Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BESTEMMINGSPLAN “WOONGEBIED RIVIERDUINEN, “VOORMALIGE BUIZENFABRIEK SILVOLDE” NL.IMRO.1509.BP000166-VA01 Geanonimiseerde versie
Gendringen, 1 december 2020
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
1
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Woongebied Rivierduinen, vml. Buizenfabriek Silvolde’ met identificatienummer NL.IMRO.BP000166-ON01 heeft vanaf 9 juli 2020 tot en met 19 augustus 2020 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen, schriftelijk of mondeling, een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. De ter inzage legging is bekendgemaakt in de:
Staatscourant van 8 juli 2020; Oude IJsselstreek Vizier van 8 juli 2020; alsmede op de gemeentelijke website vanaf 8 juli 2020.
In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. Ingediende zienswijzen 1. Ingekomen: 14 augustus 2020 2. Ingekomen: 11 augustus 2020 3. Ingekomen: 18 augustus 2020 4. Ingekomen: 18 augustus 2020 5. Ingekomen: 13 juli 2020 6. Ingekomen: 7 augustus 2020 7. Ingekomen: 7 augustus 2020 8. Ingekomen: 11 augustus 2020 9. Ingekomen 14 augustus 2020 10. Ingekomen: 17 augustus 2020 11. Ingekomen: 17 augustus 2020 12. Ingekomen: 14 augustus 2020 13. Ingekomen: 18 augustus 2020 14. Ingekomen 17 augustus 2020 De hierboven vermelde zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en derhalve ontvankelijk.
1.1 Leeswijzer De zienswijzen zijn samengevat in hoofdstuk 2 - Samenvatting zienswijzen. In hoofdstuk 3 Beantwoording zienswijzen worden onder 3.1 de zienswijzen omwille van de leesbaarheid eerst thematisch van een beantwoording voorzien; de overgebleven specifieke zienswijzen worden onder 3.2 vervolgens separaat beantwoord. Hierbij wordt steeds aangegeven of de zienswijze, of onderdelen daarvan, aanleiding geven het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen worden samen met de ambtshalve wijzigingen samengevat in hoofdstuk 4 - Nota van wijziging.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
2
2. Samenvatting zienswijzen In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen beknopt en zakelijk weergegeven. Zienswijze 1 1.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen. Indiener geeft eveneens aan te verwachten dat door het (mogelijk) aanbrengen van zonnepanelen en luchtinstallaties de maximale bouwhoogte overschreden zal worden. 1.2 Indiener stelt vraagtekens bij de toename van het aantal woningen naar 68, de in de ogen van de indiener beperkte oppervlakte van de woningen en daarmee het (financiële) realiteitsgehalte van het plan. 1.3 Indiener geeft aan het te waarderen dat er in de stedenbouwkundige opzet uitgegaan wordt van het (deels) terugbrengen van de oude rivierduin met omliggend groen. Indiener stelt vanwege de aanwezigheid van tetrachlooretheen in de bodem en asbest bezwaar te maken tegen het besluit ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. 1.4 Indiener bepleit het behoud van een drietal eikenbomen aan de westzijde van het plangebied omdat deze hen veel privacy biedt. 1.5 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten voor de woningen aan de Berkenlaan wiens tuinen direct aan het plangebied grenzen. Met name vanwege de ‘open’ galerij waarlangs de appartementen op de eerste en tweede verdieping ontsloten zijn.
1.6 Indiener verwacht met name in de spitsuren in de ochtend en avond overlast te ondervinden van komende en vertrekkende auto’s vanaf de parkeerplaats aan de zijde van de Berkenlaan. 1.7 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. 1.8 Indiener stelt het vreemd te vinden dat de ontsluitingsweg en parkeerplaats aan de zijde van de Berkenlaan niet in gemeente eigendom (en daarmee beheer) komen. Indiener vraagt welke verkeersregels daar van kracht zijn. Zienswijze 2 2.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen. 2.2 Het aantal woningen, en dan met name het aantal woningen dat aan de zijde van de Berkenlaan geprojecteerd is vormt een onevenredige impact op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen aan de Berkenlaan. Indiener doet de suggestie om alleen grondgeboden woningen en kleinere seniorenwoningen te bouwen. 2.3 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten door de bouw van het appartementencomplex met een ‘open’ galerij en zijramen. 2.4 Indiener verwacht overlast te ondervinden qua geluid en uitlaatgassen vanaf de parkeerplaats aan de zijde van de Berkenlaan en pleit voor de aanleg van parkeerplaatsen op het binnenterrein aan de zuidzijde van het appartementencomplex.
2.5 Indiener stelt dat er binnen het plangebied ruimte is gereserveerd voor de aanleg van extra parkeerplaatsen. 2.6 Indiener geeft aan dat er in de nieuwe situatie sprake is van minder groen aan de zijde van de Berkenlaan dan in de huidige situatie. Het geheel aan bebouwing en parkeren, in combinatie met verminderd groen maakt dat de bestaande woningen aan de Berkenlaan onevenredig belast worden. 2.7 Indiener verwacht een verlies aan privacy door het aanbrengen van ramen aan de westelijke kopse kant van het appartementencomplex.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
3
2.8 2.9 2.10
Indiener bepleit eveneens het behoud van een drietal eikenbomen aan de westzijde van het plangebied omdat deze hen veel privacy biedt. Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen en bepleit het instellen van een 30km/h zone ter hoogte van de kruising. Indiener stelt vanwege de aanwezigheid van tetrachlooretheen in de bodem en asbest bezwaar te maken tegen het besluit ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Zienswijze 3 3.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen. Het aantal woningen, en dan met name het aantal woningen dat aan de zijde van de Berkenlaan geprojecteerd is vormt een onevenredige impact op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen aan de Berkenlaan. 3.2 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten doordat er vanaf de eerste en tweede verdieping van het appartementencomplex in hun achtertuin gekeken kan worden. 3.3 Indiener verwacht een verlies aan privacy door het aanbrengen van ramen aan de westelijke kopse kant van het appartementencomplex. 3.4 Indiener verwacht overlast te ondervinden van komende en vertrekkende auto’s vanaf de parkeerplaats aan de zijde van de Berkenlaan en bepleit de parkeerplaatsen aan de andere zijde van het appartementencomplex te situeren, hierdoor ontstaat meer ruimte voor groen aan de noordzijde. 3.5 Indiener bepleit eveneens het behoud van een drietal eikenbomen aan de westzijde van het plangebied omdat deze hen veel privacy biedt. 3.6. Indiener geeft aan dat de bebouwing te dicht op de erfperceelgrens komt te staan. 3.7 Indiener geeft aan te verwachten dat het gebruik van deelauto’s niet zal leiden tot minder autobezit en verkeersbewegingen.
Dit vanwege het gebrek aan aanbod van openbare vervoer en alternatieven vervoersmiddelen. 3.8 Indiener bepleit dat de openbare ruimte in eigendom van de gemeente komt om zo de kwaliteit van onderhoud te garanderen. 3.9 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. Zienswijze 4 4.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen. Het aantal woningen, en dan met name het aantal woningen dat aan de zijde van de Berkenlaan geprojecteerd is vormt een onevenredige impact op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen aan de Berkenlaan. 4.2 Indiener pleit voor de bouw van uitsluitend grondgebonden woningen en een andere verdeling van de woningen over het plangebied, waarbij een grotere afstand tot aan de bestaande woningen aan de Berkenlaan gewenst is. 4.3 Indiener vraagt of bij de maximale bouwhoogte van 10 meter het eventueel plaatsen van zonnepanelen is inbegrepen. 4.4 Indiener verwacht overlast van de parkeerplaatsen aan de zijde van de Berkenlaan en pleit voor een andere verdeling van de parkeerplaatsen over het plangebied.
4.5 Indiener geeft aan dat ondanks het voornemen van de initiatiefnemer om een aantal deelauto’s aan de toekomstige bewoners aan te bieden, te verwachten dat de meeste huishoudens twee eigen auto’s zullen bezitten. 4.6 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
4
4.7
Indiener geeft aan graag met zekerheid te willen weten of er geen verontreiniging is en informeert naar de normering voor PFAS en stikstof.
Zienswijze 5 5.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen. 5.2 Indiener verwacht overlast van de parkeerplaatsen aan de zijde van de Berkenlaan en pleit voor een andere verdeling van de parkeerplaatsen over het plangebied. 5.3 Indiener bepleit het gebruik van individuele vuilniscontainers per huishouden in plaats van voor voorgenomen (collectieve) ondergrondse containers op enkele centrale punten in het plangebied. Zienswijze 6 6.1 Indiener geeft aan dat het aantal woningen dat aan de zijde van de Berkenlaan geprojecteerd is een onevenredige impact op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen aan de Berkenlaan vormt. 6.2 Indiener geeft aan teleurgesteld te zijn over de wijze waarop de omwonenden bij de planvorming zijn betrokken. 6.3 Indiener geeft aan de maximale nokhoogte in de huidige situatie niet meer dan 7 meter bedraagt en dat er van inkijk op hun achtertuin geen sprake is. In de nieuwe situatie verwacht de indiener een verlies aan privacy te ervaren door inkijk vanaf de eerste en tweede verdieping van het appartementencomplex.
6.4 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen en bepleit een minimale afstand van 20 meter tussen het bouwvlak en de perceelgrens met hun achtertuin. Dit in tegenstelling tot de huidige 13,6 meter waarin het ontwerpbestemming aldus de indiener nu voorziet. 6.5 Indiener verwacht overlast van de parkeerplaatsen aan de zijde van de Berkenlaan en pleit voor een andere verdeling van de parkeerplaatsen over het plangebied. 6.6 Indiener verwacht overlast te ondervinden van voorgenomen (collectieve) ondergrondse containers op enkele centrale punten in het plangebied. 6.7 Indiener geeft aan dat er met in de initiatiefnemer afgesproken is dat er een groenstrook van minimaal 2 meter breed wordt opgenomen en dat dit in het ontwerpbestemmingsplan niet terugkomt. Indiener bepleit eveneens dat de groenstrook gevrijwaard blijft van parkeerplaatsen en/of vuilcontainers. 6.8 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. 6.9 Indiener geeft aan dat er door de aanwezigheid van o.a. tetrachlooretheen niet geconcludeerd kan worden de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 6.10 Indiener geeft aan in hun tuin vleermuizen te hebben waargenomen.
In de toelichting wordt alleen melding gemaakt van onderzoek in het voorjaar en zomer, terwijl ergens in de toelichting jaarrond onderzoek noodzakelijk wordt geacht 6.11 Indiener stelt vraagtekens bij de (financiële) uitvoerbaarheid van het onderhoud van het plangebied indien dit bij een VVE wordt ondergebracht. 6.12 Indiener geeft aan te verwachten dat het gebruik van deelauto’s niet zal leiden tot minder autobezit en verkeersbewegingen. Dit vanwege het gebrek aan aanbod van openbare vervoer en alternatieven vervoersmiddelen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
5
Zienswijze 7 7.1 Indiener geeft aan dat het aantal woningen dat aan de zijde van de Berkenlaan geprojecteerd is in combinatie met de bouwhoogte van 10 meter een onevenredige impact op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen aan de Berkenlaan vormt. 7.2 Indieners vreest overlast te ondervinden van de voorgenomen (collectieve) ondergrondse containers en verzoekt deze elders in het plangebied te plaatsen. 7.3 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. 7.4 Indiener betwijfelt of de toekomstige Vereniging van Eigenaren voldoende onderhoud aan de openbare ruimte zal uitvoeren, mocht bepaald worden dat deze in eigendom de VVE komen. 7.5 Indiener vreest een waardevermindering van de woning als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Zienswijze 8 8.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen en pleit voor een andere verdeling van de woningen over het plangebied. 8.2 Indiener is van mening dat er (te) weinig variatie aan bouwvormen is en dat er vooral behoefte is aan grondgebonden seniorenwoningen. 8.3 Indiener geeft aan dat door de keuze voor een appartementencomplex aan de noordzijde van het plangebied, dit afgesneden wordt van het landelijke gebied direct ten noorden van de Berkenlaan.
8.4 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten door de bouw van het appartementencomplex. 8.5 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. 8.6 Indiener verwacht overlast van de parkeerplaatsen aan de zijde van de Berkenlaan. Zienswijze 9 9.1 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen en pleit voor een andere verdeling van de woningen over het plangebied 9.2 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten door de bouw van het appartementencomplex. 9.3 Indiener stelt dat het binnen de wet Omgevingsrecht gebruikelijk is dat de ‘vergunde’ bouwhoogte naar beneden wordt aangepast als de eigenaar hier gedurende lange tijd niet volledig gebruik maakt. Als gevolg hiervan stelt de indiener dat er voor het plangebied sprake is van een ‘herbebouwingsrecht’ van maximaal 8,5 meter in het plangebied. Indiener stelt dat dit eveneens de maximale bouwhoogte is van de bestaande woningen aan de Berkenlaan. 9.4 Indiener vraagt aandacht voor de verlichting van de parkeerplaatsen om zo mogelijke overlast tot een minimum te beperken. 9.5 Indiener vreest een toename van geluidsoverlast, met name qua verkeer en stemgeluid op de parkeerplaatsen en galerij.
Indiener bepleit daarom uitsluitend het gebruik van elektrische voertuigen in het plangebied 9.6 Indiener stelt dat toekomstig onderhoud en eventuele schade aan de erfafscheiding tussen zijn achtertuin en het plangebied volledig voor rekening van de initiatiefnemer komt. 9.7 Indiener geeft aan de ontsluiting op de Berkenlaan als onveilig te beschouwen. 9.8 Indiener vreest een waardevermindering van de woning als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
6
Zienswijze 10 10.1 Indiener geeft een voorkeur te hebben voor de bouw van uitsluitend grondgebonden woningen en pleit voor een andere verdeling van de woningen over het plangebied. 10.2 Initiatiefnemer stelt dat er nu sprake is van ‘stille industrie’ en met woningbouw een intensivering van gebruik met bijbehorende overlast plaatsvindt 10.3 Indiener stelt dat de bouwhoogte van maximaal 10 meter, in relatie tot de bestaande 7 meter tot meer inkijk en schaduw zal leiden. 10.4 Indiener geeft aan een verlies aan privacy te verwachten door de bouw van het appartementencomplex. 10.5 Indiener verwacht overlast van de parkeerplaatsen aan de zijde van de Berkenlaan. 10.6 Indiener vindt de opzet van het plan onevenredig nadelig is omdat het plan met zijn achterzijde naar de achtertuinen van de Berkenlaan is gesitueerd waarbij de mindere functies hier worden gerealiseerd 10.7 Indiener is van mening dat er aan de zijde van de Berkenlaan weinig groen in het plangebied is opgenomen en vreest voor de kwaliteit van het resterende groen. 10.8 Indiener vreest overlast door sluipverkeer over de paden door het plangebied. Zienswijze 11 11.1 Indiener vraagt wie eigenaar wordt van de groenstrook ter hoogte van zijn achtertuin en wie verantwoordelijk is voor het onderhoud aan de groenstrook. 11.2 Indiener verwacht dat de bergingen vanwege hun positie in de groenstrook meer inbraakgevoelig zijn.
11.3 Indiener stelt dat de maximale bouwhoogte van 3 meter voor de bergingen een vermindering van lichtinval voor zijn tuin betekent en pleit voor een lagere hoogte van 2,40 meter en een minimale afstand tot de perceelgrens van 2 meter. Zienswijze 12 12.1 Indiener geeft aan de maximale bouwhoogte van 8 meter voor de grondgebonden woningen aan de oostzijde (zijde Prins Willem Alexanderstraat) te hoog te vinden en pleit voor een maximale bouwhoogte van 6 á 6,5 meter. 12.2 Indiener verwacht een vermindering van lichtinval en privacy als gevolg van de bouw van de woningen. 12.3 Indiener pleit ervoor dat eventueel aan te brengen zonnepanelen de maximale hoogte van 8 meter niet zullen overschrijden. 12.4 Indiener pleit voor een grotere afstand tussen de woningen en de perceelgrens zodat geen hinder wordt ondervonden van schaduwwerking in de tuin. 12.5 Indiener geeft aan de woning aan de Prins Willem Alexander onder meer vanwege het vrije uitzicht gekocht te hebben en vreest ‘horizonvervuiling’. 12.6 Indiener verwacht meer verkeersoverlast in de Prins Willem Alexanderstraat. 12.7 Indiener geeft aan het appartementencomplex aan de zijde van de Berkenlaan met drie bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 10 meter niet binnen de omgeving te vinden passen en verwijst hierbij ook naar andere appartementencomplexen in Silvolde die niet naar de smaak van de indiener zijn.
12.8 Indiener geeft aan dat er door de aanwezigheid van o.a. tetrachlooretheen niet geconcludeerd kan worden de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 12.9 Indiener geeft aan momenteel geen overlast te ervaren van de nu aanwezige bedrijven, maar verwacht door de bouw van de woningen en aanleg van parkeerplaatsen overlast te ervaren.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
7
12.10
Indiener verwacht overlast van de voorgenomen (collectieve) ondergrondse containers op enkele centrale punten in het plangebied.
Zienswijze 13 13.1 Indiener bepleit dat de openbare ruimte in eigendom van de gemeente komt om zo de kwaliteit van onderhoud te garanderen. 13.2 Indiener geeft aan dat de voorgenomen modulaire, circulaire en energiezuinige bouwwijze van de woningen in de regels van het bestemmingsplan moet worden vastgelegd. 13.3 Indiener geeft aan de voorgenomen ‘zelfbewoonplicht’ voor kopers in de regels van het bestemmingsplan moet worden vastgelegd. 13.4 Indiener wenst dat de twee ontsluitingswegen aan de zijde van de Prins Bernhardstraat duidelijk als uitrit gemarkeerd worden. 13.5 Indiener ziet graag dat er in de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat elke woning over een eigen bergruimte beschikt. 13.6 Indiener wenst vanuit het oogpunt van privacy dat er geen ramen aan de kopse kanten van de appartementencomplexen komen. Zienswijze 14 14.1 Indiener geeft aan met de initiatiefnemer overeen te zijn gekomen dat de parkeerplaatsen ter hoogte van zijn woning, als parallel parkeerplaatsen worden uitgevoerd. In het ontwerpbestemmingsplan is daar een groenstrook voorzien en zijn de parkeerplaatsen haaks uitgevoerd. 14.2 Indiener verwacht een vermindering van privacy als gevolg van de bouw van de woningen en pleit voor een lagere maximale bouwhoogte, respectievelijk 5,5 á 6 meter in plaats van de voorgenomen 8 meter.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
8
3. Beantwoording zienswijze Bij diverse zienswijzen worden op hoofdlijnen dezelfde punten benoemd. Omwille van de leesbaarheid zijn deze onder 3.1 in een thematische beantwoording samengevoegd. In de zienswijzen zijn de volgende thema’s te onderscheiden;
3.1.3 3.1.4
Thema Omvang appartementencomplex noordzijde plangebied Woningbouwprogramma en situering binnen het plangebied Milieuaspecten Bomen en groen in het plangebied
Zienswijze 1.1, 2.1, 3.1, 4.1, 4.3, 5.1, 8.3, 10.6, 12.7 1.2, 2.2, 3.1, 6.1, 4.1, 4.2, 7.1, 8.1, 8.2, 9.1, 10.1 1.3, 2.10, 4.7, 6.9, 6.10, 12.8 1.4, 2.6, 2.8, 3.5, 3.6, 10.7
3.1.5
Privacy en woongenot
3.1.6
Parkeren en verkeer
3.1.7
Onderhoud en beheer, openbare ruimte
1.5, 2.3, 2.7, 3.2, 3.3, 6.3, 6.7, 8.4, 9.2, 10.3, 10.4, 12.2, 12.4, 13.6 1.6, 1.7, 2.4, 2.5, 2.9, 3.4, 3.7, 3.9, 4.4, 4.5, 4.6, 5.2, 6.5, 6.8, 6.12, 7.3, 8.5, 8.6, 9.5, 9.7, 10.5, 10.8, 12.6, 12.9, 13.4 3.8, 5.3, 6.6, 7.2, 7.4, 11.1, 12.10, 13.1
3.1.1 3.1.2
Vervolgens worden in 3.2 de overgebleven, niet in de thema’s te vangen, specifieke onderdelen uit de zienswijzen behandeld. Bij de beantwoording wordt gebruikt gemaakt van de nummering die is gehanteerd bij de samenvatting van de zienswijzen in hoofdstuk 2.
3.1 Thematische beantwoording 3.1.1 Omvang appartementencomplex noordzijde plangebied Bij diverse zienswijzen zijn bezwaren geuit ten aanzien van de hoogte (maximale bouwhoogte 10 meter) en omvang (maximaal 42 appartementen verdeeld over twee blokken) van het appartementencomplex aan de noordzijde van het plangebied. De gemeente heeft begrip voor de bezwaren van de omgeving, maar stelt zich op het standpunt dat het appartementencomplex op een ruimtelijk verantwoorde wijze in de omgeving is ingepast. En dat middels dit bestemmingsplan op een ruimtelijk verantwoorde wijze invulling wordt gegeven aan het realiseren van een woonfunctie voor deze voormalige fabriekslocatie. Wel hecht de gemeente aan een heldere toelichting op de gemaakte keuzes. Om deze reden wordt onderstaand nader ingegaan op deze keuzes ten aanzien van de gehanteerde bouwhoogte, het volume en de uitstraling van het appartementencomplex. Hoogteverschillen in het plangebied en omliggende bouwhoogten Ten behoeve van het opstellen van de stedenbouwkundige opzet is gestart met het analyseren van de locatie en haar directe omgeving. Eén van de oorspronkelijke kenmerken van de locatie is de ligging op een voormalige rivierduin, deze is ten behoeve van de bouw van de bedrijfshallen afgegraven. Hierdoor zijn er relatief grote hoogteverschillen in de directe omgeving en binnen het plangebied zelf.
Zo ligt het peil van de woningen aan de Prins Willem Alexanderstraat (oostzijde plangebied) tot 1,5 meter hoger dan aan de westzijde van het plangebied. De maximale bouwhoogte in het bestemmingsplan is van toepassing op de peilhoogte ter plekke van het appartementencomplex. Door het hoogteverschil ten
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
9
opzichte van de omliggende woningen komt dit in de praktijk lager uit dan de maximale hoogte van 10 meter. Bouwhoogtes in directe omgeving Het plangebied wordt omsloten door woningen die overwegend twee bouwlagen en een schuine kap hebben. De meest voorkomende maximale goot- en bouwhoogte zijn respectievelijk 6 meter en 10 meter. Een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 meter en 10 meter komt hier ook voor. De maximale bouwhoogte van 10 meter in het plangebied wijkt hier niet van af, hetgeen maakt dat de beoogde bebouwing goed in de omgeving past en daarin opgaat. Door de aanwezige hoogteverschillen en aanwezige omliggende woningen is in een eerdere fase door het college van burgemeester en wethouders middels het afgeven van een principeakkoord d.d. 27 augustus 2019 op basis van de destijds gepresenteerde ‘Herontwikkelingsvisie voormalige Buizenfabriek’ geconcludeerd dat een appartementencomplex met vier bouwlagen (maximale bouwhoogte van 13 meter) vanuit ruimtelijk perspectief ook goed aansluit op de directe omgeving waar al bebouwing tot 10 meter is toegestaan. Dit is nader uitgewerkt in de eerdere stedenbouwkundige opzet welke omwonenden is gepresenteerd. Aanpassingen plan naar aanleiding van kritische geluiden vanuit omgeving In het proces om invulling te geven aan het plangebied is de omgeving op diverse momenten geïnformeerd tijdens inloopbijeenkomsten.
Tijdens de bijeenkomst op 24 september 2019 is een eerste stedenbouwkundige opzet conform ‘Herontwikkelingsvisie voormalige Buizenfabriek’ de gepresenteerd aan de omwonenden en overige belangstellenden. Een volledig overzicht van de communicatiemomenten met omwonenden is opgenomen in bijlage 2 – Overzicht communicatiemomenten van deze nota en bijlage 14 – Overzicht communicatiemomenten van het bestemmingsplan. De reacties waren ten aanzien van de sanering van de bedrijfshallen en herontwikkeling naar een woonwijk overwegend positief, maar ook waren er kritische geluiden van met name aanwonenden van de Berkenlaan over de hoogte van het appartementencomplex. Dit signaal is door initiatiefnemers opgepakt en bekeken is of met een drie- in plaats van vierlaags appartementencomplex alsnog een haalbaar plan gerealiseerd kon worden, dat nog beter aansluiting vindt op de omgeving. De huidige planopzet geeft hier invulling aan, waarbij de maximale bouwhoogte van 13 meter teruggebracht is naar 10 meter. Dit is inclusief zonnepanelen, ventilatiesystemen en overige ondergeschikte bouwdelen. Hoewel dit al de intentie was van initiatiefnemer, is, naar aanleiding van de zienswijzen, in de regels van het bestemmingsplan onder artikel 2.2 een specifieke borging opgenomen dat niet hoger dan de maximale bebouwingshoogte gebouwd kan worden.
De indieners krijgen hiermee de garantie dat de hoogte van 10 meter niet wordt overschreden. Deze regeling is voor alle bouwhoogten in het plan toegepast, dus ook voor de grondgebonden woningen en die een lagere bouwhoogte van maximaal 8 meter kennen. Daarbij wordt opgemerkt dat de huidige situatie conform bestemmingsplan ‘Kom Silvolde’ op deze locatie eveneens een maximale bouwhoogte kent van 10 meter waardoor er met dit bestemmingsplan geen extra hoogte aan het plangebied wordt toegekend. Het bouwvlak waarbinnen de bedrijfshallen gebouwd kunnen worden is in de huidige situatie significant groter en ligt vrijwel overal dichter bij de perceelgrenzen van de omliggende woningen. Het bebouwde/te bebouwen oppervlak wordt van circa 8700m2 in de huidige situatie, teruggebracht naar circa 5000m2.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
10
Met het voorliggend bestemmingsplan wordt enerzijds tegemoet gekomen aan de wens vanuit de omgeving om een appartementencomplex met een lagere bouwhoogte te realiseren. Anderzijds wordt qua aantallen en gewenste woningtypen voorzien in de woningbehoefte binnen Silvolde, zoals blijkt uit het onderzoek van Tellers en Benoemers (bijlage 3). Tevens sluit het appartementencomplex qua bouwhoogte aan op de bestaande omliggende woningen en op het dorpse karakter van de bebouwing in de omgeving. Zichtlijn Wat betreft de horizontale invulling van het appartementencomplex is het opgesplitst in twee bouwblokken waartussen een zichtlijn vanaf de Berkenlaan het plangebied in loopt. Dit breekt de structuur en zorgt ervoor dat het gebouw een schaal krijgt die goed aansluit bij de omgeving en de verbinding tussen het groene hart en de Berkenlaan tot stand brengt (bijlage 1 – Indicatieve verkavelingsopzet). Uitstraling appartementencomplex Aanvullend zijn in verschillende zienswijzen bezwaren geuit ten aanzien van de uitstraling en architectonische kwaliteit van het appartementencomplex. Het appartementencomplex bestaat uit twee bouwblokken, beide kennen in het gevelbeeld een verspringing waardoor deze minder massief en gesloten oogt. Dit maakt dat het appartementencomplex goed opgaat in de omgeving. De zorgen dat er één groot blok beton komt zijn ongegrond. Hier vindt houtskeletbouw plaats.
Beton wordt zodoende niet toegepast. Dit alles is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan wat als bijlage 4 aan het bestemmingsplan is toegevoegd. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld en toegevoegd aan het welstandsnota waardoor dit voor deze locatie leidend gaat zijn. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit ziet er bij vergunningverlening op toe dat voldaan wordt aan de principes van het beeldkwaliteitsplan. Deze borging zorgt ervoor dat de beoogde kwaliteit daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden. Conclusie en voorstel 1.1, 2.1, 4.1, 4.3 Naar aanleiding van deze zienswijzen zijn de regels van het bestemmingsplan gewijzigd door in artikel 2.2 toe te voegen dat ondergeschikte bouwdelen zijn opgenomen binnen de maximaal toegestane bouwhoogte. Met andere woorden, de bouwhoogte van maximaal 10 meter is ook voor ondergeschikte bouwdelen geconcretiseerd. 3.1, 5.1, 8.1, 8.3, 10.6, 12.7 Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
11
3.1.2 Woningbouwprogramma en situering binnen het plangebied Bij verschillende zienswijzen zijn bezwaren geuit ten aanzien van de hoeveelheid woningen, de omvang van de woningen en de opgenomen typologieën. Onderstaand wordt toegelicht waarom voor dit programma is gekozen. Onderzoeken woningbouwbehoeften De druk op de woningmarkt is groot op dit moment. Binnen Silvolde en de gemeente Oude IJsselstreek vindt momenteel nauwelijks nieuwbouw plaats. Zowel het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017 als het voor dit plangebied specifieke uitgevoerde behoefteonderzoek uitgevoerd door Tellers en Benoemers (bijlage 3) tonen de behoefte aan extra woningbouw aan. Met het beoogde programma in verschillende typologieën voorziet dit plan in deze vraag naar woningbouw. Ladder van duurzame verstedelijking In paragraaf 3.1.3 van de toelichting van het bestemmingsplan is ingegaan op de Ladder van duurzame verstedelijking zoals de Rijksoverheid die heeft vastgesteld. De Ladder verplicht ertoe om een nieuwe stedelijke ontwikkeling af te stemmen op de geconstateerde behoefte. Het heeft vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik de voorkeur de beoogde ontwikkeling (in dit geval woningbouw) plaats te laten vinden binnen bestaand stedelijk/bebouwd gebied.
Als motivatiegronden gelden het 'invullen' van lege plekken, het geven van een andere bestemming aan een gebied, het herstructureren van bestaande terreinen of het transformeren van bestaande gebouwen of gebieden. Bij het transformeren van een voormalige bedrijfslocatie in een woonomgeving is sprake van inbreiding. Het plangebied is daarmee een voorbeeld van een woningbouwlocatie die ruimtelijke gezien wenselijk is. Zoals in hoofdstuk 3 van de toelichting op het bestemmingsplan is verwoord sluit dit aan bij zowel het rijksbeleid, provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid. Woningbouw typologieën en positionering woningen in plangebied In de zienswijzen wordt ondermeer gesteld dat het plan onvoldoende variatie kent wat betreft woning typologieën. De gemeente herkent dit bezwaar niet. Het plan kent de nodige variatie; appartementen van diverse grootte, grondgebonden tussenwoningen, grondgebonden hoekwoningen en loftwoningen. Zoals te zien is in de stedenbouwkundige opzet (bijlage 1 – Indicatieve verkavelingsopzet) worden er zes verschillende woningtypen (waarbij er binnen de grondgebonden woningen nog verschil is tussen hoek- en tussenwoningen) in het plangebied aangeboden. Wat betreft de typologieën is bovendien aansluiting gezocht bij de woningbehoeften. Uit bovengenoemde onderzoeken blijkt dat er hoofdzakelijk behoefte is aan woningen voor starters en senioren.
Voor eerstgenoemde doelgroep is voornamelijk de betaalbaarheid van belang, dit vraagt met de huidige bouwkosten om compacter te bouwen. Voor laatstgenoemde doelgroep is er specifiek behoefte aan levensloopbestendige woningen waaronder appartementen met een lift, waar gelijkvloers gewoond kan worden. Binnen het plangebied is ervoor gekozen deze te clusteren op één locatie aan de noordzijde. Dit om samenhang te creëren en blijft er voldoende ruimte voor een centraal gelegen groen hart, één van de kwaliteiten van het plan. In het groene hart vindt onder meer de waterberging plaats van het hemelwater wat moet worden afgekoppeld. Dit gebied kent dus meerdere functies dan alleen groen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
12
Verlagen appartementengebouw Ook is in de zienswijzen de suggestie gedaan om het appartementencomplex met nog een bouwlaag te verlagen (twee bouwlagen in plaats van drie, ten opzichte van de ooit beoogde vier). Hiermee wordt het plan economisch onhaalbaar. De gemeente hecht waarde aan het invulling geven aan de woningbouwbehoefte en de herontwikkeling van een leegstaande bedrijfslocatie en zodoende aan een haalbaar plan. Onevenredige aantasting woon- en leefklimaat In diverse zienswijzen wordt gesteld dat sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Deze reacties komen met name van de omwonenden aan de Berkenlaan. Hierbij worden verschillende redenen aangehaald, zoals de omvang en hoogte van het appartementencomplex en het aantal parkeerplaatsen aan de noordzijde van het plangebied. Zoals in deze en paragraaf 3.1.1 is toegelicht is dit enerzijds het gevolg van de keuzes die aan het plan ten grondslag liggen, anderzijds is er sprake van een evenwichtige verdeling wat betreft woningen en het aantal parkeerplaatsen, zie ook paragraaf 3.1.6 van deze nota voor een nadere toelichting op het aspect parkeren.
Uit de stedenbouwkundige opzet (bijlage 1 – Indicatieve verkavelingsopzet), landschappelijke inpassing (bijlage 2) en het beeldkwaliteitsplan (bijlage 4) is te herleiden dat van zorgvuldige inpassing en materiaalgebruik sprake is, wat aansluit bij het dorpse karakter van de omgeving. Conclusie en voorstel 1.2, 2.2, 4.2, 5.1, 6.1, 7.1, 8.2, 9.1, 10.1 Deze zienswijzen geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 4.1 Deze zienswijze geeft op dit aspect geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
13
3.1.3 Milieuaspecten Bij de zienswijzen is op verschillende milieuaspecten ingegaan. Onderstaand worden deze geadresseerd. Bodem Zorgen zijn geuit ten aanzien van aanwezige bodemverontreinigingen zoals die zijn geconstateerd in het verkennend bodemonderzoek (bijlage 7). De aanwezigheid van tetrachlooretheen en asbest worden in verschillende zienswijzen benoemd. De gemeente heeft begrip voor de geuite zorgen en neemt deze ook serieus. Zo wordt nader onderzoek verricht in de bodem op verschillende locaties op het terrein naar het aanwezige asbest in de bodem, maar ook naar de aanwezigheid van tetrachlooretheen in het grondwater. Deze laatste verontreiniging is in 2005 en 2009 vastgesteld. Het nader onderzoek moet uitwijzen of de verontreiniging nog aanwezig is en wat de omvang van de eventuele verontreiniging is. De gemeente toetst hierbij aan de Wet bodembescherming waarin richtlijnen zijn opgenomen over de kwaliteit die de bodem moet hebben om woningbouw mogelijk te maken. In het bestemmingsplan moet worden aangetoond of voldaan wordt aan een goed woon- en leefklimaat. Zoals bovenstaand toegelicht worden de verontreinigingen die zijn aangetoond nader onderzocht om de exacte omvang hiervan vast te kunnen stellen.
Wanneer uit het nader onderzoek naar voren komt dat maatregelen getroffen moeten worden om de bodem geschikt te maken voor woningbouw is initiatiefnemer verplicht om deze maatregelen uit te voeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verwijderen of saneren van een deel van de grond. De verplichting tot het treffen van die maatregelen geeft indieners, andere omwonenden en de toekomstige bewoners de zekerheid dat voldaan gaat worden aan een goed woon- en leefklimaat voor het onderdeel ‘bodem’. In zienswijze 4 wordt aanvullend gevraagd of voldaan wordt aan de normen voor PFAS en stikstof. Tijdens het verkennend bodemonderzoek (bijlage 7) is ook onderzoek gedaan naar de aanwezigheid PFAS in de bodem. In het Tijdelijk handelingskader PFAS zijn toepassingsnormen opgenomen. Wanneer aan deze normen wordt voldaan, mag de grond overal worden gebruikt. De grond voldoet aan het handelingskader. Er zijn voor het plangebied geen beperkingen ten aanzien van PFAS. Ten aanzien van stikstof wordt veronderstelt dat hiermee gedoeld wordt op de vele berichtgeving rondom dit thema in de media het laatste jaar. Dit heeft echter betrekking op stikstofdepositie op Natura2000 gebieden. In het kader van de planvorming is hier d.m.v. het uitvoeren van een Aeriusberekening apart onderzoek naar gedaan.
In bijlage 13 – Stikstofdepositie onderzoek bij het bestemmingsplan is dit onderzoek opgenomen, in de toelichting in onder 4.7.2, 4.7.3 en 4.8 aandacht aan gegeven. De conclusie is dat het plan geen verhoogde stikstofdepositie op Natura2000 gebieden heeft. M.e.r.-beoordeling Bezwaar wordt gemaakt tegen de m.e.r.-beoordeling aangezien geen melding is gemaakt van de aanwezigheid van tetrachlooretheen. Hoewel tegen de m.e.r.-beoordeling formeel geen bezwaar mogelijk is, stemt de gemeente in met de opmerking dat dit document onvolledig is ten aanzien van het aspect bodem. De m.e.r.-beoordeling wordt daarom op dit punt aangepast (hoofdstuk 3, onderdeel 2, thema bodem). De conclusie van de beoordeling wijzigt niet als gevolg van deze aanpassing.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
14
Vleermuizen De indiener van zienswijze 6 stelt vragen over vleermuizen aangezien deze in hun tuin zijn waargenomen. Onduidelijk is verder wat bedoeld wordt met ‘jaarrond onderzoek’, terwijl in de toelichting is vermeld dat in het voorjaar en de zomer onderzoek wordt verricht. De gemeente begrijpt de verwarring met betrekking tot het ‘jaarrond onderzoek’: hiermee wordt bedoeld dat de onderzoeken op verschillende perioden in het jaar plaats moeten vinden. Afhankelijk van de diersoort worden de momenten in het jaar bepaald. Voor vleermuizen is dit circa mei tot september/oktober omdat vleermuizen daarna in winterslaap gaan en zodoende geen activiteit vertonen. In 2020 heeft Buro Ontwerp & Omgeving nader onderzoek uitgevoerd naar beschermde diersoorten in het projectgebied. Tijdens dit onderzoek is aangetoond dat één zomerverblijfplaats van een vleermuis is aangetroffen in het transformatorhuisje wat op locatie aanwezig is. Dit transformatorhuisje blijft gehandhaafd. Omdat tijdens de werkzaamheden verstoring van de vleermuis plaats kan vinden, zijn in een werkprotocol maatregelen beschreven waar bij uitvoering van de werkzaamheden rekening mee gehouden moet worden. Aanvullend wordt opgemerkt dat door toevoeging van groen en groenstructuren in het plangebied de ecologische situatie wordt versterkt in vergelijking met de huidige bebouwing.
Het nader onderzoek naar de vleermuizen is aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd (in paragraaf 4.7.3 en als bijlage 11 - Nader onderzoek ecologie). Ook het werkprotocol is toegevoegd aan het bestemmingsplan (eveneens paragraaf 4.7.3 en bijlage 12 – Ecologisch werkprotocol). Conclusie en voorstel 1.3, 2.10, 6.9, 12.8 Naar aanleiding van deze zienswijzen is de m.e.r.-beoordeling onder hoofdstuk 3, onderdeel 2, thema bodem aangepast. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd. 4.7 Deze zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 6.10 Naar aanleiding van deze zienswijze is het bestemmingsplan gewijzigd. De toelichting is in paragraaf 4.7.3. aangepast, bijlage 11 en 12 zijn aan het bestemmingsplan toegevoegd.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
15
3.1.4 Bomen en groen in het plangebied Verschillende zienswijzen gaan in op groen in het plangebied, onderstaand wordt hier nader op ingegaan. Eén van de kenmerken van het plan is het versterken van groen en terugbrengen van de voormalige rivierduin. Om deze reden zijn de woningen ook geclusterd op verschillende plaatsen in het gebied, waardoor ruimte voor een groen hart wordt gecreëerd. De gemeente en initiatiefnemer zijn eveneens van mening dat, waar mogelijk bestaand groen behouden moet blijven. Dit heeft kwalitatief meer waarde en is eveneens goed voor behoud en versterking van de biodiversiteit. Behoud karaktervolle bomen Naar aanleiding van de zienswijzen is kritisch gekeken welke bomen zodanig waardevol voor het groene karakter en uitstraling van het plangebied zijn, dat deze specifieke bescherming vragen. De in de zienswijzen genoemde drie genoemde eiken aan de westzijde zijn hier onderdeel van. Daarnaast krijgt een karaktervolle boom behouden grenzend aan Prins Bernhardstraat 61 dezelfde bescherming. Deze bomen hebben in het gewijzigde bestemmingsplan een aanduiding ‘waardevolle boom’ gekregen. In de regels (artikel 12.2) is hierover opgenomen dat kap alleen plaats mag vinden wanneer de gemeente hiervoor een vergunning verstrekt. Bijvoorbeeld wanneer de boom zodanig ziek en/of gevaarlijk voor de omgeving is dat deze de gekapt moet worden.
Hieraan kan de gemeente een herbeplantingsplicht verbinden. Versterking groen plangebied Daarnaast blijft, waar mogelijk, bestaand groen aan de randen van het plangebied behouden. Versterking van groen vindt eveneens plaats, gebaseerd op het voorstel zoals door de landschapsarchitect is verbeeld (bijlage 2- Landschappelijke inpassing). Omdat de gemeente net als de indieners van de zienswijzen van mening is dat het robuust invullen van het groen een belangrijk kenmerk van het initiatief is, is om de landschappelijke inpassing als voorwaardelijke verplichting onder artikel 6.4.3 en 7.4.3 opgenomen. Dit betekent dat uitvoering van het plan alleen mogelijk is wanneer het groen wordt gerealiseerd conform de principes van de landschappelijke inpassing. Twee meter brede groenzone Naar aanleiding van de zienswijzen heeft de groenzone tussen het plangebied en de omliggende percelen een meer robuuste vorm gekregen door deze vrijwel overal minimaal twee meter breed te maken (Verbeelding). Alleen ter hoogte van de Aanvullend wordt de groenstructuur in en rondom het gehele plangebied versterkt. Dit is verder toegelicht in paragraaf 3.1.5 van deze nota. Conclusie en voorstel 1.4, 2.8, 3.5, 3.6, 10.7 Naar aanleiding van deze zienswijzen is het bestemmingsplan gewijzigd.
Vrijwel overal is een minimaal twee meter brede groenzone aangehouden, dit is vastgelegd in de verbeelding van het bestemmingsplan. Een waarborg voor het behoud van een viertal waardevolle bomen in het plangebied is in artikel 12.2 van het bestemmingsplan toegevoegd. Daarnaast is de landschappelijke inpassing in artikel 6.4.3 en 7.4.3 als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
16
3.1.5 Privacy en woongenot Door enkele indieners wordt aangedragen dat er aantasting van hun privacy plaatsvindt. De gemeente heeft begrip voor deze zorgen en dit met initiatiefnemers besproken. Naar aanleiding van deze zorgen zijn extra maatregelen genomen om de privacy zoveel mogelijk te garanderen. Onderstaand is dit verder toegelicht. Behoud van privacy door versterking van het groen Privacy is een belangrijk goed, zowel voor de huidige als toekomstige bewoners. In het plangebied is hier op verschillende punten maatregelen voor getroffen. De privacy van omwonenden wordt ondermeer in het plangebied geborgd door de te bouwen woningen op ruime afstand van de aangrenzende percelen te situeren. De te bouwen woningen worde vrijwel uitsluitend op een grotere afstand van de aangrenzende percelen gebouwd dan de huidige bebouwing (bedrijfshallen). In bijlage 1 – Afstand huidige en toekomstige bebouwing tot perceelgrenzen van deze nota zijn twee tekeningen opgenomen waarin de afstand van de huidige bebouwing tot de perceelgrenzen is weergegeven en de afstand van het nieuwe bouwvlak tot diezelfde perceelgrenzen. Hierdoor kan een goed vergelijk tussen de huidige en beoogde toekomstige bebouwing gemaakt worden. Hieruit blijkt dat de huidige bebouwing op gemiddeld 15,5 meter staat vanaf de perceelgrens met de woningen aan de Berkenlaan.
Op 24 september 2019 zijn de eerste plannen gepresenteerd aan de buurt, waarbij door omwonenden is opgemerkt dat de appartementen aan de zijde van de Berkenlaan relatief dicht op de bestaande percelen gesitueerd waren. Hierop is het plan aangepast en is het appartementencomplex op grotere afstand tot de perceelgrens gebracht, dit is ook in de verbeelding van het bestemmingsplan doorgevoerd. In de toekomstige situatie is de gemiddelde afstand tot de perceelgrens aan de Berkenlaan 20 meter. Het plan biedt niet meer ruimte om de afstand tussen de woningen en de percelen nog verder te vergroten. Wanneer dat gebeurt, wordt de visie van het groene hart, zoals verder toegelicht in paragraaf 3.1.2, aangetast. Hoewel geen onderdeel uitmakend van het bestemmingsplan wordt ten aanzien van het aspect privacy opgemerkt dat door de initiatiefnemer met alle omwonenden individuele gesprekken zijn gevoerd. Hierbij zijn afspraken gemaakt omtrent de groene buffer tussen de woningen en het plangebied, waarbij op individueel niveau maatwerkafspraken zijn gedaan. Er zijn afspraken gemaakt over onder andere een nieuwe erfafscheiding en het plaatsen van bomen en groen. Ook is een plan uitgewerkt met bomen (lei eiken) waarmee het appartementencomplex grotendeels aan het zicht onttrokken wordt.
Bij transactie van de gronden in het kader van de grenscorrecties die hier nog plaats moeten vinden, worden deze afspraken geformaliseerd. Behoud van privacy door het treffen van maatregelen aan het appartementencomplex Vanuit verschillende zienswijzen zijn bezwaren geuit ten aanzien van inkijk in de tuinen door ramen in de oost- en westgevel van het appartementencomplex. Het is juist dat aan beide zijden ramen worden geplaatst, zoals ook toegelicht tijdens de bijeenkomst met buurtbewoners van 4 maart 2020. Een volledig overzicht van de communicatiemomenten met omwonenden is opgenomen in bijlage 2 van deze nota en bijlage 14 van het bestemmingsplan. In het beeldkwaliteitsplan (bijlage 4) is opgenomen dat kleinere gevelopeningen aan de kopgevels komen. Aan de westzijde staan drie eiken die de zij/kopgevel goeddeels aan het zicht onttrekken. Deze bomen blijven behouden, zoals ook toegelicht bij de algemene beantwoording 3.1.4.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
17
Hoewel ruimtelijk niet direct relevant, wordt aanvullend vermeld dat initiatiefnemer aangeeft dat ten aanzien van de galerijen te zijner tijd onderzocht wordt hoe deze op een dusdanige manier worden ingericht dat de privacy zo goed mogelijk gewaarborgd blijft. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van lamellen of opgroeiend groen langs de gevel. Bezonning In diverse zienswijzen is aangegeven dat indieners extra schaduw verwachten als gevolg van de nieuwbouw. De gemeente begrijpt deze zorgen. Initiatiefnemer heeft een bezonningsstudie laten uitvoeren waarbij de schaduwwerking van de bebouwing in op relevante meetmomenten in alle jaargetijden is weergegeven. De bezonningsstudie is als bijlage 15 aan het bestemmingsplan toegevoegd. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van schaduwwerking in de tuinen van de omliggende woningen in het voorjaar, najaar en zomer. In de winterperiode is dit wel het geval. Overigens is dat in de huidige situatie ook het geval. Doordat de woningen vrijwel overal in het plangebied op grotere afstand komen te staan dan de huidige bebouwing, zal de schaduwwerking t.o.v. huidige situatie veelal verbeteren.
Conclusie en voorstel 1.5, 2.6, 6.7 Naar aanleiding van deze zienswijzen is het bestemmingsplan gewijzigd, vrijwel overal is aan de zijde van de Berkenlaan een twee meter brede groen bestemming opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. 10.3, 12.2, 12.4 Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan gewijzigd. De bezonningsstudie is opgenomen als bijlage 15 bij de toelichting van het bestemmingsplan. 2.3, 2.7, 3.2, 3.3, 6.3, 8.4, 9.2, 10.4, 13.6 Deze zienswijzen geven geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Wel wordt opgemerkt dat de initiatiefnemer met de omwonenden gesprekken heeft gevoerd en dat hierin afspraken zijn gemaakt m.b.t. aanplanten van groen om de privacy te waarborgen. Eveneens is de initiatiefnemer voornemens om bij de uitwerking van het appartementencomplex te onderzoeken in hoeverre privacy bevorderende zaken als lamellen of opgroeiend groen langs de gevel toegepast kunnen worden.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
18
3.1.6 Parkeren en verkeer Verschillende zienswijzen halen het punt van parkeren en de verkeersafwikkeling aan, waarbij diverse onderdelen worden onderscheiden;
Situering parkeerplaatsen Aantal parkeerplaatsen Het gebruik van deelauto’s Ontsluiting en veiligheid verkeer Berkenlaan Verkeerssituatie zijde Prins Bernhardstraat Sluipverkeer
Situering parkeerplaatsen De zienswijzen t.a.v. de situering van de parkeerplaatsen gaan hoofdzakelijk over de parkeerplaatsen ten behoeve van het appartementencomplex aan de noordzijde van het plangebied. De gemeente heeft begrip voor de geuite zorgen rondom het parkeren en de mogelijke overlast die dit met zich mee kan brengen. De huidige bestemming ‘bedrijf’ van het plangebied impliceert dat er gewerkt wordt en dat er sprake is van aan- en afvoer van niet alleen producten met vrachtauto’s (zwaar verkeer), maar ook van mensen die er werken en met auto’s naar de locatie komen en aldaar parkeren. In de huidige situatie zijn eveneens parkeerplaatsen aan de noordzijde van het plangebied aanwezig die direct liggen aan de perceelgrenzen van de woningen aan de Berkenlaan. Een vergelijk tussen de ‘oude’ en ‘nieuwe’ situatie dient echter gebaseerd te worden om de maximaal planologische invulling. Ergo, een vergelijk met een volledig in gebruik zijn bedrijvencomplex met alle daarbij horende verkeersbewegingen. Doordat de productie is uitgeplaatst is het de afgelopen jaren wat rustiger geweest. De bedrijfshallen worden nu voor het merendeel gebruikt voor opslag. Naar aanleiding van de zienswijzen en individuele gesprekken met omwonenden is de groenzone tussen de parkeerplaatsen en perceelgrenzen verbreed.
En zijn de parkeerplaatsen aan de noordzijde van het plangebied op de landschappelijke inpassing (bijlage 2) circa 4 meter verschoven richting het zuiden en is daarmee de afstand tot de aangrenzende percelen vergroot. In enkele zienswijzen wordt als alternatief voorgesteld om het parkeren aan de binnenzijde van het plangebied te creëren. De gemeente is van mening dat dit afbreuk doet aan de woon- en leefklimaat van de omgeving. Bij de stedenbouwkundige opzet is het parkeren bewust aan de randen van het plangebied geplaatst om hiermee een autoluw en groen hart over te houden. Door de ontsluiting via de reeds bestaande in/uitwegen te laten verlopen en het parkeren daar zo dicht mogelijk bij te realiseren, kan het verharde oppervlak tot een absoluut minimum beperkt worden. Het groene hart is niet alleen voor de toekomstige bewoners van het plangebied, maar ook voor omwonenden toegankelijk en biedt daarmee meerwaarde voor de gehele kern Silvolde. Een deel van Silvolde dat lange tijd niet openbaar toegankelijk was, wordt hiermee voor alle inwoners ontsloten. Aanvullend wordt opgemerkt dat de paden binnen het plangebied alleen toegankelijk zijn voor fietsers en wandelaars. Bovenstaande zorgt ervoor dat het realiseren van de parkeerplaatsen in het centrale deel van het plangebied (ruimtelijk gezien) ongewenst is.
Ook worden zorgen geuit in zienswijzen waar het gaat om bijvoorbeeld stemgeluid en het dichtslaan van autodeuren vanaf de parkeerplaatsen. Hiervoor is geen wetgeving opgenomen in de Wet geluidhinder, juist omdat dergelijke geluiden in algemene zin voorkomen in een woonwijk. Ondanks dat wetgeving in deze situaties ontbreekt, is bij de planvorming zoveel mogelijk rekening gehouden om
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
19
hinder te voorkomen. Zoals bovenstaand toegelicht is de afstand tot de perceelgrenzen aan de noordzijde van het plangebied vergroot. Aantal parkeerplaatsen Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd om in de parkeerbehoefte van deze ontwikkeling te voorzien. Door de functiewijziging van het plangebied van een bedrijvencomplex naar een woonwijk, wijzigt ook de parkeerbehoefte. Het aantal parkeerplaatsen wat bij de planvorming gerealiseerd moet worden, is gebaseerd op de kengetallen uit het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (hierna: GVVP) Het GVVP kent een bandbreedte (minimum/maximum aantal benodigd parkeerplaatsen). Het aantal te realiseren parkeerplaatsen binnen het plangebied voldoet aan de minimale norm zoals in paragraaf 4.11 van de toelichting is beschreven. In enkele zienswijzen worden vraagtekens gezet bij de in het plan opgenomen reservering ten behoeve van het realiseren van extra parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen die voorlopig gereserveerd staan, worden niet direct gerealiseerd. Wanneer na ingebruikname van de woningen blijkt dat er een onevenredige parkeerdruk ontstaat op de omgeving kan hier alsnog gebruik van worden gemaakt. Met deze reservering erbij zijn er voldoende parkeerplaatsen om aan de maximale norm qua aantal benodigde parkeerplaatsen te voldoen.
Aanvullend hier zijn in de regels van het bestemmingsplan onder artikel 6.5.1, 7.5.1 en 11.2 waarborgen opgenomen m.b.t. parkeren. Het gebruik van deelauto’s in het plan Niet relevant voor het bestemmingsplan, maar de gemeente hecht er wel waarde aan om te vermelden dat initiatiefnemer als surplus heeft aangegeven twee elektrische deelauto’s aan het plan toe te voegen. Het gebruik van deelauto’s is zeker nog geen gemeengoed in de Achterhoek, te meer omdat de reisafstanden binnen de regio Achterhoek relatief groot zijn en de dekking van het openbaar vervoer niet zodanig is dat dit een volledig alternatief vormt. De gemeente is er van overtuigd dat het aanbieden van deelauto’s in het plangebied het bezit van met name een tweede auto kan verminderen, enige garantie hierop is echter niet te geven. Vandaar dat er in het plangebied ruimte is gereserveerd voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen conform de normen uit het GVVP Ontsluiting en veiligheid verkeer Berkenlaan Enkele indieners geven aan de huidige ontsluiting van het plangebied aan de Berkenlaan als onveilig te beschouwen en te verwachten dat deze na realisatie van de woningen onveiliger wordt. De gemeente heeft hiervoor begrip en heeft hecht net als de indieners veel waarde aan de verkeersveiligheid. Aan de noordzijde van het plangebied komt een appartementencomplex met 42 woningen.
Deze worden via de reeds bestaande uitweg op de Berkenlaan ontsloten. Het is niet mogelijk voor gemotoriseerd vervoer om door het plangebied te rijden. De overige woningen worden via de Prins Bernhardstraat ontsloten. De verkeersaantrekkende werking van het plangebied is bepaald middels tabel 3 uit de Crow-publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. Op basis hiervan is becijferd dat het appartementencomplex per weekdagetmaal 264 verkeersbewegingen genereert (bijlage 6 – Akoestisch onderzoek). Gelet op de huidige intensiteit op de Berkenlaan (ca. 3.388 mvt/weekdagetmaal) gaat dit verkeer op in het normale verkeersbeeld en is de toevoeging niet merkbaar. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat er geen specifiek onderzoek verricht is naar de verkeersaantrekkende werking van de huidige bedrijfsfunctie (bij maximale planologische invulling), maar dat deze komt te vervallen.
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen – Bestemmingsplan “Woongebied Rivierduinen, voormalige Buizenfabriek Silvolde"
20
De ontsluiting op de Berkenlaan wordt vormgegeven als voorrangskruising. Bestuurders afkomstig uit het plangebied moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de Berkenlaan. De meeste kruisingen op de Berkenlaan zijn op deze wijze uitgevoerd, waardoor dit past binnen het bestaande wegbeeld. Door toepassing van haaientanden en voorrangsbord B6 wordt de voorrangssituatie in de nieuwe situatie duidelijk aangegeven aan bestuurders die het plangebied verlaten, wat de verkeersveiligheid bevordert. Daarnaast is de verkeerssituatie ook ter plaatse beoordeeld. Daarbij is geconstateerd dat het oprijzicht (het zicht dat nodig is om de Berkenlaan veilig te kunnen oprijden vanuit het plangebied) voldoende is. In westelijke richting bedraagt de zichtafstand vanuit de bestuurder op naderend verkeer ca. 65 meter. In oostelijke richting is dat meer dan 100 meter. In deze situatie is de theoretisch optimale zichtafstand 80 meter (bron: Handboek Wegontwerp 2013, CROW). In de ASVV 2012 (eveneens van het CROW) is opgenomen dat die optimale afstand in de praktijk binnen de bebouwde kom op veel plekken niet gerealiseerd wordt of kan worden. Ook in Oude IJsselstreek is dat zo en dat leidt niet tot onveilige situaties of ongelukken.
In de ASVV wordt bovendien terecht opgemerkt dat het voldoen aan theoretisch optimale (grote) zichtafstanden binnen de bebouwde kom ook zou kunnen leiden tot hogere snelheden, met onveiligheid tot gevolg. Nu de theoretisch optimale afstand in oostelijke richting wordt benaderd en hieraan in westelijke richting wordt voldaan, wordt de verkeerssituatie in de nieuwe situatie voldoende verkeersveilig geacht. Indien particulier groen in voortuinen in de toekomst ervoor zou zorgen dat zichtafstanden teveel worden beperkt, wordt daarover contact gezocht met de eigenaar. Dit is een gebruikelijke werkwijze waarvoor artikel 2.15 van de APV (Hinderlijke beplanting of voorwerpen) van Oude IJsselstreek ook kan worden toegepast. Tot slot wordt opgemerkt dat er in de huidige situatie jarenlang sprake is geweest van een uitrit, waarbij in feite een gelijke voorrangssituatie geldt ten opzichte van bestuurders op de Berkenlaan. Gelet op het voorgaande wordt de in een van de zienswijzen gedane suggestie om de maximale snelheid op de Berkenlaan ter hoogte van het plangebied terug te brengen van de huidige 50 km/uur naar 30 km/uur niet nodig geacht. Bovendien past een lagere maximumsnelheid ook niet bij de functie van de Berkenlaan zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2020. In dit plan is de Berkenlaan aangemerkt als gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur).
Op dit type wegen wordt doorgaand verkeer gebundeld en gefaciliteerd. Verkeerssituatie zijde Prins Bernhardstraat In een van de zienswijze wordt aangeven dat de indiener wenst dat de twee ontsluitingswegen van het plangebied aan de zijde van de Prins Bernhardstraat duidelijk als uitrit gemarkeerd worden. Dit om de verkeersveiligheid te verbeteren. De kruising Prins Willem Alexanderstraat met de Prins Bernhardstraat is in de bestaande situatie uitgevoerd als gelijkwaardige kruising, waarbij voorrang moet worden verleend aan bestuurders van rechts. Deze situatie geldt ook op andere kruisingen op de Prins Bernhardstraat en heeft de voorkeur binnen een 30 km/uur zone. De twee aansluitingen van het plangebied op de Prins Bernhardstraat worden eveneens als gelijkwaardige kruising uitgevoerd, zodat een eenduidig wegbeeld op de Prins Bernhardstraat ontstaat. Een eenduidig wegbeeld draagt bij aan de verkeersveiligheid (bijvoorbeeld door het voorkomen van voorrangsfouten) en in dit geval ook een reductie van de rijsnelheid op de Prins Bernhardstraat doordat bij iedere zijweg aan bestuurders van rechts voorrang moet worden verleend.