CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking 2026 gemeente Oude IJsselstreek.pdf

Raadsvergadering 1 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Aanbieding "Handreiking 2026" door gemeentesecretaris mede namens de burgemeester en ambtelijke organisatie10.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

ຆ Versterking van agrarisch natuurbeheer en kringlooplandbouw. ຆ Toenemende maatschappelijke aandacht voor gezondheid, onder andere in relatie tot gewasbeschermingsmiddelen en geitenhouderijen. ຆ Ruimtelijke druk door woningbouw, recreatie en energietransitie. Er wordt gewerkt aan een langjarig investeringsprogramma met cofinanciering vanuit gemeenten, waterschap, provincie en Rijk. Daarmee ontstaan kansen voor gebiedsgerichte projecten, maar ook de noodzaak tot prioritering. De gemeente heeft onder de Omgevingswet een belangrijke rol bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat we bij ruimtelijke keuzes milieu, gezondheid, natuur en economische belangen in samenhang moeten afwegen

Handreiking 2026

ຆ Waar gaan we naartoe? Het doel is om in 2050 te komen tot een vitaal, leefbaar en toekomstbestendig buitengebied, zowel ecologisch als economisch. Dit vraagt: ຆ perspectief voor agrarische ondernemers; ຆ herstel en versterking van landschap en biodiversiteit; ຆ verbetering van waterkwaliteit; ຆ een gezonde en veilige leefomgeving; ຆ samenhang met woningbouw, recreatie en energietransitie. De landelijke koers zet in op stikstofreductie, doelsturing per gebied of bedrijf en verbetering van water- en bodemkwaliteit. Tegelijkertijd biedt het transitiefonds (opnieuw beschikbaar gesteld) mogelijkheden voor investeringen in verduurzaming, extensivering en innovatie. De mate waarin lokaal wordt geanticipeerd op deze ontwikkelingen, beïnvloedt de ruimte voor invloed en toegang tot middelen.

ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende periode vraagt expliciete keuzes op meerdere samenhangende spanningsvelden. 1. Proactief sturen versus afwachten Wordt primair gereageerd op rijks- en provinciale kaders zodra deze concreet zijn, of wordt vooraf een duidelijke lokale ontwikkelrichting vastgesteld? Een proactieve koers kan meer invloed en samenhang bieden, maar vraagt ook inzet van capaciteit en middelen. 2. Ontwikkelrichting van de landbouw Welke vormen van landbouw worden gestimuleerd in het buitengebied? Hoe wordt omgegaan met kringlooplandbouw, extensivering en innovatie, en hoe wordt voorkomen dat investeringen leiden tot nieuwe “lock-ins” waarbij ondernemers opnieuw vastlopen in veranderend beleid?

Handreiking 2026

3. Combineren van functies Welke functies kunnen in welke gebieden worden gecombineerd? Wat betekent dit voor de verhouding tussen landbouw, natuur, recreatie, wonen en energieopwekking? 4. Gezondheid Hoe wordt omgegaan met de maatschappelijke spanning rond gewasbeschermingsmiddelen en geitenhouderijen, zeker waar woningbouw en agrarisch gebruik elkaar raken? 5. KRW, natuurherstel en bodemkwaliteit Op welke wijze worden de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water, de Natuurherstelverordening en de Bodemmonitoringsrichtlijn meegenomen in lokale keuzes? 6. Prioritering Hoe worden prioriteiten gesteld wanneer meerdere opgaven tegelijkertijd spelen?

ຆ Kern van de opgave In het buitengebied komen ecologische, economische en maatschappelijke belangen samen. De centrale spanning ligt tussen duidelijkheid en flexibiliteit, tussen economische continuïteit en ecologische randvoorwaarden, en tussen landelijke kaders en lokale invulling. Duidelijke keuzes over ontwikkelrichting, prioritering en uitvoeringskracht bepalen in belangrijke mate het perspectief voor ondernemers en inwoners in het buitengebied.

33

2.7 Opgave Wonen en volkshuisvesting ຆ Waar komen we vandaan? Met de Woondeal 1.1 (2025) zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk, de provincie Gelderland en de acht Achterhoekse gemeenten over de woningbouwopgave. Voor Oude IJsselstreek is een ambitie vastgesteld van 2.500 woningen tot en met 2035. Deze opgave dient meerdere doelen: ຆ bijdragen aan het terugdringen van het landelijke woningtekort; ຆ versterken van de sociaaleconomische structuur van de regio; ຆ passende huisvesting voor eigen inwoners, met prioriteit voor starters en senioren; ຆ aantrekken van nieuwe inwoners om de bevolkingssamenstelling evenwichtiger te maken; ຆ behoud van leefbaarheid in kernen. De woningbouwopgave staat daarmee niet op zichzelf, maar hangt samen met arbeidsmarkt, voorzieningen, infrastructuur, zorg en leefbaarheid.

34

ຆ Waar staan we nu? Op basis van huidige prognoses wordt verwacht dat per 2035 circa 1.600 woningen binnen bestaande plannen gerealiseerd kunnen zijn. Dit betekent dat aanvullende plancapaciteit nodig is voor ongeveer 900 woningen om de ambitie te halen. De woningbouwopgave speelt zich af in een context van meerdere ruimtelijke en technische randvoorwaarden: ຆ bodemgesteldheid en waterstructuren; ຆ klimaatadaptieve inrichting; ຆ behoud en ontwikkeling van landschap; ຆ bereikbaarheid en infrastructuur; ຆ stikstof; ຆ netcongestie. Met name netcongestie vormt een groeiend risico. Wanneer nieuwe woningen niet tijdig op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten, kan dit directe gevolgen hebben voor het realisatietempo. Daarnaast vraagt de woningbouwopgave om aandacht voor betaalbaarheid van woningen en voor flexibiliteit in functionaliteit (wonen-welzijn-zorg). Binnenstedelijke ontwikkelingen vragen daarbij extra aandacht voor leefkwaliteit, groen en veiligheid.

Handreiking 2026

ຆ Waar gaan we naartoe? De komende periode staat in het teken van verdere uitwerking en prioritering van locaties, fasering en programmering. Belangrijke accenten zijn: ຆ het behouden van regie op tempo en kwaliteit; ຆ het realiseren van voldoende betaalbare woningen; ຆ het versterken van zorgzame buurten; ຆ het combineren van woningbouw met klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast vraagt de regionale samenwerking om afstemming over programmering, zodat vraag en aanbod in de regio in balans blijven. De mate waarin flexibel wordt omgegaan met plancapaciteit is bepalend voor de mogelijkheid om in te spelen op veranderende marktomstandigheden.

ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende periode vraagt expliciete keuzes op meerdere samenhangende spanningsvelden. 1. Locatieprioritering en fasering Welke locaties worden als eerste ontwikkeld en welke (nog) niet? Hoe wordt omgegaan met locaties waar ruimtelijke of technische belemmeringen groter zijn? 2. Tempo versus kwaliteit In welke mate wordt prioriteit gegeven aan snelheid van realisatie, en hoe wordt daarbij de kwaliteit van woonomgeving, klimaatadaptatie en landschappelijke inpassing geborgd? 3. Betaalbaarheid en doelgroepgericht bouwen Hoe wordt geborgd dat voldoende betaalbare woningen voor starters en senioren worden gerealiseerd? Hoe wordt omgegaan met de verhouding tussen koop en huur?

Handreiking 2026

4. Netcongestie en uitvoerbaarheid Hoe wordt geanticipeerd op beperkte netcapaciteit, wanneer dit directe gevolgen kan hebben voor het bouwtempo? Wordt gekozen voor gefaseerde ontwikkeling, netbewuste nieuwbouw of alternatieve oplossingen? 5. Samenhang met andere opgaven In welke mate wordt woningbouw afgestemd op voorzieningen, arbeidsmarkt en sociale basis, zodat groei daadwerkelijk bijdraagt aan leefbaarheid?

ຆ Kern van de opgave De woningbouwopgave is kwantitatief omvangrijk en kwalitatief complex. De centrale spanning ligt tussen ambitie en uitvoerbaarheid, tussen snelheid en ruimtelijke kwaliteit, en tussen groei en behoud van karakter.Heldere prioritering en samenhangende besluitvorming zijn bepalend voor het realiseren van de ambitie tot 2035.

35

Hoofdstuk 3 Randvoorwaarden en risico’s Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste randzaken waarmee rekening moet worden gehouden bij de uitvoering van toekomstig beleid. In onze ogen zijn de belangrijkste onderwerpen mobiliteit en wegen, omgevingsvisie, gemeentefinanciën (huidig en toekomstig), participatiebeleid, demografische ontwikkelingen en arbeidsmarktontwikkelingen.

Mobiliteit en wegen Een goede bereikbaarheid is een essentiële randvoorwaarde voor het bieden van een aantrekkelijke en toekomstbestendige woon- werk en leefomgeving. Daarvoor is wegenonderhoud onontbeerlijk en dit vraagt aandacht. Ook het oplossen van verkeersveiligheids-knelpunten en adequaat wegonderhoud vragen blijvende aandacht. Hiervoor zijn we in belangrijke mate afhankelijk van programmatische keuzes die op en ook op ons lokaal gemeentelijke niveau en ook op Rijksniveau, provinciaal en regionaal worden gemaakt. Niet alles kan en alles kan zeker niet tegelijk. Dit vraagt om keuzes binnen dit beleidsterrein en in samenhang met opgaven die binnen andere domeinen spelen.

Omgevingsvisie Het opstellen van een omgevingsvisie is een wettelijke verplichting op grond van de Omgevingswet, waarbij gemeenten uiterlijk 1 januari 2027 over een vastgestelde omgevingsvisie dienen te beschikken. Alle geschetste ruimtelijke ontwikkelingen worden hierin integraal afgewogen en in samenhang opgenomen. Gedurende het opstellingsproces wordt de raad periodiek geïnformeerd en betrokken.

36

Handreiking 2026

Financiën

ຆ Coalitieakkoord Rijk 2026-2030 Aan de slag

De basis voor de financiële situatie komende jaren in de gemeente, is de in november 2025 vastgestelde begroting 2026 - 2029. Hier zien wij een positief resultaat voor de jaren 2026 en 2027, en een negatief resultaat voor 2028 en 2029. Dit wordt voor een groot deel bepaald door de algemene uitkering die de gemeenten van het Rijk ontvangen. Daar is het effect zichtbaar van het doorschuiven van financiële ravijnjaren. Deze werden eerst vanaf 2026 verwacht, maar zijn doorgeschoven naar 2028. De begroting 2026 - 2029 is berekend op basis van de meicirculaire 2025. Daarna zijn de septembercirculaire en decembercirculaire uitgekomen. Verder heeft de gemeenteraad een besluit genomen op de investering Mobiliteitsopgaven Varsseveld, dat het negatieve resultaat vanaf 2029 vergroot met € 540.000 door de kapitaallasten van deze investering. In onderstaande tabel hebben wij deze effecten meegenomen in een nieuw uitgangspunt voor komende jaren. Bedragen x € 1.000

2026

2027

2028

2029

2030

Saldo begroting 2026-2029

1.634

1.131

-715

-812

-812

Septembercirculaire 2025

-85

-238

-322

-401

-401

Decembercirculaire 2025

305

119

-

-

-

-540

-540

-1.753

-1.753

Mobiliteitsopgaven Varsseveld (kapitaallasten)

Uitgangspunt 2026 - 2030

1.854

1.012

-1.037

*2030 is gelijk aan 2029, omdat gegevens van het nieuwe jaar worden gekopieerd

Het Coalitieakkoord 2026-2030 “Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland” geeft een vooruitblik op de belangrijkste plannen voor de komende kabinetsperiode van het Rijk. In het coalitieakkoord hebben partijen afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Ook de relatie met medeoverheden moet worden hersteld en het Rijk wil duidelijke afspraken maken met de gemeenten over de taken en de bekostiging. Het Rijk informeert gemeenten over de financiële gevolgen van het coalitieakkoord via de meicirculaire 2026. Het coalitieakkoord bevat geen generieke korting of generieke verhoging van de algemene uitkering. Wel komen er extra middelen voor versterken van de samenleving, zorg van onder andere chronisch zieken en sociale zekerheid.

ຆ Herziening verdeling gemeentefonds vanaf 2027 Het verdeelmodel van het Gemeentefonds (Algemene uitkering) heeft als doel om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk. Het voornemen is om per 1 januari 2027 een volgende stap te zetten in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling die vanaf 2023 geldt. Op basis van de onderzoeken die in het verleden zijn gedaan, zou de gemeente Oude IJsselstreek nog een deel van het voordeel ontvangen. Echter is nog onduidelijk op welke wijze dit vorm gaat krijgen. Mogelijk dat de uitwerking van de meicirculaire 2026 hier meer informatie over biedt.

Zie hoofdstuk 1 Demografische ontwikkelingen

3

*2030 is gelijk aan 2029, omdat gegevens van het nieuwe jaar worden gekopieerd Handreiking 2026

37

Participatie als houvast op weg naar een toekomstbestendig woon-, werk- en leefgebied ຆ Waar komen we vandaan? De gemeenteraad heeft het participatiebeleid s in 2021 vastgesteld. De verordening volgde eind 2022. Aanleiding was de motie-Nooren en het daaropvolgende wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau, dat gemeenten verplichtte een participatiebeleid vast te stellen. In onze gemeente is dit beleid samen met ongeveer 500 inwoners, de gemeenteraad en ambtelijke collega’s ontwikkeld. Het motto bij de verordening luidde: “Waarom moeilijk doen als het samen kan.”

ຆ Waar staan we nu? Participatie wordt gezien als een kerncompetentie van zowel medewerkers als bestuur. In het bijzonder zijn er twee functierollen binnen de gemeentelijke organisatie die hiermee belast zijn. De Omgevingstafel biedt een laagdrempelige tussenvorm waarin inwoners en medewerkers plannen gezamenlijk toetsen op haalbaarheid. In het najaar van 2025 is onder het inwonerspanel onderzoek gedaan naar communicatie en participatie. De uitkomsten vormen input voor de actualisatie van de communicatievisie ‘Oog en oor voor communicatie’ (2018) waarin participatie een onderdeel is.

Het beleid rust op drie duidelijke uitgangspunten:

ຆ Waar gaan we naartoe?

1. Duidelijkheid bij de start – vooraf helder zijn over doel, invloed en verwachtingen.

Participatie vraagt blijvende aandacht, professionalisering en duidelijke keuzes. Participatie ontwikkelt zich via learning by doing. De komende bestuursperiode ligt de focus op versterken, verdiepen en verbreden.

2. Plannen en beleid worden beter – participatie is geen doel op zich, maar een middel om kwaliteit te verhogen. 3. Zo representatief mogelijk – we streven naar betrokkenheid van een brede en diverse groep inwoners. Sinds 2022 ondersteunt een participatiecoach organisatie, bestuur, ondernemers en inwoners – gevraagd en ongevraagd – bij participatievraagstukken. De coach werkt daarbij nauw samen met het gemeentelijke team Communicatie.

1. Trainen en professionaliseren Structurele training in schrijven van college- en raadsvoorstellen, waarbij participatie en communicatie standaard onderdeel zijn. 2. Coachen en ondersteunen ຆ Actieve ondersteuning van inwonersinitiatieven (o.a. via de Omgevingstafel). ຆ Vroegtijdige betrokkenheid van raadsleden bij projecten met impact. ຆ Participatiecoach als vaste sparringpartner bij nieuw beleid. 3. Doorontwikkelen en vernieuwen ຆ Doorontwikkeling van het digitale platform OnzeOudeIJsselstreek. Gebruikmaken van de uitkomsten van het afstudeeronderzoek (2026) voor concrete verbeteracties. ຆ Creatiever inzetten van ’t Praotpunt als laagdrempelige dialoogplek.

38

Handreiking 2026

ຆ Aanbevelingen: hoe betrekken we inwoners beter? Om participatie verder te versterken, worden de volgende keuzes voorgesteld: 1. Start eerder en maak invloed expliciet Betrek inwoners aan de voorkant van plannen en geef duidelijk aan waar zij wel en geen invloed op hebben. Dit voorkomt schijnparticipatie en vergroot vertrouwen. 2. Werk gebiedsgericht en doelgroepgericht Niet iedere inwoner wordt bereikt via dezelfde kanalen. Combineer fysieke bijeenkomsten, digitale middelen en gerichte benadering via verenigingen, scholen en ondernemers. 3.Maak terugkoppeling verplicht Sluit ieder participatietraject af met een heldere terugkoppeling: wat hebben we opgehaald, wat doen we ermee en waarom? 4. Meet en leer structureel Evalueer jaarlijks een aantal trajecten samen met inwoners en raad. Wat werkte? Wat niet? Zo bouwen we aan een lerende organisatie. 5. Investeer in vertrouwen Participatie is geen instrument, maar een houding. Consequent, transparant en respectvol handelen is bepalend voor succes.

ຆ Welke keuzes liggen voor? Voor de nieuwe gemeenteraad liggen met name deze strategische keuzes voor: ຆ Blijven we participatie als kernwaarde positioneren in al ons handelen? ຆ Stellen we duidelijke minimumeisen aan participatie bij grote projecten? ຆ Investeren we structureel in training, coaching en digitale doorontwikkeling?

Handreiking 2026

39

Arbeidsmarktontwikkelingen ຆ Waar komen we vandaan? De Nederlandse arbeidsmarkt wordt al meerdere jaren gekenmerkt door structurele krapte. Deze ontwikkeling raakt ook de publieke sector. Gemeenten hebben de afgelopen jaren meer taken en verantwoordelijkheden gekregen, terwijl de beschikbare beroepsbevolking afneemt. Deze ontwikkeling sluit aan bij de in de opgave Arbeidsmarkt geschetste structurele krapte in de regio

ຆ Waar staan we nu? Binnen gemeenten in Nederland is sprake van: ຆ moeilijk vervulbare vacatures, met name in specialistische functies;

ຆ Waar gaan we naartoe? De verwachting is dat arbeidsmarktkrapte structureel van aard blijft. Dit betekent dat: ຆ prioritering van opgaven noodzakelijk kan zijn; ຆ realistische fasering van projecten belangrijker wordt; ຆ aantrekkelijk werkgeverschap en behoud van personeel cruciale randvoorwaarden zijn. De mate waarin ambities uitvoerbaar zijn, hangt mede af van beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel

ຆ Welke spanningen zijn zichtbaar? De centrale spanning ligt tussen:

ຆ toenemende concurrentie met andere overheden en de private sector;

ຆ inhoudelijke ambitie en beschikbare uitvoeringskracht;

ຆ stijgende loonkosten en hogere inzet van externe inhuur.

ຆ groeiende maatschappelijke opgaven en beperkte personele capaciteit;

Voor Oude IJsselstreek betekent dit dat uitvoeringskracht onder druk kan komen te staan, juist op de beleidsterreinen waar ambities hoog zijn (wonen, energietransitie, sociaal domein, vitaal buitengebied). Net als bij de regionale arbeidsmarkt speelt hier de spanning tussen ambitie en beïnvloedingsmogelijkheden.

ຆ kostenbeheersing en stijgende arbeidskosten. Arbeidsmarktkrapte vormt daarmee een structureel risico voor de haalbaarheid en voortgang van beleidsdoelstellingen.

Organisatiekracht Gezien de complexiteit van de opgaven, de benodigde randvoorwaarden voor uitvoering en de bijbehorende risico’s, is het van belang om periodiek te reflecteren op de wijze waarop wij onze organisatie en samenwerking hebben ingericht. Daarbij kan worden bezien in hoeverre regionale afstemming bijdraagt aan samenhang en uitvoeringskracht.

40

Handreiking 2026

Dossiers met urgente bestuurlijke keuzes ຆ Asielzoekerscentrum

ຆ Stichting DRU Industriepark

De gemeenteraad heeft op 17 april 2025 het Koersdocument huisvesting vluchtelingen vastgesteld. Daarmee is onder meer besloten om uitvoering te geven aan de Achterhoekse aanpak voor huisvesting van vluchtelingen en daarbinnen aan de opgave voor opvang van asielzoekers. De gemeenteraad heeft onder voorwaarden en wensen ingestemd met een grotere opvanglocatie van asielzoekers en statushouders (max. 448 plekken) voor langere periode (30 jaar). Nadat COA overeenstemming heeft bereikt met grondeigenaren wordt de gemeenteraad gevraagd wensen en bedenkingen te formuleren bij de concept bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het COA. Daarna wordt een wijziging van het omgevingsplan gemaakt, waar de gemeenteraad over beslist.

De stichting DRU Industriepark is de laatste jaren in financieel zwaar weer terecht gekomen. De gemeente is grootste subsidiegever en ook grootste schuldeiser van de stichting. Daarmee heeft de gemeente grote invloed op een duurzaam financieel herstel van de stichting. De in februari 2026 gepresenteerde analyse van de ontstane problemen lijken zicht te geven op mogelijkheden voor herstel. Daarbij doet de stichting een financieel beroep op de gemeente en dat vraagt nadere keuzes van de gemeente als het gaat om enerzijds indexering van de subsidie en huurbedragen en anderzijds om de opgelopen schulden.

Handreiking 2026

41

Handreiking 2026 - Overdrachtsdocument voor de nieuwe raadsfracties van gemeente Oude IJsselstreek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5044/documents/33434