CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering omgevingsplan.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locaties Idinkweg ongenummerd naast 3b te Varsseveld en Twente Route 24 te Heelweg”21.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locaties Idinkweg ongenummerd naast 3b te Varsseveld en Twente Route 24 te Heelweg”

Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocaties ..................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 6 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 8 2. Beschrijving van het plan .......................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 13 3. Beleid .....................................................................................................................................

16 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 16 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 16 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 17 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 18 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 18 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 19 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 19 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 20 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 21 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 21 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ........................................... 22 3.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................

23 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 23 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek ................................................................. 23 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 24 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 25 3.4.5 Uitnodigingskader wonen buitengebied Oude IJsselstreek .......................... 26 3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen ............................................ 28 3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 29 3.4.8 Welstand ................................................................................................... 31 4. Omgevingsaspecten ................................................................................................................ 32 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 32 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 34

2

4.3 Natuur ...................................................................................................................... 36 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 36 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 37 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 39 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 41 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 46 4.6 Geur ......................................................................................................................... 48 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 49 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 50 4.9 Water ....................................................................................................................... 53 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................

57 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 57 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 58 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 59 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 60 5. Juridische planopzet ............................................................................................................... 61 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 61 5.2 Specifieke regels over functies................................................................................... 61 5.3 Algemene regels over functies ................................................................................... 62 5.4 Overgangsregels ....................................................................................................... 62 6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 64 6.1. Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................

64 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 64 Bijlagen 1. Participatie Twente Route 24 2. Participatie Idinkweg 3. Erfinpassing Twente Route 4. Erfinpassing Idinkweg 5. Bodemonderoek Twente Route 6. Vooronderzoek bodem Idinkweg 7. Quickscan flora en fauna Twente Route 8. Quickscan flora en fauna Idinkweg 9. Onderzoek wegverkeerslawaai Twente Route 10. Akoestisch onderzoek Idinkweg 11. Beoordeling OdA Idinkweg 12. Digitale watertoets Twente Route 13. Digitale watertoets Idinkweg

3

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op de locatie Twente Route 24 te Heelweg, in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek, bestaat het voornemen om voormalige agrarische bebouwing te slopen. In ruil hiervoor wenst men op deze locatie één nieuwe woning te bouwen. Deze zal tevens worden voorzien van een bijgebouw, welke ontstaat uit het hergebruik van een deel van een bestaand groter bijgebouw. Door de sloop van deze voormalige agrarische bebouwing is er een overschot in ontwikkelpunten ontstaan. Naast de bouw van de nieuwe woning aan de Twente Route 24, worden deze overige ontwikkelpunten ingezet op de locatie Idinkweg ongenummerd naast 3b te Varsseveld (verder genoemd Idinkweg) ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning op een nieuw erf. Ook daar zal worden voorzien in een nieuw bijgebouw bij deze woning. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om een extra woning te realiseren op het huidige erf aan de Twente Route 24 en een nieuwe woning te realiseren op een nieuw erf aan de Idinkweg. Het initiatief past echter wel binnen de hierop betrekking hebbende beleidsregels. Voor deze ontwikkeling is namelijk gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het Uitnodigingskader Wonen buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek biedt. Daarbij wordt ingestoken op een buitenplanse procedure in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan.

Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO. 1.2 Ligging planlocaties Twente Route De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de Heelweg. De planlocatie is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie H, nummer 3596 (gedeeltelijk). Het betreft momenteel een woonerf met daaraan grenzend woonbestemmingen en agrarische gronden. De op en rondom het terrein gelegen groenelementen blijven behouden en worden aanzienlijk uitgebreid en versterkt met dit plan.

Figuur 1:luchtfoto met begrenzing planlocatie rood omlijnd (bron: kadastalekaart.nl)

4

De planlocatie wordt aan de zuidoostzijde begrensd door naastgelegen woonpercelen en aan de noord-, zuid-, en westzijde bevinden zich agrarische gronden. In de directe omgeving bevinden, zich naast agrarische gronden, overwegend burgerwoningen en een aantal agrarische bedrijven. Aan de noordzijde bevindt zich op een afstand van 130 meter tevens een recreatieve bestemming ten behoeve van een visvijver. De meest nabijgelegen veehouderijen zijn: • een agrarisch bedrijf met vrouwelijk jongvee op de Molenweg 3 op een afstand van 200 meter; • een productiegerichte paardenhouderij op de locatie Twente Route 13 op een afstand van 250 meter. De afstanden zijn gemeten tussen de grens van de planlocatie en de grenzen van de agrarische bouwvlakken. Op een afstand van 180 meter is een recreatiebestemming gelegen t.b.v. een visvijver. De kern van Heelweg-Oost bevindt zich op een afstand van 580 meter van de planlocatie. Idinkweg De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Varsseveld. De planlocatie is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie D, nummer 4642 (gedeeltelijk). Het betreft momenteel een stuk agrarische grond waarop een tweetal gebouwen zijn gerealiseerd t.b.v. privé recreatief gebruik. Niet inheemse beplanting (zoals dennen en coniferen) worden verwijderd.

De op en rondom het terrein gelegen groenelementen blijven behouden en worden uitgebreid en versterkt met dit plan.

Figuur 2 luchtfoto met begrenzing planlocatie rood omlijnd (bron: kadastalekaart.nl)

De planlocatie wordt aan de noordzijde begrensd door naastgelegen bedrijfsperceel. Aan de oostzijde bevindt zich een sportveld van de voetbalvereniging van Varsseveld. De locatie wordt aan de zuidzijde 5

begrenst door agrarische gronden en aan de westzijde door de Idinkweg. In de directe omgeving bevinden, zich naast agrarische gronden, overwegend burgerwoningen en een aantal agrarische bedrijven. Tevens is op afstand van 50 meter een niet agrarisch bedrijf gelegen (Boomzorg 35 aan de Idinkweg 3a) en ligt op een afstand van circa 66 meter een trainingsveld van voetbalvereniging Varsseveld. De meest nabijgelegen veehouderijen zijn: • een melkveehouderij aan de Idinkweg 1-1a op een afstand van 280 meter; • een varkenshouderij op de locatie Harterinkdijk 10a op een afstand van 560 meter; • een pluimveehouder aan de Harterinkdijk 12 op een afstand van 610 meter. De afstanden zijn gemeten tussen de grens van de planlocatie en de grenzen van de agrarische bouwvlakken. De kern van Varsseveld bevindt zich op een afstand van circa 200 meter van de planlocatie. 1.3 Huidig planologisch kader Voor beide planlocaties geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek’, dat is vastgesteld op 28 juni 2018. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Zie de figuren hieronder voor een uitsnede van de verbeelding. Twente Route 24

Figuur 3 weergave plangebied rood omlijnd (bron: regels op de kaart)

Voor de gronden op deze planlocatie geldt de enkelbestemmingen ‘Wonen”, met een bouwvlak op een deel van de locatie. Ter plaatse van het bouwvlak geldt de functieaanduiding ‘caravanstalling’. Er zijn geen gebieds- of bouwaanduidingen op de locatie van toepassing.

6

Idinkweg

Figuur 4 weergave plangebied rood omlijnd (bron: regels op de kaart)

Voor de gronden op deze planlocatie geldt de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden”. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - Relief’, ‘overige zone – Zandwegen’ en ‘overige zone – Houtwal’. Er is geen bouwvlak aanwezig en er zijn geen overige aanduidingen op de locatie van toepassing. Op grond van het omgevingsplan en de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen is de beoogde ontwikkeling voor een extra woning op het bestaande erf aan de Twente Route 24 en een nieuwe woning op een nieuw erf aan de Idinkweg niet mogelijk te maken. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan volgens de systematiek van TAM-IMRO. 1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er participatie plaatsgevonden. Twente Route 24 Initiatiefnemer heeft begin 2025 de naast buren geïnformeerd middels een brief. Zie hiervoor bijlage1. Deze is overhandigd aan de directe buren en met een deel ervan is ook persoonlijk gesproken.

De overige buren zijn op de hoogte gebracht middels een appje in de buurtapp. Het gaat om onderstaande adressen: • Twente Route 20, 22 en 24a. • Molenweg 1, 1a, 2, 3, 4, 4a, 5, 7 en 9. Idinkweg In oktober 2024 heeft initiatiefnemer een brief aan de omwonenden overhandigd waarin de ontwikkeling kenbaar is gemaakt. Met de meeste buren is ook gesproken en deze hebben aangegeven geen problemen te hebben met de beoogde ontwikkeling. De brief is toegevoegd als bijlage 2. Hieronder een overzicht van de adressen welke zijn benaderd. • Idinkweg 1, 1a, 2, 2a, 3, 3a 3b, 5, 7, en 9. 7

•

Nibbelinklaan 8

De directe omgeving is op beide locaties geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Er zijn hierbij geen bijzonderheden naar voren gekomen. 1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. In dit specifieke geval bevat het voorliggende plan een tweetal locaties. In ieder paragraaf van dit hoofdstuk zal daarom separaat op beide locaties worden ingegaan. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie Twente Route 24 De planlocatie bestaat momenteel uit een woonerf met diverse voormalige agrarische bijgebouwen welke deels in gebruik waren als caravanstalling. De locatie ontsluit via één inrit, welke wordt gedeeld met een tweetal buren, op de parallelweg van de Twente Route. Op het perceel is sprake van voldoende parkeergelegenheid. Op het erf bevinden zich naast de woningen met bijgebouw een viertal voormalige agrarische stallen welke deels werden gebruikt voor de stalling van caravans. Zie de figuur hieronder voor een weergave van de verschillende gebouwen en opslagen. Voormalige stal

Caravanstalling

Mestplaat Voormalige stal

woning nr. 24

Caravanstalling

Bijgebouw bij woning nr 24

Woning buren

Woning buren

Gedeelde toegangsweg

Figuur 5:luchtfoto met aanduiding gebouwen en opslagen (bron: kadastralekaart.nl)

Zie navolgende figuren voor foto’s met verschillende gezichtspunten op de planlocatie.

9

Woning buren

Woning nummer 24

Woning buren

Figuur 6: zicht op planlocatie vanaf Twente Route met zicht op o.a. de woning op nummer 24 (bron: Google Maps)

Figuur 7: zicht op planlocatie vanaf Twente Route (bron: Google Maps)

Figuur 8: zicht op planlocatie vanaf Molenweg met zicht op een deel van de te slopen bebouwing aan de linkerzijde (bron: Google Maps)

10

Idinkweg De planlocatie bestaat momenteel uit een erf waarop een blokhut en kapschuur zijn gerealiseerd. Deze worden door de initiatiefnemer recreatief gebruikt. De locatie is aan de zuidzijde volop voorzien van diverse soorten groen en een tweetal poelen. De noordzijde van het perceel betreft een stuk grasland. De locatie ontsluit via één inrit, welke aansluit op de Idinkweg. Op het perceel is sprake van voldoende parkeergelegenheid. Zie de figuur hieronder voor een weergave van de locatie. Grasland

Poel

Toegang

Kapschuur

Blokhut

Poel

Figuur 9 weergave locatie

Zie navolgende figuren voor foto’s met verschillende gezichtspunten op de planlocatie.

11

Figuur 10 zicht vanaf Idinkweg kijkend op grasland

Figuur 11 zicht vanaf Idinkweg kijkend op de toegang van het perceel welke is voorzien van een poort

Figuur 12 zicht op de tweetal poelen op het perceel

12

2.2 Toekomstige situatie Twente Route 24 In de toekomstige situatie is er sprake van een tweetal woningen op het perceel. Het gaat om de bestaande en de nieuw te bouwen woning. De bestaande woning behoudt het bestaande bijgebouw als bijgebouw bij de woning. De nieuwe woning krijgt een nieuw bijgebouw, welke wordt gerealiseerd door behoud van een aantal spantvakken van een bestaand bijgebouw en zal verder worden opgeknapt/vernieuwd. De overige bestaande voormalige agrarische bebouwing op de planlocatie wordt gesloopt en de mestplaat wordt verwijderd. Het beoogde bijgebouw voor de nieuwe woning heeft een oppervlakte van 250 m2. Het bestaande bijgebouw met een oppervlakte van 169 m2 bij de woning op nummer 24 zal worden gehandhaafd, zodat het totaal aan bijgebouwen op de locatie uitkomt op 419 m2, wat een overschrijding betekent van de hier maximaal toegestane oppervlakte van totaal 300 m2 met 119 m2. Door hiervoor, de op het eigen erf verkregen, ontwikkelpunten in te zetten, is deze vergroting mogelijk te maken. Aan het bestaande erf wordt een nieuwe woning toegevoegd. De insteek is dat de hier nieuw te bouwen woning wordt uitgevoerd als schuurwoning. De te realiseren woning wordt aardgasvrij, levensloopbestendig en duurzaam uitgevoerd. Het van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater wordt op eigen erf in de bodem geïnfiltreerd.

Er wordt tevens een greppel op het erf gerealiseerd waarin hemelwater geborgen kan worden. De bestaande woning en de woningen van de buren ontsluiten via een bestaande toegang direct op de parallelweg van de Twente Route. De nieuwe woning zal in de boogde situatie ook gebruik maken van deze bestaande toegang. Hiermee is in de toekomstige situatie ook sprake van voldoende parkeercapaciteit om te kunnen parkeren op eigen terrein. In de figuur 13 is de beoogde erfinpassing voor de planlocatie opgenomen (zie bijlage 3 voor het volledige erfinpassingsplan, met datum 19 augustus 2025 en nummer 7222A). De erfinpassing heeft zorgvuldig plaatsgevonden met aandacht voor klimaat, landschap en biodiversiteit.

13

Figuur 13 weergave beoogde inpassing locatie Twente Route 24

Idinkweg In de toekomstige situatie is er sprake van een nieuw woonerf waarop één nieuwe vrijstaande woning met bijgebouw wordt gebouwd. De beoogde woning krijgt een inhoud van 1.000 m³ en het beoogde bijgebouw een oppervlakte van 325m². Het beoogde bijgebouw voor de nieuwe woning heeft een groter oppervlakte dan toegestaan. Bij een woning van 1.000m³ is in een bijgebouw van 150m² toegestaan. Dit betekent een overschrijding van de hier maximaal toegestane oppervlakte van totaal 150 m2 met 175 m2. Door de hiervoor verkregen ontwikkelpunten afkomstig van een tweetal locaties elders in te zetten, is deze vergroting mogelijk te maken. De te realiseren woning wordt aardgasvrij, levensloopbestendig en duurzaam uitgevoerd. Het van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater wordt op eigen erf in de bodem geïnfiltreerd. Een van de twee poelen wordt gedempt. Deze ligt te dichtbij de beoogde locatie van de woning. De tweede poel blijft wel bestaan en zou deels voorzien in het bergen van hemelwater op eigen terrein. De beoogde woning wordt ontsluiten via de bestaande toegang die direct aansluit op de Idinkweg. Hierbij is in de toekomstige situatie ook sprake van voldoende parkeercapaciteit om te kunnen parkeren op eigen terrein. 14

In de figuur hieronder is de beoogde erfinpassing voor de planlocatie opgenomen (zie bijlage 4 voor het volledige erfinpassingsplan, met datum 23 april 2025 en nummer 7223). De erfinpassing heeft zorgvuldig plaatsgevonden met aandacht voor klimaat, landschap en biodiversiteit. In verband met de aanleg van een nieuw erf en de daarbij behorende voorwaarden (1m² landschapselement voor 1m³ woning) beperkt de inpassing zich niet tot de standaard voorgeschreven erfinpassing, maar is ook voorzien in de aanleg van nieuwe landschapselementen.

Figuur 14: weergave beoogde inpassing Idinkweg

15

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie. 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's. 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

16

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in dit plan. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat twee nieuwe woningen (gecreëerd op één nieuw erf en op één bestaand woonerf) worden gecreëerd met een prettig woonmilieu, met rust, groen en ruimte, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: • De dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl).

• Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl). • Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl). • Beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, slagschaduw, geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl). • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl). • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies zoals autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen en buisleidingen van nationaal belang (§ 5.1.6 Bkl). • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl). • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen (denk bijvoorbeeld aan een beperkingengebied). In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen.

Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het 17

omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk voor de fysieke leefomgeving. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de op grond van de Omgevingswet geldende regels voor de fysieke leefomgeving. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van twee woningen in het buitengebied, zodat daarom geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plan leidt niet tot strijdigheid met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst.

Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De agenda kent drie kerndoelen: • Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. • Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. • Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare

18

wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van in totaal twee nieuwe vrijstaande woningen in het duurdere segment. Naar dit type woningen in het buitengebied is evident vraag. Het doel dat twee derde van de te bouwen woningen betaalbaar moet zijn impliceert dat ook nog steeds duurdere woningen kunnen worden gebouwd. Daarbij is het ook zo dat doorstroming plaats kan vinden omdat er op een locatie elders mogelijk een woningen vrijkomen, zodat hiermee meerdere doelgroepen worden bediend. Uiteraard levert dit initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen in het algemeen. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie. 2. Klimaatadaptatie. 3. Circulaire economie. 4. Biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid. 6. Vestigingsklimaat. 7.

Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma. • Handreiking plussenbeleid. • Beleidslijn windenergie. Beoordeling initiatief Het initiatief twee vrijstaande woningen toe te voegen op een bestaand en op een nieuw erf past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Daarbij wordt zoveel mogelijk voorzien in de eigen energiebehoefte, is sprake van een goed

19

woon- en leefklimaat en draagt de landschappelijke inpassing bij aan het vergroten van de biodiversiteit op deze locaties. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: • ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten ten aanzien van beide locaties; • milieubeleid: de planlocaties zijn niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu; • waterbeleid: de planlocaties zijn niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur; • natuur- en landschapsbeleid: de planlocaties zijn niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling met de beoogde inpassing leidt tot voldoende versterking van de kernkwaliteiten van het gebied. De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in paragraaf 4.9. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening). • Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening). • Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening). • Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening). • Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening). • Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening). • Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd.

5.7 Omgevingsverordening). Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zie de volgende paragrafen voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking daarvan. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling 20

binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Dat is meegenomen in de voor deze locatie opgestelde landschappelijke inpassing. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld met betrekking tot Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is verder een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen. Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.

Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in paragraaf 3.4.7 in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. Daaruit volgt dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van het realiseren van een greppel en het behouden van een van de twee poelen. Op deze manier wordt water vastgehouden binnen de plangebieden. Voor het overige hoeven op beide locaties geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening provincie Gelderland. 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004.

Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen

21

stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral daarom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 (zie paragraaf 3.3.2). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan een bestaand woonerf en een nieuw te realiseren woonerf en levert zodoende een bijdrage aan de woningbouwopgave. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012.

3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur.

Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van twee vrijstaande woningen (één op het bestaande erf en één op een nieuw erf), die zich weliswaar niet in het segment betaalbaar bevinden, maar waaraan wel aantoonbaar behoefte is. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren.

22

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van twee vrijstaande woningen (één op het bestaande erf en één op een nieuw erf) in het duurdere segment waaraan aantoonbare behoefte is in het buitengebied. Met het plan wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving, waarbij water en groen wordt aangelegd. Daarmee leidt het plan ook tot een vergroting van de biodiversiteit. In samenhang met de beoogde woningbouw op beide locaties wordt op de locatie aan de Twente Route 24 ook voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en een mestopslag verwijderd. Zoals volgt uit hoofdstuk 4 zijn er geen omgevingsaspecten die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •

Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.

•

Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).

•

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 23

•

De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.

•

Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.

•

Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.

•

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden gasloos uitgevoerd. Met voorliggend plan worden woningen toegevoegd waaraan behoefte bestaat. Hierbij wordt ingezet op een groene woonomgeving en het bevorderen van sociale cohesie door voor het bestaande erf aan de Twente Route 24 invulling te geven aan het één-erfprincipe. Daarnaast wordt aan de Idinkweg een nieuw erf gerealiseerd. Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen op beide percelen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. Verder verdwijnt in samenhang met de beoogde woningbouw op de locatie aan de Twente Route de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en agrarische mestopslagen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad. • Woonzorg. • Verduurzaming.

24

•

Woningvoorraad en waarde behoud.

Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt perspectief geboden voor nieuwe kansen in het buitengebied. In dit geval wordt een extra woning toegevoegd aan een bestaand woonerf op de locatie Twente Route 24 waar voorheen sprake was van agrarische bebouwing. Hierbij wordt ingezet op de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en verwijdering van agrarische bedrijfsopslagen op deze locatie. In samenhang hiermee wordt aan de Idinkweg een nieuw erf met één woning ontwikkeld. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de regionale 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld (inmiddels vervangen door de Regionale Woonagenda, zie paragraaf 3.3.2). In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' het kader voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt.

Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: • verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en); • woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat; • verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Er zijn vijf typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: • bouwen op onbenutte inbreidingslocaties ‘van binnen naar buiten’; • bouwen op uitleglocaties aan de rand van de grote kernen; • buitengebied: woningsplitsing; • buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s); • buitengebied: landgoederen. Beoordeling initiatief Het initiatief valt strikt genomen niet onder één van de vijf typen onderscheiden woningbouwplannen. Functieverandering lijkt de meest passende omschrijving te zijn, maar feitelijk kan een nieuwe woonerf niet mogelijk worden gemaakt op grond van de Lokale kwaliteitscriteria.

Wel is sprake van een ontwikkeling waarbij voor het bestaande erf de één-erfgedachte als uitgangspunt is gehanteerd en wordt in samenhang met de woningbouw voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Daarnaast is sprake van een erfinpassingsplan waarmee ruimtelijk kwaliteitswinst wordt geboekt op beide planlocaties. De ruimtelijke kwaliteitswinst zit hem daarnaast in het opruimen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie aan de Twente Route 24.

25

De beperkte mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied op grond van de lokale kwaliteitscriteria woningbouw zijn inmiddels vervangen door de ruimere mogelijkheden die worden geboden met het Uitnodigingskader wonen buitengebied (zie paragraaf 3.4.5). Conclusie Het plan is niet geheel in overeenstemming met de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek, maar moet verder worden getoetst aan het Uitnodigingskader wonen buitengebied (zie paragraaf 3.4.5). 3.4.5 Uitnodigingskader wonen buitengebied Oude IJsselstreek Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek het zogenoemde Uitnodigingskader wonen buitengebied vastgesteld. Op 1 mei 2025 is dit beleid geactualiseerd. In dit uitnodigingskader zijn nieuwe en ruimere mogelijkheden opgenomen voor ontwikkeling van woningbouw in het buitengebied, in ruil voor sloop van gebouwen die vrijkomen in combinatie met inpassing van de plannen in het landschap. Ook biedt het uitnodigingskader ruimere en flexibelere mogelijkheden voor splitsing van woningen en de ontwikkeling van een landgoed. Kwaliteitsverbetering van het buitengebied is het belangrijkste doel van het uitnodigingskader. Door een alternatief te bieden voor vrijkomende en al vrijgekomen bebouwing in het buitengebied worden leegstand, verloedering en ongewenste activiteiten voorkomen.

Ieder initiatief tot herontwikkeling dient te leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hoe dat gebeurt moet inzichtelijke worden gemaakt in een erfinrichtingsplan. Het beleid is gebaseerd op het idee dat ontwikkelruimte gecreëerd wordt en deze vervolgens weer wordt ingezet. Ontwikkelruimte creëren kan door sloop van gebouwen en/of door de aanleg van landschapselementen. Dit kunnen één of meer maatregelen zijn. Een combinatie van maatregelen is mogelijk. Met die maatregelen – waaraan afhankelijk van de omvang – punten worden toegekend, wordt ontwikkelruimte gecreëerd. De gecreëerde ontwikkelruimte kan vervolgens voor diverse ontwikkelingen ten behoeve van wonen worden ingezet. Dit kan op de locatie waar gesloopt is, maar ook op een ander erf of door de ontwikkeling van een nieuw erf. Ook kan ontwikkelruimte worden ingezet voor de vergroting van de op grond van het bestemmingsplan toegestane maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. Ontwikkelruimte kan worden ingezet door het omvormen van (agrarische) bedrijven in het buitengebied naar wonen, maar ook op bestaande woonerven door de toevoeging van één of meerdere woningen.

Beoordeling initiatief Beschikbare ontwikkelruimte afkomstig van Twente Route 24 Voor het bepalen van de ontwikkelruimte is allereerst uitgegaan van sloop/verwijdering van onderstaande aangegeven gebouwen en bouwwerken, met uitzondering van bestaande woning en het daarbij horende bijgebouw.

26

Figuur 15: weergave planlocatie Twente Route 24

Dat leidt tot de puntenscores in onderstaande tabel (de hierin opgenomen nummering correspondeert met de nummering in de figuur hierboven). Hierbij is voor een aantal gebouwen uitgegaan van de aanwezigheid van asbest. De sloop van asbesthoudende gebouwen levert 15% meer ontwikkelruimte op. De puntenscores moeten per onderdeel na delen door 25 naar beneden worden afgerond. Omschrijving

Oppervlakte in m2

Gebouwen zonder asbest (D) Stallen met asbest (B, E en F) Mestput (G) Totaal punten d.m.v. sloop

436 1730 112

Ontwikkelruimte in punten per 25 m2 4 4,6 1

Ontwikkelruimte totaal in punten 68 316 4 388

Benodigde ontwikkelruimte Voor het bouwen van een vrijstaande woning kan er een keuze gemaakt worden in een maximale inhoudsmaat. In dit geval is uitgegaan van een vrijstaande woning met een inhoud van 750 m³. Dit leidt tot onderstaande puntenscore. Omschrijving Ontwikkelruimte 1 vrijstaande woning (750m3) Totaal

Ontwikkelruimte totaal in punten 388 1 x 120 = 120 268

Behouden bestaand bijgebouwen Voor iedere woning geldt een maximale oppervlakte van 150 m² aan bijgebouwen. Bij de bestaande woning (A) wil men het bijgebouw (C) blijven behouden. Deze heeft een oppervlakte van 169 m². Dit betekent een overschrijding van 19 m². De nieuwe woning krijgt ook een groter bijgebouw van totaal 250 m². Dit is 100 m² meer dan is toegestaan bij een vrijstaande woning. De totale overschrijding van de hoeveelheid

27

bijgebouwen betreft hierdoor 119 m². Hiervoor moeten 48 punten worden ingeleverd. Dit betekent dat er 220 punten overblijven, welke in dit geval zijn ingezet voor de ontwikkeling aan de Idinkweg. Omschrijving Totale ontwikkelruimte In te leveren punten voor bijgebouw boven 150m2 119m2 (in te leveren punten = 48 ) Totaal over

Ontwikkelruimte totaal in punten 268 48-

220

Benodigde ontwikkelruimte Idinkweg Voor een nieuw erf geldt een compensatie-opgave, waarbij per 25 m3 te ontwikkelen woongebouwen 25 m2 aan landschapselementen moet worden aangelegd. Deze voorwaarde is aanvullend op de landschappelijke inpassing van het erf die standaard wordt verlangd. Voor een woning van maximaal 1.000 m³ geldt daarom een compensatie-opgave van 1.000 m2 aan landschapselementen. Initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om aanzienlijk meer oppervlak aan landschapselementen aan te leggen. Zo wordt voorzien in landschapselementen met een aaneengesloten oppervlak van circa 5.839 m2 welke de bestemming ‘natuur’ krijgt. Hierdoor wordt ruimschoots voorzien in de aanleg van de verplichte landschapselementen in het kader van de verplichte eis van 1 m² landschapselement voor 1 m³ woning. Voor het bouwen van een vrijstaande woning geldt een maximale inhoudsmaat van 1.000 m3. Voor bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken geldt dat standaard sprake mag zijn van een oppervlak van maximaal 150 m2 per woning. In de beoogde opzet is sprake van de realisatie van één vrijstaande woning met een inhoud van 1.000 m3 en een bijgebouw van 325 m². Voor het toevoegen van een woning van 1.000 m³ zijn er 160 punten benodigd. Dit is inclusief 150 m² aan bijgebouwen. Voor de overschrijding van 175 m² aan bijgebouwen, moeten 70 punten behaald worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33319