Reactienota inclusief verwerkingen (1).pdf
Tekst van het document
Geen
Reactie van VVD
75
transformatie naar biologisch ondersteunt de VVD ook maar het primaat zijn de agrarische bedrijven. Kom de boer niet aan zijn grond en gun elkaar wat, we moeten dat compenseren en samen doen.
Wij verwachten dat we de onrust met de komst van de conceptvisie achter ons kunnen laten door de aanpassingen en duidingen die we nu voorstellen in deze reactienota, om te verwerken in de definitieve VLNGK. Daarmee zien we deze visie niet als eind, maar juist als startpunt voor veel mooie samenwerkingen met boeren en grondeigenaren. Daar zetten we ons voor in samen met partners en belangenorganisaties.
Geen
Samenvatting inspraakreactie
Antwoord
Aanpassing in visie
CDA is blij met de grote lijnen, maar vindt het jammer dat de communicatie mis is gegaan. Gelukkig is inbreng nog mogelijk en CDA adviseert ook om alle inbreng van de insprekers mee te nemen. Wat CDA betreft hoeft de visie niet op stel en sprong vast gesteld te worden. Verwerk al de reacties, bespreek dit in de commissie en dan inbrengen om vast te stellen.
In het participatieproces hebben we geprobeerd zoveel mogelijk mensen te bereiken om hun reactie te horen.
Geen
Reactie van CDA
Het participatieproces hebben we vorm gegeven door informatie op te halen bij een klankbordgroep, bestaande uit verschillende partijen actief in het buitengebied. Daarnaast heeft de gemeente drie avonden georganiseerd die goed bezocht zijn. Aan de hand van de input van die avonden is een eerste aanzet voor de visie gemaakt en deze is in een film beschikbaar gesteld aan iedere inwoner. Op basis van deze film kon een ieder de bijbehorende enquête invullen en aanvullende aan- en of opmerkingen maken. Deze digitale werkwijze was noodzakelijk vanwege de corona maatregelen die toen van kracht waren. Van het invullen van de enquête is veel gebruik gemaakt. Vervolgens is de conceptvisie opgesteld en hierop was inspraak mogelijk van 16 september tot 12 oktober 2020, ook daar is veel gebruik van gemaakt en deze reactienota is daar het resultaat van. Voor wat betreft de klankbordgroep kunnen we aangeven dat deelname niet hoeft te betekenen dat iedere partij het 100% eens is met de inhoud van de uiteindelijk opgestelde visie. De visie kent complexe opgaven en dat betekent dat er complexe keuzes moeten worden gemaakt. De uiteindelijke visie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het participatieproces is nog niet afgerond. Deze reactienota geeft aanpassingen op de inhoud van 76
de VLNGK. Wij verwachten dat we de onrust met de komst van de concept visie achter ons kunnen laten door de aanpassingen en duidingen die we nu voorstellen in deze reactienota, om te verwerken in de definitieve VLNGK. Daarmee zien we de visie niet als eind maar juist als startpunt voor veel mooie samenwerkingen met boeren, grondeigenaren en groene belangenorganisaties. Daar zetten we ons voor in samen met partners en belangenorganisaties.
77
3. Nota van verwerking 3.1. Verwerking themagerichte reacties Thema 1: Belemmering door Groene Ontwikkelingszone Thema 1 Thema 1.1 Aandachtspunt Lokaal Belang Aandachtspunt CDA Aandachtspunt VVD Aandachtspunt PvdA
Aanpassing In paragraaf 3.7 en paragraaf 5.5 van de VLNGK goed uitleggen wat de GO is, wat het beleid rondom GO is en wat GO en GNN betekenen.
Bestaand 3.7 RUIMTE VOOR NATUUR ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds. Die negatieve trend is niet tot Nederland beperkt gebleven. Daarom zijn er al in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw binnen Europa afspraken gemaakt over de bescherming van kwetsbare soorten en leefgebieden.
Aandachtspunt Pro!
Nieuw 3.7 RUIMTE VOOR NATUUR ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds. Bronnen: PBL (2012) Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL (2013a) Natuurverkenning 2010-2040. Achtergrondrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Die negatieve trend is niet tot Nederland beperkt gebleven. Daarom zijn er al in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw binnen Europa afspraken gemaakt over de bescherming van kwetsbare soorten en leefgebieden.
Aandachtspunt D66
Om de natuur niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk weer meer ruimte te geven, wordt in Nederland gewerkt aan de
Om de natuur niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk weer meer ruimte te geven, wordt in Nederland al lange tijd 78
realisering van het zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw te realiseren natuurgebieden en werd in 1990 als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan. Om kwetsbare soorten en leefgebieden te beschermen en de achteruitgang van de biodiversiteit te keren, worden bestaande natuurgebieden uitgebreid en met elkaar verbonden. Er wordt gestreefd naar het beheren van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden, aan de hand van overeenkomstige natuurdoelentypen.
gewerkt aan de realisering van het zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw te realiseren natuurgebieden of de verbindingszones daartussen en werd in 1990 als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan. Om kwetsbare soorten en leefgebieden te beschermen en de achteruitgang van de biodiversiteit te keren, werden bestaande natuurgebieden uitgebreid en met elkaar verbonden. Er werd gestreefd naar het beheren van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden, aan de hand van overeenkomstige natuurdoelentypen.
Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid in 2012 aan realisatie en beheer van het Gelders Natuurnetwerk. Gelderland heeft met het Rijk afgesproken om het Gelders Natuurnetwerk uiterlijk in 2027 af te ronden en heeft zichzelf ten doel gesteld om dit te versnellen en om uiterlijk in 2025 klaar te zijn. Hiervoor moet in de periode van 2011-2025 in totaal 10.500 hectare nieuwe natuur zijn toegevoegd aan het Gelders Natuurnetwerk.
Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid in 2012 aan realisatie en beheer van het Gelders Natuurnetwerk. Gelderland heeft met het Rijk afgesproken om het Gelders Natuurnetwerk uiterlijk in 2027 af te ronden en heeft zichzelf ten doel gesteld om dit te versnellen en om uiterlijk in 2025 klaar te zijn. Hiervoor moet in de periode van 2011-2025 in totaal 10.500 hectare nieuwe natuur zijn toegevoegd aan het Gelders Natuurnetwerk.
LOKAAL In Gelderland is de NNN doorvertaald naar het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en daarbinnen de zogeheten Groen Ontwikkelingszone (GO) waar nieuwe natuur ontwikkelt, dient te worden. Afhankelijk van het huidige grondbezit staan provincies in samenwerking met gemeenten binnen de GNN en GO voor verschillende opgaven om tot functieverandering te komen, met daarbij een uiteenlopend kostenplaatje. De grootste opgave is om bestaand landbouwareaal in natuurgebied om te zetten. Dat vereist de bereidwilligheid en de praktische en financiële mogelijkheden van agrariërs om op zijn minst een deel van hun bedrijfsvoering anders in te richten.
LOKAAL In Gelderland is de NNN doorvertaald naar het Gelders Natuur Netwerk (GNN) met daarbij de verbindingszone de zogeheten Groene Ontwikkelingszone (GO) waar nieuwe natuur ontwikkelt, dient te worden. Afhankelijk van het huidige grondbezit staat provincie in samenwerking met gemeenten binnen de GNN en GO voor verschillende opgaven om tot functieverandering te komen, met daarbij een uiteenlopend kostenplaatje. Om de laatste delen van de GNN in te vullen om deze in 2027 af te ronden. De grootste opgave is om bestaand landbouwareaal in natuurgebied om te zetten. Dat vereist de bereidwilligheid en de praktische en financiële mogelijkheden van agrariërs om op zijn minst een deel van hun bedrijfsvoering anders in te richten. 79
De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Van de meeste hectares is bekend waar nieuwe natuur wordt gerealiseerd, dit betreft met name rondom bestaande kwetsbare natuurgebieden. Dit speelt niet binnen de gemeentegrenzen. Verder is 20% van de hectares niet nader geduid en de provincie zet daarbij in op particuliere grondeigenaren die bereid zijn om vrijwillig natuur te ontwikkelen. Dit ondersteunen we als gemeente. Bron: ‘Voortgang realisatie Gelders februari 2020, Provincie Gelderland. Binnen de gemeente is een drietal zones aanwezig waarbinnen de natuur verder ontwikkeld kan worden en er mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeld landbouwgronden om te zetten naar nieuwe natuur. Vanuit de eerder geschetste opgave is er dan ook nog een substantiële ruimteclaim voor nieuwe natuur. Binnen de gemeente is de GNN nadrukkelijk aanwezig, zie nevenstaand kaartbeeld. Bij de verwezenlijking van voorliggende visie is de ontwikkeling van nieuwe natuur in de GNN een belangrijker motor achter de verdere ontwikkeling van het landschap, te combineren met de ander aangehaalde ruimteclaims op het landschap. Dit betreft met name een provinciale opgave, waarbij de gemeente graag een samenwerkingspartner is.
Natuurnetwerk’,
Binnen de gemeente is een drietal zones aanwezig waarbinnen de natuur verder ontwikkeld kan worden en er mogelijkheden bestaan om bijvoorbeeld landbouwgronden om te zetten naar nieuwe natuur. Vanuit de eerder geschetste opgave is er dan ook nog een substantiële ruimteclaim voor nieuwe natuur. Binnen de gemeente is de GNN nadrukkelijk aanwezig, zie nevenstaand kaartbeeld. Bij de verwezenlijking van voorliggende visie is de ontwikkeling van nieuwe natuur in de GNN een belangrijker motor achter de verdere ontwikkeling van het landschap, te combineren met de ander aangehaalde ruimteclaims op het landschap. Het beleid in de GO is erop gericht om natuur- en landschapselementen te behouden en waar mogelijk nieuwe te elementen te realiseren die bijdragen aan de verplaatsings- en migratiemogelijkheden voor planten en dieren. Dat betekent dus niet dat gronden in de GO moeten worden omgevormd naar natuur. Juist niet, de gronden in de GO hebben meestal de bestemming ‘agrarisch’ of een andere hoofdbestemming en dat blijft ook zo.
80
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de GO zijn niet uitgesloten. Deze ontwikkelingen mogen echter niet leiden tot een aantasting van bestaande natuur- en landschapselementen. Daarnaast wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of bij uitbreiding van bestaande activiteiten met meer dan 30% gevraagd om gelijktijdig nieuwe natuur- en landschapselementen te realiseren om daarmee de kwaliteiten van de GO verder te versterken. In relatie tot bestaande landbouw is daarbij van belang dat bij uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven (bijvoorbeeld de bouw van extra stallen) geen bijdrage voor natuur- en landschapsontwikkeling wordt gevraagd, omdat deze bedrijven in hun bedrijfsvoering al meewerken aan landschapsbeheer. Daarom hoeft bij uitbreiding alleen te worden aangetoond dat de uitbreiding de bestaande natuur- en landschapselementen niet aantast. Deze vrijstelling geldt bij grondgebonden landbouw ook bij uitbreiding met meer dan 30%. Alle regels die gelden binnen de GNN en GO liggen vast in de Provinciale Omgevingsverordening (https://www.gelderland.nl/omgevingsvisie). Alle Gelderse gemeenten moeten deze regels opnemen in hun bestemmingsplannen. Ook de begrenzing van het GNN en de GO worden door de provincie bepaald.
Oude IJsselstreek heeft deze regels en de begrenzing één-op-één vanuit de provinciale omgevingsverordening opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Dit plan is medio 2018 vastgesteld. De gemeente heeft niet meer of verdergaande plannen voor het GNN of de GO dan de provincie in haar beleid heeft gesteld. LEGENDA KAARTBEELD AANGEPAST NATUUR -> zones en netwerken
81
5.5 NATUURLANDSCHAP Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid aan realisatie van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Het omzetten van de groene ontwikkelzone naar natuur netwerk. Om de opgave voor functieverandering te versnellen zet de provincie de komende jaren, samen met de Gelderse natuurbeherende organisaties, pro-actief in op pachtafkoop, grondverwerving en het stimuleren van particulier natuurbeheer. Zo ook voor de gronden binnen de gemeente die gelegen zijn in de GNN.
5.5 NATUURLANDSCHAP Provincie Gelderland werkt sinds de decentralisatie van het natuurbeleid aan realisatie van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Het omzetten van de groene ontwikkelzone naar natuur netwerk. Om de opgave voor functieverandering te versnellen zet de provincie de komende jaren, samen met de Gelderse natuurbeherende organisaties, pro-actief in op pachtafkoop, grondverwerving en het stimuleren van particulier natuurbeheer. Zo ook voor de gronden binnen de gemeente die gelegen zijn in de GNN. De provincie Gelderland heeft nog een opgave om circa 10.500 ha. nieuwe natuur te realiseren. Van de meeste hectares is bekend waar nieuwe natuur wordt gerealiseerd, dit betreft met name rondom bestaande kwetsbare natuurgebieden. Dit speelt niet binnen de gemeentegrenzen. Bron: ‘Voortgang realisatie Gelders februari 2020, Provincie Gelderland.
Natuurnetwerk’,
De gemeente heeft in voorliggende visie geen plannen of beleid opgenomen om de Groene Ontwikkelzone naar natuur om te vormen, op particuliere grond of grond van bedrijven. Wel wil de gemeente landschap behouden en ontwikkeling van landschap stimuleren. Op gronden in eigendom van de gemeente pakken we dit op met bijvoorbeeld het bermbeheer. Op particuliere gronden of gronden van bedrijven willen we ontwikkeling van landschap stimuleren bij de eigenaren maar altijd en alleen op basis van bereidheid en vrijwilligheid van de eigenaar. Zie voor meer informatie hierover in paragraaf 4.5.
82
De gemeente wil dan ook actief inzetten op de verdere ontwikkeling van de GNN, dit onder andere door de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente.
Verder wil de gemeente de mogelijkheid onderzoeken voor de ontwikkeling van nieuw bos, maar juist ook de ontwikkeling van kleine bossen binnen de gemeente.
Uit onderzoek blijkt namelijk dat kleine bosjes per vierkante meter meer CO2 opslaan dan grotere bossen. Het gaat daarbij om een omvang kleiner dan een voetbalveld.
Uit onderzoek blijkt namelijk dat kleine bosjes per vierkante meter meer CO2 opslaan dan grotere bossen. Het gaat daarbij om een omvang kleiner dan een voetbalveld.
Vanuit het Rijk en de provincies wordt gewerkt aan een zogeheten bossenstrategie. Uitgangspunt is dat het Nederlandse bosareaal met 37.000 hectare wordt vergroot. Dat streven Rijk en de provincies na, zo staat in een brief van minister Schouten (LNV) aan de Tweede Kamer.
Het Rijk en de provincies hebben de afgelopen jaren ook gewerkt aan een zogeheten bossenstrategie, dit is een afspraak uit het Klimaatakkoord. Uitgangspunt is dat het Nederlandse bosareaal met 37.000 hectare wordt vergroot. Rijk en provincies gaan hiermee de komende jaren aan de slag, onder meer via het Klimaatakkoord, het Natuurpact en Programma Natuur. Rijk en provincies kunnen dit niet alleen. Ook de inbreng van andere overheden, particulieren en maatschappelijke initiatieven is hiervoor noodzakelijk. Hoe dit wordt opgepakt is op moment van schrijven van deze visie nog niet bekend. Provincie Gelderland heeft zelf ook beleid ontwikkeld voor meer gezond en afwisselend bos in Gelderland. Daarvoor neemt zij een aantal maatregelen. Zo worden verzuurde bosbodems verbeterd, gaat de provincie verdroging van het bos tegen en helpt zij beheerders om jong en gevarieerd bos te laten ontstaan. Daarnaast wil de provincie meer natuurlijk bos met meer oud en dood hout. Dat is goed voor de biodiversiteit. Ook moet er de komende 10 jaar 1.700 hectare nieuw bos bijkomen, grotendeels binnen bestaande natuurgebieden zoals de Veluwe. Daarnaast komen er 1 miljoen bomen bij in het landelijk gebied door meer landschapselementen te stimuleren; acties om meer bomen in de Gelderse dorpen en steden te stimuleren zijn ook uitgedacht.
83
Bron: ‘Vitaal en divers bos, Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos’, december 2020, provincie Gelderland Ook moeten er meer bomen in woonwijken komen, en moet bomenkap altijd gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Het vergroten van het areaal bos binnen de GNN kent daarmee een dubbele doelstelling, namelijk natuur- en klimaatdoelstellingen.
Hiermee komen er ook meer bomen in woonwijken. Verder moet bomenkap altijd gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Het vergroten van het areaal bos binnen de GNN kent daarmee een dubbele doelstelling, namelijk natuur- en klimaatdoelstellingen.
Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente en CO2 opslag. Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) te ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw.
Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes op eigen percelen of in samenspraak met grondeigenaren. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente vanuit doelstellingen zoals vergroenen, verduurzamen en leefbaarheid. Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw. Agrobosbouw is een vorm van landbouw waarbij houtige gewassen (bomen en struiken) bewust worden gecombineerd met de teelt van gewassen of dierlijke productiesystemen. Dit biedt voordelen door ecologische en economische interacties. Dit combineren kan in de praktijk op veel verschillende manieren, waardoor er veel verschillende vormen zijn. De meest bekende zijn boomweides, strokenteelt met houtige gewassen, windhagen, en voedselbossen.
De ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente behoort daarbij ook tot de mogelijkheden. Maar ook binnen de kern wordt de realisatie van voedsel- en of speelbossen gestimuleerd, zoals recentelijk nog voor een locatie op het sportcomplex IJsselweide.
De ontwikkeling van kleine bosjes op voormalige vuilstortlocaties binnen de gemeente behoort daarbij ook tot de mogelijkheden. Maar ook binnen de kern wordt de realisatie van voedsel- en of speelbossen gestimuleerd, zoals recentelijk nog voor een locatie op het sportcomplex IJsselweide.
De in hoofdstuk 2 benoemde kwaliteiten per landschapstype, ‘de zogeheten parels’ betreffen ook veel bos-
De in hoofdstuk 2 benoemde kwaliteiten per landschapstype, ‘de zogeheten parels’ betreffen ook veel bos84
Thema 1.5
en natuurgebieden. Deze zijn op de visiekaart met een icoon weergegeven. Het behoud en versterken van de bestaande kwaliteiten staat hier voorop. Enkele voorbeelden zijn Idinkbos, Engbergen, Paasberg en de Vennebulten.
en natuurgebieden. Deze zijn op de visiekaart met een icoon weergegeven. Het behoud en versterken van de bestaande kwaliteiten staat hier voorop. Enkele voorbeelden zijn Idinkbos, Engbergen, Paasberg en de Vennebulten.
Verder wil de gemeente bijzondere flora- en fauna binnen het gemeentelijk grondgebied in kaart brengen. Dit zodat ook deze kwaliteiten voor de toekomst behouden kunnen blijven.
Verder wil de gemeente bijzondere flora- en fauna binnen het gemeentelijk grondgebied in kaart brengen. Dit zodat ook deze kwaliteiten voor de toekomst behouden kunnen blijven. Zo kunnen we ook beter toetsen in welke gebieden/locaties in de gemeente we de mogelijkheden tot bescherming van deze diersoorten volgens de Wet Natuurbescherming kunnen vormgeven.
De indicatieve arcering over gronden met de duiding ‘zoekgebied voor bos’ wordt van de plankaart gehaald. Het icoon met de duiding ‘gewenste uitbreiding’ blijft
85
Thema 1.14
Visiekaart aanpassen. De donkergroene stippellijn wordt vervangen door een ander symbool.
86
Thema 2: Landbouwsector Thema 2 Thema 2.5 Aandachtspunt Lokaal Belang Aandachtspunt CDA
Aanpassing Redactie paragrafen 2.4, 3.4, 3.7 en 5.2 in de VLNGK.
Bestaand 2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN
Nieuw 2.4 KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN KANSEN
KAMPENLANDSCHAP
KAMPENLANDSCHAP
Knelpunten • Agrarisch gebruik van open gronden in de bossen. • Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen. • Stoppende boeren in het gebied met als gevolg monocultuur van mais en aardappelen.
Knelpunten • Intensief agrarisch gebruik van de open en kleine percelen in de bossen. • Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen. • Stoppende boeren in het gebied met als gevolg monocultuur van mais en aardappelen.
Kansen • Uitbreiden routenetwerk van wandel- en fietspaden en landschapselementen met als toevoeging het vertellen van de verhalen in het landschap en de ontstaansgeschiedenis ervan. Het leren lezen van het landschap (eigenlijk gemeentebreed). • Uitbreiden areaal bos (binnen GNN en GO).
Kansen • Uitbreiden routenetwerk van wandel- en fietspaden en landschapselementen met als toevoeging het vertellen van de verhalen in het landschap en de ontstaansgeschiedenis ervan. Het leren lezen van het landschap (eigenlijk gemeentebreed). • Uitbreiden areaal bos (binnen GNN en GO).
VEENONTGINNINGSLANDSCHAP
VEENONTGINNINGSLANDSCHAP
Knelpunten • Monocultuur huidig agrarisch gebruik als grasland.
Knelpunten • Afname van kleinschaligheid van het landschap door verdwijnen van landschapselementen.
RIVIERENLANDSCHAP
RIVIERENLANDSCHAP
Knelpunten • Verdwijnen hagen en elzensingels, waardoor landschap opener is geworden. • Monotoon gebruik vanuit agrarische sector.
Knelpunten • Verdwijnen hagen en elzensingels, waardoor landschap opener is geworden. • Monotoon gebruik vanuit agrarische sector. 87
• Afname zichbaarheid hoogteverschil in landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik.
•
3.4 VERANDERENDE LANDBOUW
3.4 VERANDERENDE LANDBOUW
ALGEMEEN Landbouw was lange tijd de belangrijkste onderlegger van het cultuurlandschap en daarmee de beeldbepaler van het Nederlandse landschap. De vele functies die verscheidene landschapselementen vervulden voor de landbouw zorgden voor een divers landschap. Sinds de modernisering van de landbouw in de jaren 50 vervult het landschap steeds minder functies voor agrarische bedrijven. Specialisatie, mechanisering en schaalvergroting hebben vele traditionele functies die landschapselementen in de landbouw hadden, overbodig gemaakt. Soms zijn die veranderingen goed zichtbaar, zoals de ruilverkaveling, gedempte sloten en verdwenen hagen, toegenomen oppervlakte maïsverbouw en soms hebben die subtieler plaatsgevonden, zoals de afname van de biodiversiteit in landbouwgebieden.
ALGEMEEN Landbouw was lange tijd de belangrijkste onderlegger van het cultuurlandschap en daarmee de beeldbepaler van het Nederlandse landschap. De vele functies die verscheidene landschapselementen vervulden voor de landbouw zorgden voor een divers landschap. Sinds de modernisering van de landbouw in de jaren 50 vervult het landschap steeds minder functies voor agrarische bedrijven. Specialisatie, mechanisering en schaalvergroting hebben vele traditionele functies die landschapselementen in de landbouw hadden, overbodig gemaakt. Soms zijn die veranderingen goed zichtbaar, zoals de ruilverkaveling, gedempte sloten en verdwenen hagen, toegenomen oppervlakte maïsverbouw en soms hebben die subtieler plaatsgevonden, zoals de afname van de biodiversiteit in landbouwgebieden.
In het proces van modernisering, rationalisering en productieverhoging is er sprake geweest van een bedrijfsmatige schaalvergroting. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is gestaag afgenomen, van 301.000 in 1960 tot 55.000 in 2017. Het totale landbouwareaal neemt ook af, van 75% van het landoppervlak (inclusief binnenwater) in 1950 tot geen 60% vandaag de dag. Het landschapsbeheer is de afgelopen jaren ook meer en meer onder druk komen te staan, onder meer doordat landschapsbeheer nauwelijks voorkwam in de Nederlandse interpretatie van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).
Afname zichtbaarheid hoogteverschil in landschap met kernen en omliggende lagere delen, door nieuwe bebouwing en het verdwijnen in verschil tussen beplanting en gelijk grondgebruik.
In het proces van modernisering, rationalisering en productieverhoging was er behoefte aan een bedrijfsmatige schaalvergroting. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven is gestaag afgenomen, van 301.000 in 1960 tot 55.000 in 2017. Het totale landbouwareaal neemt ook af, van 75% van het landoppervlak (inclusief binnenwater) in 1950 tot geen 60% vandaag de dag. Het landschapsbeheer is de afgelopen jaren ook meer en meer onder druk komen te staan, onder meer doordat landschapsbeheer nauwelijks voorkwam in de
88
Nederlandse interpretatie van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). BRON: PBL (2019) Zorg voor landschap. Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid, Signalenrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Het GLB biedt boeren de mogelijkheid een deel van hun land in aanmerking te laten komen voor EU-subsidie voor groene diensten, zoals een vergoeding voor het beheer van akkerranden, sloten, houtwallen en bomen op hun land. Maar de Nederlandse overheid maakt nu (nog) geen gebruik van deze mogelijkheid en neemt in de landbouwtelling uitsluitend landbouwproductiegrond mee. Dat leidt tot een perverse prikkel: als boeren die elementen kappen, omploegen en omzetten in grond voor hun agrarische bedrijf, dan krijgen ze voor die hectares wel subsidie, namelijk als landbouwproductiegrond. Het gevolg is geleidelijke aantasting van het Nederlandse landschap.
Zoals het nieuwe Europese GLB er uit ziet, lijkt het boeren de mogelijkheid te bieden een deel van hun land in aanmerking te laten komen voor EU-subsidie voor groene diensten, zoals een vergoeding voor het beheer van akkerranden, sloten, houtwallen en bomen op hun land. Maar de Nederlandse overheid maakt nu (nog) geen gebruik van deze mogelijkheid en neemt in de landbouwtelling uitsluitend landbouwproductiegrond mee. Dat leidt tot een perverse prikkel: als boeren die elementen kappen, omploegen en omzetten in grond voor hun agrarische bedrijf, dan krijgen ze voor die hectares wel subsidie, namelijk als landbouwproductiegrond. Het gevolg is geleidelijke aantasting van het Nederlandse landschap. BRON: Artikel Ruimte en Wonen (2019) Landschap in transitie, Het Nederlandse landschap staat op een kantelpunt Den Haag, Planbureau voor de leefomgeving.
Met het nieuwe GLB 2021-2027 zou de Nederlandse regering de GLB-doelen kunnen uitwerken in een zogenoemde landschapsinclusieve landbouw. Naast het nieuwe GLB biedt het nationale plan voor een kringlooplandbouw kansen om landbouwdoelstellingen te koppelen aan doelstellingen voor zowel natuur als landschap.
Met het nieuwe Europese GLB 2021-2027 zou de Nederlandse regering de GLB-doelen kunnen uitwerken in een zogenoemde landschapsinclusieve landbouw. Naast het nieuwe GLB biedt het nationale plan voor een kringlooplandbouw en de Bossenstrategie van Rijk en Provincies kansen om landbouwdoelstellingen te koppelen aan doelstellingen voor zowel natuur als landschap.
De landbouw staat dan ook voor een grote hervormingsen verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes.
De landbouw staat dan ook voor een grote hervormingsen verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes. 89
Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen. Om de aarde niet uit te putten, moeten we anders gaan consumeren en produceren. Met kringlooplandbouw is het mogelijk voldoende voedsel te produceren binnen de grenzen van de planeet. Misschien moeten we toe naar een situatie waarin we de boer niet alleen zien als producent van voedsel, maar als een heel belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap. LOKAAL In de gemeente vormt de landbouw een van de belangrijkste gebruikers van het buitengebied. De gevolgen van de hierboven aangehaalde modernisering en schaalvergroting heeft ook zijn effect gehad op de landschapsstructuren binnen de gemeente. Bomen, bosjes, houtwallen en hegstructuren zijn verdwenen, waarmee de kenmerken van de verschillende landschapstypen en de daarmee de herkenbaarheid van het landschap langzaam verdwijnt. Met name de perceelsvergrotingen binnen de gemeente hebben de kleinschaligheid aangetast.
Ook de afname van biodiversiteit en de toegenomen oppervlakte maïsteelt zijn herkenbaar in de gemeente.
Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen. Om de aarde niet uit te putten, moeten we gaan nadenken over een andere manier van consumeren maar ook produceren. Kringlooplandbouw kan hier een mogelijkheid voor bieden. Als consument is het belangrijk de boer niet alleen te zien als een producent van voedsel, maar juist ook als een hele belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap. LOKAAL In de gemeente vormt de landbouw een van de belangrijkste gebruikers van het buitengebied. De gevolgen van de hierboven aangehaalde modernisering en schaalvergroting heeft ook zijn effect gehad op de landschapsstructuren binnen de gemeente. Verschillende landschapselementen zijn verdwenen omdat ze hun nut verloren, waarmee de kenmerken van de verschillende landschapstypen en de daarmee de herkenbaarheid van het landschap langzaam verdwijnt. Met name de perceelsvergrotingen binnen de gemeente hebben de kleinschaligheid aangetast.
Ook de afname van biodiversiteit en de toegenomen oppervlakte maïsteelt zijn is herkenbaar in de gemeente. Bronnen: PBL (2012) Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. 90
PBL (2013a) Natuurverkenning 2010-2040. Achtergrondrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast kent de gemeente op dit moment nog zo’n 300 actieve agrariërs, maar is de verwachting dat dit aantal tot 2030 verder daalt tot ongeveer 200 bedrijven.
Daarnaast kent de gemeente op dit moment nog zo’n 300 actieve agrariërs, maar is de verwachting dat dit aantal tot 2030 verder daalt tot ongeveer 200 bedrijven. Ook deze actieve agrariërs moeten binnen de gemeente voldoende mogelijkheden hebben om hun agrarische bedrijfsvoering te kunnen voortzetten, met oog voor landschap en natuur dit is ten slotte de focus van deze visie. Voorliggende visie biedt voor deze actieve agrariërs tal van mogelijkheden om hen te ondersteunen bij landschapsaanleg en – beheer in zowel financiële als praktische zin. Uiteraard op basis van bereidheid en vrijwilligheid.
Naast de transitie in de landbouw, en de ‘vernieuwde’ rol van agrariërs in het beheer van landschap en daar waar mogelijk natuur, moet er in de visie ook aandacht zijn voor de stoppende agrariër. Door de stoppende agrariërs kan grond vrijkomen voor de blijvende agrariërs waardoor voor hen mogelijk ruimte ontstaat om invulling te geven aan de verduurzamingsopgave. Hierbij is het wel belangrijk dat door eventueel gewenste perceelsvergroting geen landschapselementen verdwijnen.
Naast de transitie in de landbouw, en de ‘vernieuwde’ rol van agrariërs in het beheer van landschap en daar waar mogelijk natuur, moet er in de visie ook aandacht zijn voor de stoppende agrariër. Door de stoppende agrariërs komt grond vrij voor de blijvende agrariërs waardoor voor hen mogelijk ruimte ontstaat om invulling te geven aan de verduurzamingsopgave. Hierbij is het wel belangrijk dat door eventueel gewenste perceelsvergroting geen landschapselementen verdwijnen.
Met andere woorden er moet gezocht worden naar goede landschaps-inclusieve alternatieven, dit voor zowel de actieve als de stoppende agrariër. In hoofdstuk 4 wordt omschreven hoe de basiskwaliteit van het landschap kan worden behouden en hoofdstuk 5 geeft de visie op ontwikkelingen in dit landschap.
Met andere woorden er moet gezocht worden naar goede landschaps-inclusieve alternatieven, dit voor zowel de actieve als de stoppende agrariër. In hoofdstuk 4 wordt omschreven hoe de basiskwaliteit van het landschap kan worden behouden en hoofdstuk 5 geeft de visie op ontwikkelingen in dit landschap.
91
3.7 RUIMTE VOOR NATUUR Zie thema 1.1
3.7 RUIMTE VOOR NATUUR Zie thema 1.1
5.2 AGRARISCH LANDSCHAP In hoofdstuk 3 van deze visie zijn de veranderingen die nu, maar zeker ook de komende jaren gaan spelen in de agrarische sector benoemd. De toegenomen schaalmaar zeker ook perceelsvergroting hebben de laatste jaren, hun effect gehad op het landschap. Ook de toegenomen efficiency in productie op gronden, heeft effect op de (bio) diversiteit. Daarnaast stopt een groot aantal agrariërs en worden de gronden steeds vaker ingezet voor het verbouwen van maïs, aardappels en soms bloembollen.
5.2 AGRARISCH LANDSCHAP De agrarische sector heeft de afgelopen jaren een groot aantal veranderingen ondergaan. De toegenomen schaal- maar zeker ook perceelsvergroting hebben de laatste jaren, hun effect gehad op het landschap. Ook de toegenomen efficiency in productie op gronden, heeft effect op de (bio)diversiteit.
Ontwikkelingen die ingegeven zijn vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering en wet- en regelgeving, maar die wel zijn effecten hebben gehad op het landschap. Deze visie poogt geen passende antwoorden te bieden op deze problematiek. Dit moet met name gezocht worden op Europees en Nationaal niveau, met de komst van het nieuwe GLB 2021-2027 (zie hoofdstuk 4). Echter met de visie wordt voor actieve en stoppende agrariërs een aantal alternatieven geschetst die een goede agrarische bedrijfsvoering niet in de weg hoeven te staan, maar wel bijdragen aan biodiversiteit en die voorkomen dat het karakteristieke landschap verdwijnt.
Ontwikkelingen die ingegeven zijn vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering en wet- en regelgeving, maar die wel zijn effecten hebben gehad op het landschap. Deze visie poogt geen passende antwoorden te bieden op deze tegenstrijdigheid Dit moet met name gezocht worden op Europees en Nationaal niveau, met de komst van het nieuwe GLB (zie hoofdstuk 4). Echter met de visie wordt voor zowel de actieve en stoppende agrariërs een aantal alternatieven geschetst die een goede agrarische bedrijfsvoering niet in de weg hoeven te staan, maar wel bijdragen aan biodiversiteit en behoud en nieuwe aanleg van het karakteristieke landschap.
SPELREGELS PERCEELSVERRUIMING Niet zo zeer de schaalvergroting in de landbouw, maar met name de perceelsvergroting heeft grote effecten gehad op de kleinschaligheid van het landschap. Bij het samenvoegen van agrarische gronden verdwijnen vaak tussenliggende houtwallen, en andere landschapselementen ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering. Daarnaast worden bijvoorbeeld
SPELREGELS PERCEELSVERRUIMING Niet zo zeer de schaalvergroting in de landbouw, maar met name de perceelsvergroting heeft grote effecten gehad op de kleinschaligheid van het landschap. Bij het samenvoegen van agrarische gronden verdwijnen vaak tussenliggende houtwallen, en andere landschapselementen ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering. Daarnaast worden bijvoorbeeld 92
bestaande hoogteverschillen in het landschap genivelleerd door het ploegen van gronden. Zaken die nu vaak onopgemerkt blijven, tot het moment dat het zichtbaar wordt in het landschap en het te laat is.
bestaande hoogteverschillen in het landschap genivelleerd door het ploegen van gronden. Zaken die nu vaak onopgemerkt blijven, tot het moment dat het zichtbaar wordt in het landschap en het te laat is.
Het is daarom zaak, grip te krijgen op dit proces. Niet om de agrarische bedrijfsvoering dwars te zitten, maar om hierover samen in gesprek te raken. De gemeente wil de basiskwaliteit landschap, de bestaande kwaliteit en landschapselementen vastleggen en beschermen door middel van een vergunningenstelsel. Dit zoals in paragraaf 4.2 reeds is omschreven. Hiermee is, bijvoorbeeld voor het rooien van een houtwal, een vergunning noodzakelijk. Hiermee ontstaat er een moment waarop een aanvraag kan worden beoordeeld en dus een moment om samen in gesprek te gaan. Op die manier kan samen gezocht worden naar mogelijkheden om de kleinschaligheid opnieuw een plek te geven. Aan de hand van spelregels kunnen mogelijke alternatieven in beeld worden gebracht. Door bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van een houtwal, het anders inrichten van het perceel, een combinatie te maken met een strook akkerrandvegetatie of kruidenrijk grasland, door een overhoek te beplanten, etc. kan al een ander beeld ontstaan.
Het is daarom zaak, grip te krijgen op dit proces. Niet om de agrarische bedrijfsvoering dwars te zitten, maar om hierover samen in gesprek te raken. De gemeente wil de basiskwaliteit landschap, de bestaande kwaliteit en landschapselementen vastleggen en beschermen door middel van spelregels. Dit om de basiskwaliteit in het landschap te behouden. Dit zoals in paragraaf 4.2 reeds is omschreven. Hiermee is, bijvoorbeeld voor het rooien van een houtwal, een vergunning noodzakelijk. Hiermee ontstaat er een moment waarop een aanvraag kan worden beoordeeld en dus een moment om samen in gesprek te gaan. Op die manier kan samen gezocht worden naar mogelijkheden om de kleinschaligheid opnieuw een plek te geven. Aan de hand van spelregels kunnen mogelijke alternatieven in beeld worden gebracht. Door bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van een houtwal, het anders inrichten van het perceel, een combinatie te maken met een strook akkerrandvegetatie of kruidenrijk grasland, door een overhoek te beplanten, etc. kan al een ander beeld ontstaan.
Daarbij moet ook onderzocht worden in hoeverre een financiële vergoeding uit bijvoorbeeld het in te stellen landschapsfonds, dan wel op basis van het nieuwe GLB 2021-2027 tot de mogelijkheden behoort.
Daarbij moet ook onderzocht worden in hoeverre een financiële vergoeding uit bijvoorbeeld het in te stellen landschapsfonds, dan wel op basis van de nieuwe Nederlandse uitwerking van het Europese GLB 20212027 tot de mogelijkheden behoort.
AGRARISCHE (BIO)DIVERSITEIT Er zijn voldoende mogelijkheden om de agrarische biodiversiteit te verbeteren die ook interessant zijn voor de agrarische bedrijfsvoering.
AGRARISCHE (BIO)DIVERSITEIT Er zijn voldoende mogelijkheden om de agrarische biodiversiteit te verbeteren die ook interessant zijn voor de agrarische bedrijfsvoering. Uiteraard gaat dit altijd op 93
De aanleg van akkerrandvegetatie en bloemrijk grasland zit beide in de Regeling Landschap en Biodiversiteit. De beheersubsidies worden georganiseerd door de vereniging agrarische landschap VAL Oude IJssel. De vergoeding is over het algemeen iets lager dan wat bij normale agrarische productie gebruikelijk is, echter het onderhoud is minder intensief en de vergoeding is niet afhankelijk van het slagen van de oogst (minder risico). Bij melkveebedrijven is de realisatie van akkerrandvegetatie vaak problematischer in verband met de derogatie wetgeving op Europees niveau. Binnen de gemeente zijn veel melkveebedrijven aanwezig. Voor hen lijken de kruidenrijke stroken grasland een positieve bijdrage te leveren aan de gezondheid van het melkvee.
Een andere vorm voor het vergroten van biodiversiteit is de zogeheten strokenteelt. Bij strokenteelt worden, in tegenstelling tot monocultuur, op een perceel meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld. De diversiteit aan gewassen gaat hiermee omhoog, wat bijdraagt aan een toename in onder- en bovengrondse diversiteit aan gewas-specifieke soorten. Doordat er afwisseling is in gewassoorten, kunnen ziekten en plagen zich bovendien minder snel verspreiden, waardoor er minder gewasbeschermende middelen nodig zijn.
basis van vrijwilligheid. Met andere woorden de grondeigenaar bepaalt zelf of hij van de mogelijkheden gebruik wenst te maken. De aanleg van akkerrandvegetatie en bloemrijk grasland zit beide in de Regeling Landschap en Biodiversiteit. De beheersubsidies worden georganiseerd door de vereniging agrarische landschap VAL Oude IJssel , als uitvoerder in opdracht van de VALA. De vergoeding is over het algemeen iets lager dan wat bij normale agrarische productie gebruikelijk is, echter het onderhoud is minder intensief en de vergoeding is niet afhankelijk van het slagen van de oogst (minder risico). Bij melkveebedrijven is de realisatie van akkerrandvegetatie vaak problematischer in verband met de derogatie wetgeving op Europees niveau. Binnen de gemeente zijn veel melkveebedrijven aanwezig. Voor hen behoren de kruidenrijke stroken grasland tot de mogelijkheden. Deze kruidenrijke stroken grasland hebben mogelijk een positieve bijdrage aan de gezondheid van het melkvee, zo blijkt uit verschillende pilots en proeven in Nederland. We kennen ook het lokale voorbeeld van kruidenrijke grasland strook Megchelen en Netterden (BRON: Nieuwsbrief VAL Oude IJssel juni 2020). Een andere vorm voor het vergroten van biodiversiteit is de zogeheten strokenteelt. Bij strokenteelt worden, in tegenstelling tot monocultuur, op een perceel meerdere gewassen in stroken naast elkaar geteeld.
De diversiteit aan gewassen gaat hiermee omhoog, wat bijdraagt aan een toename in onder- en bovengrondse diversiteit aan gewas-specifieke soorten. Doordat er afwisseling is in gewassoorten, kunnen ziekten en plagen zich bovendien minder snel verspreiden, waardoor er minder gewasbeschermende middelen nodig zijn. Zie ook het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit van de provincie Gelderland. 94
Thema 2.13
Definitie agrobosbouw toevoegen.
AGRARISCHE PACHT Naast agrarische gronden in bezit van particulieren, bezit de gemeente zelf ook de nodige agrarische percelen die worden verpacht aan agrariërs. Over het algemeen vindt dit plaats in de agrarische gebieden, echter er zijn ook gronden in bosgebieden, dan wel natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld het Idinkbos en Zwarte Veen. Voor deze gronden wil de gemeente onderzoeken of de voorwaarden van die pacht kunnen worden aangepast, om op die manier het landschap, maar met name ook de natuur meer ruimte te bieden. De landbouw is in deze gebieden te gast en de pachtafspraken kunnen gaan over de wijze van bemesting, moment van maaien, kruidenrijk grasland stroken en/of het beheer van landschapselementen.
AGRARISCHE PACHT Naast agrarische gronden in bezit van particulieren, bezit de gemeente zelf ook de nodige agrarische percelen die worden verpacht aan agrariërs. Over het algemeen vindt dit plaats in de agrarische gebieden, echter er zijn ook gronden in bosgebieden, dan wel natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld het Idinkbos en Zwarte Veen. Voor deze gronden wil de gemeente onderzoeken of de voorwaarden van die pacht kunnen worden aangepast, om op die manier het landschap, maar met name ook de natuur meer ruimte te bieden. De landbouw is in deze gebieden te gast en de pachtafspraken kunnen gaan over de wijze van bemesting, moment van maaien, kruidenrijk grasland stroken en/of het beheer van landschapselementen. Uiteraard vindt dit plaats binnen de pachtwetgeving en in goede samenspraak en afstemming met de pachters. De vraag die hierbij centraal staat, is welke bijdrage de pachter kan en wil leveren aan agrarische biodiversiteit passend binnen zijn bedrijfsvoering.
5.5 NATUURLANDSCHAP Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente en CO2 opslag. Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) te ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw.
5.5 NATUURLANDSCHAP Met het Actieplan Bomen wil de gemeente hier ook op inspelen, dit door onder andere de aanplant van een nieuw bos of kleine bosjes. Dit vanuit de wens tot meer bomen in de gemeente en CO2 opslag. Verder is het idee om in samenwerking met de agrarische sector boerenbossen (agrobosbouw) te ontwikkelen, waarin een combinatie ontstaat van bosbouw en landbouw. Agrobosbouw is een vorm van landbouw waarbij houtige gewassen (bomen en struiken) bewust worden gecombineerd met de teelt van gewassen of dierlijke productiesystemen. Dit biedt voordelen door ecologische en economische interacties. Dit combineren kan in de praktijk op veel verschillende manieren, waardoor er veel verschillende vormen zijn.
.
95
Thema 2.17 Aandachtspunt Lokaal Belang
Schrappen “Met kringlooplandbouw is het mogelijk voldoende voedsel te produceren binnen de grenzen van de planeet.”
Paragraaf 3.4 (pag. 27, tweede kolom) De landbouw staat dan ook voor een grote hervormingsen verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes. Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen.
De meest bekende zijn boomweides, strokenteelt met houtige gewassen, windhagen, en voedselbossen Paragraaf 3.4 (pag. 27, tweede kolom) De landbouw staat dan ook voor een grote hervormingsen verduurzamingsopgave, zowel qua productiemethoden als qua productievolumes. Daarnaast zal het aantal actieve agrariërs de komende jaren nog verder afnemen, hetgeen overigens niet betekend dat het landbouw areaal zomaar afneemt. De wereldbevolking, en dus de vraag naar voedsel, blijft groeien. In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen.
Om de aarde niet uit te putten, moeten we anders gaan consumeren en produceren. Met kringlooplandbouw is het mogelijk voldoende voedsel te produceren binnen de grenzen van de planeet.
Om de aarde niet uit te putten, moeten we nadenken over een andere manier van consumeren maar ook produceren.
Misschien moeten we toe naar een situatie waarin we de boer niet alleen zien als producent van voedsel, maar als een heel belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap.
Als consumenten is het belangrijk de boer niet alleen te zien als een producent van voedsel, maar juist ook als een hele belangrijke leverancier van meerdere maatschappelijke diensten. Daarvan is duurzame voedselproductie er één, maar ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het grondwater, de biodiversiteit en het landschap.
96
Thema 3: Natuurgebieden en biodiversiteit Thema 3 Thema 3.2 Thema 3.3
Thema 3.6
Aanpassing Redactie paragraaf 3.7 in de VLNGK. Redactie paragrafen 2.4, 3.4, 3.7 en 5.2 in de VLNGK. In paragraaf 3.7 van VLNGK bronvermelding opnemen over afname biodiversiteit.
Bestaand 3.7 RUIMTE VOOR NATUUR Zie thema 1.1
Nieuw 3.7 RUIMTE VOOR NATUUR Zie thema 1.1
Zie thema 1.1 en 2.5
Zie thema 1.1 en 2.5
3.7 RUIMTE VOOR NATUUR
3.7 RUIMTE VOOR NATUUR
ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds.
ALGEMEEN Al decennialang neemt de biodiversiteit in Nederland af. De oorzaken daarvoor zijn meervoudig: de afname van het areaal natuurgebied en de versnippering daarvan door nieuwe infrastructuur en voortgaande verstedelijking enerzijds, en de modernisering en intensivering van de landbouw anderzijds. Bronnen: PBL (2012) Natuurverkenning 2010-2040. Visies op de ontwikkeling van natuur en landschap, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Thema 3.7
Poelen en andere mogelijkheden voor waterberging opnemen.
5.2 AGRARISCH LANDSCHAP (pag. 43) Verder is het mogelijk om op basis van de Regeling Landschap en Biodiversiteit nieuwe landschapselementen aan te leggen in de vorm van houtwallen, hagen en boomgaarden. De kosten van de arbeid om de elementen aan te leggen en het beheer zijn voor de
PBL (2013a) Natuurverkenning 2010-2040. Achtergrondrapport, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. 5.2 AGRARISCH LANDSCHAP (pag. 43) Verder is het mogelijk om op basis van de Regeling Landschap en Biodiversiteit nieuwe landschapselementen aan te leggen in de vorm van houtwallen, hagen en boomgaarden. De kosten van de arbeid om de elementen aan te leggen en het beheer zijn voor de 97
grondeigenaar. Voor het beheer zijn mogelijk wel subsidies via de Vereniging Agrarische Landschap VAL Oude IJssel. Voor de aanplant van nieuwe landschapselementen of het aanvullen van bestaande structuren moet de landschappelijke onderlegger als basis genomen worden. De identiteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen wordt hiermee versterkt. Beplanting is altijd gebiedseigen en inheems.
Thema 3.9
grondeigenaar. Voor het beheer zijn mogelijk wel subsidies via de Vereniging Agrarische Landschap VAL Oude IJssel. Voor de aanplant van nieuwe landschapselementen of het aanvullen van bestaande structuren moet de landschappelijke onderlegger als basis genomen worden. De identiteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen wordt hiermee versterkt. Beplanting is altijd gebiedseigen en inheems. Verder kan ook de aanleg van poelen, sloten en andere waterpartijen gestimuleerd worden, om zo de biodiversiteit te vergroten.
Visiekaart en legenda aanpassen. Weghalen arcering ‘groene grens’. De pijl met ‘behouden openheid landschap’ blijft.
98
Thema 3.11
Recreatieve verbinding van visiekaart verwijderen.
Thema 3.22
In paragraaf 5.6 van VLNGK aanpassen ‘pilot ecologisch bermbeheer ’
Aandachtspunt PvdA
5.6 BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp biodiversiteit lijnelementen de volgende aspecten van belang:
5.6 BIODIVERSITEIT LIJNELEMENTEN UITVOERING Ten aanzien van het uitvoeringsdeel zijn voor het onderwerp biodiversiteit lijnelementen de volgende aspecten van belang:
99
naar ‘praktische start’
• Starten met een pilot ecologisch bermbeheer en het maken van een bermbeleidsplan inclusief middelen;
• Een praktische start maken met een ecologisch bermbeheer en het maken van een bermbeleidsplan inclusief middelen;
100