Motivering_september 2025.pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 1: inleidende regels, met de begrippen en wijze van meten en rekenen;
•
Hoofdstuk 2: specifieke regels over functies. De functies zijn op alfabetische volgorde opgenomen. De regels bevatten een omschrijving van de functie en regels voor het bouwen, gebruik en waar nodig over milieu;
•
Hoofdstuk 3: algemene regels over functies. Dit zijn de regels die gelden voor alle functies, bijvoorbeeld algemene gebruiksregels, maar ook de aanvraagvereisten voor vergunningen;
•
Hoofdstuk 4: overgangsrecht.
5.2 Toedelen van functies aan locaties Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de in dit omgevingsplan opgenomen functies. Agrarisch (artikel 4) In dit omgevingsplan is de functie ‘Agrarisch overgenomen uit het omgevingsplan van rechtswege als basisfunctie voor de aangrenzende gronden ten oosten van de woonbestemming. Binnen deze functie zijn gebouwen niet toegestaan. Wel bestaat er de mogelijkheid om onder voorwaarden bouwwerken, geen gebouw zijnde, te realiseren. Wonen (artikel 5) De nieuwe woningen hebben de functie 'Wonen' gekregen. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Binnen de functie ‘Wonen’ is door middel van aanduidingen onderscheid gemaakt in het type woning. In dit geval betreft het de realisatie van uitsluitend vrijstaande woningen. Het hoofdgebouw van de woning mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. De toegestane goot- en bouwhoogten van de woningen zijn op de verbeelding weergegeven.
47
Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen zijn regels opgenomen over de ligging ten opzichte van de voorgevellijn, met maximum oppervlak en de goot- en bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor de voorgevel mogen erfafscheidingen tot maximaal 1 meter hoogte worden opgericht.
5.3 Algemene regels Aanvraagvereisten (artikel 7) In artikel 8 zijn de aanvraagvereisten opgenomen, die van toepassing zijn op een aanvraag om omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan. Als toelichting daarop nog het volgende: •
Voor een bouwactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Bouwactiviteit (omgevingsplan)] worden gebruikt.
•
Voor een andere vergunningplicht in dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan] worden gebruikt.
De aanvraagformulieren zijn te vinden op de website omgevingswet.overheid.nl (door daar te kiezen voor het tabblad [Aanvragen]). Anti-dubbeltelregel(artikel 8) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bestaande maatvoering (artikel 9) Deze bepaling bevat een algemene regel omtrent de bestaande situatie. Algemene gebruiksregels (artikel 10) In artikel 10.1 is een regeling voor parkeren opgenomen, conform de standaard van de gemeente Oude IJsselstreek. In artikel 10.2 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het plan. In artikel 10.3 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de te slopen bebouwing en te verwijderen opslagen op de locatie Keppelbroeksdijk 7-7a te Westendorp. Archeologische verwachtingen (artikel 11 t/m 13) In dit artikel zijn specifieke regels opgenomen voor de functies ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’, ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ en ‘Waarde - Archeologische verwachting 3’.
5.4 Overgangsregels Overgangsrecht gebruik (artikel 14) Er zullen geen bouwwerken aanwezig zijn welke op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd). Hiervoor is daarom geen overgangsrecht opgenomen in de regels. Wel is voorzien in overgangsrecht voor het gebruik. Het gebruik van de grond, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag worden voortgezet.
48
6. UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN 6.1. Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van de wijziging van een omgevingsplan dient onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het gaat hierbij om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Voor de door de gemeente Oude IJsselstreek gemaakte plankosten vindt kostenverhaal plaats richting de initiatiefnemer. Hiervoor is een plankostenscan gedaan, waarover gemeente en initiatiefnemer overeenstemming hebben bereikt. De initiatiefnemer heeft zich hierbij vergewist van de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende omgevingsplan heeft voor de gemeente Oude IJsselstreek geen financiële consequenties. De plannen komen volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Tevens wordt er met de initiatiefnemer een nadeelcompensatieovereenkomst afgesloten.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Over voorliggend plan heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap Rijn en IJssel. De resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 4.8 van deze motivering. Vooroverleg met de provincie Gelderland is niet noodzakelijk geacht, nu er geen sprake is van directe provinciale belangen bij dit plan. Het ontwerpomgevingsplan wordt toegezonden aan zowel het waterschap als aan de provincie. In het voortraject heeft een uitgebreide participatie plaatsgevonden. Zo zijn er twee informatieavonden gehouden en zijn er diverse individuele gesprekken met direct aanwonenden aan de keukentafel gevoerd. Zie bijlage 10 voor het verslag van de omgevingsdialoog. Het ontwerp-omgevingsplan wordt conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Hierbij heeft een ieder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op het ontwerpplan. Eventuele zienswijzen zullen worden voorzien van een reactie en bij de (al dan niet gewijzigde) vaststelling van het omgevingsplan worden betrokken. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om het omgevingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het raadsbesluit bekend gemaakt en ligt het omgevingsplan gedurende 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid om beroep in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald (Afdeling 16.7. van de Omgevingswet).
49
Bijlagen 1. Erfinpassingsplan 2. Vooronderzoek bodem 3. Archeologisch onderzoek 4. Geuronderzoek 5. Quickscan natuurwaarden 6. Stikstofonderzoek 7. Digitale watertoets 8. Omgevingsvergunning wateractiviteit 9. Overeenkomst ontwikkelpunten 10. Verslag omgevingsdialoog 11. Plan extra inpassing ontwikkelpunten
50