Toelichting BP Geurinkstraat 1b Silvolde.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Toelichting
Geurinkstraat 1b, Silvolde
Gemeente Oude IJsselstreek
Datum: 26 oktober 2023 Projectnummer: 210416 ID: NL.IMRO.1509.BP000202-VA01
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Bestaande situatie Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 5 6
2
Planbeschrijving
7
2.1 2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
7 9
3
Relevant beleid
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
13 15 18 21 25
4
Planologische uitvoerbaarheid
26
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Archeologie Bodem Ecologie Stikstof Externe veiligheid Geluid Geur Luchtkwaliteit Milieuzonering Water M.e.r.-beoordeling Verkeer en parkeren Klimaatadaptatie
26 27 28 30 33 35 36 37 38 41 46 48 50
5
Plansystematiek
51
5.1 5.2
Het plan Toelichting op de plansystematiek
51 51
6
Uitvoerbaarheid van het plan
53
6.1 6.2 6.3
Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53 53
7
Inspraak, overleg en zienswijzen
54
7.1 7.2 7.3
Algemeen Vooroverleg Zienswijzen
54 54 54
Bijlagen − − − − − − − − − −
Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Quick scan bedrijven en milieuzonering Bijlage 3: Quick scan natuur Geurinkstraat 1b Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Quick scan geur Bijlage 6: Landschappelijk inpassingsplan Geurinkstraat Silvolde Bijlage 7: Digitale watertoets Bijlage 8: Quick scan natuur Geurinkstraat 3 Bijlage 9: Stikstofberekening Silvolde Bijlage 10: Nota zienswijzen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Een particuliere initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Geurinkstraat 1b in Silvolde twee vrijstaande woningen te realiseren. Op het betreffende perceel bevindt zich momenteel een aantal bedrijfspanden ten behoeve van het voormalige bouwbedrijf. Nadat het bouwbedrijf is opgehouden te bestaan heeft zich in de panden een autoplaatwerkerij gevestigd. Ook de autoplaatwerkerij gaat stoppen met de bedrijfsvoering. Het voornemen is deze bedrijfspanden te slopen, de bedrijfswoning aan Geurinkstraat 1a om te zetten naar reguliere woning en ter plaatse twee nieuwe grondgebonden woningen te realiseren. De sloopmeters voor de twee woningen zijn verworven door de sloop van de overtollige bedrijfspanden en eveneens worden op de locatie Geurinkstraat 3 overbodige bijgebouwen gesloopt. De woning ten westen van het perceel zal in de toekomst worden ontwikkeld. Wanneer deze gerealiseerd kan worden hebben de woningen binnen de erfinrichting het minste hinder van de realisatie van de betreffende toekomstige woning. Uiteindelijk is de wens om in totaal drie nieuwe woningen te realiseren. Voor de realisatie van de 3e woning is een wijzigingsbehoefte opgenomen, hiervoor dient elders nog 665 m 2 aan bebouwing gesloopt te worden. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ waarbinnen het plangebied is gelegen.
Hierin heeft het perceel de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’. Binnen de regels van het bestemmingsplan betreffende de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’ is het realiseren van woningen niet mogelijk. Het vigerende bestemmingsplan dient ten behoeve van de functiewijziging herzien te worden. De gemeente Oude IJsselstreek heeft op het principeverzoek van initiatiefnemer aangegeven onder voorwaarden haar medewerking te willen verlenen. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1.2
Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Geurinkstraat 1b en Geurinkstraat 3 te Silvolde. De locatie ligt ten oosten van de kern Silvolde in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied betreft de kadastrale percelen sectie B 3688, 3689, 3271 met de bedrijfspanden. De kadastrale percelen B 2925 en B 3670 zijn ook aan het plangebied toegevoegd, omdat de bestaande bedrijfswoning een burgerwoning wordt en kadastraal perceel B 3464, wat betrekking heeft op het adres Geurinkstraat 3 maakt deel uit van het plangebied vanwege de deels te slopen bebouwing wat onderdeel uitmaakt van onderhavig plan.
3
Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Silvolde en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.
Globale ligging plangebied (rode ster) in relatie tot de kern Silvolde (bron: pdok.nl)
Aanduidingen plangebied Geurinkstraat 1b en 3 Silvolde (bron: pdok.nl)
4
1.3
Geldend bestemmingsplan Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’, Het bestemmingsplan is op 28 juni 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek. Volgens het bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied de drie volgende bestemmingen: − ‘Bedrijf ’: Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels. Tevens zijn kantoren, productie gebonden detailhandel, buitenopslag, aan huis verbonden beroepen en kleinschalige windturbines en zonnepanelen toegestaan. Verder gelden er op het perceel de functieaanduidingen ‘autoplaatwerkerij’ en ‘bedrijfswoning’. − ‘Agrarisch’: Deze gronden zijn vooral bestemd voor agrarische doeleinden die zijn vermeld in bijlage 1 van de vigerende planregels. − ‘Wonen’: Deze gronden zijn bestemd voor één vrijstaande woning. Het plangebied wordt omgeven door gronden met verschillende bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Wonen’ en ‘Verkeer’ en ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' met daarop het gedeelte van het plangebied Geurinkstraat 1b globaal rood omlijnd
5
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' met daarop het gedeelte van het plangebied Geurinkstraat 3 globaal rood omlijnd
Onderhavig plan is binnen het geldende bestemmingsplan ter plaatse van Geurinkstraat 1b niet mogelijk, aangezien woningen niet zijn toegestaan binnen zowel de bestemming ‘Bedrijf’ als ‘Agrarisch’. Om die reden is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het gedeelte bij Geurinkstraat 3 is opgenomen om de te slopen bebouwing in het plangebied op te nemen.
1.4
Leeswijzer In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie en de gewenste situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuaspecten en de overige relevante ruimtelijke aspecten. In hoofdstuk 5 zijn de juridisch-technische aspecten van de opgenomen regeling vermeld. In hoofdstuk 6 is de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 nader ingegaan op de juridische procedure.
6
2 2.1
Planbeschrijving Huidige situatie Landschap Silvolde is ontstaan op de reeks hoger gelegen rivierduinen langs de Oude IJssel. Het karakteristieke landschap van deze rivier raakt aan de zuidzijde het hart van de kern. Het plangebied ligt in het buitengebied van Silvolde op de grens van twee landschapstypen. Het ligt in het kampenlandschap, net buiten het rivierenlandschap. Een kamp is een kleine individuele akker, ook wel ‘eenmans-es’ genoemd, waarbij ieder gezin zijn eigen bouwland bewerkte. Om de akkers af te schermen tegen vee en wild werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren eeuwenlang mest en heideplaggen als bemesting op het land. Honderden jaren van bemesting zorgden ervoor dat de akkers steeds hoger werden, met een vrij steile rand. De boerderijen lagen veelal verspreid aan de rand van de akkertjes. De landbouw bestond uit gemengde bedrijven, met graanteelt op de akkers en het vee op de natte gronden langs de beken. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop. In het kampenlandschap vinden we veel reliëf in een verder overwegend vlak gebied. De wegen volgen het hoogteverschil en hebben daardoor een bochtig verloop. Hierdoor zijn onregelmatige blokvormige patronen van verkaveling ontstaan.
Op de randen van de kleine kavels bevonden zich veel houtwallen en heggen, waardoor het kampenlandschap van oudsher erg kleinschalig was 1.
1
bron: Oude IJsselstreek Landschap - Natuurlijk Achterhoek. 7
Landschapstype plangebied met het plangebied met het rode punt aangeduid. Bron: https://www.natuurlijkachterhoek.org
Onderhavig plangebied maakt zoals aangeven deel uit van het kampenlandschap. Dit landschap kent een grote verscheidenheid in hoogte van begroeiing, bodemgebruik en openheid. Traditioneel komt bouwland en grasland voor, de laatste jaren is maïs overheersend.
8
Historische kaarten van het plangebied (geel omcirkeld) en de omgeving Bron: topotijdreis.nl
Uit de historische kaarten is op te maken dat de Geurinkstraat ter hoogte van het plangebied oorspronkelijk een verbindingsweg was door het kampenlandschap met hieraan weinig bebouwing. In de loop der jaren is er meer bebouwing ontstaan. Onderhavig plangebied is bebouwd na de jaren ’80 van de vorige eeuw. Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Geurinkstraat; deze sluit op haar beurt aan op de Kapelweg. Beide wegen betreffen wegen door het open landelijke gebied, waaraan diverse bebouwing is gelegen: met name agrarische bedrijven, woningen en twee kleine kampeerterreinen. Op het perceel Geurinkstraat 1b is momenteel een bedrijf gevestigd die zich voornamelijk richten op het restaureren van oldtimers van het automerk Citroën. Daarnaast verkopen ze ook specifieke onderdelen. De bedrijfsbebouwing heeft een omvang van circa 1.450 m². Verder bestaat het terrein grotendeels uit verharding, waar opslag van materiaal en materieel plaatsvindt. Op het naast gelegen perceel staat een bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning welke gelegen is op Geurinkstraat 1a is in de feitelijke situatie al jaren niet meer in gebruik als bedrijfswoning. Met onderliggend bestemmingsplan zal de bedrijfswoning gewijzigd worden in een burgerwoning en zal een woonbestemming krijgen. Op het perceel Geurinkstraat 3 is een woonhuis aanwezig met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.
De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is overbodig en wordt ingezet als sloopmeters. Deze locatie is reeds voorzien van een woonbestemming.
2.2
Toekomstige situatie Aanleiding De bedrijfsactiviteiten zullen op het perceel Geurinkstraat 1b beëindigd worden. Het plan voor functieverandering op de huidige locatie voorziet dan ook in het wijzigen van de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Wonen’. Voorliggend plan voorkomt daarmee de vestiging van een nieuwe bedrijfsactiviteit ter plaatse van het vrijkomende bedrijfsperceel, maar ook leegstand van de gebouwen en mogelijk het verval van het bestaande bedrijfsgebouw. Het huidige bedrijfsgebouw wordt afge-
9
broken. Daarnaast vervalt de bestaande bestemming ‘Bedrijf’ op de percelen van de bedrijfswoning. De gronden worden aldaar bestemd voor ‘Wonen’. Op het westelijke gedeelte van het huidige bedrijfsperceel wordt een wijzigingsbevoegdheid opgelegd, zodat deze ook voor woningbouw ingevuld kan worden wanneer de sloopmeters geworven zijn. De functieverandering zoals deze nu voorligt heeft tot gevolg dat de verharding op het totale plangebied teruggedrongen wordt van circa 2.500 m2 naar circa 1.000 m2. Het geldende bouwvlak kan door de functieverandering verkleind worden, waardoor minder mogelijkheden zijn voor bebouwing. Er ontstaat een kwalitatieve verbetering, ook voor de omliggende percelen, door het beëindigen van de bedrijfsuitvoering ter plaatse. Het plan gaat gepaard met ruimtelijke kwaliteitsverbetering en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hierover kan het volgende worden gesteld. Sloop bestaande bedrijfsgebouw Binnen onderhavig plan aan Geurinkstraat 1b wordt het bestaande bedrijfsgebouw (circa 1.450 m2) gesloopt. Hiermee wordt voorkomen dat na beëindiging van het bedrijf leegstand ontstaat met alle negatieve gevolgen van dien (verpaupering, vandalisme). Sloop voormalige agrarische bedrijfsbebouwing Ter plaatse van Geurinkstraat 3 wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Het betreft 635 m2 aan bebouwing.
De aanwezige woning blijft behouden en heeft reeds een woonbestemming. Beëindiging bedrijfsbestemming De kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door het bestaande hier niet passende bedrijf te beëindigen. Het bedrijf wordt stopgezet en de huidige bedrijfsbestemming wordt met dit bestemmingsplan gewijzigd naar de woonbestemming, mee passend bij de omgeving van de plangebied. Terugdringing bebouwing/verharding De functieverandering heeft verder tot gevolg dat de bebouwing en verharding op het perceel teruggedrongen wordt. Het te slopen bedrijfsgebouw heeft een omvang van 1.450 m2. De te verwijderen erfverharding is, inclusief opslagruimte van materiaal en materieel, 3.500 m2 groot. Deze zal in de toekomstige situatie in grote omvang afnemen. Tevens heeft voorliggend initiatief een verkleining van het mogelijk te bebouwen oppervlak ten gevolg. Woningen In de toekomstige situatie worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Deze woningen passen binnen de bestaande karakteristiek van de omgeving. De gronden van de bedrijfswoning worden ten gevolge van dit plan voor ‘Wonen’ bestemd. Om woningen te kunnen bouwen dient er verevening plaats te vinden. Dit betekent dat er sprake moet zijn van voldoende sloop op het eigen terrein of elders om nieuwe woningen te bouwen. Op het terrein van Geurinkstraat 1 b wordt 1.450 m2 gesloopt.
Daarnaast wordt op het perceel Geurinkstraat 3 635 m2 gesloopt. Hiermee wordt ruim voldaan aan de voorwaarde dat voor de eerste te bouwen nieuwe woning 750 m 2 gesloopt moet worden en voor de extra woning 1000 m2. Er wordt nu 335 m2 te veel gesloopt
10
dan benodigd voor voorliggende functiewijziging. Deze vierkante meters mogen straks gebruikt worden ten behoeve van de wijzigingsbevoegdheid. Inrichting In het landschappelijk inpassingsplan2 wordt uitgegaan van in totaal 3 woningen, zodat er een harmonieuze inrichting kan worden gerealiseerd. De 3 woningen zijn gesitueerd rondom een gezamenlijk erf en hebben één hoofdentree. De woningen krijgen een eenvoudige hoofdvorm met een lage goothoogte en een hoge kap. De woning dichtst aan de straatzijde krijgt een net wat andere uitstraling dan de andere twee woningen maar alle woningen krijgen een landelijke uitstraling. Hierdoor wordt het erfprincipe versterkt. De bijgebouwen worden aan de achterzijde van de woningen geplaatst zodat deze zoveel mogelijk uit het zicht liggen van de Geurinkstraat en omgeving. Uitzondering is de meest noordelijke woning. Het bijgebouw wordt aan de oostzijde van de woning geplaatst uit de zichtlijn vanaf de Kapelweg. Het plangebied wordt al omgeven door belangrijke groenstructuren zoals de elzensingel en boomgaard aan de noordzijde. Deze structuren dienen te behouden blijven om het karakter van het landschap te behouden en het erf uit het zicht te houden. Het erfprincipe wordt versterkt door verschillende (nieuwe) landschapselementen, zoals beukenhagen rondom het erf, een boomgaard aan de voorzijde van het erf, en solitaire bomen op het erf.
Een struweelhaag en een waterpoel zijn gesitueerd in het lagergelegen achterste gedeelte van het erf. Groene landschappelijke inrichting De nieuwe bebouwing (de twee woningen) maakt deel uit van een landschappelijke inpassing, waarin groen wordt toegevoegd op het gehele perceel (circa 5.200 m2). Het toevoegen van de karakteristieke groenelementen heeft een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg. Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
2
SAB (2023). Landschappelijk inpassingsplan Geurinkstraat 1b, Silvolde. Projectnummer 210416. Datum: 8 maart 2023. 11
De nieuwe situatie en landschappelijke inpassing doet recht aan het aanwezige open essenlandschap en voegt zichtlijnen toe ter plaatse van het perceel in zijn omgeving.
Situatietekening met landschappelijk inpassingsplan van de toekomstige ontwikkeling, de zuid westelijke woning zal in de toekomst mogelijk kunnen worden gemaakt door middel van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid in de regels. (Bron: SAB) 12
3
Relevant beleid Bij ruimtelijke plannen moet worden weergegeven hoe rekening is gehouden met relevant beleid. In de volgende paragrafen wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal en lokaal schaalniveau en de relatie met de voorgenomen ontwikkeling behandeld.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Inleiding De Nationale Omgevingsvisie (hierna: de NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing en conclusie De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls in Silvolde. In de huidige situatie bevindt zich verouderde bebouwing binnen het plangebied. Met voorliggend plan wordt de verouderde bebouwing gesloopt en het straatbeeld opgeknapt. Hierdoor zal de leefomgeving verbeterd worden, wat zorgt voor een kwaliteitsimpuls. Bij de ontwikkeling van het gebied wordt daarnaast nadrukkelijker rekening gehouden met duurzaamheid en biodiversiteit dan in de huidige situatie. Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in de NOVI.
13
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Inleiding In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: het Barro), beter bekend als de AmvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit het NOVI opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op de doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. In het Barro worden onder andere regels gesteld omtrent de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland bij provinciale verordening. Het plangebied is niet in een natuurnetwerk gelegen. Toetsing en conclusie Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Inleiding De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden waarbij een nieuwe Laddersystematiek is gaan gelden. De Ladder dient alleen doorlopen te worden wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is daarom van belang om te beoordelen of de ontwikkeling in onderhavig plan aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: ''ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen''. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de Ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.
In artikel 1.1.1 van het Bro zijn definities opgenomen voor: − bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’, en − stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen´.
14
Toetsing Onderhavig plan ziet op een bestemmingswijziging die drie nieuwe woningen mogelijk maakt, waarvan één door middel van een wijzigingsbevoegdheid en de bestaande bedrijfswoning omvormt tot burgerwoning. Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwplannen tot 11 woningen worden gezien als kleinschalig en hiermee niet onder het begrip 'stedelijke ontwikkeling' vallen. Dit betekent dat de Ladder niet doorlopen hoeft te worden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het evenwel nog steeds zinvol om in te gaan op de behoefte aan de te bouwen woningen. Hierover kan het volgende worden gesteld. Door de mogelijkheid te bieden voor het realiseren van drie nieuwe woningen in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid, de vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Door de betreffende ontwikkeling wordt mogelijke leegstand en verrommeling van het buitengebied voorkomen, doordat de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De kwaliteit van het landschap wordt hiermee niet alleen geborgd, maar ook verhoogd. Een bedrijf dat geen relatie heeft met de activiteiten in het buitengebied wordt vervangen door woningbouw, die op gepaste wijze wel thuis hoort in het buitengebied. Gezien bovenstaande kan dan ook gesteld worden dat door de bouw van drie nieuwe woningen voorzien wordt in een behoefte.
Conclusie Onderhavig plan is niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Inleiding Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
15
Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. − Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Toetsing Duurzame verstedelijking Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: − past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: − hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van functieverandering. De ontwikkeling past binnen de doelen in Gelderland. De bestaande gebiedskwaliteiten worden verbonden met ontwikkelingsmogelijkheden voor functieverandering. De ruimtelijke kwaliteit wordt hiermee versterkt.
Functieverandering Onder functieverandering wordt door de provincie verstaan: ‘het hergebruik van vrijkomende (agrarische) bebouwing in het buitengebied’, waarbij: − al dan niet vervangende nieuwbouw plaatsvindt, − ruimtelijke kwaliteitswinst ontstaat door sloop van gebouwen, landschappelijke inpassing en eventueel aanvullende investeringen in ruimtelijke kwaliteit, − de vervangende nieuwbouw in verhouding staat tot het te slopen oppervlak, − de nieuwe functies qua aard en schaal passend zijn in het buitengebied. De rood-rood en rood-groenverhoudingen van de nieuwe situatie ten opzichte van de oude situatie bepalen de aanvaardbaarheid van de functieverandering. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone In de visie zijn het Gelders Natuurnetwerk (voorheen EHS genoemd) en Groene Ontwikkelingszone opgenomen. In de directe omgeving van het plangebied (zie ook de volgende paragraaf over de provinciale verordening) liggen geen gronden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk. Nationale Landschappen Het plangebied is niet gelegen in het gebied van een Nationaal landschap.
16
Conclusie De omgevingsvisie streeft naar een dynamische, duurzame en diverse woon- en leefomgeving. Onderhavig plan doet recht aan de kwaliteiten van het gebied, waarbij in duurzaam ruimtegebruik wordt voorzien aangezien het een functiewijziging betreft van de bestemming bedrijf naar de bestemming wonen, die zorgvuldig is ingepast in de omgeving. De bedrijfsbebouwing maakt plaats voor drie burgerwoningen. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland Inleiding De laatste versie Omgevingsverordening Gelderland is op 1 februari 2022 geconsolideerd door Provinciale Staten. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Toetsing Woningbouw In artikel 2.2.1.1 is opgenomen dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Het gaat hierbij om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-) landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Daarnaast is in artikel 2.65b (klimaatadaptatie) opgenomen dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen bevat of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.
In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: − waterveiligheid; − wateroverlast; − droogte; en − hitte. De toetsing van het onderdeel klimaatadaptatie vindt plaats in paragraaf 4.13. Diverse andere thema’s Uit de raadpleging van de verschillende thema’s van de omgevingsverordening, blijkt dat het plangebied geen enkel belang van de provincie raakt. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met het provinciaal beleid zoals benoemd in de verordening. Het plan past binnen de Regionale Woonagenda, zoals blijkt uit paragraaf 3.3.2.
17
3.2.3
Natuurbeheerplan Gelderland 2022 Inleiding Het Natuurbeheerplan Gelderland 2022 van de provincie Gelderland, dat op 21 september 2021 is vastgesteld, beschrijft de beleidsdoelen en subsidiemogelijkheden voor ontwikkeling en beheer van (agrarische) natuurgebieden en landschaps- en waterelementen binnen de provincie. Hierin wordt aangegeven welke beheerwaardige natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Toetsing Uit onderstaande afbeelding blijkt dat het plangebied gelegen is buiten het gebied waarvoor afzonderlijke beheerdoelen gelden.
Uitsnede uit kaart behorende bij het Natuurbeheerplan Gelderland 2022
Conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor wat betreft natuur beheerdoelen gelden. Onderhavig plan is niet strijdig met het natuurbeheerplan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionaal structuurvisie Achterhoek 2012 Inleiding De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk hebben in hun vergaderingen van april/mei 2012 de 'Regionale structuurvisie Achterhoek 2012' vastgesteld. De gemeenteraad van Mont-
18
ferland heeft de visie niet formeel vastgesteld, maar daaraan wel instemming betuigd, omdat Montferland voor ruimtelijke ordening tevens deel uitmaakt van de Stadsregio. De Regionale structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat in de Achterhoek zich een aantal belangrijke en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals: − energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; − bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; − de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied; − positionering van de Achterhoek in (inter)nationaal perspectief. Deze ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de Achterhoek. Ze hebben ook invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie geeft richting aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven goed te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema’s te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel is, dat de Achterhoek ook in de toekomst een vitale, regionale economie heeft en een zeer prettige omgeving blijft om in te wonen en te recreëren.
De visie sluit aan bij de Agenda 2020 van Regio Achterhoek en de provinciale regioverkenningen. Inhoudelijk beschrijft de structuurvisie: − Samenwerking op volkshuisvesting, bedrijfsvestigingen en functieveranderingsbeleid − Bereikbaarheid van de regio, zowel fysiek als digitaal − Balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten in de landbouw − /het landschap − Innoveren van de maakindustrie en landbouw en het verduurzamen van productieprocessen en energievoorziening − Ruimtelijk wordt de 'ja, mits' benadering leidend. Deze visie is geen blauwdruk voor hoe het allemaal zou moeten. Respect voor het Achterhoekse landschap staat voorop, maar het ruimtelijk beleid mag innovatieve en duurzame ontwikkelingen niet in de weg staan. Van belang is om flexibel te blijven. Toetsing De ruimtelijke kwaliteit en het behoud van kleinschaligheid in het landschap zijn speerpunten voor de leefomgeving. Het plangebied voorziet in een kwaliteitssprong met het slopen van verouderde bedrijfsbebouwing en volledige inachtneming van kleinschaligheid met vrijstaande woningen op hun erven. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan hagen, zodat het gebied een landelijke uitstraling krijgt. Conclusie Voorliggend plan is in lijn met de Structuurvisie Achterhoek 2012.
19
3.3.2
Regionaal Woonagenda Achterhoek 2015-2025 Inleiding De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk hebben samen de Regionale Woonagenda 20152025 vastgesteld. In deze visie staat beschreven dat de Achterhoek een krimpregio is geworden. De gemeenten verwachten voor de toekomst dalende trends van het aantal huishoudens en inwoners. De verwachting is dat de regio even bevolkt zal zijn in 2035 als dat deze was in 2012. Het doel voor de komende jaren is een aantrekkelijk woon- en leefmilieu, een gezonde leefomgeving en mooi landschap. Dat gebeurt via 3 pijlers: 1. Evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad 2. Kwaliteit hoogwaardige woonomgeving 3. Kwalitatief hoogwaardige en bereikbare voorzieningen Toetsing In de visie staat dat de toegevoegde woningen door een vergelijkbaar aantal gesloopte woningen moeten worden gecompenseerd. Hoewel nieuwe woningen in het buitengebied niet wenselijk zijn, is het blijven investeren in de kwaliteit van de woonomgeving ook een prioriteit. De (her)inrichting een voormalig bedrijfsterrein is met voorliggend bestemmingsplan beoogd. Door het bouwen van nieuwe woningen verkleint dit de kans op leegstand, omdat het in stand houden van leegstaande bedrijfspanden ook een risico van verpaupering en vandalisme is.
De beoogde ontwikkeling voorziet in twee nieuwe woningen, waarvan een 3e woning middels een wijzigingsbevoegdheid, met duurzaamheidsnormen en zullen gasloos gestookt worden. Ten slotte draagt het voorliggende initiatief aan bij duurzame voorzieningen doordat ze voor gezinnen bedoeld zijn, maar ook levensbestendig. Conclusie Voorliggend plan moet goed afgewogen worden met de bestaande woningvoorraad. Niettemin is het niet strijdig met het regionale woonbeleid.
3.3.3
Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek Inleiding In september 2019 zijn de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek vastgesteld door de gemeenteraad van Oude IJsselstreek. Op basis van het AWLO 2017 is in dit beleidsstuk beschreven hoe de bouwopgave eruit ziet in de regio. Uit het onderzoek blijkt dat er voornamelijk behoefte is aan woningen voor starters en geschikt aanbod voor senioren zodat zij kunnen doorstromen in de woningmarkt. Er zijn regionaal drie kwaliteitscriteria opgesteld waaraan nieuwe initiatieven moeten voldoen: − De behoefte is aangetoond − Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop) − Inbreiding gaat voor uitbreiding
20
Het belangrijkste advies in het AWLO over nieuwbouw geeft aan dat in de bestaande woningvoorraad onvoldoende aanbod is voor starters en senioren. Koop rijwoningen en appartementen worden gezien als betaalbare woningen voor starters. Tevens is er een potentieel tekort aan koopwoningen van het type twee onder-één-kap. Daarnaast worden koop- en huur appartementen met lift als geschikt gezien voor senioren Toetsing Voorliggend initiatief betreft de realisatie van twee nieuwe woningen, waarvan een 3e woning middels een wijzigingsbevoegdheid, ter compensatie voor de sloop aan vrijgekomen bedrijfsbebouwing. De te realiseren woningen betreffen rood voor rood woningen die passen in het buitengebied. De woningen zijn voornamelijk geschikt voor senioren. De ontwikkeling is in lijn met het beleid. Aan transformatie van leegstand wordt voorrang gegeven. Hiermee wordt invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte in de Achterhoek. Gelet op het vorenstaande past de gewenste ontwikkeling binnen de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. Conclusie Voorliggend plan is niet strijdig met de regionale toetsingscriteria voor woningbouw.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie Oude IJsselstreek 2030 Inleiding Op 25 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de gemeentelijke omgevingsvisie vastgesteld. Hierin beschrijft de gemeente Oude IJsselstreek haar visie aangaande het behouden en versterken van een aantrekkelijke woon-, werk-, leefen recreatieomgeving. Hierbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan wat bewoners, ondernemers en recreanten belangrijk vinden. Er zijn zeven opgaven genoemd: − ‘Benut de stroom van de Oude IJssel’ met bijvoorbeeld recreatie of ecologie; − ‘Florerende Smart Industry’: de gemeente moet goed bereikbaar zijn en een aantrekkelijk vestigingsklimaat hebben; − ‘Vitaal platteland‘ met onder andere lokale voedselketen en nieuwe (woon)erven; − ‘De allernieuwste energie’ met duurzaamheid en hernieuwbare energie als gedachtegang; − ‘Groene parels’: de biodiversiteit en het groene karakter moeten versterkt worden; − ‘Gezond oud worden en gezond jong zijn’: bewegen, ontmoeten, goed kunnen wonen; − ‘Het witte vel’ is de onbekende toekomst. Dat wil zeggen experimenteren, samen toekomst maken. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling beantwoordt nadrukkelijk aan de opgaven van de omgevingsvisie Oude IJsselstreek op het gebied van wonen.
De ontwikkeling versterkt het imago van de gemeente Oude IJsselstreek als groene woongemeente, waarbij de landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden benadrukt en de transformatie inspeelt op levensloopbestendigheid.
21
Tevens voorziet het plan in een afname van verharding, waardoor meer robuustheid wordt gecreëerd ten aanzien van klimaatverandering. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling past binnen de kaders en het gedachtegoed van de Omgevingsvisie. Conclusie Voorliggend plan voldoet aan de vereisten van de gemeentelijke visie. 3.4.2
Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek 2018 en Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek Inleiding De gemeenteraad heeft in 2018 een woonvisie vastgesteld. De woonvisie is in vijf grote onderdelen gesplitst: − flexibel reageren op nieuwe en andere woonvragen − visie op sociale huurvoorraad − visie op woonzorg − visie op verduurzaming − visie op woningvoorraad en waarde behoud De gemeente Oude IJsselstreek heeft met een krimp van de bevolking te maken. Er zal altijd nieuwbouw nodig blijven, maar daar zal sloop tegenover moeten staan om contingent te ‘kweken’, want: − de bevolkingssamenstelling verschuift, dus de vraag ook; hier is niet altijd een passend aanbod voor beschikbaar; − door deze verschuiving wordt een deel van het aanbod/de voorraad incourant en zal uit de markt vallen (of eruit genomen moeten worden); − deze transitie gaat gepaard met de verduurzamingsoperatie van de voorraad, alleen woningen met een goede energieprestatie hebben toekomstwaarde. De vraag is hoe snel de transitie zich gaat voltrekken. Binnen 10 jaar wordt echter volgens de prognoses de krimp voelbaar: prijsdaling van leeggekomen woningen en leegstand aan de onderkant van de woningmarkt. Op 24 november 2016 heeft de gemeenteraad de Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek (hierna: WBP) vastgesteld.
De WBP is de gemeentelijke vertaling van de woningbouwafspraken die binnen de regio in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 zijn gemaakt. Toetsing De onderdelen ‘visie op verduurzaming’ en ‘visie op waarde behoud’ zijn voor dit plan het meest van belang. Het doel is om in 2030 een energie-neutrale gemeente te krijgen. De maatregelen rondom isolatie, efficiënte energieverbruik en het stimuleren van individuele en collectieve energieopwekking zijn voor de komende jaren de prioriteiten. Daarnaast is de gemeente met een integrale methode ‘The Natural Step (TNS)’ aan het experimenteren. Dit concept is bedoeld om een integrale benadering van circulaire economie te kunnen toetsen. Voorliggend plan hecht veel belang aan duurzaamheid. De woningen zullen aan de bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) en aan de milieuprestatie gebouwen (MPG) normen voldoen. Zonnepanelen en warmtepompen zullen geïmplementeerd worden.
22
De toegangsweg zal half verhard zijn, zodat het water makkelijker de grond in kan gaan. Regenwater wordt opgevangen via een infiltratievoorziening. Daarnaast wil de gemeente het kwaliteitsniveau en de waarde van de woningen borgen. De verschuiving van de woningvraag naar kleinere huishoudens moet niet ten koste gaan van verloedering van grotere woningen. De leegstand van bedrijfspanden moet echter ook voorkomen worden in het buitengebied, met het voorliggende initiatief zorgt dat de leegkomende bedrijfspanden gesloopt gaan worden en er worden duurzame en levensloopbestendige woningen gerealiseerd. De Beleidsnotitie Woningbouwplanning toont aan dat de plancapaciteit naar beneden moet gebracht worden, omdat er te veel woningbouwprojecten voor de periode 20162025 zijn. Conclusie Onderhavig plan past niet helemaal binnen de visie. Voorliggend plan sluit goed aan bij het duurzaamheidsbeleid. De vrijstaande woningen voldoen niet aan het kenmerk van kleinere woningen. Echter bestaat er ook een opgave om de kwaliteit van het buitengebied te behouden dan wel te verbeteren. Daar voldoet het plan aan. Een vergelijking van de huidige en de toekomstige situatie laat echter zien dat de voordelen van het plan op dit punt zwaarder wegen dan de nadelen. De beoogde ontwikkeling voorkomt leegstand en verloedering van de bestaande situatie.
Daarom kan er geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met de woonvisie en de beleidsnotitie. 3.4.3
Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Inleiding In de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. Op 22 april 2021 heeft de gemeenteraad de laatste versie van de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van startersen levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn.
Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van onze kernen.
23
In het kader van de juiste woning op de juiste plek zijn vijf typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: − bouwen op onbenutte inbreidingslocaties 'van binnen naar buiten'; − bouwen op uitleglocaties aan de rand van grote kernen; − buitengebied: woningsplitsing; − buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's); − buitengebied: landgoederen; Toetsing Het bedrijfspand dat leeg komt te staan komt niet direct in aanmerking voor dit beleid, omdat het geen landbouw gerelateerd bedrijf is. Niet-agrarische bedrijven kunnen ook op dit beleid van toepassing worden verklaard, gezien de grote kwaliteitswinst die er gemaakt kan worden. Met de functieverandering kan ingestemd worden, mits aan bepaalde criteria wordt voldaan: − De bebouwingsoppervlakte wordt gereduceerd met ten minste 50%. − Landschappelijke inpassing van de locatie op basis van het Landschapsontwikkelingsplan geldt in alle situaties als randvoorwaarde. − Alle opstallen worden gesloopt. En dat niet alleen, om twee woningen mogelijk te maken dient minimaal 1750m2 gesloopt te worden. Op het terrein van Geurinkstraat 1 b wordt 1.450 m2 gesloopt. Daarnaast wordt op het perceel Geurinkstraat 3 635 m2 gesloopt.
Hiermee wordt ruim voldaan aan de voorwaarde dat voor de eerste te bouwen nieuwe woning 750 m2 gesloopt moet worden en voor de extra woning 1000 m2. Er wordt nu 335 m2 te veel gesloopt dan benodigd voor voorliggende functiewijziging. Deze vierkante meters mogen straks gebruikt worden ten behoeve van de wijzigingsbevoegdheid. − Hiermee wordt voldaan aan de vereisten om nieuwe woningbouw ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken. Met de partijen wordt een anterieure overeenkomst ondertekent. Het plan voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen, waarvan een 3e woning middels een wijzigingsbevoegdheid. Daarnaast is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee bij de ontwikkeling rekening moet worden gehouden. Tevens wordt de bebouwingsoppervlakte sterk gereduceerd en wordt de verharde grond grotendeels tuin en daarbij groen ingericht en wordt de bedrijfsbebouwing gesloopt. Conclusie Voorliggend plan is in lijn met het beleid over de functieverandering naar ‘Wonen’ in het buitengebied. 3.4.4
Visie op landschap, natuur en groene kernen Algemeen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen.
24
Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Toetsing Vanwege de functieverandering is een landschappelijke inpassing vereist. Er worden hagen en inheemse beplanting aangebracht. De beoogde ontwikkeling wordt conform het landschappelijk inpassingsplan zoals in bijlage 6 opgenomen uitgevoerd. Conclusie Het aspect ‘landschap’ vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het initiatief. 3.4.5
Welstand Inleiding Het welstandsbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is omschreven in de Welstandsnota Gemeente Oude IJsselstreek. De nota is op 19 september 2013 vastgesteld. In de nota staan welstandscriteria die worden gebruikt bij de beoordeling of een bouwplan redelijkerwijs voldoet aan de eisen van welstand. Toetsing Het plangebied ligt in deze nota binnen het gebied 'Buitengebied’. Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van de bestaande karakteristieken van dit gebied. Bij de voorgenomen ontwikkeling is een Landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Met de beoogde ontwikkeling wordt zo veel mogelijk ingespeeld op de karakteristiek van het omliggende gebied. Het plangebied (functieverandering en nieuwbouw) valt binnen welstandsniveau 2. De welstandsbeoordeling richt zich voor dit niveau op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Voorliggend initiatief zorgt ervoor dat de rooilijn van de nieuwe woningen ongeveer gelijkgetrokken wordt met de naast gelegen woningen. Daarnaast sluiten de bouwmassa en de vorm aan bij die van de omgeving. De toevoeging van begroeiing en het slopen van het bedrijfspand verminderen de ‘horizonverstopping’ en bieden een kwaliteitssprong aan de directe omgeving. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het behoud van de bestaande karakteristiek van het gebied.
3.5
Conclusie Het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
25
4
Planologische uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. De onderzoeken werden opgesteld op basis van de eerste planversie. Dit eerste ontwerp beoogde drie woningen. De woning aan de westzijde is in de huidige situatie niet opgenomen, omdat er niet genoeg verevening is gevonden. Er wordt gekozen om de onderzoeken niet aan te passen naar twee woningen, zodat een nieuw onderzoek, mits nog geldig, niet noodzakelijk is bij een eventuele toevoeging van die derde woning. Uitgegaan is nu van de totale situatie waarbij tevens de wijzigingsbevoegdheid is onderzocht op de haalbaarheid. Daarnaast heeft onderhavig plan ook betrekking op de locatie Geurinkstraat 3. Op deze locatie worden bijgebouwen gesloopt om te compenseren voor de te realiseren woningen. Diverse aspecten in dit hoofdstuk hebben verder geen betrekking op Geurinkstraat 3, zodoende wordt Geurinkstraat 3 enkel beschouwd bij de aspecten waar de wijziging op deze locatie daadwerkelijk invloed heeft. Verder geeft dit hoofdstuk een samenvatting van de onderzoeken die zijn uitgevoerd.
Voor uitgebreide informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken.
4.1
Archeologie
4.1.1
Algemeen In 1992 is het Europese Verdrag van Valletta/Verdrag van Malta gesloten. Bedoeling van het verdrag is om de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te beschermen door ze in de bodem (in situ) te behouden. Het verdrag heeft in Nederland geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht is geworden. De wet verplicht gemeenten om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met belangrijke archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. De belangrijkste uitgangspunten van de wet zijn: − archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard; − archeologie moet tijdig worden meegenomen in de ruimtelijke planvorming; − de veroorzaker betaalt de kosten van archeologisch onderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De wet vervangt onder meer de Monumentenwet (deels met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) en de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen en nieuwe bepalingen met lokale gevolgen. Op basis van de Wro is de opname van archeologie in bestemmingsplannen als eis geformuleerd.
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij het gemeentelijke bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de 26
grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hiermee is de bescherming van archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Toetsing In het geldende bestemmingsplan is geen archeologische waarde voor het betreffende perceel opgenomen. Dit betekent dat voor deze gronden geen onderzoek is vereist. Er is dan ook geen onderzoek uitgevoerd naar archeologische waarden. Ondanks dat de gronden geen archeologische verwachting hebben geldt altijd de verplichting om een voorwerp waarvan hij vermoedt dat het om een archeologische vondst gaat, zo spoedig mogelijk te melden bij de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (artikel 5.10 lid 1 Erfgoedwet). Conclusie Vanuit het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bodem Algemeen Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Onderzoek Voor de gronden van de Geurinkstraat 1b is een bodemonderzoek 3 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt het volgende: − De bodem op de locatie is plaatselijk zwak baksteenhoudend in de bovengrond. Tevens is de bodem ter plaatse van de half puinverharding volledig puinhoudend; − In zowel de boven- als in de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen; − In het grondwater is een matig verhoogd gehalte aan nikkel boven de streefwaarde aangetroffen. Ook de parameters barium en cadmium zijn licht verhoogd boven de streefwaarde aangetroffen.
De overige parameters zijn niet verhoogd aangetroffen; − Zowel visueel als analytisch is er in mengmonster AMM01 (samengesteld ter plaatse van de druppelzone) als in APMM02 (samengesteld ter plaatse van de puinverharding) geen asbest aangetroffen; − De hypothese dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden.
3
De Klinker (2021). Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek, Geurinkstraat 1B Silvolde. Rapportnummer: K221010021. Datum: 29 november 2021. 27
Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen, zoals nikkel, barium en cadmium, in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehalte zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Het betreft hier dus ook een van nature verhoogd gehalte. Analytisch is, ten tijde van het bodemonderzoek in 1997, in peilbuis 07 (de peilbuis die nu opnieuw bemonsterd is) een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten boven de streefwaarde. Zware metalen in het grondwater kunnen sterk fluctueren. De voormalige bedrijfswoning is al jaren geleden afgesplitst van het bedrijf. De voormalige bedrijfswoning is ook fysiek van het bedrijfsterrein afgesplitst. Er is sprake van een separate oprit en tussen de percelen staat een hoge erfafscheiding. op basis van historische kaarten is er geen sprake van een verdachte locatie op het gebied van mogelijke bodemverontreiniging. Op de asbestdakenkaart Gelderland is het perceel ook onverdacht. Conclusie Vanuit het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Ecologie Algemeen De bescherming van plant- en diersoorten alsmede de bescherming van bepaalde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is de gebiedsbescherming vastgelegd in provinciale verordeningen, waaronder de bescherming van Natuurnetwerk Nederland. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden nagegaan of als gevolg van de ontwikkeling sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Hierbij moet worden aangetoond dat van een negatief effect op beschermde natuurgebieden en -soorten geen sprake is of dat daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Geurinkstraat 1b Voor het aspect ecologie is een quick scan4 ecologie uitgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten. Gebiedsbescherming Op korte afstand van de Geurinkstraat 1b is geen Nederlands Natura 2000 gebied gelegen. Wel is gekeken of de ontwikkeling met het oog op stikstof effect heeft op Natura 2000-gebieden. Dit onderdeel wordt behandeld in paragraaf 4.4. Uit de quick scan blijkt verder dat in de omgeving van het plangebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van
4
SAB (2022). Quick scan natuur. Geurinkstraat 1b Silvolde. Datum:14 februari 2022. 28
deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Op het moment is het niet waarschijnlijk dat de rugstreeppad in het plangebied voorkomt omdat zanderig terrein en ondiepe poelen ontbreken.
Als het plangebied in een later stadium echter uit braakliggend terrein zal bestaan, is het niet onmogelijk dat de soort zich in het plangebied zal vestigen. Aangeraden wordt om ondiepe poelen zo snel mogelijk te dempen, open grond af te dekken en het terrein zo kort mogelijk braak te laten liggen. Hiermee kan vestiging van de rugstreeppad worden voorkomen. Andere essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Houtopstanden Binnen het plangebied is geen houtopstand aanwezig. In het plangebied zijn wel bomen en struiken aanwezig. Maar deze bomen en struiken zijn geen onderdeel van een eenheid bomen en struiken waarvan de oppervlakte groter is dan duizend vierkante meter en zijn ook geen onderdeel van een rijbeplanting die groter is dan 20 bomen. Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Geurinkstraat 3 Naast de locatie Geurinkstraat 1b wordt tevens bebouwing gesloopt op Geurinkstraat 3.
Ook voor deze locatie dient te worden aangetoond dat er geen overtredingen plaats vinden in het kader van de Wet natuurbescherming. Zodoende is ook voor deze locatie een quick scan5 ecologie uitgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten.
5
Natuurbank Overijssel (2023). Quick scan natuurwaardenonderzoek. Geurinkstraat 3 Silvolde. Projectnummer 4979. Datum: 17 januari 2023. 29
Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, wordt nader behandeld in paragraaf 4.4. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels onder de overkapping. Amfibieën en grondgebonden zoogdieren bezetten geen vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Vleermuizen bezetten ook geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.