Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Figuur 3.3: Weergave overstromingskans (Bron: Klimaat Atlas Oude IJsselstreek) Wateroverlast In de huidige situatie kan bij hevige buien (1u, 70mm) enige wateroverlast ontstaan ten zuiden, zuidoosten en ten oosten van de bebouwing die het tuincentrum behelst. Dit zal mede veroorzaakt worden door het grote oppervlakte aan verharding dat aanwezig is (zie figuur 3.3). Ter hoogte van de bestaande bedrijfswoning en het tuincentrum zelf zal geen wateroverlast ontstaan.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
24
Figuur 3.4: Wateroverlast bij hevige regenval (Bron: Klimaat Atlas Oude IJsselstreek) Met de afname in verharding en het toevoegen van infiltratie op eigen terrein zal de wateroverlast die kan ontstaan binnen het plangebied tegengegaan worden. Hittestress In bestaand stedelijk gebied kan al snel sprake zijn van hittestress, zo ook ter hoogte van het plangebied. Op onderstaande weergave wordt duidelijk dat het in en rondom het plangebied (en ook in de rest van Ulft) behoorlijk warm kan zijn. Dit komt door de hoge mate van bebouwing die aanwezig is.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
25
Figuur 3.5: Weergave temperatuursverschillen (Bron: Klimaat Atlas Oude IJsselstreek) Met voorliggend plan neemt het bebouwd oppervlak en de oppervlakte aan verharding per saldo af. Tevens wordt er groen toegevoegd in de openbare ruimte en is er meer ruimte om groen aan te brengen op eigen terrein. Al deze factoren samen zullen leiden tot een verbetering van de huidige situatie ter hoogte van het plangebied. Droogte Ter hoogte van het plangebied is sprake van een lage grondwaterstand in de huidige situatie.
Figuur 3.6: Weergave grondwaterstand (Bron: Klimaat Atlas Oude IJsselstreek) Dit geldt tevens in een groot deel van het omliggende gebied, binnen bebouwd gebied is door de vele verharding en afvoer van regenwater via het riool vaker sprake van droogte door een lage grondwaterstand. Door binnen het plangebied het regenwater te infiltreren in de bodem kan de grondwaterstand plaatselijk worden verbeterd en kan droogte worden tegengegaan. Conclusie Met het voorgenomen plan wordt woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt, het bebouwd
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
26
oppervlak neemt per saldo af en er wordt rekening gehouden met bodeminfiltratie en klimaatadaptatie. De voorgenomen ontwikkeling draagt dan ook bij aan de uitvoering van de klimaatagenda van de gemeente Oude IJsselstreek. 3.4.7
Welstandsnota
De Welstandsnota van de gemeente Oude IJsselstreek van de gemeente Oude IJsselstreek dateert van 15 september 2011. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de welstandsnota worden aan de hand van de bestaande ruimtelijke karakteristieken algemene welstandscriteria beschreven. Deze criteria zijn vervolgens uitgewerkt in gebiedsgerichte criteria. Voorliggend plan betreft een ander bouwplan, voor bouwplannen in deze categorie geldt dat deze altijd door de gemeente apart worden getoetst a.d.h.v. de algemene criteria voor welstand en criteria voor het gebied. Toets Het plan bevindt zich in het welstandsgebied voor de Praestingsweg 4-24, dit gebied heeft welstandsniveau 2. Voorliggend plan betreft projectmatige woningbouw. Het welstandsbeleid richt zich op het handhaven van de heldere en rustige stedenbouwkundige opzet en architectuur van deze buurten. Daarbij wordt gelet op de situering en repetitie van bouwmassa's, op de eenvoud van straatprofielen en op de weliswaar bescheiden maar toch zorgvuldige detaillering van de bebouwing. Conclusie Bij ontwikkeling van de nieuw te bouwen woningen zal rekening worden gehouden met de geldende welstandscriteria zoals vastgelegd in de welstandsnota.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
27
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt het bouwen van 6 woningen mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.
Het bouwen van 6 woningen wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol.
Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging;
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
28
de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. In voorliggend geval wordt een bestaand tuincentrum met alle daar bijbehorende opstallen en verharding verwijderd, met een oppervlak van ca. 2.056m². Hiervoor in de plaats komen 5 levensloopbestendige rijwoningen en 1 vrijstaande woning, met een oppervlak van in ca. 460m² (bouwblokken). Bij de woningen zijn bijgebouwen buiten het bouwvlak toegestaan tot max. 80m². Daarnaast zullen de nieuw aan te leggen parkeerplekken, weg en achterpad ca. 500m² aan verharding bedragen. In zijn totaliteit zal er dus 2.056m² aan bebouwing en verharding worden verwijderd waarvoor ca. 1440m² aan bebouwing en verharding in de plaats zal komen. Hierbij wordt uitgegaan van de maximale mogelijkheden, het werkelijke oppervlak aan bebouwing en verharding zal in de nieuwe situatie lager uitvallen. Het bebouwd en verhard oppervlak zal in zijn totaliteit afnemen met de voorgenomen ontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling wordt tevens een bestaand bedrijf in een woonwijk wegbestemd, dit sluit beter aan bij de omliggende functies en vermindert eventuele milieuhinder. Er wordt qua uiterlijke verschijningsvorm van de woningen aangesloten bij de omliggende woningen. Aan de Praestingsweg zal één vrijstaande woning worden gebouwd die aansluit bij de naastgelegen woningen op nummer 22 en 24.
De beoogde rijwoningen worden grotendeels aan het zicht onttrokken door de omliggende panden en de nieuw te bouwen vrijstaande woning. Derhalve kan gesteld worden dat het plan stedenbouwkundig past binnen de omgeving. Conclusie Met voorliggend plan wordt het bebouwd oppervlakte of het bouwvolume niet vergroot, sterker nog, deze neemt af. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.
4.2
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
29
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het plangebied bevindt zich binnen een bestaande woonwijk in de kern Ulft. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woonbestemmingen aanwezig. Er kan hierom uitgegaan worden van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Met voorliggend plan worden woningen opgericht binnen een bestaande woonwijk, het dichtsbijzijnde bedrijf betreft een cafetaria onder een horecabestemming. Voor dit type bedrijf geldt milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter in het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Het plangebied bevindt zich op 66m afstand (gemeten van bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak). Hier wordt dan ook ruimschoots aan voldaan. Conclusie Het onderdeel milieuzonering vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorgenomen woningbouwplan.
4.3
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets Het beoogde woningbouwplan wordt opgericht binnen de bebouwde kom van Ulft, in een bestaande woonwijk. Er zijn geen agrarische bedrijven in de nabije omgeving en nabij de agrarische bedrijven buiten de kern liggen al woonbestemmingen dichterbij. Conclusie Het onderdeel geur vormt hierom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
30
4.4
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend (asbest)bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN 5707 om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (zie Bijlage 3). Dit onderzoek is uitgevoerd door Kruse Milieu B.V.
Bij het verkennende bodemonderzoek is de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. In totaal zijn er in het plangebied 13 boringen verricht. Naar aanleiding van het onderzoek dient de hypothese "onverdacht" formeel gezien te worden aangenomen, aangezien er geen overschrijding van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Conclusie Het onderdeel bodem vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggend plan.
4.5
Geluid
In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied:
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
31
voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Met voorliggend plan worden meerdere woningen opgericht binnen een bestaande woonwijk. Er is geen sprake van railverkeerslawaai of industrielawaai in de nabijheid van het plangebied, deze onderdelen worden hierom verder buiten beschouwing gelaten. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Praestingsweg en in het oosten ligt de Veldstraat, dit zijn de dichtstbijzijnde geluidsbronnen voor wegverkeerslawaai.
Figuur 4.2: Weergave wegverkreerslawaai t.o.v. het plangebied (Bron: www.atlasleefomgeving.nl) De toegestane maximumsnelheid voor zowel de Praestingsweg als de Veldstraat is 30km/h. Beide wegen dienen als ontsluitingsweg voor de wijk waarbij de Praestingsweg tevens de ontsluitingsweg voor het plangebied is. Met voorgenomen ontwikkeling is het mogelijk dat er sprake is van een te hoog geluidsniveau op de gevel van de nieuw op te richten vrijstaande woning. Hierom is een onderzoek uitgevoerd m.b.t. het wegverkeerslawaai, het gehele onderzoek is opgenomen in Bijlage 4. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de hoogste geluidbelasting 52dB bedraagt op de noordgevel van de vrijstaande woning. Alle woningen voldoen aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB. Extra geluidwerende voorzieningen voor de woningen zijn niet noodzakelijk. Er zal wel een procedure hogere grenswaarde moeten worden doorlopen voor
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
32
het overschrijden van de voorkeursgrenswaarde van 48dB. Conclusie Het onderdeel geluid vormt, gezien het bovenstaande, geen belemmering voor uitvoering van het voorgenomen plan.
4.6
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Met het voorgenomen plan worden 1 vrijstaande en 5 levensloopbestendige rijwoningen toegevoegd, het gebied waarbinnen dit plaatsvindt kan worden aangemerkt als rest. bebouwde kom en matig stedelijk. In de huidige situatie bevindt zich een tuincentrum van enige omvang op deze locatie.
Het tuincentrum heeft een veel grotere verkeersgeneratie dan de beoogde woningen met zich meebrengen (zie ook4.11). De luchtkwaliteit zal als gevolg van voorliggend plan alleen maar verbeteren. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Conclusie Het onderdeel luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
33
4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.
In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond de plangebieden.
Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
34
Op basis van de risicokaart Nederland zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen externe risico's. De dichtstbijzijnde risicobron betreft een tankstation op ca. 600m afstand. Het plangebied ligt ruim buiten de gevarenzone en invloedssfeer van de risicobron.
Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Toets Voor de beoogde locatie geldt dat er geen toename is van het plaatsgebonden of groepsrisico. De betreffende locatie ligt op ruim voldoende afstand van de aanwezige risicobronnen in de omgeving. Conclusie voorliggend plan is in overeenstemming met de wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Het onderdeel externe veiligheid vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorgenomen plan.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
35
4.8
Water
Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Kaderrichtlijn Water (KRW).
Nationaal Nationaal Water Programma 2022-2027 (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Deltaprogramma; Waterwet. Provinciaal Omgevingsvisie Gelderland; Omgevingsverordening Gelderland. Regionaal / lokaal Waterbeheerprogramma 2022-2027 Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. Dit wordt gedaan met diepgewortelde vak- en gebiedskennis en door het verbinden van beleid én uitvoering. Het waterschap werkt met een ondernemende houding, gericht op maatschappelijk toegevoegde waarde, in samenwerking met haar partners en inwoners in de Achterhoek, de Liemers en Overijssel, wendbaar en gebied-nabij.
Ondanks dat er veel verandert in en rond het water, blijven de kerntaken van het waterschap in ieder geval: het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen het transporteren en zuiveren van afvalwater het verbeteren van de waterkwaliteit de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbovenop ziet het waterschap voor de periode 2022-2027 als belangrijkste speerpunt de opgave om haar gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor wordt naar een andere belans van vasthouden-bergen-afvoeren (vooraadbeheer) toegewerkt, rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. Wij investeren gebiedsbreed in een toename van de veerkracht, anticiperend op de nieuwe inzichten over de snelheid van klimaatverandering richting 2050. Het waterschap Rijn en IJssel is dus primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
36
met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. Water in het plangebied/waterparagraaf Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerprogramma 2022-2027 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap tot en met 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft.
Het waterschap laat in het waterbeheerprogramma zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn. Het waterschap heeft de werkzaamheden voor het waterbeheerprogramma weergegeven in vier thema's: klimaatrobust gebied; Veilig gebied; Circulaire Economie en Energietransitie; Gezone leefomgeving. Het waterschap werkt met de gemeente samen aan een goede ruimtelijke ordening via het proces van de Watertoets. Hieronder volgt een toelichting per relevant waterhuishoudkundig thema Beheer en onderhoud De voorgenomen ontwikkelingen vormen geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. Eventuele aan te leggen riolering zal in de openbare ruimte worden gerealiseerd zodat deze altijd toegankelijk zijn. Klimaatadaptatie Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar naar benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Bij een toename van het verhard oppervlak in (toekomstig) stedelijk gebied geldt een basisopgave voor compensatie. Het Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal hydrologisch neutraal zijn of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
Daarnaast geldt op basis van het beleid van het waterschap nog een bergingseis van 80mm per m² verhard oppervlak. Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak per saldo af. Er hoeft daarmee geen basisopgave voor compensatie voor toename van het verhard oppervlak te worden gedaan. De situatie zal verbeteren t.o.v. de huidige situatie waarbij het gehele terrein bebouwd/verhard is. Daarnaast is het mogelijk om ook infiltratie op eigen terrein te realiseren zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Door het vasthouden en infiltreren van het hemelwater ontstaat er minder snel droogte en kan de grond gebruik maken van het hemelwater. Daarnaast is er tevens voldoende ruimte voor de toekomstige eigenaren om hun perceel groen in te richten. Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, worden de maatregelen getroffen, bijvoorbeeld een wadi of gebruik van infiltratiekratten. Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen het afvalwater verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Het hemelwater zal op eigen terrein worden geïnfiltreerd.
Op dit moment is de afvoer van het afvalwater berekend op één tuincentrum met buitenruimte en
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
37
één bedrijfswoning waarbij het plangebied ca. 2.506m² beslaat. Het plangebied is nagenoeg geheel verhard. Met het slopen van het tuincentrum, het realiseren van 6 extra woningen en infiltreren op eigen terrein zal de druk op de riolering afnemen. Een kleinschalig woningbouwplan zal minder druk op de riolering met zich meebrengen dan een volledig operationeel tuincentrum. Het plan zal dan ook geen gevolgen met zich meebrengen voor de afvalwaterketen. Tot slot worden in de milieuzone van de RWZI of rioolgemaal geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren. Grondwaterbeheer De bestaande grondwaterstand zal door het afnemen van het verhard oppervlak, toevoegen van groen en het deels infiltreren op eigen terrein verbeteren t.o.v. de huidige situatie. Actief grondwaterbeheer is binnen het plangebied niet noodzakelijk. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft op 21 juli 2023 het waterschap geïnformeerd middels de digitale watertoets, over het plan om woningen te bouwen aan de Praestingsweg 22 in Ulft. Op basis van de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is de korte procedure van toepassing (zie ook Bijlage 2). Toets Binnen het plangebied zal een tuincentrum met opstallen en buitenruimte gesaneerd worden om zo plaats te maken voor 6 woningen.
Doordat het tuincentrum verdwijnt neemt het bebouwd en verhard oppervlak per saldo af, dit zorgt voor een lagere belasting op het afvoerstelsel. Ook zal meer ruimte zijn voor infiltratie op eigen terrein. De situatie ter plaatse zal aanzienlijk verbeteren met de afname van het verhard/bebouwd oppervlak. Voor de opvang en het bufferen van hemelwater bij nieuwbouw op het eigen terrein wordt uitgegaan van de bergingseis zoals opgesteld door het waterschap. Er zal op basis van deze eis 80mm per vierkante meter verhard opervlak moeten worden geborgen. Dit zal middels een voorwaardelijke verplichting in de regels worden opgenomen. Het plan maakt de functie 'Wonen' mogelijk, dit zal niet leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Tevens zal de ontwikkeling geen effect hebben op het functioneren van de afvalwaterketen of wijzigingen in de grondwaterstand. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Ecologie
Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden zie ook bijlage Bijlage 6. De resultaten van dit onderzoek zijn in de volgende alinea's opgenomen onder Soortenbescherming. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 250 afstand van het plangebied.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
38
Figuur 4.4: Weergave afstand plangebied tot NNN (Bron: Atlas van de leefomgeving)
Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft het Duitse gebied, ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’. Dit gebied ligt op ca. 4,6km ten zuidwesten van het plangebied.
Figuur 4.5: Afstand tot Natura 2000 gebied (Bron: AERIUS calculator) De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt door factoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring, etc. Wellicht is wel een AERIUS-berekening nodig voor de woningbouwontwikkeling om de
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
39
negatieve effecten zoals vermesting en verzuring door stikstofdepositie in kaart te brengen en uit te sluiten. Echter zijn recentlijk AERIUS-berekeningen uitgevoerd voor verschillende woningbouwplannen. Bijvoorbeeld aan de Eksterstraat in Ulft. Dit betreft het bestemmingsplan 'Kom Ulft, locatie Eksterstraat', een nieuwbouwplan voor 22 grondgebonden woningen. De AERIUS-berekening is uitgevoerd op 20 februari 2023 door buro ontwerp & omgeving. Het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling is op 20 april 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Uit de AERIUS-berekening die is uitgevoerd voor dit plan is gebleken dat de bouw en het gebruik van 22 woningen niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr voor zowel de realisatie als de gebruiksfase. Het Natura 2000 gebied waarop dit plan betrekking had was het ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ op ca. 3,7km afstand van de Eksterstraat. Ook aan de Ulftseweg 87 is een woningbouwplan beoogd waarvan het ontwerp ter inzage heeft gelegen. Het betreft het bestemmingsplan 'Silvolde, Bedrijvencluster Ulftseweg 87', voor de realisatie van 39 grondgebonden woningen.
De AERIUS-berekening is uitgevoerd op 17 april 2023 door Econsultancy.Uit de AERIUS-berekening die is uitgevoerd voor dit plan is gebleken dat de bouw en het gebruik van 39 woningen niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr voor zowel de realisatie als de gebruiksfase voor Nederlandse Natura 2000 gebieden. Om het projecteffect op de Natura 2000-gebieden in Duitsland te berekenen zijn rekenpunten geplaatst. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de rekenpunten voor de aanlegfase maximaal 0,01 mol/ha/jaar bedraagt en voor de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar. Het projecteffect is hiermee ruim lager dan de drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jaar voor Duitse Natura 2000-gebieden. Voor de Natura 2000-gebieden in Duitsland. Gezien het feit dat met voorliggend plan slechts 6 grondgebonden woningen worden gerealiseerd en de afstand tot de dichtsbijzijnde Natura 2000 gebieden gelijk aan of groter dan bij voorgenoemde plannen is, zullen geen negatieve effecten optreden op het dichtsbijgelegen Natura 2000 gebied. Tevens zijn er sinds de release van AERIUS 2022 op 6 januari 2023 geen significante wijzigingen aangebracht in de calculator die tot een andere uitkomst zouden kunnen leiden bij genoemde voorbeelden. Er hoeft hierom geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Soortenbescherming Voor het plangebied is een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd door Natuurbank Overijssel (Projectnr. 5382) om de aanwezigheid van beschermde flora en faunasoorten te onderzoeken. De uitkomst van het onderzoek is als volgt: De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ’opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten GNN/GO hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van GNN/GO omdat de bescherming geen externe werking kent. Gelet op de aard van de activiteiten en de afstand tussen plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek, zoals een effectbeoordeling of stikstofberekening wordt niet nodig geacht. Het plangebied is bijna volledig bebouwd en verhard. Slechts een klein deel bestaat uit gazon en scheerhaag. De in inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Vleermuizen, amfibieën of grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- of
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
40
verblijfplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet af. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar Bijlage 6. Conclusie Voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt geen negatieve effecten voor beschermde flora of faunasoorten.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek de archeologische waardenkaart, cultuurhistorische waardenkaart en de erfgoedverordening vastgesteld. Uit de waardenkaart blijkt dat er een hoge archeologische verwachting op het plangebied ligt.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
41
Figuur 4.6: Uitsnede Gemeentelijke maatregelenkaart (bron: Gemeente Oude IJsselstreek) Toets Volgens de beleidskaders van de gemeente geldt voor een gebied met een hoge archeologische verwachting geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 250 vierkante meter en ondieper dan 30 centimeter. Het betreffende plangebied is groter dan 250 vierkante meter en er wordt dieper ontgraven dan 30 centimeter t.b.v. woningbouw. Hierom is een archeologisch onderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in Bijlage 5. Op grond van de onderzoeksresultaten wordt in het selectieadvies geadviseerd om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. Het selectieadvies is als volgt: "Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. In het plangebied zijn geen relevante archeologische niveaus of oude cultuurlagen (bodemvorming) aangetroffen. De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil" Echter is na toetsing van het onderzoeksrapport door de Omgevingsdienst Achterhoek vastgesteld dat er toch nader onderzoek vereist is. Dit zal uitgevoerd moeten worden in de vorm van een karterend booronderzoek.
Hierom is de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1' opgenomen in de planregels en aangebracht op het plangebied. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal een karterend booronderzoek moeten worden aangeleverd. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek blijkt dat het plangebied zich in de Historische Kern (1939-1945) bevindt en dat zich ter hoogte van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten bevinden. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
42
'cultuurhistorie'. Conclusie Gezien de uitkomst uit het archeologisch onderzoek en de afwezigheid van cultuurhistorisch waardevolle objecten, vormt het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmering voor uitvoering van het voorgenomen plan.
4.11
Verkeer / parkeren
Het plangebied wordt ontsloten via de Praestingsweg, dit is een van de ontsluitingswegen binnen de wijk. Het betreft een eenbaansweg van asfalt binnen een 30km/h zone. Om de verkeersgeneratie als gevolg van het plan te bepalen wordt aangesloten bij de verkeerskencijfers van de CROW publicatie 381 (december 2018). Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijkheidsgraad: matig stedelijk; stedelijk gebied: rest. bebouwde kom; Koop, huis, vrijstaand; Koop, huis, Tussen/hoekwoning Verkeer Voor rijwoningen (tussen/hoek) geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,1 verkeersbewegingen per woning. Wat neerkomt op 36 verkeersbewegingen per etmaal (5 x 7,1 = 35,5). Voor de vrijstaande woning zullen gemiddeld 9 extra verkeersbewegingen optreden per etmaal (1 x 8,2 = 8,2). De voorgenomen ontwikkeling brengt een totale verkeersgeneratie van 45 verkeersbewegingen per etmaal met zich mee. In de huidige situatie is er een tuincentrum aanwezig in het plangebied. Het bedrijfsvloeroppervlak bedraagt ca. 1.500m² (met buitenruimte, toegankelijk voor klanten). voor het tuincentrum kan een verkeersgeneratie van 15,2 per 100m² bvo worden aangehouden (conform de kerncijfers van het CROW zoals hierboven benoemd). De huidige verkeersgeneratie bedraagt hiermee 228 verkeersbewegingen per etmaal. Type
Gemiddelde Totale Totale verkeersgeneratie verkeersgeneratie nu verkeersgeneratie per functie nieuwe situatie
Rijwoning (x5)
7,1
36
Vrijstaande woning (x1)
8,2
9
Tuincentrum (per 100m² bvo)
15,2
Totaal
Verschil
228 228
45
-183
Met de voorgenomen ontwikkeling zal de verkeersgeneratie ter plaatse afnemen met 183 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betekent minder belasting op de ontsluitingsweg, het verkeer kan dan ook eenvoudig via de aanwezige ontsluitingsweg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Het parkeren vindt deels plaats op eigen terrein en deels in de openbare ruimte, er is binnen het plangebied voldoende ruimte om in parkeerplaatsen te voorzien. Voor de berekening van het aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gebruik gemaakt van het gemeentelijk verkeers en vervoersplan 2012-2020 (GVVP). Hieruit wordt opgemaakt dat het plangebied de stedelijkheidsgraad 4 krijgt, daarmee valt de locatie onder centrum en rand. Voor vrijstaande woningen wordt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning aangehouden. Voor rijwoningen is de parkeernorm 1,8 parkeerplaatsen per woning. Een lang oprit waar achter elkaar kan worden geparkeerd wordt gezien als 1 parkeerplek. In dit gebied komt het aantal benodigde parkeerplaatsen voor 1 vrijstaande en 5 rijwoningen op respectievelijk 2,0 + 9 = 11 parkeerplaatsen.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
43
Met voorliggend woningbouwplan wordt op eigen terrein geparkeerd bij de vrijstaande woning, dit wordt gezien als 1 parkeerplek. voor de rijwoningen worden 5 parkeerplaatsen aangelegd op eigen terrein (één bij elke woning). Daarnaast worden nog 6 parkeerplaatsen gerealiseerd in de openbare ruimte, voor een totaal van 12. Dit is 1 parkeerplaats meer dan benodigd volgens de uitgangspunten van het GVVP. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren levert derhalve dan ook geen belemmeringen op voor dit plan.
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
44
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin aan de orde komen: de inleidende regels; de bestemmingsregels; de algemene regels; de overgangs- en slotregels. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmigsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt kan worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart);
bestemmingsplan Kom Ulft, locatie Praestingsweg 22 NL.IMRO.1509.BP000240-VA01
45
afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene
zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Een voorbeeld is regels ter bescherming van de Groene Ontwikkelingszone; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
5.3
Wijze van bestemmen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Groen Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en plantsoenen, voet- en fietspaden, bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair, en nutsvoorzieningen. Gebouwen zijn niet toegestaan binnen deze bestemming. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor verblijfsgebieden, wegen en pleinen, voet- en fietspaden, ondergrondse containers, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bouwwerken voor verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, ontmoetingsplekken en straatmeubilair, openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.