Toelichting Horecaverordening gemeente Oude IJsselstreek.pdf
Tekst van het document
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HORECAVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK De veranderende markt, trends en ontwikkelingen vragen om een actualisatie van de huidige “Dranken Horecaverordening 2013”. De nieuwe verordening integreert, verbreedt en vernieuwt het beleid op het gebied van openbare inrichtingen (dienstverlening en horeca). Omdat zij steeds meer met elkaar verweven raken, kiezen wij in deze verordening voor een integrale benadering. De verordening vormt samen met de Algemene plaatselijke verordening (hierna: de APV) en de landelijke regelgeving de kaders voor het exploiteren van een openbare inrichting in Oude IJsselstreek. De insteek van de verordening ziet op het beschermen van de openbare orde & veiligheid en het woon- en leefklimaat m.b.t. openbare inrichtingen. De Horecaverordening gemeente Oude IJsselstreek (hierna: verordening) geeft inzicht in hoe de gemeente Oude IJsselstreek vormgeeft aan de balans tussen horeca in de gemeente, de openbare orde & veiligheid en het woon- en leefklimaat van onze inwoners. Aan de ene kant biedt het de (horeca) exploitant helderheid over de ruimte die hij heeft te exploiteren en aan de andere kant geeft het inwoners duidelijkheid over de spelregels die voor de openbare inrichtingen gelden en wat zij als omwonende kunnen verwachten.
Ook gaat de verordening in op het onderwerp paracommercie, zijnde verenigingen en stichtingen die statutair andere doelstellingen hebben dan het exploiteren van een horecabedrijf, maar ter ondersteuning van die doelstellingen wel een horecabedrijf exploiteren. Voorbeelden hiervan zijn een kantine bij een sporthal of een bar bij een religieus gemeenschap of multifunctioneel centrum. Tot slot vallen onder de werking van de verordening ook alcoholvrije bedrijven, zoals bijvoorbeeld koffie- en theehuizen, lunchrooms. Voor wat betreft coffeeshops is zelfstandig beleid geformuleerd. Gebiedsgerichte aanpak Om te zorgen dat Oude IJsselstreek een aantrekkelijke, veilige gemeente is en bovenal blijft, wordt gebiedsgericht gewerkt. Ieder gebied kent zijn eigen dynamiek, uitdagingen en ontwikkelingen. Vanuit die gedachte wordt de ontwikkeling van de horecasector gebiedsgericht ingevuld. Door deze gebiedsgerichte invulling kunnen exploitanten met passende concepten waarde toevoegen aan de desbetreffende wijk, buurt of straat. Verantwoord ondernemerschap Daar waar Oude IJsselstreek de horeca-exploitant ruimte wil bieden te ondernemen, verlangt zij ook dat het ondernemen op een verantwoorde wijze plaatsvindt. Zo wordt verwacht dat een exploitant zich bewust is van het effect van zijn concept op de omgeving en ook nagaat of het zich verhoudt tot het (lokale) woon- en leefklimaat.
Bij voorkeur treedt een exploitant in een vroegtijdig stadium in contact met omwonenden en nabijgelegen winkeliers, dan wel met eventuele bewoners- en/of ondernemersverenigingen. Dit biedt de exploitant de kans zijn concept aan te kondigen, toe te lichten en te onderzoeken of zijn concept steun ontvangt vanuit de omgeving. Onder goed ondernemerschap wordt in ieder geval onder verstaan dat de exploitant verantwoord omgaat met (het verstrekken van) alcohol, contact onderhoudt met de wijkagent en omwonenden, de straat schoon houdt en ook omwonenden op tijd informeert als er een incidentele festiviteit of andere bijzondere activiteit is. Leefbaarheid voor omwonenden Rekening moet worden gehouden met de belangen van omwonenden van horecabedrijven. Meer ruimte voor horeca-activiteiten kan meer overlast in de openbare ruimte met zich meebrengen. Hoewel horeca een ondersteunend en stimulerend effect kan hebben op de lokale economie en de beleving van de gemeente, kan vestiging van een horecabedrijf de leefbaarheid in de omgeving negatief beïnvloeden. Zo zal in een omgeving van het centrumgebied, dat een dynamische en levendige omgeving betreft, een andere, veelal ‘hogere’, mate van overlast worden geduld dan in het woonwijkgebied. In het woonwijkgebied ligt de nadruk meer op het beschermen van het woon- en leefklimaat.
1
Horeca-exploitanten dienen er dan ook bij stil te staan dat hun horeca-activiteiten zich in harmonie verhouden tot de leefbaarheid van de gewenste vestigingslocatie. Horecacategorieën Om bovenstaande doelstellingen te realiseren is er gekozen voor een differentiatie in horecacategorieën, gebieden en openingstijden. Eerste toetsingskader bij een nieuwe aanvraag is het Omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan). Als het initiatief daar niet in past komt het bijgestelde afwegingskader van deze verordening in beeld. In het bestemmingsplan wordt een onderscheid gemaakt in drie à vier horecatypes. De horecatypes 1 t/m 4 zijn vanwege de aard van de functie oplopend potentieel belastend voor de omgeving. Hoewel het onderscheid in horecatypes vervaagt vanwege mengvormen tussen eet- en drinkhoreca, wordt deze indeling aangehouden, omdat die gebruikt wordt in onze rechtsgeldige bestemmingsplannen en ook landelijk algemeen gebruikt wordt.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen In juli 2021 is de nieuwe Alcoholwet in werking getreden en deze wet vervangt de Drank- en Horecawet. In verband met deze wetswijziging is de huidige regelgeving met betrekking tot horecagelegenheden in Oude IJsselstreek geëvalueerd. Tevens is ervoor gekozen om de artikelen met betrekking tot exploitatie en openbare inrichtingen (horeca) uit de APV te halen en te bundelen in deze verordening. Deze bundeling zorgt voor de overzichtelijkheid van de regels omtrent de exploitatie van openbare inrichtingen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De regels opgenomen in dit hoofdstuk van de verordening gelden voor alle openbare inrichtingen ongeacht of er wel of geen alcohol voor gebruik (ter plaatse of elders dan ter plaatse) wordt verstrekt. Het begrip inrichting omvat zowel de ‘natte horeca’ oftewel de cafés en restaurants waar alcohol wordt geschonken, als de ‘droge horeca’. In de droge horeca worden slechts alcoholvrije dranken geschonken en het gaat dan vooral om lunchrooms, cafetaria’s en dergelijke. Afhaalzaken, ook als deze gevestigd zijn in een winkelpand en geen ruimte bieden voor eten ter plaatse, vallen onder het begrip inrichting. Tevens zijn de in de hoofdstuk opgenomen artikelen van toepassing op de verordening in zijn geheel en zijn dus algemene regels die gelden voor alle navolgende hoofdstukken van de verordening.
De verordening wordt hieronder artikelsgewijs toegelicht. Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1 bevat de definities van de verordening. Daarbij is aansluiting is gezocht bij de definities van de Alcoholwet en de APV. Daarnaast is de Horecaverordening een medebewindsverordening en kan volstaan worden met een verwijzing naar de begripsbepalingen van de wet. In deze verordening wordt gesproken over openbare inrichting(en). Hiermee wordt het woord in sommige gevallen gelezen als horecabedrijven, echter zoals uit de begripsbepaling blijkt, is de term niet beperkt tot alleen horecagelegenheden, maar alle openbare inrichtingen. Veel verschillende soorten bedrijven vallen onder het begrip openbare inrichting. Bijvoorbeeld als daar logies worden verstrekt (overnachtingen worden aangeboden), drank wordt geschonken, voedsel (spijzen) of rookwaar wordt verstrekt. In de regel is dit tegen betaling (bedrijfsmatig). In de begripsomschrijving zijn verschillende soorten horecabedrijven opgenomen die veel voorkomen. Artikel 2 Bevoegd bestuursorgaan De artikelen 162 en 174 van de Gemeentewet maken deze bevoegdheidsafbakening noodzakelijk. Volgens artikel 162 van de Gemeentewet is het college van burgemeester en wethouders belast met de uitvoering van besluiten van de raad (waaronder autonome verordeningen als deze), tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester daarmee is belast.
Dit laatste doet zich voor in artikel 174 Gemeentewet.
2
De burgemeester is op grond van artikel 174 van de Gemeentewet belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. In de meeste gevallen is de burgemeester dan ook het bevoegde bestuursorgaan, omdat zijn bevoegdheid de voor het publiek openstaande gebouwen en de openbare samenkomsten en vermakelijkheden betreft. In de definitie van openbare inrichting is echter het ruimere begrip “ruimte” opgenomen, hetgeen inhoudt dat het college bevoegd is als het bijvoorbeeld gaat om voer- of vaartuigen De bevoegdheid van het college betreft dus de niet voor het publiek toegankelijke gebouwen, voer- en vaartuigen en de openbare weg. Artikel 3 Aanvullende regels In dit artikel wordt geregeld dat indien nodig nadere regels door het bevoegde bestuursorgaan kunnen worden opgesteld ter aanvulling en uitvoering van de verordening. Artikel 4 Algemene regels voor openbare inrichtingen De regels van artikel 4 hebben betrekking tot alle exploitatie met een exploitatievergunning van de burgemeester. De exploitant dient zich te houden aan deze regels die bijdragen aan goede ondernemerschap binnen de gemeente Oude IJsselstreek. Artikel 5 Verbod happy hours In artikel 5 is een verbod op het houden van prijsacties in de horeca opgenomen.
Dit verbod heeft met name betrekking op de zogenaamde happy hours waarbij een horecabedrijf gedurende één of enkele uren tegen sterk gereduceerde prijzen alcoholhoudende drank aanbiedt om op deze wijze bezoekers te trekken. Het verbod beoogt overmatig alcoholgebruik door dergelijke prijsacties tegen te gaan. Prijs en betaalbaarheid zijn namelijk belangrijke factoren voor alcoholconsumptie. Hoe lager de prijs, hoe hoger de alcoholconsumptie. Dit verbod is gebaseerd op artikel 25d van de Alcoholwet op grond waarvan het mogelijk is om, ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde te verbieden dat er alcoholhoudende dranken verstrekt worden tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 6 De aanvraag In artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is geregeld dat het bestuursorgaan bevoegd is om voor het indienen van een aanvraag een formulier vast te stellen voor zover daarin niet is voorzien bij wettelijk voorschrift. De burgemeester is belast met toezicht op de openbare orde en veiligheid volgens artikel 174 van de Gemeentewet en de wijze waarop hij deze bevoegdheid handhaaft. Om een vergunning te kunnen ontvangen moet een aanvraag worden ingediend.
Een aanvraag moet schriftelijk bij de burgemeester van Oude IJsselstreek worden aangevraagd. Hiervoor is een aanvraagformulier beschikbaar via de gemeentelijke website. Om een aanvraag om een exploitatievergunning goed te kunnen beoordelen, moet de aanvrager de nodig gegevens en documenten aanleveren. Aanvragers maken gebruik van een vastgesteld aanvraagformulier om ervoor te zorgen dat de aanvraag zo volledig mogelijk wordt ingediend. Een aanvraag die niet is ingediend op het voorgeschreven formulier kan dan ook op grond van artikel 4:5 Awb buiten behandeling worden verklaard. Het bestuursorgaan moet wel eerst de gelegenheid geven alsnog het voorgeschreven aanvraagformulier in te vullen. De beslistermijn begint te lopen bij eerste ontvangst (ook al is het formulier niet gebruikt), maar wordt door artikel 4:15 Awb opgeschort. Bij de aanvraag wordt in ieder geval een duidelijke beschrijving van het soort (horeca)bedrijf toegevoegd, met een plattegrond van de hele openbare inrichting en een situatietekening van de indeling van de inrichting. De plattegrond en situatietekening hebben een duidelijk maatvoering (schaal 1:100). Dit geldt voor alle (horeca)lokaliteiten. Als een terras wordt aangevraagd, dan moet ook duidelijk blijken waar dat terras in de openbare ruimte komt te liggen.
Een duidelijke beschrijving en plattegrond zijn noodzakelijk om te kunnen bepalen of de aard en/of omvang van het bedrijf is gewijzigd. Dit kan een reden zijn om de exploitatie- en Alcoholwetvergunning in te trekken. 3
De burgemeester kan altijd aanvullende stukken vragen voor de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning. De opsomming genoemd in lid 3 van dit artikel is niet limitatief, maar het kan bijvoorbeeld gaan om een ondernemingsplan, menukaart, huurcontracten van het pand, verklaringen van de Belastingdienst etc. De aanvullende stukken kunnen nodig zijn ter verduidelijking van de aanvraag en ook bij de in behandeling nemen van de aanvraag op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen. Dit artikel geeft tevens aan wat verwacht kan worden van een ondernemer die een onderneming wil starten of overnemen binnen de gemeente. De aanvrager krijgt altijd de gelegenheid om indien nodig de aanvraag binnen een bepaalde termijn aan te vullen en compleet te maken. Indien na deze periode de aanvraag nog steeds incompleet is, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld.
Hoofdstuk 2 Exploitatievergunning In dit hoofdstuk worden de regels uiteengezet voor de exploitatievergunning. Dit betreft de bevoegdheid van de burgemeester en de termijnen die gelden voor de behandeling van een aanvraag. Artikel 7 Exploitatievergunning openbare inrichting De basisregel is dat elk openbare inrichting zoals opgenomen in de begripsbepalingen een exploitatievergunning nodig heeft. De burgemeester toetst elke aanvraag aan een aantal criteria voordat hij de vergunning verleent. Dat kan onder meer gaan om de eisen die gesteld worden aan de aanvrager van de vergunning en leidinggevenden, de locatie waar het bedrijf moet komen, de planologische regels, en de invloed op de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf. De burgemeester kijkt ook altijd of de openbare orde, de veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid, de gezondheid, de bescherming van het milieu en de woon- en leefsituatie van omwonenden voldoende worden beschermd. Deze mogen niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. Als het nodig is, kan de burgemeester voorschriften aan een exploitatievergunning verbinden om hiervoor te zorgen. De termijn om op een aanvraag te beslissen is acht weken. Dit wil niet zeggen dat het altijd acht weken duurt voordat een exploitatievergunning verleend wordt.
De snelheid hangt vooral samen met de compleetheid van de stukken die worden ingediend bij de aanvraag. De beslistermijn begint formeel te lopen op de dag na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Deze termijn kan worden verlengd (opgeschort) als de aanvrager van de exploitatievergunning wordt gevraagd om zijn aanvraag aan te vullen (artikel 4:5 en 4:15 Awb). Lid 8 Indien sprake is van commerciële horeca in één van de uitzondering genoemde lijst van lid 7 dan dient wel een exploitatievergunning, al dan niet in combinatie met Alcoholwetvergunning, te worden aangevraagd. Er is dan namelijk sprake van oneerlijke mededinging met de overig horeca in de omgeving. Artikel 8 Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning Een exploitatievergunning is persoonsgebonden. Dat geldt voor een natuurlijke persoon, maar ook voor een rechtspersoon. De reden hiervoor is dat de vergunninghouder een belangrijke rol speelt in de wijze van exploitatie en bedrijfsvoering van de openbare inrichting. Die rol kan niet willekeurig door iedereen worden uitgevoerd. Ook moet de aanvrager van een exploitatievergunning aan verschillende eisen voldoen, voordat een vergunning verleend wordt. De vergunning is niet overdraagbaar door het persoonsgebonden karakter van de vergunning.
Uit de stukken bij de vergunningaanvraag moet duidelijk blijken wat de exacte locatie van het horecabedrijf is en in welke omgeving het ligt. Dit moet worden verduidelijkt aan de hand van een situatietekening en een plattegrond. Ook moet duidelijk zijn hoe de indeling van de inrichting is en uit
4
welke lokaliteiten het bedrijf bestaat. Dit wordt vermeld op een situatietekening en ingediend bij de aanvraag. Artikel 9 Eisen aan leidinggevenden exploitatievergunning Een leidinggevende van een openbare inrichting moet aan verschillende eisen voldoen voordat een exploitatievergunning wordt verleend. Dit is ook het geval als een nieuwe leidinggevende op het aanhangsel van de vergunning moet worden bijgeschreven. Voor regulering van de exploitatievergunning is een vereiste in de huidige vergunning dat één van de in de vergunning opgenomen leidinggevenden te allen tijde aanwezig moet zijn. Wat de vereisten voor deze leidinggevende zijn, was opgenomen in de APV. Door het bundelen van de horecaregels in deze verordening worden de regels hiervoor overgenomen. Met het opnemen van deze vereisten wordt onze exploitatievergunning deels gelijk getrokken met de Alcoholwet en krijgt de gemeente meer grip op de regulering van leidinggevenden die zich bevinden in een openbare inrichting waar geen alcohol wordt geschonken, maar wel horeca activiteiten plaatsvinden. Indien een aanvraag is ontvangen, kan de ondernemer de leidinggevende alvast inzetten. Er wordt namelijk gewerkt vanuit "ja tenzij". Indien een leidinggevende niet door de screening komt en niet op de vergunning vermeld wordt, zal dit schriftelijk aan de vergunninghouder worden kenbaar gemaakt.
Logies Bij een inrichting waarbij logies wordt aangeboden, hoeft er geen leidinggevende aanwezig te zijn (hotels en short stay bedrijven). Wel moet er sprake zijn van 24-uurs telefonische bereikbaarheid. De vergunninghouder moet wel aan enkele voorwaarden voldoen. De eerste voorwaarde is dat het voor iedereen binnen en buiten het logiesbedrijf duidelijk moet zijn met welke persoon (een beheerder) contact opgenomen kan worden bij meldingen of calamiteiten. Die beheerder moet binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn. Deze beheerder mag een andere persoon zijn dan de vergunninghouder, maar handelt altijd voor rekening en risico van de vergunninghouder. Aanwezigheid leidinggevende of barvrijwilliger De verplichte aanwezigheid van een leidinggevende geldt ook als alcoholhoudende drank wordt verstrekt door een paracommerciële instelling. Ook kan worden volstaan met een barvrijwilliger als die voldoet aan de eisen in artikel 9, lid 2, Alcoholwet. Artikel 10 Wijziging aanhangsel exploitatievergunning Een openbare inrichting kan een of meerdere leidinggevenden hebben. Deze worden opgenomen in het aanhangsel bij de exploitatievergunning. Door wijzigingen in het personeelsbestand kunnen er nieuwe leidinggevenden bijkomen of leidinggevenden van het aanhangsel worden gehaald.
Door deze werkwijze hoeft bij een wijziging van de leidinggevenden alleen het aanhangsel aangepast te worden en niet een nieuwe vergunning te worden verleend, omdat er inhoudelijk en juridische de vergunning niet verandert, maar er wel bezwaar en beroep tegen kan worden ingesteld. Artikel 11 Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting De exploitatievergunning wordt verleend voor een bedrijf zoals dat is aangevraagd. Als het bedrijf wijzigt, van bijvoorbeeld een café naar een restaurant of als de oppervlakte verandert of als het bedrijf ook na winkeltijden open wil zijn in plaats van alleen overdag, dan verandert de aard van het bedrijf. Dit kan van invloed zijn op de belangen die de verordening probeert te beschermen. Ook kan het gebruik of de uitoefening van het bedrijf niet meer voldoen aan de regels van het Omgevingsplan en daarmee in strijd komen. Als de aard van een openbare inrichting wijzigt, dan moet een nieuwe exploitatievergunning worden aangevraagd om te toetsten of de belangen die in de verordening worden genoemd nog voldoende worden beschermd. Het gewijzigde gebruik is pas toegestaan als een nieuwe vergunning voor dat gewijzigde gebruik is verleend.
5
Artikel 12 Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden De burgemeester kan voorschriften verbinden aan een exploitatievergunning. Dit kan de burgemeester bij het verlenen van een vergunning, maar ook achteraf in een apart besluit als al een vergunning verleend is. De voorschriften zien op de belangen die de verordening beschermt. Het niet naleven van de voorschriften kan een reden zijn om handhavend op te treden. Deze eisen zijn opgenomen, omdat een leidinggevende naast de vergunninghouder een belangrijke rol heeft in de wijze van bedrijfsvoering en exploitatie van de inrichting. Zo zal een leidinggevende het personeel en de bezoekers moeten kunnen aanspreken op hun gedrag. Hierbij speelt het eigen gedrag van de leidinggevende een grote rol. Van een leidinggevende wordt verwacht dat hij voldoende gezag en verantwoordelijkheid heeft om de orde in en rondom de inrichting te handhaven en bezoekers aan te spreken als dat nodig is. Dat geldt voor alle leidinggevenden die op het aanhangsel van de vergunning staan. Dit neem niet weg dat de vergunninghouder verantwoordelijk is en blijft voor de gang van zaken in de inrichting, ook als de vergunninghouder zelf niet aanwezig. Als de ernst van de overtreding daar aanleiding toe geeft dan kan de burgemeester de exploitatievergunning ook in zijn geheel intrekken.
Artikel 12a Sluiting De burgemeester kan een inrichting geheel of gedeeltelijk sluiten als er sprake is van (zwaardere) overtredingen van de verordening. De voornaamste redenen voor sluiting zijn genoemd in het eerste lid. De sluiting van een bedrijf geldt in eerste instantie voor een bepaalde tijd. De burgemeester kan het bedrijf ook definitief sluiten bij ernstige overtredingen of bij herhaling van overtredingen. De sluitingsbepalingen laten een zekere beoordelingsmarge. Zo is het niet vanzelf gebruik te maken van een zware maatregel als sluiting, indien er sprake is van bijvoorbeeld een marginale overtreding van de voorschriften. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een ondernemer die geconfronteerd wordt met een mogelijke sluiting er voor kiest zelf het bedrijf gesloten te houden om de openbare bekendmaking te voorkomen. Dit laatste ligt overigens meer voor de hand indien zich situaties voordoen als bedoeld in het eerste lid dan indien er sprake is van een sluitingsgrond als bedoeld in het tweede lid. Sluiting op grond van het tweede lid zal immers veelal ook ten doel hebben de gang van bezoekers te doorbreken. Bekendmaking is dan noodzaak. Wellicht ten overvloede wordt hier opgemerkt dat sluiting ook gedeeltelijke sluiting kan betekenen. De sluiting van een bedrijf is gebaseerd op zwaardere overtredingen van deze verordening.
Na verloop van tijd kunnen deze overtredingen hersteld zijn of is door tijdsverloop geen sprake meer van een situatie die noodzaakt tot sluiting van het bedrijf. Een vergunninghouder kan verzoeken of de sluiting kan worden opgeheven, waarbij hij met relevante feiten en omstandigheden moet aantonen dat er geen sprake meer is van de situatie die heeft geleid tot de sluiting en dat het ook niet aannemelijk is dat die situatie weer gaat ontstaan. Het opheffen van de sluiting kan pas nadat de helft van de opgelegde sluitingstermijn is verstreken. Lid 5 Met dit artikel kan niet in dezelfde situaties worden opgetreden als waarvoor artikel 13b Opiumwet is bedoeld. Bij de invoering van de Wet ‘Damocles’ (artikel 13b van de Opiumwet dat op 21 april 1999 in werking is getreden) is de wetgever ervan uit gegaan dat gemeentelijke regelingen (overlast - of exploitatieverordeningen) hun geldigheid behouden, omdat het onderwerp van de gemeentelijke regeling een ander is dan van die wet. Artikel 13 Vervallen vergunning Een exploitatievergunning is persoonsgebonden en daarom niet geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan een andere persoon of rechtspersoon. De exploitatievergunning vervalt als de exploitatie van een inrichting is beëindigd, als het bedrijf wordt overgedragen aan een andere ondernemer of geen gebruik (meer) wordt gemaakt van de vergunning na vergunningverlening.
Dit betekent dat de exploitatie wordt gestopt door de vergunninghouder en hij het bedrijf niet meer exploiteert of niet meer op de wijze exploiteert zoals dat is aangevraagd en vergund. 6
Er zijn inrichtingen die wel gebruikt hebben gemaakt van de exploitatievergunning, maar op een gegeven moment de exploitatie hebben gestaakt. Als die periode langer dan een half jaar duurt dan komt de exploitatievergunning te vervallen, tenzij er sprake is van overmacht. Dat is bijvoorbeeld het geval als de exploitatie van het bedrijf is gestaakt door brand in het bedrijf en de vergunninghouder zijn bedrijf opnieuw moet opbouwen of bij langdurige ziekte van de vergunninghouder. In dergelijke gevallen wordt de termijn opgerekt tot een jaar. Artikel 14 Sluitingstijd openbare inrichting In de gemeente Oude IJsselstreek is gekozen om sluitingstijden te verbinden aan openbare inrichting. Dit zorgt voor regulering en rust in de omgeving. Er zijn bedrijven die exploitatievergunningsplichtig zijn, maar waarvoor andere openingstijden gelden, omdat zij vallen onder de Winkeltijdenwet. Voor deze bedrijven gelden deze tijden niet, maar de tijden zoals opgenomen in de Winkeltijdenwet. In de vergunning kan de burgemeester voorschriften vaststellen om indien afgeweken wordt van deze tijden. Dit kan bijvoorbeeld als een ondernemer deelneemt aan het regionaal horecaconvenant. Artikel 15 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting De burgemeester kan de openings- en sluitingstijden van een bedrijf beperken als dat noodzakelijk is.
De beperking kan ook gelden voor meerdere horecabedrijven in een bepaald gebied. De burgemeester maakt gebruik van deze bevoegdheid om de belangen die genoemd zijn in dit artikel te handhaven en te beschermen. Ook kan de burgemeester dit doen als de druk op deze belangen te groot wordt. Dat laatste hoeft niet per se te komen door het horecabedrijf, er kunnen ook andere redenen zijn om de openings- en sluitingstijden te beperken. Lid 4 Met dit artikel kan niet in dezelfde situaties worden opgetreden als waarvoor artikel 13b Opiumwet is bedoeld. Bij de invoering van de Wet ‘Damocles’ (artikel 13b van de Opiumwet dat op 21 april 1999 in werking is getreden) is de wetgever ervan uit gegaan dat gemeentelijke regelingen (overlast - of exploitatieverordeningen) hun geldigheid behouden, omdat het onderwerp van de gemeentelijke regeling een ander is dan van die wet. Artikel 16 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting Dit artikel maakt het mogelijk om onder andere op te treden tegen de overtreding van sluitingstijden of sluitingen op bevel van de burgemeester. Ondanks het feit dat dit artikel weinig in de praktijk wordt toegepast, kan de bevoegdheid van de burgemeester tot deze aanschrijving niet ontbeerd worden. Het is onwenselijk om het zicht van buitenaf in het horecabedrijf te ontnemen, omdat daarmee toezicht wordt belemmerd.
Daarnaast is het wenselijk om de straat open en aantrekkelijk te houden, waardoor het gevoel van veiligheid toeneemt. Artikel 17 Handel binnen openbare inrichtingen Heling en andere handel is niet toegestaan in een openbare inrichting. Onder dit verbod valt ook het toelaten van heling en handel. Dit artikel maakt het mogelijk om bijvoorbeeld heling in inrichtingen aan te pakken. Het niet toelaten van heling in het bedrijf valt onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. Het is dan ook de houder die op overtreding van dit verbod kan worden aangesproken. Het plegen van heling zelf in strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Artikel 18 Ordeverstoring Dit artikel is van toepassing indien de bevoegdheid van de burgemeester niet voldoende toereikend is dan kan het college alsnog ingrijpen. Dit zorgt ervoor dat er geen vacuüm is van bevoegdheid bij ordeverstoring. Artikel 19 Toegang ambtenaren van politie De ondernemer is verantwoordelijk voor de openbare orde in en rondom de directe omgeving van de inrichting. Hij moet in dat verband doen en nalaten, hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden, om hinder en/of overlast, veroorzaakt door de aanwezige bezoekers, te voorkomen of te beperken. Dit 7
geldt ook als er bijvoorbeeld gehandhaafd wordt bij (ernstige) overtredingen en op klachten waar terrassen (ernstige) hinder of gevaar veroorzaken. Het handhavingsprincipe dat we als gemeente Oude IJsselstreek hanteren is dat we ruimte willen bieden aan (horeca)ondernemers waar het kan door maatwerk te bieden waar het zich toelaat, maar handhaven en optreden waar het noodzakelijk is. Een ondernemer is daarom verplicht personen die belast zijn met toezicht en ordehandhaving te allen tijde toegang te verlenen tot de openbare inrichting. Dit artikel zorgt ervoor dat politie openbare inrichtingen kunnen betreden. Voor toezichthouders is een dergelijke bepaling overbodig, aangezien deze reeds toegang hebben op grond van de bepalingen van de Awb. Uiteraard is dit artikel ook niet nodig indien de politie het pand betreedt ter uitvoering van een strafrechtelijke bevoegdheid. Hoofdstuk 3 Paracommerciële rechtspersoon Artikel 4 van de Alcoholwet geeft de mogelijkheid om ter voorkoming van oneerlijke concurrentie regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich dienen te houden bij de verstrekking van alcoholhoudende drank en alleen beperkingen aan paracommerciële rechtspersonen op te leggen als dit noodzakelijk is.
Die beperkingen zien vooral toe op de verkoop van alcoholhoudende drank, omdat de verkoop van alcoholhoudende drank geen hoofdactiviteit is van de paracommerciële instelling. Artikel 20 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 20 van de verordening is gebaseerd op artikel 4 (derde lid onder a) van de Alcoholwet. Dit artikel behandelt de schenktijden in paracommerciële inrichtingen. In de verordening is gekozen om voor deze inrichtingen de schenktijden vast te stellen op anderhalf uur voor, tijdens en na de hoofdactiviteit. Het onderscheid ziet vooral op de schenktijden die bij de instelling gehanteerd worden. Door schenktijden te bepalen, wordt de verkoop van alcoholhoudende drank beperkt. Omdat een differentiatie in schenktijden vanwege de grote verscheidenheid in paracommerciële inrichtingen moeilijk is, is in lid 1 van artikel 20 gekozen voor uniforme schenktijden. Alcoholhoudende drank mag in paracommerciële inrichtingen alleen worden geschonken vanaf 1,5 uur voor aanvang en tot 1,5 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelstellingen van de rechtspersoon. De meerderheid van de paracommerciële inrichtingen heeft vóór de inwerkingtreding van de Drank- en Horecaverordening 2013 ook aangegeven zich hierin te kunnen vinden, omdat dit veelal aansluit bij de praktijk. Deze lijn wordt aangehouden in de Horecaverordening.
Om het concurrerende effect voor de reguliere horeca van de drankverstrekking in sportkantines etc. buiten de eigenlijke activiteiten van de rechtspersoon tegen te gaan, is in lid 2 toegevoegd dat tussen 00.00 en 10.00 uur geen alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Deze beperking van de schenktijden geldt voor sportverenigingen, maar ook voor dorpshuizen, jeugdcentra, verenigingsgebouwen, schouwburgen en dergelijke. Voor een sportkantine, schouwburg, filmzaal, etc. met een reguliere drank- en horecavergunning geldt deze beperking van de schenktijden niet. Door het uitbesteden van de horeca-exploitatie aan een horecaondernemer wordt op gelijke voet aan het economisch verkeer deelgenomen en is er geen sprake van oneerlijke concurrentie. Wel moeten de horeca-activiteiten in overeenstemming met de bestemmingsplanvoorschriften (lees: Omgevingsplan) zijn. In lid 3 van dit artikel is de burgemeester de bevoegdheid toegekend om in bijzondere omstandigheden in relatie tot de activiteiten van de rechtspersoon, bijvoorbeeld de exploitatie van een brandweerkantine, een 100-jarig jubileum van de vereniging etc., ontheffing van de voorgeschreven schenktijden te kunnen verlenen. In dit specifieke geval kan ook gedacht worden aan de tennisvereniging die soms tot 00.30 uur door tennist.
Door de tennisvereniging ontheffing van de eindtijd te verlenen, mag ook daar nog 1,5 uur na beëindiging van de activiteiten nog alcoholhoudende drank geschonken worden Artikel 21 Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen In de hoofdregel is het niet toegestaan om tijdens bijeenkomsten van persoonlijke alcoholhouden drank te verstrekken, om oneerlijke concurrentie met reguliere horeca tegen te gaan. Met 8
bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling. Of een bijeenkomst van persoonlijke aard is, wordt niet alleen bepaald aan de hand van de omschrijving van de doelstelling(en) van de statuten van die instelling, maar ook aan de hand van de geconstateerde feitelijke situatie door toezichthouders van de gemeente. Daarbij wordt gekeken of er sprake is van oneerlijke concurrentie voor reguliere horeca, en zo ja, in welke mate. Lid 3 In het derde lid van dit artikel is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Op basis van de verordening is het mogelijk om een ontheffing van de sluitingstijd te verlenen. Deze bevoegdheid is ook opgenomen in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet.
De burgemeester geeft alleen een ontheffing van schenktijden of het verbod om alcohol te schenken als het gaat om een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard. Het kan daarbij gaan om een bijeenkomst van persoonlijke aard of een bijeenkomst voor derden. Bijvoorbeeld een feest bij het winnen van een kampioenschap, een 24-uurs marathon of een bijzonder evenement voor een goed doel. Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om regulier terugkerende feesten of bijeenkomsten. Hier kan bijvoorbeeld ook gebruik van worden gemaakt tijdens de jaarwisseling. Het betreft nadrukkelijk een tijdelijke ontheffing in uitzonderlijke situaties, om te voorkomen dat via de ontheffingsmogelijkheid structureel langer alcohol geschonken kan worden. De burgemeester kan ontheffing verlenen voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf dagen. Er is in de Alcoholwet geen maximum gesteld aan het aantal keren dat ontheffing kan worden aangevraagd, maar de burgemeester kan de ontheffing weigeren indien er sprake is van een weigeringsgrond in deze verordening op grond van artikel 1:8 van de APV. In lid 3 is deze ontheffingsbepaling dan ook opgenomen: de burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon in bijzondere omstandigheden ontheffing van het verbod in lid 1 of lid 2 verlenen.
Om deze ontheffing praktisch uitvoerbaar te maken, moeten er voorwaarden (toetsingscriteria) worden opgesteld op grond waarvan een ontheffing verleend kan worden. Bij het opstellen van de criteria moet rekening worden gehouden met het doel van de verordening; het voorkomen van oneerlijke concurrentie met de commerciële horeca. Een ontheffing als bedoeld in artikel 21, lid 3 wordt alleen verleend indien: het géén bijeenkomst van persoonlijke aard is, maar een bijeenkomst met een bijzonder en openbaar karakter; Dit criterium schept de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen bij bijzondere gelegenheden met een maatschappelijk karakter. Ook het openbare orde belang kan hierbij een rol spelen. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het 700-jarig bestaan van een dorp. Tevens kan gedacht worden aan een groot feest waarbij, in het kader van de bescherming van de openbare orde en in het maatschappelijk belang, een paracommerciële inrichting een geschikt alternatief is. Gedacht kan worden aan een nieuwjaarsfeest waarbij de gemeenschap in groten getale op komt dagen en het niet wenselijk is dat de menigte zich op straat bevindt. de ontheffing tijdig gepubliceerd wordt; Op deze wijze kan een ieder die zich betrokken voelt (bijvoorbeeld omwonenden) tijdig kennisnemen van de verleende ontheffing. Dit betekent dus dat een aanvraag tijdig moet worden ingediend.
de te organiseren bijeenkomst ondergeschikt blijft aan de hoofdactiviteit; De ontheffing kan slechts incidenteel verleend worden, omdat anders de hoofdactiviteit van de paracommerciële inrichting ondergesneeuwd dreigt te raken door de commerciële activiteiten. tevens de overige vereiste ontheffingen verleend zijn (indien van toepassing); Hierbij moet gedacht worden aan een ontheffing o.g.v. artikel 35 Alcoholwet (schenking van alcohol buiten de inrichting) en de ontheffing o.g.v. artikel 20 lid 3 van deze verordening (schenktijden). de commerciële horeca hierbij gebaat is; Deze bepaling voorkomt dat paracommerciële inrichtingen zelf allerlei feestjes gaan organiseren (immers dat blijft op grond van lid 1 van artikel 20 verboden) en voorkomt dat men als particulier met 9
kratjes bier in de kantine een groot openbaar nieuwjaarsfeest gaat organiseren (daar is de commerciële horeca niet bij gebaat). overeenstemming is bereikt tussen de paracommerciële en commerciële horeca; Deze overeenstemming wordt schriftelijk vastgelegd. Voor alle duidelijkheid volgt hieronder een opsomming van activiteiten die wel tot de eigenlijke activiteiten van de paracommerciële instelling worden gerekend en dus toegestaan zijn en geen ontheffing nodig hebben. Algemeen feestavond voor vrijwilligers (maximaal 1 keer per jaar) jaarfeest of afsluiting seizoen (maximaal 1 keer per jaar) afscheidsfeest van het bestuur/een bestuurslid overige strikt club gerelateerde en incidentele feesten voor leden, zoals een barbecue of een bingoavond (maximaal drie keer per jaar) nieuwjaarsbijeenkomsten (mits in belangrijke mate gericht op leden) lessen/cursussen mits club- of instellingsgerelateerd (bijvoorbeeld: EHBO, reanimatie, scheidsrechterscursus voor sportverenigingen) diploma-uitreikingen mits club- of instellingsgerelateerd (bijvoorbeeld: EHBO, reanimatie, scheidsrechterscursus) toernooi met afsluitend feest (maximaal twee keer per jaar) clubkampioenschap (maximaal 1 keer per jaar) jaarvergaderingen kerstviering voor leden sinterklaas voor leden (en kinderen) carnaval voor leden Sociaal-culturele instellingen, zoals dorpshuizen (naast de onder algemeen genoemde activiteiten)
bijeenkomsten/vergaderingen/feesten/cursussen/vieringen/debatten/lezingen van en voor verenigingen en stichtingen die gebruik maken van het pand (dus alleen toegankelijk voor leden en oud-leden) sociaal-culturele evenementen waarbij het evenement centraal staat (ook voor publiek toegankelijk voor zover het publiek komt voor het sociaal-culturele evenement) Educatieve rechtspersonen afstudeerbijeenkomst/diploma-uitreiking lessen/cursussen schoolfeest voor leerlingen (maximaal drie keer per jaar) laatste schooldag(feestdag) nieuwjaarsbijeenkomsten (maximaal een keer per jaar) Rechtspersonen met een levensbeschouwelijke of godsdienstige aard activiteiten en vieringen die direct verband houden met de levensbeschouwelijke of godsdienstige aard van de instellingen (niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard) In lid 4 van artikel 21 staat tot slot vermeld dat onverminderd bovenstaande leden het geldende Omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) van kracht blijft voor de toepassing van dit artikel.
Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat er allerlei bijeenkomsten van persoonlijke aard worden gehouden in paracommerciële inrichtingen waarbij weliswaar geen alcohol geschonken wordt, maar de bijeenkomsten strijdig zijn met het geldende bestemmingsplan Artikel 21a Overige bijeenkomsten paracommercie rechtspersonen Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, kan worden gedacht aan: activiteiten die niet aan verenigingen gebonden zijn. Dit doet zich voor als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging of niet-betrokkenen bij de stichting). Ook komt het voor dat theaters en schouwburgen hun accommodatie verhuren voor congressen. Als daarbij alcohol wordt geschonken kan er oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca. Of dat het geval is, hangt sterk af van de plaatselijke 10
situatie. Als de lokale horeca daarvoor geen passende faciliteiten te bieden heeft, zal er geen sprake zijn van oneerlijke mededinging en is er dus geen reden om beperkingen op te leggen. Vanwege gebrek aan horeca in bepaalde kernen binnen de gemeente is daarom besloten gebruik te maken van de uitzonderingsbevoegdheid van artikel 4, eerst, tweede en derde lid van de Alcoholwet. Er is besloten de bevoegdheid tot het verlenen van de ontheffing hiervoor te leggen bij het college. De ontheffing wordt verleend aan dorps-en wijkcentra en daarmee gelijk te stellen paracommerciële rechtspersonen, denk hierbij aan een verenigingsgebouw e.a. Dorps- en wijkcentra en daarmee gelijk te stellen paracommerciële rechtspersonen mogen maximaal een aantal keren per jaar drank verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. De lijst met toegestane activiteiten zijn verwoord in artikel 21a van de verordening. De opsommingen in deze artikelen zijn niet limitatief. Dit blijkt ook uit de woorden in ieder geval.
Het betreft een lijst met activiteiten die niet altijd direct passen binnen de statutaire doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon, maar waarover maatschappelijke consensus bestaat dat deze activiteiten wel georganiseerd mogen worden bij de paracommerciële rechtspersonen. Deze activiteiten zijn dus toegestaan, mits de paracommerciële rechtspersoon daarvoor een ontheffing vraagt aan het college. De ontheffing verloopt via een door het college opgesteld pilot met eventuele aanvullende voorwaarden. Na verloop van de pilot zal door het college en de paracommerciële rechtspersonen een evaluatie plaatvinden om te beoordelen of de ontheffing omgezet kan worden in een tijdelijke vergunning. De pilot is nodig om de leefbaarheid te behouden in de kernen die geen beschikking hebben tot een commerciële horeca in de omgeving. Er is in dergelijk gevallen geen sprake van oneerlijke concurrentie. Om ervoor te zorgen dat commerciële horeca niet verbannen worden en in de toekomst toch willen vestigen in zulke kernen wordt een dergelijke vergunning verleend voor een bepaald tijd (3 jaar), zodat het mogelijk blijft om te beoordelen of voortzetting van de verleende vergunning nog nodig is.
Binding: Binding in dit artikel betekent niet lid zijnde van een vereniging of stichting in de dorp/stad, maar dat de persoon vanuit vrijwilligerswerk/familie/vrienden ooit werkzaamheden voor een vereniging/stichting hebben verricht. Dit kan zijn: kleine donatie/ooit hebben meegeholpen met activiteiten/familie die lid zijn van een vereniging uit de dorp/stad. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en saamhorigheid binnen deze kernen. Artikel 22 Intrekkings-, wijzigings- en weigeringsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan het college de ontheffing of vergunning intrekken, wijzigen of weigeren bij overtreding van de bepalingen door een paracommerciële inrichting. Het niet naleven van de voorschriften kan een reden zijn om handhavend op te treden. Als de ernst van de overtreding daar aanleiding toe geeft, kan de burgemeester de exploitatievergunning ook in zijn geheel intrekken. Artikel 23 Verantwoordelijkheid bestuur rechtspersoon De paracommerciële horeca heeft aangegeven zich medeverantwoordelijk te voelen voor de alcoholmatiging onder jongeren. Het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon streeft er naar dat vrijwilligers, leden en overige bezoekers de bepalingen uit deze verordening niet overtreden. Het bestuur van een rechtspersoon moet daarom bij een aanvraag ook een bestuursreglement overhandigen.
Verenigingen en stichtingen hebben zelf aangegeven het zinvol te vinden dit bestuursreglement te herzien en waar nodig aan te passen. Een aantal verenigingen heeft inmiddels haar bestuursreglement herzien. Deze bepaling is opgenomen om de eigen verantwoordelijkheid van paracommerciële rechtspersonen te benadrukken. Het gaat uiteindelijk immers om het maatschappelijk effect, het bewustzijn van mensen van de relevantie van alcoholmatiging (onder jongeren).
11
Artikel 24 Verbod prijsacties horeca Door prijsacties met alcohol worden mensen gestimuleerd in korte tijd veel alcohol te gebruiken. Prijsacties met alcohol dragen niet bij aan de gezonde, veilige en leefbare gemeente die Oude IJsselstreek wil zijn. In artikel 25d van de Alcoholwet is bepaald, dat de gemeente in haar verordening een verbod kan opnemen om happy hours zoveel mogelijk terug te dringen. Vandaar dat in de verordening is bepaald, dat het verboden is om in een horecabedrijf of op een terras bedrijfsmatig alcoholhoudende drank te verkopen voor een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk voor wordt gevraagd. Dit verbod geldt zowel voor de commerciële, als de paracommerciële inrichtingen. Als gemeente voeren we in samenwerking met de GGD en de overige gemeenten in de Achterhoek al jaren een consistent alcoholmatigingsbeleid. Het verbieden van prijsacties met alcoholhoudende drank sluit aan op dit beleid. Ook vanuit de regionale driehoek wordt aangeraden om deze bepaling in de verordening op te nemen. Vooral in ruimtes waar jongeren vanwege vereniging bijeenkomen. Artikel 25 Verbod sterke drank Op grond van artikel 25a van de Alcoholwet kan bij gemeentelijke verordening het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank worden verboden.
Gelet op de belangen die worden gediend met een matig alcoholgebruik onder jongeren is in dit artikel een verbod opgenomen voor het schenken van sterke drank. Dit verbod geldt voor bedrijven waar verhoudingsgewijs veel geringe etenswaren worden verkocht, waar mensen niet primair komen voor alcoholgebruik en/of waar verhoudingsgewijs veel jongeren komen. Dit artikel verbiedt het schenken van sterke drank in paracommerciële inrichtingen, die voldoen aan de criteria onder a t/m c. Er is gekozen voor deze bepalingen, omdat paracommerciële inrichtingen veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen paracommerciële en commerciële inrichtingen. Er is geen optie opgenomen voor het aanvragen van een ontheffing van dit verbod voor de paracommerciële inrichting. De redenen hiervan zijn gelegen in voorkoming van oneerlijke concurrentie met de reguliere horeca. Ook de leeftijd van de meeste bezoekers van paracommerciële inrichtingen speelt hier een belangrijke rol.
Hoofdstuk 4 Terrassen Met aanpassing van de APV in 2022 zijn terrassen binnen de gemeente vergunningsplichtig gemaakt in de verordening naast de vergunningsvoorschriften. Hiermee is de regulering van terrassen binnen de gemeente geregeld. Deze bepalingen zorgen ervoor dat de terrassen die vergund worden ook voldoen aan de eisen voor veilig gebruik van de openbare ruimte en voorkoming van overlast naar de (directe) omgeving. Momenteel wordt in de Alcoholwetvergunning (voorheen Drank- en Horecawet vergunning) bepalingen opgenomen voor terrassen. Deze bepalingen zijn toevoeging hiervan. Door het hebben van algemene regels voor terrassen wordt bewerkstelligd dat er eenduidigheid is binnen de gemeente. Daarbij zal dit betekenen dat er binnen de gemeente geen terrassen geëxploiteerd kunnen worden zonder vergunning van de gemeente. Dit zorgt voor overzicht, uniformiteit en veilig opstellingen van terrassen binnen de gemeente. Deze regels gelden voor nieuwe openbare inrichtingen. Bestaande openbare inrichtingen die momenteel niet voldoen aan de regels kunnen alleen bij nood worden verplicht hieraan te voldoen. Bij overname van de zaak gaat het oude recht niet over. Dit betekent dat de regels van deze verordening ingaan en de oude situatie op houdt te bestaan. Terraspleinen Op alle aangewezen terraspleinen is er een vast aantal vierkante meters dat ingenomen kan worden voor terrassen.
Voor de aangewezen terraspleinen wordt in overleg met de betrokken ondernemers een indeling voor de plaatsing van terrassen gemaakt. Tot nu toe wordt voor de huidige verdeling bij terraspleinen rekening gehouden met zo veel mogelijk recht voor eigen gevel, zodat er vanuit de onderneming zicht is op het pleinterras. 12
Het huidige beleid is gebaseerd op een goed gesprek tussen ondernemers en de gemeente. Een probleem kan ontstaan als er een nieuwe ondernemer bijkomt of een ondernemer weggaat. Er moet op hetzelfde terrasoppervlak een extra terras worden ingepast of het terrasoppervlak moet worden verdeeld onder de overige achterblijvende ondernemers. In alle gevallen verandert de terrasruimte van de andere ondernemers. In het geval er een nieuwe onderneming op een plein bijkomt én als bij de nieuwe vergunningsaanvragen de ondernemers er niet (meer) gezamenlijk uitkomen, wordt er door de gemeente een relatie gelegd tussen de grootte van het pleinterras en de breedte van de gevel van het bedrijfspand grenzend aan het plein. De wijziging kan niet leiden tot een uitbreiding van het mogelijk terrasoppervlak. De gemeente zal streven naar een goede verdeling en indeling van het bestaand terrein onder de ondernemers. Artikel 26 Terrassen De terrasvergunning heeft raakvlakken met de alcoholwetvergunning en de exploitatievergunning. Het beschrijven van de locatie en de oppervlakte van het terras is namelijk ook van belang bij de procedure omtrent deze vergunningen. In de terrasvergunning worden de voorschriften opgenomen die het gebruik van een terras reguleren.
Dat doen we omwille van het doelmatig en veilig gebruik, het voorkomen van schade als gevolg van het gebruik en het beperken van overlast voor de omgeving. De voorschriften zijn gebaseerd op de uitgangspunten van deze verordening. Waar nodig kunnen maatwerkvoorschriften opgenomen worden. Een terrasvergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend en is van kracht tot wederopzegging. Indien nodig kan een terrasvergunning ook voor een bepaalde tijd worden verleend. Denk hierbij aan een pilot, proef of nieuwe terras op een nieuwe locatie die er eerder niet was. Verder is de terrasvergunning persoonsgebonden, wat inhoudt dat de vergunning niet overdraagbaar is. Voor het organiseren van een evenement met muziek op een terras is een evenementenvergunning nodig (denk hierbij aan een DJ of zanger op het terras). Dit evenement kan aansluiten bij een evenement rondom de openbare inrichting, maar kan ook een zelfstandig evenement zijn. De ondernemer heeft dan een evenementenvergunning nodig. De bedoeling van terrassen binnen de gemeente is het mogelijk maken voor ondernemers beschikking te hebben over wat extra gebruik oppervlaktes. Het gebruik moet echter niet ten koste gaan van de verkeersveiligheid en het eigenlijk gebruik van de openbare ruimte (trottoir, fietspad, parkeerplaats e.a.).De afmeting van 1,5 meter sluit aan artikel 6:1 lid 2 van de APV.
Dit zorgt ervoor dat overige weggebruikers voldoende ruimte hebben om het trottoir te gebruiken zoals het hoort zonder bang te zijn om over de rijbaan te moeten gaan. Lid 10 Door deze bevoegdheid is het mogelijk dat de burgemeester indien nodig aanvulling en invulling kan geven aan het gebruik van terrassen binnen de gemeente. Artikel 27 Bijzondere gebruik terras Binnen de gemeente zijn een aantal terrassen die zich bevinden op pleinen die functioneren als evenementen- of marktenterreinen. Voor deze terrassen geldt de regel dat tijdens evenementen of markten ondernemers niet zonder toestemming van de gemeente gebruik mogen maken van deze terrassen. De mogelijkheid bestaan voor de ondernemer om vooraf contact op te nemen met de organisatie van een evenement om in overleg te gaan over de opstelling van het evenement en hoe eventueel het terras tegelijk opgesteld kan worden met het evenement. Voor markten loopt de communicatie via de marktmeester van de betreffende markt. Het initiatief ligt bij de ondernemer. Indien de ondernemer eerder contact opneemt met de organisator van een evenement dan kan het zijn dat een organisatie dit meeneemt in de opstelling van het evenement. Hierdoor kan het terras naast het evenement blijven bestaan.
Van belang hierbij is dat de organisator dit duidelijk kenbaar maakt bij het indienen van de aanvraag of dat de ondernemer een kopie stuurt van de gemaakte afspraken met de organisator van het desbetreffende evenement. Dit zorgt ervoor dat organisatoren moeten communiceren met de
13
ondernemers, zodat beide kunnen profiteren van het gebruik van de openbare ruimte zonder dat veiligheid ten koste gaat. Lid 3 Tijden evenementen is vanuit veiligheid binnen de gemeente gekozen voor het niet gebruiken van glaswerk onder de bezoekers, tenzij de organisator expliciet toestemming heeft gekregen. De toestemming geeft namelijk aan dat een organisator in het veiligheidsplan van het evenement goed en duidelijk heeft beschreven waarom en hoe het gebruik van glaswerk nodig is en veilig zal verlopen. Indien een evenement dermate verbonden is met diverse inrichtingen kan vanuit veiligheid het nodig worden geacht dat deze inrichting geen gebruik kunnen maken van glaswerk. Artikel 28 Drankverstrekking op het terras Dit artikel is ter voorkoming van openbare dronkenschap rondom een inrichting. Tevens is het ter bescherming van de horeca. Hierdoor wordt voorkomen dat bezoekers zelf hun drank meenemen van buitenaf en alsnog gebruik maken van een terras terwijl zij geen gebruik hebben gemaakt van de diensten van de inrichting. Op een terras bij een inrichting kan de gast buiten zitten en gebruik maken van het terras indien zij het eten of drinken die vanuit de inrichting worden geserveerd. Artikel 29 en 30 Terrasvoorzieningen en - afscheiding De buitenruimte is van ons allemaal.
Wij willen als gemeente de buitenruimte openbaar toegankelijk houden en privatisering van de buitenruimte voorkomen. Het toestaan van terrasschotten stuit op bezwaren van de openbare toegankelijkheid en daarmee de gebruiksmogelijkheden van de weg, naast het bezwaar hieronder over windhinder. Wij willen voorkomen dat de openbare ruimte wordt geprivatiseerd en ontoegankelijk wordt gemaakt voor algemeen gebruik door omheiningen en andere objecten. Terrassen moeten een bijdrage leveren aan de levendigheid van de gemeente, dus altijd openbaar toegankelijk en doorloopbaar zijn met zo weinig mogelijk fysiek afgescheiden. Indien de afscheiding met een plantenbak wordt gedaan, geldt de 1 meter regel ook voor de inhoud van de bak. De hoogte van de afmeting van de terrasafscheiding is overgenomen van het Omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan). Alle voorzieningen ten behoeve van het terras moeten verplaatsbaar zijn. Een terras dient altijd een verzorgde aanblik te geven. Het plaatsen van losse objecten op het terras is toegestaan als ze een relatie hebben met de terrasfunctie (bijvoorbeeld plantenbakken). Het terrasmeubilair moet van hoogwaardige kwaliteit zijn en passen bij het karakter en de sfeer van het betreffende gebied. De gemeente laat de ondernemer vrij in de keuze van stijl en uitvoering van het terrasmeubilair. Met als uitgangspunt uniformiteit.
Bloemen en planten dragen bij aan meer sfeer en beleving op een terras en geven een gezellige uitstraling. Het gebruik van plantenbakken op het terras is dan ook toegestaan, mits deze niet in de grond worden geplaatst. Tevens kunnen ze bijdragen aan het afscheiden van een terras. Deze voorziening mogen achter niet permanent zijn of met de grond verenigd. Indien een ondernemer een afscheiding wil plaatsen met een permanent karakter dan dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Hierbij zal hij het proces van de Omgevingswet volgen. Artikel 31 Tappunten Dranken en etenswaren dienen vanuit de inrichting te worden geserveerd. Tapinstallaties en apparaten voor het bereiden, koken, bakken, braden of verwarmen van eetwaren mogen niet op het terras worden geplaatst. Alleen voor evenementen geldt een uitzondering. Tapinstallaties en het serveren van eten vanaf een terras is wel toegestaan wanneer het terras onderdeel uitmaakt van een evenemententerrein en dit ook zodanig via een evenementenvergunning is vergund. Artikel 32 Sluitingstijd terrassen Voor de leefbaarheid van de gemeente is besloten openings- en sluitingstijden te verbinden aan het in gebruik hebben/nemen van een terras. Daarbij is stil gestaan bij tropische temperaturen (25 graden
14
Celsius of meer), zodat een ondernemer zoveel mogelijk baat hebben van de hogere temperaturen zonder dat dit ten koste gaat van de overlast naar de (directe) omgeving. Artikel 33 Verwijdering terras Dit artikel regelt de verwijdering van een terras en de nood die daarvoor geldt. Het artikel is vooral bedoeld voor incidentele toepassingen, bijvoorbeeld uit motieven van openbare orde of wegens werkzaamheden in de openbare ruimte.
Hoofdstuk 5 Alcoholhoudende drank bij proeverijen Artikel 34 Ontheffing ten behoeve van proeverijen in een slijterijbedrijf Met de aanpassing van de Alcoholwet is het mogelijk gemaakt om proeverijen toe te staan in slijterijen op grond van artikel 25e van de wet. In dit artikel wordt de mogelijkheid om proeverijen in slijtersbedrijven te organiseren geregeld. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. De proeverij dient te voldoende aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. De proeverij mag alleen plaatsvinden buiten de normale openingstijden van de slijterij, maar wel binnen de tijden van de Winkeltijdenwet. De slijterij moet tijdens de proeverij gesloten zijn voor klanten. Er mag maximaal één proeverij per dag worden georganiseerd en maximaal drie proeverijen per week. De kosten voor deelname moeten voorafgaand aan de proeverij door een leidinggevende bij het slijtersbedrijf zijn vastgesteld. De deelnemers moeten bekend zijn bij het slijtersbedrijf voordat de proeverij plaatsvindt (inloop verboden). De slijterij mag tijdens of na afloop van de proeverij alleen die drank voor thuisgebruik verkopen die tijdens de proeverij wordt geschonken. De verkoop van andere soorten drank tijdens of na afloop van de proeverij is dus uitdrukkelijk niet toegestaan.
Dit betekent dat de Beleidsregel ‘Alcoholhoudende drank bij proeverijen, braderieën e.d. met ingang van deze verordening komt te vervallen.
Hoofdstuk 6 Detailhandel Artikel 35 Voorschriften slijterijen In dit artikel worden de bevoegdheid van de burgemeester voor het stellen van aanvullende voorschriften of beperkingen aan een slijterij belegd. Hoofdstuk 7 Handhaving In dit hoofdstuk is beschreven hoe om te gaan met openbare inrichtingen, horecabedrijven en slijtersbedrijven die zonder een exploitatie- en/of Alcoholwetvergunning open zijn. Openbare inrichtingen mogen alleen open zijn als zij de juiste vergunningen hebben (exploitatievergunning/Alcoholwetvergunning). De basisregel is dan ook: geen vergunning = niet open. Soms komt het voor dat een ondernemer de vergunning niet heeft, bijvoorbeeld vanwege een bedrijfsovername, maar het kan ook voorkomen dat een ondernemer ‘gewoon’ zonder vergunning begint. Deze hoofdstuk geeft helderheid hoe hiermee wordt omgegaan. Artikel 36 Strafbepaling In dit artikel wordt niet alleen overtreding van de in de verordening opgenomen bepalingen met straf bedreigd, maar ook overtreding van daarop gebaseerde bepalingen, zoals voorschriften en beperkingen. 15
Het overtreden van de regels in deze verordening kan op grond van artikel 154 Gemeentewet leiden tot een hechtenis van maximaal drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 37 Toezicht Op grond van dit artikel kan de burgemeester toezichthouders aanwijzen in de zin van de Awb. Het gaat dan om toezichthouders in bestuursrechtelijke zin. Deze toezichthouders kunnen ook opsporingsambtenaren zijn, maar de grondslag hiervoor kan niet ontleend worden aan het aanwijzingsbesluit van de burgemeester. Artikel 38 Exploitatie zonder vergunning Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de ondernemer om, rekening houdend met de termijnen die de gemeente (in redelijkheid) nodig heeft voor de beoordeling van een aanvraag, tijdig de vergunning(en) aan te vragen en daarbij ook te zorgen voor een complete indiening van de aanvra(a)g(en). Lid 1 Exploitatievergunning Wordt binnen deze termijn een ontvankelijke aanvraag ingediend en kan worden voldaan aan een aantal voorwaarden, dan krijgt de ondernemer een gedoogbeschikking (indien nodig onder voorwaarden). De gedoogbeschikking geldt tot dat er een besluit is genomen over de aanvraag. De gedoogbeschikking kan worden ingetrokken wanneer de ondernemer zich niet aan de gedoogbeschikking houdt. Op de inrichting zal scherper toezicht worden gehouden. De last kan niet inhouden het gelasten tot aanvragen van een vergunning.