Nota Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Verder is een maximaal oppervlak van 250m2 opgenomen, dit zorgt ervoor dat deze activiteiten kleinschalig blijven en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming ‘maatschappelijk’. Conclusie en voorstel De zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Aan de regels en op de verbeelding is een maximale goothoogte toegevoegd. Voor de hoofdgebouwen en schuurvolumes wordt het maximale oppervlak 850m2. Verder zijn de bouwvlakken aangepast aan de nieuwe positie van de hoofdgebouwen en is een maximaal te bebouwen oppervlak van in totaal 10.500m2 opgenomen. De begrippen landwinkel, productiegebonden detailhandel en onderschikte zijn nader gedefinieerd en in de regels van de bestemming ‘maatschappelijk’ (artikel 4) afgebakend. 3.1.3. Beperking agrarische activiteiten Behandelde zienswijzen: 2.3, 2.4, 3.9, 3.22, 6.1, 6.7, 6.17, 12.12, 20.5 Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, in dit geval een zorgpark, dient altijd rekening te houden met de context van de (directe) omgeving. Bij het opstellen van het bestemmingsplan voor het zorgpark is uitgegaan van de huidige planologische situatie, zoals vastgelegd is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Hierbij worden de bestaande planologische rechten van de omliggende agrarische bedrijven (en overige percelen) gerespecteerd.
In het bestemmingsplan (paragraaf 4.7 van de toelichting) is onderzoek gedaan naar de effecten van het zorgpark op de omliggende bedrijven (en andersom). Hieruit blijkt dat de omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad door de komst van het zorgpark. Wat betreft de argumenten omtrent de kostbaarheid van landbouwgrond begrijpt de gemeente de zorgen van verschillende indieners. De druk op grond in algemene zin in Nederland is groot. Naast het belang van de agrarische sector om ook in de toekomst over voldoende grond te kunnen beschikken, geldt dit ook voor andere functies, waaronder die van een zorgpark. Middels de onderbouwing aan de hand van de ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling is aangetoond dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Dit thema wordt nader behandeld in paragraaf 3.1.4 van de toelichting. De gemeente heeft een brede belangenafweging gemaakt en geoordeeld dat deze grond (deels) een maatschappelijke bestemming kan krijgen. Daarbij vindt de gemeente het belangrijk te vermelden dat het plangebied grotendeels ongebouwd blijft en dat een deel van het plangebied de bestemming ‘natuur’ krijgt om deze waarde goed te borgen. Het geheel wordt met nieuwe streekeigen beplanting aangeplant zodat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing.
Dit heeft naast esthetische gronden ook een positief effect op de lokale flora en fauna en biodiversiteit. Met de ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing gesloopt. De bestaande bebouwing is sterk verouderd en niet geschikt voor transformatie. De twee reguliere woningen zijn bedoeld als vervangende huisvesting voor de huidige bewoners van de boerderij, die naast de agrarische bebouwing uit twee bedrijfswoningen bestaat. Er is daarmee geen sprake van een netto toename van het aantal woningen. De woningen komen op een eigen woonerf en vormen geen onderdeel van het zorgpark. Deze bewoners werken niet in het zorgpark. Met het mogelijk maken van deze twee Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
17
woningen wordt geen precedent geschept voor andere ontwikkelingen in het buitengebied, eventuele toekomstige initiatieven zullen altijd zorgvuldig worden afgewogen. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.4. Locatiekeuze zorgpark/ ladderbehoefte Behandelde zienswijzen: 2.5, 2.6, 3.12, 3.19, 3.20, 5.1, 6.6, 6.8, 6.19, 9.2, 9.10, 12.8, 12.10, 12.11, 12.18 Het zorgpark is een initiatief van Zozijn. Deze organisatie zorgt voor circa 4.500 cliënten in OostNederland (delen van Gelderland en Overijssel). Daarvan wonen circa 4.000 verspreid over een groot aantal kleinschalige woonzorgvoorzieningen, geïntegreerd in woonwijken en dorpen in de regio. Voor de doelgroep die op het zorgpark gehuisvest wordt (cliënten met een ernstige verstandelijke beperking en cliënten met niet-aangeboren hersenletsel en bijkomende problematiek) is huisvesting in een woonwijk of dorp niet geschikt. Deze doelgroep heeft permanent behoefte aan een beschermende en prikkelarme omgeving. Zie daarover ook de beantwoording onder 3.1.5 (prikkelarme omgeving). Op dit moment voorziet Zozijn voor circa 400 cliënten op het zorgpark De Lathmer in Wilp in deze behoefte aan een beschermende en prikkelarme omgeving, Deze capaciteit is onvoldoende en ligt op ruime afstand van het verzorgingsgebied van de Achterhoek.
In de regio Achterhoek/ De Liemers is voor deze doelgroepen nog behoefte aan ruim 100 plaatsen. Het is onwenselijk om cliënten zover uit hun eigen leefomgeving te laten wonen. Daarom is Zozijn sinds 2018 actief op zoek naar een passende locatie om in deze behoefte te kunnen voorzien. De locatie dient in de directe omgeving van Doetinchem te liggen omdat daar de grootste vraag is naar een dergelijke voorziening. Er is in de regio een groeiende groep van kinderen met een ernstige verstandelijke beperking. Daarnaast behoren ook volwassenen met een verstandelijke beperking en mensen met niet-aangeboren hersenletsel en bijkomende problematiek tot de doelgroep waarvoor een dergelijke voorziening noodzakelijk is. Vanuit deze vragen heeft initiatiefnemer de afgelopen jaren gezocht naar een locatie die voldoet aan de specifieke eisen voor een beschermende en prikkelarme omgeving. Uit deze zoektocht blijkt dat geschikte locaties uitermate schaars zijn. Van de 15 onderzochte locaties zijn er 14 afgevallen. Deze 14 locaties lagen allen in de regio maar kunnen om redenen van privacy en vertrouwelijkheid niet met naam en toenaam worden benoemd. Redenen waarom ze zijn afgevallen variëren van te kleine omvang, milieutechnische belemmeringen, onzekerheid over tijdige beschikbaarheid, ontbreken van bestuurlijke medewerking etc.
Uiteindelijk voldeed de locatie aan de Oude IJsselweg 3 in Terborg uitstekend qua ligging en omvang en landschappelijke context. Ook is deze locatie verantwoord economisch en zorg-technisch te exploiteren, dat wil zeggen dat hier de zorg die de bewoners nodig hebben geleverd kan worden. Het zorgpark is getoetst aan het nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid. De omgevingsvisie Gaaf Gelderland, waar een van de indieners aan refereert, doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. Wel draagt de ontwikkeling bij aan de ambities uit de omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam zorg- en woonaanbod in de provincie te garanderen dat aansluit bij de behoefte van de inwoners. Met deze ontwikkeling wordt eveneens ingespeeld op de klimaatverandering. In de zone langs de Oude IJssel krijgt de natuur volop de ruimte. Deze karakteristieke open IJsselweiden (rivierlandschap) wordt vrijgehouden als potentieel overstromingsgebied/waterberging (klimaat-adaptatie). Delen in deze zone worden verlaagd ten gunste van waterberging. Voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Omgevingsverordening Gelderland.
Het plan grenst aan het in de omgevingsverordening aangewezen Gelders Natuurnetwerk, waardoor een goede inpassing van het plan in het landschap van belang is. Deze is geborgd in het ‘Beeldkwaliteitsplan landschap en bebouwing’.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
18
Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.5. Prikkelarme omgeving Behandelde zienswijzen: 2.2, 2.8, 3.2, 3.6, 6.3, 9.4, 10.2, 20.4 Voor de doelgroepen die op het zorgpark gehuisvest worden (cliënten met een ernstige verstandelijke beperking en cliënten met niet-aangeboren hersenletsel en bijkomende problematiek) is een beschermende en prikkelarme omgeving cruciaal. In enkele zienswijzen wordt gevraagd wat men zich bij een ‘prikkelarme’ omgeving moet voorstellen en/of wordt aangegeven dat men van mening is dat hiervan op de locatie aan de Oude IJsselweg geen sprake is. Normaliter beschikken mensen over een natuurlijk filter dat ervoor zorgt dat niet alle interne en externe prikkels worden waargenomen. Er is een natuurlijke bescherming tegen overprikkeling. Als deze bescherming onvoldoende functioneert worden cliënten blootgesteld aan een overdosis aan prikkels, die zij niet meer kunnen verwerken. Dat resulteert in onrust. Voor deze specifieke doelgroep is permanent een prikkelarme, veilige, beschermde leefomgeving nodig om zich te kunnen ontplooien.
Bij het begrip ‘prikkelarme omgeving’ gaat het niet om de externe invloeden op de leefomgeving, (zoals wegverkeerslawaai of agrarische activiteiten zoals tractors die vroeg/laat het land opgaan) maar om de interne invloeden zoals onverwachte ontmoetingen, of zich plotseling voordoende situaties. In een reguliere woonwijk komen dergelijke zaken veelvuldig voor. Binnen het zorgpark is voldoende ruimte aanwezig om een vertrouwde, verkeerveilige en sociaal veilige leefomgeving te creëren die rustgevend is en stabiliteit biedt. Ruimtelijk is sprake van een overzichtelijke situatie met veel groen en met voldoende afstand tussen de bebouwing. Het gaat om een omgeving zowel om te wonen, als voor werk en dagbesteding als voor recreatie. Een omgeving ook waar permanent begeleiding aanwezig is. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.6. Communicatie/ informatie richting bewoners Behandelde zienswijzen: 7.1, 11.1, 17.1, 18.6 In verschillende zienswijzen wordt door indieners kenbaar gemaakt dat zij zich niet voldoende betrokken hebben gevoeld bij het project tot nu toe. Initiatiefnemer en gemeente vinden dit spijtig om te vernemen en willen benadrukken dat zij de betrokkenheid die de omwonenden van het plangebied tonen zeer te waarderen.
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De wettelijk voorgeschreven stappen zijn doorlopen. Daarnaast heeft initiatiefnemer zich ingespannen om omwonenden en andere betrokkenen zo goed mogelijk te betrekken. Onder meer via de volgende initiatieven:
Informatiebijeenkomst omwonenden en andere betrokkenen, Terborg 12 april 2022 Informatiebijeenkomst omwonenden en andere betrokkenen, Terborg 3 mei 2022 Bezoek zorgpark ‘De Lathmer’, Wilp voor geïnteresseerden, 23 juni 2022 Digitale nieuwsbrief voor omwonenden en andere betrokkenen, 1 december 2022 Bezoek gemeenteraad Oude IJsselstreek aan zorgpark ‘De Lathmer’, Wilp 20 december 2022 Bezoek college B&W Oude IJsselstreek aan zorgpark ‘De Lathmer’, Wilp, 21 maar 2023 Digitale nieuwsbrief omwonenden en andere betrokkenen, 20 april 2023
Degenen die graag betrokken willen zijn, maar (nog) niet de gelegenheid hebben gehad om dat te kennen te geven worden uitgenodigd om daarover contact op te nemen met Zozijn. Zodat zij alsnog aangesloten worden op het traject van informatievoorziening via onder meer de digitale nieuwsbrief. Niet alleen gedurende de bestemmingsplanprocedure, maar ook tijdens de realisatiefase en nadat het
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
19
zorgpark in gebruik is genomen. Initiatiefnemer geeft aan graag een goede ‘noaber’ te willen zijn en in harmonie met de omgeving te willen functioneren. Daarnaast laten enkele indieners ook weten dat zij vinden dat initiatiefnemer zich niet aan beloftes houdt die in eerdere communicatie of informatieavonden zijn gemaakt. Het gaat hierbij dan bijvoorbeeld om de maximale bouwhoogtes en het aankopen van gronden door initiatiefnemer in de buurt van het plangebied. In de betreffende beantwoording wordt specifiek teruggekoppeld over deze beloftes. In 3.1.2 wordt ingegaan op de bouwhoogtes en in 3.1.9 wordt ingegaan op de aankoop van gronden door Zozijn in de buurt. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.7. Milieuonderzoeken (ecologie, geur, water en archeologie) Behandelde zienswijzen: 3.23, 3.24, 6.2, 6.4, 6.11, 6.12, 6.15, 9.8, 12.21 Diverse zienswijzen zijn ingediend aangaande in hun ogen ontbrekende milieuonderzoeken, dan wel omdat er vragen zijn over de uitvoering van deze onderzoeken. Per milieuthema wordt ingegaan op de daarbij behorende vragen. Ecologie Ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan vond er nog nader onderzoek plaats naar een aantal beschermde diersoorten. Inmiddels is dit onderzoek afgerond.
Uit de analyse van de onderzoeken komt naar voren dat er meerdere beschermde functies aanwezig zijn op de onderzoekslocatie: • •
De onderzoekslocatie vormt essentieel leefgebied en een vaste rust- en voortplantingsplaats voor de wezel; Er zijn nesten van huismussen aanwezig;
Voor de beschermde functies van de wezel en huismus dient een ontheffing aangevraagd te worden. Voor de benodigde ontheffing zal een activiteitenplan opgesteld dienen te worden met daarin mitigerende maatregelen ten aanzien van de beschermde functies. Vervolgens zal een ontheffingsaanvraag worden ingediend bij de gedeputeerde staten van de provincie Gelderland. De benodigde mitigerende maatregelen zullen worden genomen. Wanneer dergelijke noodzakelijke maatregelen achterwege blijven bij de realisering van het plan, waardoor het plan leidt tot overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, dan kan op basis van de Wet Natuurbescherming handhavend worden optreden. Hiermee staat dit aspect de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. De meest recente onderzoeksresultaten zullen worden opgenomen in de paragraaf 4.9 van de toelichting van het bestemmingsplan. Geur In het bestemmingsplan (paragraaf 4.7 van de toelichting) is onderzoek gedaan naar de effecten van het zorgpark op de omliggende agrarische bedrijven (en andersom). Hieruit blijkt dat de omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad door de komst van het zorgpark. In het onderzoek is getoetst aan de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de hierin opgenomen geurnormen.
Archeologie Op basis van de resultaten uit het verkennend archeologische onderzoek wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren. Het onderzoek is voorgelegd aan het bevoegd gezag (regio)archeoloog van Omgevingsdienst Regio Arnhem). De regioarcheoloog heeft ingestemd met het uitvoeren van een booronderzoek ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning. Op deze manier kunnen de boringen gerichter worden uitgevoerd. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
20
archeologische waarden van de gronden. Dit is onder andere geborgd middels de archeologische dubbelbestemming in de regels. Water Gedurende de voorbereiding van het bestemmingsplan is er uitvoerig overleg gevoerd met het waterschap. De benodigde maatregelen, watercompensatie en het verbreden van de Warmse Waterleiding is uitgewerkt in samenwerking met het waterschap. De Warmse Waterleiding heeft in het vigerende bestemmingsplan een waterbestemming en behoudt deze ook. In paragraaf 4.8.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is de berekening wat betreft watercompensatie opgenomen. Om te borgen dat deze watercompensatie wordt gerealiseerd, is in artikel 14.1 van de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij dient advies te worden ingewonnen van het waterschap. Er is een zienswijze over inconsistenties in de toegestane hoeveelheid bebouwd oppervlak. In de berekening van tabel 4.4 (hoofdstuk 4.8 van de toelichting) wordt uitgegaan van 10.733 m2 bebouwing. Dat is inderdaad onjuist. Het moet zijn 10.500 m2, zijnde het totale maximaal toegestane bebouwd oppervlak in het zorgpark. Als je de afzonderlijke toegestane oppervlaktes per zorgerf (de drie bouwvlakken uit de verbeelding) bij elkaar optelt, dan is dat inderdaad meer dan de totaal toegestane 10.500 m2 voor het zorgpark als geheel.
Dat is bewust gedaan om enige verschuiving in hoeveelheid bebouwing per erf mogelijk te maken zodat er enige flexibiliteit blijft bij de uitwerking. Zo kan bijvoorbeeld het ene zorgerf iets meer bebouwing krijgen op voorwaarde dat het andere zorgerf iets minder krijgt. Het gezamenlijke oppervlak is evenwel gelimiteerd op 10.500 m2. Het klopt dat het plangebied in het verleden als mogelijk “zoekgebied waterberging” aangewezen is door de Provincie. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is de locatie niet meer aangemerkt als waterberging. Ook voor het Waterschap is deze plek momenteel geen zoekgebied meer. Dit staat ook als zodanig vermeld in de toelichting van het bestemmingsplan. Conclusie en voorstel De zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De watercompensatieberekening wordt aangepast, waarbij wordt uitgaan van 10.500 m2 i.p.v. 10.733 m2. 3.1.8. Overlast omwonenden Behandelde zienswijzen: 3.17, 3.18, 6.16, 9.7, 6.13, 11.4, 13.6, 20.1 Het zorgpark wordt geen gesloten inrichting, maar het plangebied is wel zodanig opgezet dat er sprake is van ‘beschermde en prikkelarme’ zones, met natuurlijk vormgegeven afschermingen (b.v. hagen en bosschages). Eerst om de afzonderlijke gebouwen en bijbehorende tuinen, vervolgens om elk zorgerf en als derde langs de contouren van het zorgpark (langs de Oude IJsselweg en langs de Oude IJssel).
Er zijn royale afstanden tussen de zorgerven en de omgeving van het zorgpark. De situatie is niet vergelijkbaar met een zorgvoorziening in een woonwijk of dorp. Zowel het wonen als werken en dagbesteding als recreatie vinden plaats binnen het zorgpark. Bewoners verlaten het terrein niet zelfstandig maar enkel onder begeleiding. Daardoor zullen zij omwonenden niet tot last zijn. Zozijn ziet het als haar primaire verantwoordelijkheid dat er een veilige omgeving wordt gecreëerd zonder overlast, ze wil een goede ‘noaber’ zijn en hecht aan een goed contact met de buurt en de buren. Het plan voorziet in toegankelijke wandel- en fietspaden, visplekken en de verkoop van eigengemaakte producten. In het verleden hebben er ook recreatieve activiteiten in het gebied plaatsgevonden, zoals vissen en de verkoop van ijs en streekproducten. De aantrekkende werking van de locatie wordt op dat gebied niet groter dan voorheen al het geval was. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
21
3.1.9. Aankoop gronden in de buurt door Zozijn/ mogelijke toekomstige uitbreiding Behandelde zienswijzen: 2.7, 3.11, 3.21, 7.6, 9.5, 17.4, 18.8 In verschillende zienswijzen worden zorgen geuit rondom een mogelijke toekomstige uitbreiding van het zorgpark. Verschillende indieners melden dat Zozijn hiervoor gronden direct rondom het plangebied zou hebben aangekocht. In de zienswijzen wordt de zorg geuit dat als het zorgpark er eenmaal is, er daarna uitbreiding gaat plaatsvinden. Initiatiefnemer heeft momenteel geen gronden in bezit aan de noordzijde van de Oude IJssel. Het is wel juist dat, samen met de gronden voor het zorgpark, ook een grondperceel aan de zuidelijke zijde van de Oude IJsselweg is aangekocht. Dit perceel was onderdeel van het bezit van de huidige eigenaar en is als zodanig aangekocht. Het perceel valt buiten het plangebied van het nu voorliggende bestemmingsplan en behoudt de huidige bestemming ‘agrarisch’, met de daarbij horende gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ biedt. Daarbij hecht de gemeente eraan te melden dat er voor geen enkele ruimtelijke ontwikkeling op voorhand de garantie af te geven is dat deze nimmer zal worden uitgebreid.
Mocht Zozijn, of een toekomstige andere eigenaar, op een later moment een verzoek om uitbreiding doen dat buiten de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan valt, zal dit aan de dan geldende wet- en regelgeving worden getoetst. Er door de gemeente een zorgvuldige belangenafweging wordt gemaakt. Bovendien zal er dan een nieuwe ruimtelijke procedure gevolgd moeten worden, met de daarbij behorende mogelijkheden tot inspraak/participatie en het indienen van bezwaar/beroep daartegen. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.10. Aantasting Natuur en biodiversiteit Behandelde zienswijzen: 10.4, 17.5, 12.20 Uitgangspunt voor het stedenbouwkundig plan is het aansluiten op het karakteristieke (rivieren)landschap, waarin verspreide erven liggen. Tussen deze erven liggen open, landschappelijk ingerichte ruimtes met vrij doorzicht tussen de Oude IJsselweg en de Oude IJssel. De lagergelegen gebieden langs de Oude IJssel bestaan uit openblijvend landschap. De weides langs de rivier vormen ook een potentieel overstromingsgebied (klimaat-adaptatie). Delen in deze zone worden enkele decimeters verlaagd ten behoeve van de benodigde waterberging.
Door deze verlagingen ontstaan er natuurlijke gradiënten/ overgangen van natvochtig naar droog, die zorgen voor een rijkere biodiversiteit dan waar in de huidige situatie van agrarische exploitatie sprake van is. Voor de landschappelijke inrichting wordt streekeigen beplanting toegepast. Om de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van het zorgpark verder te waarborgen is het bestemmingsplan aangevuld met een beeldkwaliteitsplan. Hierin staan de criteria waaraan de landschappelijke inrichting en de beeldkwaliteit van de gebouwen moeten voldoen. Daarin is ook een overzicht opgenomen van de toe te passen streekeigen beplantingen. Het plangebied zelf maakt geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), maar grenst direct aan de Oude IJssel. De rivier valt onder het GNN. Het plangebied ligt niet in de Groene Ontwikkelingszone (GO) en grenst daar ook niet aan. Het GNN kent geen uitwaartse zonering waaraan getoetst dient te worden. Desondanks is er bij veel aandacht besteed aan passend ontwerp dat recht doet aan de locatie. De zone aan de Oude IJssel krijgt in dit bestemmingsplan een natuurbestemming, waarmee de openheid in deze zone wordt geborgd. Negatieve effecten op NNNgebieden in de omgeving zijn daarmee uit te sluiten Verder wordt zoals eerder vermeld het zorgpark door de aanplant van streekeigen beplanting landschappelijk ingepast.
Hierdoor verbetert de biodiversiteit ten opzichte van de huidige situatie fors.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
22
Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.1.11. Intensivering landelijk gebied Behandelde zienswijzen: 2.1, 3.8, 3.25, 11.2, 12.3, 13.3, 18.1, 18.5 Indieners maken zich zorgen om de steeds verdere verstedelijking van het buitengebied. De gemeente heeft begrip voor deze zorgen en gaat zoals eerder vermeld zorgvuldig om met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Bij de inpassing van het zorgpark is een brede afweging gemaakt tussen het maatschappelijk belang van het voorhanden zijn van voldoende kwalitatief hoogwaardige zorglocaties en het behoud van het karakteristieke landschap. Locaties voor soortgelijke functies zijn zeer schaars, zie ook de beantwoording in paragraaf 3.1.4. Met het stedenbouwkundig plan is getracht het zorgpark zo zorgvuldig mogelijk in te passen in de omgeving, in het bijzonder het rivierenlandschap. Het stedenbouwkundig plan richt zich op het realiseren van een veilige, maar ook een zo open mogelijke structuur die ruimte blijft geven aan (kleinschalige) recreatieve en toeristische ontwikkelingen aan de Oude IJssel. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
23
3.2. Beantwoording specifieke punten zienswijzen Hieronder wordt nader ingegaan op de specifieke punten van de desbetreffende zienswijze. Dit aanvullend op de eerdere thematische beantwoording. 3.2.1 – Zienswijze 2.6 2.6. Indiener wijst erop dat de twee reguliere woonbestemmingen die geen functionele of ruimtelijke relatie met het beoogde zorgpark hebben niet worden getoetst aan artikel 3.1.6. tweede lid Besluit ruimtelijke ordening. Het door indiener genoemde lid uit artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening houdt het volgende in: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien De twee reguliere nieuwe woningen zijn bedoeld als compensatie voor de huidige bewoners van de boerderij die wordt gesloopt. In de huidige situatie bevat het boerenerf twee bedrijfswoningen. Feitelijk zorgen de twee reguliere woonbestemmingen dan ook niet voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling, en is het meenemen van deze woonbestemmingen in de toetsing van het aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.
Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.2.2. – Zienswijze 3.13 & 3.14 3.13. Indiener vraagt zich af of de te bouwen woonruimte in de toekomst geschikt wordt voor zelfstandige bewoning, omdat in de toelichting is aangegeven dat dit plan niet in strijd is met de regionale woonagenda en bijdraagt aan den toekomstbestendige woonomgeving, terwijl deze woningen niet als reguliere bouwruimte worden beschouwd. 3.14. Indiener vindt dat het plan niet passend is binnen de lokale kwaliteitscriteria, omdat het plan geen kwalitatieve toevoeging is aan de woningvoorraad, omdat deze niet voor iedereen beschikbaar is. In lid 4.1. van de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat de gronden die de bestemming ‘maatschappelijk’ hebben gekregen uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend in de vorm van een zorgpark. Een zorgpark is in lid 1.70 van de begrippen in het bestemmingsplan gedefinieerd als “een geheel, bestaande uit gebouwen met onzelfstandige verblijfseenheden”. Binnen het bestemmingsplan is geen mogelijkheid opgenomen om op welke manier dan ook de bestemming ‘maatschappelijk’ te wijzigen in ‘Wonen’. De mogelijkheid dat de woonruimtes geschikt worden voor zelfstandige bewoning is dan ook uitgesloten.
Dit plan is niet in strijd met de regionale woonagenda, omdat er een aantoonbare behoefte is aan plekken waar de beschreven specifieke doelgroep kan wonen. Deze doelgroep valt onder de ‘aandachtsgroepen’ zoals in paragraaf 3.3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt benoemd. Hoewel de woningen inderdaad niet voor iedereen beschikbaar zijn, is dat juist een reden dat deze woningen voldoen aan een ‘aantoonbare behoefte’, namelijk die van mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
24
Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.2.3 – Zienswijze 6.14 6.14. Indiener wijst erop dat bewoners huisdieren mogen hebben. Vanwege bedrijfsrisico’s op de koeienziekte Neospora verzoekt de indiener dat bewoners honden alleen op het eigen terrein mogen uitlaten en niet langs bestaande wegen en in de weilanden van omliggende agrariërs. Initiatiefnemer heeft een beleid waarbij voor de cliënten die op het zorgpark wonen huisdieren (zoals bijvoorbeeld honden) in de regel niet zijn toegestaan. Mocht bij wijze van uitzondering toch sprake zijn van honden, dan mogen deze alleen op het zorgpark worden uitgelaten. Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat een bestemmingsplan voorziet in een planologisch juridisch kader en niet is bedoeld om het hebben van huisdieren en hoe deze gehouden worden te reguleren. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.2.4 – Zienswijze 6.18 6.18. Indiener wijst erop dat als direct gevolg van bovengenoemde punten er kan sprake zijn van waardedaling van het onroerend goed van cliënt. Dit kan tot uiting komen bij eventuele verkoop van onroerend goed in de toekomst. Indiener verwacht dat als de plannen van Zozijn doorgaan, er beperkingen zullen zijn bij toekomstige vergunningsaanvragen. Hiermee wordt het toekomstperspectief van cliënt ingeperkt.
Indiener hoort dan ook graag hoe Zozijn waardedaling van het onroerend goed, indien daar sprake van is, van indiener wil compenseren. Hoewel de gemeente de vrees voor waardevermindering begrijpt is dit geen argument om een ontwikkeling geen doorgang te laten vinden. Hiervoor heeft de wetgever een ander wettelijke regeling opgenomen. Op het moment dat indiener van mening is dat hij/zij als gevolg van de ontwikkeling schade ondervindt kan conform artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een beroep worden gedaan op tegemoetkoming in planschade. Het indienen van planschadeclaim kan tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Ter afdekking van dit risico is de gemeente met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst aangegaan. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. 3.2.5 – Zienswijze 9.1. 9.1. Indiener wijst erop dat het zorgpark nooit is eerder opgenomen in eerdere visies of andere plannen zoals een structuurvisie op deze specifieke locatie. Daardoor ontbreekt volgens indiener elke onderbouwing voor een goed ruimtelijke ordeningsbeleid. Niet alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zijn op voorhand te voorzien en/of aan een specifieke locatie toe te delen. Het initiatief om op deze locatie een zorgpark te realiseren aan de Oude IJsselweg is van Zozijn.
Zij hebben daartoe in eerste instantie een principeverzoek ingediend. Dit is positief beoordeeld. De gemeente heeft hierin een belangenafweging gemaakt een geoordeeld dat het zorgpark voorziet in een concrete behoefte en dat de door Zozijn gekozen locatie geschikt (te maken) is voor deze functie. Daarvoor is een bestemmingsplan met een ruimtelijke onderbouwing en een aantal onderzoeken opgesteld. Naar mening van de gemeente blijkt daaruit dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
25
3.2.6 – Zienswijze 9.6 9.6. Indiener wijst op afbeelding 3.2 in de toelichting: daarop beslaat het gebied voor groen/natuur een veel groter gebied dan op de plankaart is aangegeven. Indiener wijst op een mogelijk verschil tussen afbeelding 3.2 in de toelichting en de verbeelding van het plan. Indiener ziet vermoedelijk een groot verschil tussen de groene kleuren van het ruimtelijk concept en het bruin van de bestemming ‘maatschappelijk’ op de verbeelding van het plan. Deze verwarring is te begrijpen, maar de bestemming ‘maatschappelijk’ sluit een groene omgeving niet uit. Alle bebouwing is geconcentreerd binnen de drie bouwvlakken van de bestemming ‘maatschappelijk. Het gebied daarbuiten blijft groen. Als de (digitale) verbeelding van het plan wordt geraadpleegd is zichtbaar dat het grootste gedeelte van de bestemming ‘Mmaatschappelijk’ (alles buiten de bouwvlakken) de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – tuingaarde’ heeft gekregen. Deze gronden zijn naast de maatschappelijke voorziening in de vorm van een zorgpark tevens bestemd voor tuin, moestuin, boomgaard, akker, weide en daarmee gelijk te stellen doeleinden. Hiermee krijgen deze delen van het plangebied een groene invulling. Er is voor de regels van het bestemmingsplan gekozen om het noordelijke deel van het plangebied, de zone langs de Oude IJssel, als ‘natuur’ te bestemmen.
Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.7 – Zienswijze 11.9 11.9 Indiener stelt dat er – ten onrechte- wordt gesteld dat het “lint” van de Oude IJsselweg typerend zou zijn voor het traditionele landschap in de omgeving. Dit is niet correct. Het traject Oude IJsselweg/Waalseweg is een betrekkelijk nieuwe verschijning (jaren 70) in het landschap en is met zijn vrijwel kaarsrechte tracé eerder uitzondering dan regel. Het beschrevene wordt erkend. Dit zal worden verwijderd uit de toelichting. Conclusie en voorstel De passage over “het lint” van de Oude IJsselweg wordt verwijderd uit de toelichting (paragraaf 2.2). 3.2.8 – Zienswijze 11.10 11.10 Indiener wijst erop dat het plangebied grenst aan een groene ontwikkelingszone. Voor zover indiener kan zien is dit niet behandeld in het bestemmingsplan. Het gebied aan de overzijde van de Oude IJssel is inderdaad in de provinciale omgevingsverordening aangeduid als ‘Groene ontwikkelingszone’. Het plangebied grenst hier niet aan. Voorgenomen ontwikkeling maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen deze zone, of ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op deze zone. In de toelichting van het bestemmingsplan zal dit worden aangevuld. Conclusie en voorstel Paragraaf 3.2.2.
(provinciale omgevingsverordening) van de toelichting zal worden aangevuld met een verwijzing naar de Groene ontwikkelingszone. 3.2.9 – Zienswijze 11.11 11.11. Ten slotte wijzen indieners erop dat het plangebied zich voor een substantieel deel bevindt in aardkundig waardevol gebied dat van nationaal belang is. Voor zover indiener kan zien is dit niet behandeld in het bestemmingsplan. Een deel van het plangebied bevindt zich inderdaad in aardkundig waardevol gebied. Er is echter geen landelijke wetgeving met betrekking tot aardkundige waarden. Sommige provincies hebben hun ambities ten aanzien van aardkundige waarden opgenomen in een structuurvisie, streekplan, Provinciale omgevingsverordening (POV) of iets dergelijks. Deze invulling verschilt dus per provincie. Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
26
In de omgevingsvisie Gaaf Gelderland wordt benoemd dat het meenemen van aardkundige waarden bij ruimtelijke planontwikkeling de eigenheid van een gebied kan versterken. In de provinciale omgevingsverordening van de provincie Gelderland zijn hierover geen regels opgenomen. De provincie is een zgn. (voor)overlegpartner in de (formele) bestemmingsplanprocedure. Dat betekent dat het ontwerpbestemmingsplan ter controle aan de provincie is voorgelegd. De provincie heeft geen reactie, met een verzoek voor het doen van aanpassingen en/of aanvullingen op dit vlak gedaan. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de provincie van mening is dat dit belang niet geschaad wordt en/of reeds voldoende geborgd in het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.10 – Zienswijze 12.1 12.1. Indiener denkt dat de naam Warmse Water voor het zorgpark ongelukkig is. Het lijkt te veel om Waalse Water en waarom het zorgcomplex 'water’ in de naam draagt is indiener niet duidelijk. De naam ‘Warmse Water’ is ontleend aan de historische waterloop die via het buurtschap Warm door het plangebied loopt en daar uitmondt in de Oude IJssel. De waterloop wordt ook wel aangeduid met de naam ‘Warmse Waterleiding’. Binnen het plangebied vormt deze watergang met de zone er omheen een belangrijk landschappelijk element.
De oever krijgt een meer natuurlijk verloop en langs het water komt een wandelpad, begeleid met een streekeigen boombeplanting. Dit maakt de gemeente de naam voor het plangebied passend acht. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.11 – Zienswijze 12.5. 12.5. Indiener geeft aan dat het nieuwe ziekenhuis nog niet gerealiseerd is en dus niet onder de bestaande situatie zou moeten worden beschreven. Wat indiener aangeeft klopt, het Slingeland Ziekenhuis moet nog worden gerealiseerd. Vanuit planologisch perspectief is er echter in de huidige situatie al sprake van een bestemmingsplan dat dit ziekenhuis mogelijk maakt: het bestemmingsplan ‘Ziekenhuis 2017’ van de Gemeente Doetinchem. Om die reden is het ziekenhuis al weergegeven bij de huidige situatie. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.12 – Zienswijze 12.6. 12.6 Indiener bepleit een andere stedenbouwkundige opzet die rekening houdt met kleinschaligere bouw en meer gemeenschapszin en geeft ecodorpjes als voorbeeld, zodat ook de bouw in zijn totaal rekening houdt met alle aspecten van duurzaamheid. We danken de indiener voor de suggestie.
De gekozen ruimtelijke opzet met drie zorgerven en een woonerf en met daartussen openblijvend landschap sluit aan bij de karakteristiek van boerenerven die kenmerkend is voor het landelijk gebied. De gemeente is ervan overtuigd dat dit qua intentie aansluit aan bij de gedachte van (zelfvoorzienende) ecodorpjes. De erven (waarvan de grootste dezelfde omvang heeft als het huidige boerenerf) zijn energieneutraal en hebben elk een eigen energieopwekking door middel van zonnepanelen op de daken. Het materiaalgebruik is duurzaam. In het landschap rondom de erven wordt gestreefd naar een gedeeltelijk eigen voedselproductie, ook bijvoorbeeld als onderdeel van de dagbesteding van de cliënten. Naast de dagbesteding en (indien van toepassing) behandeling, wonen de cliënten ook op het zorgpark. Hiermee wordt (auto)mobiliteit tot een minimum beperkt. Conclusie en voorstel
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
27
Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.13 – Zienswijze 12.9. 12.9 Indiener stelt vraagtekens bij de ambities en doelen uit de nationale omgevingsvisie (NOVI) die is beschreven in het beleidskader in het bestemmingsplan. Indiener geeft aan dat het karakter van het agrarisch gebied wordt aangetast. De gemeente respecteert de bezorgdheid over de uitwerking van de NOVI, maar kan hier geen andere invulling aan geven, als ze dat al zou willen, aangezien dit beleid door het Rijk is opgesteld. Hierin heeft een gemeente geen beleidsruimte dit zelf in te vullen. Dit kader is dan ook juist meegegeven om te laten zien in welk speelveld de betreffende ontwikkeling wordt ontwikkeld. Wat betreft het over de aantasting van het karakter van het agrarisch landschap verwijzen wij naar dit punt in de thematische beantwoording (3.1.2). Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.14 – Zienswijze 12.14. 12.14. Indiener pleit voor een voorziening voor de ongenode gast, mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Ondanks dat we het waarderen dat indiener denkt aan zijn/haar medemens zonder vaste woon- of verblijfplaats, is het niet mogelijk om op deze locatie te voorzien in deze behoefte.
Juist vanwege het belang van een prikkelarme omgeving is het niet mogelijk ook de ongenode gast van een plek te voorzien. De bewoners van het zorgpark hebben baat bij een omgeving waar zo min mogelijk sprake is van onverwachte ontmoetingen en waar zij zo min mogelijk onbekende personen tegenkomen. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.15 – Zienswijze 12.15. 12.15. Indiener stelt vraagtekens bij formulering van de ambities en doelen uit de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ en geeft aan dat de bestaande bouw zou moeten blijven behouden en verduurzaamd zou moeten worden. De gemeente neemt de vraagtekens bij de formulering van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie Gaaf Gelderland ter kennisgeving aan. De gemeente kan aan deze uitgangspunten van de omgevingsvisie niks veranderen, aangezien deze door de provincie zijn opgesteld. Het is niet mogelijk de bestaande gebouwen te verbouwen om deze geschikt te maken voor de beoogde functies van het zorgpark. Qua omvang, qua aanpasbaarheid en qua functionele en bouwtechnische kwaliteit voldoen zij niet aan de daarvoor geldende eisen. De duurzaamheid van nieuwe gebouwen wordt onder andere benoemd in het beeldkwaliteitsplan.
Zo zijn duurzaamheid en energieneutraliteit uitgangspunten voor het zorgpark, en zal het zorgpark ook eigen energieopwekking hebben middels zonnepanelen op de daken. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.16 – Zienswijze 12.16 12.16. Indiener pleit voor regels voor een duurzame huishouding als voorwaarde bij deze bestemmingsplanwijziging.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
28
Zoals hierboven benoemd, zijn duurzaamheid en energieneutraliteit belangrijke uitgangspunten voor het zorgpark. Naast zonnepanelen worden de mogelijkheden nog verder onderzocht. Het voert op dit moment te ver om hier concrete regels voor op te nemen in het bestemmingsplan. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.17 – Zienswijze 12.17. 12.17. Indiener vraagt zich af of de te bouwen woningen voor de 112 zorgbehoevenden afgaan van de beoogde bouw van woningen in de provincie, zoals opgenomen in de omgevingsverordening. Waarom tellen woningen voor zorgbehoeftigen niet mee? Indiener vraagt zich af waarom zorgwoningen niet meetellen als reguliere woningen. Het plan valt toch onder ‘Wonen’, met de regels die daarbij horen? De woonruimte die wordt gerealiseerd is bedoeld als onzelfstandige woningen, voor mensen met een indicatie die niet zelfstandig kunnen wonen. Dit betekent iets wezenlijks anders dan een reguliere woning, waar mensen zelfstandig kunnen wonen en geen (intensieve) begeleiding nodig hebben. Om die reden zullen de zorgwoningen vallen onder de bestemming ‘maatschappelijk’, terwijl de twee woningen voor de huidige bewoners van de boerderij zullen vallen onder de bestemming ‘wonen’. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
3.2.18 – Zienswijze 12.19. 12.19 Indiener pleit ervoor om geen delen van de IJsselweiden te verlagen, omdat dit veel energie voor het graven vraagt, een verstoring is van de natuurlijke geologie en de situatie dan onveiliger wordt. Het Waterschap Rijn en IJssel stelt als eis dat in de lagere gedeeltes van het landschap een hoeveelheid waterberging gerealiseerd moet worden om de toename van verhard oppervlak te compenseren. In tijden van hevige regenval functioneren deze als tijdelijke buffer van hemelwater. Veruit het grootste deel van het jaar staan ze droog. Overigens gaat het om een verlaging van slechts enkele decimeters ten opzichte van het huidige maaiveld en om relatief beperkte oppervlaktes. Voor gedetailleerde informatie hierover wordt verwezen naar hoofdstuk 4.8 van de toelichting bij het bestemminsplan. Wat betreft verstoring van de natuurlijke geologie: de loop van de Oude IJssel ter plekke van het plangebied is in de jaren 60 vrij drastisch ‘rechtgetrokken’. De ondergrond op de plekken waar de verlagingen zijn voorzien is dus van recente datum, in de ogen van de gemeente is er daarom geen sprake van een verstoring van de ‘natuurlijke geologie’. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 3.2.19 – Zienswijze 20.2 Indiener zou daarnaast graag zien dat hier een uitweg gecreëerd wordt voor de Warmseweg 3A.
Indiener kan hierover contact op te nemen met de gemeente. Dit vormt echter geen onderdeel van deze planologische procedure. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
29
4. Nota van wijziging In dit hoofdstuk zijn de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de toelichting, de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan.
4.1 Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen 4.1.1 Toelichting
Paragraaf 2.2 ‘Stedenbouwkundige visie’ is aangepast. De precisering van de stedenbouwkundige opzet is weergegeven in afbeelding 3.3 en de passage over ‘het lint’ van de Oude IJsselweg is verwijderd. Paragraaf 3.2.2 ‘Provinciale omgevingsverordening’ is aangevuld met een verwijzing naar de Groene ontwikkelingszone. In paragraaf 4.2 ‘Verkeer en parkeren’ zijn de verkeersmaatregelen die buiten het plangebied ten genomen worden beschreven. Daarnaast is de verkeergeneratie en parkeerbehoefte van het zorgpark aangescherpt. In paragraaf 4.8 ‘Water’ is de watercompensatieberekening aangepast op basis van de laatste stedenbouwkundige plannen. Voor de bestemming ‘maatschappelijk’ is uitgegaan van 10.500m2, waarbij in het ontwerpbestemmingsplan op sommige plekken ook abusievelijk 10.733m2 staat vermeld.
4.1.2 Regels
Aan artikel 1 ‘Begrippen’ worden de begrippen landwinkel en productiegebonden detailhandel toegevoegd. Aan artikel 4 ‘Maatschappelijk’ wordt een totaal maximum te bebouwen oppervlak van 10.500m2 toegevoegd. Aan artikel 4 ‘Maatschappelijk’ wordt een totaal maximum van 250m2 voor de landwinkel, productiegerichte detailhandel en onderschikte detailhandel opgenomen.
4.1.3 Verbeelding
De positie van de drie bouwvlakken van de ‘hoofdgebouwen’ wijzigt omdat de hoofdgebouwen met de smalle zijde richting de Oude IJsselweg gepositioneerd worden. Voor de drie bouwvlakken van de ‘hoofdgebouwen’ wordt aan de aanduiding ‘maatvoeringmaximum bouwhoogte’ een maximale goothoogte van 6 meter toegevoegd. Voor de drie bouwvlakken van de ‘schuurvolumes’ wordt aan de aanduiding ‘maatvoeringmaximum bouwhoogte’ een maximale goothoogte van 4 meter toegevoegd. Voor de drie bouwvlakken van de ‘hoofdgebouwen’ wordt de aanduiding ‘maatvoering-maximum oppervlakte per gebouw’ gewijzigd van respectievelijk 1500m2, 750m2 en 800m2 naar 850m2 elk. Voor de drie bouwvlakken van de ‘schuurvolumes’ wordt de aanduiding ‘maatvoering-maximum oppervlakte per gebouw’ gewijzigd naar 850m2. De functieaanduiding ‘landwinkel’ wordt toegevoegd.
4.2 Ambtshalve wijzigingen 4.2.1 Toelichting
In paragraaf 2.2 ‘Stedenbouwkundige visie’ is de mogelijkheid van een ‘gezinshuis’ op één van de drie zorgerven toegevoegd. Dit is tevens benoemd in paragraaf 5.2.2, waarin een toelichting wordt gegeven op de bestemmingsregels. Aan bijlage 5 ‘Stikstofdepositie onderzoek’ is een stikstofdepositie onderzoek op basis van het meest actuele AERIUSmodel ter vervanging van het eerder uitgevoerde onderzoek toegevoegd. De conclusie blijft evenwel ongewijzigd. Paragraaf 6.2.2 ‘ontwerpfase bestemmingsplan’ is geactualiseerd n.a.v. de binnengekomen zienswijzen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
30
4.2.2 Regels
Aan artikel 1 ‘Begrippen’ wordt het begrip ‘gezinshuis’ toegevoegd. Aan artikel 4 ‘Maatschappelijk’ wordt de mogelijkheid van een ‘gezinshuis’ toegevoegd.
4.2.3 Verbeelding
Op de verbeelding wordt op het middelste erf binnen de bestemming ‘maatschappelijk’ de functieaanduiding ‘gezinshuis toegevoegd.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Zorgpark Warmse Water"
31