tenr_Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
30
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.
Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Beleid waterschap Rijn en IJssel Het Waterschap Rijn en IJssel heeft in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Daarnaast zijn ook een schone leefomgeving, de circulaire economie en energietransitie belangrijke thema's. Planspecifiek Watertoets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Rijn en IJssel. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een watertoets gemaakt, zie bijlage 3. Hiermee is het waterschap geïnformeerd over voorliggende ontwikkeling.
Verhard oppervlak In de bestaande situatie is geen verharding aanwezig binnen het plangebied. In de toekomstige situatie zal er nieuwe verharding toegevoegd gaan worden door de realisatie van 3 woning (ca 580 m²), een oprit (schatting ca 520 m²) en buitenverharding rondom de woning (bijvoorbeeld een terras). Het totale verharde oppervlak in de toekomstige situatie wordt geschat op ca maximaal 1.200 m². Mogelijk kan deze toename naar beneden worden bijgesteld door gebruik te maken van halfverharding, bijvoorbeeld voor de oprit. De maximaal te realiseren waterberging zal op basis van voorgaande inschatting uitkomen op maximaal 48 m³ (Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak [1.200] (in m²) * 0,04).
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
31
Te realiseren waterberging Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwen is pas bekend hoeveel verhard oppervlakte er gerealiseerd wordt. Mede daarom betreft de in deze paragraaf berekende waterberging een schatting, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan met betrekking tot water uitvoerbaar is. Voor het afvoeren van overtollig hemelwater in de toekomstige situatie zijn er voldoende mogelijkheden. Daarvoor kan worden gedacht aan een afvoer van hemelwater naar de bestaande watergang parallel aan de Helhoek of de aanleg van infiltratievoorzieningen binnen het eigen perceel. Vanwege deze mogelijkheden voldoet het plan aan het gemeentelijk waterbeleid en wordt het bestemmingsplan op het punt van waterberging uitvoerbaar geacht. De concrete uitwerking van de waterberging wordt opgenomen bij de definitieve aanvraag van de omgevingsvergunning. Overige waterhuishoudkundige aspecten Ter plaatse van het plangebied waar werkzaamheden worden voorzien liggen geen beschermingszones van watergangen over gebieden die in het kader van water bescherming genieten. Tijdens de bouw van de woning zullen geen uitloogbare materialen worden gebruikt. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.
De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.
32
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Planspecifiek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuurgebied met een beschermde status, zoals Natura 2000gebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op circa 16.200 meter ten oosten van het plangebied en betreft de Korenburgerveen. Het plangebied maakt tevens ook geen deel uit Natuurnetwerk Overijssel. Aangezien het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, zijn areaalverlies, versnippering, verandering van waterhuishouding en verstoring uit te sluiten. Voor de volledigheid is een voortoets Stikstofdepositie opgesteld. De voortoets is als bijlage 6 opgenomen in de toelichting. Uit de voortoets blijkt dat als gevolg van de ontwikkeling in zowel de aanleg- als gebruiksfase geen stikstofdepositie optreedt op beschermde N2000 gebieden. Soortenbescherming Ten behoeve van de geplande activiteiten binnen het bestemmingsplan is een flora- en faunatoetsing uitgevoerd. Het doel hiervan was het vaststellen of inschatten of er sprake is van beschermde planten of diersoorten, en wat het (mogelijke) effect van de voorgenomen plannen of handelingen daarop is. De onderzoeksrapportage is opgenomen als bijlage 4. Uit het onderzoek is op te maken dat de beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming.
Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Naast de ontwikkeling van het landgoed is het ook de bedoeling op termijn een tweetal bestaande schuren behorende bij Toldijk 2 te slopen. De sloop is wel beoordeeld in het kader van het nieuwe landgoed, maar maakt er geen onlosmakelijk onderdeel van uit. Door middel van een anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over de termijn waarop de sloop van deze schuren plaatsvindt. Voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is nader onderzoek in deze fase niet noodzakelijk. Natuurvriendelijk bouwen Bij de erfinrichting van het nieuwe erf worden diverse landschapselementen gerealiseerd. Hierbij is rekening gehouden met het realiseren van geschikt habitat voor diverse soorten, zoals bijen, vlinders, struweelvogels en kleine zoogdieren. Voor de gebouwbewonende soorten zoals huismus en vleermuizen worden bij de bouw voorzieningen gerealiseerd zodat er ook geschikt verblijfplaatsen voor deze soorten gerealiseerd worden. Voor hun leefomgeving maken ze gebruik van bovengenoemde landschapselementen die ook voor de niet gebouwbewonende soorten wordt gebruikt.
Inbouwsteen huismus
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
inbouwsteen vleermuis
33
Bovenstaand een voorbeeld van een voorziening die aangebracht kan worden bij de bouw. de getoonde inbouwsteen IBVL 01 inbouwsteen is geschikt voor de Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Tweekleurige vleermuis en Kleine dwergvleermuis. Dit zijn ook de soorten die in de te realiseren erf voor kunnen komen. Bij het ontwerp van de woningen zullen de genoemde voorzieningen een plaats krijgen waarbij op advies van een ecoloog de juiste aantal, hoogte en oriëntatie bepaald wordt. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Verkeer Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een landgoed met drie woningen. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 'Koop, huis, vrijstaand' van de verstedelijkingsgraad 'niet stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied' is het aantal verkeersbewegingen per woning maximaal 8,6 per dag. Dit betekent dat met de realisatie van voorliggend project (3 x 8,6 =) tot maximaal 25,8 extra verkeersbewegingen leidt. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd. De realisatie van drie woningen zal naar verwachting leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied. Het nieuwe erfensemble wordt ontsloten door de Koninksweg. Deze ontsluitingsweg heeft voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. De gemeente Oude-IJsselstreek heeft een Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) waarin geen vastgestelde parkeernorm maar een bandbreedte is opgenomen. Onderstaande tabel geeft deze bandbreedte weer.
uitsnede bijlage 6 GVVP 2012 - 2020 Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de maximale norm. Met de realisatie van drie vrijstaande woningen in het buitengebied ontstaat een parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaats per woning. Dit zorgt voor een parkeerbehoefte van afgerond naar boven 7 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. De parkeerbehoefte zal op eigen terrein naast de woningen worden opgelost. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig, het inrichtingsplan in Bijlage 1 laat dat ook zien. Mocht er in de toekomst sprake zijn van extra functies bij de woningen zoals bijvoorbeeld een bedrijf aan huis of een bed-en-breakfast dan zullen hiervoor extra parkeervoorzieningen op het eigen erf gerealiseerd dienen te worden.
Het aspect verkeer en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
34
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het landgoedontwikkelingsplan, opgenomen als Bijlage 1 van de Regels, is de ontstaansgeschiedenis, de omgeving van het plangebied en de aanwezige waarden beschreven. Met het voorgenomen plan worden geen cultuurhistorische waarden negatief beïnvloed. Sterker de voorgenomen ontwikkeling versterkt de cultuurhistorische landschappelijke- en natuurlijke waarden. Archeologie Binnen het vigerende bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Op de archeologische verwachtingenkaart is het plangebied met een lage verwachting aangeduid. Een nader onderzoek betreffende mogelijk aanwezige archeologische waardes en/ of informatie is derhalve niet noodzakelijk. Het plan is uitvoerbaar wat betreft het aspect cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Klimaatadaptatie
Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
35
De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied enige plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. Voor de beoogde natuurontwikkeling is dit gunstig en geen probleem. De beoogde woningen zullen hoger dan het omliggende maaiveld aangelegd worden zodat er op de erven zelf geen wateroverlast optreedt. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige normen.
Daarmee is de woning ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Daarnaast wordt er veel opgaand groen en bos gerealiseerd wat de hittestress van het totale gebied vermindert. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 een lichte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. Met de beoogde natuurlijke inrichting en verondieping van de bestaande greppel/sloot in het plangebied kan het grondwaterpeil wat stijgen en wordt het bergend vermogen van de grond vergroot. Met voorliggend plan wordt voldoende ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er het plangebied niet in nabijheid van de groter wateren ligt. Mocht ergens een dijk van de IJssel of de Rijn bezwijken dan vormt overstroming geen risico vormt voor het plangebied.
36
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoeringsaspecten
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
37
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
6.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Natuur Het grootste deel van het plangebied is bestemd als 'Natuur'. Deze gronden zijn bestemd voor bos- en natuurgebieden, behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, voet- en fietspaden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer, ontsluitingswegen voor aangrenzende woonpercelen, extensief (dag)recreatief medegebruik. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende bouwwerken, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd binnen deze bestemming. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn, onder voorwaarden, wel toegestaan. In de bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen om de landschappelijke en natuurwaarden binnen de bestemming te beschermen. Dit betekent dat voor sommige werkzaamheden een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Er is een uitzondering opgenomen voor de werkzaamheden die betrekking hebben op de uitvoering en het beheer van het landgoedontwikkelingsplan.
38
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Wonen De nieuw te realiseren woningen en bijbehorende erven zijn bestemd als 'Wonen'. Voor het erfensemble is één bestemmingsvlak opgenomen. Binnen het bestemmingsvlak zijn drie bouwvlakken opgenomen ten behoeve van de woningen, hierbinnen is per bouwvlak één woning toegestaan. Naast het gebruik van de woning zijn de gronden bestemd voor een aan huis verbonden beroep (onder voorwaarden), een bed en breakfast in een woning, het hobbymatig agrarisch gebruik van gronden en opstallen en het recreatief bewonen van de woning. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan. In de bouwregels is geregeld dat per bestemmingsvlak (oftewel per erfensemble) de gezamenlijke inhoud van de drie woningen niet groter mag zijn dan 2.500 m3. De toegestane goot- en bouwhoogte van de woningen bedraagt respectievelijk 4 m en 9 m. Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen), overkappingen en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. Binnen het plangebied geldt de gebiedsaanduiding; Groene ontwikkelingszone Het gehele plangebied is aangeduid als 'overige zone - groene ontwikkelingszone'.
De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen (Wonen en Natuur), mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
39
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
7.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Gezien de omvang, karakter en ligging van het plan worden in het kader van het vooroverleg Waterschap Rijn & IJssel en de provincie Gelderland om een reactie gevraagd. Door de provincie Gelderland is op 22 november 2022 een reactie gegeven op het voorontwerp bestemmingsplan. In Bijlage 5 is deze reactie integraal opgenomen. Naar aanleiding van deze vooroverleg reactie is het bestemmingsplan op de twee genoemde punten aangepast. Van het Waterschap Rijn & IJssel is geen reactie ontvangen.
7.3
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Landgoed Raesfeldsbosch' heeft vanaf 15 december 2022 tot en met 25 januari 2023 voor iedereen ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. Tijdens de inzageperiode zijn in totaal zes zienswijzen ontvangen. De eerste vier zienswijzen zijn gericht aan de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek. Hiervan is de derde zienswijze ondertekend door 35 personen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de hiervoor gestelde termijn en zijn ontvankelijk. Abusievelijk zijn buiten de inzageperiode de relevante overlegpartners geraadpleegd. In totaal zijn twee zienswijzen ingediend door het Waterschap Rijn en IJssel en de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland. De zienswijzen zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de bijgevoegde Nota van zienswijzen en wijzigingen (Bijlage 7). De zienswijzen hebben naast enkele ambtshalve wijzigingen geleid tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. De wijzigingen zijn ook in voornoemde bijlage opgenomen.
40
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Bijlagen bij de toelichting
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
41
Bijlage 1
42
GO versterkingsbalans
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
43
Bijlage 3
44
Watertoets
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
45
Bijlage 5
46
Vooroverleg reactie Provincie Gelderland
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Bijlage 6
Voortoets Stikstofdepositie
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
47
Bijlage 7
48
Nota van zienswijze en wijzigingen
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Regels
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
49
50
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch met identificatienummer NL.IMRO.1509.BP000206-VA01 van de gemeente Oude IJsselstreek. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 afwijking een afwijking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid sub a, onder 1° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7 bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, installeren, herstellen, opslaan en/of distribueren van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.8 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op een kortdurend recreatief verblijf en het serveren van ontbijt, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Er is geen sprake van een bed & breakfast bij de aanwezigheid van een zelfstandige kookgelegenheid en/of de verkoop van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse en/of overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.9 bestaande situatie (bebouwing en gebruik) a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald. b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime. 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
51
1.12 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.13 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.14 cultuurhistorische waarde De aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.15 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.16 hoofdgebouw Een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.17 natuurwaarden De aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden. 1.18 omgevingsvergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste artikel, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening. 1.20 overkapping Een voor mensen toegankelijke, overdekte en zonder wanden omsloten ruimte.
1.21 permanente bewoning Bewoning door een persoon of groepen van personen van een voor wisselende bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats. 1.22 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.23 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.24 verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen ruimtelijke informatie met identificatienummer: NL.IMRO.1509.BP000206-.
52
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
1.25 voorgevel De naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied. 1.26 vrijstaande woning een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw. 1.27 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten. 1.28 zonnepaneel een apparaat dat zonlicht omzet in elektriciteit.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 toepassing van maten Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in dit bestemmingsplan in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven. Bij de toepassing van bovenstaande, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
53
2.8 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de bouw. 2.9 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
54
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Natuur
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
bos- en natuurgebieden; behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden; voet- en fietspaden; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; ontsluitingswegen voor aangrenzende woonpercelen; extensief (dag)recreatief medegebruik;
met de daarbij behorende bouwwerken, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 gebouwen Het realiseren van gebouwen is niet toegestaan 3.2.2 bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. voor kunstobjecten 6 meter; 2. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 meter.
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het plan wordt in ieder geval begrepen: a.
b.
opslag-, stort- en/of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en opstallen; het geplaatst houden van kampeermiddelen.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden de volgende anderewerken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen en draineren; aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
55
e.
vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging daarvan tot gevolg kunnen hebben.
3.4.2 verlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.4.1 wordt slechts verleend indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.4.3 uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is nodig voor: a. b. c. d.
andere-werken in het kader van het normale beheer en onderhoud; andere-werken of werkzaamheden die betrekking hebben op de uitvoering en het beheer van het landgoedontwikkelingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1. andere-werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet.
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
maximaal drie vrijstaande woningen per bouwvlak; een aan huis verbonden beroep; een bed en breakfast in een woning; het hobbymatig agrarisch gebruik van gronden en opstallen; het recreatief bewonen van de onder sub a genoemde woningen; zonnepanelen voor de opwekking van duurzame energie op gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde, uitsluitend binnen een bouwvlak ten behoeve van de eigen energievoorziening;
met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de gezamenlijke inhoud van de woningen mag per bouwvlak maximaal 2.500 m3 bedragen; de inhoud van iedere woning bedraagt minimaal 650 m 3 en maximaal 925 m3; de goothoogte mag maximaal 3,5 meter bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 8 meter bedragen.
4.2.2 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij woningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken en overkappingen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte mag per woning maximaal 150 m² bedragen;
56
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
c. d. e. f.
bijbehorende bouwwerken en overkappingen moeten minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de betreffende woning worden gebouwd; de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; de afstand tot enig punt van de woning mag maximaal 25 meter bedragen.
4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij woningen gelden de volgende regels: a. b. c.
d. e.
voor (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd: erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1 meter; vanaf één meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd: 1. erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 3 meter; de bouwhoogte van masten mag maximaal 10 meter bedragen; de bouwhoogte van grondgebonden installaties ten behoeve van zonnepanelen mag maximaal 1,5 m en de oppervlakte mag maximaal 50 m² bedragen.
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel: a. 4.2.1 onder b, d en e ten behoeve van het toestaan van één woning met een inhoud tot maximaal 1200 m3, een bouwhoogte tot maximaal 9 meter en een goothoogte tot maximaal 4,5 meter. b. 4.2.2 ten behoeve van het realiseren van een inpandig bijbehorend bouwwerk kan afgeweken worden van de positionering onder c en het bepaalde onder d en e, onder de voorwaarde dat deze gelijk zijn aan de te realiseren woning als bedoeld onder 4.2.1. 4.3.2 Voorwaarde voor afwijken Afwijken als bedoeld in artikel 4.3.1 kan slechts mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. Het architectonisch ontwerp ten behoeve van het realiseren van de beeldkwaliteit als bedoeld in Bijlage 1 dit noodzakelijk maakt. c. de afwijking afgestemd is met de overige woningen en van een motivatie wordt voorzien. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Voorwaardelijke verplichting landgoedontwikkelingsplan a.
Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken binnen de bestemming 'Wonen' zonder de uitvoering en instandhouding van de inrichting- en beheermaatregelen zoals beschreven in Artikel 8.2, onderdeel van de inrichting- en beheermaatregelen vormen ook nadrukkelijk de openstelling conform de voorwaarden voor openstelling zoals deze in de Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928 zijn vastgelegd; b. In afwijking van het bepaalde onder a is het toegestaan gronden en/of bouwwerken overeenkomstig de bestemming 'Wonen' te gebruiken of laten gebruiken onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan, de uitvoering van de landschappelijke inrichtingsmaatregelen zoals beschreven in Artikel 8.2 van de regels heeft plaatsgevonden en deze maatregelen duurzaam in stand worden gehouden.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
57
4.4.2 bed en breakfast Een bed en breakfast is toegestaan onder de voorwaarden dat: a. b. c.
de accommodatie deel uit maakt van de woning met dien verstande dat maximaal 3 slaapkamers en maximaal 6 slaapplaatsen zijn toegestaan; de oppervlakte van de gehele accommodatie maximaal 30% van de woning beslaat; op eigen terrein in de parkeerbehoefte dient te worden voorzien.
4.4.3 aan huis verbonden beroep Een aan huis verbonden beroep is toegestaan onder de voorwaarden dat: a. b. c.
de oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep maximaal 30% van het woonoppervlak beslaat met een maximum van 50 m²; het aan huis verbonden beroep wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het gebruik van een gedeelte van de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf onder de voorwaarden dat: a. b. c. d.
58
degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is; de oppervlakte van de voor het bedrijf uit te oefenen ruimte maximaal 30% bedraagt van het woonoppervlak, met een maximum van 50 m². er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep of bedrijf; geen onevenredige afbreuk plaatsvindt aan het (leef)milieu en/of in de omgeving aanwezige functies.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in de bestemmingsregels opgenomen afwijkingen, de volgende voorwaarden: a. b. c.
ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijbehorende gebouwen; de verticale diepte kelders en andere ondergrondse bouwwerken is maximaal 3,5 meter; ondergronds bouwen is niet toegestaan onder recreatieverblijven.
6.2 Voldoende parkeergelegenheid a. Om de woningen in gebruik te nemen dienen binnen het plangebied 7 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden en in stand te worden gehouden. b. Na realisatie van de woningen als bedoeld onder lid a geldt bij nieuwbouw, uitbreiding en/of functieverandering van een gebouw, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, dient voor de bouw of functieverandering te worden aangetoond dat op het bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Daarbij worden de maximale parkeernormen in de categorie 'vrijstaande woningen in het buitengebied’ gehanteerd. Als gedurende de planperiode een nieuwe parkeernormering wordt vastgesteld, wordt rekening gehouden met de dan vastgestelde parkeernormering. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2. sub a en b en worden toegestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het bouwperceel, hetgeen met een parkeeronderzoek aangetoond kan worden.
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald: a.
b.
c. d. e.
het (laten) opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen, anders dan voor zover noodzakelijk is voor het normale onderhoud van tuinen en andere onbebouwde terreinen en het onderhoud van watergangen; het (laten) opslaan of opgeslagen houden van gerede of ongerede goederen, materialen, werktuigen, machines of gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan, anders dan voor zover dit het gevolg is van of direct samenhangt met het gebruik van een erf, behorende bij een bedrijf; het (laten) gebruiken van bebouwde dan wel onbebouwde gronden als of ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; het (laten) gebruiken van bebouwde dan wel onbebouwde gronden als of ten behoeve van detailhandel; het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van een horecavestiging;
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
59
f. g. h. i. j. k. l.
het (laten) gebruiken van gronden voor opslag van bagger en grondspecie; het (laten) gebruiken van gronden voor een grondwal, tenzij op de verbeelding expliciet is toegestaan; het (laten) gebruiken van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; het (laten) gebruiken van opstallen, waaronder bijbehorend bouwwerken, als zelfstandige woning; het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van reclameuitingen; het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van bedrijven als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; het (laten) gebruiken van gronden ten behoeve van bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
7.2 Strijdig gebruik parkeren Als strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruiken van gronden en/of bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder voldoende parkeergelegenheid, als bedoeld in artikel 6.2 in stand te laten.
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1 Groene Ontwikkelingszone De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. 8.1.1 beschermingsregime Groene Ontwikkelingszone a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – groene ontwikkelingszone' is een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen mogelijk als uit onderzoek blijkt dat: 1. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en 2. de samenhang niet verloren gaat. b. In afwijking van het bepaalde in lid a zijn de volgende activiteiten of ontwikkelingen toegelaten als de activiteit of ontwikkeling landschapelijk wordt ingepast zodat de kernkwaliteiten niet significant worden aangetast: 1. Een uitbreiding van de hoofdfunctie van een grondgebonden veehouderij 2. Een uitbreiding van een landgoed in de zin van de Natuurschootwet 1928, voor zover het daarbij opstallen betreft als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. 3. extensieve openluchtrecreatie. 8.2 Voorwaardelijke verplichting landgoed a.
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landgoed' zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, ontwikkeling en instandhouding van dagrecreatieve, landschappelijke en ecologische inrichtingsmaatregelen en waarden zoals deze zijn opgenomen in Bijlage 1 van de regels. b. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a, mits is aangetoond dat met de gewijzigde landschappelijke, ecologische en dagrecreatieve inrichtingsmaatregelen de kwalitatieve meerwaarde zoals beschreven in het plan gewaarborgd blijft.
60
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemeen 9.1.1 afmetingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a.
b.
c.
d.
in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m. Een afwijking van de hoogte van wieken van grootschalige windmolens kan pas worden verleend indien is aangetoond dat het functioneren van de radarinstallaties niet in onevenredige mate wordt verstoord.
9.2 Voorwaarden Afwijking als bedoeld in artikel 9.1 is slechts toegestaan, onder de aanvullende voorwaarden dat: a. b. c. d.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden geschaad; de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad; geen onevenredige milieutechnische of ruimtelijke belemmeringen zijn.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
61
62
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
10.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van lid 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 met maximaal 10%. 10.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch'.
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
63
64
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
Bijlagen bij de regels
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch
65
Bijlage 1
66
Landgoedontwikkelingsplan
Buitengebied, locatie Landgoed Raesfeldsbosch