Motivering_september 2025.pdf
Tekst van het document
Motivering wijziging omgevingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek, locatie Hogestraat 6 Megchelen”
NL.IMRO.1509.OP000020-VA01
Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 4 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 6
2.
Beschrijving van het plan....................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................... 8
3.
Beleid ................................................................................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid .................................................................................................................. 9 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................ 9 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 10 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 11 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 12 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 12 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 12 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 14 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 15 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 15 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................
16 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 16 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 16 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek ................................................................. 17 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 18 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 19 3.4.5 Uitnodigingskader wonen buitengebied ...................................................... 20 3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen ............................................ 21 3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 21 3.4.8 Welstand ................................................................................................... 23
4.
Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 24 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 24 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 25 4.3 Natuur ...................................................................................................................... 28 2
4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 28 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 30 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 30 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 32 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 34 4.6 Geur ......................................................................................................................... 36 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 37 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 38 4.9 Water ....................................................................................................................... 39 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 43 4.11 Kabels en leidingen .................................................................................................
43 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 44 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 45 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 46 5.
Juridische planopzet............................................................................................................ 47 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 47 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 47 5.3 Algemene regels ....................................................................................................... 48 5.4 Overgangsregels ....................................................................................................... 48
6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 49 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 49 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 49 Bijlagen 1. Erfinpassingsplan 2. Vooronderzoek bodem 3. Archeologisch onderzoek 4. Geuronderzoek 5. Quickscan natuurwaarden 6. Stikstofonderzoek 7. Digitale watertoets 8. Omgevingsvergunning wateractiviteit 9. Overeenkomst ontwikkelpunten 10. Verslag omgevingsdialoog 11. Plan extra inpassing ontwikkelpunten
3
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op de locatie Hogestraat 6 te Megchelen, in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek, bestaat het voornemen om vier woningen te bouwen op een bestaand, voormalig agrarisch erf, in samenhang met sloop van agrarische bedrijfsbebouwing elders in het buitengebied. Op dit erf is in 2022 een vrijstaande woning vergund, maar deze woning is feitelijk nog niet gerealiseerd. Onder gebruikmaking van de mogelijkheden van het Uitnodigingskader Wonen buitengebied gemeente Oude IJsselstreek is gekomen tot een gewijzigde erfopzet voor in totaal vier vrijstaande woningen in het duurdere segment. Alle voorheen op het perceel aanwezige bebouwing op de locatie is al gesloopt, zodat momenteel sprake is van een braakliggend terrein (met uitzondering van de bestaande, verharde erftoegangsweg). Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om vier woningen te realiseren op de beoogde locatie. Daarom wordt ingestoken op een buitenplanse procedure in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor vooralsnog gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO.
1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Megchelen. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Gendringen, sectie I, nummers 1116, 1117 en 1119, en heeft een totale oppervlakte van 15.050 m2. Het betreft momenteel een particulier braakliggend terrein. De op en rondom het terrein gelegen groenelementen blijven grotendeels behouden en worden uitgebreid en versterkt met dit plan.
Figuur 1:luchtfoto met begrenzing planlocatie (bron: kadastalekaart.nl)
1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek’, dat is vastgesteld op 28 juni 2018. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Zie figuur 2 voor een uitsnede van de verbeelding.
4
Voor de gronden op de planlocatie gelden de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’, ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’. Er is op deze locatie geen sprake van functie- of gebiedsaanduidingen. De enkelbestemming ‘Wonen’ is bedoeld voor woondoeleinden, waarbij maximaal één vrijstaande woning met een inhoud van 750 m3 is toegestaan op de als zodanig bestemde gronden binnen de planlocatie. Met een op 17 oktober 2022 verleende omgevingsvergunning is hiervan afgeweken door een vrijstaande woning met een inhoud van 825 m3 toe te staan. Meer dan één woning is echter niet toegestaan op deze gronden. De enkelbestemming ‘Agrarisch’ is bedoeld voor agrarische doeleinden, zonder dat binnen de als zodanig bestemde gronden binnen de planlocatie sprake is van een agrarisch bouwvlak. Op deze gronden zijn volgens het omgevingsplan geen woningen toegestaan. Op grond van het omgevingsplan en de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen is de beoogde ontwikkeling voor in totaal vier vrijstaande woningen niet mogelijk te maken. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om de beoogde woningen te kunnen realiseren. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.
Archeologische verwachting 2 Archeologische verwachting 1 Archeologische verwachting 3
Figuur 2: uitsnede verbeelding met planlocatie rood omkaderd (bron: Regels op de kaart)
1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er participatie plaatsgevonden. Daaruit zijn geen opmerkingen naar voren gekomen die aanleiding hebben gegeven om het plan te wijzigen. De reacties waren louter positief. Zie verder bijlage 10 voor het verslag van de omgevingsdialoog.
5
1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze motivering bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
6
2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel vrijwel geheel uit een braakliggend woonkavel met omliggend grasland. Aan de zuid- en oostzijde van de planlocatie bevinden zich boomsingels, die behouden blijven met dit plan. Verharding op de locatie bestaat uit de inrit naar de Hogestraat en enkele parkeerplaatsen. Zie figuur 1 voor de luchtfoto van de locatie en figuur 3 en 4 voor enkele foto’s vanaf openbaar gebied.
Figuur 3: zicht op planlocatie vanaf hoek Geurweg-Hogestraat (bron: Google Maps)
Figuur 4: zicht op planlocatie vanaf bestaand inrit aan Hogestraat (bron: Google Maps; situatie 2022)
7
2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in een woningbouwontwikkeling voor in totaal vier woningen. Het gaat hierbij om vrijstaande woningen in het duurdere segment. In de beoogde opzet is sprake van de volgende woningen en bijgebouwen (zie figuur 5 voor de ligging van de kavels conform onderstaande nummering): •
op kavel 1 een woning met een inhoud van 750 m3 en een inpandig bijgebouw van 110 m2;
•
op kavel 2 een woning met een inhoud van 750 m3 en een inpandig bijgebouw van 110 m2;
•
op kavel 3 een woning met een inhoud van 1.000 m3 en een aanpandig bijgebouw van 150 m2 (dit wordt de hoofdwoning);
•
op kavel 4 een woning met een inhoud van 1.000 m3 en een inpandig bijgebouw van 90 m2 en een vrijstaand bijgebouw van 100 m2.
Alle woningen worden aardgasvrij uitgevoerd en er worden uitsluitend duurzame bouwmaterialen toegepast. Bij de woningen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Tevens wordt voorzien in een waterberging van voldoende capaciteit voor van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater. Het woonerf zal via één inrit worden ontsloten op de Geurweg. In figuur 5 is de beoogde erfinpassing voor dit plan weergegeven. In bijlage 1 is het volledige erfinpassingsplan opgenomen. Het nieuwe erf behoudt een compacte en agrarische opzet op de wat hogere terrasrug. De hoofdwoning is gericht op de Geurweg met daarachter de schuurwoningen. De schuurwoningen zijn qua uitstraling ondergeschikt aan de hoofdwoning en vormen één ensemble met de hoofdwoning en de landschappelijke inpassing. Hierbij is invulling gegeven aan het één-erfprincipe. Het erf krijgt een afwisselend groen kader passend op de hoge delen van het rivierenlandschap met veel gelaagdheid, hagen, bomenrijen, bosje en solitairen en de bestaande houtsingel en knotwilgen. Bestaande en karakteristieke landschapselementen binnen het plangebied worden zoveel mogelijk behouden.
1
3
2 4
Figuur 5: beoogde erfopzet met kavelnummers
8
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.
Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.
Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
9
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in dit plan. In de NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat een woonerf wordt gecreëerd met een prettig woonmilieu, met rust en ruimte, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave en biodiversiteit. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie.
3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: •
De dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl);
•
Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl);
•
Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl);
•
Beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, slagschaduw, geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl);
•
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl);
•
Het behoud van ruimte voor toekomstige functies zoals autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen en buisleidingen van nationaal belang (§ 5.1.6 Bkl);
•
Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl);
•
Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen (denk bijvoorbeeld aan een beperkingengebied). In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
10
Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk voor de fysieke leefomgeving. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de op grond van de Omgevingswet geldende regels voor de fysieke leefomgeving.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van vier woningen in het buitengebied, zodat daarom geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plan leidt niet tot strijdigheid met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
11
3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland.
De agenda kent drie kerndoelen: •
Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar.
•
Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af.
•
Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen.
Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van vier vrijstaande woningen in het duurdere segment. Naar dit type woningen in het buitengebied is evident vraag. Het doel dat twee derde van de te bouwen woningen betaalbaar moet zijn impliceert dat ook nog steeds duurdere woningen kunnen worden gebouwd. Daarbij is het ook zo dat doorstroming plaats kan vinden van meer betaalbare woningen naar duurdere woningen, zodat hiermee meerdere doelgroepen worden bediend. Uiteraard levert het initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen in het algemeen.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat.
12
Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: •
ruimtelijk beleid;
•
waterbeleid;
•
milieubeleid;
•
natuur- en landschapsbeleid.
Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: •
Regionaal waterprogramma;
•
Handreiking plussenbeleid;
•
Beleidslijn windenergie.
Beoordeling initiatief Het initiatief om op de planlocatie vier vrijstaande woningen te ontwikkelen past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Daarbij wordt door middel van zonnepanelen zoveel mogelijk voorzien in de eigen energiebehoefte, is sprake van een goed woon- en leefklimaat en draagt de landschappelijke inpassing bij aan het vergroten van de biodiversiteit op deze locatie. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: •
ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten;
•
milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;
•
waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur;
•
natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.
De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in paragraaf 4.9. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
13
3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: •
Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);
•
Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening);
•
Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);
•
Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening);
•
Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);
•
Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);
•
Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).
Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zie de volgende paragrafen voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Dat is meegenomen in de voor deze locatie opgestelde landschappelijke inpassing. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.
Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.
14
Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in paragraaf 3.4.7 in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. Daaruit volgt dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van ophoging van het terrein en het realiseren van een vijver met overloopvoorziening. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening provincie Gelderland.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen.
Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral daarom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 (zie paragraaf 3.3.2). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan een bestaand voormalig agrarisch erf en levert een bijdrage aan de woningbouwopgave. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012.
15
3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur.
Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van vier vrijstaande woningen, die zich weliswaar niet in het segment betaalbaar bevinden, maar waaraan wel aantoonbaar behoefte is. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren.
Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol.
16
Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op vier vrijstaande woningen in het duurdere segment waaraan aantoonbare behoefte is in het buitengebied. Met het plan gezorgd wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving, waarbij groen wordt aangelegd. Daarmee leidt het plan ook tot een vergroting van de biodiversiteit. In samenhang met de beoogde woningbouw wordt op een andere locatie in het buitengebied voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Zoals volgt uit hoofdstuk 4 zijn er geen omgevingsaspecten die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •
Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.
•
Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).
•
Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.
•
De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.
•
Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.
17
•
Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.
•
Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.
Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden uitgevoerd met zonnepanelen. Met voorliggend plan worden woningen toegevoegd waaraan behoefte bestaat. Hierbij wordt ingezet op een groene woonomgeving en het bevorderen van sociale cohesie door invulling te geven aan het éénerfprincipe. Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. Verder verdwijnt in samenhang met de beoogde woningbouw op een andere locatie in het buitengebied voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek.
3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad • Woonzorg • Verduurzaming • Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt perspectief geboden voor nieuwe kansen in het buitengebied. In dit geval wordt een nieuwe invulling gegeven aan een erf waar voorheen sprake was van agrarische bebouwing, waarbij wordt ingezet op sloop van agrarische bedrijfsbebouwing elders. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek.
18
3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de regionale 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld (inmiddels vervangen door de Regionale Woonagenda, zie paragraaf 3.3.2). In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' het kader voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: • verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en).
• woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. • verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Er zijn vijf typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: •
bouwen op onbenutte inbreidingslocaties ‘van binnen naar buiten’;
•
bouwen op uitleglocaties aan de rand van de grote kernen;
•
buitengebied: woningsplitsing;
•
buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s);
•
buitengebied: landgoederen.
Beoordeling initiatief Het initiatief valt strikt genomen niet onder één van de vijf typen onderscheiden woningbouwplannen. Functieverandering lijkt de meest passende omschrijving te zijn, maar feitelijk is op de locatie al sprake van een woonbestemming en zijn alle gebouwen gesloopt. De lokale kwaliteitscriteria zijn daarom niet onverkort van toepassing op dit initiatief. Wel is sprake van een ontwikkeling waarbij de één-erfgedachte als uitgangspunt is gehanteerd en wordt in samenhang met de woningbouw elders voldoende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Daarnaast is sprake van een erfinpassingsplan waarmee ruimtelijk kwaliteitswinst wordt geboekt op de planlocatie. Die ruimtelijke kwaliteitswinst zit hem daarnaast in het opruimen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op deze locatie en elders. De beperkte mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied op grond van de lokale kwaliteitscriteria woningbouw zijn inmiddels vervangen door de ruimere mogelijkheden die worden geboden met het Uitnodigingskader wonen buitengebied (zie paragraaf 3.4.5). Conclusie Het plan is niet geheel in overeenstemming met de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek, maar moet verder worden getoetst aan het Uitnodigingskader wonen buitengebied (zie paragraaf 3.4.5).
19
3.4.5 Uitnodigingskader wonen buitengebied Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek het zogenoemde Uitnodigingskader wonen buitengebied vastgesteld. In dit uitnodigingskader zijn nieuwe en ruimere mogelijkheden opgenomen voor ontwikkeling van woningbouw in het buitengebied, in ruil voor sloop van gebouwen die vrijkomen in combinatie met inpassing van de plannen in het landschap. Ook biedt het uitnodigingskader ruimere en flexibelere mogelijkheden voor splitsing van woningen en de ontwikkeling van een landgoed. Kwaliteitsverbetering van het buitengebied is het belangrijkste doel van het uitnodigingskader. Door een alternatief te bieden voor vrijkomende en al vrijgekomen bebouwing in het buitengebied worden leegstand, verloedering en ongewenste activiteiten voorkomen. Ieder initiatief tot herontwikkeling dient te leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hoe dat gebeurt moet inzichtelijke worden gemaakt in een erfinrichtingsplan. Het beleid is gebaseerd op het idee dat ontwikkelruimte gecreëerd wordt en deze vervolgens weer wordt ingezet. Ontwikkelruimte creëren kan door sloop van gebouwen en/of door de aanleg van landschapselementen. Dit kunnen één of meer maatregelen zijn. Een combinatie van maatregelen is mogelijk. Met die maatregelen – waaraan afhankelijk van de omvang – punten worden toegekend, wordt ontwikkelruimte gecreëerd.
De gecreëerde ontwikkelruimte kan vervolgens voor diverse ontwikkelingen ten behoeve van wonen worden ingezet. Dit kan op de locatie waar gesloopt is, maar ook op een ander erf of door de ontwikkeling van een nieuw erf. Ook kan ontwikkelruimte worden ingezet voor de vergroting van de op grond van het bestemmingsplan toegestane maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. Ontwikkelruimte kan worden ingezet door het omvormen van (agrarische) bedrijven in het buitengebied naar wonen, maar ook op bestaande woonerven door de toevoeging van één of meerdere woningen. Beoordeling initiatief Voor het bouwen van een vrijstaande woning gelden qua maximale inhoud drie mogelijke categoriën: maximaal 500 m3, maximaal 750 m3 of maximaal 1000 m3. Voor bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken geldt dat standaard sprake mag zijn van een oppervlak van maximaal 150 m2 per woning. In de beoogde opzet is sprake van de volgende woningen en bijgebouwen: •
een woning met een inhoud van 1.000 m3 en een aanpandig bijgebouw van 150 m2 (dit wordt de hoofdwoning);
•
een woning met een inhoud van 1.000 m3 en een inpandig bijgebouw van 90 m2 en een vrijstaand bijgebouw van 100 m2 (totaal 190 m2 aan bijgebouwen);
•
een woning met een inhoud van 750 m3 en een inpandig bijgebouw van 110 m2;
•
een woning met een inhoud van 750 m3 en een bijgebouw van inpandig bijgebouw van 110 m2.
Voor een woning van 1000 m3 groot zijn 160 ontwikkelpunten nodig. Voor een woning van 750 m3 zijn 120 ontwikkelpunten nodig. Feit is dat er op de locatie sowieso één woning mag staan. Voor één van de woningen met 750 m3 inhoud zijn dus geen ontwikkelpunten nodig. Voor de drie extra woningen zijn dus (160+160+120=) 440 ontwikkelpunten nodig. Voor de bijgebouwen bij de woning op kavel 4 is sprake van een overschrijding van het standaard toegestane oppervlak met 190 – 150 = 40 m2. Hiervoor zijn op grond van het uitnodigingskader 16 ontwikkelpunten vereist (2 punten per 5 m2). Dat betekent dat er 456 ontwikkelpunten benodigd zijn.
20
Voor de bouw van de woning die zonder ontwikkelpunten op de locatie mag staan is op 17 oktober 2022 omgevingsvergunning verleend. Volgens die vergunning mag die woning 825 m3 groot zijn. Voor één van de percelen waar nu een woning van 750 kuub wordt nagestreefd, wordt planologisch vastgelegd (op verbeelding) dat aldaar een woning met een maximale inhoud van 825 m3 kuub is toegestaan. 446 ontwikkelpunten worden verkregen van de locatie Keppelbroeksdijk 7-7a te Westendorp. Hiertoe hebben partijen een overeenkomst gesloten (zie bijlage 9). Met toevoeging van extra landschapselementen worden nog eens 10 ontwikkelpunten gegenereerd (zie bijlage 11). Dat betekent dat hiermee voldoende ontwikkelpunten voorhanden zijn om de beoogde woningbouwontwikkeling op de planlocatie mogelijk te maken. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het Uitnodigingskader wonen buitengebied.
3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt op de planlocatie voorzien in een adequate landschappelijke inpassing. Hiermee wordt in de beoogde opzet zorggedragen voor een groene en gezonde leefomgeving, die past binnen het voor dit gebied kenmerkende landschap. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen. 3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 Op 18 januari 2022 is de Klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld.
Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken. De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema’s: •
Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast.
•
Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer. Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken.
21
•
Meer hitte: hittestress. Klimaatverandering wordt ook wel ‘global warming’ genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen.
•
Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten.
Beoordeling initiatief Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. •
Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat op het oostelijke gedeelte van de planlocatie sprake is van plasvorming met een grote waterdiepte na korte extreem hevige buien of bij langdurige extreme regen. Deze plassen blijven vervolgens meerdere dagen op het maaiveld staan. Dit heeft alles te maken met de verlaagde ligging van dit deel van het perceel ten opzichte van omliggend gebied en de ten westen hiervan aanwezige terrasrug. Op dit deel van het perceel vindt echter geen woningbouw plaats, zodat hiervoor geen maatregelen nodig zijn. In de beoogde situatie wordt dit als weide in gebruik te houden deel van het perceel mede als tijdelijke waterberging gebruikt. Wateroverlast richting belendende percelen wordt daarbij tot een minimum beperkt (zie ook paragraaf 4.10). De Hogestraat blijft ook bij extreme regenval begaanbaar.
•
Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de planlocatie nu koeler is dan bij omliggende erven. Na realisatie van de bebouwing zal de temperatuur logischerwijs op een min of meer vergelijkbaar niveau komen te liggen met die omliggende erven. Het hier voorziene groen zal echter die hittestress enigszins tegengaan. Verder is hier geen sprake van een stedelijk-hitte-eiland-effect, zoals zich dat voordoet in de bebouwde kom. Voor de beoogde woningen geldt dat deze goed geïsoleerd worden conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Bovendien zijn er technische mogelijkheden om de woningen te koelen, wat direct kan worden meegenomen met de bouw. Op en in de directe omgeving van de planlocatie is geen sprake van oppervlaktewater dat door opwarming risico’s voor de volksgezondheid kan opleveren.
•
Droogte Op de planlocatie is in een gemiddelde zomer sprake van lage grondwaterstanden die zich momenteel in de range tussen 1,8 en 2,5 m – mv bevinden en voor een groot deel ook op een diepte van meer dan 2,5 m – mv. In 2050 zal het grootste deel van het perceel in een gemiddelde zomer te maken hebben met een grondwaterstand van meer dan 2,5 m – mv. De gronden zijn volgens de kaartbeelden nu en in 2050 aan te merken als beperkt droogtegevoelig. Door het voornemen om het hemelwater binnen de planlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. Op en direct rondom de planlocatie is geen sprake van droogvallende beken en waterpartijen. De planlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte.
•
Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er in geval van een overstroming de waterhoogte op het westelijk deel van de planlocatie kan stijgen tot 20 cm en op het oostelijk deel tussen de 20 en 50 cm. Om de gevolgen van een overstroming te beperken kan worden gedacht aan het verhoogd bouwen van de woningen, aangepaste drempelhoogte en verhoogde elektriciteitsaansluitingen.
22
Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast, tegengaan van droogte en vermindering van hittestress kunnen specifieke maatregelen worden getroffen in de vorm van ophoging van een deel van het terrein, het realiseren van voldoende waterberging en bouwtechnische maatregelen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 - 2026. 3.4.8 Welstand Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota, waarin is opgenomen waar bij de toetsing voor een betreffend gebied of bouwwerk rekening mee moet worden gehouden. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Per gebied is specifiek welstandsbeleid opgesteld. Beoordeling initiatief De planlocatie is gelegen in het gebiedstype buitengebied (G4). Hier geldt welstandsniveau 2 (regulier). Het beleid van de gemeente Oude IJsselstreek voor dit gebied is gericht op het behoud van cultuurhistorische, landschappelijke en/ of architectonische waarden en het voorkomen van onnodige verstening.
Binnen deze randvoorwaarden kunnen veranderingen die voortkomen uit nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. De uitgangspunten van het welstandsbeleid zijn meegenomen bij de erfinpassing. Bij de uiteindelijk in te dienen bouwaanvraag zal de commissie ruimtelijke kwaliteit worden geraadpleegd. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Welstandsnota en wordt daarna met inachtneming daarvan verder uitgewerkt in de fase van de bouwaanvraag.
23
4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Bodem Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. Wettelijk kader In de Memorie van Toelichting bij de Aanvullingswet bodem Omgevingswet wordt beschreven dat de algemene doelstelling van het bodembeleid is, het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door de maatregelen van het in onderlinge samenhang: •