CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota inclusief verwerkingen (1).pdf

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Visie op landschap, natuur en groene kernen35.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Reactienota en Nota van verwerking Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen 23 februari 2021

Voorwoord Kleurrijk naar de toekomst! Het landschap is altijd in verandering. Onze voorouders hebben het landschap en de natuur gevormd naar de natuurlijke omstandigheden die het landschap te bieden had. Ons streekeigen landschap kent bijzondere plekken en een rijke historie. Hoe willen we in de toekomst ons landschap behouden, stimuleren en versterken? Daarover hebben we met elkaar nagedacht en dit vertaald in de visie op landschap, natuur en groenen kernen, die nu voor u ligt. Als gemeente zetten we actief stappen voor het vergroten van de biodiversiteit. Van mij mag het kleurrijker! Dan krijgen we bijvoorbeeld nog meer vogels, vlinders en bijen. Ook ecologisch bermbeheer, duidelijkheid over groen- en landschapsbeheer, bestrijding van invasieve exoten en het stimuleren van de landbouw transitie zijn naar mijn mening nodig. Of u nu woont, werkt, ontspant of onthaast in het landschap of de tegels uit uw tuin vervangt door een boom, struik of plant om een bijdrage te leveren aan klimaatverandering; iedereen doet iets met het landschap of met groen. De visie op landschap, natuur en groen geeft richting aan hoe we in de toekomst wensen om te gaan met ons landschap en we maken daarover afspraken met onder meer de provincie, waterschap Rijn & IJssel, NatuurMonumenten, Staatsbosbeheer en Het Geldersch Landschap.

Als we weten wat we willen we behouden, stimuleren en wat we willen versterken om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen, dan kunnen we daar samen goed voor blijven zorgen in onze gemeente! Deze visie is geen visie voor de landbouwtransitie en geeft geen antwoord op de vragen en grote uitdagingen waar deze belangrijke sector voor staat. Natuurlijk is er een belangrijke link: het landschap is door de vele jaren heen gevormd door agrariërs en ons buitengebied is in eigendom is van veel agrariërs. De hele agrarische sector is belangrijk voor ons allemaal en dat moeten we koesteren. Naast deze visie ben ik dan ook blij dat we als gemeente voor de agrariërs stappen gaan zetten om hun te steunen bij de grote uitdagingen van deze sector. Zo gaan we in 2021 met alle agrariërs die dat willen gesprekken aan vanuit het project “Toekomstbestendige erven”. Ook komt er accountmanager speciaal voor de agrarische bedrijven. Met alle info die we ophalen gaan we als gemeente aan het werk met als doel een toekomstbestendig en vitaal platteland. De brede visie is aangevlogen vanuit vijf grote transities of opgaven die een plek krijgen of al hebben in onze mooie plattelandsgemeente. Het zijn vraagstukken die complex zijn. Ze vragen allemaal letterlijk ruimte en de ruimte-taart kan maar een keer verdeeld worden. Dit vraagt om zorgvuldige keuzes en deze visie helpt ons daarbij.

Het raakt ons allemaal, boeren, burgers en buitenlui. Het is nu de kunst een goed evenwicht te vinden in alle individuele meningen en belangen. Ik denk dat dit is gelukt, dat de visie realistisch is en deze gaat bijdragen aan: • •

Behoud van de kwaliteit van ons landschap door goede afwegingen te maken om landschap te behouden of soms voorrang te geven aan andere ontwikkelingen, maar dan met aanleg van nieuwe groene landschapselementen zoals houtsingels en hagen passend bij het landschapstype. Stimuleren en ondersteunen van particuliere initiatieven in het buitengebied voor aanleg en beheer van landschapselementen.

2

• • •

Stimuleren en aanjagen van aanleg groen en landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en zonnevelden vanuit de ‘voor wat, hoort wat’ gedachte. Stimuleren van extra groen aanplant door middel van gezamenlijke acties, zoals “Tegel eruit, boom erin”! Als gemeente gaan we ook zelf aan de slag met meer groen in de woonkernen en gaan we werken aan een ander beheer van eigen gronden, zoals bermen en bomenlanen. Dit alles voor de leefbaarheid in onze gemeente voor mens en dier.

Dit is niet allemaal van vandaag op morgen is gerealiseerd. Daarom heeft deze visie ook geen einddatum. Vanaf nu gaan we stap voor stap werken aan de uitvoering van de visie, daarom hebben we ook het uitvoeringsdeel opgenomen. Zo kan iedereen zien en volgen wat onze stappen zijn voor de komende jaren. Samen, Denken en Doen! Zo geven we steeds meer kleuring aan het geheel en zo krijgt groen meer kleur! Ria Ankersmit Wethouder Plattelandsontwikkeling, natuur en groen

3

Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................................................................................................................... 2 Kleurrijk naar de toekomst! ................................................................................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................... 6 Aanleiding ........................................................................................................................................................................................................................................... 6 Leeswijzer ........................................................................................................................................................................................................................................... 7 2.

Reactienota.............................................................................................................................................................................................................................................. 8 2.1. Themagerichte beantwoording ....................................................................................................................................................................................................... 8 Thema 1: Belemmering door Groene Ontwikkelingszone ..................................................................................................................................................... 8 Thema 2: Landbouwsector ................................................................................................................................................................................................. 17 Thema 3: Natuurgebieden en biodiversiteit ....................................................................................................................................................................... 22 Thema 4: Landschap..........................................................................................................................................................................................................

29 Thema 5: Communicatie .................................................................................................................................................................................................... 38 Thema 6: Opbouw en lay-out van de VLNGK ...................................................................................................................................................................... 45 Thema 7: Overig ................................................................................................................................................................................................................ 50 2.2. Locatiespecifieke beantwoording ................................................................................................................................................................................................. 60 2.3. Politieke reacties ........................................................................................................................................................................................................................... 63 Reactie van PvdA ...............................................................................................................................................................................................................

63 Reactie van Lokaal Belang ................................................................................................................................................................................................. 70 Reactie van PRO! ............................................................................................................................................................................................................... 73 Reactie van VVD ................................................................................................................................................................................................................ 75 Reactie van CDA ................................................................................................................................................................................................................ 76 3. Nota van verwerking ............................................................................................................................................................................................................................. 78 4

3.1. Verwerking themagerichte reacties .............................................................................................................................................................................................. 78 Thema 1: Belemmering door Groene Ontwikkelingszone ................................................................................................................................................... 78 Thema 2: Landbouwsector ................................................................................................................................................................................................. 87 Thema 3: Natuurgebieden en biodiversiteit ....................................................................................................................................................................... 97 Thema 4: Natuurgebieden en biodiversiteit ..................................................................................................................................................................... 101 Thema 5: Communicatie ..................................................................................................................................................................................................

105 Thema 6: Opbouw en lay-out ........................................................................................................................................................................................... 106 Thema 7: Overig .............................................................................................................................................................................................................. 108 3.2. Verwerking locatiespecifieke reacties ........................................................................................................................................................................................ 110 3.3. Verwerking politieke reacties ...................................................................................................................................................................................................... 113

5

1. Inleiding Aanleiding Voor u liggen de reactienota en nota van verwerking als onderdeel van het participatieproces om te komen tot de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen van de gemeente Oude IJsselstreek. De reactienota is opgesteld om alle ingekomen reacties op de conceptvisie te beantwoorden. In de Nota van verwerking volgt de wijze waarop de reacties zijn verwerkt. De conceptvisie van de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen is op 16 september 2020 openbaar gemaakt via de website van de gemeente Oude IJsselstreek en eenieder kon tot 12 oktober een reactie geven. Daar is veel gebruik van gemaakt. In deze reactienota worden alle reacties weergegeven, beantwoord en worden voorstellen gedaan om de conceptvisie op onderdelen te wijzigen. De conceptvisie is besproken in de raadscommissie Fysieke Leefomgeving op 14 oktober 2020 en, samen met deze reactienota ook op 13 januari 2021. De ontvangen reacties vanuit de leden van de raadscommissie Fysieke Leefomgeving zijn per politieke partij opgenomen in dit document. In totaal zijn vanuit inwoners van gemeente Oude IJsselstreek 333 inspraakreacties ingediend, waarvan 77 brieven, 244 reacties via het webformulier, vier reacties uit de klankbordgroep en acht reacties van insprekers tijdens de vergadering van de raadscommissie Fysieke Leefomgeving. Deze reactienota is openbaar.

Insprekers zijn vanuit privacywetgeving anoniem. Daarom is iedere inspreker gekoppeld aan een persoonlijk nummer, deze heeft eenieder apart van dit document ontvangen. Het persoonlijke nummer komt overeen met het nummer van de inspraakreactie. Een aantal insprekers heeft meerdere reacties ingediend. Deze reacties zijn samengevoegd onder één nummer. De inspraakreacties zijn niet woordelijk overgenomen maar er is een samenvatting gegeven, daarna volgt het antwoord en is, indien van toepassing, de aanpassing in de visie weergegeven. Veel ingediende reacties kennen overeenkomsten, daarom is gekozen om de reacties naar thema in te delen. In de antwoorden wordt af en toe verwezen naar een ander antwoord wat goed past bij de inspraakreactie. Dit is aangegeven met ‘Zie Thema’. De thema’s zijn: • Thema 1. Belemmeringen Groene Ontwikkelzone • Thema 2. Landbouwsector • Thema 3. Natuurgebieden en biodiversiteit • Thema 4. Landschap • Thema 5. Communicatie • Thema 6. Opbouw en lay-out • Thema 7. Overig Na behandeling van de reacties volgt de nota van verwerking. Daarin wordt de wijze waarop de reacties zijn verwerkt in de visie weergegeven. In het schema is de beantwoording opgenomen van die reacties die ook daadwerkelijk tot een aanpassing van de visie leiden. Het schema met verwerking volgt de nummering zoals deze aan de verschillende reacties is toegekend.

Hierbij volgt de beantwoording van de reactie in de tweede kolom, waarna in de derde kolom is aangegeven wat de oorspronkelijke tekst, dan wel het oorspronkelijk (kaart)beeld was. In de vierde kolom is weergeven hoe de reactie is verwerkt in de visie 6

door de nieuwe tekst weer te geven. Hierdoor ontstaat een helder overzicht hoe iedere reactie is verwerkt, zonder dat de hele visie opnieuw doorgenomen hoeft te worden.

Leeswijzer De reactienota en de nota van verwerking zijn op dezelfde manier opgebouwd. In hoofdstuk 2 staat de reactienota daarin worden eerst de reacties per thema beantwoord. Daarna volgt de locatiespecifieke beantwoording en daarna worden de reacties van de politieke partijen beantwoord. In hoofdstuk 3 staat de nota van verwerking en deze geeft de verwerking van de verschillende reacties en de wijze waarop de visie is aangepast. In de nota van verwerking wordt eerst de verwerking per thema weergegeven. Daarna worde de locatiespecifieke reacties en tot slot worden de reacties van de politieke partijen behandeld.

7

2. Reactienota 2.1. Themagerichte beantwoording Thema 1: Belemmering door Groene Ontwikkelingszone Nummer

Inspreker

Samenvatting inspraakreactie

Antwoord

Aanpassing in visie

1.

2, 3, 5, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 26, 27, 33, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 55, 59, 60, 62, 66, 89, 92, 99, 100, 107, 115, 119, 127, 128, 135, 158, 162, 165, 166, 169, 173, 176, 178, 179, 180, 182, 185, 186,

De visie kan in deze vorm geen goedkeuring krijgen. Insprekers voorzien grote economische en emotionele problemen wanneer de VLNGK wordt uitgevoerd. Het agrarisch bedrijf van de insprekers is gelegen binnen of grenst aan het GNN en GO. Insprekers zijn van mening dat de toekomst van het bedrijf door die claim in gevaar wordt gebracht. De landbouw kan zo’n grote claim op de inkomstenbron niet aan. Dit zal grote problemen en gevolgen leveren voor agrariërs en voor de bedrijfsvoering. Er is niet nagedacht over de impact die de VLNGK heeft op agrarische sector. Insprekers hebben deze gevolgen in hun inspraakreacties genoemd. Deze zijn hier hieronder opgesomd:

Gemeente Oude IJsselstreek heeft in de conceptvisie op landschap, natuur en groene kernen geen plannen of beleid opgenomen om de Groene Ontwikkelzone (hierna: GO) als geheel of grotendeels naar natuur om te vormen, op particuliere grond of grond van bedrijven. Wel willen we als gemeente landschap behouden en ontwikkeling van landschap stimuleren. Op gronden in eigendoom van de gemeente pakken we dit op met bijvoorbeeld het bermbeheer. Op particuliere gronden of gronden van bedrijven willen we ontwikkeling van landschap stimuleren bij de eigenaren maar altijd en alleen op basis van bereidheid en vrijwilligheid van de eigenaar.

In paragraaf 3.7 en paragraaf 5.5 van de VLNGK goed uitleggen wat de GO is, wat het beleid rondom GO is en wat GO en GNN betekenen.

-

-

waardevermindering van de grond waardevermindering van de woning financiering wordt moeilijker inkomstenderving zonder dat daar een verdienmodel of compensatie tegenover staat rentelasten stijgen vermindering van pensioenopbouw

De GO komt voort uit nationaal natuurbeleid en maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland, wat eerder de Ecologische Hoofdstructuur werd genoemd. Dit beleid is ingezet vanaf 1990 en wordt uitgevoerd door alle provincies. Binnen de provincie Gelderland wordt de naam Gelders Natuur Netwerk (GNN) gehanteerd. Naast bestaande natuurgebieden zijn daarbij ook GO’s aangewezen, terreinen met een andere bestemming dan ‘Natuur’, die de natuurgebieden met elkaar verbinden. Het beleid in de GO is erop gericht om natuur- en landschapselementen te realiseren die bijdragen aan de 8

188, 191, 195, 198, 199, 202, 205, 210, 211, 214, 215, 216, 217, 219, 223

vergunningverlening wordt ingewikkelder en duurder met een grote kans van afwijzing rendement wordt lager(bedrijfs)ontwikkeling wordt belemmerd verlies van grond stilstand in de landbouwsector landschapsbederf pensioen wordt minder er zal steeds meer een ‘tegenprestatie’ gevraagd gaan worden tegenprestatie is niet kostendekkend een ‘slot’ op bedrijven gewasopbrengst zal dalen gevolgen voor rentabiliteit en continuïteit van het bedrijf landbouwgrond wordt duurder landbouwer moet meer grond verwerven om te voldoen aan de wet Verantwoorde groei Melkveehouderij agrariër heeft meer grond nodig om grondgebonden te blijven onteigening van grond teeltbeperkingen onzekerheid over de toekomst natuurinclusieve landbouw vraagt om extensivering mogelijkheden weidegang beperkt verplichte regels Insprekers kunnen niet instemmen met het feit dat de gemeente percelen in hun eigendom aanwijst in welke zone dan ook, waarbij het risico ontstaat dat dit beperkingen kan op leveren. -

verplaatsings- en migratiemogelijkheden voor planten en dieren. Dat betekent dus niet dat alle gronden in de GO moeten worden omgevormd naar natuur. Juist niet, de gronden in de GO hebben meestal de bestemming ‘agrarisch’ of een andere hoofdbestemming en dat blijft ook zo. De GO is een extra duiding om het behoud van de bestaande natuur- en landschapselementen binnen de zone te waarborgen. Nieuwe ontwikkelingen binnen de GO zijn niet uitgesloten. Deze ontwikkelingen mogen echter niet leiden tot een aantasting van bestaande natuur- en landschapselementen. Daarnaast wordt bij nieuwe ontwikkelingen of bij uitbreiding met meer dan 30% gevraagd om gelijktijdig nieuwe natuuren landschapselementen te realiseren om daarmee de kwaliteiten van de GO verder te versterken. In relatie tot bestaande landbouw is daarbij van belang dat bij uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven (bijvoorbeeld de bouw van extra stallen) geen bijdrage voor natuur- en landschapsontwikkeling wordt gevraagd, omdat deze bedrijven in hun bedrijfsvoering al meewerken aan landschapsbeheer. Daarom hoeft bij uitbreiding alleen te worden aangetoond dat de uitbreiding de bestaande natuuren landschapselementen niet aantast. Deze vrijstelling geldt bij grondgebonden landbouw ook bij uitbreiding met meer dan 30%. Alle regels die gelden binnen de GNN en GO liggen vast in de provinciale omgevingsverordening.

Alle Gelderse gemeenten moeten deze regels opnemen in hun bestemmingsplannen. Ook de begrenzing van het GNN en de GO worden door de provincie bepaald. Oude IJsselstreek heeft deze regels en de begrenzing één-op-één vanuit de provinciale omgevingsverordening opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Dit plan is medio 2018 vastgesteld. De gemeente heeft niet

9

meer of verdergaande plannen voor het GNN of de GO dan de provincie in haar beleid heeft gesteld. Het opnemen van de GO op deze visiekaart heeft geen juridische consequentie. Daarvan is alleen sprake bij het opnemen van regels in een bestemmingsplan. Daarbij geldt dat de regels voor de GO dus al meerdere jaren van kracht zijn en er voor die tijd ook al bijzondere regels golden voor deze zones onder de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. Op basis van de VLNGK wordt geen aanscherping van de huidige regels binnen GO beoogd. De VLNGK geeft richting aan de ontwikkeling van de GO op het moment dat mogelijkheden zich voordoen, bij bedrijfsbeëindiging, functieverandering, inpassing van duurzame energie opwekking etc. Dit altijd en alleen op basis van bereidheid en vrijwilligheid van de grondeigenaar. De huidige gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande bedrijven wijzigen niet, daarom leidt de VLNGK niet tot als waardedaling, inkomstenderving etc. De hoofdbestemming is en blijft namelijk ‘agrarisch’. 2.

2, 4, 7, 13, 20, 24, 25, 26, 28, 79, 80, 81, 101, 140

De insprekers verzoeken om de gronden van de insprekers uit de groene zone te verwijderen of de hele tekening uit de visie te halen.

Zie Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

3.

4, 7, 23, 33, 38, 112, 113, 147, 165, 192, 200, 207, 217

Het is de inspreker niet duidelijk waar de GO wordt ingetekend en wat dan de negatieve of positieve effecten van intekening op de gronden van de inspreker zijn. Het is te vaag en globaal. De consequenties zijn onduidelijk.

Zie Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

4.

8, 10, 32

Inspreker wil nog meegeven dat een zonering over gronden of bedrijfsgebouwen van zijn bedrijf geen enkele gevolgen mag hebben voor zijn eigendommen. Anders zal dit geïnterpreteerd

Zie Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

10

kunnen worden als inbreuk op het ongestoord kunnen genieten van zijn eigendom (artikel 1 van het EP). 5.

8, 9, 10, 23, 29, 30, 31, 32, 34, 38, 41, 58, 60

In de VLNGK staat beschreven dat het areaal bos moet worden uitgebreid binnen het GNN en GO. Dit bos is op sommige plaatsen zelfs ingetekend over bestaande bedrijfsgebouwen. Dit betekent dat de bedrijven van de insprekers in verdrukking komen door het aangrenzende bos. Het is niet zo dat binnen de GO gronden expliciet moeten worden omgezet naar nieuwe natuur. De insprekers kunnen niet instemmen met minder landbouwgrond tot de beschikking voor aangrenzende landbouwers om aan grondgebondenheid, weidegang en kringlooplandbouw te kunnen werken.

De gemeenteraad heeft een motie aangenomen ‘meer bomen erbij in Oude IJsselstreek’. Er wordt gezocht naar een locatie voor bos. Uitbreiding van bestaand bos heeft daarbij de voorkeur. Het is juist dat uitbreiding van bestaand bos niet expliciet in de GO moet. De gemeente zoekt naar samenwerking met een grondeigenaar en dat is altijd op basis van vrijwilligheid. De gemeente kan niet garanderen dat landbouwgrond altijd landbouwgrond blijft. Een eigenaar bepaalt zelf hoe hij zijn gronden inzet en aan wie hij zijn grond verkoopt. Binnen het bestemmingsplan of met een wijziging van het bestemmingsplan kan een functie veranderen.

De indicatieve arcering over gronden met de duiding ‘zoekgebied voor bos’ wordt van de plankaart gehaald. Het icoon met de duiding ‘gewenste uitbreiding’ blijft.

6.

8, 10, 23, 32, 38

Op basis van welke informatie zegt de gemeente zegt dat de GO geen negatieve effecten op de waarde van agrarische grond en gebouwen heeft? Uit inventarisatie van de insprekers bij rentmeesters en financiers blijkt dat de waarde wel degelijk zal dalen.

De gronden kunnen van waarde veranderen, omdat er sprake is van marktwerking. De feitelijke bestemming en gebruiksmogelijkheden van de grond veranderen niet als gevolg van een aanduiding in de VLNGK. Zie ook Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

7.

8, 10, 23, 32, 38

De wethouder heeft gezegd dat bedrijven binnen de GO geen beperkingen zullen ondervinden. In het bestemmingsplan staat ‘ter plaatse van de aanduiding overige zone – groene ontwikkelingszone is uitbreiding van bestaande functies met ten hoogste 30% mogelijk’. Dit roept bij de insprekers de volgende vragen op: 1. Op welke wijze wordt ambtelijke willekeur voorkomen bij de beoordeling van het effect op kernkwaliteiten? 2. Op welke manier duidt de gemeente de uitspraken dat er geen beperkingen voor

In het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 is de vertaling gedaan van het provinciale beleid inzake GNN en GO. Het bestaande beleid verandert niet met de vaststelling van deze visie. De begrenzing van de GO en bijbehorende regels liggen al jaren vast in de provinciale regelgeving gebaseerd op nationaal natuurbeleid. Zie ook Thema 1 nummer 1.

Geen

1. Het effect op de kernkwaliteiten wordt gemotiveerd vastgesteld aan de hand van een beoordeling door een deskundige, zoals een ecoloog. 2. De GO zorgt niet voor beperkingen, dat doet het bestemmingsplan. Zie het antwoord onder Thema 1 11

ondernemers binnen de GO met de maximale uitbreiding van 30% volgens het bestemmingsplan? 3. Waarom is er door het college gekozen voor aanvullende eisen op de voorwaarde van de provincie Gelderland voor bedrijven binnen de GO zone? 4. Vallen maatregelen die de insprekers zelf kunnen nemen in haar agrarische bedrijfsvoering zoals de aanplant van bomen of randenbeheer onder het versterken van de kernkwaliteiten?

nummer 1 met betrekking tot uitbreidingsmogelijkheden binnen de GO. 3. De gemeente heeft geen aanvullende eisen op provinciaal beleid. 4. Gelet op de bijdrage die grondgebonden agrariërs al leveren aan landschapsbeheer geldt voor deze sector een vrijstelling bij uitbreiding van hun bedrijf. Zie voor een volledige toelichting daarop het antwoord onder Thema 1 nummer 1.

8.

5, 11, 15, 16, 18, 19, 25, 44, 48, 67, 79, 80, 81, 85, 89, 95, 96, 98, 119, 132, 140, 153, 158, 159, 167, 177, 181, 191, 202, 206, 217, 222

Het stuit grondeigenaren voor de borst dat er plannen worden gemaakt over hun eigendommen. Het kan niet zo zijn dat andermans eigendommen zomaar worden ingetekend als natuur. Het is zelfs arrogant om natuur te bedenken op gebieden waar momenteel landbouw volop in ontwikkeling is. Percelen zijn eigendom van agrariërs. Daar wordt zonder overleg een visie op losgelaten. Dit kan en mag niet zonder instemming. Insprekers staan het niet toe dat een ander bepaalt wat op hun grond gaat gebeuren.

Met deze visie worden andermans eigendommen niet gewijzigd, ingetekend of bestemd als natuur. Zie ook Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

9.

9, 15, 17, 100, 122, 139, 157, 203, 205

Insprekers vragen zich af of jonge agrariërs nog wel een toekomst hebben in de gemeente Oude IJsselstreek. De visie is niet te verantwoorden naar de toekomst van deze sector, jonge boeren en burgers. De plannen van de gemeente hebben grote gevolgen voor de landbouw. Er zullen grote bedreigingen ontstaan waardoor ondernemen misschien onmogelijk wordt. Het voortbestaan van de boeren moet op de eerste plaats staan. Geef de (jonge) boeren een kans.

Door deze visie wijzigt het bestaande beleid niet. De aanduiding GO bestaat al lang en vloeit voort uit nationaal natuurbeleid dat de provincies uitvoeren. De aanduiding kent geen gevolgen voor de agrarische bedrijfsvoering. Lees hier meer over in Thema 1 nummer 1.

Geen

Natuurlijk is er een toekomst voor agrariërs in de Oude IJsselstreek, zowel binnen als buiten de GNN en GO. Sinds het ontstaan van het natuurbeleid in 1990 zijn al jaren agrarische bedrijven in de GNN en GO gevestigd, zonder dat dit bijzonder nadelige consequenties heeft gehad.

12

In de visie is een aantal grote transities uiteengezet die in heel Nederland spelen en effect hebben op het buitengebied. Deze transities spelen ook in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft aan hoe we met transities om willen gaan en hoe we ze een plek geven. De gemeente heeft de taak om voor meerdere maatschappelijke complexe opgaven beleid te ontwikkelen. Dit vraagt om een visie op landschap, natuur en groene kernen. De complexe opgaven zorgen voor gronddruk en daarom is het belangrijk dat zorgvuldig concrete keuzes worden gemaakt. Deze visie focust op drie speerpunten: ‘behouden’, ‘versterken’ en ‘de gemeente zelf aan de slag’ op het gebied van landschap, natuur en groen. De landbouw heeft hierin zeker een belangrijke plaats, maar andere grote opgaven ook. 10.

24

Inspreker verwacht dat de gemeente zich inspant om waardedalingen in het natuurnetwerk te voorkomen.

De feitelijke situatie verandert niet door de VLNGK. Zie hiervoor ook Thema 1 nummer 1.

Geen

11.

24, 39

De visie is gericht op landschap en natuur en niet op de uitvoerbaarheid daarvan. Het landelijk gebied wordt gedragen door de landbouweconomie. Het buitengebied kan niet zonder de vitale landbouwsector. Deze visie zadelt boeren op met een grote onzekerheid over hun toekomst. Er zijn afspraken gemaakt dat voor GO-gronden geen beperkingen zouden gelden. In de praktijk heeft de intekening van GO al een negatieve beperking op grondwaarde en financieringsruimte. Dit is een inbreuk op de gemaakte afspraken vindt de inspreker. Dit wordt dan ook bij de provincie gemeld.

Zie Thema 1 nummer 1.

Zie Thema 1 nummer 1.

12.

25

Het is niet wenselijk dat landbouwbedrijven worden beperkt en het gebied langzaam in een Natura 2000-gebied verandert. Door etiketten te plakken op

Door deze visie wijzigt het bestaande beleid niet. De aanduiding GO bestaat al lang en vloeit voort uit nationaal natuurbeleid dat de provincies uitvoeren. De aanduiding

Geen

13

de bedrijven worden ze ongevraagd in hun bestaan en waarde aangetast.

kent geen gevolgen voor de agrarische bedrijfsvoering. Zie hiervoor ook Thema 1 nummer 1.

13.

28

Inspreker verhuurt grond aan actieve boeren. Er is geen belang om de gebieden beschikbaar te stellen voor natuurgebieden. Het is de taak van de inspreker om de boeren te ondersteunen. De inspreker heeft al een landgoed ontwikkeld, maar kan geen andere natuurgebieden of ontwikkelingszones ondersteunen.

Omvormen naar natuur vindt alleen plaats op basis van vrijwilligheid en bereidheid. Zie hiervoor ook Thema 1 nummer 1.

14.

2, 33

In hoeverre verlagen de groene verbindingsstructuren ter plaatse van het landbouwkundig gebruik en opbrengstpotentieel van de landbouwgronden en in welke mate wordt hier voor gecompenseerd? De stippellijnen impliceren dat reeds vast ligt waar deze groene verbindingsstructuren komen te liggen.

Aangezien de VLNGK aansluit op bestaand beleid is er geen sprake van compensatie, zoals dat afgelopen jaren ook niet het geval was. Zie hiervoor ook Thema 1 nummer 1. De huidige groene verbindingsstructuren vinden we op deze locaties erg waardevol. Nieuwe verbindingsstructuren worden gestimuleerd. Dit gebeurt uiteraard altijd op basis van vrijwilligheid en eigen bereidheid. Op de visiekaart is de met een donkergroene stippellijn ingetekende groene long, dus geen ingeplande bomenrij. Om dit de verduidelijken wordt de stippellijn vervangen door een ander symbool op de visiekaart.

Visiekaart aanpassen. De donkergroene stippellijn wordt vervangen door een ander symbool.

15.

37

Natuurontwikkeling gaat ook goed zonder ingetekende kaarten. Dit doet inspreker zelf al jaren op ‘topniveau’ volgens Friesland Campina.

Op perceelsniveau is het goed om aan natuurontwikkeling en ontwikkeling van biodiversiteit te doen. Dat wordt ook zeer gewaardeerd en het kan ook zonder ingetekende kaarten. In Nederland is vanuit de ruimtelijke ordening echter de keus gemaakt om natuur ook ruimtelijk te beschermen. Dat zijn de gebieden met bestemming ‘GNN’ en ‘Natuur’ in de bestemmingsplannen.

Geen

16.

44

De grond van de inspreker is al generaties van de familie. Het heeft emotionele waarde. Ze wensen zelf te beslissen wat er met de grond gebeurt.

De gemeente beslist niet over de gronden van anderen. Deze visie heeft ook geen invloed op de grond van anderen. Zie ook Thema 1 nummer 1.

Geen

17.

189, 202

Welke consequenties heeft het veranderen van agrarische grond naar natuur voor het bouwen op de percelen? Op percelen met agrarische bestemming mag niets gebouwd worden, geen

De visie verandert niets aan de bestemming van gronden. In het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 zijn agrarische bouwvlakken opgenomen. Daarbinnen kan de agrarische bedrijfsvoering plaatsvinden en kunnen

Zie Thema 1 nummer 1 en

14

recreatie, geen woning e.d. Hoe is dan de bestemming op natuurgrond? Mag daar gebouwd worden? Kan de gemeente in de toekomst zomaar een andere bestemming geven aan de percelen van de inspreker, waardoor de grond minder waard wordt en mogelijkheden beperkt gaan zijn?

bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd. Buiten de bouwvlakken kan geen bebouwing worden gerealiseerd.

Thema 1 nummer 7.

De gemeente bepaalt niet of landbouwgrond altijd landbouwgrond blijft. Een eigenaar bepaalt zelf hoe hij zijn gronden inzet en aan wie hij zijn grond verkoopt. Binnen het bestemmingsplan of met een wijziging van het bestemmingsplan kan een functie veranderen. Zie ook Thema 1 nummer 1 en Thema 1 nummer 7.

18.

220

Er wordt gezegd dat alles wat betrekking heeft op particuliere agrarische gronden gebeurt op basis van vrijwilligheid, maar hoe hard is deze belofte?

De voorgestelde maatregelen in de visie zijn bedoeld om inzichtelijk te maken hoe versterking van het landschap mogelijk is binnen de agrarische bedrijfsvoering, of zelfs een alternatief kan zijn bij bedrijfsbeëindiging. Bij de voorgestelde maatregelen horen compensaties voor de aanleg en beheer van landschapselementen. Deze alternatieven zijn altijd op basis van vrijwilligheid.

Geen

19.

233

Bij het beschrijven van de veranderende landbouw zou meer expliciet moeten worden aangegeven, wat de consequenties zijn van het stoppen van veel bedrijven, namelijk dat dit het grote risico van schaalvergroting van landbouwbedrijven met zich meebrengt met alle desastreuze gevolgen van dien voor het landschap. Vrijkomende agrarische bebouwing en de gevolgen hiervan voor het landschap wordt niet genoemd.

In de visie wordt gestreefd naar zoveel mogelijk behouden van het bestaande landschap met de daarin aanwezige landschapselementen en waar mogelijk deze weer te ontwikkelen. Behouden van het landschap kan door middel van een vergunningstelsel. Nieuw ontwikkelen wil de gemeente juist samen met de mensen in het gebied doen, op basis van vrijwilligheid. Als het stoppen van agrarische bedrijven aan de orde is, wordt voorgesteld om de functieverandering bij bedrijfsbeëindiging meer aan landschapsontwikkeling te koppelen. Zo ontstaan kansen voor het verder ontwikkelen landschapselementen. Dit is uiteraard altijd op basis van bereidheid van de grondeigenaar. Hiermee zorgt de visie voor alternatieven voor het grondgebruik.

Geen

20.

233

Waarom wordt groene ontwikkelingszone (GO) niet verder doorgetrokken tussen Spoorbaan en Terborgseweg richting GO tussen Terborg en Silvolde?

Het GNN en GO zijn door de provincie vastgelegd in de omgevingsverordening en daarvoor in het streekplan. Een aanpassing van de begrenzing van de zone is geen bevoegdheid van de gemeente.

Geen

15

16

Thema 2: Landbouwsector Nummer 1.

2.

3.

Inspreker 6, 24, 39, 46, 97, 201

7, 8, 10, 23, 24, 29, 30, 31, 32, 34, 38, 41, 58, 60, 219 5, 8, 10, 23, 29, 30, 31, 32, 34, 38, 41, 58, 60, 154

Samenvatting inspraakreactie Je kunt niet alle lasten en plichten bij de boerenbedrijven neerleggen. Bedrijven gaan kapot zonder dat een alternatief wordt gegeven. Er moet een realistisch verdienmodel voor de boer inzichtelijk gemaakt worden in de VLNGK. Maatschappelijke diensten vragen een maatschappelijke vergoeding. Het is nu onduidelijk hoe die vergoedingen betaald gaan worden. Er wordt wel over gesproken, maar hoe het er uit moet gaan zien staat in geen enkel document. Zonder inkomen voor de boer geen draagvlak.

De insprekers willen dat er geen extra belemmeringen ontstaan voor de huidige bedrijfsvoering en het gebruik van de gronden. De landbouwsector staat onder grote druk en krijgt steeds meer beperkingen van de overheid. Voor het bedrijf van de insprekers is grondgebondenheid erg belangrijk. De grond moet optimaal benut kunnen worden in het kader van kringlooplandbouw en weidegang. De insprekers zijn zeer sceptisch tegenover plannen die landbouwgrond onttrekken aan de sector of omzetten naar natuur. Landbouw is volop in verandering. Door grond aan de

Antwoord Na vaststelling van deze visie is er geen sprake van nieuwe lasten en plichten. De visie biedt alternatieven voor grondgebruik. Daarbij is de gemeente juist van mening dat wanneer een agrariër maatschappelijke diensten verleent, bijvoorbeeld in de vorm van landschapsonderhoud, hij daar dan ook voor betaald moet worden. Daar zijn nu subsidies voor vanuit de Provincie. De gemeente wil op basis van deze visie verder gaan en onderzoekt aan de hand van een landschapsfonds hoe de gemeente agrariërs hierbij meer kan ondersteunen en langer zekerheid kan bieden. Dat is nu nog niet uitgewerkt, maar het is een uitvoeringspunt in de visie, zie paragraaf 4.5 in de VLNGK. Inkomen is de basis van agrariërs, maar het is niet aan de gemeente om een verdienmodel te bedenken. De gemeente wil dus wel onderzoeken welke rol ze kan spelen bij het compenseren van de maatschappelijke dienst ‘behoud van het landschap’. De visie zorgt niet voor extra belemmeringen. Zie Thema 1 nummer 1.

De visie onttrekt geen landbouwgronden voor natuur en legt geen aanvullende beperkingen op. Zie ook Thema 1 nummer 1.

Aanpassing in visie Geen

Geen

Geen

Grondeigenaren bepalen zelf in hoeverre zij de handvatten uit de visie willen gebruiken. De gemeente bepaalt niet of landbouwgrond altijd landbouwgrond blijft. Een eigenaar bepaalt zelf hoe hij zijn gronden inzet en aan wie hij zijn grond verkoopt. Binnen het bestemmingsplan of 17

4.

11, 14, 22, 36

5.

11, 14, 22, 36, 68, 220

landbouw te onttrekken worden deze veranderingen en ontwikkelingen de kop in gedrukt. Het is mogelijk dat de landbouw meer ‘natuurinclusief’ gaat worden. Daar moet dan wel draagvlak voor zijn. Deze visie zorgt daar niet voor. Het lijkt alsof de agrariër als ‘ongewenst’ of ‘bedreiging’ wordt ervaren. Een groot aantal agrariërs verbouwt steeds vaker mais, aardappelen en bloembollen. Inspreker doet dit ook. Dit betekent niet dat inspreker geen agrariër is en niet bijdraagt aan de biodiversiteit. De monocultuur is onmisbaar voor de voedervoorziening en past perfect in de kringloopgedachte. Het is belachelijk dat aardappelen als monoculturen worden aangeduid.

6.

11, 14, 22, 36, 237

Volgens de inspreker staat het telen van energie haaks op het doel om de zo belangrijk geachte basiskwaliteiten in stand te houden.

7.

5, 21, 23, 38, 39, 96, 218, 229

De gemeente zou zich juist hard moeten maken en mee moeten denken met de boeren, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat binnen de derogatieregeling meer gewassen geteeld mogen worden. Insprekers willen graag samenwerken met de gemeente om agrarische bedrijven niet te beperken.

met een wijziging van het bestemmingsplan kan een functie veranderen. De VLNGK streeft ernaar, zeker met al de ontvangen reacties en de aanpassingen die daar uit voortkomen, dat er wel draagvlak is. Agrariërs zijn juist belangrijk voor de voedselvoorziening en het beheer en onderhoud van het landschap, nu en in de toekomst. De gemeente onderstreept dat ook. De monocultuur is niet het probleem, maar de schaal waarop dit gebeurt, is bepalend voor het karakter van het landschap. Ongeveer 100 jaar geleden hadden de landschapselementen een functie voor de agrariërs. Dit is nu niet meer zo, maar dat is een logisch gevolg van de modernisering. De gemeente wil samen met grondeigenaren aan de slag met de vraag hoe we ons landschap en de daarin aanwezige landschapselementen kunnen behouden en waar mogelijk versterken. Er zijn veel voorbeelden waarbij agrarische bedrijfsvoering samen kan gaan met bijvoorbeeld de aanplant van vogelbosjes, houtwallen en/of houtsingels of stroken bloemrijk grasland. De visie biedt hier alternatieven voor die een grondeigenaar op basis van vrijwilligheid kan gebruiken. Zie bijvoorbeeld paragraaf 4.5 van de VLNGK. In het door de gemeenteraad vastgestelde ‘uitnodigingskader lokale duurzame energieopwekking’ is aangegeven op welke wijze de opwekking van duurzame energie kan samengaan met behoud en versterking van het landschap en de biodiversiteit.

De VLNGK sluit daarbij aan. De gemeente of de visie gaat niet over de derogatiewetgeving. De wetgeving in de agrarische sector wordt op Europees en nationaal niveau bepaald.

Geen Redactie paragrafen 2.4, 3.4, 3.7 en 5.2 in de VLNGK.

Geen

Geen

De gemeente wil samen met grondeigenaren aan de slag met de vraag hoe we ons landschap en de daarin aanwezige landschapselementen kunnen behouden en waar mogelijk versterken. Er zijn veel voorbeelden waarbij 18

8.

23, 38

Perceelverruiming wordt een halt toegeroepen door duidelijke spelregels, maar die spelregels ontbreken.

9.

23, 38

‘Landbouw te gast’ roept vragen op.

10.

23, 38, 39

11.

25, 39, 213

12.

39, 234

Insprekers willen in dit stadium van de visie, als voorloper van beleid, hun ongerustheid uiten. Op het gebied van verstedelijking schetst de visie een vermenging van landbouw, landgoederen en woonfunctie. Melkveehouderijen moeten extensiveren waarvoor landbouwgrond nodig is. Extra uitbreiding van groen/bos zorgt dus voor een knelpunt. Dit is op grond van zorgvuldig ruimtegebruik een verkeerde richting die spanningsvelden vergroot. Er wordt graag meegedacht over een VAB beleid. De visie is niet in lijn met de landelijke visie om kringlooplandbouw te realiseren. Kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en duurzaam bodembeheer kunnen niet samengaan met het inleveren van areaal. Dan wordt er een nieuwe werkwijze gevraagd, wat investeringen, inzet, geld, tijd energie en geduld vergt. Het kan begrepen worden dat de boeren niet aan zo’n proces kunnen beginnen als hun toekomst niet zeker is. De visie houdt geen rekening met de moeite die innovatie kost. Dit is onvoldoende doordacht. Een

agrarisch bedrijfsvoering samen kan gaan met bijvoorbeeld de aanplant van vogelbosjes, housingels of akkerrandvegetatie. De visie biedt hier mogelijkheden voor die een grondeigenaar op basis van vrijwilligheid kan gebruiken. Zie bijvoorbeeld paragraaf 4.5 van de VLNGK. In de visie zitten bewust geen spelregels, maar wel het uitvoeringspunt dat deze worden ontwikkeld, zie paragraaf 4.2 in de VLNGK. Aparte besluitvorming door de gemeenteraad over deze spelregels is nodig, omdat de spelregels worden opgenomen in het Omgevingsplan. Landbouw te gast is de visie op onze eigen gemeentelijke gronden in de bos- en natuurgebieden. Dit wordt als individueel maatwerk samen met onze pachters uitgewerkt, passend bij hun bedrijfsvoering. De constatering van het knelpunt is juist. Het is een gegeven dat ook melkveehouderijen moeten extensiveren en dat daar grond voor nodig is. Dat geldt voor meerdere transities die landelijk en dus ook in Oude IJsselstreek spelen. Zie Thema 1 nummer 9.

Geen

Geen

Geen

Het inleveren van areaal is niet aan de orde. De visie onttrekt geen landbouwgronden voor natuur en legt geen aanvullende beperkingen op. Zie ook Thema 1 nummer 1. De visie biedt mogelijkheden. Grondeigenaren bepalen zelf in hoeverre hij of zij de handvatten uit de visie wil gebruiken.

Geen

De gemeente Oude IJsselstreek is niet tegen perceelsverruiming an sich, maar het behoud van de

Geen

19

13.

42

14.

42, 52, 53

15.

63

16.

135

17.

234

voorbeeld daarvan is het stoppen van perceelverruiming. Waarom? Perceelverruiming is juist een voorwaarde voor verduurzaming van mestgebruik, koeien in de wei en voor strokenteelt, iets wat de makers van de visie graag zien. De visie heeft het over agrobosbouw. Inspreker wil dat het ook duidelijk vastgelegd wordt dat het om bomen gaat die uiteindelijk gekapt worden, anders heb je geen bosbouw, maar bos. Inspreker wil dat agrarische bedrijven agrarisch blijven. Insprekers streven naar een andere vorm van agrarische bedrijfsvoering. ‘No till’ heeft een grote potentie met betrekking tot wateropslag, biodiversiteit en CO²-binding. Gewassen en veehouderij tegelijk, het nieuwe verdienmodel voor de agrarische sector. Voedselbosbouw in verband met weinig onderhoud en het vasthouden van vocht. Vaak kunnen particulieren geen doel verzinnen voor de enorme opbrengst van de fruitbomen Het ontwikkelen van verwerkingsmethodes is hierbij noodzakelijk. De omwenteling naar andere landbouw kan niet alleen door een gemeentelijke landschapsvisie genomen worden. Maar op detailniveau kunnen al grote stappen gemaakt worden. Elke ingreep ligt gevoelig bij een aantal boeren. Mogelijk bestaat er een beloningssysteem, die niet alleen op geld gebaseerd is. Inspreker noemt als voorbeeld dat vergroenende boeren als beloning de mogelijkheid van minicamping krijgen.

Inspreker vindt dat landbouwers gestimuleerd moeten worden met behulp van VAL in natuurmaatregelen in plaats van het huidig plan. Waar komt de kennis vandaan dat je met kringlooplandbouw de wereld kan voeden in 2050?

landschapsstructuren is een gemeentelijke taak. Het landschap is belangrijk voor de identiteit, biodiversiteit en wordt door inwoners en recreanten zeer gewaardeerd. In paragraaf 4.2 in de VLNGK staat beschreven hoe met dit behoud aan de slag wordt gegaan. In de VLNGK wordt agrobosbouw verduidelijkt.

Definitie agrobosbouw toevoegen.

Dank voor uw aanvulling. Dit is een mooi streven. De visie is echter niet bepalend voor de (agrarische) bedrijfsvoering. Wel worden alternatieven als optie en ter inspiratie benoemd. Dit is op basis van bereidheid en vrijwilligheid bij de ondernemer. Daarnaast is het ook aan de ondernemer om een verdienmodel te ontwikkelen.

Geen

De gemeente wil bepaalde richtingen stimuleren en niet opleggen. Iedereen krijgt dezelfde mogelijkheden. Beloning met ruimtelijke mogelijkheden hoort daar niet bij en daarnaast is de vraag of de agrarische ondernemer een verbreding van zijn werkzaamheden wenst maatwerk.

Geen

Het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 biedt voldoende mogelijkheden voor verbreding van de landbouw, bijvoorbeeld in de vorm van recreatie, waarbij een landschappelijke inpassing noodzakelijk is. De uitvoering pakken we samen met partners in het gebied op. De VAL is er daar één van. De visie is stimuleert juist het gebruik maken van subsidies voor landschapsontwikkeling. De essentie van de tekst in paragraaf 3.4 van de VLNGK is dat de wereldbevolking blijft groeien en om de aarde niet uit te putten, moeten we anders gaan consumeren en

Geen Schrappen “Met kringlooplandbouw is het mogelijk 20

produceren. Kringlooplandbouw zou hiervoor een deel van de oplossing kunnen bieden. Dat is nu te stellig geformuleerd, dit wordt aangepast. 18.

235, 237

De inspreker wil dat nieuwe vormen van duurzame landbouw door de gemeente actief worden gestimuleerd, waarbij gestreefd wordt naar voldoende inkomen.

Zie Thema 2 nummer 1.

voldoende voedsel te produceren binnen de grenzen van de planeet.” Zie Thema 2 nummer 1.

21

Thema 3: Natuurgebieden en biodiversiteit Nummer 1.

2.

Inspreker 8, 9, 10, 11, 12, 14, 16, 19, 22, 25, 32, 36, 38, 43, 104, 119, 143, 154, 166 13, 20, 26

3.

39

4.

52

5.

53

Samenvatting inspraakreactie Uit de visie blijkt volgens de insprekers dat de natuur versterkt wordt ten koste van de landbouw. Boerenbedrijven moeten inleveren voor de natuur. Zoveel hectares opofferen aan natuur is onbespreekbaar.

Antwoord Zie Thema 1 nummer 1, nummer 7 en nummer 8.

Aanpassing in visie Zie Thema 1 nummer 1, nummer 7 en nummer 8.

Het is opmerkelijk dat in de visie vermeld wordt dat areaal aan natuurgebieden afneemt. Er is sinds 1990 een duidelijke toename van natuuroppervlakte in Nederland. Verzocht wordt om de juiste weergave te formuleren. De onlangs ter inzage gelegde visie op landschap, natuur en groene kernen lijkt op een aantal onderdelen de gevonden balans toch weer door te doen slaan naar natuur. Dat terwijl zelfs de ambitie voor het GNN deel nog niet gerealiseerd is. Inspreker heeft een lijst gemaakt met hiervoor relevante punten uit de visie, waarin verder wordt gegaan dan provinciaal beleid en de gemaakte afspraken. Verzocht wordt aan de gemeente om zich te beperken tot provinciaal beleid en het beleid in goede samenspraak met de sector vorm te geven. Plant fruitbomen en struiken zoals vlier en bessen en kruiden langs de fietspaden en parken om de biodiversiteit te versterken. Vermeld daarbij dat mensen dit mogen plukken, mits ze de boel niet kapotmaken. Doe er een lint omheen zodat het duidelijk wor Er is een strenge scheiding van natuur en de rest in Nederland. Als we gaan wandelen gaan we naar een natuurgebied waar geen andere menselijke

In paragraaf 3.7 van de VLNGK wordt beschreven dat de biodiversiteit afneemt. De natuurgebieden nemen in aantal vanaf 1990 juist toe, mede door EHS beleid. In de visie is dit juist omschreven. Naar aanleiding van deze reactie wordt dit verduidelijkt. De gemeente heeft niet meer of verdergaande plannen voor het GNN of de GO dan de provincie in haar beleid heeft gesteld. Er is absoluut geen sprake van een voorgenomen beleid om de GO als geheel of grotendeels naar natuur om te vormen. Daar waar de visie particuliere gronden betreft, gebeurt dit uiteraard altijd in samenspraak en op basis van vrijwilligheid en eigen bereidheid. Zie ook Thema 1 nummer 1. De aangegeven tekstuele aanpassingen en voorstellen nemen we over.

Redactie paragraaf 3.7 in de VLNGK.

Dank voor uw inbreng. Dit is te concreet om te verwerken in de visie. Dit is onderdeel van het bomenbeheerplan en wordt uitgevoerd als maatwerk per locatie bij de aanplant van bomen in de kern.

Geen

In Nederland is vanuit de ruimtelijke ordening de keus gemaakt om natuur ruimtelijk te beschermen. Dat zijn de gebieden met bestemming ‘GNN’ en ‘Natuur’ in de

Geen

Redactie paragrafen 2.4, 3.4, 3.7 en 5.2 in de VLNGK.

22

6.

53

7.

53, 233

8.

54

9.

56, 57, 142

activiteiten plaatsvinden. De titel van de visie verwijst ook naar die scheiding. Maar, natuur is volgens inspreker overal, ook in je achtertuin. Volgens de inspreker zou het mooi zijn als we de natuur overal in gaan herkennen. In de visie wordt volgens de inspreker 22 keer gesproken over een toe- of afname van de biodiversiteit. Of er sprake is van een toe- of een afname kun je alleen weten als bekend is wat het uitgangssituatie is, dus wat de huidige biodiversiteit in de gemeente De Oude IJsselstreek is. Meten is weten. Inspreker wil daarom inventariseren wat de huidige stand van zaken is wat betreft de soortenrijkdom. Niet alleen heeft inventariseren een wetenschappelijk belang, het vergroten van de biodiversiteit heeft ook een belangrijke PR-functie naar bewoners: deze soorten zijn weer terug gevonden door het nieuwe beheer van het groen. Dat geeft draagvlak en begrip bij de inwoners. In de visie staan waterpartijen als sloten, vaarten en (oude lopen van) rivieren genoemd. Nergens komt de inspreker tegen om meer poelen en vijvers aan te leggen. Het vergoten van biodiversiteit is het makkelijkst door het aanleggen van waterpartijen. Poelen door het landschap en zeker in verbinding met die sloten en rivieren geven vele mogelijkheden aan veel dieren en planten.

Inspreker raadt aan om boomsoorten en struiken (bijvoorbeeld Japonica) te kiezen die door bloei en bessen/zaden bijdragen aan de biodiversiteit (insecten en vogels). Daarnaast wordt aangeraden om het maaien van bermen als gazon te verbieden. Alleen de eerste paar meter wellicht maaien uit verkeersveiligheid. Het schaadt de biodiversiteit. Hier moet op gehandhaafd worden. In de VLNGK is niet terug te zien waarom alleen het westelijke gebied is aangewezen voor

bestemmingsplannen. Dat is de reden dat gekozen is om ook in de VLNGK onderscheid tussen landschap en natuur te maken, maar uiteraard kan natuur overal voorkomen. Dat zijn we met u eens. Daarom is dit opgenomen in paragraaf 5.5 van de VLNGK. Het starten van de inventarisatie van (zeldzame) flora en fauna is een uitvoeringspunt. Afname van biodiversiteit is een landelijke trend en daar wordt veel onderzoek naar gedaan. Het is daarom zeer waarschijnlijk ook van toepassing in Oude IJsselstreek. Dat biodiversiteit kan toenemen door ander beheer van bijvoorbeeld bermen is op andere locaties aangetoond en daarom ook zeer waarschijnlijk van toepassing in de gemeente Oude IJsselstreek.

In paragraaf 3.7 van VLNGK bronvermelding opnemen over afname biodiversiteit.

Dank voor uw voorbeeld. De VLNGK wordt aangevuld naar aanleiding van uw voorbeeld.

Poelen en andere mogelijkheden voor waterberging opnemen.

De keuze voor boomsoorten is te concreet om op te nemen in de visie. Dit is wel onderdeel van het bomenbeheerplan. De gemeente start met ecologisch bermbeheer. Hiervoor wordt het machinepark aangepast. Onderdeel van dit ecologisch bermbeheer is communicatie. Het maaien als gazon van de gemeentelijke bermen is ongewenst, zie ook paragraaf 5.6 in de VLNGK.

Geen

Dank voor uw aanvullingen en uitleg. De gemeente Oude IJsselstreek streeft niet naar verweving of uitbreiding van

Visiekaart en legenda aanpassen. 23

samenwerken met het Duitse natuurgebied. Juist het oostelijk gebied dat niet is aangewezen grenst veel meer aan de gruttobroedplaatsen aan de Duitse kant. Het aanwijzen van het westelijk gebied komt over als willekeur met onvoldoende onderbouwing. Zodra gemeente Oude IJsselstreek Natura 2000-gebieden en zeker die van Duitsland willen verweven met het agrarisch grondgebied aan Nederlandse zijde zal dat alle samenwerking bij agrariërs gaan blokkeren. Er ligt nu een duidelijke grens tussen Duits Natura en Nederlands agrarisch gebied middels drie kanalen. Die duidelijke grens moet intact blijven, want verweving met het Nederlandse gaat onherroepelijk tot veel problemen leiden. Samenwerking met Duitsland lijkt de insprekers onwenselijk. Hiervoor worden onderstaande redenen genoemd.

het Duitse natuurgebied op Nederlands grondgebied. Dit wordt aangepast in de visie. De Nederlandse percelen zijn agrarisch bestemd en dat blijft zo. Het werk van windmolenpark Den Tol is vanuit de energietransitie belangrijk en nodig. Wel streven we, in samenwerking met de grondeigenaren in het hele grensgebied, naar behoud van de openheid en versterking van dit landschap op perceelsniveau.

Weghalen arcering ‘groene grens’. De pijl met ‘behouden openheid landschap’ blijft.

Op moment dat deze partijen werkzaam worden aan Nederlandse zijde worden ze volwaardig partij in juridische procedures in projecten die op Nederlandse zijde plaats vinden. Inspreker is bang dat mensen de autonomie over hun grondgebied kwijtraken wanneer wordt overgegaan op brede samenwerking. Het westelijk en het oostelijk gebied wat gearceerd is voor 80% in handen van eigenaren die ook initiatiefnemer zijn van Windpark den Tol Exploitatie B.V. Er is twintig jaar gewerkt om het windpark te kunnen realiseren en er is bijna tien jaar geprocedeerd tegen de Duitse natuurstichting NABU die voor het grootste gedeelte beheerder is in het Duitse Natura 2000-gebied. Er was op geen mogelijkheid om tot een compromis te komen. De NABU is extreem in haar visie op Natuur. 24

In de vogeltellingen aan Duitse zijde van de afgelopen jaren is te zien dat door een totaal uit balans geraakte populatie van predatoren zoals vossen, marters, buizerds en ooievaars dat de gruttonesten aan Duitse zijde verdwijnen als sneeuw voor de zon. De extreme droogte in combinatie met de grote muizenplaag is toe te schrijven aan de klimaatverandering en zorgt voor de huidige onbalans die grote impact heeft op de weidevogels. Ook uitbreiding van weidevogelgebieden aan Nederlandse zijde kan desastreuze gevolgen hebben voor het windpark. Onlangs is een FFontheffing verleend op basis van de huidige natuurstatus. Wanneer aan de Nederlandse zijde meer natuur- en weidevogelgebieden worden ontwikkeld kan dat ertoe leiden dat de molens moeten worden stilgezet, omdat de kans op meer vogelslachtoffers groter zal worden. In de landschapsvisie is een perceel geselecteerd voor natuurontwikkeling parallel aan de Jonkerstraat in Netterden, grenzend aan de Duitse grens. In dit gebied zijn plannen in ontwikkeling, of staan kort voor uitvoering die bijdragen aan de doelstellingen die de gemeente is aangegaan in het “akkoord van Groenlo”. Dit initiatief en de voorgenomen natuurontwikkeling in hetzelfde gebied lijkt volkomen onlogisch. De uitstekende landbouwgrond van de inspreker dat is ingetekend als ‘groene grens, ontwikkelen natuur en openheid i.s.m.

Duitsland’ is helemaal niet geschikt voor natuur.

25

10.

59

11.

61

12.

61

13.

61

14.

61, 235

15.

61

16.

39, 66

Natuurgebied wordt niet zomaar gecreëerd. Wat je nu veel ziet bij gecreëerde natuurgebieden zijn een mengsel van distels, brandnetels en ridderzuring. Dit is nu ook zichtbaar op het industrieterrein Hofskamp Oost of in het gebied Engbergen. De netwerken zijn dicht genoeg en voegt verdere uitbreiding niets toe qua beleving. Wel zal dit de natuur steeds meer benadelen: er blijft te weinig rustgebied voor dieren over. Inspreker adviseert om het niet te doen. Wie gaat de paden onderhouden over tien jaar? De vrijwilligers zijn (vrijwel) allemaal 70-plussers.

Combineer bijenlinten van de gemeente met die van grondeigenaren, waardoor de linten langer en gevarieerder kunnen worden. De inspreker raadt aan om bijzondere flora en fauna in kaart te brengen, maar deze niet te publiceren zodat de gebieden niet overlopen worden. De bestaande kennis is onvoldoende of onvolledig. Meten is weten. Inspreker vindt dat het belang van lijnelementen grote aandacht moet blijven houden. Leesbaar maken is goed, maar de inspreker is bang voor het “platlopen” van de mooie plaatsen. Het is een zeer eenzijdige visie die alleen gericht is op de natuur. Het is geen Natura 2000-gebied, maar een hondenuitlaat- en fietsgebied.

Dat is juist, natuurgebied wordt inderdaad niet zomaar gecreëerd. Het heeft ook beheer nodig waarbij er soms juist wel ruigte wordt gestimuleerd.

Geen

Deze visie voorziet niet in de aanleg van nieuwe paden. Per abuis is er wel een nieuwe verbinding richting Silvolde opgenomen. Deze wordt van de visiekaart gehaald. Beleving van het landschap is wel een onderdeel van de visie, zie paragraaf 4.3 in de VLNGK. We gaan er vanuit dat de paden in beheer van ‘Stichting Kerk- en fietspaden Sinderen & Omgeving’ worden bedoeld. Dit is een mooi initiatief waar inwoners en recreanten veel gebruik van maken. Deze paden en het onderhoud zijn de verantwoordelijkheid van de stichting. Dank voor uw reactie. Dit wordt concreet uitgewerkt in het bermbeheerplan. Waar samenwerking met grondeigenaren mogelijk is, wordt dat zeker opgepakt. Dank voor uw reactie. Gemeente Oude IJsselstreek is ook van mening dat meten weten is. Daarom is dit opgenomen in paragraaf 5.5 in de VLNGK. Het starten van de inventarisatie van (zeldzame) flora en fauna is een uitvoeringspunt. Dank voor uw reactie. Vanuit deze visie zijn er geen concrete plannen voor uitbreiding van padenstructuur. Beleving van het landschap is wel een onderdeel van de visie, zie paragraaf 4.3 in de VLNGK. De natuurgebieden en bossen hebben inderdaad ook een functie voor recreatie. In de gemeente Oude IJsselstreek zijn geen Natura 2000-gebieden en het is zeer onwaarschijnlijk dat er Natura200 gebieden bijkomen (of in andere delen van het land afgaan). Dit is Europees beleid.

Recreatieve verbinding van visiekaart verwijderen. Geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4185/documents/20505