Toelichting BP Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31 vastgesteld.pdf
Tekst van het document
22
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
bestemmingsplan.
Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Geluid
Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of industrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting.
Toetsing Voor de voorgenomen ontwikkeling is door Buro Ontwerp & Omgeving in april 2022 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. Hieronder worden kort de conclusies toegelicht.
Selectie van geluidsbronnen De nieuwe woningen staan nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de zones rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde bedrijventerreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. In de omgeving van de nieuwe woningen bevinden zich wegen. Gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen zijn in de nabijheid van de nieuwe woningen niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen is dan ook niet nodig. In de omgeving van de nieuwe woningen bevinden zich wegen. Ten oosten van de nieuwe woningen ligt de Zelhemseweg. Ter hoogte van de nieuwe woningen ligt de Zelhemseweg buiten de bebouwde kom. Deze weg heeft twee rijstroken. De zone van deze weg bedraagt 250 meter op basis van de Wgh. De nieuwe woningen liggen in de zone van de Zelhemseweg. De nieuwe woningen liggen direct aan de Leeuwerikstraat. De Leeuwerikstraat heeft een 30 km/uur-regime. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op de Leeuwerikstraat zijn dusdanig dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet kan worden uitgesloten.
Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de Leeuwerikstraat. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk naar de geluidhinder afkomstig van de Zelhemseweg en de Leeuwerikstraat.
Resultaten De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Zelhemseweg bedraagt 45 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De Leeuwerikstraat heeft op basis van de Wgh geen zone. Formeel gelden de normen uit de Wgh dan ook niet voor 30 km-wegen. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, zijn bij de beoordeling van de geluidsbelastingen zijn de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de hoogste bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
23
toelaatbare geluidsbelastingen van 63 dB gebruikt. Deze normen gelden voor een vergelijkbare weg met een 50 km-regime. De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Leeuwerikstraat bedraagt 48 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting bedraagt 49 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De optredende cumulatieve geluidsbelasting is hiermee lager dan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB uit de Wgh, daarmee zijn de optredende geluidsbelastingen op basis van de Wgh acceptabel. Bovendien wordt naar verwachting de binnenwaarde van 33 dB in de nieuwe woningen gehaald zonder dat er aanvullende geluidsisolerende maatregelen worden getroffen.
Activiteitenbesluit Op het naastgelegen perceel van het plangebied is een geluidsbron aanwezig in de vorm van een kleinschalig bedrijfspand. Ten aanzien van geluid is er een activiteitenbesluit ingediend om belemmeringen uit te sluiten en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen in het plangebied te waarborgen. Meer hierover is toegelicht in paragraaf 4.7.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.6
Luchtkwaliteit
Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is
24
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.
Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.
In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.7
Bedrijven- en milieuzonering
Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd.
De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
25
Toetsing Het plangebied en de nabije omgeving maakt gezien de aanwezige functies deel uit van een 'rustige woonwijk'.
Hinderveroorzakende functies in het plangebied In het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De nieuwe woningen kunnen worden aangeduid als milieuhindergevoelig.
Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt aan de noordwestzijde binnen de bebouwde kom van Varsseveld. Het plangebied ligt daarom ook in een omgeving dat zich grotendeels kenmerkt door een woonfunctie. Op het naastgelegen perceel aan de westzijde van het plangebied is een bedrijfsbestemming/functie gelegen. Binnen deze bedrijfsbestemming is een bedrijf tot en met categorie B (Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging) toegestaan op basis van het bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010'. In de bestaande situatie bevindt zich op dit naastgelegen perceel een kleinschalig bedrijfspand (ter plaatse van Leeuwerikstraat 29) in de vorm van handel/reparatie ten aanzien van personenauto's en lichte bedrijfsauto's. Op basis van de VNG brochure 'Bedrijven- en milieuzonering' geldt voor de genoemde categorie B dat activiteiten in gemengd gebied uitgeoefend kunnen worden, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. In de toekomstige situatie is hier sprake van doordat de nieuwe woningen afzonderlijk van het bestaande bedrijfspand op het naastgelegen perceel worden gesitueerd.
Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig. Ten aanzien van de bestaande bedrijvigheid op het naastgelegen perceel zijn alle randvoorwaarden van toepassing en daardoor toelaatbaar voor de toekomstige situatie. Voor het aantonen van een toekomstig aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het nader onderzoeken van de uitvoerbaarheid van de voorgenomen planontwikkeling in het plangebied, heeft de eigenaar van het naastgelegen bedrijf gegevens aangeleverd aan de gemeente en Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Uit de beoordeling van de aangeleverde bedrijfsactiviteiten aan gemeente en ODA is gebleken dat het dichtslaan van de portieren op het naastgelegen bedrijfsperceel meer geluid maakt dan wat is toegestaan (77 dB in plaats van maximaal toegestaan 65 dB) en er daarom een maatwerkvoorschrift dient te worden opgesteld. Hierdoor geeft de gemeente Oude IJsselstreek opdracht aan de ODA om een maatwerkvoorschrift te verlenen. Dit betekent dat het op het naastgelegen perceel (in eigendom van de buurman) wordt toegestaan dat 77 dB wordt geproduceerd bij het dichtslaan van de portieren.
De eigenaar van het naastgelegen bedrijf wordt hierdoor niet belemmerd in zijn bedrijfsvoering en de nieuwe woningen in het plangebied kunnen alsnog gerealiseerd worden. De toekomstige bewoners van de woningen zullen op de hoogte worden gebracht van bovenstaande, want de 77 dB geluidsproductie bij de dichtslaande deuren is dan immers toegestaan (conform het maatwerkvoorschrift). Naar aanleiding van de aanvraag van gemeente aan de ODA om het maatwerkvoorschrift op te stellen, heeft de ODA nader advies uitgebracht. Dit advies is gericht op het maatwerkvoorschrift, maar ook op voorliggend bestemmingsplan. Om te garanderen dat het bestemmingsplan aansluit op het te nemen maatwerkvoorschrift, zijn de plangregels ten aanzien van de algemene bouwregels en algemene gebruiksregels aangevuld op het gebied van geluid.
26
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
Er kan dan ook geconcludeerd worden dat, met het opnemen van een maatwerkvoorschrift, de woningen goed ingepast kunnen worden in een gebied met ook overwegend woningen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
4.8
Externe veiligheid
Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.
Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.
Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg)
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
27
Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
Toetsing Ten behoeve van de toetsing is de risicokaart geraadpleegd, waarvan een fragment in onderstaande afbeelding is weergegeven. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van twee woningen in bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling is sprake van nieuwe kwetsbare objecten. Het plangebied is met een blauwe markering omkaderd.
Uitsnede risicokaart Nederland
Stationaire bronnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen stationaire risicobronnen. Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig die zijn opgenomen in relevante besluiten of circulaires voor externe veiligheid. Op circa 950 meter van het plangebied bevindt zich een gasdrukmeet- en regelstation. Het plangebied valt ruim buiten het invloedsgebied van het gasdrukmeet- en regelstation. Om die reden is nader onderzoek naar deze inrichting niet noodzakelijk voor de ontwikkeling.
Buisleidingen Ten oosten van het plangebied ligt op een afstand van circa 950 meter een gasleiding van Gasunie. De plaatsgebonden risicocontour ligt op de leiding. De leiding heeft de volgende kenmerken:
28
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
Naam leiding
Uitwendige diameter
Werkdruk
Invloedsgebied groepsrisico
N-569-86
4,49 inch
40,00 bar
50 meter
Het plangebied valt ruim buiten het invloedsgebied van de buisleiding. Om die reden is nader onderzoek naar deze gasleiding niet noodzakelijk voor de ontwikkeling.
Snelweg A18 en N18 Ten westen van het plangebied ligt de snelweg A18. Hierover worden brandbare stoffen vervoerd. Het plaatsgebonden risico is vastgesteld op 0 meter, de 1%-letaliteitsafstand op 45 meter en 355 meter. Het plangebied ligt op circa 1.100 meter van de snelweg. Het plangebied valt hiermee buiten het invloedsgebied van stofcategorie LF2 (brandbare vloeistoffen) en GF3 (brandbare gassen), welke bepalend is voor de grootte van het invloedsgebied (1%-letaliteitsafstand van 45 meter en 355 meter). De snelweg gaat over in de N18 (ten noorden van het plangebied), waarvoor dezelfde risico's gelden als voor de snelweg A18. Het plangebied ligt op circa 320 meter van de N18. Het plangebied valt hiermee binnen het invloedsgebied van stofcategorie GF3 (brandbare gassen), welke bepalend is voor de grootte van het invloedsgebied (1%-letaliteitsafstand van 355 meter). Gelet op de afstand kan in het kader van een goede ruimtelijke ontwikkeling volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Beperkte verantwoording groepsrisico Uit toetsing aan de signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het mogelijk maken van kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van brandbare gassen over de N18 en geheel buiten de 200 meter van de transportroute.
Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transportroute ingegaan te worden op: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater; De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie 'VGR voor standaard externe veiligheidssituaties' blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt de onderstaande verantwoording van het groepsrisico gehanteerd.
Beperkte verantwoording groepsrisico De maatgevende scenario's voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het besluitgebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. navolgend is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het besluitgebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
29
genomen.
De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het besluitgebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af.
Tot slot wordt opgemerkt dat met de uitvoering van het plan geen risicovolle activiteiten mogelijk worden gemaakt.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Water
Algemeen In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument 'de Watertoets'. In de waterparagraaf in de toelichting moeten de resultaten van deze toets worden opgenomen, waaronder het wateradvies van de waterbeheerder.
Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's.
Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.
Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie 30
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.
Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.
Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
Toetsing In de huidige situatie staat er in het plangebied op het perceel een bedrijfsgebouw van circa 110 m2 en een parkeerplaats van circa 460 m2. Dit bedrijfsgebouw wordt gesloopt en er zullen twee woningen worden gerealiseerd. Het verharde oppervlak van de woningen bedraagt circa 210 m2. Daarnaast zullen er voor beide woningen een tweetal parkeerplaatsen in combinatie met een oprit worden aangelegd. In totaal zal de totale verharding in het plangebied in de nieuwe situatie circa 200 m2 zijn, gelijkwaardig verdeeld over de twee woningen (circa 100 m2 per woning). Het aantal m2 aan verharding binnen het plangebied neemt dus af in de nieuwe situatie. Ook ontstaat er nu de mogelijkheid om het hemelwater af te koppelen en dit te infiltreren binnen het plangebied. Bij de afgekoppelde bebouwing (nieuwe woningen) dient minimaal 20 mm hemelwater in infiltratievoorzieningen geborgen worden. Dit is in lijn met de uitgangspunten van het waterschap Rijn en IJssel.
Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde Watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor wordt de normale procedure in gang gezet en is er advies van het waterschap nodig. De Watertoets is toegevoegd als Bijlage 8. Ten aanzien van wateradvies geldt er voor onderhavige ontwikkeling een normale procedure. De verharding in het nieuwe plan neemt af ten aanzien van de huidige hoeveelheid verharding. In de huidige situatie wordt het hemelwater op het riool geloosd. In de toekomstige situatie wordt het hemelwater gescheiden gehouden van het vuilwater. Daarnaast wordt hemelwater geïnfiltreerd binnen het plangebied met behulp van diverse infiltratiekratten op eigen terrein rondom de nieuwe woningen. Dit komt ten goede aan het verminderen van de kans op eventuele wateroverlast.
Volgens de de Klimaatatlas Oude IJsselstreek is de locatie van het plangebied (en de nabije omgeving van de Leeuwerikstraat) namelijk gevoelig is voor wateroverlast bij hevige korte/lange piekbuien van 70 mm/1 uur en 160 mm/2 uur, waarbij water op het maaiveld komt te staan. Hiervoor dient in ieder geval in de toekomstige situatie rekening gehouden te worden met het vloerpeil van de te realiseren woningen in het plangebied. Navolgende afbeelding laat het effect van extreme neerslag zien ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Het plangebied is hierbij geel gemarkeerd.
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
31
Situatie wateroverlast plangebied en nabije omgeving bij extreme neerslag (bui 160 mm/2uur)
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Verkeer en parkeren
Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.
Toetsing Verkeer De realisatie van de twee woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 2 keer 'Koop, huis, twee-onder-een-kap', met de verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen gemiddeld 7,7 per woning per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de ontwikkeling in totaal 15,4 verkeersbewegingen per dag tot stand komen. De woningen worden ontsloten op de Leeuwerikstraat. De Leeuwerikstraat is voor de woonwijk De Brie een belangrijke doorgaande weg. Deze straat heeft dan ook voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.
Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het
32
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van twee woningen in de categorie 'Woning middensegment' in 'Rest bebouwde kom'. Hiervoor wordt een parkeernorm van minimaal 1,8 per woning gehanteerd. In totaal zijn er 3,6 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Binnen het plangebied zullen er bij beide woningen 2 parkeerplaatsen (in totaal 4) worden gerealiseerd. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de parkeernorm uit het GVVP.
Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
4.11
Kabels en leidingen
Algemeen In het kader van de ruimtelijke onderbouwing dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante kabels en leidingen.
Toetsing In en om het plangebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Het plangebied valt niet samen met een zakelijk rechtstrook of een toetsingszone van een leiding, lijn of straalverbinding - gemeten uit het hart van een kabel, leiding of verbinding. Voorafgaand aan de werkzaamheden binnen het plangebied zal een KLIC-melding worden gedaan om inzicht te krijgen in de mogelijk overige aanwezige kabels en leidingen.
Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12
Milieueffectrapportage
Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.
Toetsing Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 9 bijgevoegd. Op grond van de aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
33
bestemmingsplan 'Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31' kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.
Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
34
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Algemeen
Plansystematiek De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Onderdelen bestemmingsplan Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: Toelichting, Regels en Verbeelding. De toelichting is een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft ten aanzien van een voorgenomen ontwikkeling een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten, de beleidsuitgangpunten en de interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De toelichting heeft verder geen rechtskracht. Eventuele bijlagen maken ook onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. De planregels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en gebruik Onder algemene regels, Hoofdstuk 3, zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Daarnaast bevat het bestemmingsplan nog de verbeelding.
Dit is een digitale kaart waarop alle relevante bestemmingen en aanduidingen binnen het plangebied zijn weergegeven.
5.2
Wijze van bestemmen
Bestemming 'Tuin' De strook oppervlakte aan de voorzijde van de woningen in het noordoosten en oosten van het plangebied is bestemd als 'Tuin'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, wegen en paden, erkers en erfafscheidingen, parkeervoorzieningen (uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein') en groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen, onder voorwaarden, voor (het verlengde van) de voorgevel van een woning erkers worden gebouwd. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn in de bouwregels opgenomen.
Bestemming 'Wonen' Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd als 'Wonen'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen, aan huis verbonden bedrijven, bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, parkeer- en groenvoorzieningen en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Tevens zijn een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijven toegestaan. Binnen deze bestemming is een bouwvlak opgenomen. In de regels is bepaald dat hoofdgebouwen
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
35
binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. Daarnaast is er een aanduiding 'twee aaneen' (tae) opgenomen, waardoor bij woningen ter plaatse van deze aanduiding de afstand tot de zijdelings perceelsgrens aan één zijde minimaal 3 meter is. Er geldt voor hoofdgebouwen een maximale goot- en bouwhoogte. Bijbehorende gebouwen zijn eveneens toegestaan. Deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. De maatvoeringseisen van deze gebouwen zijn in de bouwregels opgenomen. Naast de eerder genoemde gebouwen zijn ook verschillende overige bouwwerken (geen gebouwen zijnde) toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn eveneens in de bouwregels opgenomen.
36
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid van het plan
Algemeen
Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voorliggend plan is een particulier initiatief. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. In de anterieure overeenkomst zijn tevens afspraken over het beoogde woningbouwprogramma gemaakt. Gelet op het voorgaande is het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid is hiermee niet in het geding.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling zijn de plannen door de initiatiefnemer voorgelegd aan de directe omwonenden naast het plangebied, de percelen van de woningen met huisnummers 25 en 31. Vanuit de directe omwonenden zijn er geen bezwaren aangemerkt tegen de voorgenomen ontwikkeling. Wel was er hierbij enkele bezorgdheid over eventuele beperkingen voor de bedrijfsactiviteiten in het bedrijfsgebouw ten noordwesten van het plangebied door de realisatie van de twee nieuwe woningen. Vervolgens is afgesproken met de omwonenden dat het concept van het ontwerpbestemmingsplan omtrent de voorgenomen ontwikkeling wordt ingediend bij de gemeente Oude IJsselstreek en dat men verder op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen gurende het traject van de planvorming.
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)
37
Hoofdstuk 7
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Wel is er aanleiding geweest voor het maken van enkele ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze zijn opgenomen in de nota ambtshalve wijzigingen (zie Bijlage 10).
38
bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)