CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering omgevingsplan def.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan ‘Buitengebied, locatie Keurhorsterweg 3-3A, Sinderen’19.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering wijziging omgevingsplan “Buitengebied, locatie Keurhorsterweg 3-3A Sinderen” NL.IMRO.1509.OP000043-VA01

Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 6

2.

Beschrijving van het plan....................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 10

3.

Beleid ................................................................................................................................. 13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 13 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 13 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 14 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 15 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 16 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 16 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 17 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 21 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 21 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................

21 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 22 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 22 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek ................................................................. 22 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 24 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 24 3.4.5 Uitnodigingskader wonen buitengebied ...................................................... 25 3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen ............................................ 25 3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 29 3.4.8 Welstand ................................................................................................... 30

4.

Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 32 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 32 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 33 4.3 Natuur ...................................................................................................................... 34 2

4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 35 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 36 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 37 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 38 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 40 4.6 Geur ......................................................................................................................... 41 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 42 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 43 4.9 Water ....................................................................................................................... 45 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 47 4.11 Kabels en leidingen .................................................................................................

48 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 48 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 49 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 50 5.

Juridische planopzet............................................................................................................ 51 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 51 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 51 5.3 Aanvraagvereisten .................................................................................................... 52 5.4 Algemene regels ....................................................................................................... 52 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 52

6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 53 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 53 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 53 Bijlagen 1. Situatietekening bestaande en te slopen bebouwing 2. Erfinpassing beoogde situatie 3. Vooronderzoek bodem 4. Quickscan natuurwaarden a. Nader onderzoek vleermuis en huismus 5. Stikstofonderzoek 6. Digitale watertoets 7. Financiële onderbouwing inzake bedrijfsverplaatsing 8. Akoestisch onderzoek 9. Compensatieplan huismus

3

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op de locatie Keurhorsterweg 3-3a te Sinderen bevindt zich al honderd jaar het bedrijf dat momenteel bekend staat als Auto Westerveld Sinderen. Op de locatie zijn twee bedrijfswoningen aanwezig: een inpandige woning en een vrijstaande woning. Het ene hoofd van de bedrijfsvoering woont met zijn vrouw in de vrijstaande bedrijfswoning op nummer 3a. Het andere hoofd van de bedrijfsvoering (zoon van de bewoners van nummer 3a) woont nu in Varsseveld, maar wil met het oog op de bedrijfsvoering met zijn gezin dichter bij de zaak gaan wonen. De bestaande bedrijfswoning op nummer 3 is daarvoor echter om diverse redenen niet geschikt. Het voornemen bestaat daarom om de inpandige bedrijfswoning op nummer 3 te slopen en deze te herbouwen als vrijstaande woning, iets ten noordwesten van de bedrijfswoning op nummer 3a. De gevel van het bedrijfspand wordt vervolgens in een logische lijn doorgezet. De ontwikkeling leidt tot strijdigheid met het ter plaatse geldende omgevingsplan. Daarom wordt ingestoken op een buitenplanse procedure in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor vooralsnog gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO.

1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Sinderen en is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie B, nummers 6078, 6586, 6807, 6808 (ged.), 7108 en 7109. De planlocatie heeft een totale oppervlakte van 10.988 m2. De gronden zijn grotendeels in gebruik ten behoeve van het autobedrijf. Op de beoogde herbouwlocatie van de bedrijfswoning is momenteel sprake van gebruik als agrarische cultuurgrond (grasland).

Figuur 1:luchtfoto met begrenzing planlocatie (bron: kadastalekaart.nl)

4

1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek’, dat is vastgesteld op 28 juni 2018. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Zie figuur 2 en 3 voor uitsnedes van de verbeelding en de plekinfo volgens Regels op de kaart. Voor de gronden op de planlocatie gelden de enkelbestemmingen ‘Bedrijf en ‘Agrarisch met waarden’. Voor de gronden met de enkelbestemming ‘Bedrijf’ gelden de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – twee bedrijfswoningen’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf’ met een bouwvlak waarin maatvoeringen zijn voorgeschreven voor maximum bebouwd oppervlak (2145 m2), maximumgoothoogte (4 m) en maximum bouwhoogte (8 m). Voor de gronden met de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ gelden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – Houtwal’, ‘overige zone – Reliëf’ en ‘overige zone – Zandwegen’. De enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ is in hoofdzaak bedoeld voor agrarische doeleinden, zonder dat binnen de als zodanig bestemde gronden binnen de planlocatie sprake is van een agrarisch bouwvlak. Op deze gronden zijn volgens het omgevingsplan geen woningen toegestaan.

Op grond van het omgevingsplan en de daarin opgenomen flexibiliteitsbepalingen is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk te maken. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om de ontwikkeling te kunnen realiseren. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.

Figuur 2: uitsnede verbeelding (bron: Regels op de kaart)

5

Figuur 3: uitsnede verbeelding (bron: Regels op de kaart)

1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er participatie plaatsgevonden. De directe omgeving is geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Het gaat om de adressen: 1. Kasselderstraat 3a op ca 300 m afstand. 2. Kasselderstraat 3 op ca 320 m afstand. 3. Kasselderstraat 1 op ca 300 m afstand. 4. Keurhorsterweg 1 op 500m afstand, maar bezit naastgelegen weilanden. 5. Keurhorsterweg 5 op 15 meter afstand. Alle buren hebben aangegeven geen problemen te hebben met de beoogde ontwikkeling.

1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

6

2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel uit een voor een autobedrijf met tankstation in gebruik zijnd bedrijfskavel waarop zich twee bedrijfswoningen bevinden en een stuk agrarische cultuurgrond waarop de beoogde herbouw van de tweede bedrijfswoning zal plaatsvinden. Het ene hoofd van de bedrijfsvoering op deze locatie woont met zijn vrouw in de vrijstaande bedrijfswoning op nummer 3a. Het andere hoofd van de bedrijfsvoering (zoon van de bewoners van nummer 3a) woont nu in Varsseveld, maar wil met het oog op de bedrijfsvoering met zijn gezin dichter bij de zaak gaan wonen. De bestaande bedrijfswoning op nummer 3 is daarvoor echter om de volgende redenen niet geschikt: •

De woning is als het ware deels inpandig gelegen in het bedrijf, waardoor het woon- en leefklimaat hier slecht is. Dit mede gezien het tankstation aan de voorzijde van het pand.

•

De woning voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Er is zelfs geen sprake van een spouwmuur, wat een verbouwing naar een moderne woning praktisch en financieel gezien niet uitvoerbaar maakt.

•

Bij de woning is geen tuin aanwezig.

•

Esthetisch is de uit de gevel van het bedrijfspand springende woning niet bepaald fraai te noemen. Het oogt veel beter om de gevel van het bedrijfspand aan de voorzijde rechtdoor te trekken. Dit komt de uitstraling van het bedrijf ten goede.

Binnen het bestemmingsvlak zelf zijn er ook geen mogelijkheden voor een andere plek van deze bedrijfswoning. Ten eerste omdat hier vanwege de gebouwen en benodigde parkeerplekken simpelweg fysiek geen ruimte voor aanwezig is. Ten tweede is de ruimte achter de andere bedrijfswoning in gebruik als tuin en problematisch qua ontsluiting op de openbare weg. Buiten dat geeft het een ongewenst stedenbouwkundig beeld om twee woningen achter elkaar te zetten. Bestaande groenstructuren, voortkomend uit een aanplantplicht m.b.t. het uitbreiden van het bedrijf omstreeks 2012, bestaan uit bomenrijen, solitaire bomen en scheerhagen, die behouden blijven met dit plan. Verharding op de locatie bestaat uit de parkeerplaatsen aan de noord-, oost- en zuidzijde van de bedrijfskavel, het tankstation en opritten naar de bestaande woningen. Het garagebedrijf wordt ontsloten via een inrit op de Kasselderstraat en de verharding waarmee aan de zijde van de Keurhorsterweg het terrein kan worden opgereden naar het garagebedrijf en het tankstation. De bedrijfswoningen op nummer 3 en 3a worden via een eigen inrit ontsloten op de Keurhorsterweg. Daarnaast is sprake van een erftoegangsweg ten westen van de bedrijfswoning op nummer 3a, die eveneens ontsluit op de Keurhorsterweg.

Ten westen van deze erftoegangsweg bevindt zich een sloot/greppel, die in westelijke richting doorloopt in een sloot aan de wegzijde. Verderop aan de Keurhorsterweg en Kasselderstraat bevinden zich aangrenzend aan de planlocatie enkele zaksloten. Het bebouwd oppervlak mag volgens het omgevingsplan maximaal 2145 m2 bedragen. Uit inventarisatie van de oppervlaktes van bestaande gebouwen is echter gebleken dat het bebouwd oppervlak momenteel circa 2670 m2 bedraagt (zie de situatietekening in bijlage 1). Daarmee wordt dus in de huidige situatie niet voldaan aan de maatvoeringseis uit het omgevingsplan. Ook onder gebruikmaking van de afwijkingsbepaling in artikel 5.4.1 van het omgevingsplan, waarmee het maximum bebouwd oppervlak met 10% kan worden vergroot, blijft sprake van te veel bebouwing. In dat geval wordt uitgekomen op 2145 m2 + 10% = 2360 m2. Dat levert een overschrijding van het maximum bebouwd oppervlak op van 2670 - 2360 = 310 m2.

7

Zie figuur 1 voor de luchtfoto van de planlocatie en figuur 4 tot en met 8 voor foto’s vanaf openbaar gebied met zicht op de planlocatie.

Figuur 4: zicht op planlocatie en beoogde plek herbouw woning vanaf Keurhorsterweg (bron: Google Maps)

Figuur 5: zicht op inritten naar bedrijfswoningen vanaf Keurhorsterweg (bron: Google Maps)

8

Figuur 6: zicht op planlocatie vanaf Keurhorsterweg nabij kruispunt met Kasselderstraat (bron: Google Maps)

Figuur 7: zicht op inrit aan zijde Kasselderstraat (bron: Google Maps)

9

Figuur 8: zicht op planlocatie vanaf Kasselderstraat (bron: Google Maps)

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in de sloop van de inpandige bedrijfswoning op nummer 3 en enkele aanbouwen (zie bijlage 1) teneinde hiervoor deze bedrijfswoning te kunnen herbouwen op een andere plek. Daarnaast moet worden gekomen tot een maatwerkoplossing voor de huidige overschrijding van het maximum bebouwd oppervlak aan gebouwen op de planlocatie. Voor de landschappelijke inpassing en de plek van herbouw van de bedrijfswoning zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: 1. De bestaande bedrijfswoning met huisnummer 3 wordt verplaatst door sloop en herbouw, waarbij de gevel van het bedrijfspand op logische wijze wordt doorgetrokken, zodat deze als bedrijfsruimte kan worden benut. 2. De locatie voor herbouw van de woning is ingegeven door de wens om ten opzichte van de bestaande bedrijfswoning met huisnummer 3a enige mate van privacy te hebben en bovendien voldoende afstand tot de weg te hebben in verband met wegverkeerslawaai. Daarnaast is hier geen sprake meer van schaduwwerking van bomen langs de Keurhorsterweg, zodat hier ideale omstandigheden bestaan om zonne-energie op te wekken (uitsluitend op daken, niet met een grondopstelling). 3. De locatie voor herbouw van de woning moet zo dicht als mogelijk gevonden worden bij de bestaande bedrijfswoning op nummer 3a. Het uitgangspunt is dat de twee woningen één erf vormen. 4.

De beoogde plek voor herbouw is bezien vanuit het aspect klimaat het meest geschikt, omdat dit het minst natte deel is van het perceel. 5. Het perceel ten westen van het bedrijf is in eigendom en komt in aanmerking voor het vormgeven van de landschappelijke inpassing. 6. Voor het type woning wordt aangesloten bij de bestaande bedrijfswoning op nummer 3a (één bouwlaag met kap en een landelijke uitstraling). 10

De nieuwe bedrijfswoning zal een inhoud hebben van maximaal 750 m3 en wordt aardgasvrij uitgevoerd. Daarbij worden uitsluitend duurzame bouwmaterialen toegepast. Bij de woning wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een bijgebouw (garage/berging). Op het perceel is ruimschoots voldoende ruimte voor de aanleg van waterberging van voldoende capaciteit voor van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater. De nieuwe bedrijfswoning wordt via een afzonderlijk inrit ontsloten op de Keurhorsterweg. Dit betreft een al bestaand inrit. Het aantal inritten blijft daarbij gelijk ten opzichte van de bestaande situatie. Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 bedraagt het bebouwd oppervlak op de planlocatie momenteel circa 2670 m2, terwijl het maximum bebouwd oppervlak 2145 m2 bedraagt. Dat is dus een overschrijding met 525 m2. Uit inventarisatie blijkt dat er geen vergunningen zijn verleend voor bedrijfsgebouwen die het maximum bebouwd oppervlak overschrijden. Ook onder gebruikmaking van de afwijkingsbepaling in artikel 5.4.1 van het omgevingsplan, waarmee het maximum bebouwd oppervlak met 10% kan worden vergroot, blijft sprake van te veel bebouwing. In dat geval wordt uitgekomen op 2145 m2 + 10% = 2360 m2. Dat levert een overschrijding van het maximum bebouwd oppervlak op van 2670 - 2360 = 310 m2.

Initiatiefnemers hebben daarom de mogelijkheden onderzocht om het bebouwd oppervlak te verminderen (zie bijlage 1). Inclusief de sloop van de bestaande woning kan daarmee in 226 m2 worden gewonnen. Dan resteert nog 2670 - 226 m2 = 2444 m2, wat resulteert in een overschrijding van 2444 - 2360 = 84 m2. Dat is echter nog exclusief het benodigde bebouwd oppervlak voor herbouw van de woning (voetprint 150 m²) met bijgebouw (circa 150 m²). Dat betekent dat wordt uitgekomen op een overschrijding van 84 + 150 + 150 = 384 m2 in de beoogde situatie indien gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbepaling voor vergroting van het maximum bebouwd oppervlak met 10%. Zonder gebruik van deze afwijkingsbepaling bedraagt de overschrijding 599 m2. Initiatiefnemers zien geen mogelijkheden om het bebouwd oppervlak verder terug te dringen. Daarom is verzocht om een maatwerkoplossing, waarbij verevening plaats zal vinden. De nadere motivering van deze maatwerkoplossing is gegeven in paragraaf 3.4.7, waarin wordt ingegaan op de notitie “Uitbreiding nietagrarische bedrijven in het buitengebied”. In de figuur hieronder is de beoogde erfinpassing voor dit plan weergegeven, waarmee wordt bijgedragen aan het gewenste ruimtelijk eindbeeld. In bijlage 2 is het volledige erfinpassingsplan opgenomen. De nieuwe woning staat haaks op de Keurhorsterweg, net als bij de bestaande bedrijfswoning op nummer 3a.

In het kader van de landschappelijke inpassing van de nieuwe woning wordt aan de wegzijde voorzien in de aanleg van een hoogstam fruitboomgaard en worden struweelsingels, een bosje en solitaire bomen aangeplant. De bestaande groenstructuur op en rondom de bedrijfskavel blijft gehandhaafd.

11

Figuur 9: beoogde erfinpassing

12

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

13

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op een relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen, zoals deze voorligt in dit plan. In de NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat een woonplek wordt gecreëerd op korte afstand van een bedrijf met desondanks een prettig woonmilieu, met rust en ruimte, waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: •

De dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl);

•

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl);

•

Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl);

•

Beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, slagschaduw, geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl);

•

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl);

•

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies zoals autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen en buisleidingen van nationaal belang (§ 5.1.6 Bkl);

•

Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl);

•

Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen (denk bijvoorbeeld aan een beperkingengebied). In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief

14

Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk voor de fysieke leefomgeving. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de op grond van de Omgevingswet geldende regels voor de fysieke leefomgeving. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd.

Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief wordt het toegestane aantal woningen niet uitgebreid en wordt ook het bestemmingsvlak niet vergroot.

Wel wordt het maximum bebouwd oppervlak enigszins vergroot ten opzichte van de huidige planologischlegale situatie, maar hierbij blijft de toename onder de grens van 500 m2. De ontwikkeling is daarom onvoldoende substantieel om te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plan leidt niet tot strijdigheid met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De agenda kent drie kerndoelen:

15

•

Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar.

•

Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af.

•

Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen.

Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de herbouw van een bestaande bedrijfswoning op een andere plek, een oppervlakte neutrale wijziging van het bestemmingsvlak en een toename van het maximum bebouw oppervlak, waarvoor verevening plaatsvindt. Naar deze bedrijfswoning is evident vraag. Het doel dat twee derde van de te bouwen woningen betaalbaar moet zijn impliceert dat ook nog steeds duurdere woningen kunnen worden gebouwd.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: •

ruimtelijk beleid;

•

waterbeleid;

•

milieubeleid;

•

natuur- en landschapsbeleid.

Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: •

Regionaal waterprogramma;

•

Handreiking plussenbeleid;

•

Beleidslijn windenergie.

Beoordeling initiatief 16

Het initiatief om op de planlocatie een bestaande bedrijfswoning te herbouwen op een andere plek past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Daarbij wordt door middel van zonnepanelen zoveel mogelijk voorzien in de eigen energiebehoefte, is sprake van een goed woon- en leefklimaat en draagt de landschappelijke inpassing bij aan het vergroten van de biodiversiteit op deze locatie. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: •

ruimtelijk beleid: de planlocatie is onderdeel van de zones ‘grote zonneparken mogelijk’ en ‘windenergie aandachtsgebied’. Dat wil echter niet zeggen dat hier geen andere functies mogelijk zijn. Daarbij is van belang dat het bestemmingsvlak oppervlakteneutraal wordt aangepast;

•

milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;

•

waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur;

•

natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.

De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt afzonderlijk aan de orde in paragraaf 4.9. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: •

Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);

•

Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening);

•

Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);

•

Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening);

•

Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);

•

Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);

•

Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Beoordeling initiatief 17

De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. Ook is geen sprake van een nieuwe woonlocatie (in de zin van toevoeging van een extra woning), zodat geen toetsing hoeft plaats te vinden aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Dat is meegenomen in de voor deze locatie opgestelde landschappelijke inpassing. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.

Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in paragraaf 3.4.8 in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. Daaruit volgt dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van ophoging van het terrein en het realiseren van een infiltratievoorziening voor afstromend hemelwater. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen.

Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening specifieke regels opgenomen ten aanzien van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied. In artikel 5.72 lid 3 is geregeld dat uitbreiding van de solitaire bedrijvigheid in het buitengebied, die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 m2 en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 m2 kan worden toegelaten onder de volgende voorwaarden: a. motiveren dat de uitbreiding past in regionale functieveranderingsafspraken of het regionaal werkprogramma werklocaties; of b. aantonen dat: 1. de uitbreiding qua aard en schaal past bij de omgeving; 2. verplaatsing naar een bedrijventerrein niet wenselijk is; en 3. de uitbreiding een maatbestemming krijgt. In algemene zin kan worden opgemerkt dat de uitbreiding beperkt blijft tot het toevoegen van ruimte voor een bedrijfsgebouw en bijgebouw alsmede de legalisatie van enkele feitelijk bestaande bedrijfsgebouwen. Die uitbreiding past mede in samenhang met de landschappelijke qua aard en schaal bij de omgeving. De oppervlakte van het bestemmingsvlak wordt met 373 m² vergroot zodat de nieuwe woning met tuin en toegangsweg ook binnen de bedrijfsbestemming vallen.

Verplaatsing naar een bedrijventerrein is niet wenselijk, omdat het bedrijf een lange historie heeft op de huidige plek, verplaatsing bedrijfseconomisch niet haalbaar is en er ook geen bedrijfslocatie beschikbaar op een bedrijventerrein binnen de gemeente Oude IJsselstreek (waarbij een garagebedrijf uitgesloten is binnen de nog uit te geven kavels van Het VIP).

18

Vooroverleg met provincie De provincie heeft hierover naar aanleiding van het ingediende principeverzoek het volgende aangegeven. Hoewel te betwisten valt of de uitbreiding aan bedrijfsbebouwing hier meer dan 250 m2 bedraagt, is de huidige bedrijfsbebouwing al meer dan 1.000 m2. Uit de toelichting op de instructieregel kan worden afgeleid dat uitbreiding van bedrijven die nu al groter zijn dan 1.000 m2 niet mogelijk is, tenzij wordt aangetoond dat kan worden voldaan aan de genoemde voorwaarden. De instructieregel is daarom van toepassing op dit initiatief. Daarbij heeft de provincie aangetekend dat een garagebedrijf bij uitstek past op een bedrijventerrein, zodat het niet kunnen verhuizen naar een bedrijventerrein nader moet worden onderbouwd. Hieronder volgt daarom een nadere onderbouwing. Uit toetsing aan de voorwaarden uit artikel 5.72 lid 3 blijkt dat niet kan worden voldaan aan het gestelde onder sub a. De uitbreiding past namelijk niet in regionale functieveranderingsafspraken of het regionaal werkprogramma werklocaties. Aan de voorwaarden onder sub b wordt zoals blijkt uit het onderstaande echter wel voldaan. Zo past de uitbreiding qua aard en schaal bij de omgeving. Het bestemmingsvlak wordt met 373 m² vergroot en aangepast ten behoeve van deze ontwikkeling.

De aard van de uitbreiding bestaat in feite alleen uit de herbouw van een bedrijfswoning met bijgebouw en het legaliseren van enkele ondergeschikte bedrijfsgebouwen, die met name in gebruik zijn voor opslagdoeleinden. De schaal sluit aan bij bedrijvigheid in de omgeving, waarbij agrarische bedrijven de mogelijkheid hebben om op bouwvlakken met een soortgelijke of iets ruimere maatvoering het bouwvlak volledig te benutten voor agrarische bedrijfsbebouwing. In dat licht bezien is het met voorliggend omgevingsplan mogelijk te maken maximum bebouwd oppervlak, in vergelijking daarmee, van zeer ondergeschikte betekenis. Daarbij volgt wel de opmerking dat een agrarisch bedrijf een bedrijf is met een duidelijke relatie met het buitengebied, een autogarage heeft dat in die zin niet. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het aantal vervoersbewegingen van en naar het bedrijf overigens niet toe. In de bestaande situatie is geen sprake van knelpunten ten aanzien van de capaciteit van het omliggende wegennetwerk en de verkeersveiligheid en dat verandert niet in de boogde situatie. Verplaatsing naar een bedrijventerrein is om meerdere redenen niet wenselijk en daarnaast financieel simpelweg onhaalbaar. Auto Westerveld is al ruim 100 jaar op de huidige locatie aan de Keurhorsterweg gevestigd.

Het familiebedrijf is door de jaren heen uitgebreid tot een bedrijf met meer dan 25 medewerkers en heeft een grote vaste klantenkring in Sinderen en omgeving. Sinds jaar en dag heeft het bedrijf een strikt lokaal georiënteerde functie. De combinatie van een fraai ingericht buitenterrein met veel groen geeft het bedrijf een unieke uitstraling, wat resulteert in een aantrekkelijke bedrijfslocatie waar klanten graag komen. Een belangrijk deel van de klandizie is dus gebaseerd op de huidige locatie van het bedrijf. In Sinderen zijn geen bedrijfskavels beschikbaar. Het is dus onmogelijk om het bedrijf te verplaatsen naar een bedrijventerrein in de directe omgeving. Verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein in Varsseveld is ook vrijwel onmogelijk gezien het gebrek aan (ruime) bedrijfskavels aldaar. Auto Westerveld heeft overigens al een vestiging in Varsseveld. Een tweede vestiging in dezelfde plaats heeft onvoldoende bestaansrecht en zou bovendien een groot verlies van de huidige klantenkring in Sinderen tot gevolg hebben. Samenvoegen met de huidige vestiging in Varsseveld is ook volledig uitgesloten. Die vestiging is vele malen kleiner en biedt geen enkele mogelijkheid voor uitbreiding. Verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie op een bedrijventerrein in de omgeving is absoluut ongewenst.

In de omliggende plaatsen zijn meer dan voldoende autobedrijven aanwezig en de

19

concurrentiepositie maakt het vrijwel onmogelijk om buiten de regio een nieuw autobedrijf te starten. Dit nog even los van persoonlijke en personele overwegingen. Tot slot is verplaatsing van het autobedrijf naar een bedrijventerrein financieel niet haalbaar gezien de bedrijfseconomische marges in de afgelopen jaren. Zie voor een verdere onderbouwing daarvan de brief van Aaff Accountants en Advies B.V., zoals deze is opgenomen in bijlage 7. Het voorliggende omgevingsplan voorziet op twee manieren in een maatbestemming. Zo blijft de locatie een maatbestemming houden door de aan de enkelbestemming ‘Bedrijf’ gekoppelde functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – garagebedrijf’, waarbij het maximum bebouwd oppervlak wordt begrensd op 2.750 m². Daarnaast krijgt de nieuwe locatie van de bedrijfswoning een maatfunctie. Op deze plek wordt het toekomstige gebruik van de gronden beperkt tot gebruik ten dienste van de bedrijfswoning, met de daarbij behorende bouwwerken, (toegangs)paden, wegen, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Zie in dit verband ook het gestelde in paragraaf 3.4.7, waarin een beoordeling plaatsvindt aan de hand van het gemeentelijk beleid, dat een doorvertaling is van het provinciale beleid ten aanzien van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied.

Het bedrijf is zich er overigens van bewust dat op de huidige locatie in de toekomst geen verdere groeikansen meer aanwezig zijn. Zij verkiezen dit bewust boven de voor hen onhaalbare mogelijkheid voor verplaatsing naar een bedrijventerrein. Nadere afstemming met provincie Ter nadere advisering is het voorliggende plan aan de provincie Gelderland aan geboden. Zij wenst nog een aanpassing op een aantal onderdelen. Deze zijn hieronder weergegeven en verwerkt in de motivering en bijlagen bij de motivering. •

in de motivering en op de verbeelding uit te gaan van hetzelfde aantal m² maximum bebouwd oppervlak;

•

voor dit specifieke bedrijf een bijpassende maatbestemming/-functie op te nemen om te voorkomen dat zich hier in de toekomst zomaar een andersoortig bedrijf kan vestigen;

•

op de locatie voor de bedrijfswoning andere bedrijfsbebouwing uit te sluiten;

•

in de (bijlage bij de) motivering te refereren aan de voor deze locatie geldende kernkwaliteiten van het landschap en te onderbouwen dat deze door het plan niet worden aangetast.

Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening provincie Gelderland.

20

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen.

Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief De ontwikkeling draagt bij aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie, door onder meer de beoogde landschappelijke inpassing, sloop van een deel van de bedrijfsgebouwen en doortrekken van de gevel van het bestaande bedrijfspand na sloop van de bestaande inpandige bedrijfswoning. Het aantal woningen neemt niet toe door dit initiatief. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012.

3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur. Naast kwaliteitsaspecten als 21

duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief leidt niet tot een toename van het aantal woningen. Een bestaande inpandige bedrijfswoning wordt gesloopt en herbouwd op een andere plek als vrijstaande woning. Bij de locatiekeuze voor de beoogde woning is rekening een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de herbouw van een bestaande bedrijfswoning op een andere plek, een oppervlakte neutrale wijziging van het bestemmingsvlak en een toename van het maximum bebouw oppervlak, waarvoor een verevening plaatsvindt. Naar deze bedrijfswoning is evident vraag. Met het plan gezorgd wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving op voldoende afstand van de weg en omliggende bedrijven, ingekaderd door groene structuren. Daarmee leidt het plan ook tot een vergroting van de biodiversiteit. Bovendien wordt de kwaliteit van de leefomgeving sterk vergroot ten opzichte van de huidige situatie, waarbij de bedrijfswoning zich inpandig in het bedrijfspand bevindt.

Zoals volgt uit hoofdstuk 4 zijn er geen omgevingsaspecten die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •

Benut de stroom van de Oude IJssel

22

De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. •

Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).

•

Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.

•

De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.

•

Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.

•

Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.

•

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De nieuwe bedrijfswoning en bijgebouw worden duurzaam gebouwd en voorziet in de eigene energiebehoefte. Aan de bedrijfswoning bestaat aantoonbaar behoefte (aantal bedrijfswoningen neemt niet toe ten opzichte van bestaande situatie). Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen 23

wordt een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. De oppervlakte neutrale wijziging van het bestemmingsvlak leidt niet tot negatieve gevolgen voor omliggende woningen of bedrijven. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt perspectief geboden voor nieuwe kansen in het buitengebied. In dit geval wordt een bestaande bedrijfswoning na sloop op een andere plek herbouwd. Hierbij zal sprake zijn van verduurzaming van de woning. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de regionale 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld (inmiddels vervangen door de Regionale Woonagenda, zie paragraaf 3.3.2).

In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' het kader voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en). woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Er zijn vijf typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33355