CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen_Motivering

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 9 september 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan "Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen”15.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op basis van het gemeentelijke archeologie beleid 'Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen-, en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Oude IJsselstreek' kent het plangebied deels een hoge en deels een lage archeologische verwachting, overeenkomstig met het bestemmingsplan. Het terrein nabij Kasteelweg 1 (geen onderdeel van het plangebied) kent daarbij de aanduiding 'archeologische waarde', vanwege de aanwezigheid van een kasteelterrein uit de late middeleeuwen. Deze is herkenbaar door de felrode kleur naast het plangebied voor natuurbegraafplaats Hof van Sinderen (zie onderstaande figuur). Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 250 vierkante meter en ondieper dan 30 centimeter. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 27 Figuur 7: Archeologische beleidskaart gemeente Oude IJsselstreek Vanwege de archeologische verwachting is er allereerst een bureau- en booronderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat de kans op archeologische vindplaatsen middelhoog tot hoog werd ingeschat. Vanwege deze uitkomsten is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Er zijn voor het onderzoek 39 proefsleuven aangelegd met bij enkele proefsleuven een uitbreiding ter waardering van de aangetroffen vindplaats.

Binnen het onderzochte terrein van het proefsleuvenonderzoek zijn zes vindtplaatsen geconstateerd. Eén daarvan bleek van bijzondere aard en is verder onderzocht. Dit betreft de vindplaats van de historische motte met grachten en kegelpotaardewerk. Op basis van de gewaardeerde vindplaatsen geeft BAAC het advies om alle vindplaatsen (m.u.v. vindplaats 3, welke niet behoudenswaardig wordt bevonden) te behouden in situ. De te behouden vinndplaatsen worden vrijgehouden van natuurbegraven, met uitzondering van de vindplaats van de historische motte. Hier zal een laag van minimaal 1,35 meter grond worden opgebracht en wordt de historische motte gereconstrueerd. In deze heuvel rondom de motte zullen eveneens begravingen plaatsvinden. De archeologische waarden in het plangebied worden met deze maatregelen voldoende beschermd. In de regels van het voorliggend plan en de bijbehorende verbeelding is middels het toekennen van een archeologische waarde (Waarde - Archeologie 1) geregeld dat ter plaatse van de vindplaatsen geen bodemingrepen (zoals begravingen) zijn toegestaan. Een uitzondering geldt voor de vindplaats van de motte, waarvoor een aanduiding is opgenomen dat ter plaatse hiervan mag worden begraven, mits het maaiveld eerst met 1,35 meter wordt opgehoogd.

Ondanks dat wordt gewerkt volgens de archeologische beleidsregels van de gemeente Oude IJsselstreek, en de uitkomsten van het archeologisch onderzoek, bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 19.8 en 19.9 Ow, in combinatie met artikel 5.10 van de Erfgoedwet, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij het bevoegd gezag en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 28 4.2.3 Cultuurhistorie In de omgeving van het plangebied bevinden zich, op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek, verschillende waardevolle cultuurhistorische objecten. Dit zijn onder andere Antoniuskapel en het terrein van een voormalig middeleeuws kasteel (nabij Kasteelweg 1). Daarnaast betreft de Kapelweg een historische weg. Allen zijn buiten het directe plangebied gelegen. De omgeving van het plangebied kent daarmee een rijke en bijzondere historie. Naar verwachting is al sinds 1150 een kapel op de plek van de Antoniuskapel aanwezig. Deze maakte deel uit van het rond 1876 verdwenen kasteel van Sinderen. Tot 1860 lag rondom de kapel een kerkhof, welke zich uitstrekte richting de oostkant, ter plaatse van het huidige plangebied voor de natuurbegraafplaats.

Het landschap ter plaatse kenmerkt zich van oudsher door de vele lanen en bossen, welke door de ontginning en schaalvergroting in de landbouw steeds verder zijn verdwenen. Het plan doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden zoals weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente, waaronder de Antoniuskapel en kenmerkende landschapsstructuren, maar versterkt deze juist. Zo worden met de landschappelijke inpassing historische structuren weer teruggebracht in het landschap, zonder dat de zichtlijnen richting de Antoniuskapel hierdoor verloren gaan. De bebouwing die wordt gerealiseerd ten dienste van de natuurbegraafplaats (ontvangstgebouw met toiletvoorziening en werkschuur) krijgt een ondergeschikt karakter. Hierdoor wordt geen afbreuk gedaan aan de Antoniuskapel, welke geregistreerd staat als Rijksmonument. Gezien uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat er in het plangebied overblijfselen van een historische motte aanwezig zijn, wordt hiermee rekening gehouden in het plan. De contouren van de historische motte worden als onderdeel van het plan gereconstrueerd, om zo de cultuurhistorische waarden in het plangebied weer beleefbaar te maken. In plan wordt daarom juist ingezet op het herstellen en weer beleefbaar maken van (verdwenen) cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

4.3 Natuur 4.3.1 Soortenbescherming Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden bepaald of er geen beschermde soorten worden geschaad. De ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van een natuurbegraafplaats met bijkomende landschappelijke inpassing en enkele kleine gebouwen. Het plangebied krijgt in de toekomstige situatie een natuurfunctie, welke aansluit op het gebruik en de inrichting als natuurbegraafplaats. Om te bepalen of het plan uitvoerbaar is ten aanzien van beschermde flora en fauna, is door een ecoloog een quickscan uitgevoerd (Bijlage 4). De conclusies ten aanzien van soortenbescherming worden onderstaand kort beschreven: Buizerd, sperwer, boomvalk en ransuil Voor de aanlegfase van de natuurbegraafplaats geldt dat vastgesteld zal moeten worden of er in de bomen binnen 75 meter van de akker nesten van buizerd, sperwer, boomvalk of ransuil aanwezig zijn. Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 29 vinden met betrekking tot deze soorten. Vleermuizen De bebouwing en twee bomen op de onderzoekslocatie zijn in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Tevens is de westelijk gelegen bomenrij geschikt als potentiële vliegroute. Vooralsnog is geen sloop van de kapel of bomenkap aan de orde en is daarmee overtreding van de Omgevingswet uit te sluiten. Kleine marterachtigen (wezel, bunzing en hermelijn) Het opstellen van een mitigatieplan voor kleine marterachtigen wezel, bunzing en hermelijn is naar de orde. Hierbij zijn de aangetroffen holen in de akkerrand met name van belang, aangezien deze in de invloedsfeer van den ingreep vallen. Hierbij wordt een habitatanalyse gemaakt en een vergunning bij provincie Gelderland aangevraagd, met als onderdeel daarvan een mitigatieplan voor de kleine marterachtigen. Grote bosmuis Bij werkzaamheden in de bospercelen bestaat de kans dat holen kunnen worden vergraven of individuen worden gedood. Aangezien de grote bosmuis in de omgeving is waargenomen en in dit deel van Nederland te verwachten is wordt geadviseerd om geen aanvullend onderzoek te doen maar uit te gaan van bezet habitat van de soort. Er is een vergunningsaanvraag bij provincie Gelderland aan de orde, met als onderdeel daarvan een mitigatieplan voor de grote bosmuis. Ecologisch werkprotocol Op advies van de Omgevingsdienst Achterhoek wordt daarnaast een ecologisch werkprotocol opgesteld voor de voorgenomen werkzaamheden aan de watergang. Dit is van belang omdat het ranavirus in Gelderland voorkomt.

Het ranavirus is gevaarlijk (dodelijk) voor amfibieën en reptielen en verspreiding van het virus door de mens moet worden voorkomen door materiaal en schoeisel te reinigen als men in een gebied met amfibieën of reptielen is geweest. Bij werkzaamheden in een gebied waar amfibieën of reptielen kunnen voorkomen, moet hier rekening mee worden gehouden. Zodoende wordt voor deze werkzaamheden een ecologisch werkprotocol opgesteld. Daarnaast is er een hygiëneprotocol ter voorkoming van de verspreiding van het virus. 4.3.2 Gebiedsbescherming De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Hetter-Millinger Bruch (gelegen in Duitsland), bevindt zich op circa 8,5 kilometer afstand ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied betreft het Korenburgerveen, welke is gelegen op een afstand van circa 15,5 kilometer. Ten behoeve van de ontwikkeling is wel een stikstofberekening uitgevoerd. De aanleg en gebruiksfase van de natuurbegraafplaats zorgen namelijk voor een (deels tijdelijke) toenemende stikstofdepositie. Middels een stikstofberekening kan worden berekend of deze een significant negatief effect hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Uit de stikstofberekeningen (Bijlage 5) volgt dat zowel de aanleg- als gebruiksfase geen depositieresultaten boven de 0,00 mol N/ha/jaar tot gevolg heeft. Vervolgstappen ten aanzien van het aspect stikstof zijn daarmee niet benodigd. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 30 4.3.3 Natuurbegraafplaats Het plangebied wordt ingericht als natuurbegraafplaats en krijgt in het omgevingsplan een natuurfunctie. Ter plaatse van het plangebied wordt echter geen nieuwe stikstofgevoelige natuur gerealiseerd. Het plangebied krijgt geen status als Natura 2000 of GNN-gebied. Daarmee vormt de natuurbegraafplaats op basis van het vigerende natuurbeleid geen belemmeringen voor omliggende agrarische bedrijven. 4.4 Geluid Geluid is voor veel activiteiten in de fysieke leefomgeving een relevant aspect. Sommige activiteiten zijn een bron van geluid, andere activiteiten worden er aan blootgesteld. De regels voor geluid gaan over het beheersen van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidsgevoelige gebouwen zoals woningen. De regelgeving omtrent geluid waar aan moet worden voldaan is opgenomen in het Bkl, de omgevingsverordening en het omgevingsplan.

Daarnaast mogen bedrijven in de omgeving niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering door een nieuwe ontwikkeling en moet er binnen en rond het plangebied sprake blijven van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De instructieregels uit het Bkl wijzen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.21) en geluidgevoelige ruimten (artikel 3.22) aan. Dit ter bescherming van mensen tegen geluid. Het gaat hierbij om aanwezige, in aanbouw zijnde en geprojecteerde gebouwen. Voor het toelaten van een nieuwe activiteit met een geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige ruimte moet er sprake zijn van een aanvaardbaar geluidsniveau. Anderzijds dient er bij een nieuwe ontwikkeling of activiteit ook sprake te zijn van een aanvaardbaar geluidsniveau in reeds aanwezige geluidgevoelige gebouwen of ruimten en mag een nieuwe woning of andere geluidgevoelige functie reeds aanwezige activiteiten niet al te zeer beperken. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het plangebied worden geen geluidsgevoelige functies gerealiseerd. Ten behoeve van de natuurbegraafplaats wordt een ontvangstgebouw met kantoorruimte gerealiseerd waar op bepaalde momenten medewerkers aanwezig zijn om geïnteresseerden te ontvangen. Een kantoorruimte kan echter niet worden aangemerkt als geluidgevoelige functie.

Daarmee hoeft er in het plan geen rekening te worden gehouden met wegverkeerslawaai of geluidshinder vanuit omliggende functies. Een natuurbegraafplaats betreft een begraafplaats die extensief wordt gebruikt. Gemiddeld genomen zal er circa één begraving per week plaatsvinden. Tijdens deze begravingen zal er, net zoals in de huidige situatie al het geval is in de kapel, in sommige gevallen een draagbare luidspreker op het terrein worden gebruikt, zodat het mogelijk is voor nabestaanden om een woordje te doen of een instrument te bespelen. Dit komt circa eens per week voor en is niet van andere aard dan de huidige activiteiten die ter plaatse van de kapel plaatsvinden, zoals het voltrekken van huwelijken. Daarmee is de geluidsbelasting ten opzichte van omliggende woningen vergelijkbaar met de huidige situatie. Voor begraafplaatsen wordt op basis van de VNG richtlijnen daarnaast een afstand van 10 meter aangeraden. Alle omliggende woningen zijn gelegen op een grotere afstand tot de contouren van het plangebied, met de dichtstbijzijnde woning (Rentmeesterlaan 2 en 4) op een afstand van circa 28 meter. Op deze locatie is tussen de woning en het overige terrein van de begraafplaats echter ook nog een bosplantsoen voorzien, waardoor de daadwerkelijke afstand tot activiteiten op de natuurbegraafplaats nog groter is.

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 31 4.5 Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. Om de risico's van luchtverontreiniging voor mens en natuur te beperken, zijn op Europees niveau normen vastgelegd. De Europese richtlijnen Luchtkwaliteit en Gevaarlijke stoffen in de lucht stellen grenswaarden en streefwaarden voor stoffen die de kwaliteit van de buitenlucht beïnvloeden. Deze zijn als rijksomgevingswaarde vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Bkl. De provincie en de gemeente kunnen lokale omgevingswaarden voor de buitenlucht in de omgevingsverordening en het omgevingsplan opnemen. In artikel 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn standaardgevallen opgenomen welke niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Artikel 5.54. (standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit) Het toelaten van activiteiten leidt in ieder geval tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 ìg/m3 of minder als bedoeld in artikel 5.53 voor zover het gaat om een verhoging als gevolg van het toelaten van: gebouwen met een kantoorfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 100.000 m2; of 2°.

twee ontsluitingswegen: een gelijkmatige verkeersverdeling en een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 200.000 m2; gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen; zowel gebouwen met een kantoorfunctie als gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties van die gebruiksfuncties, met: 1°. één ontsluitingsweg: het aantal woningen maal 0,0008 en een bruto-vloeroppervlakte van kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan in vierkante meter maal 0,000012 dat samen opgeteld kleiner is dan of gelijk is aan 1,2; of 2°. twee ontsluitingswegen: een evenredig aantal woningen en een evenredig grote bruto-vloeroppervlakte van kantoorfuncties; het telen van gewassen in kassen, bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om: 1°. niet-verwarmde kassen; of 2°. verwarmde kassen niet groter dan 2 ha; het telen van gewassen in de open lucht en het behandelen van gewassen direct voor of na de teelt, bedoeld in artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving; het telen van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om: 1°. witloftrek; of 2°.

teelt van eetbare paddenstoelen; of het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in artikel 3.295b van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het begin van de activiteit TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 32 of een wijziging die leidt tot een toename van het aantal dieseltractie-uren van ten hoogste 7.500 per jaar. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een natuurbegraafplaats met ontvangstgebouw. In het ontvangstgebouw wordt eveneens een kantoorruimte ingericht waar medewerkers op bepaalde momenten aanwezig kunnen zijn in verband met het bezoek van geïnteresseerden in het natuurbegraven bij Hof van Sinderen. Een dergelijke functie betreft een 'standaardgeval' welke niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor wat betreft de natuurbegraafplaats en de begravingen die hier plaatsvinden, geldt dat dit gemiddeld genomen ééns per week zal voorkomen. Vanuit het CROW wordt als richtlijn 36,6 parkeerplekken aangehouden bij een begraafplaats (parkeerkencijfers 2024). Bij de natuurbegraafplaats zijn echter minstens 50 parkeerplekken voorzien voor bezoekers van deze ceremonies. Incidenteel kan het voorkomen dat er meer bezoekers komen.

Als worst-case berekening is middels de NIBM-tool de bijdrage van 100 vervoersbewegingen als weekdaggemiddelde aangehouden en 5% vrachtverkeer aangehouden, om het effect hiervan op de verslechtering van de luchtkwaliteit te bepalen. In werkelijkheid zal er geen sprake zijn van vrachtverkeer, maar enkel van personenauto's en overig klein verkeer. Onderstaand is het resultaat van deze berekening weergegeven. Hieruit blijkt dat zelfs bij 100 extra voertuigenbewegingen per dag, er geen verslechtering van de luchtkwaliteit optreedt. Daarnaast moet worden opgemerkt dat er in de huidige situatie al voertuigenbewegingen met zwaar materieel plaatsvinden ten behoeve van het agrarisch gebruik. Hier zal in de toekomstige situatie geen sprake meer van zijn. Figuur 8: Uitslag NIBM-berekening TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 33 4.6 Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. Geurgevoelige gebouwen dienen beschermd te worden tegen geurbelasting van activiteiten in de omgeving. De instructieregels van het Rijk voor het aspect geur zijn opgenomen in het Bkl. De instructieregels van het Rijk gelden voor zuiveringstechnische werken, het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten.

Voor overige activiteiten stelt de gemeente in het omgevingsplan eigen omgevingswaarden. Artikel 5.91 van het Bkl wijst geurgevoelige gebouwen aan die in ieder geval bescherming genieten. Hierbij gaat het onder meer om woningen of gebouwen met een zorg- of onderwijsfunctie. Voor overige gebouwen of locaties stelt de gemeente in het omgevingsplan eigen normen voor de mate van geurbescherming. Indien er sprake is van milieubelastende activiteiten gelden specifieke beoordelingsregels uit artikel 8.20 Bkl. Artikel 5.91. (geurgevoelige gebouwen) Lid 1 Een geurgevoelig gebouw is in ieder geval een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Lid 2 Het eerste lid geldt niet voor een gedeelte van een gebouw als bedoeld in dat lid als het omgevingsplan in dat gedeelte niet toelaat een: a. woonfunctie; b. onderwijsfunctie; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied; d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied; e. bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van een woonfunctie; of f. bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van een gezondheidszorgfunctie met bedgebied.

Lid 3 Onder een geurgevoelig gebouw wordt ook verstaan een gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. Lid 4 Het omgevingsplan kan andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Lid 5 In het omgevingsplan kan paragraaf 5.1.4.6 overeenkomstig worden toegepast op locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Oude IJsselstreek heeft in haar omgevingsplan zelf een definitie vastgesteld voor geurgevoelige objecten. Een geurgevoelig object betreft een: TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 34 a. gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b. geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.

Om met zekerheid vast te stellen dat er vanwege geuremissie vanaf omliggende veehouderijen geen belemmering optreedt voor het ontvangstgebouw/kantoorpand, is een geurberekening uitgevoerd (Bijlage 6). Uitgangspunten onderzoek Bij de berekening is van de omliggende veehouderijen met een relevante geuremissie de vergunde geuremissie bepaald. Deze gegevens zijn verkregen via de gemeente Oude IJsselstreek en de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Bij de berekening van de geurbelasting afkomstig van de veehouderij aan de Kasteelweg 2 in Sinderen is uitgegaan van de werkelijke emissiepunten en overige invoerparameters van de stallen. Voor de berekening van de veehouderij aan de Kapelweg 21 is de geuremissie als één bron geprojecteerd op de rand van het agrarisch bouwblok. Voor de hoogte van de emissiepunten, de gemiddelde gebouwhoogte, de diameter van het emissiepunt en de uittreesnelheid zijn defaultwaarden ingevuld zodat een worstcase situatie wordt berekend. Conclusies Uit de berekeningen volgt dat de achtergrondbelasting ter hoogte van het ontvangstgebouw van de natuurbegraafplaats 12,26 ouE/m³ bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de norm van 14 ouE/m³. Bij deze waarde is er sprake van een redelijk goed woon- en leefklimaat (10–15% geurgehinderden). Voor de voorgrondbelasting, berekend voor de veehouderij aan de Kasteelweg 2, is een waarde van 11,7 ouE/m³ vastgesteld.

Dit komt overeen met een tamelijk slecht woon- en leefklimaat (20–25% geurgehinderden). Omdat het hier echter gaat om een ontvangstgebouw en niet om een functie waar mensen 24 uur per dag verblijven, kan deze geurbelasting als acceptabel worden beschouwd. Daarnaast blijkt uit de berekeningen dat op een andere nabijgelegen geurgevoelige functie, Kapelweg 36, een hogere geurbelasting optreedt, zelfs boven de norm van 14 ouE/m³. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de veehouderij aan de Kasteelweg 2 door de realisatie van de natuurbegraafplaats niet in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd. 4.7 Milieubelastende activiteiten 4.7 Milieubelastende activiteiten Deze paragraaf gaat in op of de voorgenomen ontwikkeling een milieubelastende activiteit mogelijk maakt, en zo ja op welke manier een keuze is gemaakt in de na te streven omgevingskwaliteit en op welke manier het reguleren van de omgevingskwaliteit middels het omgevingsplan of omgevingsvergunning kan worden vastgelegd.

De bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet beschrijft het begrip milieubelastende activiteit (mba) als volgt: “Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 35 lozingsactiviteit op een oppervlaktewater lichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Een mba betreft in principe alle activiteiten met enig negatief effect op het milieu, uitgezonderd ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten. Dit maakt dat ook niet-bedrijfsmatige activiteiten en niet-plaatsgebonden activiteiten onder de definitie van de milieubelastende activiteit kunnen vallen. Afdeling 2.3 van de Bruidsschat (deel van het tijdelijke omgevingsplan) bevat de gemeentelijke regels voor mba’s. In het Bkl zijn in hoofdstuk 5 onder andere de instructieregels voor milieu in het omgevingsplan opgenomen. Uit de nota van toelichting bij het Bkl blijkt dat de ‘activiteiten’ waar in hoofdstuk 5 van het Bkl wordt gesproken ‘milieubelastende activiteiten’ zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling heeft geen betrekking op een milieubelastende activiteit.

Ten opzichte van de huidige situatie, waarin het plangebied intensief agrarisch wordt gebruikt, is er juist sprake van een verbetering ten aanzien van de milieubelasting. In de toekomstige situatie wordt het plangebied als natuur ingericht en extensief beheerd. Het plan heeft daarmee een positief effect op de omgeving. 4.8 Omgevingsveiligheid Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop bij de voorgenomen ontwikkeling de omgevingsveiligheid wordt gewaarborgd. Hierbij gaat het om de risico's die voortkomen uit de opslag, productie, gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Afdeling 5.1.2 van het Bkl bevat de instructieregels voor omgevingsveiligheid. De activiteiten die zijn aangewezen als risicobronnen worden benoemd in bijlage VII van het Bkl. Deze risicobronnen zijn belang voor de regels met betrekking tot aandachtsgebieden en het plaatsgebonden risico.

De in bijlage VII benoemde activiteiten zijn: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (milieubelastende activiteiten uit het Bal); Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, het water en het spoor; Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Artikelen 5.12 t/m 5.15 van het Bkl gaan in op de aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico's. Deze aandachtsgebieden gelden van rechtswege en worden vastgelegd in de digitaal raadpleegbare Register Externe Veiligheid, wat online raadpleegbaar is. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met het groepsrisico door ter plaatse van het risicogebied geen kwetsbare gebouwen en/of (beperkt) kwetsbare locaties toe te laten. Middels voorschriftgebieden kunnen extra maatregelen worden opgelegd waardoor deze gebouwen en locaties wel toelaatbaar zijn. Deze maatregelen zijn als extra bouweisen vastgelegd in paragraaf 4.2.14 van het Bbl. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om eventuele aanwezige externe veiligheidsrisico's in de omgeving van het plangebied in kaart te brengen is de risicokaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Hierop is te zien dat er binnen het plangebied twee gasleidingen aanwezig zijn.

Daarnaast bevindt zich op het agrarische bedrijf aan de Kasteelweg 1, ten westen van het plangebied, een propaanopslagtank. Hetzelfde geldt voor het bedrijf aan de Molenweg 12. Het plangebied is voor een zeer klein deel gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontouren voor de brand- en explosieaandachtsgebieden van de propaangastank bij het bedrijf aan de Kasteelweg 1. Het TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 36 ontvangstgebouw, waarin een kantoorruimte aanwezig zal zijn en personen voor langere tijd verblijven, valt buiten dit aandachtsgebied. Voor het overige deel van de natuurbegraafplaats geldt dat hier niet voor langere tijd personen verblijven, en er geen sprake is van een gevoelige functie in het kader van externe veiligheid. Zodoende vormen deze aandachtsgebieden geen belemmering voor het plan. Voor de leidingen geldt dat op grond van artikel 5.18 lid b, sub 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, rekening moet worden gehouden met het belemmeringengebied van de leidingen bij graafwerkzaamheden. Voor wat betreft de gasleidingen geldt dat vooraf vooroverleg heeft plaatsgevonden met de Gasunie.

Naar aanleiding van de belangen van de Gasunie, is ter bescherming van de leidingen het plan op enkele punten aangepast (geen begravingen en realisatie van natte natuur ter plaatse van de gasleiding), zodat voldoende gronddekking overblijft om de externe veiligheid te garanderen. Een natuurbegraafplaats betreft geen kwetsbare functie. Op de begraafplaats zullen enkel sporadisch mensen verblijven voor het bijwonen van een uitvaart. Dit zal gemiddeld genomen ééns per week plaatsvinden. Het ontvangstgebouw, welke eveneens dagelijks tijdens kantooruren geopend is en gebruikt wordt als kantoorruimte, betreft echter wel een kwetsbaar gebouw. Het ontvangstgebouw is echter gelegen buiten de risicocontouren van zowel de gasleidingen als de propaantanken die op nabijgelegen agrarische bedrijven aanwezig zijn. Zodoende kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn op het gebied van omgevingsveiligheid. Figuur 9: Ligging van het plangebied ten opzichte van externe veiligheidrisico's in de omgeving 4.9 Water Deze paragraaf gaat in op hoe er bij de voorgenomen ontwikkeling rekening wordt gehouden met de aspecten water en watersystemen. Waterbeleid TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 37 Een project of activiteit kan mogelijk gevolgen hebben met de waterhuishouding in en rond het plangebied of locatie van de activiteit.

De regelgeving hiervoor is vastgelegd in de Waterschapsverordening van het Waterbeheerprogramma van waterschap Rijn en IJssel en eventueel de waterkwaliteitsdoelstellingen van de Kaderrichtlijn water (KRW). Ook gemeentelijk beleid met betrekking tot waterhuishouding en klimaatadaptatie is van belang. De regels voor het beschermen van de waterbelangen zijn opgenomen in paragaaf 5.1.3 van het Bkl. Artikel 5.37 Bkl stelt dat er rekening dient te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van het watersysteem en dat, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van het watersysteem (het waterschap) worden betrokken. Daarnaast kan het omgevingsplan ook specifieke regels over onderdelen van het watersysteem bevatten. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Er worden positieve hydrologische effecten verwacht op het gebied van waterkwaliteit, met name door de aanleg van een natuurvriendelijke oever langs de gracht. Deze draagt bij aan een hogere biodiversiteit en daarmee aan een verbetering van de ecologische kwaliteit van het watersysteem. In het plangebied wordt enkel halfverharding aangelegd ten behoeve van de parkeerplaats.

Na de operationele periode van de natuurbegraafplaats wordt de parkeerplaats verkleind, omdat er dan enkel nog ruimte nodig is voor auto's van bezoekers. Door gebruikt te maken van halfverharding blijft infiltratie van hemelwater nog steeds mogelijk. Het plan voor natuurbegraafplaats Hof van Sinderen is tot stand gekomen in overleg met waterschap Rijn en IJssel. Op basis van vooroverleg met het waterschap is een hydrologisch bureauonderzoek opgesteld waarin de effecten van de inpassingsmaatregelen op het watersysteem worden beschreven. Op basis daarvan heeft waterschap Rijn en IJssel nog een aanvullend wateradvies opgesteld, welke wordt overgenomen voor de toekomstige inrichting van het terrein. Onderstaand worden de ingrepen nader beschreven. Uitgraven laagte naast Ziegenbeek In de nieuwe situatie wordt een laagte gegraven naast de Ziegenbeek, de bodemhoogte hiervan is ingetekend op 14,00 meter +NAP. Het profiel van de Ziegenbeek wordt niet aangepast. Er zullen twee inlaten (verlagingen in het onderhoudspad) worden gemaakt om water in te laten. De verlagingen van het onderhoudspad worden bovenstrooms en benedenstrooms van de laagte aangelegd. De huidige maaiveldhoogte van het onderhoudspad is ter hoogte van de verlagingen ongeveer 16,70 meter +NAP. De drempels zullen op een hoogte van 16,40 meter +NAP aangelegd worden (30 cm beneden huidig maaiveld van het onderhoudspad).

Om te voorkomen dat de Ziegenbeek als gevolg van de aan te leggen laagte droogvalt, wordt op advies van waterschap Rijn en IJssel een extra maatregel genomen in de vorm van een klei of leemlaag op de bodem. Deze wordt aangelegd aan de zijde van de beek, zodat het water niet door de bodem heen kan en de laagte dus geen wateronttrekkende werking heeft op de Ziegenbeek. Om het onderhoudspad jaarrond beschikbaar te houden voor onderhoud, worden de verlagingen met een grasbetontegel op puinfundatie verhard. Daarbij wordt voldaan aan de eisen vanuit het waterschap dat deze een draagkracht van minimaal 20 ton moeten hebben, een minimale breedte van 4 meter en een helling van minimaal 1:10. Accentueren van de oude gracht De oude gracht wordt in de nieuwe situatie uitgegraven tot een maaiveldhoogte van 16.80 meter +NAP. Dit is een verlaging van maximaal 30 centimeter ten opzichte het huidige maaiveld. Het maaiveld ligt in de huidige situatie tussen de 16,80 tot 17,10 meter +NAP. Het maaiveld naast de gracht wordt opgehoogd tot een hoogte van maximaal 18,10 meter + NAP. Het GHG-niveau ter hoogte van de gracht ligt volgens het BRO model grondwaterspiegeldiepte ongeveer 70 cm beneden maaiveld. Dit houdt in dat het GHG-niveau rond de 16,10 meter +NAP tot 16,40 meter TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 38 +NAP ligt.

De diepte van de gracht in de nieuwe situatie zal niet lager zijn de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Deze ingreep zal daardoor geen drainerend effect hebben op de grondwaterstand. De gracht zal daardoor ook niet watervoerend zijn, echter bij piekbuien zou het voor kunnen komen dat de gracht watervoerend is. Om deze reden wordt deze onder een licht afschot van circa 20 cm, aflopend vanaf de oude kapel aangelegd. Hierdoor blijft er geen water bij de kapel staan. 4.10 Mobiliteit en parkeren Verkeersveiligheid Het aantal verkeersbewegingen van personenauto's en fietsers neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Echter, zijn in de huidige situatie al voertuigenbewegingen met zwaar materieel aanwezig ten behoeve van het agrarisch gebruik. Hier zal in de toekomstige situatie geen sprake meer van zijn. In het inrichtingsplan (Bijlage 1) is rekening gehouden met de verkeersveiligheid ten aanzien van de parkeerplaatsen en uitsluitingen op de Kasteelweg en Kapelweg. Toegankelijkheid en bereikbaarheid Het terrein is voor bezoekers toegankelijk via de nieuw te realiseren parkeerplaats, welke wordt ontsloten via de Kasteelweg. De bestaande parkeerplaats bij de kapel, welke zal worden gebruikt bij ceremonies als ''overloopparkeerplaats'', blijft zoals in de huidige situatie ontsloten via de Kapelweg.

De natuurbegraafplaats zelf is via aan te leggen paden toegankelijk voor wandelaars en fietsers. Auto's zijn niet toegestaan op het terrein, met uitzondering van de parkeerplaats. Parkeren Ten behoeve van de operationale periode van de natuurbegraafplaats worden extra parkeerplekken aangelegd. De parkeerplaats is met name van belang voor het parkeren ten behoeve van bezoekers van uitvaarten en de natuurbegraafplaats. De parkeerplaats wordt ingericht met halfverharding. Hierdoor blijft infiltratie van hemelwater mogelijk en wordt bijgedragen aan het natuurlijke karakter van de locatie. Na de operationele periode wordt de parkeerplaats verkleind om alleen nog als parkeerplaats voor bezoekers te dienen. De rest van de parkeerplaats wordt opgeruimd en teruggegeven aan de natuur. De parkeervoorzieningen bestaat uit vijfendertig plekken ten zuiden van het ontvangstgebouw en meer dan twintig plekken ''overloopplekken'' bij de kapel. Bij de kapel komt een aparte parkeerplek voor een rouwauto. Binnen het plangebied is daarnaast (bij de parkeerplaats) en plek voorzien voor fietsstalling met een laadmogelijkheid voor elektrische fietsen. In de meest recente uitgave 'parkeerkencijfers' van het CROW wordt bij begraafplaatsen uitgegaan van gemiddeld 31,6 parkeerplaatsen.

Bij de natuurbegraafplaats zijn minstens 35 parkeerplekken voorzien voor bezoekers en personeel, met daarnaast nog een aantal ''overloopplekken'' bij de kapel en een aparte parkeerplek voor de rouwauto. Hiermee zijn er voldoende parkeerplaatsen om ook bij uitvaartplechtigheden in voldoende parkeerplekken te voorzien. Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling In de huidige situatie is er in het plangebied sprake van agrarisch gebruik met bijkomende verkeersbewegingen. Vanwege de toekomstige functie als natuurbegraafplaats met ontvangsgebouw, zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting toenemen. Naar schatting zal er ongeveer één begraving per week plaatsvinden en komen er mogelijk nog geïnteresseerden voor natuurbegraven naar het ontvangstgebouw. Daarnaast is de natuurbegraafplaats openbaar toegankelijk voor overige bezoekers zoals nabestaanden. De toename in het aantal verkeersbewegingen kan via de Kapelweg (een belangrijke TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 39 ontsluitingsweg voor het dorp Sinderen) worden afgewikkeld. De nieuwe parkeerplaats wordt eveneens via de Kapelweg ontsloten. 4.11 Kabels en leidingen In de zuidwestzijde van het plangebied is een gasleiding aanwezig (zie ook figuur 8). Ter plaatse van de gasleiding zal geen beplanting worden aangebracht.

Zoals beschreven onder 4.8 zijn er eveneens geen kwetsbare gebouwen aanwezig binnen de risicocontouren van deze gasleiding. Voorafgaand aan de aanlegwerkzaamheden ten behoeve van het plan zal eerst een KLIC-melding worden gedaan. 4.12 Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) toetst of er sprake is van een plan of ontwikkeling met grote milieugevolgen. Bij besluiten die mogelijk grote gevolgen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling negatieve milieueffecten heeft ten aanzien van de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf wordt hier verder op in gegaan. Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat samen met hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) de regelgeving over de milieueffectrapportage.  Op basis van deze regels is een plan-m.e.r. verplicht voor een plan: Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. Bijlage V van het Ob bevat een niet-limitatieve lijst met projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Ook voor andere dan in de lijst genoemde projecten kan eventueel een beoordeling nodig zijn om na te gaan of er sprake is van mogelijke aanzienlijke milieueffecten.

Voor kleinere (lokale) ontwikkelingen of kleine wijzigingen bestaat de plan-m.e.r.-beoordeling als opvolger van de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De plan-m.e.r.-beoordeling is verplicht wanneer een ontwikkeling leidt tot mogelijke aanzienlijke milieueffecten en significantie gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. De plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob worden genoemd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het project maakt de functie natuurbegraven mogelijk. Deze voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. In voorliggend plan zijn daarnaast de locatie, kenmerken en mileutechnische aspecten van het project omschreven. Hieruit wordt geconcludeerd dat het plangebied geschikt is voor de realisatie van een natuurbegraafplaats. Daarnaast wordt in dit plan beschreven dat de realisatie van een natuurbegraafplaats geen negatieve milieueffecten teweeg brengt. Zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase (periode waarin begravingen plaatsvinden), als de ontmantelingsfase (wanneer alle verharding wordt verwijderd) en toekomstige functie als natuurperceel, zullen geen significante negatieve effecten ontstaan voor het milieu.

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 40 4.13 Gezondheid Integrale besluitvorming en samenhang door alle aspecten van de fysieke leefomgeving vroegtijdig te betrekken is een van de uitgangspunten van de Omgevingswet. Gezondheid is hier een belangrijk onderdeel van. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de huidige situatie is het plangebied in intensief agrarisch gebruik, inclusief bemesting en eventueel gebruik van bestrijdingsmiddelen. Met de realisatie van een natuurbegraafplaats wordt dit intensieve agrarische gebruikt permanent gestaakt en waardevolle blijvende natuur gerealiseerd. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan een gezonde fysieke leefomgeving. 4.14 Duurzaamheid Het plan voor de natuurbegraafplaats Hof van Sinderen is op meerdere aspecten een duurzaam plan. Alleerst worden de huidige intensieve agrarische bedrijvigheden in het plangebied gestaakt en maken deze plaats voor permanente waardevolle natuur.

Daarnaast zijn de gebouwen en ook de uitvaarten die in het gebied worden georganiseerd niet van permanente aard. Zodra het maximaal aantal begravingen is bereikt, worden de gebouwen weer verwijderd en wordt het terrein volledig terruggegeven aan de natuur. De gebouwen worden prefab gerealiseerd en bestaan uit natuurlijke (duurzame) materialen. Daarmee draagt het plan een optimale bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 41 Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen In de motivering bij dit wijzigingsbesluit is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het juridische deel van dit TAM-omgevingsplan: de regels en locaties. In deze juridische planbeschrijving wordt ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) op basis van de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro), maar inhoudelijk uitgewerkt (via TAM-IMRO) op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

5.2 Toedelen van functies aan locaties 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Toepassingsbereik: In dit artikel is opgenomen dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. Het artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn, indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM- omgevingsplan. Artikel 2 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 3 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.2 Specifieke regels over functies Voor de inhoudelijke regels van dit TAM-omgevingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017', vastgesteld op 28 juni 2018 door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. Allereerst bevat Hoofdstuk 2 specifieke regels over functies.

Natuur (Artikel 4) Dit artikel zorgt voor de instandhouding en ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden ter plaatse. Ter plaatse van deze functie zijn enkel bouwwerken ten dienste van de functie toegestaan en gelden regels voor het uitvoeren van werkzaamheden om de bescherming van natuur- en landschapswaarden te borgen. Binnen de functie 'Natuur' wordt aan de natuurbegraafplaats de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats' toegekend. Deze aanduiding wordt toegekend ter plaatse van het gehele terrein, waarvan ook de ontvangstruimte deel uitmaakt. In de regels is opgenomen dat agrarisch gebruik, zoals natuurbeheer door middel van begrazing, mogelijk blijft. Dit om het beheer van het gebied zo TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 42 goed mogelijk te borgen. 5.2.3 Regels ter bescherming van waarden en objecten Hoofdstuk 4 bevat regels ter bescherming van waarden en objecten. Leiding - Gas (Artikel 10) Dit artikel zorgt voor de instandhouding en bescherming van de gasleiding en het beschermen van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding. Er mogen geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd en er gelden vergunningsplichten voor het uitvoeren van werkzaamheden.

Vrijwaringszone - Molenbiotoop (Artikel 11) Dit artikel zorgt voor de bescherming en het behouden van de functionaliteit van de nabijgelegen molen, waarbij binnen deze molenbiotoop regels gelden ten aanzien van het bouwen van hoge bouwwerken op korte afstand van de molen. Waarde - Archeologie 1 (Artikel 12) Dit artikel zorgt voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt een verplichting tot onderzoek bij werkzaamheden dieper dan 30 centimeter beneden het maaiveld. Waarde - Archeologische verwachting 1 (Artikel 13) Dit artikel zorgt voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt een verplichting tot onderzoek bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 250 m² en die gepaard gaat met een grondbewerking die dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld. Waarde - Archeologische verwachting 2 (Artikel 14) Dit artikel zorgt voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt een verplichting tot onderzoek bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000m² en die gepaard gaat met een grondbewerking die dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld. 5.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied en zijn van algemene aard.

Deze worden daarom niet nader toegelicht in deze paragraaf. 5.4 Overgangsregels In Hoofdstuk 5 staan de overgangsregels. In Artikel 15 wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 43 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan 6.1 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan wordt voor eigen rekening en risico van de initiatiefnemers uitgevoerd. Het perceel is in eigendom van initiatiefnemers. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Over voorliggend plan heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap Rijn en IJssel en de Gasunie. De resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 4.8 en 4.9 van deze motivering. Het ontwerp-omgevingsplan is daarnaast toegezonden aan het waterschap, de provincie en de Omgevingsdienst Achterhoek. Particpatie Ten behoeve van voorliggend plan heeft een participatietraject plaatsgevonden. Zie ook paragraaf 1.4. Procedure Het ontwerp-omgevingsplan heeft overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het ontwerpplan in te dienen. Tijdens de terinzagelegging zijn zienswijzen ingediend.

Tevens zijn ambtshalve wijzigingen in het omgevingsplan aangebracht. De zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen en behandeld in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (Bijlage 7). Deze nota bevat een beantwoording van de zienswijzen alsmede een overzicht van de aangebrachte ambtshalve wijzigingen. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om het omgevingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het raadsbesluit bekend gemaakt en ligt het omgevingsplan gedurende 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid om beroep in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald (Afdeling 16.7. van de Omgevingswet). TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 44 www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5118/documents/34549