CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

RIR2 - Bijlage Bestemmingsplan Kom Etten.pdf

Raadsvergadering 16 februari 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Kom Etten locatie Dorpsstraat 2622.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 waarschijnlijk veel sneller weer nieuwe werkzaamheden nodig waarbij er mogelijk weer verstoring van de verblijfplaatsen zou plaats vinden. Voorafgaand aan de sloop zijn alle mitigerende maatregelen functioneel. De aanwezige voortplantingsen vaste rust- en verblijfplaatsen worden voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt waardoor doden of verwonden van individuen is uitgesloten. Door het treffen van deze maatregelen wordt voorkomen dat er schadelijke effecten ontstaan op (individuen van) de aangetroffen beschermde soorten. De huidige werkwijze is daarom het meest optimaal. Er zijn in ecologisch opzicht geen werkwijzen die gunstiger zijn. In de uitvoeringsplanning is rekening gehouden met de aangetroffen ecologische waarden. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden in de minst kritische periode ongeschikt gemaakt. Ook zullen de eerste permanente voorzieningen al relatief vroeg in het proces geleidelijk beschikbaar komen. Een alternatieve, meer gunstige planning is voor dit project dus niet van toepassing.

In bijlage 3 wordt door tabellen de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger in de planningsfase van de ingreep beoordeeld voor de volgende situaties: De huidige situatie voor de werkzaamheden Op korte termijn startfase werkzaamheden Op korte termijn eindfase werkzaamheden Op de langere termijn na de werkzaamheden Voor alle vleermuissoorten wordt er op lange termijn een groei van de lokale populatie verwacht aangezien er in de gerenoveerde woningen binnen het plangebied wordt ingezet op volledige mitigatie. Hierdoor blijft de staat van instandhouding van deze diersoorten gewaarborgd en zelfs verstevigd.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1

Wettelijk kader

De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.3.2

Resultaten onderzoek

Voorliggend initiatief voorziet deels in een functiewijziging van horeca naar wonen. Op het perceel was daarnaast een bedrijfswoning aanwezig. Ten aanzien van het initiatief zal zullen er geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De planologisch geldende functie van de locatie betreft bovendien eveneens een milieugevoelige functie, aangezien ook hierbij meerdere personen voor langere tijd in het pand aanwezig kunnen zijn. Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen bekend of bekende locaties van ernstige bodemverontreiniging die met spoed moeten worden gesaneerd. Er is in mei 2021 een bodemonderzoek uitgevoerd door Sweco Arnhem, zie bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek. Hieruit bleken de volgende resultaten: In het grondwater is alleen barium licht verhoogd In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond In het mengmonster van de bovengrond (inpandig) is licht verhoogd gehalte aan kwik gemeten In het mengmonster van de bovengrond (buiten) zijn licht verhoogde gehalten gemeten aan kobalt, kwik, lood, nikkel, zink en PAK Uit de aangetoonde resultaten is gebleken dat bodemsanering niet noodzakelijk is voor de beoogde nieuwbouw.

TOELICHTING (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

4.3.3

Conclusie

Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief.

4.4

Cultuurhistorie en archeologie

4.4.1

Wettelijk kader

Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.4.2

Cultuurhistorie

Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.4.3

Archeologie

Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. De aanwezigheid van rivierduinafzettingen en de aanwezigheid van een tufstenen kerk uit het begin van de Late Middeleeuwen geeft binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting. Kerken lagen meestal niet in het landschap, maar werden vaak nabij nederzettingen gesticht. Tevens is het mogelijk (funderings-)resten van de kerk en het mogelijk bijbehorende grafveld direct ten oosten van het plangebied aan te treffen (Archis2-waarnemingsnumer 56.085).

30

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

Figuur 4.3: Aanduiding Dorpsstraat 26 Etten, Archeologische waardenkaart Oude IJsseltreek Op de archeologische waardenkaart van Oude IJsselstreek heeft Etten een hoge archeologische verwachtingswaarde en is de Dorpsstraat gelegen in de historische dorpskern (van +/- rond 1850). Voor projecten gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 250 m2 en ondieper dan 30 centimeter. Het terrein is reeds bebouwd. Deze bebouwing zal gesloopt worden waarop nieuwbouw plaatsvindt; pand van 220m2 en pand van 210m2 . De meeste grond is in het verleden al geroerd, maar onder de bestaande bebouwing kan nog een archeologische vindplaats aanwezig zijn, zoals de fundamenten van de kerk die hier heeft gestaan In het nieuwe plan valt slechts 37m2 buiten de bestaande bebouwing. Doordat de percelen gelegen aan de Dorpsstraat een hoge archeologische verwachting bevatten is er een archeologisch bureauonderzoek door Synthegra uitgevoerd (bijlage 5: Archeologisch bureauonderzoek). Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals aangegeven nader archeologisch onderzoek geadviseerd voor een gedeelte van het plangebied mits hier bepaalde ingrepen zullen plaatsvinden.

Figuur 4.4: Advieskaart vervolgonderzoek Synthegra Archeologisch vervolgonderzoek is noodzakelijk in de vorm van archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop en verdere graafwerkzaamheden: In de rode zone (op afbeelding 2) vanaf maaiveld. In de oranje zone vanaf 75 cm -mv. In de groene zone vanaf 130 cm -mv. De ingrepen op de oranje en rode delen zullen bestaan uit ingrepen dieper dan 1 meter -mv. Hierdoor is vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding conform het protocol proefsleuvenonderzoek (AB-IVO-P) noodzakelijk, om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor deze archeologische begeleiding conform het protocol proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Het PvE is toegevoegd als

TOELICHTING (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 bijlage 6 Archeologisch PvE. 4.4.4

Conclusie

Voorts vindt de ontwikkeling plaats in een archeologisch gebied met hoge waarde. Door de te verrichten grondroerende werkzaamheden is aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk dat volgens het PvE zal worden uitgevoerd.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Wettelijk kader

Wet milieubeheer Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van de luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). In de Wet milieubeheer zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Omdat titel 5.2 van de Wm ingaat op de luchtkwaliteit, staat dit ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Hierin wordt gesteld dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:

van

de plannen leiden niet tot het overschrijden van een grenswaarde; de luchtkwaliteit verbetert tengevolge van de plannen (per saldo) of blijft ten minste gelijk; de plannen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. De AMvB en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als NIBM moet worden beschouwd.

Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij ontsluitingsweg. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Tevens is in artikel 5 van het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

32

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

4.5.2

Beoordeling

Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op de Atlas Leefomgeving van de Rijksoverheid. Stof

Jaar 2018

Jaar 2020

NO2

18,3

3

14,5

3

PM10

18,6

3

15,3

3

PM2,5

11,6

3

8,7

3

Grenswaarde

Advieswaarde

40

3

10

3

40

3

15

3

20

3

5

3

Figuur 4.5: Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In de huidige situatie aan de Dorpsstraat liggen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden en in het geval van PM10 precies op de advieswaarde. Voor wat betreft NO2 en PM2,5 geldt dat er niet wordt voldaan aan de advieswaarde, maar zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.5.3

Conclusie

Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie.

4.6

Parkeren en verkeer

4.6.1

Parkeren

Het huidige aantal parkeerplaatsen kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. De gemeente gaat daarbij uit van de maximale parkeernormen. Het plangebied wordt gekenmerkt als de rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied. Voor de huidige functie zalencentrum Koster valt deze in te delen onder de categorie Hiervoor een geldt een parkeernorm van 6 tot 8 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. In de gewenste situatie, ongeveer 800 m2 bvo komt de totale parkeerbehoefte dan ook uit op 64 parkeerplaatsen. Daarnaast komen er nog gemiddeld 2 parkeerplaatsen bij ten behoeve van de bedrijfswoning. Als er uitgegaan wordt van de maximale parkeernorm zullen er dus zo'n 66 parkeerplaatsen benodigd zijn voor de huidige situatie. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan ook via het CROW 381 worden berekend. Er wordt in de nieuwe situatie voorzien in 12 appartementen, rest bebouwde kom in een matig stedelijk gebied. Voor koopappartementen uit het middensegment geldt een maximale parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per appartement. Voor huurappartementen uit het middensegment geldt een maximale parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per appartement. Bij het realiseren van 12 koopappartementen zullen er 26,4 parkeerplaatsen nodig zijn en bij 12 huurappartementen 21,6. Als er een vergelijk wordt gemaakt tussen TOELICHTING (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 de huidige en toekomstige situatie is te concluderen dat de parkeerdruk aanzienlijk afneemt met zo'n 40 parkeerplaatsen. Er zijn op dit moment 14 parkeerplaatsen in het ontwerp opgenomen. Gezien de appartementen met name gericht zijn op senioren, is het aannemelijk dat er met een lagere norm kan worden gerekend. Wel zouden er vanuit praktisch oogpunt meer dan twee bezoekersplaatsen wenselijk zijn. Deze kunnen in de reeds aanwezige parkeervakken in de openbare ruimte worden opgevangen. De mogelijkheden zijn opgenomen in de Parkeerbalans (bijlage 7). Per saldo zal de parkeerdruk ten opzichte van de huidige bestemming aanzienlijk afnemen. 4.6.2

Verkeer

Het plangebied wordt in de toekomstige situatie ontsloten via de Oldenhove. De Dorpsstraat en de Oldenhove zijn beiden 30 km/u wegen. De verkeersgeneratie kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. Er staat geen aanduiding voor de verkeersaantrekkende werking van een vermeldt. In de gewenste situatie, twaalf appartementen, valt wel een verkeersgeneratie af te lezen. Voor een middensegment koopappartement op deze locatie (rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied) is de verwachte verkeersgeneratie 5,2 tot 6,0 mvt/etmaal per woning. Dit komt in totaal neer op een verkeersaantrekkende werking van 62,4 tot 72 mvt/etmaal. Gezien de ligging van het plangebied aan de dorpsstraat en de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied wordt aangenomen dat dit niet tot problemen leidt met de verkeersafwikkeling in het plangebied. 4.6.3

Conclusie

Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en de verkeersgeneratie neemt slechts zeer beperkt toe.

4.7

Geluidhinder

4.7.1

Wettelijk kader

Wegverkeer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. 4.7.2

Onderzoek

Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein. Wel ligt het plangebied binnen de geluidzone van wegverkeer, namelijk van de Zeddamseweg. Akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting is uitgevoerd door SPA WNP. Het rapport van het onderzoek is toegevoegd als bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Onderzoeksresultaten Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe appartementengebouwen vanwege het 34

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 verkeer op de: Zeddamseweg (80 km/uur) ruim lager zal zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB; Dorpsstraat hoger is dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar ruim lager dan de maximale ontheffing zoals deze geldt voor gezoneerde wegen; Oudenhove en de Zeddamseweg (30 km/uur) ruim lager zal zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB. Omdat 30 km/uur-wegen volgens de Wet geluidhinder niet gezoneerd zijn, kan en hoeft voor de geluidbelasting van deze wegen geen hogere waarde worden verleend. De Wet geluidhinder vormt dan ook geen belemmering voor het realiseren van de nieuwe appartementengebouwen. 4.7.3

Conclusie

Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, mits er wordt voldaan aan de aanbevelingen van het akoestisch onderzoek.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

4.8.1

Wettelijk kader

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

TOELICHTING (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Figuur 4.6: Richtafstanden en omgevingstype Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 4.8.2

Beoordeling

Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het plangebied kan door naastgelegen horeca, woningen en kerk gekarakteriseerd worden als 'gemengd gebied'. De twee wooncomplexen zullen niet leiden tot overlast op de omgeving. Verder zullen de omliggende winkels en de kerk niet voor overmatige hinder zorgen op de wooncomplexen. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat vastgesteld. 4.8.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt ontwikkeling van de woningen niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening.

4.9

Externe veiligheid

4.9.1

Wettelijk kader

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze 36

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken, het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording.

Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden.

Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden.

Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft.

TOELICHTING (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

4.9.2

Beoordeling

Een woning betreft een kwetsbaar object, waardoor de gewenste ontwikkeling getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.

Figuur 4.7: Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: www.risicokaart.nl) Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving (binnen 200 meter) van het plangebied geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour. Inrichtingen In de nabijheid van het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig. Deze staat aangegeven in het rode kader met zwarte cirkels. Voor LPG-tankstations is het invloedsgebied vastgesteld op 150 meter. Bij benzineservicestations met LPG > 1000 m3/jr is de richtsafstand zelfs 200 meter. Het plangebied is gelegen op 300 meter afstand waardoor er vanuit kan worden gegaan dat er voldoende afstand is en nader onderzoek niet nodig is. Anderzijds is de voorgenomen planontwikkeling geen risicovolle inrichting in het kader van de BEVI en vormt de gewenste ontwikkeling geen gevaar voor de omgeving. 4.9.3

Conclusie

Er bestaat vanuit het thema externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

38

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

4.10

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan 'Kleine Kernen 2004' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.11

Water

4.11.1 Inleiding Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder.

4.11.2 Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet

TOELICHTING (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 moeten de provincies of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. In het Waterbeheerplan 2022-2027 zijn uitgangspunten vastgesteld die de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode tot en met 2027, met een vooruitblik richting 2050. Het waterschap zorgt voor het water in uw omgeving. Vanuit het leidend principe 'Water en mens in hun element' draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.

In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema's: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren. Gezonde leefomgeving Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid.

Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met onze partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets. Gemeente De gemeente Oude IJsselstreek heeft in 2016 het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) Oude IJsselstreek 2017-2020 vastgesteld. Het is de taak van de gemeente om voor een goede riolering te zorgen: ze hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Dit GRP geeft aan hoe zij met deze drie zorgplichten omgaan. Panden die niet op het riool zijn aangesloten, moeten aansluiten. Hierop handhaaft de gemeente. Voor nieuwbouw binnen nieuwe bestemmingsplannen moet altijd een waterparagraaf opgesteld worden, op basis van ons programma van eisen met randvoorwaarden en ontwerpgrondslagen voor het waterhuishoudkundige systeem. Met het waterschap maken we afspraken over de waterhuishouding in nieuwe gebieden en de aanleg van waterberging. We houden daarbij 10% van het bruto-oppervlak beschikbaar voor water.

Kleinschalige inbreidingen sluiten we aan op de bestaande riolering. Als het

40

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 redelijkerwijs mogelijk is, moeten particulieren het hemelwater verwerken op eigen terrein. Als dat niet kan, moeten ze hun afvalwater altijd gescheiden aanleveren aan de perceelgrens. Hemelwater moet bij voorkeur bovengronds worden gehouden. Bij grootschalige uitbreidingen wordt altijd gescheiden riolering aangelegd. Alle nieuwbouwprojecten dienen rekening te houden met een duurzame oplossing voor hemelwater conform het beleid van het Waterschap Rijn en IJssel. Hemelwater moet altijd gescheiden van het overig afvalwater worden aangeleverd aan de perceelgrens. Op drukriolering mag alleen huishoudelijk afvalwater worden geloosd, daar is het systeem op ontworpen. 4.11.3 Watertoets Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid, is de watertoets uitgevoerd. Het resultaat is als bijlage 9 Digitale watertoets bijgevoegd. Op basis van de watertoets blijkt dat de korte procedure gevolgd moet worden. Dit houdt in dat er een waterparagraaf moet worden opgenomen in het bestemmingsplan over het waterschap Rijn en IJssel, met een motivering hoe er in het plan rekening wordt gehouden met de afwatering van hemelwater en afvalwater. Waterparagraaf toekomstgericht waterbeheer Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk door de klimaatverandering.

Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerplan 2022-2027, waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap t/m 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft. Dorpsstraat 26 Etten De voorgenomen ontwikkeling met de sloop van een oud en zalencentrum en de nieuwbouw van twee appartementencomplexen (in totaal 12 appartementen) vormen geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. Er worden geen grote wijzigingen aangebracht aan het watersysteem en geen werkzaamheden in de keurzone uitgevoerd. Hierdoor is een watervergunning niet noodzakelijk.

Een toename van het afvalwater door de ontwikkeling heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen de toename van afvalwater van verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. In de milieuzone van de RWZ I of rioolgemaal worden geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. De gemeente Oude IJsseltreek en het waterschap Rijn en IJssel zijn overeengekomen dat er 20 mm hemelwater moet worden op het plangebied. De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. De bouwwijze is aangepast aan de grondwaterstand en zettingsgevoeligheid van de bodem door ophoging van het maaiveld, kruipruimteloos bouwen, waterdicht bouwen, passende fundering, etc. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen. Motivering hemelwater en afvalwater Op de betreffende locatie wordt rekening gehouden met de afwatering van het hemelwater en afvalwater.

Voor het afvalwater geldt dat er voor seniorenwoning 1,5 persoon aangehouden dient te worden, waardoor het totaal verbruik per huishouden zal bestaan uit 78.000 liter. Er zijn in totaal 12 huishoudens. De toename van het afvalwater leidt niet tot belemmeringen, doordat er op de bestaande riolering aangesloten kan worden. TOELICHTING (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

Het hemelwater, uitgaande van een bui van 20 mm, zal apart worden afgewaterd en waarvoor nog een infiltratieberekening uitgevoerd dient te worden. Hierna zal er een waterberging worden aangebracht middels infiltratiekratten (overleg gemeente). Wanneer het harder regent zal er een overloop moeten zijn om de overige toename van water te kunnen afvoeren. De plaats waar naartoe en hoe vormgegeven dient met de gemeente afgestemd te worden. De nieuwe situatie leidt tot een geringe toename van halfverharding door parkeerterrein. Verder is er geen toename in verharding door bebouwing, omdat de toekomstige bebouwing minder oppervlakte in beslag neemt dan de huidige bebouwing. Zo'n 38 m2 van het terrein blijft onverhard. 4.11.4 Conclusie Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, mits 20 mm hemelwater wordt en er een overloop wordt aangebracht. Het waterschap adviseert positief over het voornemen.

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Wettelijk kader In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het effect.

4.12.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project Het project betreft het slopen van een bedrijfswoning met van twee appartementencomplexen met parkeerplaatsen.

en zalencentrum en volledige nieuwbouw

Plaats van het project Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Etten. De dichtsbijzijnde Natura-2000 natuurgebieden zijn 'De Veluwe' en 'Rijntakken' op ca. 16 km afstand. Kenmerken van het

effect

Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een toename van verkeer en omliggende woningen, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. In het plan worden de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. 4.12.3 Conclusie De kenmerken, plaats en effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen.

42

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Voor de regels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 'Kleine Kernen 2004'. Het bestemmingsplan 'Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.

Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels.

5.2

Inleidende regels

De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 5.2.1

Begrippen

In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 5.2.2

Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.

TOELICHTING (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. 5.3.2

Bestemmingen

5.3.2.1 Wonen Binnen deze bestemming mag worden gewoond, met dien verstande dat er in een bijbehorend bouwwerk geen afzonderlijke woning mag komen. Woningen (de hoofdgebouwen) in de bebouwde kom zijn alleen mogelijk binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd. Voor woningen in het buitengebied zijn grotere bouwvlakken aangegeven en moeten zowel de woningen als de bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de grootte van de percelen en of een perceel binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Op grotere percelen in de bebouwde kom (meer dan 600 m2) is meer bebouwing toegestaan. Binnen de bestemming 'wonen' zijn -onder voorwaarden- een aantal andere functies toegestaan: a. b. c. d.

een bed & breakfast, een aan huis verbonden beroep, een aan huis verbonden bedrijf (met een vergunning). bijzondere woonvormen (met een vergunning).

Het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten aan huis is slechts toegestaan middels ontheffing. Hieraan zijn een aantal voorwaarden verbonden. Maximaal 35% van de oppervlakte van de woning tot ten hoogste 50 m2 mag gebruikt worden voor de aan huis verbonden beroepsactiviteit. Hierbij is eveneens de voorwaarde opgenomen dat dit niet mag leiden tot onaanvaardbare verkeers- of parkeeroverlast. Bij de woonfunctie is er bewust voor gekozen om zogenaamde huis verbonden mogelijk te maken. Dit komt tegemoet aan de wens van vele mensen om op kleine schaal voor zichzelf te beginnen. Dergelijke aan huis verbonden beroepen zijn niet milieuhinderlijk voor de omgeving en goed ruimtelijk inpasbaar. Belangrijk is wel dat het ondergeschikt is aan de woonfunctie. Een woning is in de eerste plaats woning en geen ruimte voor het beroep. Het is daarom van belang dat het kleinschalig is en blijft. Dit houdt in dat de bewoner van de woning de beroepsuitoefenaar is. 5.3.2.2 Archeologie Omdat er in delen van het plangebied archeologische verwachtingswaarden zijn, zijn hiervoor bepaalde regels opgenomen hoe met deze archeologische waarden en verwachtingen om te gaan bij nieuwe bouwplannen. Zo moet bij een bepaalde grootte en diepte archeologisch onderzoek plaatsvinden. Voordat besloten kan worden op een omgevingsvergunning zal een archeologisch deskundige hierover advies moeten geven.

44

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

5.4

Algemene regels

5.4.1

Anti-dubbeltelregel

Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 5.4.2

Overige algemene regels

Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld.

5.5

Overgangs- en slotregels

5.5.1

Overgangsregel

In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen. 5.5.2

Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.

TOELICHTING (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft planschade zal de gemeente met initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig bestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening. 6.2.1

Overleg met omwonenden

De plannen zijn ontstaan vanuit de woonwensen van de inwoners van het dorp. In december 2020 zijn de plannen voor het project aan de Dorpsstraat 26 gepresenteerd aan de inwoners van Etten en alle overige Dit gebeurde tijdens een digitale bewonersavond. Omwonenden hebben aangegeven geen bezwaar te hebben met de beoogde ontwikkeling aan de Dorpsstraat 26. 6.2.2

Overleg met overheidsinstanties

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren. Er is een vooroverleg geweest met de provincie Gelderland waarin adviezen zijn gegeven omtrent de bouwhoogte met betrekking tot de notitie Molenbiotoop. De Hollandsche Molen is positief over het plan Dorpsstaat 26 in Etten (Bijlage 1 Molenbiotoop) en doet de aanbeveling om de goot- en bouwhoogten op de plantekeningen op te nemen als planologische maximale goot- en bouwhoogten. De provincie adviseert ook positief omdat de windvang voor de molen niet beperkt wordt door het aangepaste plan (drie bouwlagen) en volgt daarmee het advies van de Hollandsche Molen. De werkelijke goot- en bouwhoogten zijn voor goede borging van de molenbiotoop in het ontwerpbestemmingsplan als maximale goot- en bouwhoogten opgenomen in de plankaart en daarmee is het provinciale advies verwerkt.

6.3

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan 'Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26' heeft van 5 oktober 2022 tot en met 15 november 2022 ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld om een mondeling of schriftelijke zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend op voorliggend bestemmingsplan. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.

46

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

REGELS behorende bij het bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

REGELS (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 met identificatienummer NL.IMRO.1509.00-0205 van de gemeente Oude IJsselstreek; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1509.00-va01 met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.6

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.7

bebouwing of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.8

bestaande situatie (bebouwing en gebruik)

bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een dat tijdstip aangevraagde vergunning; het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.10

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11

bijgebouw

een bij het hoofdgebouw horend gebouw; 1.12

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

48

REGELS (vastgesteld)

bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26

1.13

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.14

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, kelder, dakopbouw en/of zolder; 1.15

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel; 1.17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4520/documents/25735