CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan “Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik”.pdf

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan "Kom Etten, Palmlaan en Strik"21.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - TOELICHTING Kom Etten, Locatie Palmlaan En Strik Gemeente Oude IJsselstreek

Bestemmingsplan - TOELICHTING Kom Etten, Locatie Palmlaan En Strik Gemeente Oude IJsselstreek

PLANGEGEVENS IDN Projectnummer Titel Projectleider Auteur STATUS Concept Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld

DETAILS NL.IMRO.1509.BP000224-VA01 K22039 Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

DATUM

Inhoudsopgave TOELICHTING

TOELICHTING

6

Hoofdstuk

6

1 Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Bestaande situatie Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk

2 Planbeschrijving

2.1 2.2

3 Beleidskader

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5 Hoofdstuk

4.1.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

10 14 16

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Nationale woon- en bouwagenda Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Provinciale Ruimtelijke Verordening Regionaal beleid Regionale structuurvisie Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 Gemeentelijk beleid Gemeentelijke structuurvisie Gemeentelijke toekomstvisie Gemeentelijke woonvisie Visie op landschap, natuur en groene kernen Conclusie

4 Planologische

4.1

2

10

Huidige situatie Toekomstige situatie

Hoofdstuk

6 6 7 8

uitvoerbaarheid

Molenbiotoop Conclusie Molenbiotoop Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Karterend booronderzoek

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

16 16 16 17 18 18 18 19 20 20 22 24 24 24 26 29 29 30 30 31 32 32 32 32 34

4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7 4.4.8 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 4.13 4.13.1

Bodem Wettelijk kader Onderzoek Onderzoeksresultaten Beoordeling initiatief Ecologie Wettelijk kader Gebiedsbescherming Stikstofdepositie Soortenbescherming Conclusie quickscan Vervolgonderzoek Flora en fauna Plan van aanpak ontheffing Wet natuurbescherming Landschappelijk inpassingsplan Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Beoordeling initiatief Geluid Wettelijk kader Onderzoek Beoordeling initiatief Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Beoordeling initiatief Milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Beoordeling initiatief Water Inleiding Beleidskader Watertoets Beoordeling initiatief M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Beoordeling initiatief Verkeer en parkeren Parkeren Verkeer Beoordeling initiatief Kabels en leidingen Klimaatadaptatie Waterveiligheid

34 34 34 34 35 35 35 36 36 37 37 37 38 39 40 40 42 43 43 43 43 44 44 44 44 45 45 45 46 46 47 47 47 49 51 52 52 52 52 53 53 53 54 54 54 54

ruimte voor ontwikkeling

3

4.13.2 Hitte 4.13.3 Droogte 4.13.4 Wateroverlast Hoofdstuk

54 55 55

5 Plansystematiek

5.1 5.2 5.3

56

Het plan Toelichting op de plansystematiek Handhaving

Hoofdstuk

6 Uitvoerbaarheid

6.1 6.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4

56 56 58

van het plan

60

Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Woonwensenonderzoek 2020 Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties Vaststelling

60 60 60 60 60 61 61

Bijlagen bij toelichting Bijlage

1

Inrichtingstekeningen

plan

Bijlage

2

Verkavelingsprincipe

bouwmassa

Bijlage

3

Rapport Molenbiotoopadvies

Bijlage

4

Quickscan

Bijlage

5

Rapport stikstofdepositieberekening

Bijlage

6

Gebruikersfase

AERIUS-berekening

Bijlage

7

Realisatiefase

AERIUS-berekening

Bijlage

8

Inzet materieel

realisatiefase

Bijlage

9

Verkennend

Bijlage

10

Archeologisch

Bijlage

11

Akoestisch

Bijlage

12

Digitale

4

flora en fauna

bodemonderzoek bureauonderzoek onderzoek

watertoets

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

en verkennend

wegverkeerslawaai

booronderzoek

Bijlage

13

Inrichtingsschets

wadi

Bijlage

14

Participatieverslag

Bijlage

15

Landschappelijk

Bijlage

16

Notitie waterhuishouding

Bijlage

17

Nader onderzoek

Bijlage

18

Plan van aanpak ontheffing

Bijlage

19

Rapport Molenbiotoopadvies

1

Bijlage

20

Rapport Molenbiotoopadvies

2

Bijlage

21

Nota van Zienswijzen

inpassingsplan

en beeldkwaliteitsplan

flora en fauna Wet natuurbescherming

ruimte voor ontwikkeling

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer wenst op de planlocatie langs de zuidzijde van Etten aan de Palmlaan en de Strik op een ruim, deels onbebouwd terrein 10 grondgebonden woningen te realiseren. Het plangebied grenst aan het perceel van Palmlaan 1 waarop een monumentale boerderij (waarin wordt gewoond) is gevestigd. Op de percelen van Palmlaan 1 en het plangebied rust momenteel een agrarische bestemming. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan omdat de agrarische bestemming het realiseren van de woningen niet toestaat. Om het planvoornemen voor de nieuwbouw van woningen planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de Palmlaan en de Strik in Etten. De locatie ligt aan de zuidzijde van het dorp aan de rand van de bebouwde kom en wordt omgeven door woningen en ten zuidoosten de Zeddamseweg en ten zuidwesten de Slingerparallel. Ten zuiden van het plangebied komen deze wegen samen op een kruispunt. De planlocatie is gelegen op vier percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Gendringen, sectie M, perceelnummers nummers 2689, 2692, 2816 en 2815 (Palmlaan 1). Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 12.510 m 2 . In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.

6

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Figuur 1.1: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Maps 2022)

Figuur 1.2: Uitsnede kadastrale kaart met globale aanduiding plangebied (bron: Kadastrale Kaart.com)

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Kleine Kernen 2004'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek op 22 december 2005.

ruimte voor ontwikkeling

7

In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch gebied' en deels de enkelbestemming 'Groen'. Op de boerderij van Palmlaan 1 rust een monumentale status.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Agrarisch gebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid en voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen, voor zover daarmee de agrarische functie van de gronden niet onevenredig wordt aangetast. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groen- en speelvoorzieningen, watergangen en -partijen, fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen. Op deze gronden mag alleen gebouwd worden andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals terreinafscheidingen, beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstobjecten, waarvan de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen. Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Kleine Kernen 2004', omdat de tien gewenste woningen volgens de regels van de enkelbestemmingen niet gerealiseerd kunnen worden. De woonfunctie en de bouw van de woningen kan alleen doorgang krijgen als de enkelbestemming op de planlocatie wordt gewijzigd naar 'Wonen'.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan 'Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden.

8

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

ruimte voor ontwikkeling

9

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

In de huidige situatie is er op de planlocatie voornamelijk groen (gras en bomen) aanwezig. Daarnaast is er op Palmlaan 1 een monumentale boerderij aanwezig die wordt bewoond, daarnaast gelegen zijn twee schuren. Het terrein is rondom afgezet met laag prikkeldraad. Het plangebied heeft een agrarisch karakter.

Figuur 2.1: Plangebied vanaf de Strik (bron: Google Maps, Juni 2022)

10

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Figuur 2.2: Plangebied vanaf de Slingerparallel (bron: Google Maps, Augustus 2022)

Figuur 2.3: Westelijke weide op plangebied. Bron: Quickscan flora en fauna 2021

ruimte voor ontwikkeling

11

Figuur 2.4: Voorgevel monumentale woonboerderij Palmlaan 1. Bron: Quickscan flora en fauna 2021

12

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Figuur 2.5: De grote schuur (wordt gesloopt) Bron: Quickscan flora en fauna 2021

Figuur 2.6: De kleine schuur (wordt gesloopt) Bron: Quickscan flora en fauna 2021

Figuur 2.7: Plangebied huidige situatie met aanduiding afbeeldingen (bron: Pdok viewer)

ruimte voor ontwikkeling

13

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie worden er tien grondgebonden woningen (in een erfopzet) gebouwd op het plangebied. De woningen zijn landschappelijk ingepast. Op onderstaande afbeelding is de toekomstige terreinindeling te zien. De woningen hebben een eigen tuin en er worden in totaal 21 parkeerplaatsen gerealiseerd die geplaatst zijn nabij de woningen. De bestaande boomgaard, monumentale bomen en monumentale bestaande boerderijwoning blijven bestaan. Zuidelijk blijft er een groot gedeelte groen en onbebouwd. Dit om het landschappelijk, agrarisch karakter van het gebied te behouden. In Bijlage 1 van de toelichting zijn de inrichtingstekeningen van de planlocatie opgenomen. In Bijlage 2 van de toelichting zijn de schetsontwerpen van de te bouwen woningen opgenomen. Door Kubiek Ruimtelijke Plannen is een landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld (Bijlage 15 van de toelichting en Bijlage 1 van de regels). Daarin worden de gewenste beplantingen op het plangebied uiteengezet en onderbouwd. Het landschappelijk inpassingsplan dient als leidraad voor de landschappelijke inpassing van de nieuwe woningen en is als voorwaardelijke verplichting in de regels (artikel 11.1) van het bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 2.8: Inrichtingstekening (bron: ANV Architecten)

14

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Figuur 2.9: Kavelverdeling erf 1 en 2 (bron: ANV Architecten)

ruimte voor ontwikkeling

15

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie

(NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Beoordeling initiatief Met voorliggend plan wordt een braakliggend agrarisch perceel herbestemd tot woonlocatie. Hierdoor draagt de ontwikkeling bij aan de maatschappelijke opgaven, namelijk woningbouw. De woningen worden landschappelijk en ruimtelijk ingepast waardoor er aansluiting wordt gevonden op de omgeving van het plangebied. Bij de ontwikkeling van het gebied wordt rekening gehouden met duurzaamheid en biodiversiteit. Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in de NOVI. Kortom: Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen.

De ontwikkeling is passend binnen de NOVI.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen;

16

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Beoordeling initiatief Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Hierdoor zal met de gewenste ontwikkeling geen nationaal belang worden geschaad.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 van het Bro zijn definities opgenomen voor: - bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’, en - stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen´. Beoordeling initiatief

ruimte voor ontwikkeling

17

Onderhavig plan ziet op een herziening die tien nieuwe woningen mogelijk maakt. Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwplannen tot en met 11 woningen worden gezien als kleinschalig en hiermee niet onder het begrip 'stedelijke ontwikkeling' vallen. Dit betekent dat de Ladder niet doorlopen hoeft te worden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het evenwel nog steeds zinvol om in te gaan op de behoefte aan de te bouwen woningen. Hierover kan het volgende worden gesteld. Door de tien nieuwe woningen binnen het plangebied te realiseren, wordt de dorpsrand van Etten op een kwalitatieve manier ingericht. De woningen zullen ruimtelijk en landschappelijk worden ingericht (in erfopzet) om aansluiting te vinden op de ruimte tussen de bebouwde kom en het buitengebied van Etten. Er wordt met de ontwikkeling een bijdrage geleverd aan de woningvoorraad, leefbaarheid, de vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van Etten.

3.1.4 Nationale woon- en bouwagenda De Nationale woon- en bouwagenda is 11 maart 2022 gepubliceerd door de Rijksoverheid. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Uit de integrale analyse van de woon- en bouwagenda blijkt dat er te weinig beschikbare en betaalbare woningen zijn. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. De technische bouwkwaliteit van nieuw te bouwen woningen wordt gewaarborgd door wettelijke eisen over onder meer veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid (waaronder fysieke toegankelijkheid) en het toezicht daarop. Nieuwe woningen worden bijna energieneutraal opgeleverd en worden niet langer op het aardgas aangesloten. Beoordeling initiatief De ontwikkeling draagt met het toevoegen van meer beschikbare woningen bij aan de doelen uit de nationale woon- en bouwagenda. De doelgroep van de woningen is in afstemming met de gemeente vastgesteld en sluit aan op de woonbehoefte van Etten.

Daarnaast zijn de woningen van hoge kwaliteit, is er de mogelijkheid om zonnepanelen op de daken te realiseren en worden zij gasloos en levensloopbestendig gebouwd.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale

Ruimtelijke Structuurvisie

Op 19 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. De Omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Het doel van de Omgevingsvisie is om een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te creëren. De provincie hoopt dit te bereiken door te werken aan zeven samenhangende ambities. Deze ambities zijn als volgt: 1. Energietransitie: Van fossiel naar duurzaam. 2. Klimaatadaptatie: Omgaan met veranderend weer. 3. Circulaire economie: Sluiten van kringlopen. 4. Biodiversiteit: Werken met de natuur. 5. Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio!

18

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

7. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam. Binnen elke ambitie heeft de provincie verdere ambities en een aanpak geformuleerd. Zo streeft de provincie ernaar om de eerste afvalloze provincie van Nederland te zijn, om in 2030 het busvervoer zonder uitstoot te hebben en aardgasvrije en circulaire nieuwbouw te realiseren. Met name deze ambities rond duurzame nieuwbouw zijn van belang. Het plangebied valt niet binnen voor onderhavige ontwikkeling relevante themakaarten. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam: Op woongebied heeft Gelderland een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied is het uitgangspunt. Daarnaast heeft het benutten van bestaande gebouwen de voorkeur. Een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën staat voorop. Daarnaast veranderen de woonwensen van mensen door de tijd heen. Mensen zijn in staat langer zelfstandig te blijven wonen, maar worden ook steeds meer energiebewust. Beoordeling initiatief De ontwikkeling draagt bij aan de woningvoorraad van Etten. De nieuwbouwwoningen voldoen aan de woonwensen van de inwoners van Etten, zoals blijkt uit het woonwensenonderzoek (paragraaf 3.4.3.1). Hierdoor sluit de ontwikkeling aan bij de doelstellingen van 'Woon- en leefomgeving' uit de provinciale ruimtelijke structuurvisie.

3.2.2 Provinciale

Ruimtelijke Verordening

Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) is op 21 december 2022 geconsolideerd. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van hun taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Ze geven hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving.De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen.

De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Beoordeling initiatief Het plangebied valt binnen de volgende beleidskaarten: 'Regels Glastuinbouw' en 'Regels Erfgoed'. 'Regels Glastuinbouw' zijn niet van belang bij het planvoornemen. 'Regels Erfgoed' beschrijft dat het plangebied binnen een cultuurhistorische gebiedsbegrenzing valt van een molenbiotoop. In artikel '2.7.2 Instructieregels bestemmingsplan Molenbiotoop' worden de regels omtrent een molenbiotoop verduidelijkt. In artikel 2.64 (bescherming windvang molen) staat geschreven dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk mag maken als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. En dat het eerste lid niet van toepassing is op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Er is voorafgaand onderzoek gedaan naar de relatie van de molenbiotoop tot het bestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen beperking van de windvang van een molen zal ontstaan met de uitwerking van het voornemen.

Het onderzoek naar de

ruimte voor ontwikkeling

19

molenbiotoop is te vinden in Bijlage 3 van de toelichting en onder 4.1 van de toelichting wordt deze verder geduid. Eerder uitgebrachte adviezen omtrent de molenbiotoop zijn te vinden in Bijlage 19 en Bijlage 20. Daarnaast valt er met het planvoornemen rekening te houden met klimaatadaptatie. De manier waarop is beschreven in artikel 2.65b (klimaatadaptatie). Klimaatadaptatie is een van de vier pijlers binnen het focusthema duurzaamheid. Gelderland wil in al haar taken voorbereid en aangepast zijn aan het veranderend klimaat. Dit doen zij middels eigen beleid en handelen en gevendaarmee het goede voorbeeld. Van belang op het planvoornemen is een duurzaam water-, natuur en bodemsysteem. Artikel 2.65b (Klimaatadaptatie) 1.

Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Wat betreft klimaatadaptatie wordt er middels het toevoegen van een wadi rekening gehouden met het bergen en infiltreren van hemelwater. Het onderdeel water wordt nader toegelicht in paragraaf 4.9.Het onderdeel klimaatadaptatie is nader onderbouwd in paragraaf 4.13. Conclusie De ontwikkeling past binnen de regels vanuit de provinciale omgevingsverordening. De thema's molenbiotoop en klimaatadaptatie worden in het bestemmingsplan nader uitgewerkt in hoofdstuk 4, paragraaf 4.1 en 4.9. Actualisatieplan 9 Omgevingsverordening In dit actualisatieplan is een aanvulling op de Omgevingsverordening opgenomen. De aanvulling gaat over het aanwijzen van Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) voor de drinkwatervoorziening.

Daarnaast nemen we regels op om het grondwater in deze gebieden te beschermen. In het voorgaande proces hebben we tot nu toe gesproken over ASV-gebieden. In de Omgevingsverordening gebruiken we de benaming ‘drinkwaterreserveringsgebieden’. Deze toelichting gaat over: de aanleiding voor deze actualisatie; onze uitgangspunten; de aanwijzing van 11 drinkwaterreserveringsgebieden; de beleidsinhoudelijke aanvullingen (de regels) met een motivering en een toelichting. Beoordeling initiatief Het plangebied valt niet binnen de kaart '1: Regels water'. Hierdoor hoeft het plan niet getoetst te worden aan de regels.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale structuurvisie De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is vastgesteld op 19 april 2012. Het algemeen beoogde effect bestaat uit het behoud van ruimtelijke kwaliteiten van de Achterhoek en daarbinnen ruimte bieden voor diverse activiteiten op het gebied van wonen, werken, recreatie en infrastructuur. Tevens dient het daarmee als ruimtelijk kader voor uitvoering/faciliteren van (lokaal) ruimtelijk beleid, zoals gemeentelijke structuurvisies.

20

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

Inhoud van de regionale

structuurvisie

Achterhoek

2011-2020

1. De Achterhoek; samenwerken aan een uitdagende toekomst. De Achterhoek is een moderne, vitale regio met een degelijke economische basis. Ook de Achterhoek ondervindt op dit moment de gevolgen van de economische crisis. Bijzondere ontwikkelingen zijn de bevolkingsontwikkeling (ontgroening, vergrijzing en krimp) en de transitie van het platteland. Stuk voor stuk ingrijpende processen die gevolgen hebben voor de sociale samenhang, de kwaliteit van het landschap en de economische kracht. Behalve bedreigingen zijn er ook kansen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, bijvoorbeeld op het gebied van innovatie en duurzaamheid. Door onderling samen te werken, vergroten wij de kans op een gezonde regio. Voorbeelden van diverse ruimtelijk relevante beleidstrajecten: Volkshuisvesting, waarbij ingrijpende afspraken gemaakt zijn voor de geplande en de (kwaliteit van de) bestaande woningvoorraad. Er vindt een bijstelling van de planvoorraad plaats van ca 14.000 naar 5.900 woningen. Met de provincie blijven wij in gesprek over maatregelen om de woningmarkt vlot te trekken; Bedrijfsvestigingen, de Achterhoek ontwikkelt drie regionale bedrijventerreinen en werkt aan de herontwikkeling van bestaande terreinen.

De provincie speelt hierbij een belangrijke rol; Functieveranderingsbeleid: de regio Achterhoek heeft in samenwerking met de provincie een regionale nota over functieveranderingsbeleid opgesteld als uitwerking van het Streekplan 2005: 'Functies zoeken plaatsen zoeken functies. Ook bij de evaluatie en aanpassing van dit beleid wordt weer regionaal samengewerkt. 2. De Achterhoek, centraal in een stedelijk netwerk Voor de economische vitaliteit van de regio is en blijft bereikbaarheid een heel belangrijk onderwerp. Het gaat daarbij primair om bereikbaarheid in reistijd zowel over het spoor als over de weg of digitaal. De Achterhoek maakt deel uit van een groter geheel, waarbij grenzen steeds meer vervagen. De regio moet aangehaakt zijn op de netwerken op nationale en internationale schaal. De Achterhoekse gemeenten denken in knooppunten en netwerken. De strategische ligging biedt kansen voor de Achterhoek o.a.: als aantrekkelijk woon- en werkgebied, als recreatief inloopgebied, door de nabijheid van onderwijs- en zorgvoorzieningen van hoge kwaliteit, door het aansluiten bij de economische en kennisontwikkeling. Het is belangrijk dat de Achterhoek goed is aangesloten op de omliggende stedelijke netwerken, zowel in Nederland als in Duitsland. De aanwezigheid van daarbij passende infrastructuur is van levensbelang.

Verdubbeling van het spoor Arnhem-Winterswijk, doortrekking van de A15 en verbetering van de A18/N18 (maar ook de doorstroming op de A12) blijven speerpunten om de bereikbaarheid en mobiliteit van de regio Achterhoek te versterken. Voor de leefbaarheid en vitaliteit van de Achterhoek zijn de interne verbindingen van belang. De lokaalregionale knelpunten vragen om een oplossing, die gevonden moet worden samen met de provincie. Goede aansluitingen en efficiënt openbaar vervoer zijn onmisbaar. 3. Economisch perspectief in een bijzonder landschap De landbouw speelt een belangrijke rol in de vorming van het Achterhoekse landschap. Het is de belangrijkste economische sector in het buitengebied en zorgt voor het beheer van het waardevolle landschap. Er komen grote veranderingen aan voor de sector. Door milieuregelgeving, wijziging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanuit Europa en meer economisch gedreven autonome ontwikkelingen, zullen veel bedrijven verdwijnen. Naast landbouw zijn recreatie en toerisme functies die in de Achterhoek steeds meer een stempel drukken op het buitengebied. Zij dragen in steeds grotere mate bij aan een economisch vitaal platteland. Bijvoorbeeld door de koppeling van de agrarische sector en

ruimte voor ontwikkeling

21

recreatie en toerisme: agro-toerisme. De Achterhoek kiest voor het behoud van haar karakteristieke kleinschalige landschap maar ook voor de ondersteuning van de landbouwsector. Voor de grondgebonden landbouw is kavelruil nodig om vitale bedrijven mogelijk te maken. Daarbij dienen we de kernkwaliteiten van natuur en landschap te behouden en te ontwikkelen of te vernieuwen. Voor de intensieve veeteelt betekent dit het bieden van ruimte voor bestaande bedrijven en sterlocaties in verwevingsgebieden, ook buiten de LOG's. Het gaat om een goede balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten. 4. De Achterhoek duurzaam De Achterhoek is van oudsher economisch sterk in de maakindustrie en de landbouw. Er is sprake van vakmanschap en innovatie in de toepassing van nieuwe technieken. De kansen voor verdere innovatie worden zowel voor de maakindustrie als de landbouw gezien in verduurzaming van productieprocessen en energievoorziening. De Achterhoek kiest nadrukkelijk voor een bijdrage aan duurzame energietransitie. Wij zetten in op een klimaat- en energieneutrale 'groene' Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix, waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie dienen in de Achterhoek meer dan voorheen gericht te zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken.

De Achterhoek heeft ambities om tot een 50% reductie van C02 uitstoot in 2020 te komen en uiteindelijk tot een 100% duurzame energieopwekking. Dit is neergelegd in 'Het akkoord van Groenlo'. De Achterhoek maakt daarbij de keuze voor biogas en zonne-energie. Warmte-koude- opslag wordt waar mogelijk toegepast en mogelijk dat water nog een rol kan spelen in de energievoorziening. Niet iedere gemeente in de Achterhoek is geschikt voor grootschalige winning van windenergie (zowel qua economische rendabiliteit als landschappelijke inpassing). Beoordeling initiatief De ontwikkeling zorgt voor behoud van het karakteristieke kleinschalige landschap van de Achterhoek. Dit komt doordat de nieuwe woningen qua grootte, vormgeving en opzet passen bij de bestaande monumentale boerderij. Het perceel wordt optimaal benut en er wordt rekening gehouden met duurzaamheid. De nieuwe woningen zorgen voor het stimuleren van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in de kern van Etten.

3.3.2 Regionale Woonagenda

Achterhoek 2023-2030

De woningmarkt in de Achterhoek is de afgelopen jaren aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn woningtekorten hoog. Een grote behoefte is ontstaan aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. De regio heet de ambitie om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wordt de woningvoorraad fors uitgebreid. De regionale productie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen. Beoordeling initiatief In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de woningen die worden gerealiseerd. Onder de tabel is de plankaart opgenomen waar de tabel mee correspondeert. In de tabel is aangegeven per woning of ze levensloopbestendig zijn en of ze in de categorie betaalbaar wonen vallen conform de Woondeal. Levensloopbestendige woningen zijn woning die geschikt zijn voor iedere levensfase waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen, zoals onder andere de badkamer, toilet en slaapkamer, op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn en daardoor tredeloos bereikbaar zijn. De voorgenomen ontwikkeling vergroot het woningaanbod in een gebied waar kwalitatief hoogwaardige en bereikbare voorzieningen zijn gelegen, en speelt zo in op de regionale woonagenda.

Daarnaast zijn de woningen van hoge kwaliteit (allerlaatste duurzaamheidsnormen en gasloos). Daarbij wordt verpaupering van het onbenutte perceel voorkomen. Ten slotte draagt het planinitiatief bij aan de

22

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

in de samenleving aanwezige woonbehoefte van gezinshuishoudens en levensloopbestendige woningen, zoals ook blijkt uit het gemeentelijke woonwensenonderzoek (paragraaf 3.4.3.1).

Figuur 3.1: Ontwerptekening met nummering van de woningen (bron: AVN Architectuur)

ruimte voor ontwikkeling

23

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Gemeentelijke structuurvisie De gemeentelijke structuurvisie Oude IJsselstreek is in mei 2011 vastgesteld. De visie laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, economie, landbouw, infrastructuur, natuur en landschap en recreatie voor de komende jaren krijgen in de structuurvisie allemaal hun plek. De visie op wonen is voor het planvoornemen van belang. De gemeente wil Oude IJsselstreek ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid. Hierbij zijn het Kwalitatief WoonProgramma (KWP3), de regionale woonvisie en de woonvisie Oude IJsselstreek kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Een belangrijk onderdeel van de regionale woonvisie is het bijstellen van de nieuwbouwplannen. Om tijdig in te kunnen spelen op de gevolgen van krimp wordt nu al ingezet op het behoud van de kwaliteiten van het wonen in de Achterhoek. De woningbehoefte van de regio Achterhoek ligt tot 2020 op circa 5900 woningen.

Gelet op de demografische ontwikkelingen betekent dit voor de gemeente een netto toevoeging van 685 woningen voor de periode vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2020. De gemeente wil een aantrekkelijke gemeente zijn om te wonen, waar ook nieuwe inwoners hun plek kunnen vinden. Voor worden levensloop bestendige woningen gerealiseerd. Ook de sociale woningbouw blijft een belangrijk punt van aandacht. De gemeente wil inspelen op de specifieke woningvraag van nieuwe doelgroepen en het binden en boeien van jonge inwoners. Nieuwe woningen moeten zodanig gebouwd worden dat deze flexibele mogelijkheden bieden. Voor een vitale gemeente is het vasthouden van de kwaliteit van de leefomgeving belangrijk. Ulft, Silvolde, Terborg en Etten zijn de aangewezen woonclusters. Hier zal de meeste nieuwbouw plaatsvinden. Varsseveld is bestempeld als economisch cluster. Daar wordt de woningbouw op afgestemd. De kleine kernen ontwikkelen zich naar eigen behoefte. Rustig en ruim wonen staat voorop. Beoordeling initiatief Het planvoornemen leidt niet tot belemmering van het gemeentelijk beleid. Het draagt bij aan de doelstelling de gemeente aantrekkelijker te maken om te wonen, door het toevoegen van tien woningen (waaronder 6 levensloopbestendige). Etten is een wooncluster waar nieuwbouw wenselijk is. Dit planvoornemen past hierdoor extra bij de woonvisie van Oude IJsselstreek.

3.4.2 Gemeentelijke toekomstvisie Op 25 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Toekomstvisie vastgesteld. Hierin wordt het strategische perspectief voor de gemeente Oude IJsselstreek geschetst; laten zien wie ze zijn en wat ze kunnen. Deze toekomstvisie zal met de intreding van de omgevingswet ook werken als de omgevingsvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kunnen bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. De opgaven zijn geen projectplannen of vast te leggen doelen. Ze moeten richting geven in de ontwikkelingen die de komende jaren gaan plaatsvinden. 1.

24

Goed wonen a. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (2017) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit wordt verder versterkt door de herontdekking van het platteland door mensen uit het westen, positieve migratiestroom en de banengroei. Waar nodig en mogelijk willen we hierop regie nemen. b. Het Ontwikkelingskader Detailhandel Oude IJsselstreek is gericht op het bewerkstelligen van compacte winkelcentra in een fijne omgeving met groen, horeca en

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

ontmoetingsmogelijkheden. In aanloopstraten kan een transformatie plaatsvinden naar bijvoorbeeld wonen om de leegstand tegen te gaan en de leefbaarheid te behouden . 2. Leven lang leren a. Investeren in onderwijs en stimuleren van kennis en kunde bij jong en oud. 3. Sterke sociale netwerken a. Gemeenschapszin stimuleren via ontmoetingsplekken (scholen, dorps- en buurthuizen, parken en speelplekken) en verenigingen. b. Toegankelijke maatschappelijke voorzieningen, samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. 4. Juist klimaat voor ondernemerschap a. Vakmanschap, betrokkenheid en loyaliteit zijn belangrijke pijlers van de arbeidsmarkt in Oude IJsselstreek 5. Recreatie en toerismeAandacht voor gezondheid, sport en bewegen. Gezond en lokaal eten. a. Inzetten in kwantiteit en kwaliteit vrijetijdssector 6. Gezondheid a. Aandacht voor gezondheidsbescherming en -bevordering. Tegengaan van geuroverlast, lichthider, geluidsoverlast en hittestress. Optimale kwaliteit lucht en drinkwater. b. Rookvrije omgeving, gezonde schoolomgeving en gezonde voeding, integrale veiligheid en groene omgeving. 7. Gezond milieu a. Toekomstbestendig maken van de manier van leven.

bodem en ondergrond biodiversiteit energietransitie circulaire economie klimaatadaptatie Er wordt meer ingespeeld op samenwerking tussen bedrijven, instellingen en inwoners (lokaal en samen met de partners in de regio en Duitsland).

ruimte voor ontwikkeling

25

Figuur 3.2: Kaart toekomstvisie in vogelvlucht (bron: Toekomstvisie Oude IJsselstreek) Beoordeling initiatief Met de beoogde ontwikkeling aan de Palmlaan in Etten wordt de eerste opgave van de toekomstvisie gestimuleerd, namelijk goed wonen. Eén van de doelstellingen van deze opgave is het creëren van een geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Daarnaast worden er in de doelstellingen meer nieuwe starterswoningen beoogd. Zes woningen hebben als doelgroep senioren/levensloopbestendig en twee de doelgroep starters met een prijsklasse tot max €225.000,(prijspeil 2021), en voldoen daarmee aan de doelstellingen vanuit de toekomstvisie.

3.4.3 Gemeentelijke woonvisie De woonvisie van de gemeente Oude IJsselstreek is vastgelegd in 2018. De titel luidt 'Flexibel reageren op nieuwe en andere woonvragen'. Thema's die in de visie besproken worden zijn de sociale huurvoorraad, woonzorg, verduurzaming woonvoorraad en woningvoorraad en waardebehoud. Omtrent jongeren en starters staat het volgende benoemd; Starters klagen dat zij moeilijk aan een woning kunnen komen. Goedkope koop- en huurwoningen voldoen meestal niet aan hun wensen. Jongeren willen meestal een woning die instap klaar is, waar niets/niet veel aan gedaan hoeft te worden omdat de financiële middelen daarvoor (nog) niet voorhanden zijn. Ze letten wel op energiekwaliteit, want

26

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

ze kunnen daar zelf nog niet in investeren. Omtrent seniorenwoningen wordt het volgende vermeldt; 'Er is sprake van belemmeringen voor ouderen om te verhuizen naar een beter bij hun situatie passende seniorenwoning. Wij zullen met onze corporaties onderzoeken hoe deze beperkingen weggenomen kunnen worden, ook om op deze manier doorstroming op gang te brengen. Oudere burgers die op een sociale huurwoning zijn aangewezen en andere woonwensen krijgen bij het tellen der jaren, willen graag een meer beschermde woonvorm met zorg in de nabijheid.' Beoordeling initiatief Het planvoornemen past bij de doelstelling om voldoende gepaste levensloopbestendige- en starters woningen beschikbaar te maken. Gezien er zes levensloopbestendige, twee starterswoningen en drie woningen onder de NHG grens worden gebouwd, draagt de ontwikkeling bij aan deze gemeentelijke doelstelling. 3.4.3.1 Woonwensenonderzoek Etten 2020 In 2020 is DKK begonnen met het ‘WoonWensenOnderzoek Etten’. DKK ging met de inwoners van Etten en overige geïnteresseerden in gesprek. Diverse gesprekken werden gevoerd en de verschillende woonwensen werden opgehaald. Door de projectleider is een overzicht gegeven van de resultaten: Presentatie woonwensenplan tijdens digitale Bewonersavond In december 2020 zijn de voorlopige plannen gepresenteerd aan de inwoners van Etten en alle overige geïnteresseerden.

Dit gebeurde tijdens een digitale bewonersavond. 43 woningen op 4 verschillende locaties Naar aanleiding van het ‘WoonWensenOnderzoek Etten’ liggen momenteel plannen voor de realisatie van in totaal 43 woningen op 4 verschillende locaties. Op 2 plekken aan de Dorpstraat komen in totaal 17 woningen. Het gaat om 5 woningen in een hofje en 12 levensloopbestendige appartementen op de locatie zaal Köster. Tussen de Palmlaan, de Strik, de Zeddamseweg en de Slingerparallel moeten 10 huizen komen met een ‘agrarische uitstraling’. De meeste woningen moeten verrijzen aan de Meesterijweg, aan de rand van het dorp. Binnen het ‘Woonprogramma Etten’ staan hier 18 woningen in een groene setting ingetekend. Van en voor Etten Volgens wethouder Ben Hiddinga zijn veel Ettenaren betrokken geweest bij de planvorming en is er een urgente behoefte, wat reden is om de plannen te steunen. Opdracht Het woonwensenonderzoek in Etten werd uitgevoerd door DKK in opdracht van de Vereniging Comité Dorpsbelangen Etten (VCDE). De gemeente Oude IJsselstreek ondersteunt het onderzoek. Tevens was tijdens het onderzoek een groep inwoners actief betrokken in de ‘Werkgroep Woningbouw Etten’. Beoordeling initiatief Gemeente Oude IJsselstreek steunt de plannen voor de realisatie van meer dan veertig woningen op vier verschillende locaties in Etten, waaronder de (levensloopbestendige) woningen aan de Palmlaan/Strik.

Deze plannen zijn ontstaan vanuit de woonwensen van de inwoners uit het dorp. 3.4.3.2 De lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling op de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw’ die zijn vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 26 september 2019. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Door de vaststelling hiervan komen de regio en gemeente Oude IJsselstreek los van de knellende contingentenbenadering van de woningmarkt.

ruimte voor ontwikkeling

27

(Regionale) Kwalitatievetoetsingscriteria voor woningbouw De behoefte is aangetoond Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed Inbreiding gaat voor uitbreiding Beoordeling initiatief De behoefte aan senioren en starterswoningen is in het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (2017) aangetoond. De ontwikkeling vindt plaats middels inbreiding aan de rand van de bebouwde kom. Momenteel is er een woonboederij en twee schuren aanwezig op Palmlaan 1. Aan het plangebied worden 10 woningen toegevoegd. Hierdoor sluit het planvoornemen met woningen in de bebouwde kom van Etten aan op de kwalitatieve toetsingcriteria voor woningbouw van de gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.3.3 Welstandsnota gemeente Oude IJsselstreek De welstandsnota is op 16 september 2011 in werking getreden. In de vergadering van 19 september 2013 heeft de gemeenteraad de aangepaste Welstandsnota vastgesteld. De aanpassingen hebben betrekking op Thema 4.7.9 "Windturbines en nieuwe windmolens". De aangepaste Welstandsnota is op 20 september 2013 in werking getreden. In deze nota is vastgelegd hoe het welstandstoezicht in de gemeente Oude IJsselstreek is geregeld. Tevens geeft deze nota uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel.

Via deze nota voldoet de gemeente Oude IJsselstreek tevens aan de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de bepalingen in de Woningwet omtrent het welstandstoezicht. Middels een kwaliteitskader en een ruimtelijk kader wordt getoetst of de nieuw te bouwen bouwwerken: 1.

2.

3. 4. 5. 6.

voldoen aan redelijke eisen van welstand en dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. dat de verschijningsvorm een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. materiaal, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

Beoordeling initiatief Het ontwerp is ingepast in de omgeving. De bouwhoogte voldoet aan de gestelde maximale bouwhoogte van de molenbiotoop en de architectuur sluit aan op karakteristieke agrarische erfbebouwing van de omgeving Etten. Het landschappelijke karakter van het plangebied wordt zoveel mogelijk behouden. In het landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 15 van de toelichting en Bijlage 1 van de regels) is een hoofdstuk opgenomen over de beeldkwaliteit. Hierdoor doen de nieuwe gebouwen geen afbreuk aan de landschappelijke kenmerken van de rand van Etten. Conclusie Vanuit de woonvisie en overige gemeentelijke beleidsstukken uitgewerkt onder 3.4.3.1 t/m 3.4.3.3 is het planvoornemen passend op deze locatie.

28

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

3.4.4 Visie op landschap, natuur en groene kernen Op 22 april 2022 is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld door de gemeente Oude IJsselstreek. De visie beschrijft de uitdagingen waar de gemeente zich voor vindt staan. De gemeente heeft daarin de uitdagingen vertaald in drie uitgangspunten: behouden van de basiskwaliteit van het landschap, stimuleren en samenwerken met inwoners voor aanleg van landschap en groen. Daarbij wil de gemeente actief aan de slag met het versterken van landschap en groen, bijvoorbeeld ter voorkoming van de hittestress in de kernen. De visie is in een interactief proces met bewoners en geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief In de visie wordt een belangrijke waarde toegeschreven aan het herkennen van (route)structuren binnen de gemeente.

De gemeente streeft ernaar om op doorgaande routes, die meerdere landschapstypen doorkruisen, de groene begeleiding mee te laten veranderen. De basis voor de groenstructuur wordt in de ogen van de gemeente gevormd door de hoofdroutes in de kern en door de entrees van kernen, omdat men daar de kern binnengaat. Het plangebied is geen onderdeel van een dergelijk entree. Wel is het plangebied een tussengebied tussen de bebouwde kom en de Zeddamseweg. Bij het ontwerp van de inrichting van onderhavig plan is daarom zorgvuldig omgegaan met de inrichting van de beoogde situatie. Er is daarbij rekening gehouden met belangen van omwonenden, het straatbeeld en het landschappelijk, groene karakter van de omgeving. Het plangebied wordt op een gebiedseigen wijze gearceerd door groene accenten waaronder monumentale bomen. Een belangrijk aspect, waar in onderhavig plan rekening mee is gehouden is de eenheid met de bestaande groene waarden rondom het plangebied. Er worden struiken en boomsoorten toegevoegd die passen in de omgeving en de monumentale bomen blijven behouden. De hoogte van alle bomen voldoet aan de eisen uit de molenbiotoop. Zowel de landschappelijke identiteit als de gebiedseigen natuur worden hiermee in het plangebied gewaarborgd. De beoogde ontwikkeling houdt rekening met de voorschriften van de gemeente Oude IJsselstreek.

Beoordeling initiatief Het aspect 'landschap' vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het initiatief. Tevens is een landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld (Bijlage 15 bij de toelichting). Dit plan is als voorwaarde verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Met de voorwaardelijke verplichting is een goede groene inpassing van de woningen geborgd.

3.5

Conclusie

Het relevante beleid op rijks- provinciaal en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

ruimte voor ontwikkeling

29

Hoofdstuk 4

Planologische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.

4.1

Molenbiotoop

Molens worden in toenemende mate in hun voortbestaan bedreigd door aantasting van de molenomgeving. Bebouwing, begroeiing en andere obstakels belemmeren de windvang van molens. Zonder voldoende wind kan de molen zijn werk niet doen. De molen is tot stilstand gedoemd. Traditioneel staan molens altijd in een open omgeving, zonder belemmering van obstakels. Gezien bovenstaande vraagt de omgeving van een molen dus ook onderhoud. Houtopgroei zonder functie moet worden verwijderd als de windvang van de molen erdoor wordt gehinderd. Verkeerd geplaatste gebouwen kunnen zelden worden verwijderd. Bij nieuwbouw kan terdege rekening worden gehouden met de eisen die een molen nu eenmaal aan zijn omgeving stelt. Hiertoe wordt rond molens die nog in gebruik zijn of daartoe de potentie bevatten een molenbiotoop getrokken. Binnen deze biotoop dient bij bouwen plantactiviteiten rekening te worden gehouden met de hoogte van deze activiteiten, zodat de werking van de molen niet in het geding komt. De bescherming van de molen, via de molenbiotoop, dient te worden vastgelegd in het bestemmingsplan waarbinnen de molen is gelegen. In het bestemmingsplan kunnen eisen worden gesteld aan beplantingsen bebouwingshoogte van de omgeving, die aansluiten bij de eisen die de molen aan zijn omgeving stelt.

Figuur 4.1: Windvangzone Molenbiotoop, Korenmolen "De Witten" (bron: Bestemmingsplan Kleine kernen 2004) Korenmolen "De Witten" Etten Voor een traditionele belt-/korenmolen, zoals de korenmolen "De Witten" in Etten is het uitgangspunt dat zowel de vrije windvang als het zicht op de molen gegarandeerd moet worden. Hiertoe is in het bestemmingsplan "Kleine Kernen 2004" een gebied binnen een straal van 400 meter rond de molen als molenbiotoop aangewezen. Voor deze zone geldt een restrictie ten aanzien van de bebouwings- en

30

Kom Etten, locatie Palmlaan en Strik

beplantingsmogelijkheden. De bepalende maat is de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek (4,00 m in het geval van deze molen). Rondom de molens dient in principe een vrije zone van 100m te worden gehanteerd. Het streven is er op gericht om de vrije windvang én het zicht op de molen, als gevolg van nieuwe ontwikkelingen binnen de molenbiotoop niet verder te beperken. Voor nieuwe bebouwing in het molenbiotoop hanteren de provincie Gelderland en de Stichting Behoud Ettense Molen de volgende richtlijn: voor het molenbiotoop wordt door berekening de toelaatbare hoogte in de omgeving van een molen bepaald. In het gebied tussen de molen en de 400 m rondom de molen gaat de maximaal toelaatbare hoogte van bebouwing en/of beplanting in een rechte lijn omhoog vanaf 4 m nabij de molen, tot maximaal 5 m op een afstand van 100 m en maximaal 7 m op een afstand van 400 m. Beoordeling initiatief De Hollandsche Molen heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen advies gegeven naar de molenbiotoop ten opzichte van het bouwplan. Dit volledige advies is opgenomen als Bijlage 3 van de toelichting. Voor de volledigheid zijn de eerder uitgebrachte adviezen opgenomen als bijlage 19 en 20.

In dit advies komt naar voren dat De Hollandsche Molen positief kan adviseren over het bouwplan, gezien de hoogte van de voorgestelde nieuwbouw niet boven de hoogte van de woningen en het groen tussen de molen en het bouwplan liggende dorpse gebied uit komt. Het bouwplan betekent een geringe uitbreiding van de dorpse bebouwing met dezelfde hoogtes en volumes als bestaande bebouwing. Binnen voorliggend plan wordt het advies van de laagblijvende bomen meegenomen in het landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan. Voor de molen betekent dit een uitbreiding van het reeds aanwezige verruwingsoppervlak met vergelijkbare hoogtes. Bij de nieuwe aanplant van bomen langs de Palmlaan en de Strik en het openbare gedeelte van het bouwplan is gekozen voor voor laagblijvende bomen, die in ieder geval niet uitkomen boven de nokhoogte van de woningen. Het landschappelijk inpassingsplan en beeldkwaliteitsplan is hierop aangepast zodat de bescherming van de molenbiotoop is gewaarborgd.. Daarnaast worden de bewoners van de nieuwe woningen erop gewezen dat zij een woning kopen binnen de molenbiotoop waarbij rekening gehouden moet worden, en dient te worden vastgelegd, dat het planten van bomen met een maximale hoogte die niet uitkomt boven de nokhoogte van de woningen aan de orde is. Ditzelfde geldt voor te realiseren aanbouwen en bijgebouwen.

Binnen de regels, behorende bij voorliggend plan, is artikel 13.1 hierop aangepast zodat er geen afwijkingsregeling voor bouwhoogtes aan de orde is.

4.1.1 Conclusie Molenbiotoop De Hollandsche Molen adviseert positief over het bouwplan Noaberpark De Erven te Etten d.d. 05-06-2024, gelet op de molenbiotoop van molen De Witten, Oldenhove 5 Etten. Molen De Witten kent een vrij goede biotoop die relatief weinig en voornamelijk lage belemmeringen kent. Dicht op de molen staan, in de richting van het bouwplan, verschillende vrijstaande woningen langs de Oldenhove die 2,05 tot 3.6m uitsteken boven de belt en daarmee de onderkant van de onderste wiek. De Hollandsche Molen constateert na onderzoek dat de bouw/nokhoogte van de woningen A7 en de D-woningen die in elkaars verlengde liggen en woning A10 de maximale hoogte passend bij de beschermende molenbiotoop van molen De Witten overschrijdt. De nummering van de woningen is onderstaand in figuur 4.2 zichtbaar. De bouwhoogte van de overige woningen blijft beneden de maximaal toegestane hoogte. Het plan is relatief ruim van opzet, er is veel ruimte tussen de woningen. Daarnaast betrekken zij de verzachtende omstandigheden, dat ondanks de overschrijding van de molenbiotoop, de woningen in het bouwplan niet uitkomen boven de hoogte van de woningen in het tussen de molen en het bouwplan liggende dorpse gebied.

ruimte voor ontwikkeling

31

Figuur 4.2: Overzichtstekening met nummering (bron: ANV architectuur & vastgoedontwikkeling)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4759/documents/29852