Handreiking 2026 gemeente Oude IJsselstreek.pdf
Tekst van het document
Handreiking 2026
Overdrachtsdocument voor de nieuwe raadsfracties van gemeente Oude IJsselstreek
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
Managementsamenvatting
4
Inleiding
7
Hoofdstuk 1- Externe ontwikkelingen
8
Hoofdstuk 2 - Lokale uitdagingen
21
Hoofdstuk 3 - Randvoorwaarden en risico’s
36
Voorwoord Voor u ligt een ambtelijk inspiratiedocument 2026. In Oude IJsselstreek is het traditie bij de vorming van een nieuwe gemeenteraad, na de verkiezingen, een informatief document beschikbaar te stellen voor de raadsfracties. Ook na de vorige gemeenteraadsverkiezing bracht een ambtelijk collectief een informatief document uit over actuele ontwikkelingen, toekomstige opgaven en de keuzes die voorliggen. Nu doen wij dat opnieuw., In een tijd die wezenlijk anders is dan voorheen. De wereld om ons heen is ingrijpend veranderd en veranderingen volgen elkaar in toenemend tempo op. Geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid. Economische en maatschappelijke fundamenten van onze welvaart staan onder druk. Nederland en daarmee ook gemeenten staan voor omvangrijke opgaven die direct raken aan het welzijn en de bestaanszekerheid van inwoners. De gevolgen van mondiale ontwikkelingen laten zich moeilijk voorspellen. Wendbaarheid en veerkracht zijn essentieel. Dat vraagt om het tijdig aanpakken van problemen in plaats van ze door te schuiven. Het vraagt om solide overheidsfinanciën, zodat toekomstige schommelingen kunnen worden opgevangen. En bovenal vraagt het om het maken van duidelijke keuzes. Het Europees- en Rijksbeleid biedt helaas niet altijd het houvast dat in deze onzekere tijden eigenlijk nodig is.
Het is vaak de lokale overheid die dit beleid moet doorvertalen met consequenties die de lokale samenleving raken. Lokaal kunnen echter zeker ook zelfstandige keuzes gemaakt worden. En er kunnen nieuwe richtingen worden verkend en prioriteiten worden gesteld. Gaan we volop voor economische ontwikkeling, woningbouw, onderwijs, zorg, verkeer en bereikbaarheid of bijvoorbeeld leefbaarheid van kernen? En zijn we bereid om te accepteren dat keuzes die we maken consequenties hebben op andere beleidsvelden. Zoals duurzaamheid en milieu?
Handreiking 2026
Met deze handreiking schetst de ambtelijke organisatie overwegingen die kunnen helpen bij het maken van keuzes. Het is aan de politiek om richting te bepalen en besluiten te nemen. Namens de ambtelijke organisatie wens ik de nieuwe gemeenteraadsleden veel succes en voldoening bij het uitoefenen van hun belangrijke taak. Wij zien uit naar een constructieve, open en productieve samenwerking, in het vertrouwen dat wij gezamenlijk werken aan het best mogelijke perspectief voor onze inwoners en bedrijven. Ron Frerix Gemeentesecretaris Oude IJsselstreek
3
Managementsamenvatting
Strategische context (Hoofdstuk 1) De Handreiking 2026 biedt de nieuwe gemeenteraad een strategisch overzicht van externe ontwikkelingen, lokale opgaven en randvoorwaarden die bepalend zijn voor de komende bestuursperiode. De wereld om ons heen verandert ingrijpend. Geopolitieke spanningen, klimaatverandering, economische onzekerheid, technologische versnelling en afnemend vertrouwen in de politiek werken door tot op lokaal niveau. Gemeenten opereren in een context van toenemende complexiteit, groeiende verantwoordelijkheden en beperkte beïnvloedingsmogelijkheden. Demografisch kenmerkt Oude IJsselstreek zich door lichte bevolkingskrimp, bovengemiddelde vergrijzing en ontgroening. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt, voorzieningen, zorgvraag en leefbaarheid. De grijze druk neemt toe, terwijl de beroepsbevolking afneemt.
4
Economisch is de gemeente sterk in maakindustrie en zorg, met daarnaast bouw, toerisme en landbouw als relevante sectoren. De arbeidsmarkt is relatief gezond, maar kampt met structurele tekorten in techniek, zorg en ICT. De uitdaging ligt in het versterken van innovatie, het aantrekken van talent en het behouden van economische vitaliteit. Ecologisch staan klimaatverandering, stikstof en waterkwaliteit hoog op de agenda. Lokale keuzes worden steeds sterker beïnvloed door regionale, nationale en Europese kaders. Politiek-juridisch staan gemeenten onder druk door een disbalans tussen taken en middelen, lage voorspelbaarheid vanuit het Rijk en spanning tussen regionale samenwerking en lokale autonomie. Dit vraagt om heldere prioritering en een actieve lobby richting het Rijk.
Handreiking 2026
Lokale opgaven (hoofdstuk 2) In hoofdstuk 2 schetsen we zeven gemeentelijke opgaven, beschouwd vanuit herkomst, huidige stand, toekomstbeeld en voorliggende keuzes.
1. Arbeidsmarkt Structurele krapte en demografische krimp vragen om investeringen in bedrijventerreinen (VIP, Varssevelds Industriepark), innovatie, infrastructuur, onderwijs-arbeidsmarktaansluiting en verbreden van de economische basis. De spanning ligt tussen ambitie en beïnvloedingsmogelijkheden.
2. Energietransitie De uitvoering van het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie en de vaststelling van het Warmteprogramma zijn bepalend voor de voortgang richting 2050. Netcongestie vormt een belangrijke beperkende factor. De spanning ligt tussen ambitie, draagvlak en uitvoerbaarheid.
3. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is een randvoorwaarde bij zowel ruimtelijke ontwikkelingen, als bij vervangingsopgaven vanuit beheer. Investeringen aan de voorkant moeten toekomstige schade beperken. De spanning ligt tussen korte termijn kosten en lange termijn risicobeperking.
4. Maatschappelijke voorzieningen Demografische veranderingen en financiële druk vragen om herijking van het voorzieningenniveau. Keuzes rond clustering, gemeentelijke rol en investeringen in vastgoed zijn onvermijdelijk.
Handreiking 2026
5. Sociaal domein Met de visie “Naar het hart van de beweging” is ingezet op preventie en versterking van de sociale basis. Toenemende zorgvraag en beperkte middelen zetten het stelsel onder druk. De spanning ligt tussen ambitie en financiële beheersbaarheid en tussen het inzetten op preventie en inwoners die aanspraak maken op individuele voorzieningen.
6. Vitaal buitengebied Landbouw, natuur, water en ruimtelijke druk komen samen in het buitengebied. De komende periode vraagt om heldere keuzes over ontwikkelrichting en prioritering.
7. Wonen en volkshuisvesting De gemeente Oude IJsselstreek heeft de ambitie om tot 2035 ongeveer 2.500 woningen te bouwen. Voor ongeveer 1.700 woningen zijn al locaties of concrete plannen beschikbaar. Voor de overige woningen moet nog worden onderzocht waar deze gebouwd kunnen worden. De realisatie van deze ambitie vraagt om zorgvuldige keuzes over onder andere locaties, woningtypen, tempo van bouwen en prioriteiten. Daarnaast moeten ook uitdagingen zoals netcongestie, stikstof, water- en bodemcondities en klimaatadaptatie worden meegenomen.
5
Randvoorwaarden en risico’s (Hoofdstuk 3) ຆ Mobiliteit en wegen Een goede bereikbaarheid is essentieel voor een aantrekkelijke en toekomstbestendige woon-, werk- en leefomgeving. Dit vraagt blijvende aandacht voor wegenonderhoud en het oplossen van verkeersveiligheidsknelpunten. Keuzes worden niet alleen lokaal gemaakt, maar ook op regionaal, provinciaal en landelijk niveau. Daarom is het nodig om prioriteiten te stellen en deze af te stemmen met andere beleidsopgaven.
ຆ Omgevingsvisie Het opstellen van een omgevingsvisie is een wettelijke verplichting op grond van de Omgevingswet, waarbij gemeenten uiterlijk 1 januari 2027 over een vastgestelde omgevingsvisie dienen te beschikken.
ຆ Gemeentefinanciën De begroting 2026–2029 laat positieve resultaten zien in 2026–2027 en negatieve vanaf 2028. Onzekerheid rond de algemene uitkering, herziening van het gemeentefonds en kapitaallasten vergroten het structurele financiële risico.
ຆ Participatie Participatie is verankerd als kernwaarde. Verdere professionalisering, duidelijke procesafspraken en versterking van de rol van de raad zijn nodig om vertrouwen en kwaliteit van besluitvorming te borgen.
ຆ Arbeidsmarktontwikkelingen (gemeentelijke organisatie) Structurele arbeidsmarktkrapte bij gemeenten in Nederland zet uitvoeringskracht onder druk. Specialistische functies zijn moeilijk vervulbaar en kosten voor inhuur stijgen. De spanning ligt tussen beleidsambitie en beschikbare capaciteit.
6
ຆ Dossiers met urgente bestuurlijke keuzes Twee dossiers vragen op korte termijn besluitvorming met grote maatschappelijke impact: ຆ Asielzoekerscentrum (maximaal 448 plekken, 30 jaar) – besluitvorming over bestuursovereenkomst met COA en wijziging omgevingsplan. ຆ Stichting DRU Industriepark – financieel herstel vraagt keuzes over subsidie, huurindexering en schuldenpositie.
Handreiking 2026
Inleiding Aan het begin van een nieuwe raadsperiode ligt er een belangrijke bestuurlijke verantwoordelijkheid: het bepalen van de koers voor de komende jaren, met oog voor zowel de korte als de lange termijn. Ter ondersteuning daarvan stelt de ambtelijke organisatie, conform eerdere werkwijze, een handreiking op voor de nieuwe raadsfracties. Deze handreiking biedt meer dan een overdracht van de actuele stand van zaken. Het schetst de strategische context waarbinnen de gemeente opereert. En het maakt inzichtelijk welke structurele ontwikkelingen en onzekerheden de komende jaren bepalend zijn voor ons beleid en onze financiële positie. De handreiking biedt daarmee het nodige fundament in het maken van politieke keuzes voor het nieuwe coalitieprogramma, de eerstvolgende begroting en de daaropvolgende meerjarige financiële kaders. De maatschappelijke, economische en geopolitieke dynamiek op mondiaal en nationaal niveau is ingrijpend en minder voorspelbaar. Deze ontwikkelingen voltrekken zich grotendeels buiten onze directe invloedssfeer, maar hebben wel degelijk impact op onze lokale opgaven, investeringsruimte en bestuurlijke keuzes. Dit vraagt om een koersvaste en toekomstgerichte benadering, waarin niet alleen wordt gestuurd op ambities, maar ook op uitvoerbaarheid, financiële houdbaarheid en risicobeheersing.
In deze handreiking schetsen we eerst de relevante externe ontwikkelingen. Vervolgens de strategische opgaven die specifiek voor onze gemeente gelden. Tot slot benoemen we de randvoorwaarden en risico’s die invloed hebben op de uitvoering van het beleid. Hiermee beoogt dit rapport de raad en het nieuwe college te ondersteunen bij het maken van samenhangende, haalbare en toekomstbestendige keuzes.
Handreiking 2026
7
Hoofdstuk 1 Externe ontwikkelingen
Inleiding Voor dit hoofdstuk is gebruik gemaakt van de DESTEP-methode. Dat is een veelgebruikte methode om externe ontwikkelingen te duiden, analyseren en in beeld te brengen, omdat het op een gestructureerde en systematische manier inzicht geeft in de macro-omgeving van een organisatie. De zes factoren, demografisch, economisch, sociaal-cultureel, technologisch, ecologisch en politiek-juridisch, zorgen ervoor dat alle belangrijke externe invloeden worden meegenomen. Daarnaast helpt DESTEP bij het signaleren van kansen en bedreigingen waarop een organisatie zelf geen directe invloed heeft, maar die wel grote impact kunnen hebben op strategie en beleid.
DESTEP staat voor Demografisch, Economisch, Sociaal cultureel, Technologisch, Ecologisch en Politiek-juridisch. Voor een uitgebreide analyse verwijzen we u naar bijlagen 1 en 2. 1
8
Handreiking 2026
Demografische ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Mondiaal Vertraagde groei De wereldbevolking telt in 2025 ongeveer 8,23 miljard mensen en groeit met circa 0,85% per jaar (ongeveer 70 miljoen mensen). Deze groei is veel lager dan in de periode 1965 –1970, toen het groeipercentage piekte op 2,05% per jaar. Vergrijzing van de wereldbevolking Daarnaast vergrijst de wereldbevolking sterk. Het aantal mensen van 60 jaar en ouder stijgt van 1,1 miljard in 2023 naar 2,1 miljard in 2050. In 2030 is wereldwijd 1 op de 6 mensen 60 jaar of ouder.
ຆ Nationaal Bevolkingsomvang en groei Nederland telt per 1 januari 2025 circa 18,04 miljoen inwoners. De bevolkingsomvang blijft de komende decennia toenemen, maar het groeitempo neemt af. Volgens prognoses groeit de bevolking naar circa 19 miljoen inwoners in 2037 en circa 20 miljoen rond 2058, met een verwachte omvang van 20,6 miljoen in 2070. De bevolking groeit alleen door migratie. De natuurlijke aanwas is inmiddels negatief: het aantal sterfgevallen is hoger dan het aantal geboorten. Dit markeert een structurele omslag in de demografische dynamiek van Nederland.
Handreiking 2026
Vergrijzing en dubbele vergrijzing Nederland vergrijst in hoog tempo. Het aandeel 65-plussers stijgt van 20% in 2025 naar circa 25% rond 2040. In absolute zin groeit deze groep van 3,4 miljoen naar circa 4,8 miljoen personen. De vergrijzing wordt versterkt door een sterke toename van het aantal 80-plussers, dat naar verwachting verdubbelt tot 1,6 miljoen in 2040. De zogenoemde grijze druk (de verhouding tussen 65-plussers en de potentiële beroepsbevolking) neemt aanzienlijk toe. In 2040 staan naar verwachting nog slechts twee personen in de werkzame leeftijd tegenover één AOW-gerechtigde. Deze ontwikkeling heeft ingrijpende consequenties voor arbeidsmarkt, zorg, pensioenen en overheidsfinanciën.
ຆ Lokaal Bevolkingsontwikkeling De gemeente Oude IJsselstreek telt in 2025 circa 39.500 inwoners. Sinds het begin van de herindeling (2005) is het aantal inwoners nagenoeg stabiel gebleven. Volgens CBS-prognoses daalt het aantal inwoners tot circa 37.200 in 2050. Een afname van ongeveer 5,6% ten opzichte van 2020. De bevolkingsontwikkeling wordt getypeerd door beperkte instroom en een gering vestigingsoverschot. Vergrijzing en ontgroening Oude IJsselstreek vergrijst sterker dan het landelijk gemiddelde. Het aandeel 65-plussers ligt aanzienlijk hoger dan nationaal en stijgt verder tot circa 28–30% in 2050. Tegelijkertijd is sprake van ontgroening. Het aandeel jongeren neemt licht af, wat gevolgen heeft voor onderwijsvoorzieningen en toekomstige arbeidsmarktontwikkeling.
9
ຆ Conclusie De wereldbevolking groeit minder snel dan voorheen en vergrijst daarnaast sterk. Ook Nederland bevindt zich in een structurele demografische transitie. Kenmerken zijn: afnemende natuurlijke groei, sterke vergrijzing en toenemende diversiteit. Deze ontwikkelingen hebben ingrijpende consequenties voor onze arbeidsmarkt, zorg, pensioenen en overheidsfinanciën. Voor Oude IJsselstreek is sprake van een combinatie van bevolkingskrimp, bovengemiddelde vergrijzing, lichte ontgroening en druk op voorzieningen en arbeidsmarkt.
Aanbeveling Werk vanuit een gebiedsgerichte benadering, waarin demografische trends integraal worden betrokken bij strategische keuzes op het gebied van wonen, zorg, economie en leefbaarheid.
10
Handreiking 2026
Economische ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Mondiaal Weerspiegeling van onzekerheden De wereldeconomie bevindt zich in 2025 in een fase van gematigde groei. Er wordt een mondiale groei van circa 3% in 2025–2026 verwacht. Dit ligt onder het historische gemiddelde en weerspiegelt blijvende onzekerheden na de pandemie, inflatieschokken en toenemende geopolitieke spanningen. Risico’s en kansen De wereldeconomie heeft te maken met meerdere structurele risico’s. Denk aan de sterke vergrijzing, klimaatverandering, hoge schulden en instabiliteit, lage productiviteitsgroei in ontwikkelde landen en energieprijsinstabiliteit. Daarnaast worden kansen gezien in digitalisering, investeringen in defensie, versterking van de Europese concurrentiekracht en herstel van de toeristische markt. Arbeidsmarkttransitie De arbeidsmarkt verandert fundamenteel door digitalisering en automatisering. De kernopgave verschuift van werkgelegenheid naar inzetbaarheid. Dit vraagt om structurele investeringen in vaardigheden, leven lang ontwikkelen en adaptieve onderwijssystemen.
ຆ Nationaal Gematigde groei De Nederlandse economie groeit in 2025 – 2026 met circa 1,5% per jaar, na eerdere stagnatie. Groei komt vooral door hogere consumptie en herstel van investeringen, maar blijft gematigd door arbeidsmarktkrapte en vergrijzing. Arbeidsmarktkrapte De koopkracht stijgt licht en de inflatie daalt, al blijft die boven de Europese doelstelling. De arbeidsmarkt blijft krap met aanhoudende personeelstekorten in onder meer bouw, zorg, onderwijs en techniek.
Handreiking 2026
ຆ Lokaal Economische ontwikkelingen De economie van onze gemeente leunt sterk op de maakindustrie en zorg (samen circa 20% van de banen), met daarnaast bouw, toerisme en landbouw als relevante sectoren. Ongeveer 40% van de werkgelegenheid bevindt zich op bedrijventerreinen. De gemeente investeert gericht in haar innovatie-ecosysteem en specifiek in innovatieve clusters. Kansen zijn er voor de defensie-industrie. Arbeidsmarktopgave De Achterhoek kent een zeer kleine banengroei van 0,2% tussen 2023 en 2025, ver onder het landelijk gemiddelde van 1,4%. De arbeidsmarkt in onze gemeente is relatief gezond met een dalende werkloosheid, maar kampt met personeelstekorten in techniek, zorg en ICT.
11
ຆ Conclusie Mondiaal hebben de geopolitieke spanningen invloed op de economie, maar ook klimaatverandering en vergrijzing. De economische toekomst van Nederland wordt bepaald door hoe goed we omgaan met arbeidsmarktkrapte, vergrijzing en de transitie naar een duurzame, innovatieve economie. Landelijk zijn herstel van koopkracht, productiviteitsgroei en investeringen in kennisintensieve sectoren hoopgevend, maar structurele arbeidsmarktproblemen vragen om duurzame oplossingen. Lokaal heeft Oude IJsselstreek een unieke positie door zijn sterke maakindustrie, innovatieve clusters en actieve samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. De uitdaging is om de demografische ontwikkeling te keren, jong talent aan te trekken en te investeren in innovatie en duurzaamheid via een integraal, duurzaam en sociaaleconomisch beleid.
Aanbeveling Slim investeren en positioneren van je economische beleidsopgaven heeft impact op alle grote opgaven van de gemeente, zoals demografische ontwikkeling, sociale participatie, verduurzaming van de leefomgeving, woningbouwontwikkelingen en infrastructuur.
12
Handreiking 2026
Sociaal culturele ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Nationaal Toenemende sociaal culturele ongelijkheid Nederland kampt met groeiende ongelijkheid op het gebied van gezondheid, opleiding, sociaal netwerk en culturele bagage. Eén op de zes Nederlanders beschikt over weinig hulpbronnen en ervaart meerdere problemen. Dit beperkt maatschappelijke participatie en vertrouwen in overheid en medeburgers. Hoewel sociaal vertrouwen in Nederland relatief hoog blijft, groeit de kloof tussen rijke en arme leefwerelden. Mensen in maatschappelijk kwetsbare posities voelen zich minder gehoord, en conflicten tussen groepen nemen toe. Vrijwilligerswerk en verenigingen blijven cruciaal voor cohesie, terwijl digitalisering ongelijkheid kan vergroten.
ຆ Mondiaal Belangrijkste veranderingen Mondiaal zijn twee belangrijke verschuivingen zichtbaar: van religiositeit naar wetenschappelijke rationaliteiten en van economische zekerheid naar individuele autonomie en kwaliteit van leven. Modernisering, technologie en globalisering beïnvloeden deze veranderingen, met verschillen tussen generaties. Toenemende polarisatie Polarisatie neemt wereldwijd toe en vormt een nieuw risico voor organisaties en samenlevingen. Zowel ideologische polarisatie onder politieke kringen, als affectieve polarisatie onder inwoners in combinatie met toenemend geweld en antidemocratisch gedrag. Economische crises, populisme, sociale media en geopolitieke verdeeldheid versterken de genoemde ontwikkelingen
Eenzaamheidsopgave Eenzaamheid blijft een structureel probleem, vooral onder alleenwonenden, eenoudergezinnen, ouderen (75+) en lage inkomens. Circa 10% van de bevolking voelt zich sterk eenzaam. Eenzaamheid beïnvloedt mentale en fysieke gezondheid en blijft zonder gerichte acties stijgen tot 2050. Culturele diversiteitsgroei Door immigratie groeit de diversiteit in Nederland. Arbeidsmigranten ervaren vaak lagere sociale cohesie door tijdelijke verblijven, lange werkweken en taalbarrières. Integratie via menging in woningbouw, onderwijs en werk kan gescheiden leefwerelden doorbreken. Vertrouwen in de landelijke politiek Het vertrouwen in de landelijke politiek is historisch laag (29%). Inwoners ervaren dat de politiek problemen niet oplost, onvoldoende samenwerkt en grote beloftes niet nakomt. Tegelijkertijd zijn de verwachtingen van een nieuw kabinet hoog.
Handreiking 2026
13
ຆ Lokaal De kracht van verenigingen en vrijwilligerswerk Oude IJsselstreek beschikt over een sterke sociale basis met actieve vrijwilligers, verenigingen en informele netwerken. De gemeente bevordert vrijwilligerswerk en sociale participatie als onderdeel van het sociaal domeinbeleid. De gemeente draagt ook bij in het tegen gaan van eenzaamheid. Eenzaamheid blijft namelijk een aandachtspunt, vooral onder ouderen, alleenwonenden en migranten, versterkt door de vergrijzing van de gemeente. Integratie en diversiteit Met toenemende (arbeids)migratie is integratie een uitdaging. Migratie is één van de factoren die van invloed kan zijn op de culture normen en waarden van buurten en wijken. Buurten met veel migranten vragen om extra aandacht voor sociale cohesie en participatie. Veiligheid Veiligheid is een belangrijk thema in Oude IJsselstreek. De gemeente heeft een integraal veiligheidsbeleid waarin sociale veiligheid en fysieke veiligheid een plek hebben. Het richt zich op samenwerking met inwoners, politie en partners in zorg en welzijn. Daarbij is er ook aandacht voor het bevorderen van sociale cohesie onder inwoners.
ຆ Conclusie De wereld is meer dan ooit verbonden, maar tegelijkertijd meer dan ooit verdeeld. Verdere polarisatie is een gevaar voor samenlevingen. Ook nationaal. De sociaal-culturele toekomst van Nederland en Oude IJsselstreek wordt bepaald door hoe goed we omgaan met ongelijkheid, digitalisering, afnemende sociale samenhang, eenzaamheid, integratie en dalend politiek vertrouwen.
Aanbevelingen ຆ Investeren in meer kennis over nieuwe generaties, digitalisering en social media helpt. Voor nieuwe generaties wordt en is de leefwereld meer een hybride van fysiek en digitaal. ຆ Het kan helpen om te investeren in taal- en participatieprogramma’s, verbinden met de lokale gemeenschap om de gescheiden leefwerelden te doorbreken. Denk daarbij aan menging in wonen, voorzieningen en werk.
14
Handreiking 2026
ຆ Nationaal
Technologische ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Mondiaal Impactvolle veranderingen In de komende jaren bevindt de wereld zich in een cruciale fase van grote technologische vooruitgang. Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich tot autonome systemen, kwantumcomputers vinden hun weg naar commerciële toepassingen en biotechnologie vervaagt de grens tussen natuurlijk en kunstmatig. Kansen en risico’s Deze technologische vooruitgang biedt kansen, maar ook geopolitieke uitdagingen. In sommige landen ontwikkelt de technologie sneller dan in andere. Daardoor kan de digitale kloof en ongelijkheid groter worden. Europa richt zich op regulering en zelfbeschikking, de VS op private innovatie, en Azië op productie-dominantie. De grote AI investeringen brengen aanzienlijke economische risico’s met zich mee als ze zich niet terugbetalen.
De stand van zaken Nederland staat technologisch goed gepositioneerd met sterke prestaties op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), digitale infrastructuur, robotisering en kwantumtechnologie. Het gebruik van AI groeit snel, maar het algemene bewustzijn van AI-regelgeving en geletterdheid blijft laag. Tegelijkertijd blijft het land achter op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (R&D), waardoor Nederland concurrentiekracht en innovatiecapaciteit verliest en het startup-ecosysteem onder druk staat. Bedrijven vertrekken naar het buitenland vanwege tekort aan kapitaal, talent en ruimte, terwijl cybersecurity-dreigingen en digitale ongelijkheid toenemen. De basis is gelegd De digitale infrastructuur is een belangrijke kracht: glasvezel bereikt meer dan 90% van de huishoudens en 5G is breed beschikbaar in stedelijke gebieden. Buitengebieden vereisen nog aanvullende, hybride oplossingen. Robotisering en automatisering in de maakindustrie nemen snel toe, waardoor routinematig werk verdwijnt en technisch hoogwaardig werk ontstaat. MKB-bedrijven hebben hierbij ondersteuning nodig. De ICT-sector groeit gestaag, maar digitale vaardigheden zijn ongelijk verdeeld, waardoor kwetsbare groepen risico lopen om achterop te raken. De uitdagingen Er is een integrale strategie nodig. Kennisinstellingen en startups moeten gesteund worden.
Een nationale AI-strategie en grootschalige voorlichtingscampagnes zijn essentieel. Cybersecurity moet blijven worden doorontwikkeld. Tegelijkertijd moeten robotisering en automatisering toegankelijk worden gemaakt voor MKB-bedrijven, omscholing worden bevorderd en digitale vaardigheden bij kwetsbare groepen worden vergroot. Europese samenwerking en het aantrekken van internationaal talent blijft voor Nederland cruciaal.
Nieuwe technologie die computers, communicatie en wetenschap in de toekomst veel krachtiger maken.
2
Handreiking 2026
15
ຆ Lokaal Risico’s en uitdagingen Wereldwijde en geopolitieke ontwikkelingen vergroten de digitale risico’s voor de gemeente, haar inwoners en lokale bedrijven. Dit roept vragen op over waar data worden opgeslagen, hoeveel controle we daarover willen en of we meer regie moeten nemen. Tegelijk moeten we inwoners beschermen in een steeds digitalere samenleving en voorkomen dat minder digitaal vaardigen slachtoffer worden. Ook voor werkgevers in de gemeente vormt digitale veiligheid een direct economisch risico. Dit vraagt om een duidelijke bestuurlijke keuze over welke risico’s we prioriteit geven en hoeveel tijd, capaciteit en middelen we inzetten voor passend beleid.
ຆ Conclusie Mondiaal zijn de komende jaren cruciaal, zowel als het gaat om technologische vooruitgang als om geopolitieke verhoudingen. Nederland heeft sterke technologische troeven, zoals leidend AI-gebruik, uitstekende glasvezel- en 5G-dekking en hoogwaardig kwantumonderzoek. Tegelijkertijd bestaat een kritieke R&D-achterstand, vertrekken startups naar het buitenland, is AI-geletterdheid laag en nemen cyberdreigingen toe. Ook op lokaal niveau. Gericht beleid is nodig om deze uitdagingen te tackelen.
Aanbeveling Een bestuurlijk afweging is nodig: welke keuzes maken we gezien de wereldwijde politieke verhoudingen, en hoeveel tijd, capaciteit en middelen willen we inzetten om deze risico's in kaart te brengen en er gericht beleid op te ontwikkelen.
16
Handreiking 2026
Ecologische ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Mondiaal Klimaatverandering In 2024 is voor het eerst sinds het pre-industriële tijdperk de kritische 1,5°C-grens overschreden. De wereldwijde gemiddelde temperatuur was 1,6°C graad warmer. Extreme hitte, droogte en overstromingen treffen miljarden mensen wereldwijd, terwijl Europa het snelst opwarmt. Klimaatverandering veroorzaakt aanzienlijke gezondheidsrisico’s en tussen 2030 – 2050 jaarlijks naar schatting 250.000 extra sterfgevallen door ondervoeding, ziekten en hittestress. Klimaatverandering, in combinatie met het biodiversiteitsverlies, heeft ook effect op voedselzekerheid en de water- en bodemkwaliteit. Energietransitie De verandering van het klimaat versnelt. Aan de andere kant wordt steeds meer geïnvesteerd in duurzame energie. Voor het eerst sinds 1940 wordt meer dan 40% van de wereldwijde elektriciteit opgewekt uit duurzame bronnen, waarbij zonne-energie een centrale rol speelt. De EU is koploper in hernieuwbare energie. China is wereldwijd dominant in productiecapaciteit van zonne- en windenergie. De energietransitie biedt kansen voor economische groei, geopolitieke herstructurering en CO2-reductie.
Handreiking 2026
ຆ Nationaal De uitdagingen Nederland staat voor grote ecologische uitdagingen. De CO2-doelen voor 2030 lijken niet haalbaar. De uitstoot van broeikasgassen, luchtverontreiniging en stikstof legt nog steeds druk op natuur, gezondheid en leefomgeving. Hernieuwbare energie groeit, maar Nederland blijft afhankelijk van energie-import. Het tempo van de overgang naar duurzame warmte en aardwarmte moet omhoog.. Tegelijkertijd vereist de stikstofproblematiek, achterblijvende biodiversiteit en stagnatie in waterkwaliteit urgente actie, terwijl drinkwatertekorten en overstromingsrisico’s door klimaatverandering toenemen. De opgaven Als Nederland kun je investeren in een in circulaire economie, energieonafhankelijkheid, natuurherstel en klimaatadaptatie, gecombineerd met ruimtelijke inrichting die hitte, droogte en wateroverlast opvangt. Beleidsmaatregelen moeten regionaal afgestemd, innovatief en financieel haalbaar zijn, en gericht op het behalen van de doelen voor 2030 en 2050.
17
ຆ Lokaal
ຆ Conclusie
Klimaatopgaven Er is goed inzicht in de belangrijkste klimaat- en wateruitdagingen voor de komende jaren. Het gaat daarbij onder meer om waterkwaliteit, de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, drinkwaterbesparing, het principe water en bodem sturend en de aanpak van droogte. Er zijn twee belangrijke instrumenten ontwikkeld ter ondersteuning van ruimtelijke keuzes. Ten eerste de doorrekening van de zogenoemde Limburgbui van 2021. Deze laat zien dat een extreme neerslagsituatie ook in de Achterhoek tot grote problemen kan leiden. Ten tweede de Signaleringskaart water en bodem sturend, die inzicht geeft in de geschiktheid van locaties voor woningbouw vanuit het water- en bodemsysteem.
Mondiaal verandert het klimaat steeds sneller. Aan de andere kant wordt steeds meer geïnvesteerd in duurzame energie. De ecologische toekomst van Nederland staat onder druk door klimaatverandering, stikstof- en biodiversiteitsverlies, waterproblemen en een vertraagde circulaire economie. Ondanks sterke troeven zoals groeiende hernieuwbare energie, goede luchtkwaliteit en wereldleiderschap in waterbeheer, ligt het 2030-klimaatdoel (55% CO2-reductie) buiten bereik en blijven natuur, water en klimaatrisico’s kwetsbaar. Alleen met versnelling van de energietransitie, een stevige stikstofaanpak, integrale waterstrategie, ambitieus circulair beleid en klimaatadaptatie kan Nederland zijn doelen halen.
Energietransitie Oude IJsselstreek profileert zich als een koploper in de regionale energietransitie in de Achterhoek en streeft ernaar om uiterlijk in 2050 volledig energieneutraal te zijn. De gemeente is sterk in het opwekken van duurzame energie, met name door windmolens, zonneparken en overige lokale initiatieven.
Aanbevelingen ຆ Onderzoek en weeg af wat van belang is qua beleidsinvesteringen op de korte of lange termijn, of beiden. Investeringen die op korte (5 jaar) termijn moeilijk te rechtvaardigen zijn, kunnen op lange termijn (20, 50 of zelfs 100 jaar) een veelvoud aan waarde opleveren in de vorm van vermeden schade, gezondheid en welzijn en zelfs vestigingsklimaat. ຆ Ontwikkel een integrale visie op circulaire economie. Het draagt niet alleen bij aan een ecologisch toekomstbestendig Nederland, maar ook aan economische kansen voor onze regio en gemeente.
18
Handreiking 2026
ຆ Nationaal Vertrouwen in de politiek Het vertrouwen in de politiek is met 29% historisch laag. Veel Nederlanders ervaren een “betrouwbaarheidscrisis”. Zij vinden dat de politiek problemen niet oplost, te veel met zichzelf bezig is en onvoldoende samenwerkt. Hoewel inwoners kritisch zijn, verwachten zij wel degelijk daadkracht van het nieuwe kabinet, vooral op het gebied van wonen, bestaanszekerheid, migratie en defensie. Herstel van vertrouwen vraagt daarom om zichtbaar effectief bestuur, samenwerking, transparantie en betere vertegenwoordiging.
Politiek-juridische ontwikkelingen mondiaal, nationaal en lokaal ຆ Mondiaal Democratische erosie Kenmerk van de mondiale politiek-juridische situatie in 2025 is de spanning tussen een steeds meer multipolaire machtsstructuur en pogingen tot handhaving van de internationale rechtsstaat en regelgeving. Europa neemt een leidende rol in technologische- en klimaatregelgeving, terwijl het internationale rechtssysteem uiteenvalt door geopolitieke verschuivingen en opkomende autocratische bewegingen. Wereldwijd neemt het aantal democratieën af. Driekwart van de wereldbevolking leeft inmiddels in autocratische staten, waarbij autocratische leiders vaak via reguliere verkiezingen de democratie van binnenuit uithollen. Dit zet fundamentele waarborgen zoals vrije pers, onafhankelijke rechtspraak, demonstratierechten en verkiezingsintegriteit onder druk.
Handreiking 2026
Digitale soevereiniteit Digitale soevereiniteit en cybersecurity zijn urgente aandachtspunten. Europa en Nederland moeten hun controle over digitale infrastructuur versterken om burgerrechten, transparantie en nationale soevereiniteit te waarborgen. Europese regelgeving legt internationale standaarden vast en beïnvloedt beleid in andere landen, maar implementatie en handhaving verlopen nog traag. Tegelijkertijd brengen nieuwe privacywetten en cybersecuritywetgeving hoge nalevingsdruk en sancties met zich mee. De opgaven Strategisch gezien ligt de kernopgave in het herstellen van bestuurlijke betrouwbaarheid en stabiliteit, het versterken van de rechtsstaat, het verbeteren van de uitvoeringskracht van gemeenten, het versnellen van implementatie van Europese regels en het beheersen van regeldruk. Alleen door effectief, voorspelbaar en zorgvuldig bestuur kan de overheid het vertrouwen van inwoners herwinnen en kan Nederland bestuurlijk weer in rustiger vaarwater komen. Nederland moet daarom strategisch sturen op digitale autonomie, risicobeheersing en internationale samenwerking.
19
ຆ Lokaal
ຆ Conclusie
Gemeenten onder druk Op decentraal niveau staan gemeenten onder druk, ook Oude IJsselstreek. Sinds de decentralisaties in het sociaal domein hebben zij meer taken gekregen zonder evenredige middelen, expertise en uitvoeringskracht. Er is sprake van een structurele disbalans tussen verantwoordelijkheden en financiering, terwijl regionale samenwerkingen en specifieke uitkeringen de lokale autonomie onder druk zetten.
Mondiaal zien we een toename in autocratieën en geopolitieke machtsverschuivingen. Nationaal is het vertrouwen van Nederlanders in de politiek historisch laag. Digitale soevereiniteit en cybersecurity zijn urgente thema’s, waarbij Europa en Nederland hun controle over digitale infrastructuur moeten versterken. Strategisch vraagt dit om effectief en voorspelbaar bestuur, versterking van de rechtsstaat en internationale samenwerking om vertrouwen en stabiliteit te herstellen.
De opgaven Van belang is om nieuwe taken alleen aan gemeenten toe te wijzen als ze voldoende toegerust zijn (financieel, expertise en menskracht). Er is meer financiële ruimte nodig via het gemeentefonds. Specifieke uitkeringen (SPUKS) dienen omgezet te worden naar algemene uitkering en meer ruimte voor eigen belastingen is wenselijk. Het Rijk stuurt meer op regionale samenwerkingen, maar dit is een bedreiging voor de lokale democratie. Van belang is dat gemeenteraden meer invloed moeten krijgen op regionale samenwerkingsverbanden.
Lokaal staat onze gemeente onder druk, mede door het rijksbeleid van het afgelopen decennium. Een groot risico is dat de balans tussen taken, middelen en uitvoeringskracht onder druk staat. Een andere uitdaging is het verschil tussen regionale samenwerkingen en de mate van invloed van gemeenteraden hierop.
20
Aanbeveling Een sterke inzet op public affairs en lobby is essentieel om het Rijk blijvend te wijzen op de risico’s die gemeenten ervaren bij de uitvoering van hun taken.
Handreiking 2026
Hoofdstuk 2 Lokale uitdagingen
Inleiding In dit hoofdstuk behandelen we de voor onze gemeente belangrijkste opgaven waarvan onze inschatting is dat deze een hoge prioriteit hebben. De vakinhoudelijke experts van de ambtelijke organisatie hebben deze opgesteld. Ze geven zo een, in onze ogen, goed beeld op hoofdlijnen. Per opgave hebben we ons de volgende vier vragen gesteld: ຆ ຆ ຆ ຆ
Waar komen we vandaan? Waar staan we nu? Waar gaan we naartoe? Welke keuzes liggen voor?
De vier vragen zijn zo integraal en opgavegericht mogelijk beantwoord.
Handreiking 2026
21
2.1 Opgave Arbeidsmarkt ຆ Waar komen we vandaan? Demografische ontwikkelingen beïnvloeden sterk de arbeidsmarkt in Oude IJsselstreek. De babyboomgeneratie gaat met pensioen, het aantal jongeren neemt af en de beroepsbevolking krimpt. Tegelijkertijd blijft de vraag naar personeel hoog. De economische structuur van onze gemeente en regio speelt hierin een belangrijke rol. Industrie en zorg zijn de grootste werkgelegenheidssectoren en kampen met personeelstekorten. Daarnaast groeit de sector recreatie en toerisme en speelt digitalisering in vrijwel alle sectoren een steeds grotere rol. De arbeidsmarktopgave is daarmee zowel kwantitatief (voldoende mensen) als kwalitatief (juiste opleiding en vaardigheden).
ຆ Waar staan we nu? We bevinden ons in een periode van dubbele vergrijzing: meer oudere werknemers én meer gepensioneerden, terwijl de instroom van jongeren afneemt. Dit leidt tot structurele krapte. Daarnaast is er sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod: ຆ Werkgevers zoeken vaak personeel op mbo-4 niveau of hoger. ຆ Overheidsbeleid richt zich relatief sterk op de onderkant van de arbeidsmarkt. ຆ Opleidingen sluiten niet altijd goed aan op de behoeften van bedrijven. Werkgevers proberen dit op te vangen door: ຆ Robotisering en digitalisering; ຆ Aantrekken van internationale werknemers; ຆ Investeren in omscholing, herscholing en bijscholing; ຆ Actiever werven van talent. Veel bedrijven in onze gemeente zijn familie- of mkb-bedrijven met een sterke lokale binding. Tegelijkertijd is opvolging niet vanzelfsprekend. Bij gebrek aan opvolging kunnen bedrijfsonderdelen verplaatsen of verdwijnen, wat gevolgen heeft voor de werkgelegenheid en leefbaarheid. De rol van de gemeente ligt niet in het aannemen van personeel, maar in het creëren van goede randvoorwaarden: ruimte voor bedrijven, investeringen in infrastructuur, goede dienstverlening en verbinding tussen onderwijs, ondernemers en arbeidsmarkt. Het VIP (Varssevelds Industriepark) is een belangrijke uitbreiding van het aanbod bedrijventerreinen.
Hierbij wordt ook geïnvesteerd in een versterking van de infrastructuur met de aanpak knelpunten N18 en de uitbouw van station Varsseveld als regionale mobiliteitshub.
22
Handreiking 2026
ຆ Waar gaan we naartoe? Samen met ondernemers, onderwijs en maatschappelijke partners werken we aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt met meer balans tussen vraag en aanbod. Belangrijke doelen zijn: ຆ Behouden van bestaande werkgelegenheid; ຆ Verminderen van tekorten in techniek en zorg; ຆ Stimuleren van nieuwe economische ontwikkeling, onder andere in de defensie-industrie recreatie, toerisme en digitalisering; ຆ Versterken van aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Als deze ontwikkeling niet slaagt, dreigt een neerwaartse spiraal: vertrek van innovatieve bedrijven, een eenzijdiger economische structuur, afnemende werkgelegenheid en druk op voorzieningen en leefbaarheid.
ຆ Welke keuzes liggen voor?
ຆ Kern van de opgave
De komende periode vraagt keuzes over:
De arbeidsmarktopgave raakt direct aan economische vitaliteit, voorzieningen en leefbaarheid.
ຆ De ontwikkeling en uitbreiding van bedrijventerreinen om ruimte te bieden aan bedrijven. ຆ Het type werkgelegenheid dat we willen stimuleren en welke arbeidskrachten we actief willen aantrekken. ຆ Mate van investeringen in randvoorwaardelijke zaken als infrastructuur en woningbouw. ຆ De aanpak van leegstand en behoud van voorzieningen en winkelstructuur. ຆ Transformatie in het buitengebied, onder andere voor recreatie en toerisme.
De centrale spanning ligt tussen structurele demografische krimp en blijvende vraag naar arbeid, tussen lokale binding van bedrijven en externe arbeidsmarktontwikkelingen, en tussen ambitie en beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente. Duidelijke keuzes over economische richting, ruimte voor bedrijven, investeringen in infrastructuur en aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt zijn bepalend voor een toekomstbestendige economische basis. De kernvraag is hoe we als gemeente, binnen onze rol en bevoegdheden, bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige economische basis die werkgelegenheid en leefbaarheid ondersteunt.
ຆ De aansluiting tussen onderwijsinhoud en arbeidsmarktbehoefte.
Handreiking 2026
23
ຆ Waar staan we nu? De gemeentelijke opgave tot 2030 is verdeeld in zeven speerpunten, gericht op: ຆ isolatie van woningen; ຆ verduurzaming van verwarmingssystemen; ຆ zon op daken;
2.2 Opgave Energietransitie ຆ Waar komen we vandaan? De energietransitie is een landelijke opgave met een duidelijke doelstelling: in 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn, met een tussendoel van 55% reductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Deze ambitie is in de Achterhoek vertaald in het Akkoord van Groenlo en het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek (RU23). De gemeente heeft deze regionale afspraken uitgewerkt in het Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie (GU24). De opgave kent twee hoofdlijnen: ຆ De warmtetransitie: het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. ຆ De opwek van duurzame elektriciteit via zon en wind (RES-opgave). De afgelopen jaren is vooral gewerkt aan het opbouwen van uitvoeringskracht (met rijksmiddelen is de capaciteit uitgebreid), het opstarten van projecten en het realiseren van de eerste resultaten.
24
ຆ verduurzaming van niet-woningen; ຆ grootschalige zon-opwek; ຆ windenergie. Op alle onderdelen lopen projecten. De bijdrage aan de regionale RESdoelstelling is grotendeels gerealiseerd, maar nog niet volledig afgerond. Met name zon op grote daken en de realisatie van circa één aanvullende windmolen vragen nog besluitvorming en uitvoering. Binnen de warmtetransitie is isolatie de eerste stap. Daarna volgt de keuze voor duurzame warmtebronnen. In dat kader wordt gewerkt aan een gemeentelijk Warmteprogramma waarin beleidskeuzes worden voorgelegd over tempo, prioritering, de inzet en aanwending van (Rijks)middelen en mogelijke warmteoplossingen. Een belangrijke beperkende factor is netcongestie: het elektriciteitsnet heeft in toenemende mate onvoldoende transportcapaciteit. Dit raakt niet alleen bedrijven, maar ook woningbouw en verduurzamingsprojecten. De invloed van de gemeente hierop is beperkt, maar de gevolgen zijn direct voelbaar in ruimtelijke en economische ontwikkelingen.
Handreiking 2026
ຆ Waar gaan we naartoe? Het landelijke coalitieakkoord 2026–2030 bevestigt de klimaatdoelen en legt extra nadruk op energie-onafhankelijkheid. Elektrificatie, stimulering van warmtenetten, inzet op groen gas en waterstof en aanpak van netcongestie blijven belangrijke lijnen. Voor de gemeente betekent dit dat we de uitvoering van het GU24 voortzetten en dat in 2026 het Warmteprogramma voorligt voor vaststelling. Regionale samenwerking blijft daarbij essentieel, zowel beleidsmatig als in de uitvoering (onder andere via het Energieloket Achterhoek).
ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende periode vraagt keuzes op onder meer: Omgaan met netcongestie Hoe wordt omgegaan met beperkte netcapaciteit wanneer meerdere ontwikkelingen tegelijk aanspraak maken op aansluiting? Dit kan leiden tot prioritering tussen projecten of aanpassing van plannen.
Tempo en prioritering van de warmtetransitie In welk tempo wordt de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt? Worden specifieke wijken of kernen als eerste aangewezen, of wordt gekozen voor een meer geleidelijke aanpak? Collectieve warmteoplossingen Worden warmtenetten in bijvoorbeeld Etten, Terborg en Gaanderen verder ontwikkeld als collectieve oplossing? Dit vraagt langdurige betrokkenheid, investeringen en duidelijkheid over risicoverdeling. Afronding van de RES-opgave Waar en op welke wijze wordt de resterende wind- en zonopgave gerealiseerd? Hoe wordt daarbij de balans gevonden tussen ruimtelijke inpassing, draagvlak en doelbereik? Regionale samenwerking en uitvoeringskracht In welke mate wordt ingezet op verdere regionale samenwerking, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van een regionaal energiesysteem?
ຆ Kern van de opgave De energietransitie raakt direct aan wonen, economie, ruimte en betaalbaarheid. Netcongestie heeft een sterke invloed op de energietransitie. De centrale spanning ligt tussen ambitie en uitvoerbaarheid, tussen tempo en draagvlak en tussen lokale keuzes en regionale of landelijke kaders. Heldere prioritering, samenhang in besluitvorming en realistische fasering bepalen in belangrijke mate de haalbaarheid van de gemeentelijke doelstellingen.
Handreiking 2026
25
ຆ Waar staan we nu? De risico’s zijn steeds beter in beeld gebracht. Op regionaal niveau zijn instrumenten ontwikkeld die helpen bij ruimtelijke afwegingen, waaronder: ຆ de doorrekening van extreme neerslagscenario’s (zoals de zogenoemde “Limburgbui”);
2.3 Opgave Klimaatadaptatie ຆ Waar komen we vandaan? Klimaatverandering leidt tot vaker voorkomende extremere weersomstandigheden. Ook in Oude IJsselstreek nemen de risico’s toe op wateroverlast, langdurige droogte en hittestress. Waar klimaatadaptatie in eerdere coalitieperiodes nog beperkt expliciet onderdeel was van beleid, is het inmiddels een structurele opgave binnen het fysieke domein. De verschuiving van een beheergemeente naar een ontwikkelgemeente (onder meer door de ambitie om 2.500 woningen te realiseren tot 2035) maakt dat klimaatadaptatie niet langer een aanvullende overweging is, maar een randvoorwaarde bij ruimtelijke keuzes. Regionaal werken we samen binnen Water Achterhoek+ en de Aanpak Droogte en Wateroverlast Achterhoek en Liemers. Deze samenwerking is ontstaan vanuit de urgentie rondom droogteproblematiek en is inmiddels verbreed naar extreme neerslag en waterkwaliteit.
26
ຆ de signaleringskaart Water en Bodem Sturend, waarin bodem- en watersysteemkenmerken worden gecombineerd. Binnen de gemeente zijn 14 locaties in de kernen geïdentificeerd waar sprake is van meervoudige risico’s op het gebied van wateroverlast en hitte. Voor deze locaties ontwikkelen we plannen van aanpak. De financiering van deze plannen is echter niet geborgd. Bij nieuwe woningbouwlocaties nemen we klimaatadaptatie vanaf het begin integraal mee in het ontwerp. Dat betekent onder meer aandacht voor waterberging, groenstructuren en beperking van hittestress. Tegelijkertijd ontstaat een spanningsveld tussen hogere investeringskosten aan de voorkant en het voorkomen van klimaatschade op langere termijn. De impact van recente extreme weersituaties elders in Nederland heeft zichtbaar gemaakt dat schade niet alleen financieel, maar ook sociaal-maatschappelijk ontwrichtend kan zijn. Regionaal werken we aan een langjarig investeringsprogramma waarin gemeenten, waterschap, provincie en Rijk gezamenlijk investeren in een robuuster water- en bodemsysteem.
Handreiking 2026
ຆ Waar gaan we naartoe? Het landelijke doel is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Voor de gemeente betekent dit dat klimaatadaptatie programmatisch wordt opgepakt als één van de vier opgaven binnen het fysieke domein, naast wonen, energietransitie en vitaal buitengebied. De komende jaren worden landelijke stresstesten verder verfijnd. Dit levert meer gedetailleerde informatie op over onder meer stroomsnelheden bij extreme neerslag, grondwaterextremen, koelteplekken en kwetsbaarheid van inwoners. Daarmee ontstaat een concreter kader om ambities te vertalen naar meetbare doelen. De verdere uitwerking vraagt keuzes over prioritering, investeringsniveau en de mate waarin klimaatadaptatie leidend wordt in ruimtelijke besluitvorming.
ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende periode vraagt expliciete keuzes op meerdere samenhangende spanningsvelden. 1. Korte termijn versus lange termijn In welke mate wordt geïnvesteerd in klimaatadaptieve maatregelen waarvan de baten zich vooral op langere termijn manifesteren? Hoe wordt omgegaan met de spanning tussen huidige budgetdruk en toekomstige risicovermijding? 2. Normatieve versus bovennormatieve risico’s Wordt uitsluitend gestuurd op wettelijke normen (bijvoorbeeld neerslag met een bepaalde herhalingstijd), of wordt ook rekening gehouden met zeldzame maar potentieel ontwrichtende scenario’s? Dit raakt aan de vraag welk risiconiveau aanvaardbaar wordt geacht.
Handreiking 2026
3. Structurele financiering Wordt klimaatadaptatie integraal gefinancierd via bestaande budgetten (zoals Water & Riolering en Groen), of wordt gekozen voor een expliciete, herkenbare financieringsstructuur? Hoe wordt omgegaan met de noodzaak van cofinanciering bij regionale projecten? 4. Klimaatadaptatie als randvoorwaarde bij ontwikkeling In welke mate wordt klimaatadaptatie leidend bij woningbouw en herstructurering, ook wanneer dit gevolgen heeft voor dichtheid, kosten of fasering?
ຆ Kern van de opgave Klimaatadaptatie raakt aan veiligheid, leefkwaliteit en ruimtelijke ontwikkeling. De centrale spanning ligt tussen investeren in weerbaarheid nu en het accepteren van grotere risico’s in de toekomst, en tussen wettelijke normen en bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. De mate waarin we klimaatadaptatie structureel verankeren in ruimtelijke keuzes bepaalt de toekomstige kwetsbaarheid van de gemeente.
27
2.4 Opgave Druk op maatschappelijke voorzieningen ຆ Waar komen we vandaan? Oude IJsselstreek is een plattelandsgemeente met een sterke traditie van naoberschap en een relatief hoge participatiegraad in verenigingen. Dit heeft geleid tot een breed en gevarieerd aanbod aan maatschappelijke voorzieningen, waaronder sportaccommodaties, Kulturhusen, onderwijsvoorzieningen en andere ontmoetingsplekken. Tegelijkertijd zijn structurele veranderingen zichtbaar. Demografische ontwikkelingen, veranderende vrijetijdsbesteding en toenemende eisen aan beheer en exploitatie zetten voorzieningen onder druk. In de afgelopen jaren is al sprake geweest van clustering, fusies en intensievere samenwerking, bijvoorbeeld bij sportverenigingen en multifunctioneel gebruik van accommodaties. Daarnaast heeft de gemeente in eerdere periodes een actieve aanjaagrol vervuld bij de ontwikkeling van maatschappelijke accommodaties, zoals Kulturhusen. De rolopvatting van de gemeente ten opzichte van deze voorzieningen is de afgelopen jaren in beweging gekomen.
28
ຆ Waar staan we nu? Voor onderwijs vormt het Integraal Huisvestingsplan 2023–2039 het belangrijkste kader. Hierin zijn nieuwbouwprojecten opgenomen, waaronder de Integrale Kindcentra (IKC) in Silvolde en Ulft. Tegelijkertijd spelen vraagstukken rond leerlingenkrimp, verduurzaming van schoolgebouwen, netcongestie en toekomstige keuzes in andere kernen. Onderzoek naar binnensportaccommodaties laat zien dat het aanbod relatief groot is in verhouding tot gebruik, met name in kleinere kernen. Tegelijkertijd vragen accommodaties om investeringen in onderhoud en verduurzaming, terwijl beheerders te maken hebben met financiële druk en uitdagingen in het vinden en behouden van vrijwilligers. Bij maatschappelijk vastgoed ontbreekt op dit moment een integraal afwegingskader. Initiatieven vanuit dorpen en kernen blijven bestaan en tonen betrokkenheid, maar gaan vrijwel altijd gepaard met een financiële of organisatorische vraag aan de gemeente. Zonder helder kader zijn investeringskeuzes lastig uitlegbaar en ontstaat het risico van ad-hoc besluitvorming. Daarom is een onderzoek naar maatschappelijk vastgoed gestart, met als doel te komen tot een consistent afwegingskader voor de toekomst van voorzieningen.
Handreiking 2026
ຆ Waar gaan we naartoe? Demografische ontwikkelingen zetten door. De afname van het aantal jeugdigen en de toename van het aantal senioren beïnvloeden zowel het gebruik van voorzieningen als de draagkracht van vrijwilligersorganisaties. Tegelijkertijd bestaat er een duidelijke relatie met andere opgaven: ຆ De woningbouwopgave kan bijdragen aan instroom van relevante leeftijdsgroepen die voorzieningen ondersteunen. ຆ Binnen het sociaal domein wordt ingezet op versterking van de sociale basis, waarin maatschappelijke accommodaties een belangrijke fysieke rol spelen. ຆ Binnen het fysieke domein spelen ruimtelijke keuzes, clustering en beheer een rol. De komende periode vraagt daarom om herijking van het voorzieningenniveau in relatie tot leefbaarheid, financiële haalbaarheid en organisatorische draagkracht.
3. Investeren in stenen versus investeren in ontmoeting Ligt de nadruk op fysieke investeringen in gebouwen en verduurzaming, of meer op het ondersteunen van initiatieven, programmering en samenwerking? 4. Realisme over draagkracht Wat wordt nog realistisch geacht van vrijwilligersorganisaties en beheerstichtingen, gezien vergrijzing en veranderende betrokkenheid? En hoe wordt omgegaan met situaties waarin exploitaties structureel onder druk staat?
ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende periode vraagt expliciete keuzes op meerdere samenhangende spanningsvelden. 1. Behoud in iedere kern versus clustering Wordt ingezet op het zoveel mogelijk behouden van voorzieningen in afzonderlijke kernen, of wordt gekozen voor clustering om robuustere en toekomstbestendige locaties te creëren? Dit raakt direct aan leefbaarheid, bereikbaarheid en financiële inzet. 2. Rol van de gemeente Welke rol wordt gekozen ten aanzien van maatschappelijk vastgoed en voorzieningen: investerend, faciliterend, verbindend of terughoudend? In hoeverre blijft de gemeente eigenaar en financier, en onder welke voorwaarden?
Handreiking 2026
ຆ Kern van de opgave De opgave rond maatschappelijke voorzieningen raakt direct aan leefbaarheid en sociale samenhang in de kernen. De centrale spanning ligt tussen behoud en concentratie, tussen fysieke investeringen en organisatorische draagkracht, en tussen ambitie en financiële haalbaarheid. Demografische ontwikkelingen en veranderende vrijetijdsbesteding spelen een grote rol. Een consistent afwegingskader en duidelijke prioritering zijn bepalend voor de houdbaarheid van het voorzieningenniveau.
29
2.5 Opgave Sociaal domein ຆ Waar komen we vandaan? Met de visie Naar het hart van de beweging is in de vorige coalitieperiode een fundamentele koerswijziging ingezet. Niet het systeem of de regeling staat centraal, maar de leefwereld van inwoners. Ondersteuning wordt zo vroeg, zo licht en zo dichtbij mogelijk georganiseerd. Daarmee is bewust gekozen voor een beweging weg van verkokering en doorverwijzing, en richting vertrouwen, maatwerk en nabijheid. Deze beweging is niet alleen inhoudelijk, maar ook cultureel. Zij vraagt ander gedrag van professionals, bestuur en inwoners. Het betekent ruimte geven waar mogelijk, normeren waar nodig, en accepteren dat maatwerk niet altijd standaardiseerbaar is. De afgelopen bestuursperiode is deze koers verder uitgewerkt met als doel het stelsel houdbaar en mensgericht te houden.
ຆ Waar staan we nu? De ingezette beweging is zichtbaar in beleid en uitvoering. Er is geïnvesteerd in hulp in de buurt en in collectieve oplossingen, zoals: ຆ de GGZ-poule die het lokale team versterkt en doorverwijzing naar specialistische jeugdzorg beperkt; ຆ Samen Sterker Thuis; ຆ proactieve toekenning van minimaregelingen; ຆ inzet op kansengelijkheid, mentale gezondheid en vitaal ouder worden via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
30
Deze inzet wordt gevolgd via reflexieve monitoring: niet alleen registreren wat gebeurt, maar ook systematisch leren en bijsturen. Tegelijkertijd neemt de druk toe. De zorgvraag groeit sneller dan middelen en personeel beschikbaar zijn. Vergrijzing, complexere problematiek, bestaansonzekerheid en groeiende ongelijkheid versterken elkaar. Zonder verdere verschuiving naar preventie en versterking van de sociale basis dreigt het stelsel financieel en organisatorisch vast te lopen. Daarnaast overstijgen steeds meer opgaven de lokale schaal. Wetgeving zoals de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en landelijke akkoorden zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord verplichten tot intensieve regionale samenwerking. In de praktijk blijkt dat sturing, mandaat en bestuurlijke grip in regionale verbanden niet altijd scherp zijn belegd. Dat vraagt om herijking.
Handreiking 2026
ຆ Waar gaan we naartoe? De komende periode staat in het teken van het vasthouden en verdiepen van de ingezette beweging.
2. Regionale samenwerking versus lokale beleidsvrijheid Wordt verdere intensivering van regionale samenwerking gezocht om schaalvoordelen en specialistische expertise te benutten? En hoe verhoudt zich dat tot de wens om lokale beleidsruimte en directe sturing te behouden?
Dat betekent concreet: ຆ structureel prioriteit geven aan preventie en vroegsignalering; ຆ investeren in een sterke sociale basis; ຆ ondersteuning zoveel mogelijk dichtbij inwoners organiseren; ຆ domeinoverstijgend werken als norm beschouwen, niet als uitzondering. Inhoudelijk sluit dit aan bij de VNG-propositie De waarde van het sociaal domein, waarin drie samenhangende opgaven centraal staan: ຆ Bestaanszekerheid – Zonder financiële stabiliteit is participatie nauwelijks mogelijk. ຆ Kansengelijkheid – Niet iedereen start vanuit dezelfde positie; gerichte inzet is noodzakelijk. ຆ Gezond samenleven – Een sterke sociale basis is voorwaarde om de groeiende zorgvraag op te vangen. Deze koers betekent dat niet iedere zorgvraag automatisch leidt tot professionele inzet. Het vraagt om een nieuwe balans tussen beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit.
ຆ Welke keuzes liggen voor? De komende bestuursperiode vraagt expliciete keuzes op een aantal fundamentele spanningsvelden binnen het sociaal domein. 1. Preventie en collectieve inzet versus individuele voorzieningen Blijft de nadruk liggen op preventie en versterking van de sociale basis, ook wanneer effecten pas op langere termijn zichtbaar worden en dit op korte termijn druk kan zetten op individuele voorzieningen? Of verschuift het accent naar directe inzet op individuele ondersteuning, met mogelijk minder ruimte voor preventieve opbouw?
Handreiking 2026
3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen Is gerichte en mogelijk ongelijke inzet van middelen wenselijk om verschillen in uitgangspositie te verkleinen? Dit kan betekenen dat bepaalde doelgroepen of gebieden meer aandacht en middelen krijgen dan andere. 4. Integraal en domeinoverstijgend werken In welke mate wordt ruimte geboden voor integraal werken over jeugd, onderwijs, zorg, veiligheid en inkomen heen? Dit kan gevolgen hebben voor de inrichting van budgetten, verantwoordelijkheden en mandaten. 5. Bestuurlijke positionering in regionale verbanden Op welke regionale thema’s wordt actief gestuurd en geïnvesteerd in invloed? En waar wordt mandaat gegeven aan partners of andere gemeenten?
ຆ Kern van de opgave Het sociaal domein raakt direct aan bestaanszekerheid, gezondheid en maatschappelijke participatie. De centrale spanning ligt tussen inhoudelijke ambitie en financiële beheersbaarheid, tussen investeren in preventie en individuele aanspraken van inwoners op voorzieningen, en tussen lokale sturing en regionale samenwerking. Focus, consistentie en heldere prioritering zijn noodzakelijk om de ingezette beweging duurzaam voort te zetten.
31
Met het programma Vitaal Buitengebied (2022) is gekozen om deze opgaven integraal en programmatisch te benaderen. Doel is om rijks- en provinciale kaders te verbinden met lokale kansen en behoeften, samen met medeoverheden, gebiedspartners en inwoners.
ຆ Waar staan we nu? De opgaven in het buitengebied zijn in beeld gebracht, onder meer via een gebiedsanalyse en regionale samenwerking binnen de Aanpak Droogte en Wateroverlast Achterhoek en Liemers. Belangrijke ontwikkelingen zijn: ຆ De noodzaak om het water- en bodemsysteem weerbaar te maken tegen langdurige droogte en extreme neerslag. ຆ Landelijke inzet op stikstofreductie, doelsturing en grondgebondenheid.
2.6 Opgave Vitaal buitengebied ຆ Waar komen we vandaan? Het buitengebied beslaat circa 90% van het gemeentelijk grondgebied en wordt grotendeels agrarisch gebruikt. Het is daarmee bepalend voor de ruimtelijke identiteit, economische structuur en leefomgeving van de gemeente. Sinds de PAS-uitspraak in 2019 is de agrarische sector geconfronteerd met langdurige onzekerheid over stikstofbeleid en vergunningverlening. Tegelijkertijd zijn er meerdere samenhangende opgaven ontstaan rond onder meer waterkwaliteit, klimaatadaptatie, natuurherstel, biodiversiteit en landschap. Landelijke kaders zoals het (aanvankelijk geschrapte, later hernieuwde) transitiefonds en Europese regelgeving zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Natuurherstelverordening geven richting, maar laten ruimte voor lokale invulling.