Toelichting bestemmingsplan Molenweg 21 en 23.pdf
Tekst van het document
5.2 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten (artikel 2) Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.3 Bestemmingsregels 5.3.1 Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals agrarisch met waarden en wonen.
Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.
Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels.
Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
51
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels. 5.3.2 Bestemmingen Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de gebruikte bestemmingen.
Agrarisch met waarden (artikel 3) De met tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden en behoud, herstel en/of ontwikkeling van de gelden waarden van het gebied.
Cultuur en ontspanning (artikel 4) Deze bestemming is bedoeld voor culturele functies. Binnen deze bestemming is een molen en productiegebonden detailhandel toegestaan.
Recreatie - Recreatiewoning (artikel 5) Voor gronden met deze aanduiding geldt dat er enkel recreatief mag worden gewoond. Het permanent bewonen van een recreatiewoning is hier uitgesloten.
Wonen (artikel 6) De nieuwe woningen hebben een bestemming 'Wonen' gekregen. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Binnen de bestemming is door middel van aanduidingen onderscheid gemaakt in het type woning. Het hoofdgebouw van de woning mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. De toegestane goot- en bouwhoogten van de woningen is op de verbeelding weergegeven. Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen zijn regels opgenomen over de ligging ten opzichte van de voorgevelrooilijn, met maximum oppervlak en de goot- en bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor de voorgevel mogen erfafscheidingen tot maximaal 1 meter hoogte worden opgericht.
Waarde – Archeologische verwachting 4 (artikel 7) De voor 'Waarde - Archeologie Verwachting 4' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
5.4 Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling (artikel 8) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels (artikel 9) Deze bepaling bevat algemene regels omtrent de bestaande situatie.
Algemene gebruiksregels (artikel 10) Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. In dit artikel is tevens een regeling voor parkeren opgenomen, uitgesplitst naar de twee percelen en conform de standaard van de gemeente Oude IJsselstreek.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
52
Indien op grond van dit bestemmingsplan wordt gebouwd dan wel het gebruik wordt gewijzigd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
Algemene aanduidingsregels (artikel 11) De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2' zijn, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de functie van de molen als werktuig. Hierbij wordt de bouwhoogten van omliggende toekomstige bebouwing beperkt. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - houtwal' zijn, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de beslotenheid/houtwallenlandschap. Voor gronden ter plaatse van de 'overige zone – reliëf' geldt dat, naast voor de daar voorkomende bestemmingen, deze mede bestemd zijn voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van het reliëf van de bodem;
Algemene afwijkingsregels (artikel 12) In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Algemene wijzigingsregels (artikel 13) Deze bepaling omvat de wijzigingsregels voor het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen.
Overige regels (artikel 14) Dit artikel geeft aan dat in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming het belang van de dubbelbestemming voor gaat.
5.5 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 12) Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel (artikel 13) Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
53
6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 6.1. Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, op grond van artikel 3.1 Wro en artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dient onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om het verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan heeft voor de gemeente Oude IJsselstreek geen financiële consequenties. De plannen komen voor rekening en risico van de initiatiefnemers. Tevens worden er met de initiatiefnemers een planschadeovereenkomst en een anterieure overeenkomst afgesloten.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er is contact geweest met de direct omwonenden inzake de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling wordt breed gedragen. Met de omliggende bedrijven heeft specifiek afstemming plaatsgevonden.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
54
7 PROCEDURE 7.1 Algemeen Voor het opstellen van een planherziening, op grond van artikel 3.1 Wro en artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), geldt de uniforme voorbereidingsprocedure ex afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Net als in een reguliere bestemmingsplanprocedure geldt bij de voorbereiding van een herziening dat overleg moet worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het gaat dan tenminste om de waterschappen en diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen wordt soms, in overleg, afgezien van dit overleg. Het ontwerpbestemmingsplan zal, overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening en artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, voor een ieder ter inzage worden gelegd. Het ontwerp is in te zien op het gemeentehuis en kan ook digitaal worden ingezien via de gemeentelijke website en via de landelijke voorziening voor ruimtelijke plannen.
7.2 Overleg Het ontwerpbestemmingsplan wordt toegezonden aan de provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel. Het bebouwd oppervlak binnen het plangebied neemt niet toe. Daarmee is er ook geen waterschapsbelang. Provincie Gelderland heeft in het voortraject geadviseerd zekerheidshalve een AERIUS-berekening uit te voeren voor het plan. Deze AERIUS-berekening is alsnog uitgevoerd (zie bijlage 9). Daarnaast wijst de provincie er in het kader van het provinciaal belang inzake de ‘Molenbiotoop’ op, dat nieuwe aanplant welke hoger is dan de tiphoogte van de verticaal staande wiek, niet zonder vergunning mag worden aangebracht. Dit is als zodanig opgenomen in artikel 11.1.4 a onder 4 (ook in het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’). In de situatie bij de Kempermolen betreft deze hoogte 3,75 m + maaiveld. Hiermee wordt bij de realisatie van het plan als vanzelfsprekend rekening gehouden.
7.3 Ontwerpbestemmingsplan Conform afdeling 3.4 Awb heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van zes weken, van 5 oktober 2023 tot en met 15 november 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
55
7.4 Vastgesteld bestemmingsplan Het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Molenweg 21 en 23’ is vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Oude IJsselstreek van 25 januari 2024 (zaaknummer @@, zie ook bijbehorend vaststellingsbesluit). Tegen een raadsbesluit over de vaststelling van een bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld. De beroepstermijn bedraagt zes weken. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij dat niet tijdig konden indienen. Een beroep dienen belanghebbenden in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. Indien er geen beroep is ingesteld, treedt het plan in werking daags na afloop van de tervisielegging. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
56
BIJLAGEN
1-1 1-2a 1-2b 1-3 1-4 2-1 2-2 2-3 2-4 2-5 3-1 3-2 3-3 4-1 4-2 5 6 7-1 7-2 8-1 8-2 8-3 8-4 9 10 11
Tekening bestaande situatie Molenweg 21 Beoogde situatie Molenweg 21 plattegrond Beoogde situatie Molenweg 21 aanzichten/doorsneden Beoogde situatie Molenweg 23 plattegrond/aanzichten/doorsnede Molencomplex De Kempermolen beoogd en nadere info Rapport verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenweg 21 Rapport nader bodemonderzoek Molenweg 21 Evaluatie bodemsanering Molenweg 21 Bijlagen bij evaluatie bodemsanering Molenweg 21 Goedkeuring saneringsevaluatie Molenweg 21 Rapport quickscan natuurwaarden Molenweg 21 Rapport projectplan natuurwaarden Molenweg 21 Rapport quickscan natuurwaarden Molenweg 23 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek geluidwering gevels Molenweg 21 Rapport quickscan bedrijven en milieuzonering Erfinpassing Molenweg 23 Redengevende beschrijving Molenweg 21 Redengevende beschrijving Molenweg 23 Melding Activiteitenbesluit Den Dam 2 Milieumelding Den Dam 2 toegelicht Milieutekening Den Dam 2 Akoestisch onderzoek Den Dam 2 Stikstofonderzoek Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vaststellingsbesluit gemeenteraad
Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017, locatie Molenweg 21 en 23 Breedenbroek”
57