Soortgericht onderzoek ecologie.pdf
Tekst van het document
bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben Ruimtelijke inrichting Voorkoming van schade of overlast, met in begrip van schade aan sportvelden,
schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen Schade of overlast van dieren door veroorzaakte schade of door draagkracht van het gebied Onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren
Bestendig beheer of onderhoud Algemeen belang Bestendig gebruik
35/41
Kenmerk
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
Indien aan minimaal één van deze wettelijke belangen voldaan kan worden, de alternatievenafweging goed onderbouwd is en er geen verslechtering van de staat van instandhouding van beschermde soorten optreedt (door het nemen van mitigerende/compenserende maatregelen) is een ontheffing redelijkerwijs te verlenen. Vanwege de grote woningnood dit momenteel aanwezig is in Nederland, kan de beoogde ontwikkeling het ‘groot openbaar belang’ dienen. Voor soorten die onder artikel 3.10 zijn beschermd is ook het wettelijk belang ‘ruimtelijke inrichting’ en ‘het algemeen belang’ van toepassing. 6.2.2 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de aanwezige beschermde soorten kan gewaarborgd worden door het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen (zie ook hoofdstuk 6.3). Binnen het plangebied is voldoende ruimte om deze maatregelen te treffen. Er wordt dan ook verwacht dat als passende maatregelen worden genomen er geen verslechtering van de staat van instandhouding van de aanwezige soorten optreed. Dit dient nader uitgewerkt te worden in het activiteitenplan. 6.2.3 Alternatievenafweging In een alternatievenafweging moet worden toegelicht waarom de beoogde ontwikkeling op deze locatie moet plaatsvinden. Ook moet onderbouwd worden of er geen alternatieve locatie, werkwijze of planning mogelijk is met minder effecten op de aanwezige beschermde soorten.
6.3
Activiteitenplan
Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden. Het activiteitenplan dient als basis voor de ontheffingsaanvraag. In het plan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen:
De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan De aanwezige soorten, de beschermde ecologische functies en hoe die zijn onderzocht De te overtreden verbodsbepalingen
De mitigerende en compenserende maatregelen (zie paragraaf 6.3) Het wettelijk belang van de ontwikkeling De staat van instandhouding van de soorten
Een alternatievenafweging
36/41
Kenmerk
6.4
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
Maatregelen
6.4.1 Mitigatie en compensatie Voor de aanwezige beschermde soorten dienen mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden. Beschermde functies die verloren gaan dienen in de nieuwe situatie een alternatieve plek te krijgen. Ook tijdens de werkzaamheden moeten de dieren en planten (tijdelijk of direct permanent) een alternatieve plek beschikbaar krijgen die dezelfde functie heeft als die tijdens dit onderzoek is aangetoond. Het complete plan aangaande mitigatie en compensatie dient nader uitgewerkt te worden in een project- of activiteitenplan (zie paragraaf 6.2.4) dat ten grondslag ligt aan de ontheffingsaanvraag, maar men kan onder andere denken aan de volgende maatregelen: Geschikt habitat terugbrengen voor grote leeuwenklauw Realiseren van alternatieve verblijfplaatsen voor steenmarter
Stimuleren van de lokale muizenpopulatie voor grote bosmuis door rekening te houden met juiste beplanting en het realiseren van takkenrillen Terugbrengen van landschapselementen die verloren gaan op alternatieve locaties voor
bunzing en wezel Geschikt habitat met waardplanten terugbrengen voor teunisbloempijlstaart Aanpassen van planningen op de kwetsbare periode van de beschermde soorten (bijvoorbeeld het niet aantasten van beschermde functies in de voortplantingsperiode)
6.5
Verloop ontheffingsprocedure
Als het bevoegd gezag akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen die getroffen worden om negatieve effecten te verzachten of te voorkomen, verleent deze een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een werkprotocol waarin de mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt dertien weken. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmalig met zeven weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van twintig weken. Voor dit plan is de provincie Gelderland het bevoegd gezag en zij hanteren een afwijkende termijn, namelijk zes maanden. Gelet op voorgaande paragrafen is het aannemelijk dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming redelijkerwijs verkregen kan worden.
37/41
Kenmerk
6.6
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
Overige maatregelen
In de quickscan zijn reeds enkele algemene maatregelen voorgeschreven. Voor de volledigheid worden die hieronder herhaald. Start met het bouwrijp maken van de kavels buiten het broedseizoen (die loopt grofweg van
maart tot en met augustus). Hierdoor wordt het risico verkleind dat werkzaamheden tijdelijk aangepast of stilgelegd moeten worden om broedende vogels te ontzien Voor de start van het bouwrijp maken van kavels is een broedvogelcontrole nodig om broedende vogels uit te sluiten In het ecologisch werkprotocol vastleggen op welke momenten een broedvogelcontrole nodig is Takkenrillen, stobben en ander materiaal worden voorzichtig verwijderd en buiten de invloedsferen van de werkzaamheden neergelegd. Eventuele dieren die eronder schuilen en niet zelfstandig weg vluchten worden ook buiten het werkterrein geplaatst. Deze maatregel is pas uitvoerbaar wanneer een ontheffing van de Wet natuurbescherming verkregen is Bosschages en struweel binnen de werkterreinen worden verwijderd in de periode medio september tot en met januari. Hierbij wordt langzaam één richting gewerkt om fauna de kans te geven te vluchten. Deze maatregel is pas uitvoerbaar wanneer een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen
38/41
Kenmerk
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
7 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusies en gevolgen voor de beoogde ontwikkeling samengevat.
7.1
Aanleiding
Plantencentrum Louis Venhorst & Zonen B.V. is van plan woningen ten noorden van Megchelen te realiseren. TAUW heeft een quickscan uitgevoerd, gevolgd door een nader onderzoek naar de volgende soorten en functies: Groeiplaatsen van blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk (flora) Verblijfplaatsen van steenmarter en boommarter (grondgebonden zoogdieren)
Leefgebied van grote bosmuis (grondgebonden zoogdieren) Verblijfplaatsen en vliegroute van vleermuizen Nesten van sperwer en ransuil (vogels)
Nest- en/of rustlocaties en essentieel foerageergebied van steenuil (vogels) Rustlocatie van kerkuil Voortplantingslocatie teunisbloempijlstaart (nachtvlinders)
Deze rapportage doet verslag van het nader onderzoek en de gevolgen die de aangetroffen soorten hebben op de beoogde ontwikkeling.
7.2
Resultaten
Tijdens het onderzoek zijn beschermde functies aangetroffen van grote leeuwenklauw, steenmarter, grote bosmuis en teunisbloempijlstaart. In de quickscan (TAUW, 2022) is het voorkomen van eekhoorn reeds besproken en is vermeld dat er uit wordt gegaan dat bunzing en wezel voorkomen in het plangebied en er voor deze soorten dus beschermde functies aanwezig zijn. De beoogde ontwikkeling heeft negatieve effecten op bovengenoemde soorten. Er zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen beschermde functies van blauw guichelheil, kleine wolfsmelk, boommarter, verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen, sperwer, ransuil, steenuil en kerkuil aangetroffen.
7.3
Conclusie
Voor de soorten grote leeuwenklauw, steenmarter, grote bosmuis, teunisbloempijlstaart, eekhoorn, bunzing en wezel dient bij de provincie Gelderland een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Voor een ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk een activiteitenplan op te stellen. Hierin staat alle informatie over de beoogde ontwikkeling, de onderzoeksresultaten en effecten op populaties. Een belangrijk onderdeel zijn de maatregelen die genomen moeten worden om effecten op beschermde soorten te mitigeren en te compenseren. Daarnaast is het noodzakelijk het wettelijk belang aan te tonen van de beoogde ontwikkeling. Ook moet aangetoond worden dat er geen reële alternatieven zijn om hetzelfde te bereiken, die gunstiger uitpakken voor de betreffende soorten.
39/41
Kenmerk
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
Aangaande blauw guichelheil, kleine wolfsmelk, boommarter, verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen, sperwer, ransuil, steenuil en kerkuil geldt dat het nemen van vervolgstappen inclusief het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Gelet op voorgaande hoofdstukken kan aangenomen worden dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming redelijkerwijs verkregen kan worden. De resultaten van het soortgericht onderzoek in het plangebied zijn samengevat in tabel 7.1. Tabel 7.1 Samenvatting resultaten soortgericht onderzoek (*geen onderdeel van deze rapportage, maar voor de volledigheid wel benoemd) Soort
Aanwezig in het plangebied?
Ontheffing nodig?
Blauw guichelheil
Nee
Nee
Grote leeuwenklauw
Ja, groeiplaatsen
Ja (artikel 3.10)
Kleine wolfsmelk
Nee
Nee
Steenmarter
Ja, verblijfplaats in schuur
Ja
Bunzing
Ja, aanname op basis van geschiktheid plangebied
Ja
Wezel
Ja, aanname op basis van geschiktheid plangebied
Ja
Grote bosmuis
Ja, leefgebied
Ja
Verblijfplaatsen vleermuizen
Nee
Nee
Essentiële vliegroutes van
Nee
Nee
Sperwer
Nee
Nee
Kerkuil
Nee
Nee
Steenuil
Ja, rondom plangebied
Nee
Ransuil
Ja, passerend individu
Nee
Teunisbloempijlstaart
Ja, voortplantingsplaats en overwinteringsplaats
Ja
vleermuizen
40/41
Kenmerk
R005-1281765VSX-V01-pws-NL
8 Literatuur TAUW (Sanders, V.) 2022. Quickscan Meghlo te Megchelen. Rapportage met kenmerk R001-1281765VSX-V04-agv-NL, d.d. 12 mei 2022. Bergers, P., La Haye, M., De Levende Natuur 1001 (2): 52-58 (2000). Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren. Vleermuisprotocol 2021, Netwerk Groene Bureaus. BIJ12, 2017a. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. Van Deijk, J., 2021. Gestandaardiseerde monitoring teunisbloempijlstaart. De Vlinderstichting, 2021. Van der Meijden, R., 2005. Heukels’ Flora van Nederland. Noordhoff Uitgevers. 23e druk. Geraadpleegde websites www.verspreidingsatlas.nl www.sovon.nl
41/41