CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting-Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst.pdf

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan 'Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst'14.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord).

Thema

Toetsvraag

Relevant Intensiteit

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

25

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

Nee

2

Riolering en Afvalwaterketen

1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Nee

2

Nee Nee

1 1

Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Nee

1

Nee Nee

1 1 1

Grondwaterkwaliteit

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Ja

1

Ja

2

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Nee

1

Nee

1

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Ja Nee Nee

2 2 1

Nee

1

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Volksgezondheid

Natte natuur

Nee

Algemeen

26

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Met de ontwikkeling is sprake van de realisatie van nieuwe woningen en de herinrichting van het plangebied als buitenplaats. Onderdeel hiervan is de herinrichting van de oeverzone langs de Aa-Strang.

In het verleden waren er in het plangebied meerdere bedrijfsgebouwen en -woningen aanwezig. Ten opzichte van deze situatie neemt het verhard oppervlak binnen het plangebied fors af. Hemelwater afkomstig van de verhardingen op het nieuwe erf worden ter plaatse van het plangebied geïnfiltreerd.

Aangezien het plangebied hoogteverschillen kent en de oever van de Aa-Strang natuurlijk wordt ingericht, wordt het erf gesitueerd op een hoger gelegen deel van het plangebied. Verder wordt er met de aanleghoogte van de woning(en) rekening gehouden met eventuele wateroverlast.

Inrichting en beheer en Natte natuur Het plangebied grenst aan de Aa-Strang. Het voornemen bestaat om ter plaatse van het plangebied de oever van de Aa-Strang te herinrichten. De Aa-Strang is in het beheer van Waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap is één van de initiatiefnemers van de ontwikkeling. De herinrichting vindt dan ook in samenspraak met het waterschap plaats.

In paragraaf 3.2.3 is nader ingegaan op de beoogde herinrichting van de oever van de Aa-Strang. De Aa-strang is onderdeel van het KRW-waterlichaam Oude IJssel welke voor Fase 3 (2022-2027) van het Waterbeheerplan geprogrammeerd staat. De KRW-maatregelen voor de Aa-Strang bestaan uit het realiseren van minimaal 4 kilometer aan natuurvriendelijke oevers (o.a. door inrichtingsmaatregelen, aangepast beheer en deels beboste oevers) en het creëren van structuurvariatie door o.a. het inbrengen van rivierhout. De beoogde herinrichting van de oever in het plangebied maakt deel uit van bovengenoemd traject en ziet toe op de verbetering van de ecohydrologische situatie van de Aa-Strang (ecologische verbindingszone) en biedt mogelijkheden voor de overloop van de Aa-Strang bij hoog water. De herinrichting heeft een positief effect op de biodiversiteit en draagt bij aan klimaatadaptatie. 5.2.4

Overleg Waterschap

Het Waterschap Rijn en IJssel is al enkele jaren actief betrokken in de planontwikkeling, ook bij de ontwikkeling van de eerdere concept-plannen voor dit perceel. Bij de ontwikkeling van dit inrichtingsplan is het Waterschap Rijn en IJssel vanaf het begin betrokken. In de uitvoering van het inrichtingsplan, en in het toekomstig beheer, zullen het Waterschap, de initiatiefnemers en de Gemeente Oude IJsselstreek samenwerken. 5.2.5

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.3

Flora en fauna

5.3.1

Algemeen

Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde plant- en diersoorten. 5.3.2

Toetsing

Quickscan natuurtoets Door Buro Ontwerp & Omgeving is in september 2021 een quickscan natuurtoets voor de locatie uitgevoerd3. De resultaten van dit onderzoek zijn als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Navolgend worden de belangrijkste conclusies uit het onderzoek nader toegelicht.

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

27

Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach' op een afstand van circa 1,1 kilometer. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het plangebied zijn het 'Hetter-Millinger Bruch, und erweiterung' (4,8 km), 'Unterer Nieder-rhein' (4,8 km), 'NSG Bienener Altrhein, Millinger u. Hurler Meer u. NSG Empeler Meer' (7,8 km) en 'NSG Grietherorter Altrhein' (9,5 km). Het meest dichtbijgelegen Nederlands Natura 2000-gebied betreft Rijntakken en ligt op ruim 17 km afstand tot het plangebied.

Er worden geen negatieve effecten verwacht op de Natura 2000-gebieden omdat deze zich alle op een afstand van meer dan 1 kilometer van het plangebied bevinden. Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn daarom niet aan de orde. Er wordt wel geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren voor de ontwikkeling op deze locatie. Op deze manier kunnen negatieve effecten als vermesting en verzuring door stikstofdepositie worden berekend en eventueel worden uitgesloten.

Het plangebied valt geheel binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO; deelgebied 37 Oude IJssel) en ligt op kleine afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Er worden door het initiatief geen significante negatieve effecten verwacht op de kernkwaliteiten van de GO en het nabijgelegen GNN.

Bij de ontwikkeling van het projectgebied wordt geen afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten van deelgebied 37 van de Groene Ontwikkelingszone: 'Oude IJssel'. De ontwikkeling heeft op meerdere kernkwaliteiten zelfs een positief effect. Verwacht wordt dat soorten van inrichtingsmodel Winde er het meest op vooruit gaan. Doordat de oevers langs de Aa-strang natuurlijker worden gemaakt ontstaat er een bredere oeverzone en een verschil in stroomsnelheid. Voor veel vissoorten betekent dit een substantiële verbetering van het leefgebied. Daarnaast worden model Rietzanger, model Das en het leefgebied van de steenuil enigszins verbeterd en met de aanleg van een fietspad wordt positief bijgedragen aan de recreatievoorzieningen. Verwacht wordt dat met het creëren van natuurlijke oevers en de aanleg van een voedselbos, bosschages en houtopstanden wordt voldaan aan het versterken van de Groene Ontwikkelingszone.

Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Bunzing, hermelijn en steenmarter Van de bunzing, hermelijn en wezel is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Tijdens de quickscan is het terrein geschikt bevonden door de afwisseling van ruigte, houtopstanden en rivieroever en het afwezig zijn van bebouwing. In het rapport wordt aangegeven dat mogelijk een doorsteek gecreëerd wordt in de naastgelegen houtopstanden (langs de Marmelhorstweg). Indien dit het geval is kunnen negatieve effecten op de bunzing, hermelijn en wezel niet worden uitgesloten. Deze doorsteek zal niet worden gerealiseerd. Om die reden is geen negatief effect op de bunzing, hermelijn en wezel te verwachten.

Beekrombout

28

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Op basis van openbare verspreidingsgegevens blijkt dat de beekrombout voorkomt langs de oevers van het projectgebied. De oevers vormen een geschikte voorplantingshabitat voor de soort. Het uitvoeren van werkzaamheden aan de oevers van de Aa-strang kan een negatief effect hebben op de soort. Nader onderzoek naar de beekrombout is nodig om vast te kunnen stellen of de soort zich hier voortplant.

Grote leeuwenklauw Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de grote leeuwenklauw in de omgeving van het plangebied te verwachten is. Deze soort kan voorkomen op het braakliggende terrein, in de wegberm en de hellingen langs de oever van de Aa-Strang. Nader onderzoek moet uitwijzen of de grote leeuwenklauw een standplaats heeft in het plangebied.

Beekdonderpad De beekdonderpad is een nachtactieve soort die voorkomt in kleine snelstromende beken met een bodem van grind of stenen. In Nederland wordt de soort aangetroffen in de Geul, Berkel en Aa-Strang. Het uitvoeren van werkzaamheden aan de oevers van de Aa-Strang kan een negatief effect hebben op de soort. De beekdonderpad is een nationaal beschermde diersoort (art. 3.10 Wnb). Hierdoor is het verboden om de soort te vangen of doden en hun rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Nader onderzoek naar de beekdonderpad is nodig om vast te kunnen stellen of de soort zich hier voortplant.

Stikstofonderzoek Om inzicht te geven in mogelijke stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige Natura2000-gebieden is door Buro Ontwerp & Omgeving een effectbeoordeling stikstofdepositie uitgevoerd4. Deze effectbeoordeling is als Bijlage 4 bijgevoegd.

Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat bij de voorgenomen ontwikkeling in de realisatiefase (de bouw/aanleg) een stikstofdepositie van maximaal 0,10 mol/ha/jr plaatsvindt. Hierbij gaat het om 0,01 mol/ha/jr op ‘Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein'’ en ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’. Daarnaast vindt er 0,10 mol/ha/jr plaats op ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’. Voor deze Duitse Natura 2000-gebieden geldt echter dat een stikstofvergunning pas nodig is bij een stikstofdepositie van 7 mol/ha/jr. In de gebruiksfase is geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr. Er is geen sprake van depositie op Nederlandse Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jr in zowel de aanleg- als gebruiksfase.

Op basis van het voorgaande geldt dat de werkzaamheden ten behoeve van het initiatief uitgevoerd kunnen worden zonder Wnb-vergunning.

Nader onderzoek In oktober 2021 is door Buro Ontwerp & Omgeving een nader onderzoek naar de soorten beekrombout, grote leeuwenklauw en beekdonderpad uitgevoerd5. Dit nader onderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd. Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat de grote leeuwenklauw en de beekdonderpad niet in het plangebied voorkomt. Onderzoek naar de beekrombout heeft uitgewezen dat deze in de oevers van het plangebied voorkomt en dat deze soort zich hier voorplant. Op basis van de resultaten zal ten behoeve van de beekrombout een activiteitenplan opgesteld moeten worden en is een ontheffing noodzakelijk op grond van de Wet natuurbescherming. Met het nemen van maatregelen uit het activiteitenplan wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor deze soort naar verwachting verleend.

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

29

5.3.3

Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.4

Archeologie en cultuurhistorie

5.4.1

Algemeen

Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. 5.4.2

Toetsing

Archeologie Door Hamaland Advies in september 2021 een bureau- en booronderzoek archeologie uitgevoerd6. Dit onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd.

Archeologisch bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat binnen het hoger gelegen noordelijk deel van het plangebied sprake is van een terrasvlakte met poldervaaggronden in lichte zavel. Het zuidelijk deel is gekarteerd als een terrasrestrug met ooivaaggronden in lichte zavel. De noordelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Aa-Strang, welke tot vóór 1937 een iets andere loop kende. Historisch kaartmateriaal geeft aan dat vanaf minstens 1822 bebouwing in het plangebied heeft gestaan. Aannemelijk is echter dat deze bebouwing ouder was. De onbebouwde delen van het plangebied waren destijds in gebruik als bouwland en weiland. Echter, vanaf circa 1988 is vrijwel het gehele zuidelijk-centrale deel van het plangebied bebouwd. Deze bebouwing is inmiddels recentelijk gesloopt.

De trefkans op nederzettingen vanaf het Paleolithicum tot aan de Nieuwe Tijd kan als hoog worden ingeschat. Het zuidelijk deel van het plangebied is hoog gelegen en water bevindt zich in de directe nabijheid. Het is een gunstige verblijfplaats geweest voor jagers/verzamelaars en landbouwende samenlevingen. In het plangebied geldt daarnaast een specifieke archeologische verwachting voor infrastructuur (o.a. paden, bruggen, versterkingen).

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt de kans aanwezig geacht dat er binnen het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Er is daarom geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren op de plaatsen waar daadwerkelijk grondroeringen gaan plaatsvinden, om de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem in het plangebied te kunnen toetsen. Voor aanvang van het veldonderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak opgesteld te worden.

Archeologisch booronderzoek Op de plaatsen waar bodemingrepen zijn voorzien, zijn verkennende boringen uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van het terrein diep verstoord is, waardoor hier geen intacte archeologie meer verwacht kan worden. Om die reden is geen vervolgonderzoek ter plaatse van de verstoorde delen van het plangebied noodzakelijk. De zuidwestkant van het terrein blijkt niet diep verstoord te zijn. Omdat er nu geen diepe en grootschalige werkzaamheden aan de zuidwestkant gepland zijn, is daar nu geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Als daar in de toekomst wel grootschaligere werkzaamheden gaan plaatsvinden, kan alsnog archeologisch vervolgonderzoek nodig zijn.

30

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden aan de zuidwestkant van het plangebied en op de plaatsen waar geen bodemingrepen zijn voorzien (en er geen booronderzoek is uitgevoerd), zijn op de verbeelding en in de regels de bij de verwachtingswaarden passende, dubbelbestemmingen voor archeologie opgenomen. In deze dubbelbestemmingen is opgenomen dat voorafgaand aan bepaalde bouwwerkzaamheden en werken, geen bouwwerken zijnde, moet worden aangetoond dat er geen sprake is van een mogelijke verstoring van archeologische waarden, dan wel dat deze waarden kunnen worden veilig gesteld. Zie tevens paragraaf 7.2.1.

Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft een 'Cultuurhistorische waardenkaart' vastgesteld. Op deze kaart is de Aa-Strang als 'historische waterloop' aangemerkt. Met de ontwikkeling krijgt de oever van de Aa-Strang een natuurlijker karakter. Daarnaast wordt de Aa-Strang beleefbaarder gemaakt door het realiseren van een fietsverbinding over de Aa-Strang. 5.4.3

Conclusie

De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.5

Verkeer en parkeren

5.5.1

Algemeen

Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. 5.5.2

Toetsing

Verkeer De realisatie van nieuwe woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de kengetallen van het CROW7. Uitgaande van 'koop, huis, vrijstaand' van de verstedelijkingsgraad 'niet stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied' is het aantal verkeersbewegingen maximaal 8,6 per dag. Voorliggend plan maakt maximaal drie nieuwe woningen mogelijk. Het totaal aantal verkeersbewegingen in deze situatie zal daarmee maximaal 25,8 bedragen. Hierbij wordt opgemerkt dat in het kader van voorgenomen initiatief de verkeersbewegingen van een drietal agrarische bedrijfspercelen komen te vervallen. Deze bedrijven zorgden ten opzichte van de voorgenomen woningen voor een veelvoud aan verkeersbewegingen.

Het erf wordt ontsloten door een oprit aan de Grensweg. Met de herinrichting van het plangebied komen vier uitritten op de Marmelhorstweg te vervallen. Dit heeft een positief effect op de verkeersveiligheid ter plaatse. Er worden bewust geen bomen of beplanting aangebracht in het zuidwestelijke deel van het plangebied, zodat het zicht op de kruising Marmelhorstweg-Grensweg goed blijft.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet.

Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoersplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van maximaal drie woningen in de categorie 'Woning duur' in 'Rest bebouwde kom'. Hiervoor wordt een parkeernorm van gemiddeld 2,1 parkeerplaatsen per woning bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

31

gehanteerd. Binnen het toekomstig woonperceel is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling.

Fietspad Aan de oostzijde, langs de Marmelhorsweg wordt het recreatieve fietsnetwerk verbonden door het realiseren van een fietspad dat het reeds gerealiseerde fietspad parallel aan de Marmelhorstweg verbindt met het recreatieve fietspad ten noorden van het plangebied (dat parallel loopt aan de Aa-Strang). Het vrijliggende fietspad is onderdeel van het totale inrichtingsplan voor de buitenplaats, waarbij een brug over de Aa-Strang de verbinding met het bestaande recreatieve netwerk realiseert. De aanleg zorgt daarnaast ook voor veiliger fietsverkeer langs de Marmelhorstweg. In de bestaande situatie wordt het fietsverkeer namelijk over de Marmelhorstweg geleid. In de toekomstige situatie wordt de fiets op dit traject gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. 5.5.3

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.6

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

5.6.1

Algemeen

Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld. 5.6.2

Toetsing

Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er geldt daarom geen m.e.r.-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling (voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure) uit te voeren. De milieueffecten zijn onderzocht in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De resultaten daarvan zijn beschreven in de paragrafen 5.1 tot en met 5.4. Daaruit kan worden geconcludeerd dat kan worden uitgesloten dat het bestemmingsplan belangrijke nadelige gevolgen zal hebben voor het milieu. 5.6.3

Conclusie

Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

32

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Algemeen

Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend project betreft een gezamenlijk initiatief van een particulier, het Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Oude IJsselstreek. De gemeente draagt de kosten voor de aanleg en onderhoud van het fietspad. Het Waterschap Rijn en IJssel is verantwoordelijk voor de uitvoering, beheer en de kosten van de herinrichting van de oever van de Aa-Strang en de fietsbrug. Hiervoor is door het algemeen bestuur van het waterschap krediet beschikbaar gesteld. De realisatie en het beheer van het overige deel van de buitenplaats en de woning(en) komen voor rekening van de particuliere initiatiefnemer.

De gemeente heeft met zowel de particuliere initiatiefnemer als het Waterschap Rijn en IJssel een anterieure overeenkomst gesloten, waarin de verdeling van de kosten voor de ruimtelijke procedure is vastgelegd en het verhaal van de kosten bij eventuele planschade. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.

De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Informatieronde De initiatiefnemers hebben begin 2021 kennisgemaakt met de bewoners van de zes omliggende woningen op de Grensweg en de Marmelhorstweg. Daarbij hebben ze hen een eerste, mondelinge indruk gegeven van de plannen voor de buitenplaats en inrichting van het terrein, inclusief het fietspad en de oeverzone. Daarbij is aangegeven hoe de plannen van de initiatiefnemers aansluiten bij een eerder in opdracht van de Gemeente Oude IJsselstreek opgesteld schetsplan. De bewoners reageerden positief. Over het inrichtingsplan wordt een vervolgoverleg voorzien.

Vooroverleg provincie Het bestemmingsplan is in kader van GO en GNN beoordeeld door de provincie in kader vooroverleg.

GO De provincie geeft aan dat nieuwe ontwikkelingen binnen GO moeten voldoen aan artikel 2.52 van de Omgevingsverordening Gelderland. Geoordeeld wordt dat in deze situatie sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Verder wordt door de provincie vastgesteld dat de ontwikkeling de realisatie van de EVZ niet moeilijk of onmogelijk wordt gemaakt. Verder moet het bij de ontwikkeling gaan om een substantiële versterking van de kernkwaliteiten van het bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

33

GNN en GO, waarbij aangesloten wordt bij de ontwikkeldoelen van deelgebied 37 Oude IJssel. Vanwege de ligging binnen de EVZ is het nodig om hierbij ook de inrichtingsmodellen voor winde, das en rietzanger te betrekken. Binnen het ontwerpbestemmingsplan is op basis van de Quickscan natuurtoets een eerste analyse opgenomen waarbij wordt vastgesteld dat met de uitvoering van het plan geen kernkwaliteiten worden aangetast, voor zover deze aanwezig zijn in het plangebied. Deze analyse wordt in het advies bevestigd en akkoord bevonden. De aanleg van natuurvriendelijke oevers en grotere verschillen in stroomsnelheid heeft een positief effect voor de EVZ met inrichtingsmodel winde. Vastgesteld wordt dat dit zal leiden tot een versterking van de kernkwaliteiten en bijdrage levert aan de realisatie van de EVZ voor inrichtingsmodel winde. In mindere mate levert het een bijdrage voor het inrichtingsmodel rietzanger.

GNN Over het GNN wordt door de provincie aangegeven dat de fietsbrug onderdeel is van het plan en zijn verzoekt deze ook toe te voegen aan de verbeelding. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan heeft de gemeente overwogen om de brug mee te nemen. Hiervan is echter afgezien. Binnen de bestemming 'Water' kunnen namelijk al bruggen worden gerealiseerd. Deze zijn namelijk opgenomen in de bestemmingsomschrijving in artikel 23.1 van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. Het gaat om de tekst: 'met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers”. Planologisch gezien is er geen aanleiding tot aanpassing op dit onderdeel. De provincie verwacht dat de aanleg van de fietsbrug over de Aa-strang ook geen negatieve effecten heeft op het GNN. Wel vraagt zij nader in te gaan op verlies van ecologische samenhang en op rust, ruimte en donkerheid. Naar aanleiding van de opmerking van de provincie om in te gaan op het verlies van ecologische samenhang en op rust, ruimte en donkerheid is de quickscan natuurtoets (Bijlage 3 van de toelichting) aangepast. In het rapport is de volgende passage toegevoegd in paragraaf 5.1 onder tussenkop 'Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone': “Omdat de rivier niet onderbroken wordt is er geen sprake van een verlies van ruimte en ecologische samenhang.

Ten slotte is ook qua rust er geen negatief effect te verwachten aangezien het gaat om een onverlicht, dan wel natuurvriendelijk verlicht fietspad en gemotoriseerd verkeer niet is toegestaan.”

Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 22 juli 2021 tot en met woensdag 1 september 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend.

Ambtshalve aanpassingen Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn op basis van recente aanvullende onderzoeken nog enkele ambtshalve aanpassingen worden doorgevoerd in de toelichting en de verbeelding. Verder zijn de resultaten en de verantwoording van het vooroverleg in het toelichting worden opgenomen. De regels blijven ongewijzigd. De doorgevoerde wijzigingen zijn opgenomen in de Nota van wijzigingen die als Bijlage 7 bij de toelichting is gevoegd.

34

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Juridische planaspecten

7.1

Algemeen

7.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 7.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 7.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

35

1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook regels met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel regels met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3.

Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

7.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 7.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Agrarisch', 'Natuur' en 'Wonen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische Verwachting 1', 'Waarde - Archeologische Verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische Verwachting 3' opgenomen.

Agrarisch Het noordwestelijke deel van het plangebied is bestemd als 'Agrarisch'. Dit deel van het plangebied is

36

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

geen onderdeel van de buitenplaats. Aangezien voor deze gronden geen actueel bestemmingsplan geldt, zijn deze gronden meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Deze gronden worden bestemd als 'Agrarisch' overeenkomstig de geldende bestemming en het huidige gebruik. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden alsmede voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding, extensief (dag)recreatief medegebruik, voor zover daarmee de agrarische functie van de gronden niet onevenredig wordt aangetast, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, toegangswegen en nutsvoorzieningen.

Binnen deze bestemming is geen bouwvlak opgenomen. Om die reden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde (bijvoorbeeld erf- en terreinafscheidingen) toegestaan met een maximale hoogte van 1 meter.

Natuur Het overgrote deel van het plangebied is bestemd als 'Natuur'. Deze gronden zijn bestemd voor bos- en natuurgebieden, behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, voet- en fietspaden, water, oevers, taluds, onderhoudspaden en voorzieningen voor de waterhuishouding, agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer, natuureducatie, extensief (dag)recreatief medegebruik. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende behorende bouwwerken (waaronder bruggen) nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

Tussen de Grensweg en de nieuwe woning(en) is een ontsluitingsweg beoogd. De zone waar deze ontsluitingsweg mag komen is aangeduid op de verbeelding. Met deze aanduiding wordt geregeld dat het erf alleen op de Grensweg mag worden ontsloten en niet op de Marmelhorstweg.

Gebouwen mogen niet worden gebouwd binnen deze bestemming. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn, onder voorwaarden, wel toegestaan. In de bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen om de landschappelijke en natuurwaarden binnen de bestemming te beschermen. Dit betekent dat voor sommige werkzaamheden een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Er is een uitzondering opgenomen voor de werkzaamheden die betrekking hebben op de uitvoering en het beheer van het landschappelijk inrichtingsplan.

Wonen De nieuw te realiseren woningen en het bijbehorende erf zijn bestemd als 'Wonen'. Het bestemmingsvlak voor 'Wonen' is tevens het bouwvlak. Er zijn maximaal drie woningen toegestaan. Deze mogen in vrijstaande of twee-aangebouwde vorm worden gebouwd. Naast het gebruik van de woningen zijn de gronden bestemd voor een aan huis verbonden beroep (onder voorwaarden), een bed en breakfast in een woning, het hobbymatig agrarisch gebruik van gronden en opstallen en het recreatief bewonen van de woning. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan.

Naast deze functies zijn ook kleinschalige windturbines en zonnepanelen voor de opwekking van duurzame energie op gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan, uitsluitend binnen een bouwvlak ten behoeve van de eigen energievoorziening.

In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

37

van een bedrijf aan huis. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend.

In de bouwregels is geregeld dat de nieuw te realiseren woningen een gezamenlijke maximale inhoud mogen hebben van 2.000 m³. De woningen mogen uit maximaal twee bouwlagen bestaan en de bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 8 meter. Daarnaast mag bij één van de woningen of bijbehorende bouwwerken een hoogteaccent worden aangebracht van maximaal 12 m. De oppervlakte van het hoogteaccent is gemaximeerd op 20 m2.

Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen), overkappingen en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels.

Waarde - Archeologische Verwachting 1, 2 en 3 De voor Waarde - Archeologische Verwachting 1, 2 en 3 aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Voorwaardelijke verplichting In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dit borgt dat het landschappelijk inrichtingsplan wordt uitgevoerd. De regel regelt dat woningen uitsluitend mogen worden bewoond, indien binnen vier jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het landschappelijk inrichtingsplan is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. 7.2.2

Algemene regels

Groene Ontwikkelingszone Het gehele plangebied is aangeduid als 'overige zone - groene ontwikkelingszone'. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen ('Agrarisch', 'Natuur' en 'Wonen'), mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden.

Overige regels Naast de bestemmingen en de genoemde algemene aanduidingsregel bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

38

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

Eindnoten

1. Buro Ontwerp & Omgeving, 6 juli 2021, Akoestisch onderzoek Grensweg 9 Voorst, projectnummer 3370.01 2. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ 3. Buro Ontwerp & Omgeving, 28 september 2021, Quickscan natuurtoets Grensweg 9 te Voorst, projectnummer 3370.01 4. Buro Ontwerp & Omgeving, 28 januari 2021, Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Ontwikkeling Grensweg Voorst (Gendringen), projectnummer 3370.01 5. Buro Ontwerp & Omgeving, 5 oktober 2021, Nader ecologisch onderzoek Herontwikkeling Grensweg 9, Voorst (Gendringen), projectnummer 3370.01 6. Hamaland Advies, 27 september 2021, Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Archeologie Grensweg 9 te Voorst (Engbergen), projectnummer 203066 7. CROW, december 2018, Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381

bestemmingsplan "Buitenplaats de Bleuster, Grensweg Voorst" (vastgesteld)

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4321/documents/22365