CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Klompendijk 12-Etten.pdf

Raadsvergadering 7 september 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, locatie Klompendijk 12 Etten’16.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Buitengebied, locatie Klompendijk 12 Etten

Gemeente Oude IJsselstreek

Datum: 6 juli 2023 Projectnummer: 210429 ID: NL.IMRO.1509.BP000190-ON01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Bestaande situatie Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

3 3 4 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

6 10

3

Relevant beleid

15

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 18 22 24 29

4

Planologische uitvoerbaarheid

30

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Cultuurhistorie en archeologie Bodem Ecologie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Milieuzonering Water M.e.r.-beoordeling Verkeer en parkeren Klimaatadaptatie

30 31 32 35 37 38 39 43 46 48 49

5

Plansystematiek

51

5.1 5.2 5.3

Het plan Toelichting op de plansystematiek Handhaving

51 51 53

6

Uitvoerbaarheid van het plan

55

6.1 6.2 6.3

Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55 55 55

7

Inspraak, overleg en zienswijzen

57

7.1 7.2 7.3

Algemeen Vooroverleg Zienswijzen

57 57 57

Bijlagen − − − − − − −

Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Quick scan bedrijven en milieuzonering Bijlage 3: Quick scan natuur Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Watertoets Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Erfinrichtingsplan

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Een particuliere initiatiefnemer is voornemens om op de gronden van de locatie Klompendijk 12 in Etten drie vrijstaande woningen te realiseren. Op het betreffende perceel bevindt zich momenteel een woning met twee bijgebouwen. Deze bestaande bebouwing wordt gesloopt. Het vigerende planologische regime dient ten behoeve van dit plan herzien te worden. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2

Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Klompendijk 12 te Etten. De locatie ligt net aan de dorpsrand van de kern Etten in de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied betreft het noordoostelijke deel van perceel sectie M 2630 met de huidige woning en bijgebouwen. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Etten en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan

Figuur 1: Globale ligging plangebied (geel omcirkeld) in relatie tot de kernen Etten en Terborg (bron: pdok.nl)

3

1.3

Geldende bestemmingsplannen Voor het grootste gedeelte van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2000, herziening 2002’ vastgesteld d.d. 26 februari 2004 met de hoofdbestemming ‘Agrarisch gebied’ en de dubbelbestemming ‘Wonen’. De bestemming ‘Agrarisch gebied’ is vooral bestemd voor agrarische doeleinden. De dubbelbestemming ‘Wonen’ maakt onder voorwaarden woningen mogelijk. Voor het meest zuidelijke en westelijke gedeelte van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’, vastgesteld d.d. 28 juni 2018. Volgens het bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied de volgende bestemmingen: − Bestemming ‘Agrarisch’: Deze gronden zijn vooral bestemd voor agrarische doeleinden. − Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Voorts valt een gedeelte van het plangebied onder het gebied dat is aangewezen als “vrijwaringszone molenbiotoop”. Hier wordt in paragraaf 3.2.2 verder op ingegaan. Aan de rand van de kern, wordt het plangebied omgeven door gronden met verschillende functies. De gronden zijn onder andere bestemd als ‘Agrarisch’, ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’.

Figuur 2: Uitsnede luchtfoto met daarop globaal het plangebied geel omlijnd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl

4

De beoogde ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, omdat de eigenlijke hoofdbestemming ‘Agrarisch gebied’ geldt en niet ‘Wonen’. Bovendien is op deze locatie het gewenste aantal woningen onder de vigerende planregels niet toegestaan. Voor het westelijkste en zuidelijkste gedeelte van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ met de bestemming ‘Agrarisch’. De gronden zijn voor agrarische doeleinden bestemd en het bouwen van burgerwoningen sluit niet aan bij deze bestemming. Onderhavig plan is binnen het geldende planologische regime niet mogelijk, aangezien woningen niet binnen de geldende agrarische bestemmingen zijn toegestaan. Het aantal van drie woningen is ook niet volgens de dubbelbestemming ‘Wonen’ toegestaan. Om die reden is een nieuw bestemmingsplan benodigd.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2000, herziening 2002’ met daarop het plangebied globaal rood omlijnd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl

1.4

Leeswijzer In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie en de gewenste situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuaspecten en de overige relevante ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 5 zijn de juridisch-technische aspecten van de opgenomen regeling vermeld. In hoofdstuk 6 is de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 nader ingegaan op de juridische procedure.

5

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie Ontstaansgeschiedenis plangebied Het eigenlijke dorp Etten waar het plangebied onderdeel van uit maakt is ontstaan op een hoger liggend gebied niet ver van de Oude IJssel. Door de hogere ligging kon de jaarlijkse overstroming van de rivier geen schade aan de woningen aanrichten. Tussen het dorp en de rivier lagen de “groengronden”, een gemeenschappelijke weide, die IJsselweide genoemd werd1. Etten kon mede door deze gunstige en veilige ligging in het landschap uitgroeien tot een heerlijkheid. Hiertoe behoorden Etten, IJsselhunten, Rafelder, Ziek en Warm. De heerlijkheid is al vroeg in bezit gekomen van de stad Bergh. Etten en de directe omgeving maakte de eeuwen hierna een rustige periode door waarin het qua omvang gestaag maar minimaal in omvang toenam2.

Figuur 4: De ligging van Etten in 1741 in het toenmalige “Kwartier van Zutphen (bron: unibe.ch)

Tot de jaren ’60 van de twintigste eeuw was het dorp sterk agrarisch. Met de molen “de Witten” als herkenbaar middelpunt. In de decennia daarna is het dorp langzaam en in beperkte mate verder uitgebreid met voornamelijk forenzen van buiten het dorp. Toch is het altijd een dorp gebleven met een sterk landelijk en dorps karakter.

1

Historiek van Etten Gld. Historie – Digitaal platform Etten Gld (etten-gld.nl).

2

Ettens Berghse geschiedenis https://www.berghapedia.nl/index.php/Etten. 6

Figuur 5: Etten in het jaar 1951, gezien vanuit zuidelijke richting met het plangebied omcirkeld

Historische (landschaps)kenmerken De gemeente Oude IJsselstreek is onderverdeeld in vier landschapstypen, zie de hierna volgende afbeelding. Het plangebied ligt in het Rivierenlandschap. Het rivierenlandschap kenmerkt zich door een gevarieerd landschap. Enerzijds de natte, laag gelegen delen; anderzijds bestaat het landschap uit de hogere delen, de zogenaamde oeverwallen en stroomruggen. De natte gronden in de kommen werden gebruikt als hooi- en weiland. De meer droge en hoge delen werden als akker en weiland gebruikt. De woning werd in 1949 gebouwd. Aan de Klompendijk staat lintbebouwing met overwegend vrijstaande woningen en enkele tweekappers. Alle woningen hebben één of twee bouwlagen met een schuine kap. De bestaande woning Klompendijk 12 is de laatste woning in de lintbebouwing aan de zuidzijde van de straat en vormt daarmee de stedenbouwkundige afronding van de bebouwing. Aan de noordzijde van de straat loopt deze door tot aan de kruising met de Slingerparallel.

7

Figuur 6: Landschapstype Oude IJsselstreek, het plangebied met een rode punt aangeduid. Bron: https://www.natuurlijkachterhoek.org

Uit de historische kaarten is op te maken dat de Klompendijk ter hoogte van het plangebied oorspronkelijk een secondaire verbindingsweg was door het rivierenlandschap met hieraan een opmerkelijk vroege lintbebouwing (bestond al in 1909 zie kaart hieronder). De Ulftsestraat was eerst de primaire weg naar het zuidoosten toe. De huidige Oude IJsselweg en de Slingerparallel hebben vooral na de Tweede Wereldoorlog deze rol overgenomen. De Klompendijk sluit aan op aan de Oude IJsselweg die op haar beurt op de Slingerparallel aansluit. In de loop der jaren is de bebouwing verdicht. Onderhavig plangebied is bebouwd geraakt eind jaren ‘40 van de vorige eeuw. Ten noorden van de Klompendijk, heeft de Zeddamseweg altijd een belangrijke verbindingsweg naar Terborg gevormd.

8

Figuur 7: Historische kaarten van het plangebied (roze -1909- en zwart-1973-omcirkeld) en de omgeving Bron: topotijdreis.nl

Huidige situatie plangebied De locatie is gelegen aan de Klompendijk. Op het perceel bevinden zich drie gebouwen die minimaal 20 meter achter de rooilijn gebouwd zijn. Het hoofdgebouw (de woning) en het dichtstbijzijnde bijgebouw staan bijna loodrecht op de Klompendijk. Het derde gebouw aan de achterzijde ligt bijna parallel aan de Klompendijk. De totale bestaande bebouwde grondoppervlakte bedraagt circa 350 m2. De bebouwing heeft vooral een rode bakstenen uitstraling met schuine daken. De woning en het zuidelijkste bijgebouw hebben dakpannen en het derde gebouw metalen pannelen.

Figuur 8: Huidige situatie Klompendijk 12 Bron: ERS architecten

9

Het woonhuis met daarvoor een perenboom;

De oprijlaan met links de berken en rechts de losstaande schuur;

Rechts de opstallen;

De perenboom met daarachter twee appelbomen.

Figuur 9: Fotorapportage huidige situatie Bron: Quickscan natuur SAB

2.2

Toekomstige situatie Aanleiding Aangezien de huidige bebouwing binnen het plangebied niet meer voldoet aan de huidige kwaliteits- en duurzaamheidseisen bestaat het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen. De initiatiefnemer wil aldaar drie grondgebonden woningen gaan bouwen. Twee van deze woningen zijn door de initiatiefnemer beoogd als levensloopbestendig en krijgen het uiterlijk van een schuurwoning, hierbij wordt een maximale goot- en bouwhoogte aangehouden van 3 meter en 6 meter. De andere woning manifesteert zich als hoofdwoning, hierbij hoort een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 meter en 8 meter, zodat er onderscheid ontstaat tussen de schuurwoningen en de hoofdwoning. De gemeente Oude IJsselstreek verleend haar medewerking aan plannen op dit erf, maar vindt het niet wenselijk het bebouwingslint aan de zuidzijde van de Klompendijk te verlengen. Hiermee gaat de openheid verloren. Het erf vormt juist een stedenbouwkundige afronding van de bebouwing. Om het erf passend in de omgeving opnieuw in te richten is het plan voorgelegd aan het Gelders Genootschap. Het Gelders

10

Genootschap heeft randvoorwaarden opgesteld voor de herinrichting. ERS Architecten heeft hierop de situatietekening gemaakt. In het algemeen dienen de volgende doelstellingen behaald te worden, het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en de beeldkwaliteit. Om deze doelstellingen te bereiken dient het erf als samenhangend geheel ontworpen te worden. Daarbij dient rekening gehouden te worden met een denkbeeldige scheiding tussen ‘het voor’ (wonen) en ‘het achter’ (werken). De toekomstige bebouwing staat dicht bij elkaar en wordt in een deels hof opzet gesitueerd rond een gemeenschappelijke ruimte, het parkeerterrein. Het samenhangende geheel wordt gerealiseerd door het vormen van een herkenbare eenheid met één hoofdgebouw en ondergeschikte bijgebouwen in de vorm van schuurwoningen. Het hoofdgebouw staat voor op het erf. Het erf wordt gevormd door deze gebouwen en losstaande bijgebouwen zijn uitgesloten om verrommeling te voorkomen. Daarnaast wordt voorkomen dat de openheid verloren gaat wanneer losstaande bijgebouwen zijn uitgesloten. Door losstaande bijgebouwen uit te sluiten, aan de Klompendijk een weide met solitaire bomen te realiseren en achter de woning aan Klompendijk 10a een boomgaard te realiseren wordt een herkenbare eenheid van een erf behouden en versterkt.

Het erf draagt zodoende bij aan de diversiteit langs de Klompendijk, het weerspiegelt het agrarische verleden en is vanuit meerdere kanten zichtbaar. Het heeft een duidelijke hoofdentree en doordat losstaande bijgebouwen uitgesloten zijn wordt de lintbebouwing doorbroken zodat er een geleidelijke overgang ontstaat van de kern van Etten naar het buitengebied. De woningen die ondergeschikt moeten worden aan het ‘hoofdgebouw’ op het perceel bevinden zich op het noordelijke kavel en de middelste kavel, de zuidelijke kavel is bestemd voor de hoofdwoning. De ondergeschikte woningen dienen levensbestendige woningen te worden met het uiterlijk van een schuurwoning waarbij het kleur- en materiaalgebruik ingetogen is. Een meer eigentijdse architectuur is denkbaar. De woningen worden allen ontsloten door één uitrit om zo de wenselijke eenheid te behouden. Woningen zijn gegroepeerd rond het erf, hoofdwoning zuidelijk met voortuin, schuurwoningen in gedraaide posities. Een kleine boomgaard hoofstamfruit (appel, peer) aan de noordzijde omkraagd met een losse opgaande meidoornhaag. Langs west- en zuidrand komt een heesterstruweelhaag gemengd (divers inheems), met lagere doorkijkjes voorzien van bezembremstruiken en enkele bomen als bovenstaander.

Waardevolle bomen (2 linde, 2 peren) blijven indien mogelijk behouden en er is sprake van het bijplanten van nieuwe solitaire inheemse bomen en heesters (es, okkernoot, sering, boerenjasmijn). Er worden schrale (veld)bloemrijke weitjes ingericht in de boomgaard en langs de Klompendijk. Kwetsen als bomen met doorzicht op de dorpsrand Etten. Rond het weitje noordoost lage geschoren/geknipte meidoornhaag, bij het weitje zuid alleen een veeraster ten behoeve van een open gefilterd zicht op de dorpsrand. Lage geschoren/geknipte beukenhagen tussen de tuinen en rand voortuin hoofdwoning en grasbermen langs de inrit. Er zal een kwalitatieve verbetering ontstaan, ook voor de omliggende percelen, met name door de sloop van de bijgebouwen. Het nieuwe erf draagt bij aan de diversiteit van de Klompendijk en weerspiegelt het agrarische verleden met het herkenbare ensemble.

11

De functieverandering heeft verder tot gevolg dat de bebouwing en verharding op het perceel licht stijgt. Er worden echter bomen aangebracht en er wordt zorgvuldig omgegaan met (hemel/afval) water. Voor wat betreft duurzaamheid worden de woningen zoals inmiddels gebruikelijk gasloos gebouwd en levensloopbestendig ingericht. Met betrekking tot de verkeerskundige ontsluiting van het plangebied is er een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de verkeersveiligheid en de indeling van de toekomstige situatie van het plangebied. De adviezen zoals deze hieromtrent zijn aangedragen door het Gelders genootschap zijn daarbij in acht genomen. Met deze erfopzet waar de ontsluiting van het erf aan de noordzijde ligt hebben de 3 beoogde woningen hun eigen privé gronden verkregen. Ook komt er daardoor minder versteend oppervlak terug, wat een criteria is vanuit de welstandsnota. Verder blijft er sprake van een gezamenlijke ontsluiting zoals het advies van het Gelders Genootschap luidt. De verkeersontsluiting van het plangebied is daarmee weloverwogen vorm gegeven. De verkeerskundige gevolgen van het planvoornemen voor de directe omgeving zijn in feite minimaal. Er wordt gebruik gemaakt van een situatie met een reeds bestaande ontsluitingsweg tot een afgekaderd erf waar op eigen grond kan worden geparkeerd. Voor bezoekers is zijn er ‘algemene’ parkeerplaatsen.

De parkeerplaatsen bij de woningen dienen de bewoners. Er worden levensbestendige woningen gerealiseerd, daarbij is parkeren dichtbij de woning gewenst. De ontsluitingsweg vanaf de Klompendijk is gesitueerd nabij een verkeersdrempel wat thans al voor een snelheid afremmende werking zorgt welke ook in de toekomstige situatie ten goede komt aan de verkeersveiligheid. De verkeersdrempel zal ook in de toekomstige situatie namelijk blijven bestaan. Voorts voldoen ook de terreingrenzen aan de adviezen en uitgangspunten zoals gesteld door het Gelders genootschap. In onderstaande afbeelding heeft ERS Architecten een situatietekening gemaakt die voldoet aan de randvoorwaarden van het Gelders Genootschap. Het Gelders Genootschap heeft deze beoordeeld en akkoord bevonden.

12

Figuur 10: Situatietekening van het plan (Bron: ERS Architecten) (noord gericht)

Als hoofdbestemming is in het plangebied ‘Wonen’ aangehouden. Voorliggend plan voorkomt daarmee de vestiging van een nieuwe agrarische activiteit ter plaatse die gezien de omgeving ook ongewenst zou zijn. De gronden worden aldaar bestemd voor ‘Wonen’. De woningen zullen tussen de 160 m2 en 170 m2 groot worden, waardoor de bebouwde grondoppervlakte circa 500 m2 zal zijn. Daarnaast zal de toegangsweg half verhard worden. De verharding neemt dus met circa 40 procent toe in vergelijking met de huidige situatie. Aan de hand van het voorgaande is eveneens een erfinrichtingsplan3 opgesteld. De inrichtingstekening is navolgend weergegeven.

3

Plan Buro Oosterink. Erfinrichtingsplan Klompendijk 12 Etten. PBO 22101101.04, 11 november 2022. 13

Figuur 11: Inrichtingstekening (bron: Plan Buro Oosterink)

14

3

Relevant beleid Bij ruimtelijke plannen moet worden weergegeven hoe rekening is gehouden met relevant beleid. In de volgende paragrafen wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal en lokaal schaalniveau en de relatie met de voorgenomen ontwikkeling behandeld.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Inleiding De Nationale Omgevingsvisie (hierna NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing en conclusie De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls in Etten. In de huidige situatie bevindt zich verouderde bebouwing binnen het plangebied. Met voorliggend plan wordt de verouderde bebouwing gesloopt en het straatbeeld opgeknapt. Hierdoor zal de leefomgeving verbeterd worden, wat zorgt voor een kwaliteitsimpuls. Bij de ontwikkeling van het gebied wordt daarnaast nadrukkelijker rekening gehouden met duurzaamheid en biodiversiteit dan met de huidige situatie. Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in de NOVI.

15

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Inleiding Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De directe omgeving van het plangebied kent geen raakvlakken met de onderwerpen die in het Barro worden gewaarborgd. Dermate is er ook geen sprake van een verstoring of aantasting van deze waarden in de directe omgeving van het plangebied.

Bij de planvoering is voorts zorgvuldig zorg gedragen een zo optimaal mogelijk aansluiting van de bestaande afmetingen van omliggende bouwvlakken en perceelkenmerken waarmee de nieuwe situatie passend en organisch aansluit bij de bestaande kern Etten. Toetsing en conclusie Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Inleiding De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden waarbij een nieuwe Laddersystematiek is gaan gelden. De Ladder dient alleen doorlopen te worden wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is daarom van belang om te beoordelen of de ontwikkeling in onderhavig plan aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: ''ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen''. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.

16

In artikel 1.1.1 van het Bro zijn definities opgenomen voor: − bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’, en − stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen´. Toetsing Onderhavig plan ziet op een herziening die drie nieuwe woningen mogelijk maakt. Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwplannen tot 11 woningen worden gezien als kleinschalig en hiermee niet onder het begrip 'stedelijke ontwikkeling' vallen. Dit betekent dat de Ladder niet doorlopen hoeft te worden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het evenwel nog steeds zinvol om in te gaan op de behoefte aan de te bouwen woningen. Hierover kan het volgende worden gesteld. Door de drie nieuwe woningen binnen het plangebied te realiseren, wordt de dorpsrand van Etten op een kwalitatieve manier afgerond. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid, de vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van Etten.

Door de betreffende ontwikkeling kunnen mogelijke leegstand en verrommeling van het landschap worden voorkomen, doordat de huidige bebouwing wordt gesloopt. De kwaliteit van het landschap wordt hiermee niet alleen geborgd, maar ook verhoogd. Door de initiatiefnemer wordt aangegeven dat woning/kavel 3 voor de eigenaar van de bestaande woning bedoeld is. Woning/kavel 1 is bedoeld voor een bewoner die reeds in de kern Etten woonachtig is, waardoor er een bestaande woning vrijkomt. Voor woning/kavel 2 is dit onbekend, omdat deze kavel een ‘vrije’ invulling zal krijgen. De toekomstige eigenaren zullen zelf de bouwfirma kiezen; Woning/kavvel 1 kan zodoende een bescheiden bijdrage leveren aan de doorstroming binnen Etten. Gezien bovenstaande kan dan ook gesteld worden dat door de bouw van drie nieuwe woningen voorzien wordt in een behoefte. Conclusie Onderhavig plan is niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

17

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Inleiding Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.

− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Toetsing Gelders Natuurnetwerk In de omgevingsvisie zijn het Gelders Natuurnetwerk (voorheen EHS genoemd) en de Groene Ontwikkelingszone opgenomen. In de directe omgeving van het plangebied (zie ook de volgende paragraaf over de provinciale verordening) liggen geen gronden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk. De rivier de Oude IJssel is het dichtstbijzijnde element dat binnen het Gelders Natuurnetwerk ligt. De Oude IJssel ligt op ongeveer 600 meter van het plangebied af. Nationale Landschappen Het plangebied is niet gelegen in het gebied van een Nationaal landschap en ook niet in de Groene Ontwikkelingszone.

18

Conclusie De omgevingsvisie streeft naar een dynamische, duurzame en diverse woon- en leefomgeving. Onderhavig plan doet recht aan de kwaliteiten van het gebied, waarbij in duurzaam ruimtegebruik wordt voorzien aangezien de bestemming ‘Agrarisch’ / ‘Agrarisch gebied’ veranderd in de bestemming ‘Wonen’, die zorgvuldig is ingepast in de omgeving. De kern Etten wordt ook versterkt, omdat er nieuwe woningen komen, de ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland Inleiding De laatste versie Omgevingsverordening Gelderland is van januari 2023. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Toetsing Woningbouw In de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen moeten passen binnen de regionale woonagenda. Het gaat hierbij om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-) landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Het college van B&W van de gemeente Oude IJsselstreek heeft de beoogde ontwikkeling op 26 februari 2021 onder voorwaarden positief beoordeeld. Nieuwe vestiging niet-grondgebonden veehouderij Het gedeelte van het plangebied dat nu de bestemming ‘Agrarisch’ heeft, kent een verbod voor nieuwe vestiging niet-grondgebonden veehouderij. In de toekomstige situatie is deze bestemming ook niet meer aan de orde op de planlocatie waardoor het in lijn is met de huidige provinciale kaderstelling. Klimaatadaptatie Binnen het plan is rekening gehouden met klimaatadaptatie.

De provincie Gelderland heeft in haar Omgevingsverordening in artikel 2.65b aangegeven dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij gemaakt is. Deze beschrijving is uitgewerkt in paragraaf 4.11. Molenbiotoop Het noordelijke gedeelte van het plangebied ligt in een molenbiotoop.

19

Figuur 12: Molenbiotoop (rode cirkel) en het plangebied aangeduid met een rode pijl

In de van de provinciale omgevingsverordening worden de richtlijnen omtrent molenbiotopen zoals die in de kern Etten als volgt: ‘Windmolens met een monumentenstatus vormen een onlosmakelijk onderdeel van de regionale identiteit. Daarom streeft Gelderland naar het behoud en bescherming van molenbiotopen. Gemeenten dienen hiermee rekening te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. De bescherming van molenbiotopen betreft vooral behoud van het functioneren door middel van een vrije windvang. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Het bestemmingsplan dient waarborgen te bieden ter bescherming van het functioneren van de molen door middel van een vrije windvang. Voor windtoevoer geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, beperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting (…).’ Daarnaast wordt nadrukkelijk geschreven dat in bestemmingsplannen, die betrekking hebben op gronden die gelegen zijn binnen de molenbiotoop, geen nieuwe bebouwing dan wel beplanting is toegestaan, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat door de bebouwing dan wel beplanting de windvang van een molen niet wordt beperkt.

Voor een traditionele belt-/korenmolen, zoals de nog functionerende ronde stenen korenmolen "De Witten" in Etten is het uitgangspunt dat zowel de vrije windvang als het zicht op de molen gegarandeerd moet worden. Hiertoe is in het bestemmingsplan "Kleine Kernen 2004" een gebied binnen een straal van 400 meter rond de molen als molenbiotoop aangewezen. Voor deze zone geldt een restrictie ten aanzien van de bebouwings- en beplantingsmogelijkheden. De bepalende maat is de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek (4,00 m in het geval van deze molen). Rondom de molens dient in principe een vrije zone van 100m te worden gehanteerd. Het streven is er op gericht om de vrije windvang én het zicht op de molen, als gevolg van nieuwe ontwikkelingen binnen de molenbiotoop niet verder te beperken.

20

Voor nieuwe bebouwing in het molenbiotoop hanteren de provincie Gelderland en de Stichting Behoud Ettense Molen de volgende richtlijn: voor het molenbiotoop wordt door berekening de toelaatbare hoogte in de omgeving van een molen bepaald. In het gebied tussen de molen en de 400 m rondom de molen gaat de maximaal toelaatbare hoogte van bebouwing en/of beplanting in een rechte lijn omhoog vanaf 4 m nabij de molen, tot maximaal 5 m op een afstand van 100 m en maximaal 7 m op een afstand van 400 m. Hoger bouwen is niet uitgesloten, maar vraagt een zorgvuldige afweging of de windvang van de molen daardoor niet wordt belemmerd. Met een berekening, overeenkomstig met artikel 2 v/d Uitvoeringsregeling Gelders Molenverordening, kan de maximale bouwhoogte berekend worden. Uitgangspunten: − Gesloten gebied en 5% windreductie, hetgeen een vermogensverlies van 14% betekent. − Vlucht = 22,5 m − Belt = 4,00 m − Afstand tot molen = 350 m Formule: Hx = x/n + c*z − Hx = hoogste obstakel − x = afstand obstakel tot molen − n = constante = 50 m voor gesloten gebied − c = constante = 0,2 − z = askophoogte = vlucht/2 + belthoogte H350 = 350/50 + 0,2*15,25 = 7 + 3,05 = 10,05 Enkel de noordelijke woning ligt binnen de molenbiotoop op een afstand van 350 meter van de molen.

Het heeft een maximale hoogte van 7 meter, zodoende blijft het onder de maximale hoogte van 10,05 m waardoor er geen hinder voor de molen ontstaat. Diverse andere thema’s Uit de raadpleging van de verschillende thema’s van de Omgevingsverordening Gelderland, blijkt dat het plangebied geen enkel belang van de provincie raakt. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met het provinciaal beleid zoals benoemd in de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3

Natuurbeheerplan Gelderland 2022 Inleiding Het Natuurbeheerplan 2022 van de provincie Gelderland is op 21 september 2021 vastgesteld. Dit plan beschrijft de beleidsdoelen en subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van (agrarische) natuurgebieden en landschaps- en

21

waterelementen binnen de provincie. Hierin wordt aangegeven welke beheerwaardige natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Toetsing Uit onderstaande afbeelding blijkt dat het plangebied gelegen is buiten het gebied waarvoor afzonderlijke beheerdoelen gelden.

Figuur 13: Uitsnede van de kaart behorende bij het Natuurbeheerplan Gelderland 2022

Conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor wat betreft natuur beheerdoelen gelden. Onderhavig plan is niet strijdig met het natuurbeheerplan.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal structuurvisie Achterhoek 2012 Inleiding De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk hebben in hun vergaderingen van april/mei 2012 de 'Regionale structuurvisie Achterhoek 2012' vastgesteld. De gemeenteraad van Montferland heeft de visie niet formeel vastgesteld, maar daaraan wel instemming betuigd, omdat Montferland voor ruimtelijk ordening tevens deel uitmaakt van de Stadsregio. De Regionale structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat in de Achterhoek zich een aantal belangrijke en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals: − energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; − bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; − de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied; − positionering van de Achterhoek in (inter)nationaal perspectief.

22

Deze ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de Achterhoek. Ze hebben ook invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie geeft richting aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven goed te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema’s te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel is, dat de Achterhoek ook in de toekomst een vitale, regionale economie heeft en een zeer prettige omgeving blijft om in te wonen en te recreëren. De structuurvisie sluit aan bij de provinciale regioverkenningen beschrijft deze de volgende strategische pijlers: − Samenwerking op volkshuisvesting, bedrijfsvestigingen en functieveranderingsbeleid − Bereikbaarheid van de regio, zowel fysiek als digitaal − Balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten in de landbouw/het landschap − Innoveren van de maakindustrie en landbouw en het verduurzamen van productieprocessen en energievoorziening − Ruimtelijk wordt de 'ja, mits' benadering leidend. Deze visie is geen blauwdruk voor hoe het allemaal zou moeten. Respect voor het Achterhoekse landschap staat voorop, maar het ruimtelijk beleid mag innovatieve en duurzame ontwikkelingen niet in de weg staan. Van belang is om flexibel te blijven.

Toetsing De ruimtelijke kwaliteit en het behoud van kleinschaligheid in het landschap zijn speerpunten voor de leefomgeving. Het plangebied voorziet in een kwaliteitssprong met het slopen van verouderde bedrijfsbebouwing en volledige inachtneming van kleinschaligheid met vrijstaande woningen op hun erven. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan hagen zodat het gebied een landelijke uitstraling krijgt. Conclusie Voorliggend plan is in lijn met het regionale beleid. 3.3.2

Regionale Woonagenda 2023-2030 De woningmarkt in de Achterhoek is de afgelopen jaren fors aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn de woningtekorten hoog. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. De regio heeft de ambitie om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wordt de woningvoorraad flink en versneld uitgebreid. De regionale productie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen naar ruim 1.200 woningen per jaar. De regio investeert de komende jaren fors in een toenamen van betaalbare woningen. Daarbij wordt zoveel mogelijk bij de ambities van het Rijk aangesloten om tot en met

23

2030 twee derde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Hierbij is de navolgende onderverdeling opgesteld.

Binnen het koopsegment wordt nog een extra categorie gehanteerd in het aanbod van betaalbare koopwoningen. Voor starters wordt de betaalbaarheidsgrens op maximaal €250.000 vastgelegd. De gemeente Oude IJsselstreek wil tot en met het jaar 2030 1500 woningen realiseren. Van deze woningen zullen 450 vallen binnen de sociale huursector en daarnaast is het doel om 75 huurwoningen met een sociale huurgrens tot € 1.000 per maand te realiseren. Verder moeten 484 van koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 355.000. Dit leidt tot een woningaanbod met 1009 betaalbare woningen. Toetsing De realisatie van de woningen vallen binnen de opgave van de vrij in te vullen sector. Hiermee staat de ontwikkeling de doelstelling van de regionale woonagenda niet in de weg. Daarnaast heeft de gemeente Oude IJsselstreek meerdere onderzoeken uitgevoerd, waarbij is gekeken naar de toekomstige woningbehoefte gegevens over groei van de bevolking, toekomstige ontwikkelingen en mogelijkheden voor locaties in de gemeente. De gemeenteraad heeft de ambitie uitgesproken om tot 2030 2250 woningen te bouwen. De realisatie van de drie woningen draagt bij aan deze ambitie. Conclusie Voorliggend is niet in strijd met het regionale woonbeleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Oude IJsselstreek 2030 Inleiding Op 25 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de gemeentelijke omgevingsvisie vastgesteld met de naam “Toekomstvisie Oude IJsselstreek 2030”. 24

Hierin beschrijft de gemeente Oude IJsselstreek haar visie aangaande het behouden en versterken van een aantrekkelijke woon-, werk-, leef- en recreatieomgeving. Hierbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan wat bewoners, ondernemers en recreanten belangrijk vinden. Na een korte beschrijving van elke kern, wordt er op de opgaven ingegaan. Er zijn 7 opgaven: − ‘Benut de stroom van de Oude IJssel’ met bijvoorbeeld recreatie of ecologie − ‘Florerende Smart Industry’: de gemeente moet goed bereikbaar zijn en een aantrekkelijk vestigingsklimaat hebben − ‘Vitaal platteland’ met onder andere lokale voedselketen en nieuwe (woon)erven − ‘De allernieuwste energie’ met duurzaamheid en hernieuwbare energie als gedachtegang − ‘Groene parels’: de biodiversiteit en het groen karakter moeten versterkt worden − ‘Gezond oud worden en gezond jong zijn’: bewegen, ontmoeten, goed kunnen wonen − ‘Het witte vel’ is de onbekende toekomst. Dat wil zeggen experimenteren, samen toekomst maken.

25

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling beantwoordt nadrukkelijk aan de kernpunten van de omgevingsvisie “Toekomstvisie Oude IJsselstreek 2030” van de gemeente Oude IJsselstreek op het gebied van wonen. De ontwikkeling versterkt het imago van de gemeente Oude IJsselstreek als groene woongemeente, waarbij de landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden benadrukt en de transformatie inspeelt op levensloopbestendigheid. Tevens voorziet het plan in duurzame woningen, waardoor meer robuustheid wordt gecreëerd ten aanzien van klimaatverandering. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling past binnen de kaders en het gedachtegoed van de omgevingsvisie “Toekomstvisie Oude IJsselstreek 2030”. Conclusie Voorliggend plan voldoet aan de vereisten van het gemeentelijke beleid. 3.4.2

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De (regionale) 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' zijn in sep 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling en zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen: − De behoefte is aangetoond − Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed − Inbreiding gaat voor uitbreiding Toetsing Met onderhavig plan worden verouderde bedrijfsgebouwen gesloopt wat leegstand voorkomt. Er is een behoefte aan levensloopbestendige woningen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De woningen uit onderhavig plan zijn weliswaar groter dan de definitie uit de lokale kwaliteitscriteria, maar voorzien wel in de behoefte. Alle voorzieningen worden op de begane grond gerealiseerd, zo kan traploos worden gewoond.

Doordat de woningen worden toegevoegd in de bestaande lintbebouwing aan de rand van de kern waarbij de huidige bebouwing wordt gesloopt is er geen sprake van uitbreiding. Conclusie Voorliggend plan voldoet aan de vereisten van de lokale kwaliteitscriteria.

3.4.3

Visie op landschap, natuur en groene kernen Algemeen Op 22 april 2022 is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld door de gemeente Oude IJsselstreek. De visie beschrijft de uitdagingen waar de gemeente zich voor vindt staan. Daaruit volgend heeft de gemeente deze uitdadingen vertaald in drie uitgangspunten: behouden van de basiskwaliteit van het landschap, stimuleren en 26

samenwerken met inwoners voor aanleg van landschap en groen. De gemeente wil daarbij actief aan de slag met het versterken van landschap en groen, bijvoorbeeld ter voorkoming van de hittestress in de kernen. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Toetsing In de Visie op landschap, natuur en groene kernen wordt een belangrijke waarde geschreven aan het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente. De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding mee te laten veranderen. De basis voor de groenstructuur wordt in de ogen van de gemeente gevormd door de hoofdroutes in de kern en door de entrees van kernen, omdat men daar de kern binnengaat. Het plangebied is onderdeel van een dergelijk entree.

Bij het ontwerp van de inrichting van onderhavig plan is daarom zorgvuldig omgegaan met de inrichting van de beoogde situatie. Hierbij is gebruik gemaakt van specialistisch consult, en is advies ingewonnen bij het Gelders Genootschap. Het plangebied wint door onderhavig plan in waarde als groene entree van de kern Etten. Het plangebied wordt op een gebiedseigen wijze gearceerd door groene accenten. Een belangrijk aspect, waar in onderhavig plan rekening mee is gehouden is de eenheid met de bestaande groene waarden rondom het plangebied. Er worden hagen en inheemse beplanting aangebracht. Zowel de landschappelijke identiteit als de gebiedseigen natuur worden hiermee in het plangebied gewaarborgd. De beoogde ontwikkeling houdt rekening met de voorschriften van de gemeente Oude IJsselstreek. Conclusie Het aspect ‘landschap’ vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het initiatief. 3.4.4

Welstand Inleiding Het welstandsbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is omschreven in de Welstandsnota Gemeente Oude IJsselstreek. De nota werd op 19 september 2013 vastgesteld. In de nota staan welstandscriteria die worden gebruikt bij de beoordeling of een bouwplan redelijkerwijs voldoet aan de eisen van welstand. Toetsing Het plangebied ligt in deze nota op de grens van de gebieden ‘Buitengebied’ en ‘Etten’.

27

Figuur 14: De zones uit de welstandsnota: blauw het buitengebied, grijs de kern ‘Etten’. Het plangebied is rood omcirkeld. Bron: Gemeente Oude IJsselstreek. Bewerking: SAB

De welstandscriteria zijn: − Voor het ‘Buitengebied’: Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van de bestaande karakteristieken van dit gebied. Bij de voorgenomen ontwikkeling is een rapport Landschappelijke inpassing opgesteld. Met de beoogde ontwikkeling wordt zoveel mogelijk ingespeeld op de karakteristiek van het omliggende gebied. Het plangebied valt binnen het welstand niveau 2. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. − Voor de kern ‘Etten’: Het plangebied valt binnen het welstand niveau 1. Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied of object. In beheersituaties gebeurt dit vooral via regels en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties het accent ligt op het stimuleren van kwaliteit. Voor alle plannen wordt advies gevraagd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de inpassing in de omgeving, het bouwplan op zichzelf en de detaillering en materialisering ervan. Voorliggend initiatief zorgt ervoor dat de ligging van de toekomstige bebouwing ongeveer dezelfde is als de bestaande situatie. Daarnaast sluit de bouwmassa en de vorm aan bij die van de omgeving.

De inbreng van begroeiing en het slopen van bijgebouwen zonder bijzondere uitstraling verminderen de ‘horizonverstopping’ en bieden een kwaliteitssprong aan de directe omgeving. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het behoud van de bestaande karakteristiek van het gebied.

28

3.5

Conclusie Het relevante beleid op rijks- provinciaal en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

29

4

Planologische uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreide informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken.

4.1

Cultuurhistorie en archeologie

4.1.1

Algemeen De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan.

4.1.2

Archeologie en cultureel erfgoed In 1992 is het Europese Verdrag van Valletta/Verdrag van Malta gesloten. Bedoeling van het verdrag is om de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te beschermen door ze in de bodem (in situ) te behouden. Het verdrag heeft in Nederland geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht is geworden. De wet verplicht gemeenten om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met belangrijke archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. De belangrijkste uitgangspunten van de wet zijn: − archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard; − archeologie moet tijdig worden meegenomen in de ruimtelijke planvorming; − de veroorzaker betaalt de kosten van archeologisch onderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De wet vervangt onder meer de Monumentenwet (deels met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) en de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen en nieuwe bepalingen met lokale gevolgen.

30

Op basis van de Wro is de opname van archeologie in bestemmingsplannen als eis geformuleerd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij het gemeentelijke bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hiermee is de bescherming van archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Toetsing De gemeentelijke indicatieve kaart van archeologische waarden wijst erop dat het plangebied op de grens ligt tussen hoge en middelhoge archeologische verwachting. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ kent een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’. Een onderzoek is noodzakelijk bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 en de grondbewerking dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld. Met het bouwen van de drie vrijstaande woningen wordt de drempel van 1.000 m2 niet overschreden. In het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen 2004’ geldt voor het plangebied geen dubbelbestemming ‘Archeologie’. In het plangebied bevinden zich geen bouwwerken met cultuurhistorische waarden. Het plangebied is deels gelegen in de molenbiotoop, maar valt buiten de windvangzone.

Conclusie Vanuit het aspect archeologie en cultureel erfgoed zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Bodem Algemeen Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s).

31

Onderzoek Uit het bodem- en asbestonderzoek van De Klinker4 blijkt dat een licht verhoogd gehalte aan PAK VROM (10) in de bovengrond is aangetroffen boven de achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Daarnaast zijn geen asbestconcentraties aangetroffen. De waarden zijn op basis van de milieuhygiënische kwaliteit derhalve geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor dit plan.

4.3

Ecologie Algemeen De bescherming van plant- en diersoorten alsmede de bescherming van bepaalde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is de gebiedsbescherming vastgelegd in provinciale verordeningen, waaronder de bescherming van Natuurnetwerk Nederland. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden nagegaan of als gevolg van de ontwikkeling sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Hierbij moet worden aangetoond dat van een negatief effect op beschermde natuurgebieden en -soorten geen sprake is of dat daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing Gebiedsbescherming Uit de voor onderhavig plan uitgevoerde quick scan 5 blijkt dat Natura 2000-gebied Rijntakken op 14 kilometer van het plangebied ligt. In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt en verwerkt in het onderzoek stikstofdepositie 6. Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van het plangebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Aanlegfase Voor de sloop en aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen.

In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. De effectieve sloop- en bouwtijd duurt in totaal circa 1 jaar. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik in deze periode.

4

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker) 2022 Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Klompendijk 12 Etten 11 januari 2022 Rapportnummer K21011141.

5

Quick Scan Natuur Etten, Klompenijk 12 (SAB) 15 november 2021.

6

Onderzoek stikstofdepositie (SAB) 19 mei 2023, Klompendijk 12 te Etten. 32

Tabel 1: Overzicht inzet groot materieel Voertuig Vermogen in kW Sloopkraan 130 - 300 Shovel 75 - 130 Graafmachine 75 - 130 Boor-/Heistelling 300 - 560 Mobiele kraan 130 - 300 Betonpomp 130 - 300

Leeftijd stage IV stage IV stage IV stage IV stage IV stage IV

Bedrijfsduur/jaar ca. 25 ca. 25 ca. 75 ca. 20 ca. 125 ca. 13

Brandstofverbruik (liters/jaar) ca. 500 ca. 300 ca. 800 ca. 800 ca. 2.500 ca. 300

Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld per jaar komen er 3 busjes (lichtverkeer) en 1 vrachtwagen per dag naar het plangebied, dat zijn respectievelijk circa 6 en 2 bewegingen. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie tot aan het kruispunt Klompendijk/Zeddamseweg. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Gebruiksfase De nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het gastransportnet (Wet voortgang energietransitie, 01-07-2018) en is haardloos verwarmd. Er vindt derhalve geen stikstofdepositie naar de lucht plaats ten gevolge van stikstof emitterende stookinstallaties. De stikstofdepositie voor de gebruiksfase betreft voor dit plan enkel de stikstofdepositie door de verkeersgeneratie. Aan de hand van CROW, ASVV 2021, d.d. oktober 2021, is de verkeersgeneratie bepaald.

Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2020) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Oude IJsselstreek wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk aantal kencijfer Vrijstaande woning (koop) 3 8,2 totaal afgerond 3

per woning

verkeersgeneratie gemiddeld 24,6 30

Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 1 middelzware vrachtverkeerbeweging per etmaal.

33

Het verkeer is gemodelleerd vanaf de nieuwbouw tot aan het kruispunt Klompendijk/Zeddamseweg. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rijen stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Flora en fauna Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden.

Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Mogelijk zijn ook nestplaatsen aanwezig van huismus en gierzwaluw. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten aanwezig blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig.

De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Houtopstanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4653/documents/27024