en is het bedrijf gesloten. Het terrein is daarna in gebruik genomen voor sportactiviteiten alsmede twee webwinkels (survivalmaterialen.nl en sport-balance.nl), die ook twee keer in de week als fysieke winkel zijn geopend: op vrijdag van 10:00 tot 18:00 uur en op zaterdag van 10:00 tot 16:00 uur. Deze winkel met bijbehorend magazijn is gevestigd in één gebouw op het perceel. Het aanbod van producten ligt in het verlengde van de bedrijfsactiviteiten waarvan op deze locatie sprake is en houden dus verband met de survivalrunsport. Het gaat om de verkoop van kleding, schoenen, hindernissen, voeding, accessoires en verzorging. Wekelijks bezoeken zo’n 10 tot 20 klanten de fysieke winkel. Het sportcentrum bestaat uit meerdere inpandige sportruimtes en buitenruimtes die zijn gericht op survivalruns en vitaliteitsontwikkeling. Op het terrein bevinden zich in verband daarmee een crossfitrek, klimstellages en diverse survivalmaterialen.

Voor de verschillende oefeningen wordt gebruik gemaakt van bluetooth speakers, die op relatief bescheiden geluidniveau muziek afspelen. Gesproken instructies worden onversterkt doorgegeven. De inpandige sportruimtes zijn gerealiseerd in de voormalige bedrijfsgebouwen van het tuinhoutbedrijf. Hierin bevinden zich vooral gewichten en fitnesstoestellen. Daarnaast is sprake van een ruimte met douches en toiletten en zijn er meerdere opslagruimtes. Op de eerste verdieping van de bedrijfswoning bevinden zich een kantoor en ontvangstruimte. In een ander gebouw bevinden zich de webwinkels, inclusief showroom. Ontsluiting vindt plaats via twee inritten op Den Dam. Aan de zijde van Den Dam bevinden zich direct aan de weg eerst vijf verharde parkeerplaatsen en iets verderop tien onverharde parkeerplaatsen voor een hekwerk met poort. In het geval van evenementen met meer bezoekers is er extra parkeerruimte op het terrein achter de poort. Het perceel is aan de zijde van Den Dam landschappelijk ingepast met verschillende bomen. Daarnaast is sprake van enkele solitaire bomen, struweel en borders met wilde bloemenmengsel. Op het terrein is verlichting aanwezig in de vorm van lichtmasten, zodat hier ook ’s avonds kan worden gesport in de donkere perioden van het jaar.

12

Figuur 10: luchtfoto met begrenzing deellocatie 2 (bron: kadastralekaart.nl)

Voor deze locatie is op 14 december 2023 een melding ingediend op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Die melding had betrekking op de sportactiviteiten en webwinkels waarop ook voorliggende wijziging van het omgevingsplan (mede) betrekking op heeft. De melding is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek en compleet bevonden. Dit is bevestigd bij schrijven van 19 december 2023. In figuur 11 en bijlage 1 is de milieutekening behorende bij deze melding weergegeven.

13

Figuur 11: milieutekening (zie bijlage 1 voor tekening in grootformaat)

14

Figuur 12: crossfitrek

Figuur 13: touwklimrek

15

Figuur 14: toestellen en terrein

Figuur 15: foto verharde parkeerplaatsen Den Dam (bron: Google Streetview)

Figuur 16: foto onverharde parkeerplaatsen Den Dam (bron: Google Streetview)

16

Deellocatie 3: bosje Het betreft een bosje waarin een klimstellage is gerealiseerd met een lengte van 53 m (zie figuur 17 voor de begrenzing van deellocatie 3). Die klimstellage heeft grotendeels een hoogte van 3 meter, maar op enkele punten is de hoogte 3,3 meter. De klimstellage neemt in totaal een oppervlak van 805 m2 in (zie figuur 18). Zie figuur 19 voor een tekening van de klimstellage en figuur 20 voor een foto hiervan. Het bosje is niet rechtstreeks ontsloten op de openbare weg, maar alleen te voet bereikbaar via een graspad vanaf de zuidzijde van deellocatie 2. Door het bosje lopen enkele smalle paden waarop kan worden hardgelopen.

Figuur 17: luchtfoto met begrenzing deellocatie 3 (bron: kadastralekaart.nl)

17

Figuur 18: luchtfoto met begrenzing deellocatie 3 (bron: kadastralekaart.nl)

Figuur 19: 3D-tekening klimstellage in bosje

Figuur 20: foto klimstellage in bosje

18

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het in paragraaf 2.1 beschreven gebruik voortgezet, maar voorzien van een passende planologische regeling. De sportactiviteiten op zowel de bedrijfslocatie als in het bosje leiden momenteel tot strijdigheid met het omgevingsplan. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet onder meer in het opheffen van deze strijdigheid. Hierbij wordt de fysieke winkel specifiek aangeduid als verkoopruimte (detailhandel) en wordt er een maximale oppervlakte aan toegekend. Uitbreiding van de verkoopruimte is daarmee niet mogelijk. Daarnaast wordt voor het perceel op de hoek Molenweg/Den Dam het toegestane gebruik omgezet van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. Daarbij wordt het toegestaan om dit perceel in gebruik te nemen als tuin bij de bestaande woning Molenweg 19, zonder dat hier extra mogelijkheden voor woningbouw ontstaan. Ontsluiting en andere zaken veranderen niet ten opzichte van de feitelijk bestaande situatie. In de beoogde situatie vindt een bepaalde mate van verevening plaats doordat een deel van de bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een tuinbestemming. Als extra verevening voor de legalisatie van de activiteiten zijn de afwijkingsbepalingen voor uitbreiden van de oppervlakte van bebouwing, zoals opgenomen in het moederplan, geschrapt in voorliggende wijziging van het omgevingsplan.

Verder is nadrukkelijk sprake van een maatwerklocatie waarbij voor de sporttoestellen in het bosje een specifieke maximale bouwhoogte en oppervlakte gelden. Daarnaast geldt voor de functie ‘Bos’ een vergunningplicht voor bepaalde werken en werkzaamheden, zodat hier niet zondermeer van alles direct mogelijk is op grond van de regeling in voorliggende wijziging van het omgevingsplan.

19

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

20

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen zoals die mogelijk worden gemaakt met voorliggende wijziging van het omgevingsplan. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het initiatief bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De functieverandering naar sportcentrum geeft een passende invulling van een voormalige bedrijfslocatie, die aanzienlijk meer milieuhinder richting omgeving gaf dan de huidige sportactiviteiten. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • De dienstenrichtlijn (art.

5.1a Bkl); • Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); • Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het

21

omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het gestelde in de Omgevingswet. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Wat moet worden verstaan onder ‘een andere stedelijke voorziening’ volgt uit de hieromtrent gevormde jurisprudentie. De functieverandering van een bedrijf naar sportcentrum met webwinkels c.q. de functieverandering van bedrijf naar tuin bij een woning is op basis daarvan niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. In het kader van de laddertoets moet namelijk worden beoordeeld of sprake is van een nieuw of groter beslag op de ruimte. Dus of het ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan het geldende omgevingsplan toestaat, inclusief de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Weliswaar kan het gebruik van het bosje voor sportdoeleinden worden gezien als een uitbreiding van het ruimtebeslag, maar enerzijds kan dit worden gezien als meervoudig ruimtegebruik (het blijft een bosje) en anderzijds is dit gebruik onvoldoende substantieel om te kunnen spreken van een stedelijke ontwikkeling. Een verdere laddertoets is daarom niet aan de orde. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met het hieromtrent gestelde in het Bkl. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De agenda kent drie kerndoelen: • Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 22

• •

2030, met als streven twee derde betaalbaar. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen.

Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft geen betrekking op de realisatie van woningen, zodat de Nationale Woon- en Bouwagenda hierop niet van toepassing is. Conclusie Nationale Woon- en Bouwagenda ziet niet toe op voorliggend initiatief.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie.

23

Beoordeling initiatief Het initiatief levert geen strijdigheid op met de provinciale omgevingsvisie. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: • ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten; • milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu; • waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur; • natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur. De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving.

De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); • Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); • Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); • Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); • Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); • Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); • Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, landschap, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling.

De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld op het gebied van onder meer Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. Er gelden specifieke aandachtspunten voor deze projectlocatie in relatie tot de in de omgevingsverordening opgenomen instructieregels voor erfgoed (molenbiotoop Kempermolen) en klimaat. Zoals blijkt uit paragraaf 4.2 en paragraaf 3.4.6 leiden die instructieregels niet tot zodanige belemmeringen dat hierdoor de uitvoerbaarheid van het plan in het geding is of dat hiervoor specifieke maatregelen nodig zijn. 24

Daarnaast zijn in omgevingsverordening specifieke regels opgenomen ten aanzien van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied. In artikel 5.72 lid 3 is geregeld dat uitbreiding van de solitaire bedrijvigheid in het buitengebied, die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 m2 en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 m2, kan worden toegelaten onder bepaalde voorwaarden. Op grond van het geldende omgevingsplan is het maximum bebouwd oppervlak op het bedrijfsperceel 1090 m2. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van bedrijfsbebouwing, zodat de omgevingsverordening niet aan dit initiatief in de weg staat. De klimstellage in het bosje is een bouwwerk geen gebouw zijnde, zodat de provinciale instructieregel hierop geen betrekking heeft. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen.

Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Het voorliggende initiatief past binnen de transitie van het platteland. Door de beoogde functieverandering krijgt de bedrijfslocatie een toekomstbestendige invulling en wordt een bestaande woning aantrekkelijker door vergroting van de tuin. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012.

25

3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur.

Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft geen betrekking op de realisatie van woningen. Wel wordt de aantrekkelijkheid van een bestaande woning vergroot door de toevoeging van tuinoppervlak. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. 3.3.3 Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028 In het Regionaal Programma Werklocaties 2024-2028 hebben gemeenten in de Achterhoek regionale programmeringsafspraken gemaakt met als doel te voorzien in toekomstbestendige bedrijventerreinenvoorraad. De afspraken gelden voor de periode 2024 tot en met 2028 en zijn bedoeld om te voorzien in de ruimtebehoefte voor de periode 2023 tot en met 2030, en kijken tevens vooruit naar de periode tot en met 2040.

Met ruimtebehoefte wordt gedoeld op zowel de kwantiteit – de omvang van de ruimtebehoefte per werkmilieu in hectare – als de kwalitatieve ruimtebehoefte – de uitstraling en toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen. De afspraken hebben eveneens betrekking op de wijze waarop de gemeenten onderling afstemmen over initiatieven op en ontwikkeling van bedrijventerreinen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft geen betrekking op een locatie op een bedrijventerrein of op een bedrijf dat in aanmerking komt voor verplaatsing naar een bedrijventerrein. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met het Regionale Programma Werklocaties Regio Achterhoek 2024-2028. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028.

26

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de realisatie van woningen. Wel wordt de aantrekkelijkheid van een bestaande woning vergroot door de toevoeging van tuinoppervlak. Verder sluit een (deels) outdoor sportcentrum op deze plek goed op de doelstelling uit de Structuurvisie om nieuwe economische dragers te faciliteren in het buitengebied. Zoals blijkt uit hoofdstuk 4 zijn de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij niet in het geding. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025.

3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •

Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.

•

Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).

•

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.

•

De allernieuwste energie

27

In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. •

Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.

•

Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.

•

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De ontwikkeling draagt bij aan een vitaal platteland. Het sporten in de buitenlucht is positief voor de gezondheid. Een dergelijke sportaccommodatie past prima in de gedachte van een multifunctioneel buitengebied en vormt hiervoor een nieuwe economische drager. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad • Woonzorg • Verduurzaming • Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de realisatie van woningen. Wel wordt de aantrekkelijkheid van een bestaande woning vergroot door de toevoeging van tuinoppervlak. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek.

28

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn een aanvulling op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Binnen de kwalitatieve toetsingscriteria is het voor de individuele gemeenten mogelijk om als verdere uitwerking daarvan lokale kwaliteitscriteria vast te stellen en zo te sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek deze vastgesteld in de notitie 'lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Samen vormen de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw en de Lokale kwaliteitscriteria het nieuwe kader voor het toetsen van woningbouwplannen. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties.

Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: • verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en). • woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. • verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Beoordeling initiatief De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de realisatie van woningen. Wel wordt de aantrekkelijkheid van een bestaande woning vergroot door de toevoeging van tuinoppervlak. De ontwikkeling levert geen strijdigheid op met de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek. 3.4.5 Notitie Uitbreiding niet-agrarische bedrijven in het buitengebied Op 19 mei 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de notitie ‘Uitbreiding niet-agrarische bedrijven in het buitengebied’ vastgesteld. Deze notitie biedt een kader voor uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied door tot een zorgvuldige afweging te komen tussen landschappelijke en economische belangen. Daarbij worden een stappenplan en een beslisboom gehanteerd.

Beoordeling initiatief In relatie tot het stappenplan en de beslisboom uit de notitie kan worden opgemerkt dat in dit geval sprake is van maatwerk, waarbij er een bepaalde mate van verevening plaatsvindt doordat een deel van de bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een tuinbestemming. Er is geen berekening te maken die in dit geval de lading dekt, zoals dat normaal gesproken speelt bij de uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied. De planologische uitbreiding van het bedrijf met het sportbosje is niet te vergelijken met uitbreiding van een bedrijfsperceel met extra bouwmogelijkheden. Zo zijn de sporttoestellen niet aan te merken als bedrijfsgebouwen, maar als bouwwerken geen gebouw zijnde. De met dit plan te creëren mogelijkheden voor het sportbosje zijn dan ook anders te waarderen dan reguliere bedrijfsuitbreidingen in het buitengebied. Om die reden hoeft geen verevening in de vorm van fysieke maatregelen plaats te vinden, maar wordt wel een specifieke aanduiding opgenomen waarin de maximale oppervlakte voor 29

sporttoestellen in het bosje wordt begrensd op 805 m2 en de bouwhoogte op maximaal 3 meter dan wel de feitelijk bestaande hoogte op moment van vaststelling van het gewijzigde omgevingsplan (i.c. 3,3 meter). De in het moederplan (bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’) opgenomen uitbreidingsmogelijkheden met 10% van de voorgeschreven oppervlaktematen (zoals beschreven in artikel 5.4.1 en 43.1.1 van de planregels) zijn niet meegenomen naar voorliggende wijziging van het omgevingsplan. Dit kan worden gezien als een vorm van ‘extra verevening’. Conclusie Het plan ligt in lijn met de Notitie Uitbreiding niet-agrarische bedrijven in het buitengebied.

30

3.4.6 Ontwikkelingskader detailhandel Oude IJsselstreek Op 26 november 2020 is het ontwikkelingskader detailhandel Oude IJsselstreek vastgesteld. Binnen dit kader worden vier hoofdlijnen benoemd: •

Inzet op vergroening en beleving Veel inwoners en bezoekers geven aan dat vergroening van belang is. Het nodigt uit, zorgt voor extra beleving, kan hittestress tegengaan en heeft links met toerisme.1 Dergelijke elementen worden steeds belangrijker om winkelcentra vitaal, sociaal en toekomstbestendig te houden en dragen bij aan maatschappelijke opgaven.

•

Tegengaan van leegstand en inzet op transformatie Een compacter winkelcentrum is het belangrijkste ruimtelijke element om op in te zetten. Dit vloeit voort uit de regionale afspraken en wordt door vrijwel alle experts aangeraden. Het sluit bovendien aan op hoofdlijn 1 en kan een oplossing bieden als er geen opvolging is. Dat betekent er actief ingezet moet worden op transformatie in aanloopstraten, er zo min mogelijk nieuwe winkels buiten het compacte winkelcentrum bij moeten komen en dat er voor locaties buiten het compacte winkelcentrum nagedacht moet worden over transformatie. Inwoners van de Achterhoek zien dit ook als prioriteit.

•

Ondernemerschap stimuleren De gemeente is in veel gevallen faciliterend, want het zijn de ondernemers die zorgen voor de lokale economische activiteiten. Zij geven daarmee voor een belangrijk deel invulling aan het gebied. Omdat de wereld inclusief het consumentengedrag snel verandert, vraagt dat ook actie van de ondernemers. De consument vraagt om service en beleving. Daarnaast is organiserend vermogen bij ondernemer belangrijk om voor beleving te zorgen. De gemeente kan faciliteren, onder andere door de positieve grondhouding vanuit de rode loperaanpak.

•

Inzet van maatwerk op basis van een clusterbenadering De uitgangspositie, kansen en opgaven verschillen per kern. Dat geldt ook voor het lokale organiserend vermogen. Het benutten van de unieke elementen van een kern zorgt voor meer draagvlak en een grotere kans van slagen. Uiteindelijk gaat het om het aanvullen van de identiteit van de kern op een duurzame manier. Dit vraagt om maatwerk en biedt kansen voor nichemarkten. Wel moet hier aandacht zijn voor de positie van de specifieke kern in het grote gemeentelijke geheel. Want juist de inzet op aanvullend aanbod versterkt het totaal. De clusterbenadering met drie hoofdkernen versterkt dit. Concurrentie tussen kernen zorgt voor het tegenovergestelde effect. De maatwerkaanpak gaat uit van bovenstaande drie hoofdlijnen die zich vertalen in ruimtelijk-economisch en een sociaaleconomische aspecten. Dit alles vanuit een rode loperaanpak.

Beoordeling initiatief De stelregel van het beleid is dat er wordt uitgegaan van concentratie van detailhandel richting compacte centra om leegstand tegen te gaan en positieve ontwikkelingen te bevorderen. In dit geval is er sprake van maatwerk om een aantal redenen: • Het betreft nadrukkelijk buitenactiviteiten die direct zijn gekoppeld aan het buitengebied. De survivalactiviteiten vinden namelijk achter de winkel en in het bijbehorende survivalbosje plaats. • De verkoop geschied voornamelijk via de webshop, waarbij tevens de mogelijkheid bestaat om de aangeboden producten op de verkooplocatie te komen passen, voelen en proberen. • De te verkopen producten betreffen enkel en alleen producten die binding hebben met survivalactiviteiten. Er bestaat geen mogelijkheid om overige producten te verkopen. • De oppervlakte van de webshop, opslag- en verkoopruimte is gemaximaliseerd om verdere groei 31

en uitbreiding te voorkomen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het ontwikkelingskader detailhandel Oude IJsselstreek. 3.4.7 Visie op landschap, natuur en groene kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt op de planlocatie voorzien in behoud van de bestaande bomen en overige beplanting. De bedrijfsbestemming wordt verkleind en het bosje wordt als landschapselement niet aangetast, zodat de ontwikkeling niet leidt tot landschappelijke gevolgen. Uit de uitgevoerde quickscan volgt dat er ter plaatse van het bosje een nest van de buizerd is aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33377