Jaarstukken 2024 .pdf
Tekst van het document
OZB niet - woningen Wordt geheven van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen. Woonlasten
Dit zijn de onroerende-zaakbelastingen zakelijk recht woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen. De woonlasten zijn conform raadsbesluit d.d. 6 november 2023 met 9,8% gestegen t.o.v. 2023. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een kostendekkend tarief gehanteerd.
Reinigingsrechten
Reinigingsrecht voor bedrijven en instellingen die geringe (passend in de normale containers) hoeveelheden afval aanbieden en de gemeente hebben verzocht afval tijdens normale inzamelingsactiviteiten mee te willen nemen.
Precariorechten
Geheven voor het gebruik maken van een met vergunning verleende standplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Reclamebelasting
Deze belasting is vanaf 2017 ingevoerd voor het centrum van Varsseveld en vanaf 2019 t/m 2022 ook voor bedrijventerrein Akkermansweide in Terborg, centrum Terborg, parkmanagement Varsseveld, parkmanagement de Rieze in Ulft en kerngebied Ulft voor openbare aankondigingen. Wij innen deze belasting in feite als tussenpersoon. De inkomsten worden verrekend met door de gemeente gemaakte kosten. Het restant wordt rechtstreeks doorbetaald aan de desbetreffende ondernemersfonds. Per saldo is dit dus budgettair neutraal.
Tarieven Tarieven diverse heffingen
2023
2024
Eigenaren van woningen, in % van de waarde
0,11952%
0,11512%
Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde
0,14343%
0,13429%
Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde
0,17100%
0,17470%
Onroerende-zaakbelastingen
Afvalstoffenheffing Meerpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer
240,00
Meerpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer
343,80
Eénpersoonshuishoudens met kleine grijze- of verzamelcontainer
180,00
Eénpersoonshuishoudens met grote grijze- of verzamelcontainer
283,80
49
Tarieven diverse heffingen
2023
Extra grote grijze container
2024
343,80
Meerpersoonshuishoudens vast tarief
220,80
Eénpersoonshuishoudens vast tarief
170,40
Per lediging grote container rest afval
14,75
Per lediging kleine container rest afval
8,50
Per storting ondergrondse container
2,50
Reinigingsrechten Standaard containerset met kleine grijze container
196,00
Standaard containerset met een grote grijze container
260,00
Vast tarief
220,80
Per lediging grote container rest afval
14,75
Per lediging kleine container rest afval
8,50
Rioolheffing Per aansluiting
241,00
294,00
1,41
1,45
Toeristenbelasting Per overnachting Precariorechten Dagtarief
14,70
15,15
Jaartarief
606,60
625,00
Opbrengsten Opbrengsten belastingen/ heffingen (x 1.000)
Werkelijk 2023
Begroot voor wijziging 2024
Begroot na wijziging 2024
Werkelijk 2024
OZB woningen
6.293
6.341
6.461
6.483
OZB niet-woningen
2.734
2.791
2.791
2.815
Afvalstoffenheffing
3.901
4.295
4.295
4.515
Rioolheffing woningen
4.149
4.982
4.982
5.106
Rioolrecht bedrijven
220
272
272
278
1.474
1.293
1.573
1.866
Lijkbezorgingrechten
115
125
125
175
Marktgelden
20
20
20
23
Reinigingsrechten
38
35
35
37
Toeristenbelasting
226
165
200
184
Leges
Precariobelasting
8
7
7
7
Reclamebelasting
155
150
150
168
Totaal
19.333
20.476
Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven
50
1.573
21.657
Afvalstoffenheffing + reinigingsrecht Kosten Afval
Lijkbezorgingsrechten 3.924
Opbrengsten afval excl. heffingen
Kosten begraafplaatsen 820
Opbrengsten begraafplaatsen
Reinigingsrechten
37
Netto kosten Begraafplaatsen
Netto kosten Afval
3.067
Salaris + overhead
67 1 66 180
Salaris + overhead
468
Kapitaallasten
2
BTW
425
Toevoeging reserve
9
Rente
34
Totale kosten
257
Resultaat tbv reserve afval
521
Totale kosten
4.515
Opbrengst heffingen
176
Opbrengst heffingen
4.515
Dekking
68%
Dekking
100%
Rioolheffing Kosten Riolering
Omgevingsvergunning bouwen 3.241
Kosten omgevingsvergunning bouwen
88
Opbrengsten Riolering excl. heffingen
10
Overige opbrengsten
0
Rioolheffing bij bedrijven
278
Netto kosten omgevingsvergunning bouwen
88
Netto kosten Riolering
2.953
Salaris + overhead
520
BTW
475
Rente
686
Toevoeging bufferfonds riolering
472 5.106
Opbrengst heffingen
5.106
Dekking
100%
Algemene dienstverlening
Netto kosten algemene dienstverlening Totale kosten
Opbrengst heffingen
813
Dekking
69%
Kosten markten
42
0
Overige opbrengsten
0
431
Netto kosten markten
683
Salaris + overhead 1.114
61 23
846
Opbrengst heffingen
Dekking
76%
Dekking
51
42 19
Totale kosten
Opbrengst overige dienstverlening
Woonlasten
1.176
Markten 431
Overige opbrengsten Salaris + overhead
1.088
Totale kosten
Totale kosten
Kosten algemene dienstverlening
Salaris + overhead
38%
De woonlasten bestaan uit de opbrengsten van huishoudens uit OZB, Rioolheffing en Afvalstoffenheffing. Voor 2024 is tot een gemiddelde stijging van 9,8% woonlasten besloten. 2024 is het eerste jaar waarin gewerkt is met een tarief op restafval in de afvalstoffenheffing. Het vastrecht deel van de afvalstoffenheffing is in 2024 in rekening gebracht bij de huishoudens, het variabele deel op basis van het aantal ledigingen wordt afgerekend in 2025. De opbrengsten van het variabele deel afvalstoffenheffing 2024 zijn in deze jaarrekening 2024 verwerkt. Bij de begroting 2024 is uitgegaan van een gemiddeld aantal ledigingen van een mini container van 5,5 keer of een aantal van 17 inworpen in een ondergrondse container per huishouden. In werkelijkheid lag het aantal ledigingen van een mini container boven de zes ledigingen per huishouden en het aantal inworpen op gemiddeld 24 keer. Daarmee hebben we een extra opbrengst van € 170.000.
Kwijtschelding Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslagen van de woonlasten. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen per saldo niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. In 2024 is een totaalbedrag van € 388.215 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden. Dit is 4,18% van de totaal geraamde opbrengsten gemeentelijke belastingen die voor gemeentelijke kwijtschelding in aanmerking komt. In 2023 werd in totaliteit € 383.318 aan gemeentelijke belastingen kwijtgescholden.
52
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf zijn conform de voorschriften in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente opgenomen. De kapitaalgoederen zijn grofweg als volgt te rubriceren: Infrastructuur:
Wegen
Civiel technische kunstwerken
Kunstwerken
Openbare verlichting
Riolering
Gebouwen Voorzieningen:
Openbaar groen
Speelplaatsen
Het onderhoud van kapitaalgoederen legt beslag op een belangrijk deel van de middelen en komt in bijna alle programma’s voor. De kapitaalgoederen zijn vaak van groot belang voor het realiseren van de programma’s. In deze paragraaf geven we inzicht in het onderhoud en beheer, conform de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet). Niet alleen vanuit het financiële belang, maar ook vanuit het belang van de inwoner.
Beleids- en beheerplannen De beleidsplannen stellen we tenminste eens in de 10 jaar vast, conform de eisen van de provincie. Dit betreft de inrichting van de openbare ruimte en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, verlichting, straatmeubilair, sportfaciliteiten, water, wegen, riolering, kunstwerken en gebouwen. Eens in de vier tot vijf jaar evalueren we de beheerplannen en zo nodig stellen we ze bij. De volgende nota’s zijn vastgesteld:
Beleidsnotitie Integraal Beheer Openbare Ruimte
2024 - 2027
Deze beleidsnotitie is een strategisch kader waarin maatschappelijke opgaven en bestuurlijke doelstellingen zijn vertaald naar het beheer van de openbare ruimte, voor alle objecten/kapitaalgoederen. De verwachting is dat deze beleidsnotitie in Q1 2024 wordt vastgesteld.
Wegenbeleidsplan
2019 - 2023
In dit beleidsplan hebben we de kaders voor het wegbeheer vastgelegd. Op basis van de in dit beleidsplan gemaakte keuzes, beheren we de verhardingen binnen de gemeente en geven we uitvoering aan onderhoudsmaatregelen. In 2025 komt er een update van het huidige beleidsplan.
2022 - 2026
De beleidsnotitie is begin 2022 vastgesteld. Deze korte beleidsnotitie is een aanvulling op en actualisatie van het beleidsplan openbare verlichting ‘Licht op maat 2012-2016’. Het beleidsplan en de beleidsnotitie vormen samen een actueel kader. In 2025 komt er een update van het het huidige beleid voor de openbare verlichting.
Openbare verlichting Vervangingsplan 2022 - 2026
In 2022 is uitvoering gegeven aan het nieuwe vervangingsplan als onderdeel van de nieuwe beleidsnotitie. In vier jaar vervangen we masten van 50 jaar en ouder. Armaturen van 25 jaar en ouder worden in een periode van vier jaar vervangen door LED armaturen. Bij het opstellen van nieuw beleid van de openbare verlichting in 2025 bekijken we of vanaf 2026 een nieuw vervangingsplan nodig is.
Beleidsnotitie Openbare verlichting
53
Water- en Rioleringsprogramma Oude 2024 - 2028 IJsselstreek
Eind 2023 is dit plan vastgesteld.
Klimaatagenda
2022 - 2026
De Klimaatagenda is in juni 2022 vastgesteld.
Beheerplan Civieltechnische kunstwerken
2023 - 2027
Beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken en de kunst in de openbare ruimte.
Meerjaren Onderhouds Planning (MJOP)
2018-2024
In 2025 wordt het MJOP herzien.
Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen
2021-2031
De nieuwe visie natuur, groen en landschap is in 2021 vastgesteld en vervangt het beheerplan groen.
Bomenbeheerplan
2022-2032
Nieuw beheerplan is gerealiseerd in 2022.
Speelruimtebeleid
2022-2032
In 2022 is het nieuw Speelruimteplan vastgesteld.
Bosbeheerplan
2022-2032
In 2022 is het Bosbeheerplan vastgesteld.
Op basis van de vastgestelde plannen is per kapitaalgoed inzicht gegeven in het gemeentelijke beleid, de doelstellingen, de activiteiten die op stapel staan, de daarmee gepaard gaande financiële middelen en eventuele ontwikkelingen en risico’s. Aan het einde van deze paragraaf bieden we integraal inzicht in de financiën die met het onderhoud van kapitaalgoederen gemoeid zijn.
Wegen Beleid Het gemeentelijke beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. De uitgangspunten zijn beschreven in het “beleidsplan wegen gemeente Oude IJsselstreek 2019-2023”. Het beleidsplan geeft, op basis van het (door de raad) vastgestelde kwaliteitsniveau en het aanwezige areaal, aan wat gemiddeld per jaar nodig is om de kwaliteit van de wegen op peil te houden. In het beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau basis moeten hebben (volgens de richtlijnen van de CROWsystematiek). Eén keer per twee jaar worden alle wegen in de gemeente Oude IJsselstreek geïnspecteerd op schades en beoordeeld op kwaliteit. Deze gegevens, samen met de vaste gegevens vanuit het beheerpakket, vormen de basis voor het uit te voeren onderhoud. Vanuit het beheerpakket kan een meerjarenplanning (3 jaar) voor het groot onderhoud aan de wegen worden opgesteld. In 2024 komt er een update van het huidige beleidsplan. Het opstellen van deze notitie loopt parallel met het opstellen van het Integrale Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR). Deze wordt in 2024 vastgesteld.
Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Schoon, heel, veilig Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)
Subdoelstelling
54
Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie
Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023 Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen
Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)
Kwaliteit In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5). Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. In 2024 zat de kwaliteit van de wegen in het algemeen op kwaliteitsniveau Laag (5,3). Dit had vooral te maken met het kwaliteitscijfer van de asfaltverhardingen (4.4). Het is daarom van belang dat we ons de komende jaren concentreren op de staat van onderhoud van de asfaltverhardingen. Hier houden we dan ook rekening mee met de planning voor het groot onderhoud aan de wegen en met de meerjarenplanning projecten 2024 t/m 2027 (reconstructies). In deze planningen (onderhoud en reconstructies) zitten vooral wegen met een asfaltverharding die onderhouden of vervangen moeten worden. Financiën Het huidige beleidsplan Wegen is door de raad in maart 2019 vastgesteld en heeft een looptijd tot 2023. Een update van het huidige beleidsplan zal in 2025 worden op- en vastgesteld. Met de uitgangspunten in het huidige beleidsplan, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie "basis" is een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten.
Deze kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van de exploitatie. Deze kosten worden ook ieder jaar geïndexeerd. De BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) staat niet toe dat de kosten voor vervangingen (reconstructies) worden meegeraamd in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden is een investeringsbudget vereist. Aan de hand van de nieuwe meerjarenplanning 2024 t/m 2027 is een investering van € 1.500.000 per jaar beschikbaar. Ontwikkelingen Ontwikkelingen op de markt omtrent wegbeheer worden gemonitord. Nieuwe onderhoudsmethodieken worden waar mogelijk in de vorm van een pilot uitgevoerd. Op basis van de opgedane kennis in de pilot wordt eventueel de ‘standaard’ onderhoudsmethodiek aangepast. Daarnaast worden oude materialen als puin of granulaat gebruikt onder nieuw aan te leggen wegen. De komende jaren zal nog meer aandacht zijn voor circulariteit. In de verschillende beheerfasen (bv. ook in de contracten) zal hier nadrukkelijk aandacht voor zijn. Daarnaast wordt gekeken naar het duurzaam toepassen van materialen. Waar mogelijk worden asfaltverhardingen in de verblijfsgebieden omgevormd tot elementverhardingen. Deze zijn duurzamer, maar op lange termijn zorgt dit ook voor een reductie in beheerkosten.
Gerealiseerd Naast het groot onderhoud aan de wegen vanuit de exploitatie zijn we in 2024 ook gestart met de uitvoering van de meerjarenplanning projecten. In 2026 wordt er weer een kwaliteitsmeting gedaan. Dan kunnen we zien of de huidige strategie tot een hoger kwaliteitsniveau van de wegen leidt. Risico’s Vanuit de Wegenwet heeft de gemeente de zorgplicht voor verhardingen. Dit betekent dat wij als wegbeheerder altijd verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit (de onderhoudstoestand) van de verhardingen die wij in beheer hebben. Het gebruik van de wegen moet veilig kunnen plaatsvinden. Schades/ongevallen door gebreken aan de weg moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Wij zijn als wegbeheerder verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht. De wegen moeten voldoende van kwaliteit zijn om de noodzakelijke functie te kunnen vervullen. Als voldoende kan worden aangetoond wij niet voldoen aan de zorgplicht kunnen wij aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele gevolgschade.
Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte Beleid
55
De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2023 heeft vastgesteld. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Schoon, heel en veilig
Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties.
Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).
Kwaliteit In het beheerplan is opgenomen dat elke vijf jaar het volledige areaal door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd wordt. In de tussenliggende jaren voert de eigen dienst inspecties uit. Voor de kunst in de openbare ruimte is ervoor gekozen om de eigen dienst jaarlijks een globale inspectie uit te laten voeren. Het jaarlijks onderhoud (schoonmaken) is hierop afgestemd. De laatste inspectie was in 2021. In 2026 wordt er weer een volledige inspectie uitgevoerd. Gerealiseerd Afgelopen jaar is voornamelijk aandacht besteed aan het regulier onderhoud van het areaal. Daarnaast zijn een aantal houten bruggen nader onderzocht, naar aanleiding van een inspectie van de eigen dienst. Uit het nader onderzoek kwam naar voren dat bij zeker drie bruggen de constructie ernstig is aangetast door houtrot. Mede ook gezien de leeftijd worden deze bruggen vervangen. Risico’s De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Openbare verlichting Beleid Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Uitvoeren beleidsnotitie 2022-2026 Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten) Uitvoeren vervangingsplan 2022 - 2026 (masten 50 jaar en ouder en armaturen van 25 te laten functioneren en bij te dragen aan een jaar en ouder) sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving. Uitvoeren regulier onderhoud Afhandelen storingen en klachten
Subdoelstelling
Aandacht voor circulaire economie en Smart City Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak
56
Kwaliteit In de periode 2017 t/m 2021 zijn bijna alle SOX en SON armaturen vervangen en waar mogelijk ook masten op leeftijd. In de periode 2022-2026 gaan we door met het vervangen van masten en armaturen. Dit doen we op basis van leeftijd (masten 50 jaar en armaturen 25 jaar). Naast het verminderen van het energieverbruik zorgt dit ook voor een daling van de veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat. Financieel Voor het vervangingsplan is de komende jaren investeringsbudget beschikbaar. De jaarlijkse kapitaallasten van deze investering worden uit het reguliere budget gedekt. Ontwikkelingen De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door. De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. De laatste SOX en SON armaturen worden in de hierboven genoemde periode ook vervangen. Vanaf 2022 zijn we gestart met de uitvoering van het nieuwe vervangingsplan voor masten en armaturen en zitten nu in het laatste jaar van het vervangingsplan. Gelijktijdig met het opstellen van nieuw beleid voor de OV zal ook een nieuw vervangingsplan opgesteld worden.
Het dimmen van de openbare verlichting voeren we verder in. Dit scheelt ongeveer 10% energieverbruik op de totale installatie. In 2024 is het nieuwe onderhoudscontract voor de periode 2024-2028 aanbesteed. Van Gelder Infra is de aannemer voor het onderhoud aan de openbare verlichting. Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland. Hier is de gemeente Brummen aan toegevoegd. Gerealiseerd Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Binnen het huidige budget kunnen we deze masten tijdig vervangen waarmee het stabiliteit risico beperkt blijft. We gaan door met het vervangen van oude verlichting. We gaan niet sneller vervangen dan op basis van leeftijd. Anders gooien we verlichting weg die nog niet afgeschreven is. Risico’s Zonder investering stagneert de grootschalige vervanging. De grootschalige vervanging van de conventionele verlichting door ledverlichting zal vertraging oplopen.
De vervanging van de verlichting zal dan jaarlijks uit het regulier onderhoudsbudget moeten gebeuren. Dit betekent jaarlijks fors minder vervangingen waardoor de doelstellingen uit het SER-energieakkoord niet gehaald worden. Bij niet of te weinig vervangen zullen de kosten in de toekomst toenemen omdat oude armaturen steeds meer energie verbruiken en meer kans op storingen geven. Het budget voor onderhoud wordt lager omdat deze als dekking van de kapitaallasten van de investering wordt gebruikt. De dekking van de kapitaallasten van het investeringsbudget wordt ten laste gebracht van het reguliere onderhoudsbudget. Hierdoor is er minder geld beschikbaar voor het reguliere onderhoud. Maar door de langere levensduur van ledverlichting ten opzichte van de conventionele verlichting, dus minder onderhoud ontstaat er op de termijn weer meer ruimte in het onderhoudsbudget.
Riolering Beleid In de afgelopen jaren waren gemeenten op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer, verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, is de verplichting voor het opstellen van een dergelijk plan vervallen. Wel blijven gemeenten verplicht invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken en het onderbouwen van de benodigde rioolheffing. Om aan deze verplichting te voldoen, is ervoor gekozen om een Water- en Rioleringsprogramma (WRP) op te stellen. Dit programma beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Eind 2023 is dit WRP door de gemeenteraad vastgesteld.
57
Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing. De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan ?
Hoofddoelstelling Schoon, heel, veilig (Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater)
Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028
Subdoelstelling Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering
Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028 Oplossen knelpunten
Voorkomen van “water op straat”
Uitvoering geven aan het Water- en Rioleringsprogramma 2024 - 2028
Gerealiseerd In het afgelopen jaar is er voor zo'n € 1.300.000 uitgegeven aan het vervangen, dan wel het relinen, van vrijvervalriolering. Hierbij zijn, daar waar nodig, tevens klimaatmaatregelen meegenomen. Aan de mechanische riolering, zoals rioolgemalen en pompunits in het buitengebied, is zo'n € 375.000 uitgegeven.
Groen, natuur en landschap Beleid Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2022) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel aan de onderkant. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek
Uitvoeren planmatig onderhoud
Subdoelstelling Streven naar beeldkwaliteit groen die overeen komt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan
Uitvoeren planmatig onderhoud
Kwaliteit Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt. Financieel De werkzaamheden voeren we uit binnen de huidige budgetten en formatie. We merken in het groen ook de effecten van klimaatverandering en de hiermee gepaard gaande financiële effecten. Ontwikkeling Vanuit de Visie Landschap, Natuur en Groene Kernen werken we verder aan vergroening. Dit doen we onder andere door meer bomen te planten en de biodiversiteit in de openbare ruimte en bermen te vergroten.
58
Gerealiseerd Aanplant 120 extra bomen in en rond Varsseveld. Aanplant 60 extra bomen in en rond Megchelen in samenwerking Levend Landschap Megchelen. Boomfeestdag: aanplant 500 bomen met 8 klassen van 5 scholen. Daarnaast werken we vanuit de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen elk jaar aan het uitbreiden van ecologisch beheer middels extra aanplant van bomen, bloemrijke grasvelden, vaste planten en dit jaar extra bloembollen in Varsseveld en Breedenbroek. Ook hebben we dit jaar 266 m2 Japanse duizendknoop behandeld in onze openbare ruimte. Risico’s Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten. Daarnaast zien we in toenemende mate risico’s voor ons boombestand als gevolg van verdroging en wateroverlast.
Speelplaatsen Speelplekken en -toestellen Gemeente Oude IJsselstreek kent ca 100 speelplekken, verspreid over de kernen. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling We willen toewerken naar een gevarieerd, aantrekkelijk en toegankelijk speelaanbod voor jong en oud dat goed verdeeld is over de wijken. Speelplekken kunnen daarbij ook dienen als centrale ontmoetingsplekken in de wijken.
Participatietraject opgestart voor alle omwonenden en andere betrokkenen bij de speelplekken.
Subdoelstelling In elke grote kern minimaal 1 inclusieve speelplek realiseren.
Overleggen met werkgroep Onbeperkt Meedoen.
Beleid De speelruimte in de gemeente Oude IJsselstreek zijn centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud met een uitdagend speel- en sportaanbod zoveel mogelijk naar de wens van inwoners van alle leeftijden. Kwaliteit Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen voldoen aan het WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen(=landelijke norm)). Financieel Tot het jaar 2027 is er budget voor vervanging, vergroening en inclusiviteit beschikbaar op de reeds bestaande speellocaties. Ontwikkeling Het speelruimteplan 'Samen naar buiten in de Oude IJsselstreek' vormt vanaf 2022 een actueel en leidend kader. Gerealiseerd We hebben dit jaar 9 speelplekken gerenoveerd conform het speelruimteplan. Bij de renovatie hebben we een participatietraject opgestart waarbij inwoners konden meedenken over de inrichting van de speeltuin via een online enquête. De enqueteresultaten zijn zoveel mogelijk verwerkt in 3 ontwerpen per speelplek. Vervolgens konden de inwoners stemmen op het ontwerp van hun voorkeur en is het ontwerp met de meeste stemmen ook daadwerkelijk aangelegd. In Bontebrug hebben we in samenwerking met de basisschool de gemeentelijke speelplek verplaatst naar het schoolplein, omdat hier meer ruimte beschikbaar was. De samenwerking met de basisschool en belangenvereniging was erg succesvol en daardoor heeft Bontebrug weer een toekomstbestendige speelplek.
Risico’s Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.
59
Beheer gebouwen Onderhoud gemeentelijke objecten Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling Behoud van de gemeentelijke gebouwen op een redelijk conditieniveau
Uitvoering MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP)
Beleid Kwaliteit De gemeentelijke gebouwen worden beoordeeld op basis van de norm NEN 2767. Hierin worden 5 verschillende conditiescores gehanteerd waarbij 1 een uitstekende conditie is en 5 een zeer slechte conditie. Afhankelijk van de groep waarin het gebouw is ingedeeld, dient het aan een minimaal conditieniveau te voldoen. Met de toepassing van deze condities wordt toegezien op de kwaliteit van de gebouwen. De gebouwen moeten op een redelijk niveau worden onderhouden om kapitaalvernietiging tegen te gaan. Uit de inspecties is gebleken dat een overgroot deel van de gebouwen niveau 3 (redelijke conditie) of beter heeft. Alle onderhoudsniveaus en de daar bijbehorende budgetten zijn hiermee in beeld. Voor de gebouwen die op korte termijn in aanmerking komen voor verkoop/sloop zijn er geen onderhoudsinspecties uitgevoerd. Het onderhoudsniveau kan voor deze gebouwen wat lager liggen. Financieel In de reguliere begroting is structureel budget opgenomen voor klein en groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Voor een overzicht van de beschikbare budgetten wordt verwezen naar de betreffende tabel. Ontwikkeling In de reguliere begroting is structureel budget opgenomen voor klein en groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Voor een overzicht van de beschikbare budgetten wordt verwezen naar de betreffende tabel.
Gerealiseerd In 2024 hebben we met zorg en aandacht gewerkt aan het beheer en onderhoud van het gemeentelijke vastgoed. De belangrijkste gerealiseerde werkzaamheden in 2024 waren:
Verkoop van woning Zeskamp in Ulft
Buitenschilderwerk aan rijksmonumenten van de DRU panden
Buitenschilderwerk kinderboerderij Engbergen
Vervanging van de koeling en verwarming in de brandweerkazerne Gendringen
Buitenschilderwerk aan molen Gerritsen in Silvolde Met deze gerealiseerde projecten hebben we bijgedragen aan het behoud van het gemeentelijke vastgoed, zodat deze gebouwen ook in de toekomst optimaal kunnen worden gebruikt. Risico's Het onderhoud van de gemeentelijke objecten loopt via de bestemmingsreserve gemeentelijke objecten. Structureel hogere onttrekkingen dan dotaties zorgen voor uitputting van de reserve.
60
Paragraaf Grondbeleid Inleiding Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat in artikel 9.2 dat de paragraaf grondbeleid een verplicht onderdeel vormt van de begroting. De paragraaf grondbeleid moet ten minste ingaan op (artikel 16 van het BBV):
Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken. Nota grondbeleid Het gemeentelijk grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, recreatie en natuur. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar dienstbaar aan de hiervoor benoemde beleidsvelden. De wijze waarop we deze doelstellingen willen bereiken, is vastgelegd in de Nota grondbeleid. Het grondbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is verantwoord in de Nota grondbeleid gemeente Oude IJsselstreek 2016. De raad geeft hierin de kaders aan waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie het grondbeleid moeten uitvoeren. De gemeente Oude IJsselstreek zet primair in op faciliterend grondbeleid, maar sluit actief grondbeleid niet uit. Zo kan actief grondbeleid een bijdrage leveren aan andere overkoepelende doelstellingen zoals het voorkomen van verpaupering, structurele leegstand of bij de realisatie van sociaal maatschappelijke doelstellingen in de zorg of op het gebied van welzijn. De huidige nota grondbeleid dateert van 2016 en is daarmee (mogelijk) achterhaald als gevolg van bijvoorbeeld de invoering en implementatie van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
Vandaar dat in 2025 begonnen zal worden met het actualiseren van het grondbeleid, zodat het in ieder geval weer aansluit op de nieuwe wetgeving. Meerjaren Prognose Grondexploitaties In de paragraaf grondbeleid moet een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie afgegeven worden. Uiteraard treft u verder in deze paragraaf het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 aan. Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht in de lopende grondexploitaties. Ook wordt daarin een verantwoording afgegeven van de wijzigingen die aan de orde zijn ten opzichte van de voorgaande grondexploitaties. Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken De gemeente Oude IJsselstreek kent geen reserve(s) voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen.
Wijziging in wet en regelgeving
61
Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor publieke organisaties ingevoerd. Het heeft tot gevolg dat de gemeente belasting moet afdragen over de winst die we met "commerciële activiteiten" maken. Onder commerciële activiteiten verstaat de Vpb - wetgeving activiteiten die zowel de gemeente als private partijen kunnen verrichten en waarmee overschotten worden behaald. Op basis van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2024 hebben we door een extern deskundige in 2024 een zogenaamde Quick Scan laten uitvoeren. De uitkomst van de Quick Scan is dat op basis van de hiervoor benoemde actualisaties en een doorkijk naar de toekomst (o.a. afsluiten grondexploitaties per 31 december 2024 en actualisatie per 1 januari 2025) geen positieve resultaten verwacht worden. Er is geen sprake van een structureel winstgevende activiteit. Derhalve is ook geen sprake van een onderneming voor de Vpb in het jaar 2024. De uitkomst van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 zal opnieuw aan de extern deskundige voorgelegd worden om te bezien of we te maken krijgen met de vennootschapsbelasting.
Winstneming In de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023)” van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Dit passen wij ook actief toe bij de grondexploitaties voor de woningbouwlocatie Slawijkseweg in Netterden, het bedrijventerrein De Rieze in Ulft en het bedrijventerrein Hofskamp - Oost II in Varsseveld. Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De wet voorziet in de integratie van de regels over onteigening, het voorkeursrecht, landinrichting, stedelijke herverkaveling en het kostenverhaal. De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevingsvisie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het bestemmingsplan). In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide procedures worden afzonderlijk van elkaar doorlopen.
Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven. Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. De wet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal: kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling (concreet eindbeeld en tijdsplanning van de ontwikkeling) en kostenverhaal voor organische ontwikkeling (dan ontbreken een tijdsplanning en een eindbeeld). Kostenverhaal met tijdvak is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit. Kostenverhaal zonder tijdvak kan alleen via het omgevingsplan plaatsvinden.
Het exploitatieplan zoals we die vanuit de Wro kennen, verdwijnt en daarvoor in de plaats komt de kostenverhaalsbeschikking.
62
Didam arrest De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 geoordeeld dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit houdt in dat het overheidslichaam de koper moet selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Een overheidslichaam dient dit beginsel in acht te nemen bij een beslissing met wie en onder welke voorwaarden het een overeenkomst sluit tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam met die van een private partij. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van de onroerende zaak, (ii) de selectieprocedure, (iii) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria.
Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken en wel op een zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Dit is een verstrekkende uitspraak en het betekent in ieder geval dat de gemeente haar werkwijze hierop heeft moeten aanpassen en hier ook naar handelt.
Actualisaties en herzieningen grondexploitaties Actualisatie grondexploitaties Alle lopende grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd. Daarmee wordt, conform één van de vereisten die gesteld wordt aan de paragraaf grondbeleid, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitaties afgegeven. Het actualiseren van de grondexploitatie houdt het volgende in:
Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar (2024);
Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten na 1 januari 2025;
Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen;
Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving;
Aanpassing parameters. Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht in de lopende grondexploitaties en moet gezien worden als aanvulling op de paragraaf grondbeleid behorende bij de jaarrekening. In de vergadering van 4 juli 2024 heeft de raad zowel de jaarrekening 2023 als het MPG op peildatum 1 januari 2024 vastgesteld. Met het vaststellen van het MPG zijn ook de financiële kaders voor de lopende grondexploitaties bepaald. Aanpassing parameters Bij het aanpassen van de parameters gaat het om het te hanteren rentepercentage, de kostenstijging en de opbrengstenstijging. Hieronder volgt een toelichting op de gehanteerde parameters:
63
De rente waarmee in de grondexploitatie wordt gerekend bedraagt 2,25% op jaarbasis. Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties. Het te hanteren rentepercentage is daarmee ongewijzigd ten opzichte van het gehanteerde rentepercentage in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2024;
Ten aanzien van de kostenstijging in 2024 geldt dat een onderscheid gemaakt is in de kosten voor het bouw - en woonrijp maken en in de overige kosten (waaronder planontwikkelingskosten). Voor wat betreft de kostenstijging in 2024 met betrekking tot het bouw - en woonrijp maken sluiten we aan op de GWW index van 4,19% (Bron: kostenstijging grond, weg - en waterbouw nieuwbouw van BDB Bouw(kosten) data d.d. januari 2025). De overige kosten zijn van peildatum 1 januari 2024 naar peildatum 1 januari 2025 geïndexeerd met 3,30% (bron: consumentenprijsindex 2024 CBS).
Voor de periode na 1 januari 2025 is voor wat betreft de kostenstijging aansluiting gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2025" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Ook daarbij wordt weer een onderscheid gemaakt in de te hanteren percentage voor de civieltechnische werken en in de overige kosten;
In het geval van de nog te verwachten grondopbrengsten voor de Slawijkseweg in Netterden, Kromkamp in Sinderen en de Rieze in Ulft geldt dat we geen opbrengstenstijging toepassen. Voor deze grondexploitaties geldt dat de resterende exploitatieperiode van korte duur is. Ook zijn in een aantal gevallen al (koop) afspraken gemaakt. Voor de grondexploitaties van De Tuit en Het VIP wordt wel rekening gehouden met een opbrengstenstijging. In beide gevallen geldt dat sprake is van een grondexploitatie met een lange doorlooptijd en zijn er nog geen afspraken met ontwikkelaars dan wel bedrijven gemaakt over afname van de gronden. De parameter voor de opbrengstenstijging is in dit geval gebaseerd op de "Outlook grondexploitaties 2025" van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Resultaten van gronden in exploitatie ( = actief grondbeleid) Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd van peildatum 1 januari 2024 naar peildatum 1 januari 2025. In de geactualiseerde grondexploitaties wordt een onderscheid gemaakt in de al gerealiseerde uitgaven en inkomsten per 31 december 2024 en in de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2025. In onderstaande tabel wordt per project (lopende grondexploitaties) allereerst het verloop van de boekwaarde weergegeven, de getroffen voorziening per 1 januari 2025 en het saldo onderhanden werk per 31 december 2024.
Om mee te beginnen: sinds 1 januari 2024 wordt het resultaat van de grondexploitaties op eindwaarde gepresenteerd. Dat betekent ook dat voor grondexploitaties met een tekort een voorziening op eindwaarde getroffen zal worden. De boekwaarde bedraagt € 7.621.869,- per 31 december 2024 en dit is inclusief de door de raad vastgestelde (en geopende) grondexploitatie voor De Tuit op 25 april 2024. Bij het opstellen van de jaarrekening over 2023 was nog geen sprake van een vastgestelde grondexploitatie voor De Tuit in Varsseveld. In de door de raad vastgestelde grondexploitatie voor De Tuit was al sprake van een boekwaarde van € 1.596.898,- per 31 december 2023. Het gaat hier om de voorbereidingskosten die met het openen van de grondexploitatie zijn ingebracht (van Immaterieel Vaste Activa naar Vlottende Activa overgeheveld). De daadwerkelijke financiële uitwerking heeft echter in 2024 plaatsgevonden. Voor De Tuit geldt dat in 2024 per saldo meer kosten dan opbrengsten gerealiseerd zijn. Het gaat om een saldo van € 719.398,- in 2024 en samen met het saldo van € 1.596.898,- per 31 december 2023 bedraagt de boekwaarde € 2.316.297,- per 31 december 2024. De grondexploitaties voor 't Kuipje in Breedenbroek (woningbouw) en Hofskamp Oost II in Varsseveld (bedrijventerrein) zijn per 31 december 2024 afgesloten.
Alle begrote kosten en opbrengsten voor 't Kuipje in Breedenbroek zijn per 31 december 2024 gerealiseerd en de grondexploitatie wordt dan ook afgesloten. Voor Hofskamp Oost II in Varsseveld geldt dat alle begrote opbrengsten en nagenoeg alle begrote kosten per 31 december 2024 gerealiseerd zijn. De resterende kosten zijn begroot op € 31.000,- en hebben betrekking op de aanleg van een aantal inritten (ontsluiting kavels), bedrijfsaansluitingen en de berminrichting. Gezien de lange doorlooptijd van deze grondexploitatie (ruim 15 jaar) en de financieel beperkte omvang van de restwerkzaamheden wordt de grondexploitatie per 31 december 2024 afgesloten. Wel is het voorstel om een bestemmingsreserve te vormen van € 31.000,- om de kosten van de restwerkzaamheden te dekken vanuit het positieve resultaat van de af te sluiten grondexploitatie. Een drietal grondexploitaties laten vooralsnog een tekort zien waarvoor dan ook conform de vereisten vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording een voorziening is getroffen. Het gaat om de grondexploitaties voor Kromkamp in Sinderen (woningbouw), De Tuit in Varsseveld (woningbouw) en Het VIP in Varsseveld (bedrijventerrein). De totale voorziening bedraagt € 1.673.338 op peildatum 1 januari 2025 en het saldo onderhanden werk komt daarmee uit op € 5.948.531 per 31 december 2024.
64
Hieronder volgt voor de lopende grondexploitaties op peildatum 1 januari 2025 een overzicht van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2025. Zowel de nog te realiseren uitgaven als inkomsten zijn inclusief kosten - dan wel opbrengstenstijging en rentelasten dan wel rentebaten (op eindwaarde):
Uit het overzicht volgt dat de grondexploitaties per saldo in totaliteit een negatief resultaat laten zien waarin de grondexploitatie voor de 1e fase in de ontwikkeling van Het VIP het grootste aandeel heeft. De grondexploitaties voor Kromkamp in Sinderen, De Tuit in Varsseveld en Het VIP in Varsseveld laten een tekort zien en zoals al toegelicht, is voor het tekort een voorziening getroffen. In het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2025 is rekening gehouden met de tussentijds genomen winst in 2024. Woningbouw Op peildatum 1 januari 2025 kennen we nog drie lopende grondexploitaties voor woningbouw. Het gaat daarbij om de grondexploitatie voor de Slawijkseweg in Netterden, Kromkamp in Sinderen en De Tuit in Varsseveld. Voor de Slawijkseweg in Netterden geldt dat in 2023 een plan met een capaciteit voor elf woningen conform vereisten vanuit het Didam arrest op de markt is gebracht. Hierop heeft een ontwikkelaar zich ingeschreven en momenteel wordt hard gewerkt aan de contractvorming. Naar verwachting zal in 2025 de resterende kavel gelegen binnen Kromkamp in Sinderen op de markt gebracht worden. Daar waar we aanvankelijk nog rekening hielden met de bouw van vier woningen (twee hoekwoningen en twee tussenwoningen) gaan we nu uit van de bouw van een vrijstaande woning (dan wel een twee onder één kap woning).
Aanleiding hiervoor is dat vanuit de markt geen interesse blijkt te zijn voor de bouw van de eerder benoemde vier woningen (ook niet als CPO). Op 22 april 2021 heeft de gemeenteraad een vijftal uitleglocaties met een capaciteit voor 1.400 tot 1.850 woningen voor de periode tot 2030 aangewezen. Op 8 maart 2023 is de Woondeal 1.0 in aanwezigheid van de minister getekend en in de periode tot 2030 mogen we afgerond 8.400 woningen realiseren waarvan afgerond 1.500 in de gemeente Oude IJsselstreek. Binnen de gemeente wordt volop aan de planvorming voor de aangewezen uitleglocaties gewerkt. Het resultaat hiervan is dat de raad op 25 april 2024 het bestemmingsplan, het stedenbouwkundig plan (inclusief beeldkwaliteitsplan), het exploitatieplan en de gemeentelijke grondexploitatie voor De Tuit heeft vastgesteld. Momenteel zijn we in afwachting van het beroep bij de Raad van State. Tegelijkertijd zijn we wel druk doende met het treffen van de voorbereidingen voor het bouwrijp maken van de 1e fase binnen De Tuit en het opstellen van een document in verband met de verkoop van kavels ten behoeve van de bouw van woningen binnen diezelfde 1e fase in de ontwikkeling. Daarnaast zijn we met Lenteleven in Gendringen en Biezenakker in Ulft in de voorbereidingsfase. We zijn druk doende met het opstellen van het TAM IMRO plan en alles wat daarbij komt kijken.
De daarmee gepaard gaande kosten worden gedekt vanuit de gevoteerde voorbereidingskredieten (verantwoording hierover verloopt via de bestuursrapportage). Deze voorbereidingskosten worden uiteindelijk ingebracht in de nog te openen gemeentelijke (grond)exploitatie voor de te onderscheiden locaties. Grondexploitaties bedrijventerreinen Per 1 januari 2025 kennen we nog twee grondexploitaties voor bedrijventerreinen. Het gaat om het bedrijventerrein De Rieze in Ulft en het Varsseveld Industriepark in Varsseveld. Voor De Rieze geldt dat nog circa 2,28 hectare beschikbaar hebben aan uit te geven bouwrijpe gronden. Daarvoor geldt echter wel dat voor meer dan de helft van de gronden al sprake is van een overeenkomst. Naar verwachting zullen de laatste kavels in 2026 verkocht worden en kan de grondexploitatie voor De Rieze per 31 december 2026 afgesloten worden. Voor wat betreft Het VIP geldt dat we er vooralsnog vanuit gaan dat start uitgifte van bouwrijpe kavels op de traditionele wijze niet voor 2029 plaats zal vinden in verband met netcongestie. Wel worden de voorbereidingen getroffen om het gebied bouwrijp te kunnen maken. Zo zullen de aanwezige opstallen in het plangebied in 2025 gesloopt gaan worden.
65
Naast onze eigen grondexploitaties voor bedrijventerreinen anticiperen werken we ook samen met de gemeenten Doetinchem, Montferland en Bronckhorst bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. Daarbij gaat het specifiek om de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein in de gemeente Doetinchem en DocksNLD in de gemeente Montferland. De vier gemeenten zitten risicodragend in deze ontwikkelingen. In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtelijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtelijnen betekent voor het A18 Bedrijvenpark dat het noordelijk deel weer in exploitatie is genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel. De recentelijke actualisatie van de grondexploitatie (peildatum 1 januari 2025) van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat een positief resultaat zien. We hoeven dan ook geen voorziening te treffen voor onze deelname in het Bedrijvenpark A18. Met het actualiseren van de grondexploitatie is ook een risico - analyse uitgevoerd en daaruit volgt dat het saldo aan financiële effecten van de geïnventariseerde kansen en bedreigingen binnen de geactualiseerde grondexploitatie zelf opgevangen kunnen worden.
Dit betekent dat we voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit geen rekening meer hoeven te houden met een financieel risico in relatie tot de ontwikkeling van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem. Tussentijdse winstneming In de notitie "Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023)" van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Bij de volgende grondexploitaties is (tussentijds) winst genomen: Slawijkseweg in Netterden, De Rieze V + VI in Ulft en Hofskamp Oost - II in Varsseveld. Voor de overige grondexploitaties geldt dat het nemen van (tussentijdse) winst niet aan de orde is, omdat of sprake is van een grondexploitatie met een tekort of er zijn nog geen gronden verkocht. In onderstaand overzicht wordt de winstneming per project in 2024 toegelicht:
De hoogte van de te nemen winst is bepaald op basis van de daarvoor geldende methodiek volgens de BBV. In 2024 is in totaliteit voor een bedrag van € 264.567,- aan winst genomen. De tussentijds genomen winst is als een "negatieve" opbrengst verantwoord in de geactualiseerde grondexploitaties voor de betreffende projecten per 1 januari 2025 en komt ten goede aan het jaarresultaat 2024. In de toelichting op het saldo onderhanden werk is al aangegeven dat de grondexploitatie voor Hofskamp oost II in Varsseveld per 31 december 2024 is afgesloten. Het bedrag aan te nemen winst van € 1.701.579,- per 31 december 2024 (zie bovenstaande tabel) komt dan ook overeen met het uiteindelijk resultaat van deze ontwikkeling met dien verstande dat het bedrag van in totaal € 31.000,- aan restwerkzaamheden hierop gecorrigeerd zou moeten worden om van het daadwerkelijk resultaat te kunnen spreken. Verloop resultaat grondexploitaties In de nu volgende tabel wordt het resultaat van de grondexploitaties per 1 januari 2024 (inclusief De Tuit) vergeleken met de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2025. Om een juiste vergelijking te kunnen maken, zijn de netto contante resultaten van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2024 met één jaar opgerent naar peildatum 1 januari 2025 (op basis van een verdisconteringsvoet van 2% op jaarbasis).
Dus het totaal netto contant resultaat van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2024 van € 2.907.716,- negatief bedraagt € 2.965.870,- negatief per 1 januari 2025 (€ 2.907.716 x 1,02). Dit resultaat wordt vergeleken met de uitkomst van de geactualiseerde grondexploitaties van € 1.048.623,- negatief per 1 januari 2025.
66
Uit het overzicht volgt een positief verschil van netto contant € 1.917.247,- op peildatum 1 januari 2025. Van het verschil is een deel toe te rekenen aan de (tussentijds) genomen winst van € 263.471,- (let op: netto contant) per 31 december 2024. De (tussentijds) genomen winst komt ten goede aan de gemeente, maar wordt wel onttrokken aan de grondexploitatie (het bedrag wordt in de boekwaarde als een negatieve opbrengst verantwoord). Het restant (positief) verschil van € 2.180.718,- is op hoofdlijnen toe te rekenen aan een wijziging in de verwachte kosten - en opbrengstenstijging, een gewijzigde fasering waardoor kasstromen anders uitpakken dan voorzien en een wijziging in de kosten en opbrengsten. Het is niet exact te duiden hoe groot het effect van een wijziging in de kosten - en opbrengstenstijging is op het resultaat. Het effect is namelijk mede afhankelijk van de fasering (wanneer worden welke uitgaven en inkomsten verwacht) en van de hoogte van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten. Maar om toch gevoel te krijgen in de verschillen worden in het nu volgende overzicht de in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 gehanteerde parameters vergeleken met de gehanteerde parameters in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025:
Uit het overzicht volgt dat de kostenstijging voor wat betreft de GWW kosten (civieltechnische werken) in 2024 hoger uitviel dan waarmee gerekend is in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2024 (geeft een negatief effect). Dat geldt echter niet voor de kostenstijging in relatie tot de overige kosten (waaronder de kosten van planontwikkeling). Deze viel juist lager uit dan waarmee in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 is gerekend en dat geeft een positief effect. Voor de periode na 1 januari 2025 is de verwachting dat het iets langer duurt voordat de kostenstijging weer op de gewenste 2,00% op jaarbasis uitkomt en dat heeft een kostenverhogend effect naar de toekomst toe. De opbrengstenstijging voor de uit te geven gronden binnen Het VIP wijkt in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 licht af van de gehanteerde opbrengstenstijging in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024. Het geeft een licht positief effect in het resultaat van de grondexploitatie. Tot slot het percentage opbrengstenstijging voor De Tuit: in de vastgestelde en geopende grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 werd met een lager percentage voor opbrengstenstijging gerekend dan waarmee nu in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 rekening mee houden.
De grondprijzen zijn geactualiseerd op peildatum 1 januari 2025 en ten opzichte van de gehanteerde grondprijzen in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 vallen ze gemiddeld genomen 8,75% hoger uit. Uiteraard geeft dat een positief effect in het resultaat van de grondexploitatie. Daarnaast passen we in de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025 een differentiatie toe in het te hanteren percentage voor opbrengstenstijging. We maken daarin een onderscheid in de verschillende woningbouwsegmenten. Voor de te ontwikkelen woningen in de sociale huur, goedkope koop en betaalbare koop hanteren we een opbrengstenstijging van 2,00% op jaarbasis (streefpercentage ECB). Voor de woningen in het dure segment hanteren we een hoger percentage (deze baseren we op de Outlook Grondexploitaties 2024 uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling). Zoals aangegeven, is ook de fasering van invloed van invloed op het resultaat. In het nu volgende overzicht worden de verwachte einddata per project weergegeven:
67
Hieronder volgt op hoofdlijnen per project een toelichting op de overige verschillen (de winstneming niet meegenomen) tussen de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 en de geactualiseerde grondexploitatie op peildatum 1 januari 2025. Een meer uitgebreide toelichting op de verschillen tussen de beide grondexploitaties is opgenomen in het Meerjaren Prognose Grondexploitaties.
Slawijkseweg in Netterden (woningbouw)
Het positieve resultaat van de grondexploitatie voor de Slawijkseweg in Netterden is toegenomen. Het overgrote deel van het positieve verschil is te danken aan het door de gecontracteerde marktpartij uitgebrachte grondbod. Deze valt hoger uit dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024.
Kromkamp in Sinderen (woningbouw)
Het resultaat van de grondexploitatie voor Kromkamp in Sinderen is omgeslagen van een licht positief resultaat naar een licht negatief resultaat. In de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 is rekening gehouden met de uitgifte van vier bouwrijpe kavels ten behoeve van een tweetal tussenwoningen en een tweetal hoekwoningen. Op basis van ontwikkelingen in 2024 houden we nu rekening met de uitgifte van een bouwrijpe kavel ten behoeve van de bouw van een vrijstaande woning. Dit levert per saldo minder op en resulteert dan ook in een grondexploitatie met een tekort waarvoor dan ook een voorziening wordt getroffen.
Kuipje in Breedenbroek (woningbouw)
In 't Kuipje in Breedenbroek zijn acht woningen gebouwd (zes starters woningen twee senioren woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeversschap). Omdat alle begrote kosten en uitgaven gerealiseerd zijn, wordt de grondexploitatie per 31 december 2024 afgesloten. De grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024 voor 't Kuipje liet een tekort zien van € 149.993,- per 31 december 2024 en voor het tekort is dan ook een voorziening getroffen. De nu geactualiseerde grondexploitatie laat een tekort zien van € 86.350,- per 31 december 2024 (het eindresultaat van deze ontwikkeling). De uiteindelijke kosten zijn lager uitgevallen dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2024. Dit heeft tot gevolg dat de omvang van de te treffen voorziening minder omvangrijk hoeft te zijn dan waarmee aanvankelijk rekening is gehouden. Omdat de grondexploitatie per 31 december 2024 afgesloten wordt, is de vereiste voorziening ingebracht en daarmee is sprake van een sluitend (neutraal) resultaat. Dit geeft in het gepresenteerde verschil een vertekend beeld: uit het overzicht volgt een positief verschil van € 149.993,- per 31 december 2024, maar het daadwerkelijk voordeel bedraagt € 63.643,- per 31 december 2024 zijnde het verschil tussen de getroffen voorziening van € 149.993,- per 31 december 2024 en de uiteindelijk ingebrachte voorziening van € 86.350,- per 31 december 2024.