TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel_vastgesteld_bijlagen.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel
Inhoudsopgave Bijlagen motivering Bijlage 1
Beheer en inrichtingsplan Landgoed Over de IJssel Ulft
Bijlage 2
Vooronderzoek NEN5725 Landgoed Over de IJssel te Ulft
Bijlage 3
QuickScan natuurwaardenonderzoek Over de IJssel 3 - Ulft
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeer Landgoed Over de IJssel
Bijlage 5
Wateradvies Landgoed Over de IJssel
Bijlagen regels Bijlage 1
Beheer en inrichtingsplan Landgoed Over de IJssel Ulft
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)
Bijlagen motivering
Bijlage 1
Beheer en inrichtingsplan Landgoed Over de IJssel Ulft
Landgoed Over de IJssel Beheer- en inrichtingsplan
Colofon
Landgoed Over de IJssel Beheer- en inrichtingsplan
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever: eigenaar landgoed
Projectnummer en versie: 7306 versie 1.0 Ligging plangebied: Over de IJssel 3-3a Ulft Auteur: Ing. P. Leemreise
Status: Definitief Rapportdatum: 27-8-2025
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving van het initiatief ........................................................................................................................ 4 1.3 Reikwijdte ..................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2
Het plangebied .......................................................................................................................... 6
2.1 Situering van het plangebied ........................................................................................................................ 6 2.2 Beschrijving van het landgoed ...................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3
Het ontwerp ............................................................................................................................ 12
3.1 inleiding....................................................................................................................................................... 12 3.2 Nieuwe bebouwing ..................................................................................................................................... 12 3.3 Wegen en paden ......................................................................................................................................... 13 3.4 Waterinfiltratie ........................................................................................................................................... 14 3.5 Landschappelijke versterking ...................................................................................................................... 15 3.6 Erfbeplanting............................................................................................................................................... 16 3.7 Grazige vegetaties ...................................................................................................................................... 17 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer ................................................................................................................ 18
4.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 18 4.2 Inrichting ..................................................................................................................................................... 18 4.3 Beheer ........................................................................................................................................................ 18
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor het oprichten van een nieuw landgoed op het adres Over de IJssel 3-3a te Ulft. Het voornemen bestaat het huidig agrarisch cultuurland meer natuurlijk te beheren en drie vrijstaande woningen te realiseren. Het landgoed zal openbaar toegankelijk worden gemaakt middels enkele wandel- en fietspaden. De reeds bestaande bebouwing in het landgoed blijft behouden. In voorliggend rapport het initiatief gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt ingegaan op de wenselijke inrichting en beheer van de buitenruimte om tot het wenselijke eindresultaat te komen. 1.2 Beschrijving van het initiatief Het voornemen bestaat een landgoed op te richten met drie nieuw te bouwen grondgebonden woningen nabij het bestaande erf Over de IJsel 3-3a. Om de nieuwe woningen te ontsluiten wordt een nieuw erftoegangspad aangelegd. De agrarische percelen krijgen een natuurbestemming en in het plangebied wordt nieuwe landschappelijke beplanting aangelegd. Ook worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast middels de aanleg van erfbeplanting. Op onderstaande afbeelding wordt de wenselijke inrichting van het plangebied vereenvoudigd weergegeven. De totale oppervlakte van het nieuwe landgoed bedraagt circa 6,2 hectare (inclusief bestaand erf).
Indien het bestaand erf buiten het nieuwe (planologische) landgoed gelaten wordt, bedraagt de oppervlakte circa 5,8 hectare, waarvan circa 0,4 hectare erf. Het landgoed wordt toegankelijk voor wandelaars middels onverharde paden.
Verbeelding van de wenselijke inrichting. Op de kaart zijn de nieuwe en bestaande woningen aangeduid, evenals de nieuwe erftoegangsweg en de nieuwe paden.
1.3 Reikwijdte In voorliggend rapport wordt een inrichtings- en beheerplan gepresenteerd. Het is een rapport dat ingaat op de wenselijke toekomstige inrichting en het benodigde beheer om tot het wenselijke landschappelijke eindbeeld te komen. Het is geen beeldkwaliteitsplan of allesomvattend plan waarin tevens civieltechnische voorzieningen opgenomen zijn, daarvoor worden separaat concrete rapporten opgesteld. Dit rapport beschrijft vooral het eindbeeld. Technische uitwerkingen van zaken, zoals dwarsdoorsnedes van wadi’s, wegen en paden ontbreken in dit rapport. Ook voor detailinformatie over de te bouwen woningen, wordt verwezen naar additionele rapporten.
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Over de IJssel 3 te Ulft. Het ligt ten noorden van het dorp Ulft, in de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied wordt omgeven door agrarische cultuurgronden, houtsingels en watergangen. Op afbeelding 2 wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.
Ligging plangebied met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl) 2.2 Beschrijving van het landgoed Het landgoed bestaat uit een woonerf dat omgeven wordt door agrarisch cultuurland. Het landgoed ligt voor het grootste deel ten noorden van de weg Over de IJssel en voor een kleiner deel ten zuiden van de weg. Het cultuurland bestaat uit grasland, een poel, solitaire bomen, struweel, een loofhoutbosje, houtsingel en struweel. De agrarische percelen bestaan uit graslans die deels jaarrond begraasd worden en deels beheerd worden als hooiland. De opgaande beplanting in het landgoed bestaat uit een gevarieerde beplanting van knotwilgen, zwarte elzen, essen, boswilg, walnoot en zomereik. Het struweel bestaat uit een gemengde aanplangt van meidoorn, veldesdoorn, sleedoorn, rode kornoelje en liguster. Rondom het bestaande woonerf ligt een siertuin met solitaire bomen, gazon en scheerhagen. Het bomenbestand op het erf is gevarieerd en bestaat uit es, linde, lijsterbes, walnoot en zomereik.
Aanzicht op het erf vanaf Over de IJssel.
zicht op het agrarisch cultuurland ten noorden van Over de IJssel. Rechts is de gemengde struweelhaag zichtbaar die om het perceel ligt (bron foto’s: Google streetview).
Aanzicht op de agrarische percelen.
Aanzicht op de poel en de houtsingels (bron foto’s: auteur).
Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van het landgoed weergegeven.
Begrenzing van het plangebied (gele lijn) (bron luchtfoto: topotijdreis).
2.3 Landschap Het plangebied ligt in het rivierweidelandschap. Gelet op de aanwezigheid van bosjes, houtsingels en erven wijkt het landschap in het rond het plangebied af van het meer karakteristieke rivierweidelandschap, zoals we dat aantreffen in gebieden langs de Oude IJssel, Berkel en Bolksbeek. Grondsoort en de ligging van oude rivierarmen zijn echter wel zeer karakteristiek voor dit landschapstype, net als knotwilgen en struweelbeplanting van meidoorn en sleedoorn.
Ligging van verschillende landschapstypen in en rond het plangebied (bron: slgelderland.nl).
Het landschap in en rond het plangebied is in de afgelopen decennia verdicht als gevolg van de aanleg van landschappelijke beplanting. Zoals zichtbaar op historische topografische kaarten, wat het plangebied en de omgeving anno 1900 onbebouwd en vrij van opgaande beplanting.
De ligging van het landgoed op diverse topografische kaarten van 1850, 1900, 1950 en 2025.
Karakteristieke beplanting en beplantingsvormen in het rivierweidelandschap bestaat uit meidoorn, zowel solitair als in struweel- en scheerhaag, sleedoorn in struweel en solitair, es, boswilg, zwarte populier en zwarte els. Kenmerkende beplatingsvormen zijn knotbomen, solitaire bomen, struweelhagen en solitaire bomen. 2.4 Natuurwaarden Actuele natuurwaarden Het landgoed bestaat uit een relatief kleinschalig, agrarisch cultuurland met struweel, bosjes, solitaire bomen, erf, poel en grasland. Een dergelijk landschap vormt functioneel leefgebied van verschillende planten- en diersoorten. Als gevolg van het toegepaste (agrarisch) beheer, zijn de graslanden relatief kruidenrijk, maar er is geen sprake van een bijzondere vegetatie. Het landgoed vormt verder leefgebied voor diverse algemene en weinig kritisch vogel-, grondgebonden zoogdier-, amfibieën-, insecten- en vleermuissoorten. Gebouwbewonende vleermuizen bezetten mogelijk een verblijfplaats in bebouwing op het erf, maar niet in bomen op het erf of het overige landgoed. Gelet op de inrichting en gevoerde beheer, behoort het landgoed mogelijk tot functioneel leefgebied van soorten als ree, haas, vos, steenmarter, bunzing, huisspitsmuis, rosse woelmuis, bosmuis en mogelijk wezel. Gelet de aanwezige loofbomen, behoort het landgoed mogelijk tot functioneel leefgebied de grote vos; andere bijzondere dagvlinders worden niet verwacht.
Dat geld ook voor libellen. Deze soortgroep zullen de poel benutten als voortplantingsbiotoop, maar daarbij gaat het om algemene soorten. In de bebouwing op het erf nestelt in sommige jaren een paartje kerkuilen. Potentiële natuurwaarden Het plangebied bestaat grotendeels uit agrarisch cultuurland, omzoomd door houtige beplanting. Versterking van de natuurwaarden kan plaats vinden door aangepast graslandbeheer, zoals hooilandbeheer zonder kunstmest, gier en herbiciden, het op natuurlijke wijze ouder laten worden van bomen, actief hakhoutbeheer van het struweel, inbrengen van specifieke waardplanten voor bijzondere zoals pinksterbloem, sleedoorn en iepen, zandige – voedselarme randen, plas-dras grasland, rietland en specifieke faunavoorzieningen zoals steenuilenkast, broeihoop voor ringslang, takkenbossen voor kleine zoogdieren en amfibieën en droge, zandige kop als verblijfplaats voor rugstreeppad.
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 inleiding In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van het nieuwe landgoed gepresenteerd. Daarbij onderscheiden we de nieuw te bouwen woningen, ontsluitingsweg, wandelpaden, overige paden, waterinfiltratievoorziening en nieuwe beplanting. 3.2 Nieuwe bebouwing In de noordwesthoek van het landgoed worden drie nieuwe grondgebonden woningen gebouwd. Deze woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen erftoegangsweg naar de verharde weg Over de IJssel. De drie woningen worden in een U-opstelling gebouwd met een hoofdgebouw en twee, gespiegelde bijgebouwen. Het hoofdgebouw en de bijgebouwen onderscheiden van elkaar qua bouwstijl en materiaalgebruik. Het hoofdgebouw straalt meer allure uit vanwege de stijl van het gebouw (woning) en de toepassing van schoon metselwerk. De bijgebouwen zijn meer ingetogen als gevolg van de bouwstijl (schuurwoning) en houten betimmering. Dit onderscheid wordt niet gemaakt door het gebruik van beplanting. Met uitzondering van een scheerhaag wordt rondom de gebouwen geen siertuin aangelegd.
Weergave van de positionering van de drie nieuwe woningen.
Concept 3D-impressie van het nieuwe erf. Het definitieve ontwerp is op het moment van schrijven nog niet beschikbaar (bron: studio natuurlijk bouwen).
3.3 Wegen en paden De nieuwe woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen erftoegangspad. Dit pad bestaat uit halfverharding. Ten behoeve van het beheer van het landgoed wordt een zandpad aangelegd, in het verlengde van het erftoegangspad.
Nieuw zandpad
Nieuwe toegangsweg
Weergave van het nieuwe zandpad
Het nieuwe landgoed wordt toegankelijk voor wandelaars. Op onderstaande afbeelding wordt het wandelpad weergegeven. Dit wandelpad bestaat uit een graspad.
Afbelding links: recreatieve ontsluiting van het landgoed (rode lijn). Afbeelding rechts: voorbeeld van het aan te leggen wandelpad.
3.4 Waterinfiltratie Afstromend hemelwater op daken en verharding wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de wadi weergegeven.
Ligging van de wadi (blauwe vlak).
3.5 Landschappelijke versterking Het huidige landschap wordt versterk door middel van de aanplant van solitaire loofbomen, knotwilgen, struweelbeplanting, gemengd loofhoutbos en laanbomen, rietland en ruigte. Op onderstaande afbeelding wordt de versterking van het landschap weergegeven.
Verbeelding van het inrichtingsplan, inclusief nieuw aan te leggen beplanting.
Het centrale deel van het landgoed ten noorden van Over de IJssel wordt fors kleinschaliger door de aanleg van een zandpad met laanbeplanting van winterlinden. Haaks op dit pad, worden twee struweelstroken aangelegd met verspreid enkele meidoorn- en sleedoornstruiken. Ten zuiden van het pad wordt een bestaande rij zwarte
populieren verlengd door de aanplant van jonge zwarte populieren. Passend in het rivierweidelandschap vormt rietland. Het streven is rietland te ontwikkelen ten zuiden van de wadi.
Afbeelding links: overjarig rietland. Afbeelding links: gemengde struweelhaag.
Het voornemen bestaat een deel van het landgoed te ontwikkelen als rietland. Rietland is een zeldzaam ecotoop geworden langs de Oude IJssel.
3.6 Erfbeplanting De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast door middel van een beuken scheerhaag en de aanplant van solitaire loofbomen en heesters ten westen van de woningen.
Afbeelding links; zwarte populier. Afbeelding rechts; winterlinde.
Bloeiende sleedoorn (links) en meidoorn (rechts).
3.7 Grazige vegetaties Grote delen van het landgoed bestaan uit grasland. Het streven is bloem- en faunarijk grasland te ontwikkelen, deels op basis van hooilandbeheer, deels als gevolg van jaarrond begrazing. De graslandpercelen in het plangebied worden reeds enkele decennia extensief begraasd of gehooid waardoor de vegetaties zich reeds ontwikkeld hebben tot bloem- en faunarijk grasland. De totale oppervlakte bloem- en faunarijk grasland bedraagt 4.45 hectare. Binnen dit areaal zijn andere landschapselementen zoals poelen en houtsingels en bos niet meegenomen. Op onderstaande afbeelding wordt het areaal bloem- en faunarijk grasland weergegeven.
Areaal bloem- en faunarijk grasland.
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan om de wijze van inrichting en beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen.
4.2 Inrichting De inrichting vindt plaats op basis van onderstaande uitgangspunten en voorwaarden. Algemeen Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Solitaire bomen We worden alleen inheemse boomsoorten gebruikt, zoals es, winterlinde, zwarte populier, zwarte els, zomereik, fladderiep en ruwe iep. Voor het gebruik van essen en iepen mogen cultivars gebruikt worden omdat die beter resistent zijn tegen ziektes en plagen. Laan- en solitaire bomen hebben een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven de wortelvoet. Laan- en solitaire bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Bosplantsoen Bestaande singels worden versterkt door middel van de aanplant van gemengd bosplantsoen. Er worden alleen inheemse boom- en struiksoorten gebruikt. Als plantmateriaal wordt driejarig plantsoen gebruikt (80-120 cm). Plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. Scheerhaag Als plantmateriaal wordt driejarig plantsoen aangewend (80-120 cm). De haag bestaat uit vier stuks plantsoen per meter.
Ruigtezoom De ruigtezoom ontwikkelt zich op natuurlijke wijze doordat de vegetatie niet gemaaid wordt. Grasland De graslanden worden niet doorgezaaid met en zaad- of kruidenmengsel. De huidige graslandpercelen vormen de basis voor verdere ontwikkeling. Rietland Het ontwikkelen van rietland is geen sinecure. Op de beoogde plek van het rietland wordt de bodem afgegraven tot een diepte van 40-60 cm onder de gemiddeld hoogste grondwaterpeil. Om rietgroei op gang te helpen wordt geadviseerd rietland te transplanteren of rietzaad te strooien in de bodem in de zomer. 4.3 Beheer In deze paragraaf wordt het beheer toegelicht om tot het wenselijke eindbeeld te komen.
Solitaire bomen Er wordt geen specifiek beheer uitgevoerd aan solitaire bomen. Laag hangende takken die schade of hinder veroorzaken mogen gesnoeid worden. Het streven is bomen zich te laten ontwikkelen, zoals solitaire bomen dat kunnen (breed uitgroeiend)
Voorbeeld van een op natuurlijke wijze uitgroeiende solitaire boom welke niet ‘opgesnoeid’ is.
Scheerhaag Scheerhagen worden jaarlijks 1 à 2 maal geknipt of geschoren om de hagen in de wenselijke omvang te houden. Struweelhaag De struweelhagen worden beheer als hakhout. Dat wil zeggen dat de hagen periodiek afgezet worden waarna deze zullen uitlopen. Jaarlijks wordt maximaal 20% van het areaal afgezet. De struweelhagen worden maximaal eens per vijf jaar afgezet. Knotwilgen De knotwilgen worden iedere 5-7 jaar geknot. Rietland Het beheer van rietland is gericht op tegengaan van verbossing. Minimaal 50% van het areaal bestaat uit overjarig riet. Jaarlijks wordt minimaal 10-20% van het areaal gemaaid. Maaisel wordt afgevoerd. Grasland Het grasland wordt beheer conform de uitgangspunten voor het ontwikkelen van kruiden- en faunarijk grasland1. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor.
Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen.
1
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. www.bij12.nl
Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest. Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden (bron: Bij12). Doelen van beheer: A. Zorgen voor een kruidenrijke vegetaties en tegengaan van strooiselophoping, verruiging en verbossing, B. Zorgen voor kleinschalige structuurvariatie, om ruimte te bieden aan allerlei diergroepen (dagvlinders en andere insecten, reptielen, vogels e.d.), C. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels zorgen voor een gunstige vegetatiestructuur en voldoende voedselaanbod voor deze groep. Het beheer bestaat vooral uit beweiden. Kruiden- en faunarijke graslanden zijn vegetaties van vrij voedselrijke omstandigheden, maar de productiviteit kan sterk verschillen. De intensiteit van het beheer moet worden afgestemd op de vegetatieproductie. Doorgaans kunt u met seizoensbeweiden volstaan, waarbij de dichtheid kan variëren (tot ca. 1,5 GVE/ha). Bij een nog vrij hoge productie (ca. 6 ton droge stof per ha of meer) kan – vaak tijdelijk – gemaaid en na-beweid worden om eerst verder verschraald te worden; bemesting moet dan achterwege blijven.
Als de productie afneemt kan worden overgeschakeld op beweiding. Kleinschalige structuurvariatie kan ontstaan door de veedichtheid permanent te verlagen, of door delen permanent of tijdelijk uit te rasteren (bijv. slootkanten of randen langs bos of struweel). Ook wisselingen in begrazingsdruk kunnen bijdragen aan de structuurvariatie. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels kunnen ruigere delen in het najaar gebloot worden. Bij bloten wordt het gewas op ca. 10 cm vanaf de grond afgemaaid en vervolgens verspreid. Kruiden- en faunarijke graslanden zijn matig voedselrijke vegetaties, die vaak niet worden bemest. Als de omstandigheden te voedselarm of te zuur (pH-KCL < 4,8) worden, kunt u evt. licht bemesten met ruige stalmest. De keuze welke percelen gehooid of begraasd worden ligt bij de eigenaar. Dat wordt niet vastgelegd in dit rapport. (bron: BIJ12)
Voorbeeld van bloem- en faunarijk grasland.
Bijlage 2 Ulft
Vooronderzoek NEN5725 Landgoed Over de IJssel te
2025 Vooronderzoek (NEN 5725)
Landgoed Over de IJssel te Ulft
MM25009 Montferland Milieu B.V. 20-1-2025
TITELBLAD Projectnaam Projectnummer Adres Postcode en plaats Gemeente
Opdrachtgever Adres Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats
Landgoed Over de IJssel te Ulft MM25009 Over de IJssel (ong.) 7071 PA Ulft Oude IJsselstreek
Initiatiefnemer Over de IJssel (ong.) 7071 PA Ulft Oude IJsselstreek Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg
Opsteller
HWI
Autorisatie
AEL
info@montferlandmilieu.nl
Website
www.montferlandmilieu.nl
Telefoonnummer
Versienummer
0314-640414
1
Status
Definitief
Datum
20 januari 2025
Aanleiding
Planologische procedure
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING....................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond .......................................................................................................................... 3
1.2
Betrouwbaarheid .................................................................................................................. 3
1.3
Onafhankelijkheid ................................................................................................................. 3
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................... 4
2.2
Huidige en toekomstige situatie ........................................................................................... 4
2.3
Historie .................................................................................................................................. 5
2.4
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten............................................................ 6
2.5
Asbest .................................................................................................................................... 6
2.6
PFAS....................................................................................................................................... 6
2.7
Voorgaande onderzoeken ..................................................................................................... 7
2.8
Geohydrologie ....................................................................................................................... 7
2.9
Locatie inspectie.................................................................................................................... 7
2.10
Conclusie vooronderzoek ...................................................................................................... 7
3.
CONCLUSIE ..................................................................................................................................... 8 3.1
Algemeen .............................................................................................................................. 8
3.2
Conclusie en aanbevelingen.................................................................................................. 8
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening Informatie vooronderzoek Foto’s locatie inspectie Omgevingswet
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een vooronderzoek verricht aan het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). Het vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Het vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. In bijlage 6 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat. 1.2 Betrouwbaarheid Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Voor de informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van bronnen en beschikbare gegevens. De conclusies zijn dan ook gebaseerd op deze gegevens. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Het vooronderzoek betreft een bureauonderzoek en een momentopname. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van verkennend, nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde onderzoek neemt. 1.3 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG.
Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de historische informatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens zijn in hoofdstuk 3 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.
MM25009
3
2.
VOORONDERZOEK
2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 4 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de website gisviewer.odachterhoek.nl informatie van de website Gelderland.nl/kaarten-en-cijfers informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.
Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. 2.2 Huidige en toekomstige situatie De bodemgevoelige locatie is gelegen op het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). De locatie is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie T, nummer 3393. De bodemgevoelige locatie heeft een oppervlakte van circa 7.080 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven. De bodemgevoelige locatie is gelegen in het buitengebied van Ulft. Het perceel is in gebruik ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar de functie ‘Wonen’ en nieuwbouw op het perceel te realiseren.
Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl
MM25009
Figuur 2: Bodemgevoelige locatie
4
2.3 Historie Informatie van de initiatiefnemer Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein of in de nabij omgeving bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de bodemgevoelige locatie. Op de bodemgevoelige locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Gezien de locatie is het tank- en bouwarchief niet geraadpleegd. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest. De historische kaarten kunnen enigszins zijn verschoven en geven geen geheel goed beeld van de locatie.
Figuur 3: Historische kaart (1900)
Figuur 4: Historische kaart (1940)
Figuur 5: Historische kaart (1970)
Figuur 6: Historische kaart (2000)
Informatie uit het provinciaal informatiesysteem Volgens informatie uit het provinciaal informatiesysteem zijn er geen historische activiteiten op het perceel bekend. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 5.
Figuur 7: Weergave omgevingsrapportage
MM25009
5
2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Oude IJsselstreek beschikt, in samenwerking met 9 andere gemeenten in de Regio Achterhoek over een Nota Bodembeheer / Bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnummer: SOB011396, 2020). De onderzoekslocatie ligt binnen de bodemfunctie "Landbouw/natuur". De gemeente Oude IJsselstreek hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de locatie onverdacht op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen. Op de locatie heeft nimmer bebouwing plaatsgevonden en er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of verdachte activiteiten.
Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 13 december 2021 is het Handelingskader PFAS verschenen. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.
MM25009
6
2.7 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie 2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 13,5 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 13,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,5 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting zuidwestelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging en/of mogelijke bronnen die een bodemverontreiniging zouden kunnen hebben veroorzaakt op of nabij de bodemgevoelige locatie. Er is op of nabij de bodemgevoelige locatie geen asbestverdacht (plaat-)materiaal aangetroffen op het maaiveld. De fotorapportage is opgenomen in bijlage 4.
Figuur 9: Bodemgevoelige locatie
Figuur 10: Bodemgevoelige locatie
2.10 Conclusie vooronderzoek De bodemgevoelige locatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De bodemgevoelige locatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van asbest en/of PFAS in de bodem.
MM25009
7
3.
CONCLUSIE
3.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een vooronderzoek verricht aan het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). Het vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 3.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Op of nabij de bodemgevoelige locatie hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemgevoelige locatie. ▪ Tijdens de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden zijn waargenomen. ▪ Derhalve kan worden gesteld dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een verkennend bodemen asbestonderzoek volgens de NEN5740/NEN5707. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouw. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
Standaard slotopmerking: Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
MM25009
8
BIJLAGE 1: Topografische kaart
Topografische kaart
A4
PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25009
GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025
BIJLAGE: 1
BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens
Kadastrale kaart
Kadastraal object Kadastrale gemeente:
GDG00
Sectie:
T
Perceel:
3393
A4
PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel te Ulft
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: MM25009
GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025
BIJLAGE: 2
BIJLAGE 3: Situatietekening
Situatietekening
Legenda Locatiegrens Bebouwing
A4
PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel te Ulft
SCHAAL:
PROJECTNUMMER: 25009
GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025
BIJLAGE: 3
BIJLAGE 4: Projectfoto’s
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
MM24183, onderzoek
BIJLAGE 5: Informatie vooronderzoek
Bodeminformatie Dynamisch Rapport - 14-11-2024
Geselecteerd gebied
Locatie
25.00-meter contour
Percelen
(c) 2024 Nazca - Pagina 1 van 9 - 14-11-2024
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
4
Locaties
4
Gegevens binnen de 25.00-meter contour rond het geselecteerde gebied
5
Locaties
5
Disclaimer
6
Toelichting
7
(c) 2024 Nazca - Pagina 2 van 9 - 14-11-2024
Inleiding Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend! Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincies en gemeenten spelen een rol bij het saneren of beheersen van een bodemverontreiniging. De provincies en een aantal grotere gemeenten zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wetbodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS). In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg WBB-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Voorblad: Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied: De in het bodeminformatiesysteem aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. . 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage: Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
(c) 2024 Nazca - Pagina 3 van 9 - 14-11-2024
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties Bij de Provincie Gelderland zijn over locaties, onderzoeken en documenten geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Nazca - Pagina 4 van 9 - 14-11-2024
Gegevens binnen de 25.00-meter contour rond het geselecteerde gebied Locaties Bij de Provincie Gelderland zijn over locaties, onderzoeken en documenten geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Nazca - Pagina 5 van 9 - 14-11-2024
Disclaimer De inhoud hiervan is grotendeels gebaseerd op werkelijke gegevens maar de actualiteit en betrouwbaarheid hiervan zijn niet gegarandeerd. Verder kunnen ook testgegevens zonder relatie met de werkelijkheid voorkomen. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend!
(c) 2024 Nazca - Pagina 6 van 9 - 14-11-2024
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS)
Verontreinigende activiteiten (HBB). Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd.
Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject):
Wbb traject starten De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering. Saneringsplan opstellen Als is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering. De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd.
Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd
(c) 2024 Nazca - Pagina 7 van 9 - 14-11-2024
Indien een sanering is uitgevoerd wordt door het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik.
Geen werkvoorraad (meer) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of gesaneerd. Toelichting op de gerapporteerde informatie
Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld 'Beschikking'. (mogelijk) verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met 'vervallen' wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met 'Benoemd' wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is.
Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit. Rapporten Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging. Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald.
Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen
(c) 2024 Nazca - Pagina 8 van 9 - 14-11-2024
Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven, zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
(c) 2024 Nazca - Pagina 9 van 9 - 14-11-2024
BIJLAGE 6: Omgevingswet (OW)
Omgevingswet (OW) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingegaan en vervangt onder andere de Wbb. De OW stelt regels om de bodem (grond en grondwater) te beschermen. Daarnaast wordt graven en saneren van (verontreinigde) grond door middel van de OW geregeld. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. In het Bal wordt het werken in de bodem gezien als een Milieu Belastende Activiteit (MBA). In het Bal zijn de volgende regels met betrekking tot bodemwerkzaamheden opgenomen. Regels bij graven en tijdelijk uitnemen (omvang geldt voor het gehele graafwerk) Graven
< Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
> 25 m3
• • •
*
> Interventiewaarde Geen of bruidsschat* dan melden één week bij • Beschikte gevallen • BKK-zones > Interventiewaarde • BRL6000 bij het doorgraven van afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag
Melding start één week vooraf (informatieplicht) Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
• • • • •
Melding vier weken vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden graven, opslag Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
zie informatie opgenomen onder bruidsschat Tijdelijk uitnemen
< Interventiewaarde
< 25 m3
Geen
> 25 m3
• • •
Geen Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven en opslag
> Interventiewaarde
• •
Geen Gescheiden ontgraven en opslag
• • • • •
Melding één week vooraf Voorafgaand onderzoek (NEN) Gescheiden ontgraven Kwalibo: BRL6000, BRL7000 één week evaluatie (informatieplicht)
De inzet van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige begeleider (MKB) is noodzakelijk: • als terugplaatsen van de grond niet mogelijk is en dus sprake is van afvoer van grond. Maar enkel bij meer dan 25 m3 afvoer; • bij het doorgraven van een afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag; • bij meerdere partijen grond van verschillende kwaliteit waarbij gescheiden graven aan de orde is. Saneren Het Bal kent twee standaardaanpakken om de bodem geschikt te maken voor de (toekomstige) functie: 1. verwijderen van verontreiniging; 2. afdekken van de verontreiniging (leeflaag of duurzame verharding). Voor saneren geldt een procedure met een standaardaanpak: • Melden sanering vier weken voor aanvang (saneringsaanpak, detail gegevens). • Informatie met betrekking tot de uitvoering vier weken voor aanvang (begrenzing, start). • Informatie met betrekking tot Kwalibo één week voor aanvang (BRL7000 aannemer, BRL 6000 MKB). • Binnen vier weken na beëindiging indienen evaluatieverslag.
• •
Wijzigingen melden ten minste één week voor aanvang. Bij onvoorziene wijzigingen deze direct en in overleg melden.
Overgangsrecht Het oude recht, in dit geval de regels uit de Wbb, blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die onder de Wet bodembescherming zijn of worden voorbereid. Dit geldt voor: • Vastgestelde beschikkingen Wbb (spoedeisend) van voor 1 januari 2024. Deze blijven gelden. • Saneringsplannen en BUS meldingen die voor 1 januari 2024 zijn ingediend blijft onder de Wbb vallen. • Dit geldt ook voor de uitvoering en de evaluatie • Lopende nazorg. • Voor nieuwe verontreinigingen ontstaan tussen 1987 en 1 januari 2024 geldt de Wbb zorgplicht en de bijbehorende regels. Voor deze gevallen geldt dat het oude bevoegd gezag hetzelfde blijft zoals vastgelegd voor 1 januari 2024. Bruidsschat Set van regels die ervoor zorgen dat bepaalde bestaande regels blijven bestaan totdat gemeenten hun omgevingsplannen hierop hebben aangepast (overgangsregels). De regels gelden bij graven in de landbodem in een omvang die kleiner is dan 25 m3 op: • locaties waarbij een beschikking ‘ernst en geen spoed’ is afgegeven op basis van de Wbb of • locaties waarbij uit een Bodemkwaliteitskaart blijkt dat de grond diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde. Uitzondering hierop is: • als sprake is van alleen tijdelijk uitnemen van grond of • als sprake is van een spoedreparatie aan de vitale ondergrondse infrastructuur.
Toevalsvondst Bij een situatie waar sprake blijkt te zijn van een bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid die nog niet bekend is (ontstaan voor 1987) spreek men van een toevalsvondst. De veroorzaker is meestal niet bekend. In beginsel moeten beheermaatregelen worden genomen om directe contactmogelijkheden te voorkomen en risico’s te verwijderen (tenzij er een specifieke noodzaak is tot saneren). De eigenaar is verantwoordelijk. Indien de eigenaar geen maatregelen neemt, kan bevoegd gezag (gemeente) ingrijpen en kan zij de eventuele kosten verhalen/afdwingen. Het betreft geen saneringsplicht maar het nemen van (tijdelijke) maatregelen die contact met de verontreiniging voorkomen en risico’s wegnemen. Zorgplicht bodemverontreiniging Zorgplicht onder overgangsrecht van de Wbb naar de Omgevingswet Er geldt overgangsrecht voor 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn veroorzaakt. Dat wil zeggen dat artikel 13 Wbb op die verontreinigingen of aantastingen (die op of na 1 januari 1987 zijn veroorzaakt) van toepassing blijft. Handhaving van de vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet veroorzaakte 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem valt dus onder het oude recht.
Zorgplicht onder de Omgevingswet: ongewoon voorval en specifieke zorgplicht De zorgplicht geldt voor nieuwe bodemverontreinigingen of aantastingen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn ontstaan. Nieuwe verontreinigingen of aantastingen van de bodem moeten zoveel als mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een ongewoon voorval dat verontreiniging of aantasting van de bodem tot gevolg heeft, valt onder het begrip ongewoon voorval uit de Omgevingswet. De specifieke zorgplicht uit art. 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is van toepassing als de bodemverontreiniging of aantasting ontstaat (of dreigt te ontstaan) bij een milieubelastende activiteit.
Bijlage 3 Ulft
QuickScan natuurwaardenonderzoek Over de IJssel 3 -
QuickScan natuurwaardenonderzoek Over de IJssel 3 – Ulft Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000
1
Colofon QuickScan natuurwaardenonderzoek Over de IJssel 3 Ulft Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever: eigenaar landgoed Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 7306 versie 1.0 Ligging plangebied: Over de IJssel 3 Ulft Auteur: M. Mateman
Status: definitief Rapportdatum: 18-08-2025 Veldwerk uitgevoerd door: N. Sessink
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1
INLEIDING ................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED ...................................................................................................................... 7
2.1 Situering ................................................................................................................................................ 7 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................ 8 HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .................................................................................................... 9
3.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 9 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ........... 10 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer .......................................................................................................... 10 HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS .................................................................................................................. 12
4.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 12 4.2 Omgevingswet; Natura 2000............................................................................................................... 12 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming ................................................................................................. 12 4.4 Specifieke zorgplicht............................................................................................................................ 13 4.5 Regelgeving ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk .................................................................. 15 HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................ 16
5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 16 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ...................................................................... 16 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 17 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 19 HOOFDSTUK 6