CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Soortgericht onderzoek ecologie.pdf

Raadscommissie gecombineerd 15 juni 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Woongebied Meglo, voormalige Kwekerij Venhorst10.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Soortgericht onderzoek Park Meghlo Soortgericht onderzoek en toetsing in het kader van soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming 31 oktober 2022

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Verantwoording Titel

Soortgericht onderzoek Park Meghlo

Opdrachtgever

Louis Venhorst & Zonen Vastgoed B.V.

Projectleider

Jordy Houkes

Auteur

Vincent Sanders

Kwaliteitscontrole

Berto van Dam

Projectnummer

1281765

Aantal pagina’s

41

Datum

31 oktober 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel onderzoek ............................................................................................ 5

1.2

Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

Plangebied en beoogde ontwikkeling ........................................................................................ 6 2.1

Huidige situatie ................................................................................................................... 6

2.2

Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 7

3

Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen .............................................. 8

4

Onderzoeksmethode ................................................................................................................. 9 4.1

Protocollen ......................................................................................................................... 9

4.2

Blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk ............................................. 9

4.3

Steenmarter en boommarter ............................................................................................ 10

4.4

Grote bosmuis .................................................................................................................. 11

4.5

Vleermuizen ..................................................................................................................... 14

4.6

Jaarrond beschermde vogels ........................................................................................... 16

4.6.1

Sperwer ..................................................................................................................... 16

4.6.2

Uilen .......................................................................................................................... 17

4.7 5

Resultaten en effectbeoordeling .............................................................................................. 19 5.1

Blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk ........................................... 19

5.2

Steenmarter en boommarter ............................................................................................ 21

5.3

Grote bosmuis .................................................................................................................. 27

5.4

Vleermuizen ..................................................................................................................... 29

5.4.1

Verblijfplaatsen.......................................................................................................... 29

5.4.2

Vliegroutes ................................................................................................................ 30

5.5

Jaarrond beschermde vogels ........................................................................................... 30

5.5.1

Sperwer ..................................................................................................................... 30

5.5.2

Uilen .......................................................................................................................... 30

5.6 6

Teunisbloempijlstaart ....................................................................................................... 17

Teunisbloempijlstaart ....................................................................................................... 32

Vervolgstappen........................................................................................................................ 34 6.1

Soorten waarvoor al dan niet een ontheffing nodig is ...................................................... 34

3/41

Kenmerk

6.2

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Ontheffingsaanvraag ........................................................................................................ 34

6.2.1

Onderbouwing wettelijk belang ................................................................................. 35

6.2.2

Staat van instandhouding ......................................................................................... 36

6.2.3

Alternatievenafweging ............................................................................................... 36

6.3

Activiteitenplan ................................................................................................................. 36

6.4

Maatregelen ..................................................................................................................... 37

6.4.1

7

8

Mitigatie en compensatie .......................................................................................... 37

6.5

Verloop ontheffingsprocedure .......................................................................................... 37

6.6

Overige maatregelen ........................................................................................................ 38

Conclusie ................................................................................................................................. 39 7.1

Aanleiding ........................................................................................................................ 39

7.2

Resultaten ........................................................................................................................ 39

7.3

Conclusie ......................................................................................................................... 39

Literatuur ................................................................................................................................. 41

4/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Plantencentrum Louis Venhorst & Zonen B.V. is van plan woningen ten noorden van Megchelen te realiseren. TAUW heeft deze plannen reeds getoetst aan de Wet natuurbescherming in een quickscan (TAUW, 2022). De quickscan concludeert dat het voornemen mogelijk in strijd is met verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Negatieve effecten op beschermde soorten niet met zekerheid zijn uitgesloten. TAUW heeft daarom soortgericht onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor de volgende soorten en functies te bepalen:  Groeiplaatsen van blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk (flora)   

Verblijfplaatsen van steenmarter en boommarter (grondgebonden zoogdieren) Leefgebied van grote bosmuis (grondgebonden zoogdieren) Verblijfplaatsen en vliegroute van vleermuizen

  

Nesten van sperwer en ransuil (vogels) Nest- en/of rustlocaties en essentieel foerageergebied van steenuil (vogels) Rustlocatie van kerkuil

Voortplantingslocatie teunisbloempijlstaart (nachtvlinders)

Deze rapportage doet verslag van het soortgericht onderzoek en geeft antwoord op de vraag of mitigerende maatregelen nodig zijn en of een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is. In de quickscan is opgenomen dat voor bunzing en wezel zonder nader onderzoek een ontheffing wordt aangevraagd. Het voorkomen van eekhoorn is in de quickscan ook volledig beschreven. Deze rapportage doet zodoende geen verslag van onderzoeken naar bunzing, wezel en eekhoorn.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 volgt een overzicht van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 volgt eerst een samenvatting van de conclusies uit de quickscan. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksmethode uitgewerkt, waarna in hoofdstuk 5 de resultaten van het onderzoek zijn behandeld. Aan de hand van de resultaten is een effectbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 ‘vervolgstappen’ is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden. Tot slot vat hoofdstuk 7 alles in een conclusie samen.

5/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

2 Plangebied en beoogde ontwikkeling 2.1

Huidige situatie

In de jaren 80 is er aan de rand van het dorp Megchelen een uniek park ontstaan met een oppervlakte van circa acht hectare. Het park beschikt over een grote collectie bijzondere loof- en naaldbomen, heesters en rododendrons. Het gaat om plantencentrum Louis Venhorst en Zonen B.V., aan de Julianaweg 21 in Megchelen, Gelderland. Het plantencentrum grenst aan de noordzijde van het dorp Megchelen. Het plantencentrum heeft een parkachtig karakter en is openbaar toegankelijk voor geïnteresseerden. Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Aan de westzijde van het plangebied staat een oude veestal, waar twee schuren tegenaan zijn gebouwd. Aan de oostzijde van het plangebied staat een kassencomplex waar planten die gevoelig zijn voor kou in de winter naar verplaatst worden. De zuidelijke uitloper van het plangebied betreft een deel van het plantencentrum waar voorheen onder andere buxussen werden gekweekt. In tegenstelling tot de overige delen van het plangebied is dit gedeelte niet tot nauwelijks in gebruik en is het terrein verwilderd. Zo is er een ruige ondergroei ontstaan van grassen en bramen, afwisselend met enkele vrijstaande bomen. Aan de zuidkant van het parkachtig deel van het plantencentrum is een meer open en kaal landschap aanwezig. Aan de westkant, ten zuiden van de schuren, ligt een grote steenhoop die deels overgroeid is met vegetatie.

In de noordwesthoek van het plangebied is een grote poel aanwezig met helder water, maar weinig watervegetatie. De poel wordt omgeven door hoge bomen, waardoor deze voor het overgrote deel van de dag permanent in de schaduw ligt. Ten oosten van de Julianaweg ligt een parkeerterrein van het plantencentrum die omgeven is door opgaand groen en (deels vochtig) grasland.

6/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd)

2.2

Beoogde ontwikkeling

In het dorp Megchelen is de laatste jaren een grote behoefte ontstaan aan nieuwbouwlocaties voor starters. Ook is er behoefte aan doorstroomwoningen en levensloopbestendige huizen om starters de mogelijkheid te bieden in het dorp te blijven wonen. Om te voorzien in de woningbehoefte is het plan om de volgende type woningen/voorzieningen te realiseren:  Starterswoningen (12 stuks)  Vrijstaande woningen (15 stuks)   

Boerderijwoningen (2 stuks) Schuurwoningen (2 stuks) Landhuizen/buitenplaatsen (4 stuks)

  

Zorgwoningen (8 stuks) Horeca (1 stuk) Museum (1 stuk)

Sequoia eco-lodges (4 stuks)

Deze woningen en voorzieningen zullen in het plangebied gerealiseerd worden, waarna het plangebied ‘Park Meghlo’ zal heten. Het plan is om groene delen van het plangebied grotendeels intact te laten, waardoor het parkachtig karakter behouden blijft. De visie is om de natuurwaarden die binnen het plangebied voorkomen, grotendeels te behouden.

7/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

In figuur 2.2 is de beoogde ontwikkeling in concept weergegeven. Alle bruin gemarkeerde delen betreft nieuwe bebouwing of wijzigingen aan bestaande bebouwing.

Figuur 2.2 Overzicht van de beoogde ontwikkeling Park Meghlo (totaaloverzicht in concept)

3 Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante soort, mogelijke effecten en verbodsbepalingen. In de quickscan is op voorhand niet uitgesloten dat beschermde soorten in het plangebied voorkomen en dat negatieve effecten op beschermde soorten tot een overtreding van verbodsbepalingen leidt (TAUW, 2022). Tabel 3.1 geeft in samengevatte vorm weer waar onderzoek naar heeft plaatsgevonden en welke functies niet zijn uitgesloten. Ook is aangegeven welke verbodsbepalingen mogelijk overtreden worden.

8/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Tabel 3.1 Soort(groep)en waar onderzoek naar gedaan is en deze rapportage verslag van doet Soortgroep

Verbodsbepaling

Vervolgstappen

Flora

Mogelijk overtreding

Soortgericht onderzoek naar blauw guichelheil, grote

artikel 3.10

leeuwenklauw en kleine wolfsmelk (groeiplaatsen)

Grondgebonden

Mogelijk overtreding

Soortgericht onderzoek naar steenmarter, boommarter

zoogdieren

artikel 3.10

(verblijfplaatsen) en grote bosmuis (leefgebied)

Vleermuizen

Mogelijk overtreding

Soortgericht onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen in

artikel 3.5

gebouwen (gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart (alleen zomerverblijfplaatsen), baardvleermuis en meervleermuis en vliegroutes (alle soorten die in de omgeving voorkomen)

Vogels jaarrond

Mogelijk overtreding

Soortgericht onderzoek naar sperwer, ransuil, steenuil en kerkuil

beschermd

artikel 3.1

(nest- en/of rustlocaties inclusief functionele leefomgeving)

Nachtvlinders

Mogelijk overtreding

Soortgericht onderzoek naar teunisbloempijlstaart

artikel 3.5

(voortplantingslocaties)

4 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk is de methode van het uitgevoerde onderzoek per verwachte soort beschreven.

4.1

Protocollen

Het veldwerk voor het soortgericht onderzoek is uitgevoerd volgens de meest recente versies van algemeen geaccepteerde onderzoeksprotocollen. In sommige gevallen betreft dit de kennisdocumenten van BIJ12 of de soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Indien voor een soort geen onderzoeksprotocol aanwezig is, is het onderzoek afgestemd op basis van trefkans. In deze gevallen is een nadere toelichting gegeven over de gehanteerde onderzoeksopzet. In de volgende paragrafen is per soort(groep) de methode van het onderzoek beschreven.

4.2

Blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk

Het onderzoek naar blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk is gecombineerd uitgevoerd. Er is geen landelijk of provinciaal onderzoeksprotocol hoe deze soorten onderzocht moeten worden. De onderzoeksinspanning is daarom op basis van de bloeiperiode bepaald. De bloeiperiode van planten is de optimale periode om een inventarisatie uit te voeren. De planten vallen op dat moment het meest door de bloeiwijze en zijn op dat moment doorgaans vitaal. In tabel 4.1 is weergegeven wat de bloeiperiode van de onderzochte planten zijn.

9/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Het onderzoek naar blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk is uitgevoerd op 24 juli 2022 tussen 11:00 en 17:00. Deze dag valt in de periode dat zowel blauw guichelheil, grote leeuwenklauw als kleine wolfsmelk bloeien. Tijdens het onderzoek is het plangebied op kansrijke plekken (zoals open, braakliggende plekken en langs onverharde paden) systematisch afgelopen en bekeken of blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk voorkomen. Indien exemplaren zijn aangetroffen is de groeiplaats op kaart gemarkeerd en is een schatting gemaakt van het aantal exemplaren. Door deze methode toe te passen is een volledig beeld ontstaan wat voor functie het plangebied heeft voor blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk. Tabel 4.1 Bloeiperiode van de onderzochte planten (FLORON/Verspreidingsatlas.nl, 2022) Soort

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Blauw guichelheil Grote leeuwenklauw Kleine wolfsmelk

4.3

Steenmarter en boommarter

Het onderzoek naar steenmarter en boommarter is gecombineerd uitgevoerd met cameravallen en vond plaats in de lente en zomer van 2022. Er is geen landelijk of provinciaal onderzoeksprotocol hoe deze soorten onderzocht moeten worden. De onderzoeksinspanning is daarom op basis van expert judgement bepaald. Er zijn in totaal vijf cameravallen ingezet rondom de schuur waar een verblijfplaats van steenmarter en/of boommarter werd verwacht (TAUW, 2022). Wanneer er voor de cameraval beweging wordt gedetecteerd zijn foto’s gemaakt die op een later moment zijn beoordeeld. Voor de cameravallen zijn doorboorde blikjes sardientjes opgehangen, kattenbrokken uitgestrooid en is pindakaas uitgesmeerd op objecten. Hierdoor wordt steenmarter en boommarter (maar ook de aanwezige eekhoorn) naar de cameraval toe gelokt, zodat de waarnemingskans groter is. De camera’s hebben zeven weken in het plangebied gestaan om activiteit van steenmarter en boommarter vast te leggen. De camera’s zijn geplaatst op 25 mei 2022. De cameravallen zijn zo geplaatst dat een passerende steenmarter en/of boommarter met zekerheid geregistreerd wordt. Twee camera’s zijn direct naast de schuur geplaatst. De resterende drie cameravallen zijn op enige afstand van de schuur geplaatst, zodat bepaald kan worden of een exemplaar daadwerkelijk in de schuur verblijft of het plangebied vanuit een andere verblijfplaats bezoekt.

In figuur 4.1 zijn de locaties van de cameravallen op kaart weergegeven. Na drie weken heeft een controleronde plaatsgevonden om de camera te controleren, SD-kaarten uit te lezen, nieuw lokvoer aan te brengen en batterijen te vervangen. De controleronde vond plaats op 13 juni 2022. Op 12 juli 2022 zijn de cameravallen weer verwijderd uit het plangebied. Door bovenstaande werkwijze is een goed beeld ontstaan van de functies voor steenmarter en boommarter in het plangebied. In tabel 4.2 zijn gedetailleerde onderzoeksgegevens uitgewerkt.

10/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Tabel 4.2 Plaatsingsgegevens van de verschillende cameravallen die in figuur 4.1 op kaart zijn weergegeven Camera

Kijkrichting

Locaties

40

Noordoost

Rommelhoek ten westen van de schuur

77

Noordoost

Bosschage ten noorden van de schuur

78

Noord

Langs westelijke gevel van de schuur

79

West

Langs noordelijke gevel van de schuur

80

Zuidwest

Bosschage ten oosten van de schuur

Figuur 4.1 Locaties van cameravallen in het plangebied

4.4

Grote bosmuis

Het onderzoek naar grote bosmuis vond plaats in de nazomer van 2022 en is gebaseerd op de standaardmethode ‘Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren’ (Bergers, P en La Haye, M., 2000). Met muizenvallen is onderzocht of grote bosmuis voorkomt in het plangebied. De gebruikte muizenval is een val die de muizen niet doodt, maar opsluit in een kleine ruimte. Wanneer de muis naar binnen loopt klapt een deurtje dicht. In de val is stro en voedsel (zaden, meelwormen en vlokkreeften) aangebracht om de muizen in leven te houden, maar ook om de muizen naar de val toe te lokken.

11/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

De standaardmethode vraagt twee controlemomenten per dag (elke twaalf uur). In de machtiging van het Netwerk Groene Bureaus voor het uitvoeren van soortonderzoek is te lezen dat muizenvallen voor grondgebonden kleine zoogdieren met een interval van acht uur gecontroleerd moeten worden. Hierdoor wordt de kans op sterfte van grondgebonden kleine zoogdieren verkleind. Voor het onderzoek naar grote bosmuis is daarom gekozen om elke acht uur een controle uit te voeren. In het plangebied zijn zes raaien uitgezet (zie figuur 4.2). Per raai zijn op tien locaties twee vallen uitgezet, met circa tien meter tussen elke vanglocatie. Dat brengt het totaal aantal op 120 muizenvallen. De locaties van de raaien zijn bepaald op basis van het meest optimale habitat ten tijde van het veldbezoek. Zo zijn de raaien vooral in of langs bosschages geplaatst. De raaien zijn verspreid over het plangebied geplaatst, rekening houdend met verschillende vegetatietypen en de oppervlakte van de geschikte delen van het plangebied. Het onderzoek is in de nazomer van 2022 uitgevoerd. In de lente en de zomer heeft reproductie plaatsgevonden, waardoor vanaf de nazomer de hoogste dichtheid aan muizen wordt verwacht. De vangkans op grote bosmuis wordt hierdoor vergroot.

Figuur 4.2 Locaties van de verschillende raaien met per raai 20 muizenvallen

12/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Op vrijdag 23 september 2022 zijn de muizenvallen neergezet in het plangebied. Hierbij zijn de muizenvallen voorzien van stro en voedsel, zodat de potentieel aanwezige muizen konden wennen aan de muizenvallen. In de periode van 23 september 2022 tot 26 september 2022 stonden de vallen nog niet op scherp. In figuur 4.3 is een voorbeeld opgenomen van wee geplaatste muizenvallen. Op maandagmiddag 26 september 2022 zijn de muizenvallen opnieuw voorzien van stro en voedsel waar dat nodig was. De muizenvallen zijn op dat moment op scherp gezet. Vervolgens is om de circa acht uur een controle uitgevoerd door een ter zake kundig ecoloog. Op donderdagochtend 29 september 2022 was het laatste controlemoment en zijn de vallen verwijderd uit het plangebied. In tabel 4.3 zijn de bezoekgegevens van het onderzoek opgenomen.

Figuur 4.3 Voorbeeld hoe de muizenvallen in paren zijn geplaatst

13/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Tabel 4.3 Bezoekgegevens van het onderzoek naar grote bosmuis Datum

Tijdstip

Activiteit

23 september 2022

Niet van toepassing

Plaatsing muizenvallen met stro en voedsel

26 september 2022

Middag

Scherpstellen muizenvallen, aanbrengen stro en voedsel

26 september 2022

Avond/nacht

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

27 september 2022

Ochtend

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

27 september 2022

Middag

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

27 september 2022

Avond/nacht

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

28 september 2022

Ochtend

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

28 september 2022

Middag

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

28 september 2022

Avond/nacht

Controlemoment, aanbrengen voedsel en stro

29 september 2022

Ochtend

Controlemoment en ophalen muizenvallen

4.5

Vleermuizen

Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuizenprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2021) en uitgevoerd met een batdetector. Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden, die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van het ritme en de frequentie kan worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt daarnaast gebruik gemaakt van opnameapparatuur en speciale software voor het analyseren van vleermuisopnames. Om verblijfplaatsen in de schuur en vliegroutes ten westen van de voetbalvelden in kaart te brengen hebben ervaren ecologen door het plangebied gelopen en op strategische plekken gepost. Hierbij is gekeken naar vleermuisactiviteit en vleermuisgedrag. Voor de schuur geldt dat alleen de noordelijke gevel die van steen is, is onderzocht. Op andere delen zijn geen inkruipmogelijkheden voor vleermuizen aanwezig (TAUW, 2022). Voor het deel ten westen van de voetbalvelden is de gehele breedte van de groenstrook onderzocht. In figuur 4.4 is weergegeven waar de ecologen (bij benadering) zijn opgesteld.

14/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 4.4 Globale verdeling van ecologen tijdens het onderzoek naar vleermuizen

In totaal zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Meerdere bezoeken zijn nodig omdat vleermuizen gebruik maken van een netwerk van verblijfplaatsen met bijbehorende foerageergebieden en routes tussen deze plekken. Door de bezoeken te spreiden wordt een beter beeld verkregen van de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied en hiermee van de betekenis van het plangebied voor vleermuizen. In tabel 4.4 zijn de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken weergegeven. Vijf bezoeken zijn uitgevoerd door één ecoloog om verblijfplaatsen vast te stellen. Voor het vaststellen van vliegroutes zijn twee bezoeken voldoende. De twee bezoeken voor het onderzoek naar vliegroutes zijn gecombineerd met twee bezoeken naar verblijfplaatsen. Door twee ecologen voor het vliegroute-onderzoek in te zetten was de gehele breedte van de groenstrook ten westen van de sportvelden goed te overzien. Het veldwerk is sterk weersafhankelijk en is alleen bij gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Dit houdt voor vleermuizen in dat er geen of weinig neerslag is, niet te veel wind en de temperatuur niet beneden de 12 °C komt.

15/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Tabel 4.4 Data, focus/doel en weersomstandigheden per veldbezoek Datum en tijd

Focus/doel

Weersomstandigheden

18 mei 2022,

Vaststellen van verblijfplaatsen in

Droog, 20 C°, W1 Bft en onbewolkt (<10 %)

21:15 – 00:00

de schuur

16/17 juni 2022,

Vaststellen van verblijfplaatsen in

21:55 – 00:25

de schuur en vliegroutes

12 juli 2022,

Vaststellen van verblijfplaatsen in

02:25 – 05:30

de schuur

16 augustus 2022,

Vaststellen van verblijfplaatsen in

20:55 – 00:00

de schuur en vliegroutes

14 september 2022,

Vaststellen van verblijfplaatsen in

19:50 – 23:00

de schuur

bezoek

4.6

Droog, 20 C°, NO1 Bft en half bewolkt (10-80 %) Droog, 13 C°, O0 Bft en onbewolkt (<80 %) Droog, 23 C°, N0 Bft en onbewolkt (<10 %) Droog, 13 C°, NW1 Bft en half bewolkt (10-80 %)

Jaarrond beschermde vogels

4.6.1 Sperwer Het onderzoek naar sperwer is gericht op inventarisatie van nestlocaties en de functionele leefomgeving daarvan. Tijdens het veldbezoek van de quickscan (TAUW, 2022) is geïnventariseerd waar mogelijke jaarrond beschermde nesten bevinden. Hierbij zijn geen verdachte nesten aangetroffen, maar deze konden niet uitgesloten worden in dicht naaldhout. Voor sperwer is er geen landelijk geaccepteerd onderzoeksprotocol zoals een kennisdocument van BIJ12 of soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus beschikbaar. Hierdoor is de onderzoeksinspanning bepaald op basis van expert judgement en afgestemd op de broedperiode van sperwer. Sperwer is territoriaal actief in de periode maart tot en met juli (Sovon, 2022). Binnen deze periode wordt een partner gezocht, eieren gelegd en jongen grootgebracht. Door in deze periode onderzoek te doen is met zekerheid vast te stellen of een sperwernest aanof afwezig is. Door de bezoeken te spreiden over een langere periode ontstaat een volledig beeld welke functie het plangebied voor sperwer heeft. Zo zijn er drie veldbezoeken uitgevoerd met tussen elke veldbezoek een minimale tussenperiode van 10 dagen. De bezoeken zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden en met een focus in de ochtend, wanneer de meeste activiteit wordt verwacht. De bezoekgegevens zijn uitgewerkt in tabel 4.5.

Tabel 4.5 Bezoekgegevens en weersomstandigheden van het onderzoek naar sperwer Datum

Tijd

Temperatuur

Windrichting

(Celsius)

Windkracht

Neerslag

Bewolking

(Beaufort)

25 mei 2022

10:15 – 16:00

17

Zuidwest

1

Droog

Onbewolkt

13 juni 2022

09:15 – 11:15

17

West

3

Droog

Half bewolkt

24 juni 2022

09:00 – 13:00

23

Zuidwest

2

Droog

Half bewolkt

16/41

Kenmerk

4.6.2

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Uilen

Het onderzoek naar uilen omvat de soorten ransuil, steenuil en kerkuil. Het onderzoek is gericht om nestlocaties en de functionele leefomgeving van deze soorten te inventariseren. Voor steenuil en kerkuil zijn er kennisdocumenten (BIJ12, 2017a/b) geschreven, waarin een onderzoeksmethode is voorgeschreven. Het onderzoek naar uilen is volgens deze richtlijnen uitgevoerd. Voor ransuil is er geen kennisdocument beschikbaar. Deze soort is echter in dezelfde periode actief als steenuil en kerkuil. Hierdoor is ransuil gelijktijdig met steenuil en kerkuil geïnventariseerd. In de periode maart en april 2022 zijn er drie avondbezoeken met een tussenperiode van tien dagen uitgevoerd om de uilen te inventariseren. Het eerste veldbezoek en het derde veldbezoek liggen minimaal één maand uit elkaar, conform het kennisdocument steenuil (BIJ12, 2017). In het plangebied is met één ecoloog geluisterd naar activiteit van uilen. Daarnaast is gelet op sporen, zoals krijtstrepen en braakballen in en om de schuur in het plangebied. Hoewel het onderzoek in de optimale periode is uitgevoerd, kan het voorkomen dat een uil zich niet laat horen tijdens het onderzoek. Bij veldbezoeken zonder roepende uilen is daarom geluid van de betreffende soorten afgespeeld om een reactie uit te lokken.

Uilen reageren doorgaans goed op zang en/of contactroep, waardoor met zekerheid kan worden gesteld of een uil aan- of afwezig is. De bezoekgegevens en weersomstandigheden zijn weergegeven in tabel 4.6. Het onderzoek is uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden, dan zijn uilen het actief en goed waar te nemen. Tabel 4.6 Bezoekgegevens en weersomstandigheden van het onderzoek naar uilen Datum

Tijd

Temperatuur

Windrichting

8 maart 2022

18:30 – 20:30

Neerslag

Bewolking

7

Zuidoost

2

Droog

Onbewolkt

21 maart 2022

18:45 – 20:55

13

11 april 2022

20:20 – 22:25

12

Zuidoost

1

Droog

Onbewolkt

Zuidoost

3

Droog

Half bewolkt

(Celsius)

4.7

Windkracht (Beaufort)

Teunisbloempijlstaart

Het onderzoek naar teunisbloempijlstaart is gericht op het vaststellen van voortplanting. Voor teunisbloempijlstaart is er geen algemeen geaccepteerd onderzoeksprotocol beschikbaar. Er zijn verschillende methodes om teunisbloempijlstaart te inventariseren. In de volgende alinea is de keuze van gebruikte methode onderbouwd.

17/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Imago’s van teunisbloempijlstaart zijn zeer mobiel en worden in minder mate aangetrokken tot licht. Een vondst van een imago hoeft niks te zeggen over de aan- of afwezigheid van voortplanting. Eieren zoeken is zeer tijdrovend en de kans is groot dat er eieren gemist worden door het onopvallende uiterlijk en geringe afmetingen. Het zoeken naar poppen van teunisbloempijlstaart is niet wenselijk, omdat hierbij geschikt leefgebied vernietigd moet worden en poppen beschadigd kunnen worden. Rupsen zijn relatief groot en zijn in de geschikte periode voornamelijk op de waardplant aanwezig. Zeker in een later vervellingstadium zijn de rupsen relatief opvallend aanwezig op de waardplant. Naast fysieke aanwezigheid, verraden de rupsen zich door vraatsporen en uitwerpselen. Een inventarisatie gericht op rupsen is de meest betrouwbare werkwijze om voortplanting van teunisbloempijlstaart aan te tonen dan wel uit te sluiten. Het onderzoek is afgestemd op de meest gunstige periode om rupsen aan te treffen. Zo blijkt uit gegevens van De Vlinderstichting dat de piek wanneer de meeste rupsen worden aangetroffen, de periode half juni tot en met half augustus betreft (figuur 4.5). Eind augustus is er een verhoging in het aantal waarnemingen te zien, echter wordt deze veroorzaakt door rupsen die op zoek zijn naar een plek om te verpoppen.

Doordat de rupsen op dat moment niet aanwezig zijn op de waardplant en gericht zoeken dus onmogelijk is, is dit geen geschikte periode om te inventariseren. Om de trefkans te maximaliseren en een optimale spreiding in de gunstige onderzoekperiode (halverwege juni tot halverwege augustus) te krijgen, is gekozen voor drie inventarisatiemomenten met een tussenperiode van minimaal tien dagen. De data en weersomstandigheden zijn weergegeven in tabel 4.7. Tijdens de inventarisatie is het gehele plangebied waar waardplanten (teunisbloemen, basterdwederiken, grote kattenstaart en wilgenroosje) voorkomen onderzocht op rupsen van teunisbloempijlstaart. Het plangebied is daarbij systematisch afgelopen en elke waardplant is daarbij gecontroleerd op vraatsporen, uitwerpselen en rupsen. Wanneer er vraatsporen en/of uitwerpselen zijn aangetroffen is de betreffende waardplant met extra aandacht geïnspecteerd op rupsen. Alleen bij het aantreffen van rupsen wordt uitgegaan van een voortplantingsplaats. Vraatsporen en uitwerpselen kunnen namelijk ook van andere insecten of slakken afkomstig zijn. Door bovenstaande methode te volgen, is een volledig beeld ontstaan of het plangebied wordt gebruikt als voortplantingslocatie door teunisbloempijlstaart.

18/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 4.5 Weergave wanneer de meeste rupsen worden aangetroffen (De Vlinderstichting, 2021) Tabel 4.7 Bezoekgegevens en weersomstandigheden van het onderzoek naar teunisbloempijlstaart Datum

Tijd

Temperatuur

Windrichting

24 juni 2022

09:00 – 13:00

Neerslag

Bewolking

22

Zuidwest

2

Droog

Half bewolkt

24 juli 2022

11:00 – 17:00

25

5 augustus 2022

09:00 – 12:00

21

Noordoost

3

Droog

Onbewolkt

Noordwest

2

Droog

Bewolkt

(Celsius)

Windkracht (Beaufort)

5 Resultaten en effectbeoordeling In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het uitgevoerde onderzoek uitgewerkt. Tevens is bepaald wat de effecten van de beoogde ontwikkeling zijn op de aangetroffen soorten en functies en of/welke verbodsbepalingen (mogelijk) worden overtreden.

5.1

Blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk

Tijdens het onderzoek naar flora zijn meerdere groeiplaatsen van grote leeuwenklauw aangetroffen. De groeiplaatsen bevinden zich langs onverharde paden en in open plekken in grasland. In figuur 5.1 zijn de groeiplaatsen op kaart weergegeven. In totaliteit gaat het om circa 25.060 exemplaren waarbij de grootste groeiplaats naar schatting 25.000 exemplaren betreft. Door de droge zomer waren veel planten afgestorven, waardoor de determinatie is bemoeilijkt. Daarom is een steekproef genomen van de uitgedroogde exemplaren. Van circa vijf exemplaren zijn verspreid over de grote groeiplaats monsters genomen van de gedroogde bloemen en nootjes. Bloemen van grote leeuwenklauw zijn 1,8 tot 2,7 millimeter lang en van kleine leeuwenklauw 1,2 tot 1,8 millimeter. Nootjes van grote leeuwenklauw zijn 1,2 tot 1,4 millimeter lang en van kleine leeuwenklauw 0,8 tot 1,2 millimeter lang (van der Meijden, 2005). De opgemeten bloemen van de monsters uit het plangebied hadden allemaal een minimale lengte van de bloemen van 2 millimeter. De nootjes van de monsters hadden allemaal een lengte tussen de 1,2 en 1,4 millimeter. Op basis van deze steekproef betreffen alle aangetroffen leeuwenklauwen in het plangebied grote leeuwenklauwen. In figuur 5.2 is een foto opgenomen van een vitaal exemplaar in het plangebied.

19/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

De beoogde ontwikkeling zorgt ervoor dat delen van de groeiplaats van grote leeuwenklauw verloren gaan. Mogelijk dat een delen van groeiplaatsen behouden kunnen blijven door aanpassing van plannen, echter zullen ook groeiplaatsen op terrein dat momenteel in bruikleen is worden teruggegeven aan de rechtmatige perceeleigenaar. Doordat er een verandering van eigenaar en mogelijk ook gebruik plaatsvindt wordt ervan uit gegaan dat deze groeiplaatsen ook verloren gaan. Het vernietigen van een groeiplaats van grote leeuwenklauw is in strijd met de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub c. Voor het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangaande grote leeuwenklauw nodig. In het plangebied zijn geen exemplaren van blauw guichelheil en kleine wolfsmelk aangetroffen. Tijdens de uitvoering van de beoogde ontwikkeling worden aangaande deze soorten geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen betreffende blauw guichelheil en kleine wolfsmelk zijn niet nodig.

Figuur 5.1 Locaties waar groeiplaatsen van grote leeuwenklauw aanwezig zijn. Per groeiplaats is aangegeven hoe groot de groeiplaats ongeveer is

20/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 5.2 Vitaal exemplaar van grote leeuwenklauw in het plangebied

5.2

Steenmarter en boommarter

Uit het onderzoek met cameravallen blijkt dat gedurende de hele onderzoeksperiode beeldregistraties van steenmarter zijn gemaakt. Een overzicht van de waarnemingen staan weergegeven in tabel 5.1. In totaal zijn er 120 beeldregistraties van steenmarter gemaakt. Op verschillende momenten zijn er meerdere individuen gelijktijdig vastgelegd. De registraties zijn voornamelijk gemaakt direct aan de westzijde van de schuur in het plangebied. Figuur 5.3 geeft een voorbeeld van één van vele de beeldregistraties die zijn gemaakt. Aanvullend op het onderzoek met cameravallen zijn tijdens het veldwerk voor vleermuizen ook steenmarters waargenomen. De waarnemingen zijn hieronder opgesomd:  16 juni 2022, 1 volwassen exemplaar dood als verkeersslachtoffer op de Nieuweweg grenzend aan het plangebied  

Op 12 juli 2022, 1 exemplaar lopend over het dak van de schuur in het plangebied 16 augustus 2022, 1 exemplaar schrok van de aanwezige ecoloog en verbleef gedurende het onderzoek luidruchtig ten noorden van de schuur in de bosschage en verscheen een enkele keer op de materialen die vóór de bosschage zijn opgeslagen. Mogelijk dat ook kortstondig een tweede exemplaar aanwezig was

21/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Aan de binnenzijde van de schuur zijn op enkele plekken gaten zichtbaar in de onderste daklaag. Mogelijk dat steenmarter dit heeft gecreëerd. Gelet op de vele waarnemingen rond de schuur, de eenmalige waarneming van de steenmarter op het dak en de sporen in de daklaag kan geconcludeerd worden dat er een voortplantingslocatie van steenmarter aanwezig is in de daklaag van de schuur. In figuur 5.4 is op kaart weergegeven waar de verblijfplaats zich in het plangebied bevindt. De beoogde ontwikkeling zorgt ervoor dat één voortplantingslocatie van steenmarter verloren gaat. Het vernietigen van een voortplantingslocatie van steenmarter is in strijd met de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b. Er dienen ook maatregelen getroffen te worden om het doden van steenmarter te voorkomen (overtreding Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub a). Voor het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangaande steenmarter nodig. Boommarter is niet aangetroffen in het plangebied. Er zijn geen voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van boommarter aanwezig in het plangebied. Bij uitvoering van de beoogde ontwikkeling worden aangaande boommarter geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen voor boommarter is niet nodig. Tijdens het onderzoek is ook vijfmaal eekhoorn vastgelegd om camera 80.

Het voorkomen van deze beschermde soort was reeds bekend (TAUW, 2022), maar wordt voor de volledigheid hier nog benoemd.

22/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 5.3 Drie steenmarters in één beeld nabij de schuur in het plangebied

23/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 5.4 Locatie van de verblijfplaats van steenmarter Tabel 5.1 Waarnemingen van steenmarter op de cameravallen Cam

Datum

Soort

Aantal

Gedrag

40

27-05-22 2:31

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

27-05-22 2:32

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

29-05-22 3:52

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

29-05-22 3:57

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noord

40

29-05-22 3:57

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

29-05-22 4:14

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noord

40

29-05-22 10:47

Steenmarter

1

Verplaatsend richting oost

40

1-06-22 4:49

Steenmarter

1

Ter plaatse

77

27-05-22 2:04

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordoost

77

30-05-22 3:31

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

27-05-22 3:12

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

27-05-22 3:22

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidwest

78

29-05-22 3:47

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

78

29-05-22 4:11

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

1-06-22 4:35

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

1-06-22 4:48

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

6-06-22 4:15

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

9-06-22 2:36

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

24/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Cam

Datum

Soort

Aantal

Gedrag

78

11-06-22 2:54

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

12-06-22 0:57

Steenmarter

3

Verplaatsend richting noordwest

78

13-06-22 4:19

Steenmarter

1

Ter plaatse

80

25-05-22 21:55

Steenmarter

1

Ter plaatse

80

26-05-22 1:07

Steenmarter

1

Foeragerend

80

30-05-22 4:04

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidwest

80

31-05-22 3:57

Steenmarter

1

Ter plaatse

80

6-06-22 22:45

Steenmarter

1

Ter plaatse

80

7-06-22 21:43

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

40

14-06-22 3:46

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

22-06-22 2:58

Steenmarter

1

Foeragerend

40

25-06-22 1:59

Steenmarter

1

Ter plaatse

40

25-06-22 3:57

Steenmarter

3

Foeragerend

40

28-06-22 4:11

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

40

28-06-22 23:22

Steenmarter

1

Foeragerend

40

7-06-22 2:16

Steenmarter

1

Foeragerend

40

7-06-22 3:40

Steenmarter

1

Foeragerend

40

8-07-22 2:04

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

77

14-06-22 3:49

Steenmarter

1

Foeragerend

77

17-06-22 3:47

Steenmarter

1

Foeragerend

77

20-06-22 4:08

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

14-06-22 3:32

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

14-06-22 3:38

Steenmarter

1

Foeragerend

78

14-06-22 3:41

Steenmarter

1

Foeragerend

78

14-06-22 3:44

Steenmarter

1

Foeragerend

78

16-06-22 1:53

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

16-06-22 1:54

Steenmarter

2

Foeragerend

78

16-06-22 1:55

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

22-06-22 2:52

Steenmarter

3

Foeragerend

78

22-06-22 2:53

Steenmarter

2

Foeragerend

78

22-06-22 2:54

Steenmarter

3

Derde marter komt aanlopen vanaf noord

78

22-06-22 3:07

Steenmarter

1

Verplaatsend richting oost

78

24-06-22 23:42

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

25-06-22 2:39

Steenmarter

1

Foeragerend

78

26-06-22 22:53

Steenmarter

1

Foeragerend

78

26-06-22 22:57

Steenmarter

2

Tweede marter komt aanlopen vanaf west

78

26-06-22 22:57

Steenmarter

1

Eerste marter loopt weg richting west

78

26-06-22 22:58

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

26-06-22 23:03

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

26-06-22 23:09

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

28-06-22 23:07

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

25/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Cam

Datum

Soort

Aantal

Gedrag

78

28-06-22 23:10

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

29-06-22 3:32

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidwest

78

29-06-22 3:39

Steenmarter

1

Foeragerend

78

29-06-22 3:44

Steenmarter

1

Spelend (?)

78

29-06-22 3:45

Steenmarter

2

Tweede marter komt aanspringen vanaf zuid

78

29-06-22 3:46

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

29-06-22 3:46

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

29-06-22 3:49

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

29-06-22 3:52

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

29-06-22 22:45

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

30-06-22 0:09

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

30-06-22 0:31

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

30-06-22 1:17

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

30-06-22 1:33

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

30-06-22 3:58

Steenmarter

2

Spelend

78

30-06-22 4:36

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

30-06-22 23:36

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

1-07-22 2:22

Steenmarter

1

Foeragerend

78

1-07-22 3:05

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

1-07-22 3:10

Steenmarter

1

Foeragerend

78

1-07-22 3:20

Steenmarter

1

Foeragerend

78

1-07-22 3:36

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

1-07-22 3:47

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

1-07-22 4:04

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

1-07-22 22:43

Steenmarter

2

Vachtverzorging bij elkaar

78

1-07-22 23:31

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

2-07-22 23:11

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

3-07-22 2:31

Steenmarter

1

Foeragerend

78

3-07-22 2:34

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

3-07-22 2:52

Steenmarter

2

Foeragerend

78

3-07-22 22:29

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

3-07-22 22:31

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

3-07-22 22:32

Steenmarter

1

Foeragerend

78

3-07-22 22:35

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

3-07-22 22:42

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

78

4-07-22 1:33

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noord

78

4-07-22 3:32

Steenmarter

1

Foeragerend

78

4-07-22 22:53

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidwest

78

5-07-22 3:49

Steenmarter

1

Foeragerend

78

5-07-22 5:02

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidwest

78

6-07-22 3:09

Steenmarter

1

Foeragerend

26/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Cam

Datum

Soort

Aantal

Gedrag

78

6-07-22 3:56

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

6-07-22 22:38

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

8-07-22 0:54

Steenmarter

1

Foeragerend

78

8-07-22 2:12

Steenmarter

1

Foeragerend

78

8-07-22 4:03

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

78

8-07-22 4:08

Steenmarter

1

Foeragerend

78

8-07-22 22:25

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

9-07-22 2:08

Steenmarter

1

Ter plaatse

78

9-07-22 5:45

Steenmarter

1

Foeragerend

78

9-07-22 5:56

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

78

9-07-22 5:57

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

9-07-22 22:58

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

78

9-07-22 22:59

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

9-07-22 23:41

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuidoost

78

10-07-22 22:34

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

78

11-07-22 22:29

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

78

12-07-22 1:52

Steenmarter

1

Verplaatsend richting noordwest

79

3-07-22 3:31

Steenmarter

1

Verplaatsend richting west

80

18-06-22 1:21

Steenmarter

1

Verplaatsend richting zuid

80

22-06-22 4:35

Steenmarter

1

Foeragerend

5.3

Grote bosmuis

Tijdens het onderzoek naar grote bosmuis is eenmaal een grote bosmuis gevangen (zie figuur 5.5). Overige gevangen soorten betreffen gewone bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis en dwergmuis. In tabel 5.2 zijn de resultaten per controleronde en raai weergegeven. Hierbij zijn alleen de aantallen van grote bosmuis en gewone bosmuis weergegeven. Omdat grote bosmuis gewone bosmuis weg kan concurreren kan de verhouding tussen deze soorten iets zeggen over de dichtheid van grote bosmuis in het plangebied. Uit de resultaten valt op te maken dat slechts eenmaal grote bosmuis is gevangen. Dat grote bosmuis in lage aantallen aanwezig is, wordt bevestigd door de hoge aantallen gewone bosmuizen. Indien er veel grote bosmuizen aanwezig zouden zijn, hadden lagere aantallen gewone bosmuizen gevangen moeten worden. Op deze manier is op twee manieren geverifieerd dat grote bosmuis in (zeer) lage aantallen voorkomt in het plangebied.

27/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Hoewel er weinig individuen van grote bosmuis voorkomen, blijft het onderzoek een steekproef en kunnen er meerder grote bosmuizen voorkomen. Het plangebied behoort dan ook tot leefgebied van minimaal één individu, maar mogelijk ook enkele individuen. Het is hierdoor aannemelijk dat er één of meerdere verblijfplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. De exacte verblijfplaats is niet vast te stellen, waardoor ervan uit gegaan moet worden dat deze overal in het plangebied voor kan komen. Het kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat er door de beoogde ontwikkeling voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van grote bosmuis verloren gaan. Het vernietigen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van grote bosmuis is in strijd met de Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b. Er dienen ook maatregelen getroffen te worden om het doden van grote bosmuis te voorkomen (overtreding Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub a). Voor het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangaande grote bosmuis nodig.

Figuur 5.5 De grote bosmuis die is gevangen in het plangebied. Op de linker foto is de bruine borstband die volledig doorloopt over de borst goed te zien. Op de rechter foto is de scherpe overgang van rug- naar buikkleur te zien. De buik is zuiver wit

28/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Tabel 5.2 Onderzoeksresultaten van het onderzoek naar grote bosmuis (GR). Ook zijn de aantallen gevangen gewone bosmuis weergegeven (GE). M = middag, a = avond en o = ochtend Controle-

Raai

Raai

Raai

Raai

Raai

Raai

Totaal in

moment

1

2

3

4

5

6

plangebied

1 (a)

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 4*

GE: 2

GE: 0

GE: 3

GE: 2

GE: 3

GE: 14

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 6

GE: 0

GE: 1

GE: 5

GE: 5

GE: 2

GE: 19

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GR: 0

GR: 1

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 1

GE: 2

GE: 0

GE: 0

GE: 2

GE: 1

GE: 1

GE: 6

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 3

GE: 2

GE: 2

GE: 2

GE: 1

GE: 0

GE: 10

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GE: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GE: 1

GE: 0

GE: 1

GE: 1

GE: 3

GE: 1

GE: 7

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

2 (o) 3 (m) 4 (a) 5 (o) 6 (m) 7 (a) 8 (o)

GE: 5

GE: 4

GE: 2

GE: 3

GE: 4

GE: 2

GE: 0

Hoogste

GR: 0

GR: 1

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 1

aantal

GE: 6

GE: 4

GE: 2

GE: 5

GE: 5

GE: 3

GE: 25

Totaal

GR: 0

GR: 1

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 0

GR: 1

GE: 21

GE: 8

GE: 7

GE: 16

GE: 16

GE: 9

GE: 77

* Exclusief drie bosmuis spec.die ontsnapt zijn tijdens het openen van de muizenval

5.4

Vleermuizen

5.4.1 Verblijfplaatsen Tijdens de vijf veldbezoeken zijn in de schuur in het plangebied geen verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Wel zijn diverse soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en Myotis spec. kortstondig foeragerend en passerend waargenomen. Omdat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen, worden er geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen betreffende verblijfplaatsen van vleermuizen is niet nodig.

29/41

Kenmerk

5.4.2

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Vliegroutes

Tijdens het onderzoek naar vliegroutes is er weinig activiteit van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het eerste bezoek met de focus op de mogelijke vliegroute zijn vier vleermuizen op vliegroute vastgesteld. De soorten die gebruik maakten van de bomenrij langs de sportvelden waren gewone dwergvleermuis (één individu) en laatvlieger (drie individuen). Tijdens het tweede bezoek zijn drie soorten op vliegroute vastgesteld, namelijk gewone dwergvleermuis (twee individuen), ruige dwergvleermuis (één individu) en gewone grootoorvleermuis (één individu). Gelet op de zeer lage aantallen vleermuizen die op vliegroute waren én dat er een alternatieve route is via de oostkant van de sportvelden gebruikt kan worden, wordt de vliegroute niet aangemerkt als essentieel onderdeel van verblijfplaatsen in de omgeving. Hierdoor worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen voor vliegroutes van vleermuizen is niet nodig.

5.5

Jaarrond beschermde vogels

5.5.1 Sperwer Tijdens het onderzoek naar sperwer is tijdens de drie bezoeken geen sperwer waargenomen. Er zijn geen nestlocaties en bijbehorende functionele leefomgeving van sperwer aanwezig. Bij het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling worden aangaande sperwer geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen betreffende nestlocaties en de functionele leefomgeving van sperwer is niet nodig. 5.5.2 Uilen Tijdens het onderzoek zijn meerdere steenuilen waargenomen rond het plangebied. In figuur 5.6 is weergegeven op welke locaties de steenuilen aanwezig waren. Langs de Nieuweweg is een territoriale steenuil aangetroffen bij een nestkast in een hoogstamboomgaard. Alle steenuilen bevonden zich op meer dan 100 meter afstand van het plangebied. Er zijn geen steenuilen binnen de grenzen van het plangebied (foeragerend) waargenomen. Gelet op de afstand tot het plangebied én dat het overgrote deel van de bosschages (waar muizen zich voortplanten en dus enige invloed heeft op de voedselvoorziening van steenuil) behouden blijft, zijn er geen negatieve effecten op steenuilen die in de omgeving van het plangebied een territorium hebben. Tijdens het veldbezoek voor de quickscan (TAUW, 2022) was een steenuilenkast aanwezig aan de noordkant van het plangebied. Deze is voor de start van het uilenonderzoek door Louis Venhorst & Zonen Vastgoed B.V.

in overleg met de lokale uilenwerkgroep weggehaald en niet direct teruggeplaatst. TAUW heeft onafhankelijk bij de uilenwerkgroep geverifieerd wat de functie van deze kast was voor steenuil. Uit het gesprek is gebleken dat steenuil jaarlijks wordt geïnventariseerd in en rond Megchelen. De betreffende steenuilenkast was in het jaar 2021 nog niet bezet. Gelet op deze informatie was de verplaatsing van de steenuilenkast legaal en is er geen verdere actie nodig. De kast wordt eind 2022 op vrijwillige basis teruggeplaatst aan de noordwestkant van het plangebied, buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden.

30/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Gelet op het uitsluiten van effecten van de beoogde ontwikkeling op steenuilen in de omgeving en het feit dat de verwijderde steenuilenkast niet bezet was, worden er geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming aangaande steenuil overtreden. Bij uitvoering van de beoogde ontwikkeling zijn geen vervolgstappen voor steenuil nodig. In en om het plangebied zijn tijdens de drie avondbezoeken geen kerkuil en ransuil waargenomen. Wel is ransuil eenmalig passerend waargenomen ten westen van de sportvelden tijdens het vleermuisbezoek op 16 juni 2022. Deze vogel kwam niet uit het plangebied en verdween direct weer uit het plangebied. Gelet hierop en de afwezigheid van ransuil tijdens de inventarisatie naar uilen was dit slechts een incidentele waarneming. Er zijn geen beschermde functies van kerkuil en ransuil aanwezig in het plangebied. Bij uitvoering van de beoogde ontwikkeling worden aangaande kerkuil en ransuil geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Het nemen van vervolgstappen betreffende nestlocaties, rustlocaties en/of de functionele leefomgeving van kerkuil en ransuil zijn niet nodig.

Figuur 5.6 Territoria van steenuil in de omgeving van het plangebied. Vanwege de afstand tot het plangebied is het meest noordelijk en zuidelijk territorium niet exact bepaald

31/41

Kenmerk

5.6

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Teunisbloempijlstaart

Tijdens het eerste veldbezoek op 24 juni 2022 is één teunisbloempijlstaart aangetroffen op een basterdwederik. Deze bevond zich op een verhard deel naast de steenhoop ten zuiden van de schuur in het plangebied. Hoewel er grote hoeveelheden waardplanten zijn aangetroffen in het plangebied (vooral basterdwederik) zijn er geen andere rupsen tijdens dit veldbezoek gevonden. Figuur 5.7 geeft de teunisbloempijlstaart op basterdwederik en het habitat weer. Op 12 juli 2022 is na het ochtendbezoek voor vleermuizen is de betreffende pol basterdwederik opnieuw bekeken. Er is toen een nieuwe rups aangetroffen op dezelfde plant. Omdat er bijna drie weken verstreken waren en de nieuwe rups in hetzelfde vervellingsstadium zat als de eerste vondst, kan vastgesteld worden dat het een tweede individu betreft. Teunisbloempijlstaart doorloopt de rupscyclus binnen drie weken en gaat dan verpoppen in de omgeving. Indien de tweede vondst hetzelfde individu zou zijn, zou de rups in het vijfde vervellingstadium moeten zitten en bruin gekleurd moeten zijn. Dat was niet het geval. Tijdens het tweede en derde veldbezoek zijn geen rupsen van teunisbloempijlstaart aangetroffen. Figuur 5.8 geeft op kaart weer waar de rupsen zijn aangetroffen. Omdat er rupsen zijn aangetroffen is er voortplanting van teunisbloempijlstaart vastgesteld.

Dit betekent ook dat poppen van teunisbloempijlstaart in het plangebied overwinteren. Overwintering gebeurt in de strooisellaag of tot vijf centimeter in de bodem. Het is niet exact vast te stellen waar de overwintering plaatsvindt. Het hele plangebied (op enkele verharde delen na) is geschikt voor overwintering. Er dient dus vanuit gegaan te worden dat overal in het plangebied overwintering plaats kan vinden. Gelet op het voorkomen van teunisbloempijlstaart en daarmee de aanwezigheid van voortplantingshabitat en overwinteringshabitat is de beoogde ontwikkeling in strijd met de Wet natuurbescherming (artikel 3.5, lid 2 en 4). Deze zorgt namelijk dat voortplantings- en overwinteringsplaatsen aangetast of vernietigd kunnen worden Ook dient het doden van teunisbloempijlstaart voorkomen te worden (Wet natuurbescherming, artikel 3.5, lid 1). Voor het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangaande teunisbloempijlstaart nodig.

32/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Figuur 5.7 Links de teunisbloempijlstaart en rechts het verharde habitat met een pol basterdwederik (roodgroen gekleurd op de voorgrond) waar twee rupsen op zijn aangetroffen

Figuur 5.8 Locatie waar de rupsen van teunisbloempijlstaart zijn aangetroffen en het gebied binnen en tussen plangebiedsgrenzen wat geschikt is voor overwintering

33/41

Kenmerk

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

6 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een eventuele ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden.

6.1

Soorten waarvoor al dan niet een ontheffing nodig is

Uit het nader onderzoek blijkt dat het voorkomen van blauw guichelheil, kleine wolfsmelk, boommarter, verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen, sperwer, kerkuil is uitgesloten. Negatieve effecten zijn uitgesloten en vervolgstappen zoals het treffen van mitigerende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming is voor deze soorten niet nodig. Steenuil en ransuil zijn tijdens nader onderzoek aangetroffen. Voor steenuil gaat het om territoria op voldoende afstand van het plangebied, waardoor de beoogde ontwikkeling geen invloed heeft op eventuele nest- en rustlocaties binnen de territoria. Voor ransuil zijn er geen beschermde functies in de omgeving vastgesteld, er is alleen een zwervend individu gepasseerd tijdens het onderzoek. Negatieve effecten op steenuil en ransuil zijn dan ook uitgesloten en een ontheffing van de Wet natuurbescherming is voor steenuil en ransuil niet nodig. In het plangebied zijn tijdens het nader onderzoek wel beschermde soorten en bijbehorende leefgebiedfuncties vastgesteld. Negatieve effecten op deze soorten kunnen niet met zekerheid worden uitgesloten. Er zijn mitigerende maatregelen nodig en er moet een ontheffing worden aangevraagd. In de volgende opsomming zijn de soorten en functies opgesomd.  Groeiplaatsen van grote leeuwenklauw (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub c)   

Verblijfplaats van steenmarter (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b) Leefgebied van grote bosmuis (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b) Voortplantingslocatie van teunisbloempijlstaart (Wet natuurbescherming, artikel 3.5, lid 2 en 4)

Naast bovengenoemde soorten was het voorkomen van eekhoorn reeds bekend. Ook wordt ervan uit gegaan dat bunzing en wezel aanwezig zijn in het plangebied. Voor deze soorten zijn de volgende functies relevant.  Verblijfplaatsen van eekhoorn (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b)  Leefgebied van bunzing (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b) 

6.2

Leefgebied van wezel (Wet natuurbescherming, artikel 3.10, lid 1, sub b)

Ontheffingsaanvraag

Een ontheffing kan alle worden verkregen als:  Het belang dat de beoogde ontwikkeling dient en een overtreding rechtvaardigt  De staan van instandhouding van de soorten niet verslechterd 

Uit een alternatievenafweging blijkt dat er ten aanzien van bijvoorbeeld de locatie, planning, inrichting en ontwerp en werkwijze geen reële opties zijn die gunstiger uitpakken voor benadeelde soorten

34/41

Kenmerk

6.2.1

R005-1281765VSX-V01-pws-NL

Onderbouwing wettelijk belang

Teunisbloempijlstaart is beschermd via artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling minstens één van de volgende belangen dient:   

Volksgezondheid of de openbare veiligheid Andere dwingende redenen van groot openbaar belang Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of andere vormen

 

van eigendom Bescherming van flora- en fauna of voor de instandhouding van natuurlijke habitats Onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie

Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben

Grote leeuwenklauw, steenmarter, eekhoorn, bunzing, wezel en grote bosmuis is beschermd via artikel 3.10. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling minstens één van de volgende belangen dient:   

Volksgezondheid of de openbare veiligheid Andere dwingende redenen van groot openbaar belang Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of andere vormen

 

van eigendom Bescherming van flora- en fauna of voor de instandhouding van natuurlijke habitats Onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie

Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4641/documents/26695