CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31 vastgesteld.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 15: Bestemmingsplan Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr 25 en nr 3114.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging planlocatie Geldende plannen Leeswijzer

3 3 3 4 5

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Beschrijving van het plan Algemeen Huidige situatie Toekomstige situatie

6 6 6 7

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleid Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 9 11 13 15

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten Algemeen Bodem Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven- en milieuzonering Externe veiligheid Water Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Milieueffectrapportage

19 19 19 20 20 23 24 25 27 30 32 33 33

Hoofdstuk5 5.1 5.2

Juridische planopzet Algemeen Wijze van bestemmen

35 35 35

Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid van het plan Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37 37

Hoofdstuk7

Procedure

38

2

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de planlocatie aan de Leeuwerikstraat in Varsseveld gelegen tussen de woningen met huisnummers 25 en 31 bevindt zich in de huidige situatie een perceel met een bedrijfsgebouw met bijbehorende parkeerplaats. Vanwege de leegstand in het bedrijfsgebouw en de ligging tussen diverse woonpercelen is de transformatie van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming goed denkbaar. De voorgenomen ontwikkeling bestaat dan ook uit de wens om de bouw van twee kleine geschakelde woningen met berging en parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren. Hiervoor dient de bestaande bebouwing gesloopt te worden. De bij het plangebied betrokken gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan 'Kom Varsseveld' de bestemming 'Bedrijf'. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Om die reden moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.

1.2

Ligging planlocatie

De locatie van het plangebied bevindt zich in de woonwijk De Brie aan de noordwestzijde van de bebouwde kom van Varsseveld, dichtgelegen bij de Zelhemseweg die de ontsluiting verzorgt richting de N18. De noordzijde van het plangebied grenst aan de Leeuwerikstraat. De westzijde grenst aan een woonperceel en een bedrijfsperceel inclusief bijbehorende bedrijfsbebouwing. Daarnaast grenzen de zuid- en oostzijde aan diverse aanliggende woonpercelen. Het plangebied bestaat uit het perceel dat kadastraal bekend staat als 'gemeente Varsseveld, sectie l, nummer 2415'. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven met een rode omlijning.

Globale ligging plangebied

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

3

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldende plannen

Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010', vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek, op 7 maart 2012. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de plankaart van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rode omlijning weergegeven.

Uitsnede geldende bestemmingsplan

Op grond van het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Bedrijf' (paars) en is er een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie b'. Volgens de regels, behorende bij deze bestemming en functieaanduiding, zijn de gronden bestemd voor bedrijven in de categorie A en B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging, productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit, bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer-, groenvoorzieningen, kunstwerken en straatmeubilair en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. De toekomstige functie 'wonen' is hierbinnen dus niet mogelijk. Daarnaast is er gedeeltelijk binnen het plangebied een bouwvlak aanwezig en is er sprake van een

4

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

maximum bebouwingpercentage (100%) en een maximum bouwhoogte van 7 m. Het realiseren van de twee nieuwe geschakelde woningen in het plangebied is op basis van bovengenoemde bestemming en diverse maatvoeringsaanduidingen binnen het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Om die reden is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In Hoofdstuk 5 volgen de juridische planaspecten en in Hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

5

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de huidige situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling in de toekomstige situatie nader toegelicht wordt.

2.2

Huidige situatie

Het perceel in het plangebied ligt aan de Leeuwerikstraat gelegen tussen de woningen met huisnummers 25 en 31. De ontsluiting vindt plaats aan de voorzijde via de Leeuwerikstraat via een in-/uitrit. Op het perceel is een teruggelegen bedrijfsgebouw aanwezig, oorspronkelijk behorend bij de bedrijfsbebouwing (huisnummer 29) op het ten westen gelegen aangrenzende perceel. In de huidige situatie staat het bedrijfsgebouw leeg en wordt het niet meer functioneel gebruikt. Het perceel wordt rondom omsloten door een middelhoge heg en aan weerszijden van de in-/uitrit staan twee bomen. Aan de noordoostzijde van het plangebied staan los van elkaar een boom en een vlaggenmast gesitueerd. In de zuidelijke hoek van het plangebied staat een losstaand bijbehorend bouwwerk in de vorm van een kleine overkapping. Aan de achterzijde van het bedrijfsgebouw is een redelijke doorkijk richting de achterliggende woonpercelen. Naast het bedrijfsgebouw bestaat het perceel van het plangebied volledig uit verharding dat als parkeerplaats dient. Aan de westzijde van het plangebied ligt een oprit behorende bij de naastliggende woning (huisnummer 31). Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied, gezien van de Leeuwerikstraat.

Impressie huidige situatie plangebied (1)

6

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

Impressie huidige situatie plangebied (2)

2.3

Toekomstige situatie

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de sloop van het huidige bedrijfsgebouw en de kleine overkapping en de realisatie van twee geschakelde woningen in het plangebied op de locatie aan de Leeuwerikstraat. Door de sloop van de bestaande bebouwing ontstaat er ruimte voor de ontwikkeling van twee geschakelde woningen inclusief een aparte oprit en voor- en achtertuin. Navolgende afbeelding geeft het plangebied weer (rode markering) en de te slopen bestaande bebouwing (gele markering).

Sloop bestaande bebouwing plangebied (bedrijfsgebouw en kleine overkapping; geel)

Het bouwplan voor de toekomstige situatie voorziet in de bouw van twee geschakelde woningen met aangebouwde bergingen, carports met parkeergelegenheid en tuinen. De totale hoofdbouwmassa is aan de voorzijde opgebouwd uit twee bouwlagen met twee kappen (circa 7,7 meter en 7,1 meter). Aan de

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

7

achterzijde hebben de woningen één bouwlaag in de vorm van een patio. De woningen liggen achter en gelijk aan de rooilijn van de naastgelegen woningen. Hierdoor krijgen de woningen een minder prominente positie ten opzichte van de naastgelegen woningen. De woningen worden ontsloten op de Leeuwerikstraat aan de voorzijde. Het bouwplan van de twee woningen gaat uit van een breedte van 5,5 meter en een toerit van 3,0 meter. Hiermee biedt het perceel voor beide woningen voldoende ruimte voor de realisatie van twee achter elkaar gelegen parkeervoorzieningen voor twee auto's. Voor een groene erfafscheiding bestaat hiermee echter weinig tot geen ruimte. Het beeld waarin er geen sprake is van een groene perceelscheiding, komt meer voor in de Leeuwerikstraat en is daardoor niet zichtbaar opvallend. De twee geschakelde woningen worden ontworpen volgens de uitgangspunten van BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) met een lucht-water warmtepomp, gebalanceerde ventilatie (terugwinning) en PV-zonnepanelen.

Vanuit de gemeente worden de volgende eisen gesteld aan het plan: De vereiste ruimtelijke kwaliteit richting de Leeuwerikstraat moet door het ontbreken van een groene perceelafscheiding aanvullend worden gevonden in het toekennen van de bestemming 'Tuin' aan de voorzijde; Binnen de bestemming 'Tuin' worden parkeren en niet-vergunningsvrije bouwwerken uitgesloten; Het voetpad aan de voorzijde blijft als structurerend element gehandhaafd. Parkeren hierop is en blijft niet toegestaan; Per woning moet een inritvergunning worden aangevraagd; Overleg door initiatiefnemer met de aangrenzende en overliggende buren over dit plan is vooraf nodig. Op navolgende schetsontwerpen is de toekomstige situatie met de voor- en achterzijden van de twee woningen binnen het plangebied weergegeven.

Schetsontwerpen woningen toekomstige situatie

8

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is het relevante beleid op Europees niveau buiten beschouwing gelaten en op Rijksniveau beperkt gehouden. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (Novi) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en gezonder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, electriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt er, al zij het op micro-niveau, een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. Met de ontwikkeling worden meters 'bedrijfvoorziening' gesaneerd, iets wat wenselijk is op deze locatie. Tevens worden het huidige bedrijfsgebouw en het losstaande bijbehorend bouwwerk op het terrein gesloopt. De woningen die op de locatie worden gebouwd dragen bij aan de behoefte aan en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Varsseveld en omgeving. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid.

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

9

3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Beoordeling initiatief Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Voorliggende ontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. In voorliggend plan worden per saldo twee woningen in het plangebied gerealiseerd. Ten opzichte van de vigerende planologische situatie neemt het aantal woningen in het plangebied dus toe met twee woningen. De ontwikkeling wordt dus niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Daarnaast is de ontwikkeling goed passend binnen de omgeving. De omgeving kenmerkt zich door de combinatie van centrumvoorzieningen en woningen. 3.2.3

Nationale woon- en bouwagenda

In de Nationale Woon- en Bouwagenda (11 maart 2022) worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid zijn eigen rol voor het grondrecht wonen te klein gemaakt. Te veel is gedacht dat de markt als vanzelf en alleen een oplossing zou bieden voor de woningnood. Te lang is geloofd dat de optelsom van alle gedecentraliseerde keuzes zou leiden tot de oplossing. Regie is nu des te gewenster, omdat er – mede als gevolg van de bevolkingstoename – een enorme schaarste aan huizen is. Die maakt dat de overheid nu met meer tempo en meer regie aan de slag moet. De huidige situatie vergt de bouw van veel meer huizen. De ambitie gaat omhoog naar 100.000 nieuwe woningen per jaar. De Rijksoverheid wil ook duidelijk kunnen sturen op voor wie er wordt gebouwd, op het bouwen van goede en betaalbare woningen op de plek waar ze gewenst zijn.

Beoordeling initiatief Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee woningen in Varsseveld. De woningen worden binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Tevens worden de geschakelde woningen levensloopbestendig uitgevoerd, hetgeen waar binnen de gemeente Oude IJsselstreek vraag naar is. De woningen dragen bij aan de ambitie om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen. Daarnaast draagt onderhavige ontwikkeling bij aan het bouwen voor de juiste doelgroep, namelijk senioren.

10

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing.

Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst.

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

11

Beoordeling initiatief De ontwikkeling voorziet in de sloop van het huidige bedrijfsgebouw en het losstaande bijbehorend bouwwerk op het terrein en de realisatie van twee grondgebonden woningen binnen bestaand stedelijk gebied. De nieuwe woningen worden duurzaam (BENG-uitgangspunten) en gasloos uitgevoerd. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de energietransitie. Met de bouw van twee levensloopbestendige geschakelde woningen wordt er voldaan aan de vraag naar dit type woningen binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De realisatie van de woningen draagt bij aan het verbeteren van de woon- en leefomgeving. Het huidige pand in het plangebied is sterk verouderd. De sloop en realisatie van de woningen draagt bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied en sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale Omgevingsvisie. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

Op 21 december 2022 is 'Omgevingsverordening (januari 2023)' vastgesteld door de Provinciale Staten van Gelderland. De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen' en 'klimaatadaptatie' relevant.

Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.

Beoordeling initiatief Op basis van de Klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast: uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat er ter plaatse van het plangebied wel degelijk plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. In paragraaf 4.9 verder ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress: uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de

12

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

temperatuur in het plangebied warmer zal zijn op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige volledig verharde situatie in het plangebied. De geschakelde nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Droogte: de bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming: de bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen watergangen in nabijheid van het plangebied liggen.

Mocht ergens de dijk van de IJssel of de Rijn bezwijken dan vormt overstroming geen risico voor het plangebied. Ten aanzien van klimaatadaptatie is het aspect waterveiligheid (overstroming) minder van belang voor het plangebied. Met het aspect wateroverlast wordt binnen voorgenomen ontwikkeling omgegaan door hemelwater op eigen terrein op te vangen en te laten infiltreren in de bodem. Tegelijkertijd is dit positief voor het verminderen van droogte en hittestress. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen' en 'klimaatadaptatie'. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

De 7 Achterhoekse gemeenten hebben samen met de woningcorporaties en de provincie onder het motto 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder', een gezamenlijke visie op het wonen in de Achterhoek neergelegd voor de periode 2010-2020. De ambitie van de regio Achterhoek luidt daarbij als volgt: Iedereen die wil, kan zijn woonwens in de Achterhoek waarmaken. De Achterhoek is onderscheidend in kwaliteit. Het aantal woningen past bij de kwantitatieve woningvraag. Ontspanning op de woningmarkt betekent kansen benutten en risico's beperken. De grootste opgave is het realiseren van een omslag in denken: van decennia van groei van de bevolking naar stabilisatie en uiteindelijk krimp. De woningvoorraad wordt maximaal afgestemd op de veranderende lokale vraag van woningzoekenden. De locatie en woonomgeving zijn essentiële kwaliteitskenmerken waarop de Achterhoek zich kan onderscheiden. Centrumplannen voor de grotere kernen dragen bij aan vitale kernen en voegen hiermee kwaliteit toe aan de regio. Deze plannen krijgen prioriteit. Grootschalige uitlegplannen passen niet bij een situatie van krimp. Om de kwalitatieve uitgangspunten in de regionale woonvisie waar te maken zijn de gemeenten met elkaar een binnenregionale verdeling overeengekomen.

In de Regionale woonvisie voor de Achterhoek is opgenomen dat in de gemeente Oude IJsselstreek de lokale woningvoorraad tot 2020 met 685 woningen mag toenemen.

Beoordeling initiatief De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 gaat uit van krimp in de regio. Recenter onderzoek toont echter aan dat er wel een actuele vraag is naar meer woningen en dat er van krimp geen sprake meer is. Desalniettemin is dit beleidsstuk opgenomen, omdat deze onderdeel is van het geldende beleid. De ontwikkeling past wel binnen de regionale structuurvisie. Zo is er in onderhavig plan sprake van een plan wat bijdraagt aan vitale kernen en het toevoegen van kwaliteit in de regio. Door het realiseren van

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

13

levensloopbestendige geschakelde woningen, is het voor deze doelgroep mogelijk zich in de Achterhoek te vestigen. 3.4.2

Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030

Op 16 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 2015-2025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan 1.500 woningen in de gemeente Oude IJsselstreek). Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren.

Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000,- (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000,- (prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd.

Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Beoordeling initiatief Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee levensloopbestendige geschakelde woningen in Varsseveld. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek is er behoefte aan woningen, voornamelijk levensloopbestendige woningen. De ontwikkeling voorziet in deze behoefte door per saldo twee levensloopbestendige woningen te realiseren. Dit zorgt tevens voor doorstroming binnen de gemeente. Het initiatief draagt bij aan het vergroten van de woningvoorraad binnen de regio Achterhoek en is daarmee in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. 14

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025

De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto 'de juiste woning op de juiste plaats', spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. De gemeente Oude IJsselstreek kiest waar mogelijk voor inbreiding. Met wijkverbeteringsplannen en geplande nieuwbouwplannen, ziet de gemeente kansen voor het realiseren van meer variatie en onderscheid in het woonaanbod.

Hiermee probeert de gemeente Oude IJsselstreek iedereen die woont of wil wonen in de gemeente te voorzien van een passende woning.

Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt voorzien in de sloop van het huidige bedrijfsgebouw en het losstaande bijbehorend bouwwerk op het terrein en de realisatie van twee levensloopbestendige geschakelde woningen. Verder worden er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt de woon- en leefomgeving verbeterd, doordat de bestaande bebouwing wordt gesloopt en het perceel niet langer als bedrijfsfunctie zal dienen. De nieuw te bouwen woningen zorgen voor inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de bouw van de woningen wordt voorzien in de actuele behoefte aan kwalitatief hoogwaardige woningen in de gemeente Oude IJsselstreek. 3.5.2

Toekomstvisie Oude IJsselstreek 'Maak toekomst in Oude IJsselstreek'

De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente.

De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

15

industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 5. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. 7. Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties.

Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen. Beoordeling initiatief De nieuwe geschakelde woningen worden toekomstbestendig, omdat deze levensloopbestendig en duurzaam worden uitgevoerd. De woningen zullen gasloos zijn en worden volgens de uitgangspunten van BENG ontworpen met een lucht-water warmtepomp, gebalanceerde ventilatie (warmteterugwinning) en PV-zonnepanelen. Hiermee worden de nieuwe woningen toekomstbestendig en is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Toekomstvisie Oude IJsselstreek 'Maak toekomst in Oude IJsselstreek''. 3.5.3

Woonvisie 2018 Oude IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheids-Onderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad: In de sociale huurvoorraad ligt de focus op betaalbaarheid, maximale wachttijd voor woningzoekenden en een monitor op de omvang en samenstelling van de doelgroep. Woonzorg: Het terrein Woonzorg bestaat uit ouderen die niet langer zelfstandig thuis kunnen wonen (de grootste en flink groeiende groep op dit terrein) en bijzondere doelgroepen. De focus ligt op het in kaart brengen van de ontwikkeling van vraag en aanbod voor ouderen, het langer thuis blijven (levensloopbestendig maken van woningen), is er voldoende intramurale capaciteit, is er behoefte aan woonvormen tussen intramuraal en langer thuis blijven en hoe wordt dit gerealiseerd? Verduurzaming: De gemeente Oude IJsselstreek wil een ruime bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaat-, energie- en duurzaamheidsdoelstellingen die zijn vastgelegd op wereld-, landelijke- en regionale schaal. In 2030, dus over 12 jaar (!), moet de gemeente Oude IJsselstreek energieneutraal zijn en wordt er 50% minder gebruik gemaakt van primaire grondstoffen.

Woningvoorraad en waarde behoud: Het gaat om het gereed maken voor de toekomst van de bestaande voorraad en het voorkomen van waardeverlies door het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Het uitnemen van woningen aan onderkant van de woningmarkt moet worden voorbereid waarbij (beperkt) terugbouwen door toevoeging van ontbrekende kwaliteiten mogelijk wordt gemaakt. Beoordeling initiatief

16

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

De woningen zullen levensloopbestendig worden uitgevoerd. Hiermee draagt het plan bij aan de visie op woonzorg binnen de gemeente Oude IJsselstreek. De nieuwe woningen zullen daarnaast duurzaam en gasloos worden uitgevoerd en worden volgens de uitgangspunten van BENG ontworpen met een lucht-water warmtepomp, gebalanceerde ventilatie (warmteterugwinning) en PV-zonnepanelen. Hiermee worden de nieuwe woningen toekomstbestendig en is de ontwikkeling in overeenstemming met de visie op verduurzaming. 3.5.4

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

In de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn. Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur.

Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van onze kernen.

Beoordeling initiatief De ontwikkeling sluit aan bij de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. De woningen zullen levensloopbestendig worden uitgevoerd, een behoefte waarop de gemeente extra op wil inzetten. Daarnaast is er sprake van een inbreidingslocatie. De ontwikkeling vindt plaats in het noordwesten van de bebouwde kom van de kern Varsseveld in de woonwijk De Brie. Dit sluit aan bij het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik. Tot slot worden de nieuwe woningen duurzaam volgens de uitgangspunten van BENG en uitgevoerd met een lucht-water warmtepomp, gebalanceerde ventilatie (warmteterugwinning) en PV-zonnepanelen. 3.5.5

Visie op landschap, natuur en groene kernen

De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente Oude IJsselstreek realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Het plangebied is op de visiekaart niet benoemd als locatie voor specifieke doelstellingen. Daarnaast ligt het ook niet in een Groene Ontwikkelingszone of een Gelders Natuurnetwerk.

Beoordeling initiatief Het plangebied betreft een kleine herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Er ontstaat door de ontwikkeling een minder verharde en groenere omgeving dan in de huidige situatie het geval is. Namelijk door de toevoeging van een voor- en achtertuin bij beide woningen wordt er ruimte geboden om meer groenvoorzieningen aan te brengen dan in de bestaande situatie. Dit zorgt voor een groener karakter van het plangebied en de woonwijk in het geheel en biedt meer kansen voor een potentieel leefgebied voor

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

17

soorten. Tot slot zal het hemelwater in het plangebied zelf worden geïnfiltreerd. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'. 3.5.6

Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026

Het klimaat verandert en weersomstandigheden worden extremer. Als de gemeente Oude IJsselstreek veilig, leefbaar en aantrekkelijk willen blijven voor toekomstige generaties, dan moet de leefomgeving zodanig ingericht worden dat mensen zich voldoende kunnen weren tegen de weersextremen. De gemeente Oude IJsselstreek heeft daarom de Klimaatagenda 2022 - 2026 opgesteld, waarin de visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting en de maatregelen voor 2022 tot en met 2026 zijn opgenomen.

Beoordeling initiatief In het kader van klimaatbestendige ontwikkelingen zijn de relevante aspecten (overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress) reeds getoetst bij de provinciale omgevingsverordening (zie paragraaf 3.3.2). 3.5.7

Welstandsnota Oude IJsselstreek

Het welstandsadvies in de gemeente Oude IJsselstreek wordt verstrekt door een onafhankelijke commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de toetsing wordt rekening gehouden met het gemeentelijk welstandsbeleid dat voor het betreffende gebied of bouwwerk is vastgesteld en is vastgelegd in de Welstandsnota. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen.

Beoordeling initiatief Het bouwplan van de ontwikkeling valt niet onder de 'veel voorkomende kleine bouwplannen'. Daarnaast heeft het plan een directe relatie met de omliggende omgeving in de Leeuwerikstraat. Om deze reden is het plan door de welstandscommissie getoetst in het kader van vooroverleg. Op basis van de adviezen vanuit de welstandscommissie is het plan met het ontwerp voor de twee nieuwe woningen aangepast, waardoor vervolgens concluderend een positief advies is verleend (zie Bijlage 1). Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Welstandsnota Oude IJsselstreek'.

18

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht.

4.2

Bodem

Algemeen In het kader van een bestemmingsplanprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk.

Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in juni 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. Hieronder worden kort de conclusies toegelicht. Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd: Uit het onderzoek blijkt dat de bodem op de onderzoekslocatie bestaat uit matig fijn tot matig grof en zwak tot matig siltig zand. Plaatselijk zijn humeuze lagen aanwezig; In de (boven)grond is een bijmenging met baksteen en plaatselijk kolengruis aangetroffen. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn (op indicatieve wijze) geen asbestverdachte materialen waargenomen; Ten aanzien van de beide onderzoekslocatie wordt de hypothese 'onverdachte locatie' op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek niet geheel bevestigd. In het noordoosten van de locatie is een sterk met PAK verontreinigde bodemlaag aanwezig. De sterk met PAK verontreinigde bodemlaag heeft een omvang van circa 9 m3. In noordelijke richting, op de (kadastrale) grens van de locatie, is nog een matig verhoogd gehalte PAK aangetoond; In de bovengrond van het overige deel van de locatie zijn gehaltes kobalt en PAK boven de achtergrondwaarde aangetoond.

In de (zintuiglijk schone) ondergrond liggen de aangetoonde gehaltes onder de achtergrondwaarde; In het grondwater zijn concentraties barium, koper, nikkel en xylenen (som) boven de streefwaarde aangetoond; De indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse voor de bovengrond betreft 'Industrie'. De indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse voor de ondergrond betreft 'AW' (overal toepasbaar). Naar aanleiding van het advies van de ODA worden de volgende voorwaarden aan de bestemmingsplanprocedure verbonden, om ervoor te zorgen dat de bodemsituatie geschikt wordt gemaakt voor de beoogde functie: 1. Verwijderen van de sterke PAK verontreiniging in de grond tot aan de functieklasse wonen. Voor deze werkzaamheden (locatie zoals aangegeven op bijgevoegde tekening) dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat goedgekeurd moet worden door de ODA. In ieder geval dient deze verontreiniging binnen de perceelsgrens te worden verwijderd, echter wordt aangeraden ook op het naastgelegen perceel te saneren indien ook daar verontreiniging aanwezig is; 2. Verwijderen van de overige PAK verontreiniging tot aan de functieklasse wonen. De omvang van deze verontreiniging (licht verontreinigd, boven de functieklasse wonen) kan eventueel nog door middel van aanvullend onderzoek nader worden vastgesteld.

Op basis van het nu beoordeelde onderzoek is naar ons oordeel mogelijk sprake van een overschatting van het verontreinigde gebied. 3. Uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek onder en direct naast de bestaande bebouwing. Het aanvullende onderzoek kan eventueel ook worden uitgevoerd na sloop van de bebouwing (maar voor het opstellen van het PvA en de nieuwbouw).

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

19

Ter plaatse van de bestaande bebouwing heeft geen bodemonderzoek plaatsgevonden. Voor de bestemmingsplanprocedure is dat ook niet noodzakelijk. Op grond van de Woningwet / Bouwverordening moet bij de benodigde bouwaanvraag echter ook een geschikte bodemkwaliteitsverklaring meegeleverd worden voor het te bebouwen bouwvlak. In dat kader is het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek dus ook nodig.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er (na sanering) vanuit het aspect bodem geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Om deze sanering te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels behorende bij dit bestemmingsplan.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie Het plangebied ligt, volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek, in het gebied 'Lage archeologische verwachting'. Een archeologisch onderzoek in dergelijk gebied is dan ook niet noodzakelijk. Bodemingrepen ten aanzien van de nieuwe woningen kunnen dan ook gerust uitgevoerd worden zonder dat er archeologische waarden beschadigd worden. Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft een 'Cultuurhistorische waardenkaart' vastgesteld. Op deze kaart wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen of structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het plangebied.

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Flora en fauna

Algemeen De bescherming van plant- en diersoorten alsmede de bescherming van bepaalde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is de gebiedsbescherming vastgelegd in provinciale verordeningen, waaronder de bescherming van Natuurnetwerk Nederland. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden nagegaan of als gevolg van de ontwikkeling sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Hierbij moet worden aangetoond dat van een negatief effect op beschermde natuurgebieden en -soorten geen sprake is of dat daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.

Toetsing Quickscan natuurtoets

20

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

Door Buro Ontwerp & Omgeving is in april 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3. Hieronder worden kort de conclusies toegelicht.

Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Duitse Natura 2000-gebied 'Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach', gelegen op circa 9,7 kilometer afstand van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden zijn gelegen op meer dan 10,0 km afstand van het plangebied. Echter is het mogelijk dat negatieve effecten op deze gebieden verwacht worden vanwege de aard van de ingreep en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden. Om negatieve effecten uit te sluiten wordt een effectbeoordeling stikstofdepositie aanbevolen. Het plangebied ligt op circa 480 meter afstand van gebieden van zowel de Groene Ontwikkelingszone (GO) als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van de GO en het GNN bij de werkzaamheden niet aangetast. Effectbeoordeling stikstofdepositie In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie.

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche, Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach' dat op een afstand van circa 9,7 km ten zuidwesten van het plangebied ligt. Overige Natura 2000-gebieden liggen op een afstand van meer dan 10 km. Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Om die reden is door Buro Ontwerp & Omgeving in februari 2023 een voortoets stikstof uitgevoerd.

Uit de uitgevoerde voortoets stikstof (zie Bijlage 4) blijkt dat er bij de voorgenomen ontwikkeling van twee woningen in het plangebied in zowel de realisatiefase (de bouw) als de gebruiksfase (bewoning) geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig is om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaam-heden. Gebouwbewonende vleermuizen: Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen onder de kantpannen aangetroffen die vleermuizen toegang kunnen bieden tot het gebouw. Verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom aanwezig zijn. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.5 lid 1 Wnb), opzettelijk te verstoren (artikel 3.5 lid 2 Wnb) of de vaste voortplantings-plaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.5 lid 4 Wnb). De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeert voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom

bestemmingsplan "Varsseveld, Leeuwerikstraat tussen nr. 25 en nr. 31" (vastgesteld)

21

nader worden onderzocht. Gierzwaluw: Het projectgebied vormt een geschikte nestlocatie voor de gierzwaluw. De gierzwaluw wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de bebouwing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie dient. De aanwezigheid van de gierzwaluw moet daarom nader worden onderzocht. Huismus: Het projectgebied vormt een geschikte nestlocatie voor de huismus. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nestlocaties, rustplaatsen en eieren opzettelijk te beschadigen of vernie-len (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soort opzettelijk te storen (artikel 3.1 lid 4 Wnb). De sloop van de bebou-wing zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie dient. De aanwezigheid van de huismus moet daarom nader worden onderzocht. Algemene soorten: Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op het perceel voorkomen.

Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aan-wezigheid van algemene broedvogelsoorten.

Nader onderzoek Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2021 nader onderzoek uitgevoerd naar de bovenstaande soorten. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. De conclusie van het onderzoek wordt hieronder kort behandeld. Uit het nader onderzoek is gebleken dat één soort is aangetroffen danwel dat het plangebied als functionele leefomgeving voor de soort fungeert. Op basis van het nader onderzoek is een activiteitenplan in combinatie met een ontheffingsaanvraag noodzakelijk voor de dwergvleermuis. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten.

Overzicht conclusie nader onderzoek ecologie

Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 lid 2 en 4 (gewone dwergvleermuis) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Dit wetsartikel heeft betrekking op het vernietigen van rust- of verblijfplaatsen en het verstoren van soorten. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken moet daarom een ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag is een activiteitenplan opgesteld (zie Bijlage 6). Dit activiteitenplan omvat naast de soort waarvoor ontheffing moet worden aangevraagd ook meer algemenere soorten waarvoor in de planvorming ruimte is gemaakt. Daarnaast is ook artikel 3.5 lid 1 relevant voor deze soort. Dit artikel heeft betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Dit is opgenomen in het activiteitenplan. In het najaar van 2023 is het definitieve besluit voor de ontheffing verleend door de Provincie Gelderland. Hierdoor is er op dit vlak geen belemmering voor wat betreft de uitvoerbaarheid van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4746/documents/29572