RIR2 - Bijlage Bestemmingsplan Kom Etten.pdf
Tekst van het document
Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 NL.IMRO.1509.00205-va01
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 6 7 8
Hoofdstuk2 Beschrijving van de situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 15 16 18
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Molenbiotoop 4.2 Flora en fauna 4.3 Bodemkwaliteit 4.4 Cultuurhistorie en archeologie 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Parkeren en verkeer 4.7 Geluidhinder 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Water 4.12 M.e.r.-beoordeling
23 23 24 29 30 32 33 34 35 36 39 39 42
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
43 43 43 44 45 45
Hoofdstuk6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Vaststelling
46 46 46 46
REGELS
47
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
48 48 51
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologie 2 Hoog
53 53 56
Hoofdstuk3
Algemene regels
59
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
59 60 61 62 63
Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
64 64 65
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Molenbiotoop
Bijlage 2
Quickscan Wet Natuurbescherming
Bijlage 3
Aannemelijkheidsparagraaf Ecologie
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch PvE
Bijlage 7
Parkeerbalans
Bijlage 8
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 9
Digitale watertoets
Inhoudsopgave (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
TOELICHTING
TOELICHTING (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het planvoornemen voorziet in de sloop van het huidige met bedrijfswoning (uit 1870) en later bijgebouwd zalencentrum aan de Dorpsstraat 26 te Etten. Op de vrijgekomen kavel worden twee gebouwen met elk zes appartementen voorgesteld. Beide appartementencomplexen worden voorzien van een lift en daarmee zijn alle woningen levensloopbestendig. Er is hier sprake van transformatie binnen de huidige kern van Etten. Dit sluit volledig aan bij het woningbouwbeleid. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de huidige bestemming van het perceel 'gemengde doeleinden' moet wijzigen naar de enkelbestemming 'wonen' om wonen permanent te maken op deze locatie. Om het initiatief planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Dorpsstraat 26 in Etten. De locatie ligt in de bebouwde kom en wordt omgeven door gemengd gebied van woningen, bedrijvigheid en gebouwen met maatschappelijke doeleinden. Kenmerkend is de nabijgelegen H. Martinuskerk. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Oude IJsselstreek, sectie M, perceel 1433. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 980 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK viewer)
6
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 1.2: Uitsnede kadastrale kaart met ligging plangebied (bron: kadastralekaart.com)
1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Kleine Kernen 2004'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek op 22 december 2005. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Gemengde doeleinden'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor gemengde doeleinden, zoals horeca, detailhandel en wonen. Daarnaast staat de 'H' zoals aangegeven op het plangebied voor 'horeca'.
TOELICHTING (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.
De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Het betreft een statige bedrijfswoning uit 1880 met een oppervlakte van zo'n 250 m2. Het pand bestaat uit een begane grond, een verdieping en een zolder. Een deel van de begane grond is bestemd voor het Later is het uitgebreid en is er aan het gebouw een zalencentrum gebouwd, zodat er ook zaalverhuur kon plaatsvinden. Het totale pand beslaat met de uitbreiding (zalencentrum) zo'n 800 m2 . en Zalencentrum is niet meer in gebruik. De bedrijfswoning wordt nog bewoond. Er is op het perceel volledige verharding en bebouwing aanwezig. De verharding dient met name voor het terras behorende bij
Figuur 2.1: Huidig straatbeeld vanaf de Dorpsstraat (bron: Google Maps 2016).
TOELICHTING (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 2.2: Huidig straatbeeld vanaf de Oldenhove (bron: Google Maps 2016).
2.2
Toekomstige situatie
Het planvoornemen gaat uit van de sloop van het huidige en zalencentrum en nieuwbouw van twee appartementencomplexen voor huur/koop middelduur. Er is gekozen voor sloop omdat het pand bouwkundig in een slechte staat verkeerd en het daardoor niet mogelijk is het pand geschikt te maken voor de beoogde woonfunctie en doelgroep (senioren/levensloopbestendig). De sloop geeft ruimte voor kwalitatief hoogwaardige woningen door nieuwbouw en het pand wordt verduurzaamd. Op het perceel komt pand van 220m2 en pand van 210m2 met een maximale bouwhoogte van 10,5 meter. Per complex zullen er zes appartementen beschikbaar zijn, in totaal dus twaalf. Gezamelijk bevatten de gebouwen een oppervlakte van 430 m2. Daarnaast worden er 12 bergingen en 14 halfverharde parkeerplaatsen op het perceel gerealiseerd. Zo'n 37 m2 van het perceel blijft onverhard. Het terrein krijgt een nieuwe in- en uitrit, ontsloten vanaf de Oldenhove.
10
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 2.3: Plattegrond schetsontwerp (bron: ANV architecten 2022)
TOELICHTING (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 2.4 en 2.5: Straataanzichten schetsontwerp (bron: ANV architecten 2022)
12
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als Rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. Met betrekking tot klimaatadaptatie en duurzaamheid zal er half-verharding van het terrein plaatsvinden, met voldoende beplantingen daaromheen. Dit bevordert tevens de luchtkwaliteit en de afwatering van hemelwater. Daarnaast zullen er zonnepanelen worden toegevoegd op de daken van de twee appartementencomplexen. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder Rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; TOELICHTING (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.
indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van 12 woningen. Echter wordt er in het kader van voorgenomen ontwikkeling ook woning gesloopt, per saldo is er dus sprake van een netto toevoeging van 11 woningen. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing.
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met het rijksbeleid Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.
14
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
Op 19 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. De Omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Het doel van de Omgevingsvisie is om een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te De provincie hoopt dit te bereiken door te werken aan zeven samenhangende ambities. Deze ambities zijn als volgt: 1. Energietransitie: Van fossiel naar duurzaam. 2. Klimaatadaptatie: Omgaan met veranderend weer. 3. Circulaire economie: Sluiten van kringlopen. 4. Biodiversiteit: Werken met de natuur. 5. Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! 7. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam. Binnen elke ambitie heeft de provincie verdere ambities en een aanpak geformuleerd. Zo streeft de provincie ernaar om de eerste afvalloze provincie van Nederland te zijn, om in 2030 het busvervoer zonder uitstoot te hebben en aardgasvrije en circulaire nieuwbouw te realiseren. Met name deze ambities rond duurzame nieuwbouw zijn van belang. Het plangebied valt niet binnen voor onderhavige ontwikkeling relevante themakaarten. Op woongebied heeft Gelderland een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied is het uitgangspunt.
Daarnaast heeft het benutten van bestaande gebouwen de voorkeur. Een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen in verschillende staat voorop. Daarnaast veranderen de woonwensen van mensen door de tijd heen. Mensen zijn in staat langer zelfstandig te blijven wonen, maar worden ook steeds meer energiebewust. 3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening
De Omgevingsverordening Gelderland is 1 februari 2022 geconsolideerd. In deze geconsolideerde versie zijn alle vastgestelde actualisatieplannen op het moederplan opgenomen tot en met actualisatieplan 8 dat op 15 december 2021 door de Provinciale Staten van Gelderland is vastgesteld. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen en water. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. Het plangebied valt binnen de volgende beleidskaarten: 'Regels Glastuinbouw' en 'Regels Erfgoed'. 'Regels Glastuinbouw' zijn niet van belang bij het planvoornemen. 'Regels Erfgoed' beschrijft dat het plangebied binnen een cultuurhistorische gebiedsbegrenzing valt van een molenbiotoop. In artikel '2.7.2 Instructieregels bestemmingsplan Molenbiotoop' worden de regels omtrent een molenbiotoop verduidelijkt. In artikel 2.64 (bescherming windvang molen) staat geschreven dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk mag maken als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt.
En dat het eerste lid niet van toepassing is op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Daarnaast valt er met het planvoornemen rekening te houden met klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is een van de vier pijlers binnen het focusthema duurzaamheid. Gelderland wil in al haar taken voorbereid en aangepast zijn aan het veranderend klimaat. Dit doen zij middels eigen beleid en handelen en gevendaarmee het goede voorbeeld. Van belang op het planvoornemen is een duurzaam water-, natuur en bodemsysteem. Conclusie
TOELICHTING (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Er is voorafgaand onderzoek gedaan naar de relatie van de molenbiotoop tot het bestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen beperking van de windvang van een molen zal ontstaan met de uitwerking van het voornemen. Het onderzoek naar de molenbiotoop is te vinden in bijlage nummer 1 en onder 4.1 van de toelichting wordt deze verder geduid. Dankzij waterberging middels een infiltratiesysteem (infiltratiekratten) wordt er rekening gehouden met klimaatadaptatie.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale structuurvisie
De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is vastgesteld op 19 april 2012. Het algemeen beoogde effect bestaat uit het behoud van ruimtelijke kwaliteiten van de Achterhoek en daarbinnen ruimte bieden voor diverse activiteiten op het gebied van wonen, werken, recreatie en infrastructuur. Tevens dient het daarmee als ruimtelijk kader voor uitvoering/faciliteren van (lokaal) ruimtelijk beleid, zoals gemeentelijke structuurvisies. Inhoud van de regionale structuurvisieAchterhoek 2011-2020 1. De Achterhoek; samenwerken aan een uitdagende toekomst. De Achterhoek is een moderne, vitale regio met een degelijke economische basis. Ook de Achterhoek ondervindt op dit moment de gevolgen van de economische crisis. Bijzondere ontwikkelingen zijn de bevolkingsontwikkeling (ontgroening, vergrijzing en krimp) en de transitie van het platteland. Stuk voor stuk ingrijpende processen die gevolgen hebben voor de sociale samenhang, de kwaliteit van het landschap en de economische kracht. Behalve bedreigingen zijn er ook kansen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, bijvoorbeeld op het gebied van innovatie en duurzaamheid. Door onderling samen te werken, vergroten wij de kans op een gezonde regio. Voorbeelden van diverse ruimtelijk relevante beleidstrajecten: Volkshuisvesting, waarbij ingrijpende afspraken gemaakt zijn voor de geplande en de (kwaliteit van de) bestaande woningvoorraad.
Er vindt een bijstelling van de planvoorraad plaats van ca 14.000 naar 5.900 woningen. Met de provincie blijven wij in gesprek over maatregelen om de woningmarkt vlot te trekken; Bedrijfsvestigingen, de Achterhoek ontwikkelt drie regionale bedrijventerreinen en werkt aan de herontwikkeling van bestaande terreinen. De provincie speelt hierbij een belangrijke rol; Functieveranderingsbeleid: de regio Achterhoek heeft in samenwerking met de provincie een regionale nota over functieveranderingsbeleid opgesteld als uitwerking van het Streekplan 2005: 'Functies zoeken plaatsen zoeken functies. Ook bij de evaluatie en aanpassing van dit beleid wordt weer regionaal samengewerkt. 2. De Achterhoek, centraal in een stedelijk netwerk Voor de economische vitaliteit van de regio is en blijft bereikbaarheid een heel belangrijk onderwerp. Het gaat daarbij primair om bereikbaarheid in reistijd zowel over het spoor als over de weg of digitaal. De Achterhoek maakt deel uit van een groter geheel, waarbij grenzen steeds meer vervagen. De regio moet aangehaakt zijn op de netwerken op nationale en internationale schaal. De Achterhoekse gemeenten denken in knooppunten en netwerken.
De strategische ligging biedt kansen voor de Achterhoek o.a.: als aantrekkelijk woon- en werkgebied, als recreatief inloopgebied, door de nabijheid van onderwijs- en zorgvoorzieningen van hoge kwaliteit, door het aansluiten bij de economische en kennisontwikkeling. Het is belangrijk dat de Achterhoek goed is aangesloten op de omliggende stedelijke netwerken, zowel in Nederland als in Duitsland. De aanwezigheid van daarbij passende infrastructuur is van levensbelang. Verdubbeling van het spoor Arnhem-Winterswijk, doortrekking van de A15 en verbetering van de A18/N18 (maar ook de doorstroming op de A12) blijven speerpunten om de bereikbaarheid en mobiliteit van de regio Achterhoek te versterken.
16
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Voor de leefbaarheid en vitaliteit van de Achterhoek zijn de interne verbindingen van belang. De lokaalregionale knelpunten vragen om een oplossing, die gevonden moet worden samen met de provincie. Goede aansluitingen en openbaar vervoer zijn onmisbaar. 3. Economisch perspectief in een bijzonder landschap De landbouw speelt een belangrijke rol in de vorming van het Achterhoekse landschap. Het is de belangrijkste economische sector in het buitengebied en zorgt voor het beheer van het waardevolle landschap. Er komen grote veranderingen aan voor de sector. Door milieuregelgeving, wijziging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanuit Europa en meer economisch gedreven autonome ontwikkelingen, zullen veel bedrijven verdwijnen. Naast landbouw zijn recreatie en toerisme functies die in de Achterhoek steeds meer een stempel drukken op het buitengebied. Zij dragen in steeds grotere mate bij aan een economisch vitaal platteland. Bijvoorbeeld door de koppeling van de agrarische sector en recreatie en toerisme: agro-toerisme. De Achterhoek kiest voor het behoud van haar karakteristieke kleinschalige landschap maar ook voor de ondersteuning van de landbouwsector. Voor de grondgebonden landbouw is kavelruil nodig om vitale bedrijven mogelijk te maken. Daarbij dienen we de kernkwaliteiten van natuur en landschap te behouden en te ontwikkelen of te vernieuwen.
Voor de intensieve veeteelt betekent dit het bieden van ruimte voor bestaande bedrijven en sterlocaties in verwevingsgebieden, ook buiten de LOG's. Het gaat om een goede balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten. 4. De Achterhoek duurzaam De Achterhoek is van oudsher economisch sterk in de maakindustrie en de landbouw. Er is sprake van vakmanschap en innovatie in de toepassing van nieuwe technieken. De kansen voor verdere innovatie worden zowel voor de maakindustrie als de landbouw gezien in verduurzaming van productieprocessen en energievoorziening. De Achterhoek kiest nadrukkelijk voor een bijdrage aan duurzame energietransitie. Wij zetten in op een klimaat- en energieneutrale 'groene' Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix, waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie dienen in de Achterhoek meer dan voorheen gericht te zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken. De Achterhoek heeft ambities om tot een 50% reductie van C02 uitstoot in 2020 te komen en uiteindelijk tot een 100% duurzame energieopwekking. Dit is neergelegd in 'Het akkoord van Groenlo'. De Achterhoek maakt daarbij de keuze voor biogas en zonne-energie. Warmte-koude- opslag wordt waar mogelijk toegepast en mogelijk dat water nog een rol kan spelen in de energievoorziening.
Niet iedere gemeente in de Achterhoek is geschikt voor grootschalige winning van windenergie (zowel qua economische rendabiliteit als landschappelijke inpassing). Planspecifiek De ontwikkeling zorgt voor behoud van het karakteristieke kleinschalige landschap van de Achterhoek. Dit komt doordat de nieuwe appartementencomplexen qua grootte en vormgeving passen bij de omliggende bebouwing en het straatbeeld van Etten. Het perceel wordt optimaal benut en er wordt rekening gehouden met duurzaamheid (gasloos en zonnepanelen). De nieuwe woningen zorgen voor het stimuleren van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in de kern van Etten.
3.3.2
Regionale woonvisie
Op 24 september 2015 heeft de gemeenteraad de Regionale Woonagenda 2015-2025 vastgesteld. Hiermee is er een opvolger van de regionale woonvisie Achterhoek 2010-2020, waarin afspraken zijn gemaakt over woningvoorraad in de Achterhoek. In de nieuwe woonagenda is afgesproken het aantal woningbouwplannen verder terug te brengen. Met de Regionale Woonagenda willen de samenwerkende gemeenten, corporaties en provincie de volgende doelstellingen en ambities bereiken: 1. Er zijn in 2025 voldoende woningen van een door bewoners en woningzoekenden gewenste prijs en kwaliteit voorhanden in de bestaande woningvoorraad. 2. Het eerder afgesproken aantal netto toe te voegen woningen op regioniveau (5.900) wordt met 10% verlaagd. Dit betekent dat er tussen 2015 en 2025 netto nog slechts 3.145 woningen worden
TOELICHTING (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
3.
4.
5. 6. 7. 8.
toegevoegd. De woningcorporaties zijn van mening, dat er nog veel minder woningen toegevoegd moeten worden (nog slechts tussen 1.700 en 2.300 woningen). Meer bouwen vergroot de kans op leegstand en leidt tot een grotere sloopopgave (met name in de particuliere markt) vanaf het moment dat er sprake is van huishouden daling. Uitgaande van de feitelijke huishouden ontwikkeling en recente prognoses is het aannemelijk dat de hier genoemde verlaging niet de laatste zal zijn. Het is dus van belang hier RO-technisch rekening mee te houden. Op termijn zal de sloop van woningen meer dan ooit noodzakelijk worden. Sloop/nieuwbouw is een gezamenlijke regionale opgave en levert een belangrijke bijdrage aan het instandhouden van de woonkwaliteit van de regio. Het draagt tevens bij aan het realiseren van de energiedoelstellingen en aan het vergroten van de woningvoorraad die levensloopbestendig is. Bij de monitoring van de leegstand van woningen hanteren we de grens van maximaal 2%. Hierbij maken we onderscheid tussen huur en koop: huur maximaal 1% en koop maximaal 3%. Als de werkelijke leegstand hoger is dan genoemde percentages wordt aan de hand van een nadere analyse bepaald of maatregelen nodig zijn. Binnen de bestaande woningvoorraad is enerzijds sprake van waardevermindering en anderzijds van waardetoevoeging. Per saldo streven we zowel op regionaal als op lokaal niveau op waardebehoud.
De leefbaarheidsaspecten worden door bewoners gewaardeerd met eenzelfde oordeel als uit het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2013 naar voren kwam. Er zijn voldoende kwalitatief hoogwaardige en bereikbare voorzieningen (ontmoeting, onderwijs, sport, zorg) om in de behoefte van de inwoners te voorzien. In het Akkoord van Groenlo is afgesproken toe te werken naar een energieneutrale Achterhoek in 2030. Een van de onderdelen hierbij vormt het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.
De afgelopen jaren hebben gemeenten, corporaties en provincie samen de schouders gezet onder de aanpak van de activiteiten, voortkomende uit de Regionale Woonvisie 2010-2020. Ditzelfde wordt nu opnieuw gevraagd bij de aanpak van de activiteiten uit de Regionale Woonagenda 2015-2025. Planspecifiek Met de ontwikkeling worden 12 wooneenheden toegevoegd. Door toevoegen van een lift in beide gebouwen, worden de appartementen 0-trede woningen en levensloopbestendig. Tevens wordt het huidige woningaanbod vergroot in een gebied waar tevens kwalitatief hoogwaardige en bereikbare voorzieningen zijn gelegen. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de uitgangspunten vanuit de woonvisie. De ontwikkeling is niet strijdig met de woonagenda Achterhoek.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Gemeentelijke structuurvisie
De gemeentelijke structuurvisie Oude IJsselstreek is in mei 2011 vastgesteld. De visie laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, economie, landbouw, infrastructuur, natuur en landschap en recreatie voor de komende jaren krijgen in de structuurvisie allemaal hun plek. De visie op wonen is voor het planvoornemen van belang. De gemeente wil Oude IJsselstreek ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid. Hierbij zijn het Kwalitatief WoonProgramma (KWP3), de regionale woonvisie en de woonvisie Oude IJsselstreek kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto juiste woning op de juiste spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Een belangrijk onderdeel van de regionale woonvisie is het bijstellen van de nieuwbouwplannen. Om tijdig in te kunnen spelen op de gevolgen van krimp wordt nu al ingezet op het behoud van de kwaliteiten van het wonen in de Achterhoek. De woningbehoefte van de regio Achterhoek ligt tot 2020 op circa 5900 woningen. Gelet op de demografische ontwikkelingen betekent dit voor de gemeente een netto toevoeging van 685 woningen voor de periode vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2020.
De gemeente wil een aantrekkelijke gemeente zijn om te wonen, waar ook nieuwe inwoners hun plek
18
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 kunnen vinden. Voor worden levensloop bestendige woningen gerealiseerd. Ook de sociale woningbouw blijft een belangrijk punt van aandacht. De gemeente wil inspelen op de specifieke woningvraag van nieuwe doelgroepen en het binden en boeien van jonge inwoners. Nieuwe woningen moeten zodanig gebouwd worden dat deze flexibele mogelijkheden bieden. Voor een vitale gemeente is het vasthouden van de kwaliteit van de leefomgeving belangrijk. Ulft, Silvolde, Terborg en Etten zijn de aangewezen woonclusters. Hier zal de meeste nieuwbouw plaatsvinden. Varsseveld is bestempeld als economisch cluster. Daar wordt de woningbouw op afgestemd. De kleine kernen ontwikkelen zich naar eigen behoefte. Rustig en ruim wonen staat voorop. Conclusie Het planvoornemen leidt niet tot belemmering van het gemeentelijk beleid. Het draagt bij aan de doelstelling de gemeente aantrekkelijker te maken om te wonen, door het toevoegen van twee nieuwbouw appartementencomplexen en perceelstransformatie. Etten is een wooncluster waar nieuwbouw wenselijk is. Dit planvoornemen past hierdoor extra bij de woonvisie van Oude IJsselstreek.
3.4.2
Gemeentelijke Toekomstvisie
Op 25 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Toekomstvisie vastgesteld. Hierin wordt het strategische perspectief voor de gemeente Oude IJsselstreek geschetst; laten zien wie ze zijn en wat ze kunnen. Deze toekomstvisie zal met de intreding van de omgevingswet ook werken als de omgevingsvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kunnen bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. De opgaven zijn geen projectplannen of vast te leggen doelen. Ze moeten richting geven in de ontwikkelingen die de komende jaren gaan plaatsvinden. 1. Goed wonen a. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (2017) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit wordt verder versterkt door de herontdekking van het platteland door mensen uit het westen, positieve migratiestroom en de banengroei. Waar nodig en mogelijk willen we hierop regie nemen. b. Het Ontwikkelingskader Detailhandel Oude IJsselstreek is gericht op het bewerkstelligen van compacte winkelcentra in een fijne omgeving met groen, horeca en ontmoetingsmogelijkheden. In aanloopstraten kan een transformatie plaatsvinden naar bijvoorbeeld wonen om de leegstand tegen te gaan en de leefbaarheid te behouden . 2.
Leven lang leren a. Investeren in onderwijs en stimuleren van kennis en kunde bij jong en oud. 3. Sterke sociale netwerken a. Gemeenschapszin stimuleren via ontmoetingsplekken (scholen, dorps- en buurthuizen, parken en speelplekken) en verenigingen. b. Toegankelijke maatschappelijke voorzieningen, samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. 4. Juist klimaat voor ondernemerschap a. Vakmanschap, betrokkenheid en loyaliteit zijn belangrijke pijlers van de arbeidsmarkt in Oude IJsselstreek 5. Recreatie en toerisme a. Aandacht voor gezondheid, sport en bewegen. Gezond en lokaal eten. b. Inzetten in kwantiteit en kwaliteit vrijetijdssector 6. Gezondheid a. Aandacht voor gezondheidsbescherming en -bevordering. Tegengaan van geuroverlast, lichthider, geluidsoverlast en hittestress. Optimale kwaliteit lucht en drinkwater. b. Rookvrije omgeving, gezonde schoolomgeving en gezonde voeding, integrale veiligheid en groene omgeving. 7. Gezond milieu a. Toekomstbestendig maken van de manier van leven. bodem en ondergrond
TOELICHTING (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 biodiversiteit energietransitie circulaire economie klimaatadaptatie Er wordt meer ingespeeld op samenwerking tussen bedrijven, instellingen en inwoners (lokaal en samen met de partners in de regio en Duitsland).
Figuur 3.1: Kaart toekomstvisie in vogelvlucht Conclusie Met de beoogde ontwikkeling aan de dorpsstraat in Etten wordt de eerste opgave van de toekomstvisie gestimuleerd, namelijk goed wonen. van de doelstellingen van deze opgave is het van een geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. De woningen hebben als doelgroep senioren/levensloopbestendig en voldoen daarmee aan de doelstellingen vanuit de toekomstvisie.
20
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
3.4.3
Gemeentelijke woonvisie
De woonvisie van de gemeente Oude IJsselstreek is vastgelegd in 2018. De titel luidt 'Flexibel reageren op nieuwe en andere woonvragen'. Thema's die in de visie besproken worden zijn de sociale huurvoorraad, woonzorg, verduurzaming woonvoorraad en woningvoorraad en waardebehoud. Omtrent jongeren en starters staat het volgende benoemd; Starters klagen dat zij moeilijk aan een woning kunnen komen. Goedkope koop- en huurwoningen voldoen meestal niet aan hun wensen. Jongeren willen meestal een woning die instap klaar is, waar niets/niet veel aan gedaan hoeft te worden omdat de middelen daarvoor (nog) niet voorhanden zijn. Ze letten wel op energiekwaliteit, want ze kunnen daar zelf nog niet in investeren. Omtrent seniorenwoningen wordt het volgende vermeldt; 'Er is sprake van belemmeringen voor ouderen om te verhuizen naar een beter bij hun situatie passende seniorenwoning. Wij zullen met onze corporaties onderzoeken hoe deze beperkingen weggenomen kunnen worden, ook om op deze manier doorstroming op gang te brengen. Oudere burgers die op een sociale huurwoning zijn aangewezen en andere woonwensen krijgen bij het tellen der jaren, willen graag een meer beschermde woonvorm met zorg in de nabijheid.' Planspecifiek Het planvoornemen (12 levensloopbestendige woningen) past bij de doelstelling om voldoende gepaste senioren- en starterswoningen beschikbaar te maken.
Daarnaast is het aanbieden van een brede huurvoorraad gewenst. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij.
3.4.3.1 Woonwensenonderzoek Etten 2020 In 2020 is DKK begonnen met het DKK ging met de inwoners van Etten en overige in gesprek. Diverse gesprekken werden gevoerd en de verschillende woonwensen werden opgehaald. Door de projectleider is een overzicht gegeven van de resultaten: 1. Presentatie woonwensenplan tijdens digitale Bewonersavond In december 2020 zijn de uiteindelijke plannen gepresenteerd aan de inwoners van Etten en alle overige Dit gebeurde tijdens een digitale bewonersavond. 2. 43 woningen op 4 verschillende locaties Naar aanleiding van het liggen momenteel plannen voor de realisatie van in totaal 43 woningen op 4 verschillende locaties. Op 2 plekken aan de Dorpstraat komen in totaal 15 woningen. Het gaat om 5 woningen in een hofje en 10 levensloopbestendige appartementen op de locatie zaal Tussen de Palmlaan, de Strik, de Zeddamseweg en de Slingerparallel moeten 10 huizen komen in goed overleg met de omwonenden met een De meeste woningen moeten verrijzen aan de Meesterijweg, aan de rand van het dorp. Binnen het staan hier 18 woningen in een groene setting ingetekend. 3. Van en voor Etten Volgens wethouder Ben Hiddinga zijn veel Ettenaren betrokken geweest bij de planvorming en is er een urgente behoefte, wat reden is om de plannen te steunen. 4.
Opdracht Het woonwensenonderzoek in Etten werd uitgevoerd door DKK in opdracht van de Vereniging Dorpsbelangen Etten (VCDE). De gemeente Oude IJsselstreek ondersteunt het onderzoek. Tevens was tijdens het onderzoek een groep inwoners actief betrokken in de Woningbouw Planspecifiek Oude IJsselstreek steunt de plannen voor de realisatie van meer dan veertig woningen op vier verschillende locaties in Etten, waaronder de (levensloopbestendige) woningen aan de Dorpsstraat 26. Deze plannen zijn ontstaan vanuit de woonwensen van de inwoners uit het dorp.
TOELICHTING (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
3.4.3.2 De lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling op de toetsingscriteria voor die zijn vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 26 september 2019. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Door de vaststelling hiervan komen de regio en gemeente Oude IJsselstreek los van de knellende contingentenbenadering van de woningmarkt. (Regionale) Kwalitatievetoetsingscriteria voor woningbouw De behoefte is aangetoond Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed Inbreiding gaat voor uitbreiding Planspecifiek De behoefte aan seniorenwoningen is in het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (2017) aangetoond. De ontwikkeling vindt plaats middels inbreiding in de kern van Etten. Hierdoor sluit het planvoornemen van de levensloopbestendige woningen in de bebouwde kom van Etten (zonder nieuw ruimtegebruik) aan op de kwalitatieve toetsingcriteria voor woningbouw van de gemeente Oude IJsselstreek.
3.4.3.3 Welstandsnota gemeente Oude IJsselstreek De welstandsnota is op 16 september 2011 in werking getreden. In de vergadering van 19 september 2013 heeft de gemeenteraad de aangepaste Welstandsnota vastgesteld. De aanpassingen hebben betrekking op Thema 4.7.9 "Windturbines en nieuwe windmolens". De aangepaste Welstandsnota is op 20 september 2013 in werking getreden. In deze nota is vastgelegd hoe het welstandstoezicht in de gemeente Oude IJsselstreek is geregeld. Tevens geeft deze nota uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel. Via deze nota voldoet de gemeente Oude IJsselstreek tevens aan de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de bepalingen in de Woningwet omtrent het welstandstoezicht. Middels een kwaliteitskader en een ruimtelijk kader wordt getoetst of de nieuw te bouwen bouwwerken: 1. voldoen aan redelijke eisen van welstand en dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. 2. dat de verschijningsvorm een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. 3.
verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. 4. structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. 5. het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. 6. materiaal, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Planspecifiek Het ontwerp is middels een ruimtelijke inpassing passend gemaakt aan de omgeving. De bouwhoogte voldoet aan de gestelde maximale bouwhoogte van de molenbiotoop en de architectuur sluit aan op de meest voorkomende architectuur van gebouwen in de dorpskern van Etten. Hierdoor doen de nieuwe gebouwen geen afbreuk aan het huidige straat- en bebouwingsbeeld van de kern van Etten. Conclusie Vanuit de woonvisie en overige gemeentelijke beleidsstukken uitgewerkt onder 3.4.3.1 t/m 3.4.3.3 is het planvoornemen passend op deze locatie.
22
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.
4.1
Molenbiotoop
Molens worden in toenemende mate in hun voortbestaan bedreigd door aantasting van de molenomgeving. Bebouwing, begroeiing en andere obstakels belemmeren de windvang van molens. Zonder voldoende wind kan de molen zijn werk niet doen. De molen is tot stilstand gedoemd. Traditioneel staan molens altijd in een open omgeving, zonder belemmering van obstakels. Gezien bovenstaande vraagt de omgeving van een molen dus ook onderhoud. Houtopgroei zonder functie moet worden verwijderd als de windvang van de molen erdoor wordt gehinderd. Verkeerd geplaatste gebouwen kunnen zelden worden verwijderd. Bij nieuwbouw kan terdege rekening worden gehouden met de eisen die een molen nu eenmaal aan zijn omgeving stelt. Hiertoe wordt rond molens die nog in gebruik zijn of daartoe de potentie bevatten een molenbiotoop getrokken. Binnen deze biotoop dient bij bouwen plantactiviteiten rekening te worden gehouden met de hoogte van deze activiteiten, zodat de werking van de molen niet in het geding komt. De bescherming van de molen, via de molenbiotoop, dient te worden vastgelegd in het bestemmingsplan waarbinnen de molen is gelegen. In het bestemmingsplan kunnen eisen worden gesteld aan beplantings- en bebouwingshoogte van de omgeving, die aansluiten bij de eisen die de molen aan zijn omgeving stelt.
Figuur 4.1: Windvangzone Molenbiotoop, Korenmolen "De Witten" (bron: Bestemmingsplan Kleine kernen 2004) Korenmolen "De Witten" Etten Voor een traditionele belt-/korenmolen, zoals de nog functionerende ronde stenen korenmolen "De Witten" in Etten is het uitgangspunt dat zowel de vrije windvang als het zicht op de molen gegarandeerd moet worden. Hiertoe is in het bestemmingsplan "Kleine Kernen 2004" een gebied binnen een straal van 400 meter rond de molen als molenbiotoop aangewezen. Voor deze zone geldt een restrictie ten aanzien van de bebouwings- en beplantingsmogelijkheden. De bepalende maat is de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek (4,00 m in het geval van deze molen). Rondom de molens dient in principe een vrije zone van 100m te worden gehanteerd. Het streven is er op TOELICHTING (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 gericht om de vrije windvang het zicht op de molen, als gevolg van nieuwe ontwikkelingen binnen de molenbiotoop niet verder te beperken. Voor nieuwe bebouwing in het molenbiotoop hanteren de provincie Gelderland en de Stichting Behoud Ettense Molen de volgende richtlijn: voor het molenbiotoop wordt door berekening de toelaatbare hoogte in de omgeving van een molen bepaald. In het gebied tussen de molen en de 400 m rondom de molen gaat de maximaal toelaatbare hoogte van bebouwing en/of beplanting in een rechte lijn omhoog vanaf 4 m nabij de molen, tot maximaal 5 m op een afstand van 100 m en maximaal 7 m op een afstand van 400 m. De appartementencomplexen mogen gezien de korte afstand een maximale bouwhoogte van 11,50 m en een goothoogte van 8,50 m hebben om de molenbiotoop niet te belemmeren. Er is een berekening uitgevoerd door De Hollandsche Molen, deze is toegevoegd in bijlage 1 Molenbiotoop. Conclusie Molenbiotoop De ontwikkellocatie bevindt zich op een afstand van ca. 155,00 m van de molen, gemeten vanuit het hart van de molen.
Gelet op de afstand tussen de ontwikkellocatie en de molen en de feitelijke situatie per mei 2022 is De Hollandsche Molen van mening dat de bouwhoogte van het appartementencomplex aan de Dorpsstraat 26 (10,50 m) en het appartementencomplex aan de Oldenhove (9,90 m) geen onevenredige inbreuk maken op de molenbiotoop van molen De Witten. De Hollandsche Molen stelt vast het voorgenomen appartementencomplex aan de Dorpsstraat geen verslechtering van de wind aan- en afvoer van de molen zal veroorzaken. Gelet op de huidige feitelijke situatie tussen de ontwikkellocatie en de molen, adviseert De Hollandsche Molen positief over het voorgestelde bouwplan Dorpsstraat 26 te Etten. Daarbij plaatst zij wel de voorwaarde dat de goot- en bouwhoogtes, zoals opgenomen op de tekeningen, tevens worden opgenomen als de planologische maximale goot- en bouwhoogtes. De provincie Gelderland heeft het onderzoeksrapport van de Hollandsche Molen d.d. mei 2022 getoetst en akkoord gegeven op bovenstaande. De provincie adviseert positief omdat de windvang voor de molen niet beperkt wordt door het aangepaste plan (drie bouwlagen).
4.2
Flora en fauna
4.2.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen.
24
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Provincie Gelderland De provincie wil de ontwikkeling van functiecombinaties van natuur met andere functies mogelijk maken wanneer deze substantieel bijdragen aan versterking van de ecologische samenhang van de natuur van het Gelders natuurnetwerk en van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De Groene ontwikkelingszone bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. Het actualisatieplan is door Provinciale Staten op 15 december 2021 vastgesteld, datum inwerkingtreding is 1 februari 2022. 4.2.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 16 km afstand van het Natura-2000 gebied 'Rijntakken' en op 7 km afstand van de Duitse Natura-2000 gebieden 'Vogelschutzgebiete' en 'FFF-Gebiete'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Doordat er sloop en bouw zal plaatsvinden op het plangebied is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. In opdracht van Zalencentrum heeft Ecoresult B.V. een Quickscan Wet Natuurbescherming (bijlage 2) uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Zalencentrum gelegen aan de Dorpsstraat 26 in Etten, Provincie Gelderland. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en de herontwikkeling van het plangebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van dit project niet op voorhand is uit te sluiten. Negatieve effecten op de beschermde soorten en functies ten aanzien van gebouw bewonende vleermuizen niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van zomer- en paarverblijven van gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk, overtreding van de Wet natuurbescherming wordt ten aanzien van de soortenbescherming niet op voorhand uitgesloten.
Een ontheffing Wet Natuurbescherming dient aangevraagd te worden indien er daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Er dient ook rekening gehouden te worden met de Zorgplicht. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de
TOELICHTING (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Rijntakken' op een afstand van circa 16 kilometer. Van belang is dat de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) op 1 juli 2021 in werking is getreden. In de Wsn is een vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarmee hoeft de stikstofdepositie voor de bouw-, aanleg- en sloopfase niet meer te worden berekend en verschuift de nadruk naar de structurele uitstoot die een project in de gebruiksfase veroorzaakt. Nu de beoogde appartementen gasloos zullen zijn, vindt er in de gebruiksfase enkel stikstofemissie plaats door verkeersbewegingen. Uit de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' van de Rijksoverheid (januari 2020) blijkt dat de stikstofemissie door de aantrekkende werking van het verkeer van bijvoorbeeld 500 woningen enkel relevant is als de afstand tot een Natura 2000-gebied minder dan 5 kilometer bedraagt.
Gelet op het aantal wooneenheden van onderhavig initiatief (twaalf appartementen) en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (16 km NL en 7 km Duitsland), kan zonder nadere AERIUS-berekening worden gesteld dat de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Duitse Natura-2000 gebieden
26
TOELICHTING (vastgesteld)
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26
Figuur 4.2: Duitse Natura-2000 gebieden (bron: Atlas Leefomgeving, Rijksoverheid) Nederland heeft met Duitsland en met overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal op basis van jurisprudentie voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en zelf. De betreffende gebieden 'Vogelschutzgebiete' en 'FFF-Gebiete' bevinden zich in Duitsland, op ongeveer 7 km van het plangebied. In Duitsland is een stikstofvergunning pas nodig als door een nieuwe activiteit meer dan 7 mol stikstof (=100 gram) per hectare per jaar neerslaat in een natuurgebied. Met het planvoornemen (12 appartementen) zal de verkeersgeneratie tijdens de gebruikersfase gering zijn (62,4 tot 72 mvt/etmaal), hierdoor is het zeer onwaarschijnlijk dat er door de ontwikkeling meer dan 7 mol
TOELICHTING (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Kom Etten, locatie Dorpsstraat 26 stikstof per hectare neerslaat in de Duitse Natura-2000 gebieden. Er valt te concluderen dat er zonder nadere AERIUS-berekening kan worden gesteld dat de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. 4.2.3
Soortenbescherming
Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Ecoresult. De rapportage van de Quickscan is toegevoegd als bijlage 2 Quickscan Wet Natuurbescherming. Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. In de quickscan is gesteld dat de aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied niet uit te sluiten is. Deze soorten kunnen zomer- en/of paarverblijfplaatsen hebben in de kieren tussen de muren en de betimmering onder de dakrand. Naar aanleiding van de in de quickscan beschreven potenties voor vleermuizen heeft er op 16-06-2022 een technische inspectie plaatsgevonden waarbij alle in de bebouwing aanwezige kieren, spleten, scheuren en gaten nauwkeurig met een inspectiecamera (endoscoop) zijn op sporen die kunnen duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Tijdens deze inspectie is in 1 dilatatievoeg 1 uitwerpsel van een dwergvleermuis (spec.) aangetroffen. Hiermee is vast komen te staan dat het gebouw in gebruik is door tenminste 1 dwergvleermuis. Het najaar onderzoek (uitgevoerd in de periode 15 augustus 15 september) zal uitwijzen of er meerdere verblijfplaatsen aanwezig zijn. 4.2.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. Aannemelijkheidsparagraaf Door Ecoresult is een aannemelijkheidsparagraaf opgesteld en bij dit bestemmingsplan toegevoegd als bijlage 3 Aannemelijkheidsparagraaf Ecologie. Voor het bevoegd gezag is het van belang dat er een deugdelijke alternatieven afweging is gemaakt waarbij wordt gekeken naar alternatieven ten aanzien van de locatie, inrichting van het plangebied, werkwijze en planning. Hieronder is een samenvatting toegevoegd van de aannemelijkheidsparagraaf: De huidige bebouwing op de planlocatie is niet meer in goede staat. Door het slopen van de huidige bebouwing komt ruimte vrij die voor nieuwbouw wordt gebruikt. Hierdoor is geen extra ruimtebeslag noodzakelijk voor nieuwbouw. In het project zal er zo optimaal mogelijk gebruik worden gemaakt van de ruimte om zoveel mogelijk woningen te kunnen realiseren. Het nieuwe appartementencomplex wordt nu zo uitgevoerd dat de bebouwing weer geschikt zal worden voor vleermuizen, zoals in de huidige situatie, Het nieuwe appartementencomplex biedt vele mogelijkheden om verblijfplaatsen van beschermde soorten te realiseren in de vorm van inbouwkasten. Mogelijk kan hier in ruime mate overgecompenseerd worden.
Door het treffen van mitigerende maatregelen wordt voorkomen dat er schadelijke effecten ontstaan op (individuen van) de aangetroffen beschermde soorten en in de nieuwe inrichting van het plangebied komt er weer veel ruimte terug om de verloren natuurwaarden te compenseren. De voorliggende inrichting van het plangebied is derhalve optimaal om alle aangetroffen natuurwaarden te compenseren. Het alternatief voor sloop/nieuwbouw zou renovatie kunnen zijn. Echter, bij een renovatie die gelijkwaardige doelen (met name op het gebied van duurzaamheid) heeft zou er ook sprake zijn van het vervangen van de gehele buitenschil (gevels en daken). Ook in dit geval zouden de aangetroffen verblijfplaatsen verloren gaan. Een renovatie met behoud van de verblijfplaatsen zou niet de doelen bereiken. Ook kijkende naar de economische kant van het project is te zien dat sloop/nieuwbouw financieel relatief veel goedkoper uitvalt dan renovatie. Ook is de kwaliteit van nieuwbouw hoger dan het resultaat wat er met renovatie behaald kan worden. Sloop/nieuwbouw is daarom een toekomstbestendigere optie. Ook de verblijfplaatsen kunnen hierdoor voor de toekomst beter gegarandeerd worden. Bij renovatie zijn er