CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 7: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locatie Engbergseweg 1A, Voorst"16.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst"

Bezoekadres Postadres

Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle

Datum

:

Status Projectleider Telefoon E-mail

: concept : : 08 8236 8236 : info@rombou.nl

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging planlocatie

5

1.3

Huidig planologisch kader

7

1.4

Participatie voorbereidingsfase

10

1.5

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Bestaande en toekomstige situatie

12

2.1

Bestaande situatie

12

2.2

Toekomstige situatie

15

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

18

3.1

Rijksbeleid

18

3.2

Provinciaal beleid

23

3.3

Regionaal beleid

26

3.4

Gemeentelijk beleid

28

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

36

4.1

Bodem

36

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

37

4.3

Natuur

39

4.4

Geluid

42

4.5

Luchtkwaliteit

45

4.6

Geur

47

4.7

Milieubelastende activiteiten

48 3

4.8

Omgevingsveiligheid

48

4.9

Water en klimaatadaptatie

51

4.10

Mobiliteit en parkeren

57

4.11

Trillingen

60

4.12

Kabels en leidingen

61

4.13

Milieueffectrapportage

61

4.14

Gezondheid

63

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planopzet

Opzet planregels

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid van het plan

65

65 69

6.1

Economische uitvoerbaarheid

69

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

70

B i jlagen

Bijlage 1

Inpassingsplan

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

Bijlage 4

Quickscannatuuronderzoek

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 6

Verslag participatie

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

In het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek in Voorst ligt de Engbergseweg 1A. Het perceel bestaat uit een erf waar een woonhuis aanwezig is, een grote schuur die ingericht is voor groepsaccommodatie en een kapschuur. De initiatiefnemer is voornemens om de grote schuur en kapschuur beide te verbouwen en om te vormen tot vrijstaande woningen. Hierdoor komen er drie woningen op het erf. De locatie is gelegen binnen het omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek (vastgesteld op 23 mei 2024). Voor de planlocatie geldt de functie 'Wonen' met functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie – groepsaccommodatie'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal één vrijstaande woning per bouwvlak en, een groepsaccommodatie uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – groepsaccommodatie'. Het planinitiatief op het betreffende terrein past niet binnen de gebruiks- en bouwregels van het Omgevingsplan, daarmee is er sprake van strijdigheid met het Omgevingsplan. Het project kan daarom alleen worden gerealiseerd als medewerking wordt verleend aan het afwijken van het Omgevingsplan. Om af te wijken van het planologisch regime dient een wijziging van het omgevingsplan te worden toegepast middels een TAM-omgevingsplan. 1.2

Ligging planlocatie

Het plangebied is gelegen aan de Engbergseweg in Voorst, gelegen in de gemeente Oude IJsselstreek. Het gebied bevindt zich in een landelijk en groen gebied langs de Engbergseweg. De omgeving kenmerkt zich door een afwisseling van open, groene weilanden en stukken bos. Het landschap bestaat hoofdzakelijk uit open landbouwgrond. In de directe omgeving is geen stedelijke bebouwing aanwezig. Op circa 600 meter ten westen zijn de dorpen Gendringen en Ulft gelegen. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich het natuur- en recreatiegebied Engbergen. Ten noorden en oosten is landbouwgrond gelegen. Het plangebied heeft de volgende kadastrale ligging. Kadastraal bekend gemeente Toelichting

5

Gendringen, sectie O, perceelnummers 872, 873 (gedeeltelijk), 874 en 875, zie onderstaande afbeelding.

Figuur 1: kadastrale ligging plangebied (plangebied binnen rode omlijning) (bron: Pdok) Onderstaande afbeelding geeft een weergave van de directe omgeving van het plangebied en wijdere omgeving van het plangebied weer.

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Figuur 2: ligging van het plangebied (plangebied binnen rode omlijning) (bron: Pdok) 1.3

Huidig planologisch kader

Het plangebied is gelegen binnen het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' (hierna: omgevingsplan). Het omgevingsplan bestaat uit een nieuw en tijdelijk deel. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is momenteel nog leeg. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de bruidsschatregels en de regels uit de bestaande ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen. 1.3.1

Tijdelijk deel: De Bruidsschat

Van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel is de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het rijk naar de gemeente door middel van de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat zijn automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan geland. Hierdoor worden de bruidsschatregels niet meer op rijksniveau geregeld, maar lokaal. De gemeenten dienen vervolgens zelf een afweging te maken hoe zij de onderwerpen uit de bruidsschat willen regelen en wat zij wel en niet over willen nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan.

Toelichting

7

Van belang is dat regels moeten voldoen aan artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet: de regels moeten nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovendien moeten de regels voldoen aan de instructieregels voor omgevingsplannen die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De regels uit de bruidsschat zijn beleidsneutraal overgenomen, hierdoor voldoen niet alle bruidsschat regels aan het Bkl. Dat betekent dat de gemeenten in ieder geval die artikelen moeten gaan omzetten of schrappen. Dit geldt onder meer voor de instructieregels voor trillingen van geluid (paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl). Doorwerking planinitiatief Indien noodzakelijk wordt in hoofdstuk 4 per omgevingsaspect getoetst aan de bruidsschatregels. Voorts worden de instructieregels van het Bkl aangehouden. 1.3.2

Tijdelijk deel: Ruimtelijke plannen

Op grond van artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet gelden de regels uit voormalige ruimtelijke plannen van rechtswege voor het tijdelijke omgevingsplan na het in werking treden van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de terminologie veranderd. Onder de Omgevingswet spreekt men niet meer van 'bestemmingen' maar 'functies'. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige wetgeving wordt in voorliggende goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving waar mogelijk niet meer gesproken over 'bestemmingen' maar 'functies'. Voor een goede leesbaarheid worden de geldende bestemmingen nog wel 'bestemming' genoemd. Bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 Bestemming 'Wonen' (artikel 24). Voor de aangewezen grond geldt de bestemming 'Wonen'. Deze gronden zijn bestemd voor maximaal één vrijstaande woning. Tevens gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1 en 2', een bouwvlak en een functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'. Ook gelden er een aantal bouwregels ten behoeve van herbouw. Herbouw mag uitsluitend plaatsvinden op de locatie van de bestaande woning. Voor het bouwen van woningen is vastgesteld dat de inhoud maximaal 750 m³ mag bedragen. Daarnaast dient de goothoogte maximaal 3,5 meter te bedragen en is de 8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

bouwhoogte vastgesteld op maximaal 8 meter. Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 1 en 2' De voor 'Waarde – Archeologische verwachting 1 en 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. De bestemming archeologie wordt verder toegelicht in paragraaf 4.3.

Figuur 3: uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Oude IJsselstreek 2017" (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart) Doorwerking plangebied De gewenste ontwikkeling is in strijd met bestemming 'Wonen' (artikel 24). Op basis van de bestemmingsomschrijving is het ontwikkelen van twee extra woningen in strijd met de gebruiksmogelijkheden van artikel 24. Het is immers niet toegestaan om meer dan één woning per bouwvlak te realiseren. Daarnaast is het planinitiatief eveneens in strijd met het bestemmingsplan, doordat het bestaande bouwvlak wordt overschreden. Dit resulteert in een overschrijding van de vastgestelde bouwmogelijkheden binnen het huidige planologische kaders. Het planinitiatief is daarmee in strijd met de gebruiks- en bouwactiviteiten behorende bij de bestemming 'Wonen'.

Toelichting

9

1.4

Participatie voorbereidingsfase

Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Dit is voor aanvragen van een omgevingsvergunning zelfs wettelijk vastgelegd in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling. In dit artikel staat dat een initiatiefnemer bij een aanvraag omgevingsvergunning dient aan te geven of inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. In de voorbereidingsfase van een wijziging van het omgevingsplan wordt deze lijn doorgetrokken. De formele wettelijke procedures (zienswijze en beroep) worden niet vervangen door participatie. Deze formele wettelijke procedures worden in hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan behandeld. Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase (in veel gevallen al bij het indienen van een principeverzoek) bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Op https://www.oude-ijsselstreek.nl/participatiebeleid kan meer informatie worden gevonden over het participatiebeleid en wordt in een video (https://youtu.be/ehkVujGnxyo) uitleg gegeven over het participatiebeleid. Als participatie in de voorbereidingsfase wordt toegepast dan dient daar een participatieplan aan ten grondslag te liggen.

Bij het opstellen van een participatieplan kan de participatiecoach van de gemeente meedenken. In het participatieplan wordt in ieder geval op de volgende onderwerpen ingegaan: Doel van participatie (waarbij het belangrijkste doel is om plannen beter te maken) Beschrijving van de maatschappelijke impact of de omvang van de impact 1. Hoe groter de impact, hoe groter de groep die wordt betrokken. 2. Beschrijf ook de mate waarin er (tegengestelde) belangen spelen. Beïnvloedingruimte van participatie 1. Inwoners beslissen: intensief traject met meerdere momenten en invloed op beslissing. Argumenten beslissing komt vanuit inwoners. Initiatiefnemer faciliteert. 2. Inwoners co-creëren en maken onderdeel uit van het maken van een plan. Duidelijkheid vooraf over de mate van invloed en uiteindelijke besluitvorming. Inwoners zijn gelijkwaardig aan de initiatiefnemer en kunnen ook wat vinden over de uitkomsten. Uitgebreide (persoonlijke) 10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

terugkoppeling. 3. Inwoners geven advies of ideeën (meedenken): duidelijkheid over proces en mate van invloed, verzamelen ideeën, informeren over proces en algemene terugkoppeling met daarbij in welke mate ideeën zijn meegenomen. 4. Inwoners willen weten wat er staat te gebeuren (geen invloed): Duidelijk informeren en transparantie bij start, over proces en over uitkomsten. Kaders voor participatie 1. Beschrijving van de fases van het project en de rol van betrokkenen in deze fases. 2. Beschrijf ook hoe er wordt teruggekoppeld naar de betrokkenen in de verschillende fases van het project. LET OP! Uiteindelijk dienen de resultaten van het participatieproces te worden beschreven in een participatieverslag. 1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt getoetst of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het planinitiatief wordt getoetst aan de beleidskaders en gestelde instructieregels van het Rijk, de provincie en het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse milieu- en omgevingsaspecten en onderbouwd op welke manier de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet uiteengezet. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het planinitiatief.

Toelichting

11

Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1

Bestaande situatie

Het plangebied omvat drie gebouwen. In het oosten van het plangebied is het reeds bestaande woonhuis gesitueerd (zie figuur 5), in het zuiden een verbouwde schuur die als groepsaccommodatie dient (figuur 6) en in het westen staat een kapschuur (zie figuur 7). Het erf rondom het woonhuis is groen ingericht, terwijl de grond rondom de verbouwde schuur verhard is. Het perceel wordt verder aan alle zijden, met uitzondering van de oostzijde, begrensd door bomen.

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Figuur 4: plattegrond bestaande situatie (bron: Pdok)

Toelichting

13

Figuur 5: het bestaande woonhuis

Figuur 6: zicht op het erf met in het midden de reeds verbouwde schuur

Figuur 7: de bestaande kapschuur aan de noordzijde

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt het perceel zodanig heringericht dat de bestaande groepsaccommodatie in het zuiden wordt omgevormd tot een woning, en ook de kapschuur in het westen wordt verbouwd tot woning (zie figuur 8 & 9). Hiermee ontstaan uiteindelijk drie woningen, waarbij het perceel kadastraal wordt opgesplitst in drie afzonderlijke percelen. De inrichting van de nieuwe woningen volgt de huidige bebouwingscontouren, zodat de historisch gegroeide situatie en de ruimtelijke structuur vrijwel ongewijzigd blijven. Voor de meest zuidelijke woning is geen extra berging nodig, aangezien een inpandige berging reeds aanwezig is. In de huidige kapschuur wordt een woning gerealiseerd in de categorie 750 m3 met mogelijkheid van 150 m2 aan bijgebouwen ten behoeve van berging. Ook de bestaande woning wordt uitgebreid met een nieuwe berging. De drie woningen worden ontsloten via de bestaande in- en uitrit van de bestaande woning. De andere in- en uitrit wordt opgeheven. Hierdoor is er sprake van een één-erf-gedachte. De uitstraling en materialisatie van de nieuwe woning sluiten naadloos aan bij de definitieve vormgeving van de zuidelijke schuur, met als uitgangspunt het karakter van een schuurwoning. Voor de landschappelijke inpassing blijft de bestaande groenvoorziening behouden en wordt deze zelfs verder uitgebreid.

Er wordt een aanzienlijk deel van de verhardingen verwijderd, zodat er extra ruimte ontstaat voor groen. In dit kader worden onder andere knip- en scheerhagen, struweelranden en een landschappelijke beplanting in de vorm van een houtsingel langs de erfgrens geïntegreerd. Tevens worden solitaire erfbomen toegevoegd om het kleinschalige karakter van het landschap te versterken. Zie Bijlage 1 voor het volledige inpassingsplan en figuur 8 voor een schets van het landschappelijke inpassingsplan ter illustratie van deze integrale aanpak.

Toelichting

15

Figuur 8: doorsnede inpassingsplan

Figuur 9: woning in huidige kapschuur

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Figuur 10: omgevormde woning in huidige schuur en woning in bestaande kapschuur

Toelichting

17

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij de provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. Ingrepen in de leefomgeving kunnen niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.

In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau. De ontwikkeling 18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

valt derhalve buiten de werking en doelstelling van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Gelijktijdig zal de ontwikkeling ook geen rijksbelangen in de weg staan. 3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die invulling geven aan de Omgevingswet en bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Besluiten die geheel over zijn gegaan naar het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. Waar voorheen dergelijke regels in een groot aantal wetten, AMvB's en ministeriële regelingen verspreid stonden, zijn ze samengebracht in één hoofdstuk. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Er mag alleen een vergunning worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl.

In afdeling 5.1 van het Bkl zijn instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties opgenomen zoals: waarborgen van de veiligheid; beschermen van de waterbelangen; beschermen van de gezondheid en van het milieu; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; behoud van ruimte voor toekomstige functies; behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; gebruik van bouwwerken; bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor Toelichting

19

personen.

In afdeling 5.2 van het Bkl zijn de instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving opgenomen zoals: voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegeninfrastructuur en rijkswegen; lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool. Doorwerking plangebied In hoofdstuk 4 van voorliggende motivering wordt getoetst aan de instructieregels die in afdeling van 5.1 van het Bkl worden genoemd. Hier wordt gemotiveerd dat de ontwikkeling van het beoogde planinitiatief bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3.1.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er behoefte aan stedelijke ontwikkeling is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Hiervoor is de instructieregel Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (paragraaf 5.1.5.4 van Bkl). Artikel 5.129g bevat regels over zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Voor de volledigheid is artikel 5.129g hieronder opgenomen. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die 20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid.4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In artikel 5.129g is niet aangegeven bij hoeveel woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden.

Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de realisatie van 11 woningen of minder is er geen sprake van stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Indien de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is dient er wel aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden getoetst. Alhoewel deze jurisprudentie tot stand is gekomen onder de voorgaande wetgeving is er geen reden om aan te nemen dat deze niet toepasbaar is onder de Omgevingswet. Doorwerking planinitiatief Het planinitiatief om twee schuren om te vormen tot woningen betreft geen stedelijke ontwikkeling omdat er minder dan 11 woningen worden gerealiseerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft daardoor niet doorlopen te worden. Artikel 5.129g van het Bkl heeft verder geen doorwerking op het initiatief.

Toelichting

21

3.1.3

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

In het Besluit activiteiten leefomgeving staan regels van het rijk voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Tevens staat vermeld voor welke activiteiten een meld- of vergunningplicht geldt. Met het inwerking treden van de Omgevingswet wordt het begrip 'inrichting' vervangen door milieubelastende activiteit. Ingevolge de Begripsbepalingen (artikel 1.1 van de Omgevingswet) wordt met een milieubelastende activiteit het volgende bedoeld: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.” In hoofdstuk 3 van de Bal is per bedrijfstak aangegeven welke activiteiten als milieubelastend moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 5.1 lid 2 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In hoofdstuk 4 en 5 van het Bal staan de inhoudelijke regels die gelden voor de milieubelastende activiteit. Naast de rijksregels kunnen er ook decentrale regels gelden voor milieubelastende activiteiten. Deze kunnen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapverordening zijn opgenomen.

In de Bal worden verder nog regels opgesteld voor de volgende activiteiten: activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6); activiteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7); activiteiten rond rijkswegen (hoofdstuk 8); activiteiten rond spoorwegen (hoofdstuk 9); activiteiten rond luchthavens (hoofdstuk 10); activiteiten die de natuur betreffen (hoofdstuk 11); landinrichtingsactiviteiten (hoofdstuk 12); activiteiten die cultureel erfgoed betreffen (hoofdstuk 13); activiteiten die werelderfgoed betreffen (hoofdstuk 14); gelegenheid bieden tot zwemmen en baden (hoofdstuk 15); grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren (hoofdstuk 16); afval van schepen in binnenwateren (hoofdstuk 17). Doorwerking plangebied

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Het planinitiatief betreft geen activiteit zoals genoemd in hoofdstuk 3 van de Bal, derhalve is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vereist en geldt er ook geen informatie- of meldingsplicht op grond van het Bal. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Het omgevingsbeleid van Gelderland is vorm gegeven in de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (vastgesteld 19-12-2018). In dit document zijn de opgaven en kansen waar de provincie Gelderland voor staat vertaald in centrale beleidsambities voor zeven beleidsthema's. Hierbij gaat het om de volgende ambities: Energietransitie, een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Klimaatadaptatie, een op de toekomst toegerust klimaatbeleid. Circulaire economie, een voortvarend en innovatief circulair beleid. Biodiversiteit, een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit Bereikbaarheid, Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid. Vestigingsklimaat, een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. Woon- en leefomgeving, een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Doorwerking plangebied De ontwikkeling draagt bij aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland door bestaande landschappelijke kwaliteiten te behouden en duurzaam in te spelen op woonbehoeften. Zowel de groepsaccommodatie als de kapschuur worden omgevormd tot woning, waardoor er drie woningen ontstaan die de huidige bebouwingscontouren respecteren.

Tegelijkertijd wordt de verharding beperkt ten gunste van extra groen, wat de kwaliteit van de leefomgeving versterkt. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het planinitiatief aansluit op de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

Toelichting

23

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De omgevingsverordening Gelderland is in werking sinds 22 november 2024 en daarmee een actueel document. In de provinciale Omgevingsverordening Gelderland zijn regels opgesteld waarmee invulling, wordt gegeven aan het omgevingsbeleid en de omgevingsvisie. Dit kunnen regels betreffen voor overheden, initiatiefnemers, bedrijven en inwoners. Deze regels geven de kaders waarbinnen ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving plaats kunnen vinden. De verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Op basis van 'regels op de kaart' van het Omgevingsloket worden drie gebiedsaanwijzingen aangeduid: Gelderse streek Achterhoek Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Naast de gebiedsaanwijzingen gelden er voor de volgende onderwerpen provinciale instructieregels: algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); erfgoed (afd.

5.4 Omgevingsverordening); milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Bij de instructieregels met betrekking tot de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking zijn de woonlocaties en specifiek de doorwerking van de Regionale woonagenda (artikel 5.64) van belang, zodat een evenwichtige en toekomstbestendige woningvoorraad in Gelderland wordt gewaarborgd. Het legaliseren van de woning binnen de planlocatie is passend 24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

binnen de Regionale woonagenda, zoals in de volgende paragraaf (Regionaal beleid) van deze ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd. Tot slot moet op basis van de instructieregel klimaatadaptie (paragraaf 5.7.6) een omgevingsplan wat een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. De beschrijving van deze aspecten voor de planlocatie aan de Engbergseweg 1a te Voorst is te vinden in paragraaf 4.9 Water en klimaatadaptatie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de klimaatatlas. Doorwerking plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van de Gelderse streek 'Achterhoek'. De Achterhoek is een regio met een rijke, authentieke identiteit waarin historische landgoederen een prominente rol spelen. Deze landgoederen, vaak gekenmerkt door statige woningen, oprijlanen en oude tuinen, vormen samen met omliggende open agrarische landschappen een integraal onderdeel van het culturele erfgoed. Daarnaast kenmerken pittoreske dorpen, monumentale Hanzesteden en een netwerk van beken en rivieren het beeld van de streek.

Het planinitiatief sluit aan bij het ontwikkeldoel om historische landgoederen en hun karakteristieke structuren te behouden en te versterken. Door de oorspronkelijke bebouwingscontouren te respecteren en bestaande elementen functioneel te integreren, blijft de authentieke uitstraling van deze ruimtelijke eenheden behouden. Conclusie De Omgevingsverordening Gelderland zal geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief.

Toelichting

25

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonagenda 2023-2030

De woningmarkt in de Achterhoek is de afgelopen jaren fors aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn de woningtekorten hoog. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. De regio heeft de ambitie om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wordt de woningvoorraad flink en versneld uitgebreid. De regionale productie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen naar ruim 1.200 woningen per jaar. De gemeente Oude IJsselstreek wil tot en met het jaar 2030 1.500 woningen realiseren. Van deze woningen zullen 450 vallen binnen de sociale huursector en daarnaast is het doel om 75 huurwoningen met een sociale huurgrens tot € 1.000 per maand te realiseren. Verder moeten 484 van de koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 355.000. Dit leidt tot een woningaanbod met 1009 betaalbare woningen en derhalve 491 koopwoningen in de vrije sector. Doorwerking plangebied Het planinitiatief sluit aan bij de doelstellingen van de regionale woonagenda voor de Achterhoek. Hoewel de drie woningen in de vrije sector vallen, dragen zij bij aan de uitbreiding van de woningvoorraad.

Met de realisatie van deze extra woningen wordt de ambitie om 11.500 extra woningen in de regio te realiseren verder ondersteund, wat bijdraagt aan de verhoging van de jaarlijkse nieuwbouwproductie tot ruim 1.200 eenheden in onze regio. 3.3.2

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

De zeven Achterhoekse gemeenten hebben samen met de woningcorporaties en de provincie onder het motto 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder', een gezamenlijke visie op het wonen in de Achterhoek neergelegd voor de periode 2010-2020. De ambitie van de regio Achterhoek luidt daarbij als volgt: Iedereen die wil, kan zijn woonwens in de Achterhoek waarmaken. De Achterhoek is onderscheidend in kwaliteit. 26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Het aantal woningen past bij de kwantitatieve woningvraag. Ontspanning op de woningmarkt betekent kansen benutten en risico's beperken. De grootste opgave is het realiseren van een omslag in denken: van decennia van groei van de bevolking naar stabilisatie en uiteindelijk krimp. De woningvoorraad wordt maximaal afgestemd op de veranderende lokale vraag van woningzoekenden. De locatie en woonomgeving zijn essentiële kwaliteitskenmerken waarop de Achterhoek zich kan onderscheiden. Centrumplannen voor de grotere kernen dragen bij aan vitale kernen en voegen hiermee kwaliteit toe aan de regio. Deze plannen krijgen prioriteit. Grootschalige uitlegplannen passen niet bij een situatie van krimp. Doorwerking plangebied De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 gaat uit van krimp in de regio. Recenter onderzoek toont echter aan dat er wel een actuele vraag is naar meer woningen en dat er van krimp geen sprake meer is. Desalniettemin is dit beleidsstuk opgenomen, omdat deze onderdeel is van het geldende beleid. Met onderhavig initiatief is sprake van een plan dat bijdraagt aan een toevoeging van twee wooneenheden welk kwalitatief onderscheidend zijn door hun unieke locatie op een beschut erf tussen de agrarische landschappen. De ontwikkeling vindt daarmee aansluiting bij de regionale structuurvisie.

Toelichting

27

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025

De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. Doorwerking plangebied Het initiatief draagt bij aan de doelstellingen van de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 door achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving tegen te gaan.

Door de bestaande schuren opnieuw te ontwikkelen en een functiewijziging door te voeren, wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd en blijft het erf op een duurzame manier in gebruik. Hiermee sluit het plan aan op het uitgangspunt 'de juiste woning op de juiste plek' en draagt het bij aan een toekomstbestendige invulling van het gebied, in lijn met het gemeentelijke beleid. 3.4.2

Toekomstvisie Oude IJsselstreek

De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel 28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid.

Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 5. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave 'Groene Parels' zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. Toelichting

29

7. Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente 'Het Witte Vel' vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen. Doorwerking plangebied Dit initiatief sluit aan bij de Toekomstvisie van de gemeente Oude IJsselstreek door bij te dragen aan een vitaal platteland en het versterken van het karakteristieke landschap. Door herontwikkeling van bestaande schuren tot woningen wordt leegstand en verval tegengegaan, wat bijdraagt aan een kwalitatief hoogwaardig en multifunctioneel buitengebied. Daarnaast draagt de landschappelijke inpassing, met extra groen en behoud van bestaande structuren, bij aan de ambitie om de 'Groene Parels' in de gemeente te versterken. Hiermee ondersteunt het plan een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling van het buitengebied, in lijn met de bredere ambities van de gemeente. 3.4.3

Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheids-Onderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud Doorwerking plangebied Dit initiatief sluit aan bij de Woonvisie 2018 van de gemeente Oude IJsselstreek door bij te dragen aan de versterking en kwaliteit van de woningvoorraad. De transformatie van bestaande bebouwing naar hoogwaardige woonruimte draagt bij 30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

aan waardebehoud en een toekomstbestendige woonomgeving. 3.4.4

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

De (regionale) 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' zijn in september 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling en zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen: De behoefte is aangetoond Voorrang voor transformatie van leegstand vastgoed Inbreiding gaat voor uitbreiding Doorwerking plangebied Dit initiatief sluit aan bij de lokale kwaliteitscriteria voor woningbouw in Oude IJsselstreek door bij te dragen aan de aangetoonde woningbehoefte binnen de regio. De herontwikkeling blijft binnen de bestaande bebouwingscontouren, waardoor geen onnodige uitbreiding plaatsvindt en het plan aansluit bij het principe dat inbreiding voor uitbreiding gaat.

Toelichting

31

3.4.5

Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen

De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Doorwerking planinitiatief Met het planinitiatief wordt de landschappelijke inpassing van de planlocatie verder versterkt, wat aansluit bij het gewenste toekomstbeeld van de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen. 3.4.6

Oude IJsselstreek, klimaatbestendig - klimaatagenda 2022-2026

Op 18 januari 2022 is de klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld. Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken. De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema's: Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast. Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer. Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken. Meer hitte: hitte. Klimaatverandering wordt ook wel 'global warming' genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme 32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

hitte te maken krijgen. Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten. Doorwerking planinitiatief Dit initiatief sluit aan bij de Klimaatagenda 2022-2026 van de gemeente Oude IJsselstreek door bij te dragen aan een klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkeling. De herinrichting van het perceel omvat de vermindering van verharding en de toevoeging van groen, wat helpt bij het verbeteren van de waterinfiltratie en het tegengaan van wateroverlast en droogte. Daarnaast draagt de landschappelijke inpassing, waaronder de aanplant van houtsingels en solitaire bomen, bij aan het verminderen van hittestress en het versterken van de ecologische structuur. Hiermee wordt het plangebied toekomstbestendig ingericht, in lijn met de ambities van de gemeente op het gebied van klimaatadaptatie. 3.4.7

Welstandsnota Oude IJsselstreek

Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota, waarin is opgenomen waar bij de toetsing voor een betreffend gebied of bouwwerk rekening mee moet worden gehouden. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Per gebied is specifiek welstandsbeleid opgesteld. Doorwerking plangebied Voor de aanpassingen aan de woning is een omgevingsvergunning bouwen benodigd, waarbij tevens toetsing aan de Welstandsnota plaatsvindt. Het plangebied is gelegen binnen welstandsniveau 2. Thema 4 (overige woningen) en thema 2 (overige erven) zijn van toepassing. Het landschap overheerst het beeld van het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Bebouwing in het buitengebied heeft een historische en/of actuele relatie met de functie van het landschap. Bebouwing in het buitengebied is geclusterd op kleinere en grotere bouwpercelen, die verspreid in het landschap voorkomen. Per bouwperceel zijn meerdere gebouwen gegroepeerd op een erf. Bebouwing en erfinrichting vormen met elkaar een samenhangend beeld. Voorliggend initiatief sluit aan bij het beeld van het buitengebied in de gemeente.

Toelichting

33

3.4.8

Uitnodigingskader wonen buitengebied gemeente Oude IJsselstreek

Het uitnodigingskader schetst de kaders waarbinnen stoppende agrariërs worden gesitumuleerd om vrijgekomen gebouwen te slopen en daarvoor gecompenseerd te worden door een extra woning te mogen bouwen. Het doel van het uitnodigingskader is te voorkomen dat buiten gebruik geraakte gebouwen vervallen en/of op een ongewenste manier gebruikt worden en daarmee de kwaliteit van het buitengebied achteruit gaat. Ook kan hiermee invulling worden gegeven aan de woonwensen van mensen die zich verbonden voelen met het buitengebied. Het creëren van ontwikkelruimte werkt via een puntensystem. De punten kunnen worden toegekend door: Door het slopen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken: per 25 m2 zijn 4 punten te verkrijgen. Door het slopen van gebouwen in combinatie met het verwijderen van asbest: de sloop van deze gebouwen levert 15% meer ontwikkelruimte op. Door het slopen / verwijderen van andere bouwwerken en verhardingen die bedrijfsmatig in gebruik waren: afhankelijk van het soort bouwwerk / verharding levert het punten op. Door de aanleg van landschapselementen, niet zijnde de standaard verplichte landschappelijke inpassing van het erf: elke 100 m2 aan te leggen landschapselementen levert 1 punt ontwikkelruimte op. Doorwerking plangebied In voorliggende ontwikkeling vindt geen sloop plaats: de bestaande gebouwen worden omgebouwd tot woningen.

Wel wordt geïnvesteerd in het toevoegen / terugbrengen van landschapselementen. In totaal betreft dit 200 m2 aan bomen, 525 m2 aan houtwal of houtsingel, 35 m2 aan struweelrand en 80 m2 aan knip- of scheerheg. In totaal wordt er 840 m2 aan landschapselementen aangebracht. Dit levert 8 punten aan ontwikkelruimte op. Op grond van het Omgevingsplan zijn bij de woningen al bijbehorende bouwwerken toegestaan. De punten zijn niet nodig om in te zetten ten behoeve van ontwikkelruimte. In het plan wordt wel rekening gehouden met het terugbrengen van de landschapselementen, hetgeen in lijn is met het doel van het uitnodigingskader. De overige ontwikkelpunten zijn afkomstig van een drietal andere locaties: 150 punten komen van de Molenweg 12A te Breedenbroek/Sinderen 34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

64 punten komen van Den Dam 7 te Breedenbroek 66 punten komen van de Keppelsbroeksdijk 7 te Westendorp Het gemeentelijk beleid staat de voorgenomen ontwikkeling daarmee niet in de weg.

Toelichting

35

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Bodem

Wet- en regelgeving Paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl bevat instructieregels over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tevens is een woonschip of een woonwagen ook aangemerkt als een bodemgevoelig gebouw. Een uitzondering is een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m2 dit wordt niet beschouwd als bodemgevoelig gebouw. Artikel 5.89i van het Bkl bepaalt de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Artikel 5.89ka bepaalt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een toelaatbare waarde. Tevens bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Doorwerking plangebied Met de toevoeging van wonen is er sprake van uitbreiding van een bodemgevoelige functie. Zodoende is het van belang om aan te tonen dat er een toelaatbare bodemkwaliteit ter plaatse is. Om aan te tonen dat de bodemkwaliteit in overeenstemming is met de beoogde (bodemgevoelige) functie is door Montferland Milieu B.V. op 3 september 2024 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige bodemonderzoek is te vinden als Bijlage 2 van voorliggende motivering. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse 36

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

toelaatbaar is voor de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens het veldonderzoek zijn geen visuele of geurindicaties waargenomen die duiden op bodemverontreiniging. In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PCB en lood vastgesteld, terwijl in de ondergrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetroffen. Dit verhoogde gehalte vormt echter geen risico voor het beoogde gebruik als wonen met tuin, mits bij eventuele grondverzetwerkzaamheden de verschillende kwaliteiten grond gescheiden worden ontgraven volgens het Besluit bodemkwaliteit. Het grondwater bevat een lichte verontreiniging met koper, maar in geen van de geanalyseerde parameters zijn waarden vastgesteld die aanleiding geven tot nader onderzoek of interventie. De aangetroffen verontreinigingen blijven binnen de achtergrond- en streefwaarden, wat duidt op enkel lichte, natuurlijke verontreinigingen zonder significante milieu hygiënische risico's. De eerder opgestelde hypothese dat een voormalige bovengrondse dieseltank als verdacht moest worden beschouwd, is verworpen. Formeel wordt de locatie nog steeds als verdacht aangemerkt, maar de geringe verhogingen in grond en grondwater zijn niet significant. Daarnaast is bij het verkennend asbestonderzoek geen asbest aangetroffen, zowel niet in de bodem als in de grove of fijne fractie.

Het mengmonster blijft onder de grenswaarde voor nader onderzoek, waardoor aanvullende asbestonderzoeken niet noodzakelijk zijn. De hypothese dat een druppelzone als verdacht op asbest moest worden beschouwd, is eveneens verworpen. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van ernstige bodem- of grondwaterverontreiniging. Vanuit milieukundig oogpunt zijn er dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling, en wordt de bodem geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

Wet- en regelgeving Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet is de opvolger van de vervallen Monumentenwet 1988 en andere regelingen op het gebied van Toelichting

37

cultureel erfgoed. De huidige juridische basis in de Nederlandse wetgeving wordt gevormd door de Erfgoedwet (hoofdstuk 5) en de Omgevingswet. De Omgevingswet en de Erfgoedwet zorgen samen voor een integrale bescherming van het cultureel erfgoed. De Erfgoedwet en Omgevingswet worden daarmee complementair aan elkaar. De onderdelen van de vervallen Monumentenwet 1988 die van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving zijn naar de Omgevingswet overgeheveld. De Omgevingswet is van groot belang voor het cultureel erfgoed, omdat daarin een zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed en de fysieke leefomgeving is geborgd. De grondslag van de Omgevingswet is opgenomen in hoofdstuk 2 van de Omgevingswet. Voorts heeft de bescherming van (archeologische) monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen een belangrijke plek gekregen in de Omgevingswet. De aanwijzing en bescherming van stads- en dorpsgezichten is naar de Omgevingswet overgeheveld (artikel 2.34, lid 4 van de Ow). Het belang van de bescherming van stads- en dorpsgezichten is en blijft hiermee geborgd. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl bevat instructieregels over cultureel erfgoed en werelderfgoed. Artikel 5.130 Bkl ziet op het behoud van cultureel erfgoed en 5.131 Bkl ziet op het behoud van werelderfgoed.

Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Doorwerking plangebied Archeologie Volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting 1 en 2'. Lid 36.2.1 luidt dat de aanvrager van een omgevingsvergunning dient een inventariserend veldonderzoek te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein, die blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van het burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, in de aanvraag betrekking leidt tot grondroerende werkzaamheden van 1.000 m2 of meer en dieper dan 0,3 meter onder peil. Echter is het bepaalde in voorgaand lid niet van toepassing indien uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. Om aan te tonen dat er geen tot lage archeologische verwachtingen zijn is er door 38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Engbergseweg 1a Voorst

Econsultancy op 11 maart 2022 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is te vinden in Bijlage 3 Op basis van het onderzoek blijkt dat het plangebied buiten het rivierduinenlandschap ligt en bestaat uit kalkloze poldervaaggrond met een pakket overstromingsklei tot gemiddeld 120 cm -mv. Deze bodemopbouw wijst op natte tot zeer natte condities in het verleden, wat ongunstig was voor bewoning en menselijke activiteiten. In het opgeboorde materiaal zijn geen archeologische indicatoren of door de mens gevormde cultuurlagen aangetroffen. De eerder gestelde hoge en middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek wordt daarom bijgesteld naar geen verwachting. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen en daarmee geen belemmeringen voor de voorgenomen bodemingrepen. Als er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen, dan wordt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 zo spoedig mogelijk melden te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Cultuurhistorie De bestaande bebouwing in het plangebied zijn niet aangemerkt als rijks-, dan wel gemeentelijk monument, derhalve vormt het omvormen van de schuren tot woning geen belemmering.

Daarnaast bevinden zich in het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische elementen. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 4.3

Natuur

Wet- en regelgeving Op 1 januari 2017 is de (vervallen) Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb is met het zogenoemde aanvullingsspoor natuur opgenomen in de Omgevingswet. Het aanvullingsspoor natuur zorgt voor de integratie van de regelgeving over natuur en flora en fauna in de Omgevingswet. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl en Bal diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wnb. Het gaat in de Toelichting

39

eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Gebiedsbescherming Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. De Omgevingswet geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74b van het Bkl bevat beoordelingsregels voor Natura 2000-activiteit. In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator. Soortenbescherming Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dieren plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen.

Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet in een ontwikkeling die de mogelijke aanwezige flora en fauna kan aantasten. Het planinitiatief betreft de realisatie van twee woningen in bestaande schuren en de bouw van enkele bijgebouwen. Het projectgebied maakt echter geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er is door Foreest Groen Consult B.V. op 17 juni 2025 een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd, onderstaand worden de belangrijkste bevindingen uiteengezet. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 4. Gebiedsbescherming 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33271