Motivering TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp.pdf
Tekst van het document
Ter plaatse van de druppelzone aan de Eikenlaan 39/39a is echter een asbestgehalte van 93 mg/kg ds gewogen aangetoond. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek geven over het algemeen geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. Op basis van het onderzoek zijn er hoofdzakelijk geen belemmeringen voor het realiseren van nieuwbouw op de locatie. Dit met uitzondering van het volgende. Ter plaatse van de druppelzone aan de Eikenlaan 39/39a is een gehalte asbest gemeten dat de waarde voor nader onderzoek overschrijdt. Op basis van het beleid van de ODA is hier echter geen ander onderzoek noodzakelijk omdat, mede gezien de analyseresultaten, afwatering de enige bron is. Op basis van het beleid van de ODA dient de verontreiniging echter wel gesaneerd te worden. Als uitgangspunt voor de sanering dient, bij een regenpijp die afwatert op de bodem, een straal van 50 cm aangehouden te worden. Voor het verwijderen van de asbesthoudende grond moet hiervoor een Plan van Aanpak worden opgesteld dat ter goedkeuring bij de ODA wordt ingediend. 4.1.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 4.2.1
(Wettelijk) kader
Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument; conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. 4.2.2
Toetsing
Archeologie Op basis van de gemeentelijke archeologische waarden en verwachtingenkaart blijkt dat het plangebied bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 27
een 'lage archeologische verwachting' heeft voor het aantreffen van archeologische vondsten. Voor gronden met een dergelijke verwachting is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Cultuurhistorie De bestaande bebouwing heeft geen specifieke cultuurhistorische waarde. In de omgeving zijn twee molens aanwezig. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Rond het plangebied bevinden zich geen overige cultuurhistorisch waardevolle lijnen of elementen die mogelijke negatieve effecten ondervinden van het initiatief. 4.2.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.3
Molenbiotoop
4.3.1
Algemeen
In de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland wordt gestreefd naar het in stand houden van de molens in Gelderland. De molens zijn namelijk een identiteitsbepalend onderdeel van Gelderland. De provincie heeft dan ook als ambitie dat de omgeving van de molens zodanig wordt ingericht dat de molens kunnen blijven draaien. Daartoe beschermt de provincie de ruimte rond de molens tegen ongewenste ingrepen. In de Omgevingsverordening is daarom geregeld dat op gronden die zijn aangewezen als Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing en/of beplanting is toegestaan, tenzij is aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt. 4.3.2
Toetsing
In de omgeving van het plangebied zijn twee molens aanwezig. Ten westen van het plangebied ligt aan de Doetinchemseweg de Kwaksmölle en ten oosten bevindt zich aan de Hiddinkdijk de molen De Engel. Beide molens hebben een molenbiotoop van 400 meter, teneinde de windvang van de molens te waarborgen. Het plangebied ligt in de molenbiotoop van beide molens. Kwaksmölle Eigenschappen molen Omstreeks 1820 werd een houten standerdmolen gebouwd genaamd 'De Haan'. In 1859 brandt deze molen af. In datzelfde jaar werd de molen herbouwd als beltmolen (ditmaal met steen), de nieuwe molen staat bekent als de Kwaksmölle. Tijdens de bevrijding raakte de molen beschadigd, en tijdens de zware storm van 28 december 1945 brak de as en viel de rest van het gevlucht naar beneden. Vanaf 1945 wordt uitsluitend met behulp van een petroleummotor gemalen. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. Volgens gegevens (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl; Biotooprapport 196) heeft de Kwaksmölle een askophoogte van 15,75 m. De hoogte van het maaiveld bij de molen is circa 18,9 m +NAP. De locatie waar de sloop en nieuwbouw in het plangebied wordt gerealiseerd, ligt op een maaiveldhoogte van circa 19,3 m +NAP. Tussen de Kwaksmölle en het plangebied is er dus sprake van beperkt hoogteverschil.
Verder geeft het rapport weer dat binnen de straal van 400 meter in de huidige situatie reeds 2.353 windhinderobjecten, zoals bebouwing en bomen, aanwezig zijn, die de hoogte van de biotoopnorm overschrijden. Navolgende kaartbeelden geven dit weer. Het linker kaartbeeld is een overzichtskaart van de hoogtemetingen, geclassificeerd in categorieën afhankelijk van de mate van overschrijding van de biotoopnorm. Het rechter kaartbeeld bevat gestandaardiseerde sectorscores, geclassificeerd aan de hand van de mate van overschrijding van de biotoopnorm in een sector.
28 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
Overschrijdingen maximale hoogte (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl)
De sectorscores zijn vervolgens toegekend aan de acht hoofdwindrichtingen. De resultaten zijn in navolgende tabel weergegeven.
Uit deze tabel valt op te maken dat in de huidige situatie de mate van overschrijding van de biotoopnorm bij de oostelijke hoofdwindrichting het grootst is, namelijk 66. Voor elke molen in Gelderland is de omgeving geïnventariseerd en beoordeeld als slecht, bedenkelijk, matig, aanvaardbaar of goed. De totaalscore van 386 houdt in dat de molenbiotoop van de Kwaksmölle in de huidige situatie als matig wordt beoordeeld. Formule molenbiotoop Op basis van de molenverordening van de provincie Gelderland, die is vervangen door de Omgevingsverordening, gold een formule, op basis waarvan beoordeeld kon worden of de windvang van de molen al dan niet verslechterde. Hoewel deze formule formeel niet meer geldt in Gelderland, wordt het beschouwd als een goed hulpmiddel om te beoordelen of de windvang van een molen verslechtert door de komst van een ruimtelijke ontwikkeling. De formule is om die reden toegepast in het onderhavige geval. De formule luidt als volgt: Hx=X/n + (c*z) waarin: Hx = de toelaatbare hoogte van een gebouw in meters op een afstand x meter uit de molen. De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 29
n = de ruwheidcoefficient volgens de ruwheidsklassentabel van Wieringa: 140 voor open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor gesloten gebied; c = constante 0,2 (in verband met een windreductie van 5%); z = askophoogte van de molen. De dichtstbijzijnde nieuwe woningen in het plangebied zijn beoogd op circa 165 m van de Kwaksmölle. Wanneer de formule wordt toegepast ten behoeve van voorliggend plan, ontstaat het volgende beeld: H(x) = 165/50 + 0,2 * 15,75 = 6,45 m. De maximale bouwhoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing in het plangebied, gelegen op circa 165 meter afstand van de molen, mag volgens de formule 6,45 meter bedragen. Daar moet het verschil in maaiveldniveau vanaf worden gehaald (0,4 m). In de voorgaande berekening is uitgegaan van de ruwheidsklasse 50, omdat het gebied tussen het plangebied en de molen bebouwing aanwezig is. De woningen krijgen een maximale bouwhoogte variërend van 7 m dan wel 8 m. Hiermee wordt de toelaatbare bouwhoogte uit de formule (6,05 m) overschreden. Het mogelijke woon/zorgcomplex ligt op een afstand van circa 315 m en heeft een maximale bouwhoogte van 12 m. De maximale toelaatbare bouwhoogte voor het woon/zorgcomplex uit de formule bedraagt (315/50 + 0,2 * 15,75 =) 9,45 m. Daar moet het verschil in maaiveldniveau vanaf worden gehaald (0,6 m), waardoor de maximaal toegestane bouwhoogte ter plaatse van het woon/zorggebouw 8,85 m bedraagt.
Motivering inpasbaarheid initiatief Om de volgende redenen wordt de bouwhoogte van 7 m tot 12 m voor de bebouwing in het plangebied inpasbaar geacht: 1. De Kwaksmölle in Varsseveld betreft een molenromp. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. De molen is sinds 1945 niet meer gerestaureerd en er zijn ook geen plannen om dat binnen afzienbare tijd te gaan uitvoeren. Een mogelijk verminderde windvang als gevolg van de realisatie van de woningen en het woon/zorggebouw is daarom niet van belang. 2. De Kwaksmölle is in het register van Rijksmonumenten beschreven en beschermd als “molenromp”. In tegenstelling tot molens met beschrijving “molen” of “incomplete molen”, waarmee molens worden bedoeld die in de toekomst hersteld kunnen worden tot complete draaivaardige molens, is de Kwaksmölle als molenromp beschermd. Voor deze molenromp is de belevingswaarde en de cultuurhistorische waarde van belang en de windvang van ondergeschikt belang. De bebouwing wordt hoger dan de bestaande bebouwing (8 m in plaats van 7 m voor de woningen en 12 m in plaats van 4 m voor het woon/zorgcomplex). Daarbij wordt opgemerkt dat op basis van de geldende planologische regeling een bouwhoogte van 10 m reeds is toegestaan en de nieuwe bebouwing op een iets grotere afstand van de molen wordt gerealiseerd.
Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is geen sprake van de verstoring van zichtlijnen op de molenromp. De reden hiervoor is dat reeds bestaande aanwezige overige bebouwing het zicht op de molen reeds belet, dan wel dat zichtlijnen niet via het plangebied lopen. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de realisatie van de nieuwe woningen geen negatieve invloed heeft op de belevingswaarde van de Kwaksmölle als landschapselement. De ontwikkeling heeft eveneens geen negatief effect op het behoud van de molenromp als cultuurhistorisch waardevol element. De Engel Eigenschappen molen De Engel is een ronde stenen stellingmolen. Uniek aan deze molen is de vorm van de stelling: een veertienkant. De huidige molen De Engel is gebouwd in 1850. Tot het eind van de jaren '20 van de vorige eeuw heeft de molen op windkracht gemalen. Op 9 mei 1973 is de molen ingeschreven op het rijksmonumentenregister als 'eenvoudige stellingmolen'. De molen heette voorheen 'De Hoop'. De molen 30 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
is tussen 1910 en 1915 hernoemd als 'De Engel'. Kenmerkend is de bazuinende engel als windvaan. Volgens gegevens (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl; Biotooprapport 141) heeft De Engel een askophoogte van 17,5 m. De hoogte van het maaiveld bij de molen is circa 19,8 m +NAP. De locatie waar de sloop en nieuwbouw in het plangebied wordt gerealiseerd, ligt op een maaiveldhoogte van circa 19,3 m +NAP. Tussen De Engel en het plangebied is er dus sprake van beperkt hoogteverschil. Verder geeft het rapport weer dat binnen de straal van 400 meter in de huidige situatie reeds 3.890 windhinderobjecten, zoals bebouwing en bomen, aanwezig zijn, die de hoogte van de biotoopnorm overschrijden. Navolgende kaartbeelden geven dit weer. Het linker kaartbeeld is een overzichtskaart van de hoogtemetingen, geclassificeerd in categorieën afhankelijk van de mate van overschrijding van de biotoopnorm. Het rechter kaartbeeld bevat gestandaardiseerde sectorscores, geclassificeerd aan de hand van de mate van overschrijding van de biotoopnorm in een sector.
Overschrijdingen maximale hoogte (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl)
De sectorscores zijn vervolgens toegekend aan de acht hoofdwindrichtingen. De resultaten zijn in navolgende tabel weergegeven.
Uit deze tabel valt op te maken dat in de huidige situatie de mate van overschrijding van de biotoopnorm bij de zuidwestelijke hoofdwindrichting het grootst is, namelijk 78. De totaalscore van 357 houdt in dat de molenbiotoop van De Engel in de huidige situatie als matig wordt beoordeeld. Formule molenbiotoop Op basis van de molenverordening van de provincie Gelderland, die is vervangen door de Omgevingsverordening, gold een formule, op basis waarvan beoordeeld kon worden of de windvang van de molen al dan niet verslechterde. Hoewel deze formule formeel niet meer geldt in Gelderland, wordt het beschouwd als een goed hulpmiddel om te beoordelen of de windvang van een molen verslechtert door de komst van een ruimtelijke ontwikkeling. De formule is om die reden toegepast in het onderhavige geval. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 31
De formule luidt als volgt: Hx=X/n + (c*z) waarin: Hx = de toelaatbare hoogte van een gebouw in meters op een afstand x meter uit de molen. De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen; n = de ruwheidcoefficient volgens de ruwheidsklassentabel van Wieringa: 140 voor open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor gesloten gebied; c = constante 0,2 (in verband met een windreductie van 5%); z = askophoogte van de molen. De dichtstbijzijnde nieuwe woningen in het plangebied zijn beoogd op circa 230 m van De Engel. Wanneer de formule wordt toegepast ten behoeve van voorliggend plan, ontstaat het volgende beeld: H(x) = 230/50 + 0,2 * 17,5 = 8,1 m. De maximale bouwhoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing in het plangebied, gelegen op circa 230 meter afstand van de molen, mag volgens de formule 8,1 meter bedragen. Daar moet het verschil in maaiveldniveau bij worden opgeteld (0,5 m). In de voorgaande berekening is uitgegaan van de ruwheidsklasse 50, omdat het gebied tussen het plangebied en de molen bebouwing aanwezig is. De dichtstbijzijnde beoogde nieuwe woningen bevinden zich aan de Karel Doormanstraat. De woningen krijgen een maximale bouwhoogte van 7 m en voldoen daarmee aan de toelaatbare bouwhoogte uit de formule.
Het mogelijke woon/zorgcomplex ligt op grotere afstand tot de molen (295 m). Op basis van de formule geldt voor deze bebouwing een toelaatbare bouwhoogte van ((295/50 + 0,2 * 17,5 =) 9,4 m + 0,5 m hoogteverschil =) 9,9 m. Het mogelijke woon/zorgcomplex heeft een maximaal toegestane bouwhoogte van 12 m. Hiermee wordt de toelaatbare bouwhoogte uit de formule overschreden. Motivering inpasbaarheid initiatief Om de volgende redenen wordt de bouwhoogte van 12 m voor het mogelijke woon/zorgcomplex inpasbaar geacht: Tussen het plangebied en de molen zijn reeds overige hogere windbelemmerende factoren aanwezig, zoals grondgebonden woningen (maximum bouwhoogte 11 m) en hoge bomen. Voor de nieuw te realiseren woningen in het plangebied die tussen het woon/zorgcomplex en de molen inliggen geldt op basis van de geldende planologische regeling een maximale bouwhoogte van 10 m. In het nu voorliggende plan wordt deze maximale bouwhoogte teruggebracht (7 m of 8 m in plaats van 10 m). Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is geen sprake van de verstoring van zichtlijnen op de molen. De reden hiervoor is dat reeds bestaande aanwezige overige bebouwing het zicht op de molen reeds belet, dan wel dat zichtlijnen niet via het plangebied lopen.
Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de realisatie van het mogelijke woon/zorgcomplex en de woningen geen negatieve invloed heeft op de molenbiotoop van molen De Engel. 4.3.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect molenbiotoop geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
32 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
4.4
Natuur
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 4.4.1
(Wettelijk) kader
Op grond van de Omgevingswet moeten bestuursorganen bij het uitoefenen van hun taken zorgdragen voor de bescherming van natuurwaarden. Als uitwerking van Europese richtlijnen richt deze waarborg voor de kwaliteit en integriteit van natuurwaarden zich op de bescherming van (kwetsbare) soorten en gebieden; onder andere door het beperken van de uitstoot en neerslag van stikstof in de natuur. De soortenbescherming richt zich in het nationale beleid op aangewezen beschermde soorten in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Nationaal beschermde soorten. De gebiedsbescherming richt zich op de Natura 2000-gebieden, de gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden. Tot slot richt de natuurbescherming in het kader van de Omgevingswet zich op het thema faunabeheer. De opdracht om bij het uitvoeren van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet zorg te dragen voor de natuur, is in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) opgenomen. In hoofdstuk 11 van het Bal zijn hiervoor regels opgenomen over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden, activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild en activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. 4.4.2
Toetsing
Door Econsultancy is in februari 2022 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. In februari 2023 heeft Econsultancy daarnaast een Activiteitenplan opgesteld. De onderzoeken zijn als respectievelijk Bijlage 5 en Bijlage 6 toegevoegd. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied in Nederland, het Korenburgerveen, bevindt zich op circa 13 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, niet te verwachten. Aanvullend op de uitkomsten van de uitgevoerde quickscan kan in het kader van stikstofdepositie worden aangegeven dat op kortere afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Korenburgerveen in mei 2021 een stikstofdepositie onderzoek is uitgevoerd naar de realisatie van een supermarkt in Varsseveld1. Uit dit onderzoek blijkt dat de bouw van de supermarkt en het gebruik (verkeersbewegingen) niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden.
Daarnaast geldt dat in het plangebied in de huidige situatie reeds sprake is van woningen en een school. Gezien de afstand van het plangebied tot aan het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de omvang van het initiatief kan worden aangenomen dat geen sprake zal zijn van een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Het plangebied ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 400 meter ten noordoosten van het plangebied. Bij het toetsingskader van het Natuurnetwerk Nederland is geen sprake van externe werking. Nadelige effecten voor, tijdens en na inrichting van het plangebied op het Natuurnetwerk zijn niet te verwachten door de aard van de werkzaamheden en de afstand. De kernkwaliteiten van het Natuurnetwerk worden niet aangetast. Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in hoofdstuk 11 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 33
van het Bal. De eventueel te vellen bomen in het plangebied betreffen houtopstanden op erven of in tuinen. Voor deze houtopstanden geldt geen meldingsplicht en herplantplicht. Soortenbescherming Op basis van de quickscan is gebleken dat de bebouwing in het plangebied potentieel geschikt is als nestplaats voor huismus en gierzwaluw, en als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen en steenmarter. Na de quickscan heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar deze soorten. De resultaten van dit onderzoek is opgenomen in het activiteitenplan. Huismus Gedurende het veldonderzoek in het seizoen 2022, zijn in het onderzoeksgebied elf nestplaatsen van huismussen aangetroffen in de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie. Tevens zijn er in de directe omgeving van het plangebied nog eens twaalf nestplaatsen van huismussen aangetroffen. De nestplaatsen maken deel uit van een kolonie in Varsseveld. De nestplaatsen van huismussen bevinden zich voornamelijk onder de eerste rij dakpannen, deze ruimtes zijn via de dakgoot bereikbaar. Gierzwaluw Tijdens de veldbezoeken gedurende het seizoen 2022 is één nestplaats van de gierzwaluw aangetroffen in de bebouwing behorende tot het plangebied. In de directe omgeving zijn geen nestplaatsen aangetroffen. Er zijn verblijfplaatsen bekend in Varsseveld rondom de Juliana van Stolbergstraat en Beckingstraat.
De gierzwaluw in het plangebied maakt deel uit van een populatie gierzwaluwen in Varsseveld. Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn zes veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens de onderzoeken naar zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn er zeven zomerverblijfplaatsen en één kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in het plangebied. In de directe omgeving zijn nog eens twee zomerverblijfplaatsen en twee kraamverblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Tijdens de onderzoeken naar paarverblijfplaatsen zijn vier baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in het plangebied. Het was niet exact vast te stellen waar de bijbehorende paarverblijfplaatsen zich bevinden. Het is aannemelijk dat de aangetroffen zomerverblijfplaatsen ook dienen als paarverblijfplaats, gezien de territoria zich hier in de directe omgeving van bevinden. Op basis van het onderzoek mag geconcludeerd worden dat er naast twee zomerverblijfplaatsen in het plangebied ook paarverblijfplaatsen zijn van de gewone dwergvleermuis. De vleermuizen in het plangebied maken deel uit van een grotere lokale populatie vleermuizen uit Varsseveld. Steenmarter Tijdens de verschillende veldbezoeken werd vastgesteld dat een groot deel van de schuurtjes niet toegankelijk is voor steenmarters, waardoor verblijfplaatsen direct konden worden uitgesloten.
Tevens beschikt een deel van de adressen niet over een schuurtje, waardoor verblijfplaatsen eveneens konden worden uitgesloten. Bij de schuurtjes die wel toegankelijk waren voor steenmarters, konden verblijfplaatsen, op een enkel geval na, worden uitgesloten door een gebrek aan schuilmogelijkheden of wegens het ontbreken van sporen van steenmarters. Bij één adres werden sporen aangetroffen die mogelijk van steenmarters afkomstig waren. Het betroffen oude uitwerpselen en in het schuurtje hing een sterke ammoniaklucht, vermoedelijk afkomstig van urine en uitwerpselen van dieren. Om vast te stellen of dit sporen van steenmarters waren, werd gedurende zes weken een wildcamera opgehangen in dit schuurtje. Uit dit onderzoek bleek dat de sporen niet van steenmarters maar van huiskatten afkomstig waren. Huiskatten bleken het schuurtje veelvuldig te bezoeken en lieten ook regelmatig uitwerpselen achter. Er werden gedurende deze zes weken geen beelden gemaakt van steenmarters, waardoor het uit te sluiten is dat de steenmarter van de onderzoekslocatie gebruik maakt. Wegens het ontbreken van beschermde functies van de steenmarter in het plangebied, zijn er geen overtredingen op de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort aan de orde. Activiteitenplan 34 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (Provincie Gelderland). Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag is het activiteitenplan opgesteld. In het activiteitenplan zijn mitigerende maatregelen opgenomen voor de huismus, gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis. De ontheffing voor de genoemde soorten is verleend op 14 november 2023. 4.4.3
Conclusie
Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.5
Geluid
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door bedrijven, wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 4.5.1
(Wettelijk) kader
De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen, zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen, worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; het bevorderen van bronmaatregelen; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het aspect geluid afgewogen worden. 4.5.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herstructurering in een bestaande woonwijk. Voorliggend plan ziet toe op de sloop van 54 woningen en een school. Hiervoor in de plaats worden 69 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt een woon/zorggebouw ten behoeve van 22 (zorg)wooneenheden, dan wel acht twee-aaneengebouwde woningen gerealiseerd. (Zorg)woningen zijn geluidsgevoelige bestemmingen. Een aantal nieuwe woningen wordt iets dichter op de weg waaraan de woningen worden ontsloten, gerealiseerd. Voor deze wegen geldt een 30 km/u regime en is sprake van een lage verkeersintensiteit. Om die reden is er geen geluidhinder te verwachten op de woningen. Daarnaast geldt dat, door de hogere eisen voor thermische isolatie voor nieuwe woningen, de geluidsisolatie van de nieuwe woningen bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 35
beter is dan die van de bestaande woningen. 4.5.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
4.6
Luchtkwaliteit
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. 4.6.1
(Wettelijk) kader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen.
Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 4.6.2
Toetsing
Het initiatief zorgt per saldo voor een toename van 15 sociale huurwoningen. Daarnaast wordt een woon/zorgcomplex ten behoeve van 22 (zorg)wooneenheden, dan wel acht twee-aaneengebouwde woningen mogelijk gemaakt. Het woon/zorgcomplex wordt gerealiseerd op een voormalige schoollocatie. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het 36 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. Het CIMLK geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het plangebied tussen 2022 en 2030. Het CIMLK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2022, 2025 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Het rekenpunt (51468751_15573717) dat het dichtst bij het plangebied ligt (gelegen aan de Oostelijke Rondweg (N318), kent de volgende gemeten waarden voor NO2, PM10 en PM2,5 in 2022: NO2: 14,027 µg/m3 PM10: 16,9797 µg/m3 PM2,5: 9,4237 µg/m3 Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m3. De hoeveelheid NO2, PM10 en PM2,5 in het plangebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden.
De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2022, 2025 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 4.6.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.7
Geur
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 4.7.1
(Wettelijk) kader
Bij bedrijven kunnen activiteiten plaatsvinden die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. 4.7.2
Toetsing
Met het initiatief is sprake van de herstructuring van een bestaande woonwijk. De (zorg)woningen worden beschouwd als geurgevoelige objecten. In de omgeving van het plangebied zijn alleen geurveroorzakende bedrijven gelegen (in dit geval veehouderijen) waarvoor een vaste afstandsnorm geldt van 100 m tot aan de geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Het dichtstbijzijnde geurveroorzakende bedrijf ligt aan de Eikenlaan 18 op ruim 350 m. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Daarnaast geldt dat het initiatief niet zorgt voor een beperking van de bedrijfsvoering van de geurveroorzakende bedrijven in de omgeving. 4.7.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 37
4.8
Milieubelastende activiteiten
4.8.1
(Wettelijk) kader
Een goede omgevingskwaliteit en de integratie van milieu en ruimte betekent het integreren van (vaak technische) milieunormen in het omgevingsplan/vergunning. In deze paragraaf is duidelijk gemaakt op welke manier aan het reguleren van de omgevingskwaliteit vanuit het thema milieubelastende (bedrijfs)activiteiten in een omgevingsplan vorm zou kunnen worden gegeven dan wel via een omgevingsvergunning kan worden geregeld. 4.8.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herstructurering in een bestaande woonwijk. Voorliggend plan ziet toe op de sloop van 54 woningen en een school. Hiervoor in de plaats worden 69 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt een woon/zorggebouw ten behoeve van 22 (zorg)wooneenheden, dan wel acht twee-aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Een (zorg)woning is geen functie die zorgt voor milieubelastende activiteiten. Voor de woningen zijn voorwaarden opgenomen voor wat betreft de functies beroepen en bedrijven en huis. Deze voorwaarden waarborgen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de omgeving is alleen sprake van bedrijvigheid die verenigbaar zijn met de woonfunctie (zoals detailhandel en kantoren). Om die reden geldt dat er door het initiatief geen bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. 4.8.3
Conclusie
Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.9
Omgevingsveiligheid
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 4.9.1
(Wettelijk) kader
De hoofdlijnen van het (Wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Met een initiatief moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Binnen een initiatief dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het initiatief kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. 38 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 'Besluit bouwwerken leefomgeving' (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). 4.9.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herstructurering in een bestaande woonwijk. Voorliggend plan ziet toe op de sloop van 54 woningen en een school. Hiervoor in de plaats worden 69 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt een woon/zorggebouw ten behoeve van 22 (zorg)wooneenheden, dan wel acht twee-aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Er is daarmee sprake van de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een uitsnede van de externe veiligheidskaart van de Atlas Leefomgeving. De globale ligging van het plangebied is hierop aangeduid met een blauw kader.
Uitsnede externe veiligheidskaart van de Atlas Leefomgeving
In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich geen stationaire of mobiele risicobronnen. Een nadere toetsing aan het aspect omgevingsveiligheid is daarom niet noodzakelijk. 4.9.3
Conclusie
Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 39
4.10
Water
4.10.1 (Wettelijk) kader In artikel 5.37 van het Bkl is een instructieregel voor het meewegen van het waterbelang opgenomen. In de navolgende paragrafen wordt het beleid van het waterschap en de gemeente beschreven. Daarop volgt de toetsing aan het aspect water, het resultaat van de Digitale Watertoets en het overleg met het waterschap. WaterschapsverordeningwaterschapRijn en IJssel De waterschapsverordening bevat de regels van het Waterschap Rijn en IJssel over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiveringtechnische werken en de wegen die in beheer zijn bij Waterschap Rijn en IJssel. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur en de algemene regels. Bovendien bevat de waterschapsverordening regels over lozingen. Lozingen waren eerst op het niveau van de centrale overheid geregeld. Waterbeheerprogramma2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda.
Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's. Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering.
Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Water- en Rioleringsprogramma Oude IJsselstreek2024-2028 Het water- en rioleringsprogramma beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar wettelijke zorgplichten 40 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
voor afvalwater, hemelwater en grondwater en anticipeert daarbij op raakvlakken met vakgebieden zoals klimaatadaptatie, landschap en groen. Daarnaast bevat het programma onder meer een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn. 4.10.2 Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in juni 2024 een quickscan water uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgevoegd. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit woningen met tuinen. De tuinen zijn (deels) voorzien van verhardingen, achter in de tuinen zijn bergingen aanwezig. Aan de Essenkampstraat is een voormalig schoolgebouw aanwezig. Een deel van het plangebied bestaat uit een grasveld met speelvoorzieningen. Toekomstige situatie De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van de woonpercelen en het perceel met het schoolgebouw. Binnen het plangebied worden nieuwe woningen gerealiseerd, wordt de Akkerstraat deels verwijderd en worden groene parkeerplaatsen aangelegd. Ter plaatse van het voormalig schoolgebouw zijn twee mogelijke invullingen voorzien, één met een woon/zorggebouw (variant 1) en één met grondgebonden woningen (variant 2).
Waterhuishoudkundige consequentiesen uitgangspunten Uitgangspunten In navolgende tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied weergegeven.
Peilen In het stedelijk gebied is het waterbeheer voor gericht op het voorkomen van wateroverlast, omdat hoge bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 41
grondwaterstanden natte kruipruimten en vochtproblemen in huis kunnen opleveren. Uitgaande van een GHG van 17,9 m +NAP dient de bebouwing (met kruipruimte) op minimaal 18,8 m +NAP te liggen. Het huidige maaiveld is gelegen tussen de circa 18,8 en 19,6 m + NAP. Hiermee wordt voldaan aan de ontwateringseis. Waterbergingsopgave Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 14.050 m2 (variant 1) of circa 14.770 m2 (variant 2) verhard oppervlak gerealiseerd worden. De bergingsopgave betreft 80 mm. Binnen het plangebied dient daarom minimaal 1.124 m3 (variant 1) of 1.182 m3 (variant 2) hemelwater geborgen te worden. Het gehele westelijk deel van het plangebied kan worden aangesloten op het infiltratieriool. Mogelijk wordt hiervoor nog een noodoverloop in de vorm van een wadi aangelegd ter plaatse van het grasveld ten zuiden van de Akkerstraat. Voor het oostelijk deel is het een grote opgave om het hemelwater binnen het plangebied zelf te bergen. Vooral als de voorkeur uitgaat naar het bovengronds bergen van hemelwater. In de quickscan zijn een aantal mogelijke oplossingen weergegeven. In een later stadium zal, in samenspraak met Waterschap Rijn en IJssel, de omgang met het hemelwater in dit deel van het plangebied nader (civieltechnisch) worden uitgewerkt.
Daarbij is het ook van belang dat ter plaatse van de Karel Doormanstraat in de toekomst mogelijk ook een hemelwaterinfiltratieriool wordt aangelegd. 4.10.3 Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat er waterstaatkundige belangen zijn. Deze belangen zijn zodanig van aard en omvang dat overleg met het waterschap gewenst is. Daarom wordt de 'normale procedure' in gang gezet. De ingevulde watertoets is als bijlage bij de quickscan water gevoegd. 4.10.4 Overleg De quickscan water is toegezonden naar het waterschap in het kader van het vooroverleg. Het waterschap geeft in een reactie aan dat het plan er goed uitziet en dat de uitgangspunten van het waterschap duidelijk zijn weergegeven. Daarnaast geeft het waterschap aan dat zij graag, zodra deze beschikbaar zijn, de nadere uitwerkingen en ontwerpen willen zien.
In reactie op de opmerking van het waterschap kan worden aangegeven dat de nadere uitwerking van de waterberging in samenspraak met het waterschap zal plaatsvinden. 4.10.5 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.
4.11
Mobiliteit en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten verkeer en parkeren. 4.11.1 (Wettelijk) kader In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom). Wel kan een verandering van functies zorgen voor een verkeersaantrekkende werking. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De 42 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
gemeente Oude IJsselstreek heeft parkeerbeleid opgesteld met daarin parkeernormen waaraan nieuwe initiatieven/ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten deze aspecten onderbouwd en indien noodzakelijk onderzocht worden. 4.11.2 Toetsing Verkeer Verkeersstructuur De bestaande wegenstructuur in en aansluitend aan het plangebied blijft hoofdzakelijk behouden. De Akkerstraat komt echter te vervallen als autoverbinding om plaats te maken voor wonen direct aan het groen. Daarnaast wordt de Korenbloemstraat opgesplitst om de centrale groenzone te vergroten. Alle rijbanen blijven tweerichtingsverkeer. Trottoirs bevinden zich in de huidige situatie aan twee zijden van de rijbaan, dit wordt in de Korenbloemstraat, Haverstraat en Karel Doormanstraat teruggebracht naar een enkel trottoir. De ruimte die vrijkomt na het verwijderen van een trottoir wordt groen ingericht. De verharding neemt hierdoor af en de straten worden vergroend. Door de centrale groenzone loopt een voetpad die de Klaproosstraat verbindt met de Korenbloemstraat en Haverstraat. Verkeersgeneratie Het initiatief zorgt per saldo voor een toename van 15 sociale huurwoningen.
Daarnaast wordt een woon/zorgcomplex ten behoeve van maximaal 22 (zorg)wooneenheden dan wel 8 twee-aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Voor wat betreft de te verwachten toename van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2024 'Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering'. Hierbij wordt uitgegaan van 'huur, huis, sociale huur' voor de sociale huurwoningen, 'aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)' voor de eventuele woonzorgeenheden in het woon/zorgcomplex, 'huur, appartement, sociale huur, <75 m2' voor de eventuele sociale huurappartementen in het woon/zorgcomplex en 'Koop, huis, twee-onder-een-kap' voor de mogelijke twee-aaneengebouwde woningen. De verstedelijkingsgraad betreft 'weinig stedelijk' en het gebiedstype 'schil centrum'. Navolgende tabel vat de te verwachten verkeersgeneratie samen:
Omdat een invulling met alleen sociale huurappartementen in het woon/zorgcomplex voor meer verkeersbewegingen zorgt dan een andere invulling op de voormalige schoollocatie, is deze verkeersgeneratie gebruikt om het totaal aan toename van verkeersbewegingen te bepalen. Dit betekent dat met de realisatie van de ontwikkeling in totaal gemiddeld (69 + 81,4=) 150 verkeersbewegingen extra per dag tot stand komen. Dit wordt gezien als een worst-case toename, aangezien de voormalige bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 43
schoollocatie ook voor de nodige verkeersbewegingen zorgde. De wegen in en aangrenzend aan het plangebied hebben voldoende capaciteit om het extra toekomstige verkeer van en naar het plangebied op te vangen. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de gemiddelde parkeernormen uit Nota parkeernormen (2024) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van 69 woningen in de categorie 'huur, huis, sociale huur'. Voor het woon/zorgcomplex is uitgegaan van 22 wooneenheden in de categorie 'verpleeg- en verzorgingstehuis' of 22 wooneenheden in de categorie 'huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)' . Voor de twee-aaneengebouwde woningen is de functie 'koop, huis, twee-onder-een-kap' gehanteerd. De locatie is gelegen in de kern Varsseveld, in een gebied dat is aangemerkt als 'Schil'.
Op basis van het voorgaande zijn voor het initiatief, waarbij de voormalige schoollocatie wordt ingevuld met het woon/zorgcomplex met uitsluitend sociale huurappartementen 123 parkeerplaatsen benodigd. Indien de voormalige schoollocatie wordt ingevuld met de twee-aaneengebouwde woningen, dan zijn 113 parkeerplaatsen benodigd. In het stedenbouwkundig plan zijn voor de nieuwe woningen 113 parkeerplaatsen voorzien (zie navolgende afbeelding). Een deel van deze parkeerplaatsen wordt op eigen terrein gerealiseerd. De overige parkeerplaatsen zijn openbaar in de vorm van parkeerkoffers en langsparkeerplaatsen. Op de straten die worden heringericht komt veel parkeren op straat (langsparkeren) te vervallen. Daarbij wordt opgemerkt dat de bestaande parkeerplaatsen in en rondom het plangebied die niet worden gewijzigd niet zijn opgenomen in de berekening van de parkeerbalans. Ook zijn de parkeerplaatsen die zullen worden gerealiseerd op de voormalige schoollocatie (afhankelijk van de invulling) niet meegenomen. Op het terrein is voldoende ruimte aanwezig om de eventueel benodigde 10 parkeerplaatsen voor een invulling van het woon/zorgcomplex met uitsluitend sociale huurappartementen te realiseren. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte en de gemeentelijke parkeernorm.
44 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
Overzicht parkeerplaatsen in en om het plangebied
4.11.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.12
Kabels en leidingen
4.12.1 (Wettelijk) kader Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van planologisch relevante kabels en leidingen. 4.12.2 Toetsing In en om het plangebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Het plangebied valt niet samen met een zakelijk rechtstrook of een toetsingszone van een leiding, lijn of straalverbinding - gemeten uit het hart van een kabel, leiding of verbinding. 4.12.3 Conclusie De aspecten kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsseveld, locatie Essenkamp" (vastgesteld) 45
4.13
Milieueffectenrapportage
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een initiatief met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van het voorgenomen initiatief, in het kader van de fysieke leefomgeving, een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 4.13.1 (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r.-plicht voor een initiatief: dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. In bijlage V van het Ob zijn de projecten genoemd met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Deze lijst is niet limitatief, zodat ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast is er de figuur van de plan-m.e.r-beoordeling voor kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen.
Deze beoordeling is alleen verplicht als het initiatief leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten en significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op initiatieven of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd. 4.13.2 Toetsing Met het plan is sprake van herstructurering binnen een bestaande woonwijk. De huidige 54 sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Deze worden gesloopt en hiervoor in de plaats worden 69 nieuwe sociale huurwoningen in de vorm eengezinswoningen en levensloopbestendige woningen gebouwd. Het aantal huurwoningen neemt daarmee per saldo toe met 15. Daarnaast wordt of een woon/zorgcomplex ten behoeve van maximaal 22 (zorg)wooneenheden of acht twee-aaneengebouwde woningen gerealiseerd op een voormalige schoollocatie. Gezien de aard en omvang van de nieuwe ontwikkeling en de voorheen aanwezig functies en bebouwing op deze locatie, wordt voorliggend initiatief niet als een nieuw 'stedelijk ontwikkelingsproject' (zoals opgenomen onder nr. J11 in Bijlage V bij het Ob) beschouwd. Om die reden hoeft geen m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Overigens wordt in dit hoofdstuk wel nader ingegaan op de eventuele nadelige gevolgen van de ontwikkeling voor het milieu.
Uit deze paragrafen komt naar voren dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het milieu heeft. 4.13.3 Conclusie Het uitvoeren van een m.e.r-beoordeling is niet noodzakelijk.
46 veld, locatie Essenkamp" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan kern Varsse
4.14
Gezondheid
4.14.1 (Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Dit belangrijke maatschappelijke doel is o.a. doorvertaald naar een aantal instructieregels in het Bkl die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in voorgaande paragrafen gemotiveerd. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met enerzijds het beschermen van gezondheid en anderzijds het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). 4.14.2 Toetsing Met het plan is sprake van herstructurering binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Deze worden gesloopt en hiervoor in de plaats worden nieuwe duurzame woningen in de vorm eengezinswoningen en levensloopbestendige woningen gebouwd. Daarnaast wordt mogelijk een woon/zorgcomplex gerealiseerd. Onderdeel van het initiatief is het herinrichten van de openbare ruimte met meer en biodiverser groen en klimaatadaptieve maatregelen.