CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering TAM-omgevingsplan Buitengebied Kapelweg 13 en 13a Sinderen.pdf

Raadsvergadering 26 maart 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Omgevingsplan buitengebied, locatie Kapelweg 13 en 13a Sinderen19.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering wijziging omgevingsplan “Buitengebied, Kapelweg 13-13a Sinderen”

Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 5 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 7 2. Beschrijving van het plan .......................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 11 3. Beleid .....................................................................................................................................

13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 13 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 13 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 14 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 15 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 16 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 16 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 17 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 19 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 19 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ........................................... 20 3.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................

20 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 20 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek ................................................................. 21 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 22 3.4.4 Uitnodigingskader wonen buitengebied Oude IJsselstreek .......................... 22 3.4.5 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen ............................................ 25 3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 26 3.4.7 Welstand ................................................................................................... 27 4. Omgevingsaspecten ................................................................................................................ 28 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 28 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 30 4.3 Natuur ...................................................................................................................... 33

2

4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 33 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 35 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 36 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 37 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 40 4.6 Geur ......................................................................................................................... 42 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 43 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 44 4.9 Water ....................................................................................................................... 46 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 49 4.11 Kabels en leidingen .................................................................................................

50 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 51 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 51 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 52 5. Juridische planopzet ............................................................................................................... 53 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 53 5.2 Specifieke regels over functies................................................................................... 53 5.3 Algemene regels over functies ................................................................................... 54 5.4 Regels ter bescherming van waarden en objecten ...................................................... 54 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 55 6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 56 6.1. Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................

56 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 56 Bijlagen 1. Erfinpassing 2. Bodemonderzoek 3. Archeologisch onderzoek 4. Quickscan natuurwaarden 5. Nader onderzoek steenuilen 6. Stikstofonderzoek 7. Digitale watertoets

3

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op de locatie Kapelweg 13-13a te Sinderen, in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek, bestaat het voornemen om nieuwe woningen te realiseren in samenhang met beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten en sloop van de meeste bedrijfsbebouwing c.q. verwijdering van mest- en voeropslagen. In de bestaande situatie is op deze locatie sprake van een melkrundveehouderijbedrijf. De agrarische functie zal worden omgezet naar een woonfunctie. De twee huidige bedrijfswoningen op nummers 13 en 13a zullen hierdoor reguliere woningen worden. De bestaande boerderij op nummer 13 betreft een gemeentelijk monument. Verder wordt voorzien in twee extra vrijstaande woningen op het bestaande erf en één nieuwe vrijstaande woning op een iets verderop te realiseren nieuw erf met een woonfunctie. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die het Uitnodigingskader Wonen buitengebied gemeente Oude IJsselstreek biedt voor woningbouw in het buitengebied. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om extra woningen te realiseren op het huidige erf c.q. een nieuwe woning te realiseren op een nieuw erf. Het initiatief past echter wel binnen de hierop betrekking hebbende beleidsregels. Daarom wordt ingestoken op een buitenplanse procedure in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan.

Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor vooralsnog gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO. 1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Sinderen. De planlocatie is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie C, nummers 2504 en 2505 (gedeeltelijk), en heeft een totale oppervlakte van 30.474.m2. Het betreft momenteel een agrarisch erf met aangrenzende agrarische cultuurgronden. De op en rondom het terrein gelegen groenelementen blijven grotendeels behouden en worden aanzienlijk uitgebreid en versterkt met dit plan.

4

Figuur 1:luchtfoto met begrenzing planlocatie (bron: kadastalekaart.nl)

De planlocatie wordt aan de westzijde begrensd door de Kapelweg en aan de noordzijde door de Wissinklaan. Aan de zuid- en oostzijde van de locatie bevinden zich agrarische cultuurgronden. In de directe omgeving bevinden zich naast agrarische cultuurgronden en meerdere kleine bosjes, overwegend burgerwoningen en agrarische bedrijven. Op een afstand van cira 430 meter ten noorden van de planlocatie bevindt zich een landgoed. De meest nabijgelegen veehouderijen zijn: •

een agrarisch bedrijf op de locatie Kapelweg 34 op een afstand van 93 meter;

•

een melkrundveehouderij op de locatie Wissinklaan 16-16a op een afstand van 270 meter;

•

een melkrundveehouderij op de locatie Kroezendijk 12 op een afstand van 380 meter;

•

een varkenshouderij op de locatie Harterinkdijk 25 op een afstand van 490 meter.

De afstanden zijn gemeten tussen de grens van de planlocatie en de grenzen van de agrarische bouwvlakken. Verderop bevinden zich enkele niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. De kern Sinderen bevindt zich op een afstand van ruim 1 kilometer meter van de planlocatie. 1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek’, dat is vastgesteld op 28 juni 2018. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Zie figuur 2 voor een uitsnede van de verbeelding. Voor de gronden op de planlocatie geldt de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden’, met een bouwvlak op een deel van de locatie, en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. Ter plaatse van het bouwvlak geldt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – twee

5

bedrijfswoningen. Daarnaast gelden voor de gehele planlocatie de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’, ‘overige zone – Houtwal’, ‘overige zone – Reliëf’ en ‘overige zone – Zandwegen’. De enkelbestemming ‘Agrarisch’ is bedoeld voor agrarische doeleinden met alle hieraan gerelateerde functies. Binnen het bouwvlak zijn onder meer agrarische bedrijfsbebouwing en twee bedrijfswoningen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ betekent dat binnen de aangegeven delen van de planlocatie sprake is van een hoge archeologische verwachting. Bij grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2 is archeologisch onderzoek nodig. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’ betekent dat de locatie is gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone, die zijn oorsprong vindt in de Omgevingsverordening Gelderland. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. Bij ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone moet per saldo sprake zijn een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied. De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Houtwal’ zijn mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de beslotenheid en het houtwallenlandschap.

De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Reliëf’ zijn mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van het reliëf van de bodem. De gronden van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Zandwegen’ zijn mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van zandwegen. Op grond van het omgevingsplan en de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen is de beoogde ontwikkeling voor twee extra woningen op het bestaande erf en een nieuwe woning op een nieuw erf niet mogelijk te maken. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan volgens de systematiek van TAMIMRO.

Figuur 2: uitsnede verbeelding met planlocatie rood omkaderd (bron: Regels op de kaart)

6

1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er participatie plaatsgevonden. De directe omgeving is geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Daarbij is de opmerking gemaakt dat het ook nog wel jammer wordt gevonden dat er geen koeien meer in de wei staan. Verder zijn er geen opmerkingen op de beoogde plannen gekomen. 1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

Hoofdstuk 2 van deze motivering bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

7

2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel uit een agrarisch erf met aangrenzende agrarische cultuurgronden ten behoeve van een melkrundveehouderij. De locatie ontsluit via meerdere inritten op de Kapelweg en de Wissinklaan. Bij de op het erf aanwezige woningen is sprake van voldoende parkeergelegenheid. Op het erf bevinden zich naast de twee bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken (op nummers 13 en 13a) een ligboxenstal (die in verbinding staat met de zich op deel van de oorspronkelijke boerderij bevindende melkstal (met tanklokaal, machinekamer, kantoor en eenlingboxen), een jongveestal (met daarin ook een kleine werkplaats), een werktuigenberging, meerdere voeropslagen (sleufsilo’s, kuilvoerplaten en voersilo’s), een overkapping en een mestplaat voor vaste mest. Zie figuur 3 voor een weergave van de verschillende gebouwen en opslagen.

Bedrijfswonin g nr. 13

Werktuigenberging met overkapping Mestplaat

Jongveestal Kuilvoerplate n Ligboxenstal Sleufsilo’s

Bedrijfswonin g nr. 13a

Figuur 3:luchtfoto met aanduiding gebouwen en opslagen (bron: kadastralekaart.nl)

Het bestaande groen binnen het plan (solitaire bomen, struiken en een haag) blijft behouden. Zie figuur 4 tot en met 8 voor foto’s met verschillende gezichtspunten op de planlocatie.

8

Figuur 4: zicht op planlocatie vanaf Kapelweg (met zicht op woning Kapelweg 13a)

Figuur 5: zicht op planlocatie vanaf Kapelweg (met zicht op woning Kapelweg 13a en bedrijfsbebouwing)

9

Figuur 6: zicht op planlocatie vanaf hoek Kapelweg-Wissinklaan

Figuur 7: zicht op planlocatie vanaf Wissinklaan (met zicht op woning/boerderij Kapelweg 13)

10

Figuur 8: zicht op planlocatie vanaf hoek Wissinklaan (met zicht op locatie nieuw erf en verderop het bestaande erf)

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is geen sprake meer van agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie door bedrijfsbeëindiging en functieverandering naar wonen. De bedrijfswoningen op nummers 13 en 13a (inclusief bijbehorende bouwwerken) blijven als zodanig onveranderd, maar worden qua toegestaan planologisch gebruik omgezet naar reguliere woningen. De bestaande boerderij op nummer 13 betreft een gemeentelijk monument. Het grootste deel van de schuren en opslagen wordt gesloopt en verwijderd: de loopstal, de jongveestal, de voeropslagen (sleufsilo’s, kuilvoerplaten en voersilo’s), een overkapping bij de werktuigenberging en een mestplaat voor vaste mest. De bestaande werktuigenberging blijft staan als toekomstig bijgebouw voor de woning op nummer 13. Deze werktuigenberging heeft een oppervlakte van 215 m2. Het bestaande bijgebouw met een oppervlakte van 45 m2 bij de woning op nummer 13 zal worden gehandhaafd, zodat het totaal aan bijgebouwen bij deze woning uitkomt op 260 m2, wat een overschrijding betekent van de hier maximaal toegestane oppervlakte van 150 m2 met 110 m2. Door hiervoor ontwikkelpunten in te zetten is dit echter toch mogelijk te maken. Het totaal aan bijgebouwen bij de woning op nummer 13a voldoet aan het maximumoppervlak van 150 m2. Aan het bestaande erf worden twee woonkavels van ruim 2.000 m2 per kavel toegevoegd.

De insteek is dat de twee hier nieuw te bouwen woningen worden uitgevoerd als schuurwoning, waarbij het uitgangspunt is om te werken met inpandige bijgebouwen, die voldoen aan het maximumoppervlak van 150 m2. Op het nieuwe erf zal één vrijstaande woning met bijgebouwen worden gerealiseerd. Het totaal aan bijgebouwen op het nieuwe erf voldoet aan het maximumoppervlak van 150 m2. De afstand tussen het bestaande en nieuwe erf bedraagt ruim 50 meter. Alle te realiseren woningen worden aardgasvrij, levensloopbestendig en duurzaam uitgevoerd. Er wordt voorzien in een waterberging van voldoende capaciteit voor van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater. 11

Voor het nieuwe erf wordt een eigen ontsluiting gerealiseerd op de Wissinklaan. De bestaande twee woningen wordt ontsloten via twee bestaande toegangswegen aan de Kapelweg. Ook de nieuwe woningen zijn via deze toegangswegen bereikbaar. Een bestaande toegangsweg aan de Wissinklaan komt hierbij te vervallen. Zowel op het bestaande als op het nieuwe erf is in de toekomstige situatie sprake van voldoende parkeercapaciteit om te kunnen parkeren op eigen grond. In figuur 9 is de beoogde erfinpassing voor de planlocatie opgenomen (zie bijlage 1 voor het volledige erfinpassingsplan, met datum 3 oktober 2025, nummer 6887A, versie 1.1). De erfinpassing heeft zorgvuldig plaatsgevonden met aandacht voor klimaat, landschap en biodiversiteit. Vanwege de ligging in de Groene ontwikkelingszone is daarnaast een versterkingsplan opgesteld welke onderdeel uitmaakt van het erfinpassingsplan. In verband met de aanleg van een nieuw erf en de daarbij behorende voorwaarden (1m2 landschapselement voor 1m3 woning) beperkt de inpassing zich niet tot de standaard voorgeschreven erfinpassing, maar is ook voorzien in de aanleg van nieuwe landschapselementen.

Figuur 9: beoogde inpassing

12

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

13

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in dit plan. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat twee woonerven (één nieuw erf en één van agrarisch naar wonen om te zetten erf met twee extra woningen) worden gecreëerd met een prettig woonmilieu, met rust, groen en ruimte, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: •

De dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl);

•

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl);

•

Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl);

•

Beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, slagschaduw, geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl);

•

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl);

•

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies zoals autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen en buisleidingen van nationaal belang (§ 5.1.6 Bkl);

•

Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl);

•

Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen (denk bijvoorbeeld aan een beperkingengebied). In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief

14

Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk voor de fysieke leefomgeving. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de op grond van de Omgevingswet geldende regels voor de fysieke leefomgeving.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van drie nieuwe woningen en het omzetten van 2 bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen in het buitengebied, zodat daarom geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plan leidt niet tot strijdigheid met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland.

De agenda kent drie kerndoelen: •

Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 15

2030, met als streven twee derde betaalbaar. •

Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af.

•

Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen.

Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van in totaal drie nieuwe vrijstaande woningen in het duurdere segment. Naar dit type woningen in het buitengebied is evident vraag. Het doel dat twee derde van de te bouwen woningen betaalbaar moet zijn impliceert dat ook nog steeds duurdere woningen kunnen worden gebouwd. Daarbij is het ook zo dat doorstroming plaats kan vinden van meer betaalbare woningen naar duurdere woningen, zodat hiermee meerdere doelgroepen worden bediend. Uiteraard levert het initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen in het algemeen. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3.

Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: •

ruimtelijk beleid;

•

waterbeleid;

•

milieubeleid;

•

natuur- en landschapsbeleid.

Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: •

Regionaal waterprogramma; 16

•

Handreiking plussenbeleid;

•

Beleidslijn windenergie.

Beoordeling initiatief Het initiatief om op de planlocatie functieverandering van agrarisch naar wonen te laten plaatsvinden en daarbij drie vrijstaande woningen toe te voegen past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Daarbij wordt door middel van zonnepanelen zoveel mogelijk voorzien in de eigen energiebehoefte, is sprake van een goed woon- en leefklimaat en draagt de landschappelijke inpassing bij aan het vergroten van de biodiversiteit op deze locatie. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: •

ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten;

•

milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;

•

waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur;

•

natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur, maar wel binnen de Groene ontwikkelingszone. Daarop wordt nader ingegaan in de volgende paragraaf. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling met de beoogde inpassing leidt tot voldoende versterking van de kernkwaliteiten van het gebied.

De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in paragraaf 4.9. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: •

Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);

•

Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening);

•

Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);

•

Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); 17

•

Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);

•

Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);

•

Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zie de volgende paragrafen voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking daarvan. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Dat is meegenomen in de voor deze locatie opgestelde landschappelijke inpassing. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld met betrekking tot Gelders Natuur Netwerk, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. Wel is sprake van de ligging in de Groene ontwikkelingszone. De planlocatie is gelegen binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone. Het plangebied ligt in deelgebied 35. Dit is deelgebied IJzerlo – Silvolde.

De kernkwaliteiten van de natuur en het landschap uit dit deelgebied bestaan uit: • Kleinschalig kampenlandschap op dekzandruggen met de overgang naar het Oost-Nederlands Plateau bij Aalten. • De evz Boven-Slinge verbindt de Slangenburg met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: das en ijsvogelvlinder. • De evz Keizersbeek - Noorderbroek verbindt de bossen bij Anholt met Noorderbroek en Slangenburg; model: das. • Parel Bosjes van Wissink: eeuwenoud bos op rijke zandgronden; groeiplaats zwarte rapunzel. • Leefgebied steenuil. • Leefgebied kamsalamander. • Bijzondere, langgerekte dekzandrug met essen: Rug van IJzerlo • Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen. • Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir Als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling in de Groene ontwikkelingszone moeten de kernkwaliteiten van het gebied versterkt worden. Er bevinden zich geen negatieve effecten op bovenstaande kernkwaliteiten. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.3. In de Omgevingsverordening is verder een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.

Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast

18

moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in paragraaf 3.4.7 in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. Daaruit volgt dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van het realiseren van een tweetal poelen en een sloot. Op deze manier wordt water vastgehouden binnen het plangebied. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening provincie Gelderland. 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004.

Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na.

Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral daarom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 (zie paragraaf 3.3.2). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan een bestaand voormalig agrarisch erf en een nieuw te realiseren woonerf en levert zodoende een bijdrage aan de woningbouwopgave. Conclusie

19

Het plan is in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012. 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur.

Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van drie vrijstaande woningen (twee op het bestaande erf en één op een nieuw erf), die zich weliswaar niet in het segment betaalbaar bevinden, maar waaraan wel aantoonbaar behoefte is. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van drie vrijstaande woningen (twee op het bestaande erf en één op een nieuw erf) in het duurdere segment waaraan aantoonbare behoefte is in het buitengebied. Met 20

het plan wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving, waarbij water en groen wordt aangelegd. Daarmee leidt het plan ook tot een vergroting van de biodiversiteit. In samenhang met de beoogde woningbouw worden op deze locatie voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en agrarische bedrijfsopslagen verwijderd. Zoals volgt uit hoofdstuk 4 zijn er geen omgevingsaspecten die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •

Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.

•

Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).

•

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.

•

De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.

•

Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.

•

Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de 21

maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. •

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden uitgevoerd met zonnepanelen. Met voorliggend plan worden woningen toegevoegd waaraan behoefte bestaat. Hierbij wordt ingezet op een groene woonomgeving en het bevorderen van sociale cohesie door voor het bestaande erf invulling te geven aan het één-erfprincipe. Daarnaast wordt in de directe nabijheid een nieuw erf gerealiseerd waar de huidige eigenaren van de locatie Kapelweg 13 zullen gaan wonen. Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. Verder verdwijnen in samenhang met de beoogde woningbouw op deze locatie de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en agrarische bedrijfsopslagen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek).

De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad • Woonzorg • Verduurzaming • Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt perspectief geboden voor nieuwe kansen in het buitengebied. In dit geval wordt een nieuwe invulling gegeven aan een bestaand erf waar voorheen sprake was van agrarische bebouwing, waarbij wordt ingezet op sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en verwijdering van agrarische bedrijfsopslagen op deze locatie. In samenhang hiermee wordt iets verderop een nieuw erf met één woning ontwikkeld. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.4 Uitnodigingskader wonen buitengebied Oude IJsselstreek Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek het zogenoemde Uitnodigingskader wonen buitengebied vastgesteld. In dit uitnodigingskader zijn nieuwe en ruimere mogelijkheden opgenomen voor ontwikkeling van woningbouw in het buitengebied, in ruil voor sloop van gebouwen die 22

vrijkomen in combinatie met inpassing van de plannen in het landschap. Ook biedt het uitnodigingskader ruimere en flexibelere mogelijkheden voor splitsing van woningen en de ontwikkeling van een landgoed. Kwaliteitsverbetering van het buitengebied is het belangrijkste doel van het uitnodigingskader. Door een alternatief te bieden voor vrijkomende en al vrijgekomen bebouwing in het buitengebied worden leegstand, verloedering en ongewenste activiteiten voorkomen. Ieder initiatief tot herontwikkeling dient te leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hoe dat gebeurt moet inzichtelijke worden gemaakt in een erfinrichtingsplan. Het beleid is gebaseerd op het idee dat ontwikkelruimte gecreëerd wordt en deze vervolgens weer wordt ingezet. Ontwikkelruimte creëren kan door sloop van gebouwen en/of door de aanleg van landschapselementen. Dit kunnen één of meer maatregelen zijn. Een combinatie van maatregelen is mogelijk. Met die maatregelen – waaraan afhankelijk van de omvang – punten worden toegekend, wordt ontwikkelruimte gecreëerd. De gecreëerde ontwikkelruimte kan vervolgens voor diverse ontwikkelingen ten behoeve van wonen worden ingezet. Dit kan op de locatie waar gesloopt is, maar ook op een ander erf of door de ontwikkeling van een nieuw erf.

Ook kan ontwikkelruimte worden ingezet voor de vergroting van de op grond van het bestemmingsplan toegestane maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. Ontwikkelruimte kan worden ingezet door het omvormen van (agrarische) bedrijven in het buitengebied naar wonen, maar ook op bestaande woonerven door de toevoeging van één of meerdere woningen. Beoordeling initiatief Benodigde ontwikkelpunten Voor het bouwen van een vrijstaande woning geldt een maximale inhoudsmaat van 750 m3. Voor bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken geldt dat standaard sprake mag zijn van een oppervlak van maximaal 150 m2 per woning. In de beoogde opzet is sprake van de realisatie van twee vrijstaande woningen met een inhoud van 750 m3 op het bestaande erf en één vrijstaande woning met een inhoud van 750 m3 op het nieuwe erf. Voor de bestaande woning op nummer 13a wordt voldaan aan de maatvoeringseis van 150 m2 aan bijgebouwen, maar voor de woning op nummer 13 niet wegens het gebruik van de bestaande werktuigenberging als bijgebouw (215 m2) plus een bestaand bijgebouw (45 m2) bij de woning. In totaal gaat het bij deze woning dus om 260 m2 aan bijgebouwen, zodat er sprake is van een overschrijding met 110 m2. Het is op grond van het Uitnodigingskader mogelijk om voor dit extra oppervlak punten in te zetten voor ontwikkelruimte.

Voor de nieuwe woningen wordt ervan uitgegaan dat 150 m2 aan bijgebouw(en) voldoende is, zodat hiervoor geen extra punten nodig zijn. Het bovenstaande leidt tot de puntenscores in onderstaande tabel. Daaruit volgt dat in beginsel 404 punten benodigd zijn voor de ontwikkeling. Nr.

Omschrijving

Vrijstaande woning op bestaand erf in m3 Vrijstaande woning op bestaand erf in m3 Vrijstaande woning op nieuw erf in m3 Extra oppervlakte in m2 aan bijgebouwen (2 punten per 5 m2) Totaal 1 2 3 4

Maatvoering 750 750 750 110

Ontwikkelruimte totaal in punten 120 120 120 44 404

23

Beschikbare ontwikkelruimte Voor het bepalen van de ontwikkelruimte is allereerst uitgegaan van sloop/verwijdering van alle op de milieutekening van 5 september 2017 aangegeven gebouwen en bouwwerken, met uitzondering van de als toekomstig bijgebouw bij de woning op nummer 13 te gebruiken werktuigenberging (zie figuur 2).

Figuur 10: milieutekening

Dat leidt tot de puntenscores in onderstaande tabel (de hierin opgenomen nummering correspondeert met de nummering in figuur 10). Hierbij is voor de jongveestal uitgegaan van aanwezigheid van asbest. De sloop van asbesthoudende gebouwen levert 15% meer ontwikkelruimte op. De puntenscores moeten per onderdeel na delen door 25 naar beneden worden afgerond. Nr.

Omschrijving

1 2 3 4 5 6 7 8

Ligboxenstal Jongveestal (met asbest) Kuilvoerplaat Sleufsilo Sleufsilo Voersilo’s (inclusief onderplaat) Overkapping kalveriglo’s Mestplaat

Oppervlakte in m2 1256,2 453,3 315,0 350,0 350,0 20,2 51,7 96

Ontwikkelruimte in punten per 25 m2 4 4 1 1 1 1 4 1

Ontwikkelruimte totaal in punten 200 80 12 14 14 0 8 3

24

9 Kuilvoerplaat 10 Kuilvoerplaat Totaal

600 250

1 1

24 10 365

Er zijn 404 punten nodig om de ontwikkeling te kunnen verantwoorden. Hierbij worden 365 punten op eigen erf gegenereerd. Dit betekent dat er nog 39 punten moeten worden behaald om de ontwikkeling sluitend te hebben. Berekening punten compensatie bouw woning Voor een nieuw erf geldt een compensatie-opgave, waarbij per 25 m3 te ontwikkelen woongebouwen 25 m2 aan landschapselementen moet worden aangelegd. Deze voorwaarde is aanvullend op de landschappelijke inpassing van het erf die standaard wordt verlangd. Voor een woning van maximaal 750 m3 geldt een compensatie-opgave van 750 m2 aan landschapselementen. Berekening landschapselementen voor ontwikkelpunten Mede vanwege de ligging in de Groene ontwikkelingszone is ervoor gekozen om aanzienlijk meer oppervlak aan landschapselementen aan te leggen. De in totaal 5.177 m2 aan landschapselementen leveren extra punten aan ontwikkelruimte op. Hiervan is 750 m2 afgetrokken vanwege de verplichte opgave voor een nieuw erf bij een woning van 750 m3. Hierdoor is een overschot in punten van 5.177 m2 welke overeenkomt met 51 punten. Zie voor deze uitgebreide berekening ook het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1). Totaal overschot ontwikkelpunten De totale ontwikkelruimte zou dan neerkomen op 365 + 51 = 416 punten.

Na aftrek van de voor de nieuwe woningen en extra oppervlakte aan bijgebouwen benodigde ontwikkelruimte resteert er een overschot van 416 – 404 = 12 punten aan ontwikkelruimte. Deze punten kunnen in de toekomst eventueel worden gebruikt voor het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woningen of worden ingezet op een locatie elders. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het Uitnodigingskader wonen buitengebied. 3.4.5 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt op de planlocatie voorzien in een adequate landschappelijke inpassing.

Hiermee wordt in de beoogde opzet zorggedragen voor een groene en gezonde leefomgeving, die past binnen het voor dit gebieden kenmerkende landschap. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen.

25

3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 Op 18 januari 2022 is de Klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld. Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema’s: •

Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast.

•

Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer. Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken.

•

Meer hitte: hittestress. Klimaatverandering wordt ook wel ‘global warming’ genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen.

•

Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5042/documents/33133