Contourenschets RPA-definitief-gecomprimeerd 1.pdf
Tekst van het document
Contourenschets bouwstenen voor het
Ruimtelijk Perspectief Achterhoek
Oktober 2024
Neder│land│schap
Contourenschets bouwstenen voor het
Ruimtelijk Perspectief Achterhoek
Colofon Oktober 2024, gemaakt door: Werkend Landschap Neder|land|schap info@werkendlandschap.nl
martijn.horst@nederlandschap.com
In opdracht van: Achterhoek Ambassadeurs Raadhuisstraat 25 7001 EX Doetinchem
Oktober 2024
Neder│land│schap
“
“Deze contourenschets geeft richting aan het vervolg om tot het Ruimtelijk Perspectief
Achterhoek (RPA) te komen. Onderverdeeld in een viertal thema’s (hoofdcontouren) vormen verhaallijnen en observaties en een tiental contouren de basis. Het is een eerste contour die belangrijke noties meegeeft over waarom en hoe bodem en water meer sturend te maken bij ruimtelijke ontwikkelingen, over het belang van strategische keuzes in de woon-, energie- en mobiliteitsagenda en eerste aanzetten voor nieuw elan in landbouw en circulaire economie. De identiteit van gebieden en inwoners, het landschap en het karakter van de streek geven hoop, energie en kunnen verbindend werken bij het vormgeven van de ingewikkelde transities waar we midden in zitten. De ambitie is om in de Achterhoek in te zetten op een gelukseconomie en het begrip van brede welvaart centraal te stellen. De Achterhoek is, blijft en wordt een regio waar het voor inwoner en bezoeker goed toeven is.
”
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA
Inhoudsopgave 1. Inleiding
8
2. Wat voor regio willen we zijn?
16
Vier hoofdcontouren voor een Achterhoeks model
Hoofdcontour 1: Met onze eigen 20 identiteit bouwen we een sterke Achterhoek.
vervangen door........ abstract vormgegeven iets
- De basis onder onze voeten - Een uniek hydrologisch systeem - Achterhoekse veldnamen - Achterhoekse dorpslandschappen - Het waterysteem functioneert niet meer zonder loodgieter - Achterhoekse stadslandschappen - De Achterhoek in een getrapt watersysteem? - Dorpslandschappen én stadslandschappen Contour: We benutten onze vier unieke stroomgebieden. Contour: Dorpen, steden en buurten met gemeenschapszin zijn onze kracht.
Hoofdcontour 2: We behouden en vergroten onze leefbaarheid en de brede welvaart. - De historische welvaart - De Achterhoek in de jaren 50 - De Achterhoek in een grensoverschrijdende landstreek - Brede welvaart staat centraal - Bereikbaarheid: wie kan waar goed komen? - Nabijheid van voorzieningen - Bevolkingsopbouw in de Achterhoek - Biedt het kansen om de Achterhoek te bekijken als 15-minuten-stad en 30-minutenregio? Contour: Brede welvaart is onze bril én ons kompas voor ruimtelijke keuzes.
7
/
136
44
Contour: Onze ruimtelijke inrichting maakt de leefomgeving gezond en divers.
Hoofdcontour 3: Wonen, werken 70 en mobiliteit in sterke fysieke netwerken - Wonen en werken in een veranderende samenhang - Wat betekent wonen in de Achterhoek de komende jaren? - De Achterhoekse economie - Verschuiving in vestigingsvoorwaarde Contour: Wonen met maatschappelijke meerwaarde. Contour: We investeren in de economie van de toekomst. - Fysieke netwerken Contour: Onze fysieke netwerken ondersteunen de regionale ambities. - Parkways in de Achterhoek? Contour: Mobiliteit: als Achterhoek kunnen we nog kiezen!
Hoofdcontour 4: Vitale landbouw in een werkend landschap.
100
- Bodem en watergebruik bepalen het agrarische landschap - Onze 800 mm jaarlijkse regenval gebruiken we zelf Contour: 800 mm regenval benutten we voor onze eigen landbouw. Contour: 10% groenblauwe dooradering voor natuur zonder harde grenzen.
Bijlage 1. Achtergrond bij het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek
122
Bijlage 2. Het proces tot nu toe
128
CONTOURENSCHETS
1. Inleiding
1.1 AANLEIDING VOOR HET RUIMTELIJK PERSPECTIEF ACHTERHOEK (RPA)
In de Achterhoek is behoefte aan een eigen ruimtelijk verhaal, aanvullend op en een ruimtelijke vertaling van de Achterhoek Visie 2030, voor de lange termijn, ver voorbij 2030. Want er komen grote opgaven op de regio af voor verstedelijking, mobiliteit, water, energie- en landbouwtransitie en natuur. Het Rijk en de provincie Gelderland gaan ruimtelijke keuzes maken. Gemeenten en waterschap worden gevraagd om daarvoor hun input te leveren en te participeren in die processen. De Achterhoek hecht waarde aan een eigen krachtige verhaal. Uitgaande van kracht, met de sterke Achterhoekse identiteit als vertrekpunt, levert de regio input aan het Rijk en de provincie. De 8RHK Board heeft opdracht gegeven tot het opstellen van een Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA) voor de lange termijn (2050 en verder). De Stuurgroep RPA voert deze opdracht uit. De Provincie heeft haar eigen ruimtelijke bevoegdheden die leidend blijven. De provincie juicht toe dat er een ruimtelijk perspectief voor de Achterhoek wordt gemaakt.
Wat i s het R PA? Het R PA is een k ra chtig r uimtelijk toekom st ver h a a l voor d e Achter h oek op lang e ter m ijn d at d e integra le b a sis b ied t voor het stellen va n pr ior iteiten en h et m a ken va n keuzes voor d e r uimtelijke ont w ik kelin ge n e n v ra a gstuk ken . Het R PA geeft a nt woord op de v ra a g wat voor regio d e Achter h oek w il z i j n e n welke r uimtelijke uit wer k in g d at h eeft .
RPA
“Zijn we met z’n allen in staat om te durven dromen over de verre toekomst? Zijn we in staat om daar naar te verlangen met z’n allen. [...] Zolang we dat willen en de gemeenschap in staat stellen om daar mee aan de slag te gaan, dan wordt alles op weg daar naar toe veel makkelijker. En gaan we onszelf niet meer frustreren met allemaal planprocessen voor de korte termijn. Om zaken te faciliteren in de ruimte waar we überhaupt geen behoefte aan hebben. Ga alsjeblieft nadenken over waar je naar toe wilt met je landschap en organiseer met z’n allen de route daar naar toe.”
1.2 DOELEN
Met het ontwikkelen van het RPA hebben de overheden (gemeenten, waterschap) drie doelen: 1. Inzicht en doorwerking in onze lange termijn koers Het RPA werkt aan een doorkijk voor de Achterhoek voor de langere termijn. Het RPA geeft koers aan toekomstige keuzes die invloed hebben op het ruimtegebruik. Daarbij wordt rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen en actualiteiten. Daarmee kan het perspectief gedurende de reis dus ook veranderen. 2. Bundelen van de Achterhoekse kracht Met het RPA als leidraad wil de Achterhoek met één mond spreken richting alle partijen over de keuzes die zij (gaan) maken voor de regio. Het vormt de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking van de plannen van provincie en Rijk en geeft ook richting aan initiatieven van niet-overheden. Dus sterk in wat de regio wil, minder kwetsbaar voor zaken die bepaald gaan worden voor het gebied en is aanvullend op sectorale opgaven en uitwerkingen. 3. Anticiperen en goed voorbereid zijn De regio acteert daarmee zowel proactief (een eigen Achterhoeks verhaal), reactief (adequaat reageren en ruimte bieden voor vraagstukken die op de regio afkomen) en anticiperen in dagelijkse beslissingen en processen (gezamenlijk werken richting dat toekomstperspectief).
9
/
136
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
1.3 KRACHT VAN DE ACHTERHOEK
De Achterhoek heeft met haar naoberschap, innovatiekracht en landschappelijke kwaliteit sterke troeven in handen om op lange termijn de prachtige regio te blijven en een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. De Achterhoek heeft de ambitie een voorbeeldregio te zijn, waar stad en land hand in hand gaan en een aantrekkelijke plek te blijven om te wonen, te werken en te recreëren, met een sterke identiteit die geworteld is in traditie en innovatie. Kortom: een regio waar de brede welvaart hoogtij viert. Daartoe wordt het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek gemaakt, gezamenlijk met overheden en stakeholders (3o).
1.4 OVER DE GRENZEN HEEN
Het RPA gaat over het gebied van de 8 gemeenten: Berkelland, Winterswijk, Aalten, Oost-Gelre, Bronckhorst, Oude IJsselstreek, Doetinchem en Montferland, een deelgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Op kaarten in deze Contourenschets is soms een groter gebied ingetekend, richting Lochem en Zutphen, richting Arnhem/Nijmegen en over de landsgrens heen richting Duitsland. Dit om aan te geven dat we over grenzen heen kijken, over de gemeentegrenzen, over de grenzen van de regio en ook over de landsgrenzen.
RPA
1.5 PROCES OP HOOFDLIJNEN
Het proces om te komen tot het RPA duurt ongeveer 2 jaar (start november 2023). Er zijn 5 processtappen. Stap 1 is het maken van een Contourenschets RPA, bij stap 2 en 3 worden scenario’s ontwikkeld voor de toekomst en vinden participatieateliers plaats. Juist om met betrokkenen in gesprek te gaan over de toekomst van de Achterhoek. In stap 4 en 5 wordt het RPA opgesteld en vindt de besluitvorming plaats.
11
/
136
1.6 CONTOURERNSCHETS
Voor u ligt de Contourenschets Ruimtelijk Perspectief Achterhoek. De Contourenschets vormt een onderlegger voor het maken van het RPA. Het bevat een schat aan informatie waar voor het vervolg uit geput kan worden. Het bevat de uitkomsten van inhoudelijke verdiepingen, het ontwerpend onderzoek, de reflecties op gehouden presentaties in verschillende gremia, de resultaten van de meerdere werksessies en benoemt denkrichtingen, onderzoeksvragen, kansen en dilemma’s.
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
1.7 CONTEXT
Het RPA ontwikkelt zich in een dynamische en complexe context. In onderstaand plaatje is het RPA in deze context geplaatst. Het plaatje start met de gemeentelijke omgevingsvisies en het RPA. Onder regie van de provincie is het regioarrangement 1.0 gemaakt met gemeenten, waterschap en provincie. In Gelderland zijn in totaal voor 7 regio’s regioarrangementen opgesteld, die onder andere de basis zijn geweest voor het ruimtelijk voorstel. Dit ruimtelijk voorstel wordt uitgewerkt tot wederkerige afspraken tussen Rijk en provincie in een Ruimtelijk arrangement. Dit ruimtelijk arrangement, samen met de ruimtelijk arrangementen van de andere 11 provincies, vormt input voor de Nota Ruimte. De Nota Ruimte werkt dan weer door in de lokale omgevingsvisies en het RPA.
13
/
136
RPA
CONTOURENSCHETS
2. Wat voor regio willen we zijn? Vier hoofdcontouren voor een Achterhoeks model Vanuit de aanwezige basis en met de input uit de presentaties en werksessies is een viertal hoofdcontouren benoemd. Deze bundelen de belangrijkste observaties, inzichten en contouren en derhalve vormen zij de inhoudelijke kern van deze contourenschets. Deze bundeling vormt het uitgangspunt voor de vervolgstappen om tot het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek te komen.
Voorafgaand aan de contouren, is er een aantal uitgangspunten van belang bij het maken van het Ruimtelijk Perspectief Achterhoek. Deze vormen nu en in het vervolg de rode draad voor alle verdere uitwerkingen:
RPA
HOOFDCONTOUR 1
Met onze eigen identiteit bouwen we een sterke Achterhoek.
HOOFDCONTOUR 3
Wonen, werken en mobiliteit in sterke fysieke netwerken.
HOOFDCONTOUR 2
We vergroten onze leefbaarheid en de brede welvaart.
1. We hebben oog voor de diversiteit binnen de
Achterhoek en daarmee zijn er accentverschillen in de uitwerking. 2. De uitwerking geeft invulling aan de Achterhoek als SDG-regio en we werken daarbij aan balans tussen de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. 3. Het behouden, vergroten en ontwikkelen van de leefbaarheid, de brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit in de Achterhoek staat daarbij centraal. We doen het voor onze inwoners nu en voor de toekomstige generaties. 4. Naoberschap en innovatiekracht zorgen voor een sterke uitvoeringskracht en vragen om experimenteerruimte.
HOOFDCONTOUR 4
Vitale landbouw in een werkend landschap.
17
/
136
HOOFDCONTOUR 1: Met onze eigen identiteit bouwen we een sterke Achterhoek. Pagina 40 - 41
Pagina 42 - 43
HOOFDCONTOUR 2: We behouden en vergroten onze leefbaarheid en de brede welvaart.
Pagina 66 - 67
Pagina 68 - 69
HOOFDCONTOUR 3: Wonen, werken en mobiliteit in sterke fysieke netwerken.
HOOFDCONTOUR 4: Vitale landbouw in een werkend landschap.
Pagina 84 - 85
Pagina 118 - 119
Pagina 86 - 87
Pagina 120 - 121
Pagina 92 - 93
Pagina 98 - 99
HOOFDCONTOUR 1
Met onze eigen identiteit bouwen we een sterke Achterhoek.
INTRODUCTIE
Met onze eigen identiteit bouwen we een sterke Achterhoek. TOEN In het landschap van de Achterhoek stroomt elke regendruppel van oost naar west. Van de bronnen van de Baumbergen naar de beekmondingen in de IJssel. Dat systeem van hoog naar laag bepaalt ons aardkundig fundament. Met vier regenwatergevoede beeksystemen uniek in zijn soort. Onze voorouders bouwden in dat landschap onze huidige dorpen en ontgonnen de hoge en lage gronden. Aan onze veldnamen kunnen we nog steeds zien hoe ze dat hebben gedaan. Ook al is het landschap verandert, elke Achterhoeker kan met die veldnamen het natuurlijk landschap van zijn eigen dorp zo uittekenen. Onze fijnmazige verstedelijking heeft daar haar oorsprong.
NU Het watersysteem van de vier stroomgebieden is stap voor stap naar de hand van de mens gezet. Steeds rechter met een snellere waterafvoer tot gevolg. Tot op het punt dat het niet meer functioneert zonder een grote hoeveelheid stuwen. We draaien daarbij zelf aan de knop om het droger te maken of juist langer nat te houden. Water aanvoeren kan echter beperkt. Eenmaal weg is ook echt weg. Langs de Oude IJssel, op het plateau van Winterswijk en op de rechteroever van de IJssel komt naoorlogs de verstedelijking opzetten. Nieuwe stadslandschappen ontstaan. Onze sociale gebondenheid is er niet minder om.
STRAKS De opbouw van ons cultuurlandschap geeft ons ontzettend veel identiteit. Of je nu landelijk in een dorp woont of in één van de stadslandschappen. De aardkundige basis en de vier stroomgebieden zijn daarbij van groot belang. Door deze een sterke plek te geven bij het kijken naar ruimtelijk ontwikkelingen brengen we de basis op orde en houden dat vast. Dat schept herkenbare landschappen waarin water beter wordt vastgehouden, woningen op de juiste plekken staan en waar het boerenbedrijf perspectief vindt om bij te dragen aan een vitaler bodem- en watersysteem.
23
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA
DE BASIS ONDER ONZE VOETEN -DE AARDKUNDE BIEDT HOUVAST
Het bodem- en watersysteem tussen de Baumberge en de IJssel is in feite een kleine delta. In het westen met het zandsteen van de Baumberge als hoogste punt, vervolgens het bronnen- en bovenlopengebied van de Berkel en de Oude IJssel op het plateau en via het lagergelegen dekzandgebied richting de IJssel en de oude Zuiderzee. Dat systeem van hoog naar laag en van oost naar west bepaalt ons aardkundig fundament. Elke waterdruppel die in de Achterhoek valt, volgt een van tevoren bepaald pad. Al duizenden jaren lang gaat
TOEN
25
/
136
dat pad van hoog naar laag en van oost naar west. Dat is het gevolg van een aardkundig proces dat al vastlag lang voordat wij er waren. Dit aardkundig fundament begint niet bij de Duitse grens, maar verderop bij de hoge zandsteentoppen van de Baumbergen. Daar beginnen de bronnen van de Berkel en de Oude IJssel te lopen. Het water maakt daarna een reis over het plateau van Winterswijk, door het laaggelegen Achterhoekse dekzandgebied, langs de rivierduinen van de Oude IJssel om vervolgens af te wateren in de IJssel richting de oude Zuiderzee. Deze regendruppelreis leert ons waar wij kunnen, willen en mogen wonen. Houden we geen rekening met dit aardkundige fundament dan gaat het op onderdelen knellen.
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap Deventer
RPA
Holten
EEN UNIEK HYDROLOGISCH SYSTEEM
Kernen
Deventer
Oppervlakte water
-DE ACHTERHOEK ALS REGENWATERGEVOED
Schipbeekdal
Bathmen
Enschede
De Marsch Bekmans Broek
Hooge Veen
IJsseldal
IJsseldal
Esdekken
Groote Belte
Diepenheim
Belt Beltman Gorsselsche Heide Buitenwaarden waard De Haar
Veldnaam algemeen
Exelsche Broek Exelsche VeldAmpser Broek
Emsbroek broek
Ampser Veld
Veldnaam specifiek
Nettelhorsterbroek horst broek Sprokkelhorst horst Nettelhorst horst
Horst
Plaatsnaam Gemeentegrens
Overmarsch marsch
Keijenbelt belt
Marsch
Grens stroomgebied
Diepenheim
Blankenbergs Broek
Gorssel
Veengebieden
Lochem Hulshorst horst
Velthorst horst
Noordijksche Veld
Laarberg bergHilhorst horst Horst
Paasberg berg Lochemse Berg
Barchemsche Veen
Achterveld veld
Broek
Neede
De Horst Lage Veld
Rivier, beek, stroom
Mallemsche Veld Borculo
Leestensche Broek
Windenberg berg
Lindveldsche Broek
Wolfers Veen
Het Broek
Zelhem
Halsche Heide
Meddehosche Veld
Stokhorst horst Doetinchem
Lievelder Veld
Lievelder Broek
Huppelsche Veld
Harrevelsche Heide
Lichtenvoorde
Lankhorst horst Lankersche Veld
De Horst
Zwarte Veen Dalesche Veld
Varsseveld
Huuthorst horst
Didam
De Horst
De Haar Kottensche Veld
Aaltensche Broek
Blekkink Veen
and d
erl
d Witte Veen Ne tslan i Du
Gendt
TOEN Millingen
aan de Rijn
Wezenthorst horst
's Heerenberg Elten
Netterdensche Broek
Lobith Tolkamer
Asbroek broekBroek Emmerik
Kottensche Veen Wooldsche Veen Kulver Heide Burlo
Weseke Velen
Kloster Venn
Reijerding Venn
Ulft
Pannerden
Südlohn Oeding
Aalten
Paasberg berg
Gescher
Groote Veld
Bunnink Goor
Terborg
Heuvensche Berg
Vossen Veld Groote Horst
Groote Goor
Zevenaar
Stadtlohn
Winterswijk
Schaars Heide
Heelwegsche Veld
Duiven
Master Veld
Vragender Veld Menkhorst horst Corlesche Veen
Het Veen
De Waard
Huissen
Groenlo
Vilders Veen Halsche Veen
Het Broek
Meeren Broek
Zwillbroek broek Berkeldal
Baaksebeek
rnhem
Groote Horst Oude IJsseldal
Wüllen
Zwillbroeker Veen
Lievelder Heide
De Heide
Westervoort
Ahaus
Ottenstein
Zuidelijk Broek
Zelhemsche Mark
Veldswijker Broek
Hoog Horst
Epe
Vreden
Weiland Hoefkense Weilanden Weiland Reigervoortsche Weilanden
Doesburg Doesburg
Gronau
Zwolsche Veld
Ruurlosche Broek
Elster Broek Baaksebeek
Enschede Het watersysteem van de Achterhoek wordt op de Glanerburg Baumberge gevoed vanuit een aantal bronnen. Hier ontspringen de Schipbeek, Berkel en Oude IJssel, alsook de Dinkel en de Vecht. De stroomgebieden die bij deze rivieren en beken horen, vormen de hoofdindeling van dat watersysteem. Dit betekent dat het gehele watersysteem van de Achterhoek van regenwater afhankelijk is. Op de hogere delen infiltreert het water en in de laagtes kwam het water oorspronkelijk als kwel weer aan het oppervlak. Deze “communicerende vaten” hebben het watersysteem in de Achterhoek eeuwenlangAlstätte gedomineerd. Op de horsten, bergen en haren was het relatief droog en kon men goed boeren, wonen en ondernemen. Op de broeken, moaten, marsen en in het goor, was het nat en waren woeste gronden die maar mondjesmaat door handen bruikbaar gemaakt konden worden.
land Neder nd la s it u Hupselsche Veld VeldEibergsche VeldD
De Haar Noordelijk Broek
De Haar
Hooge Veld
Menkhorst horst
Ruurlo
Hengelo
Linkhorst horst
Eibergen
Bekhorst horst Haarlosche Veld Naaldenberg berg
Bronhorster Waard Waarden horst Okhorst horst Baakerweerd weerdPapenhorst Deldensche Broek Bronkhorst horst Baakse Broek Broek
IJsseldal
Rekkensche Heide
Horst Vorden
Stadsweide weide
Haaksbergen
Olthaar haar
Berkeldal Groote Veld Lochemer Veen
Werkensche Veld
Zutphen
Landgrens
Huissen
GEBIED
Goor
Markelo
Bossen
Apeldoorn
Hengelo
Delden
Goor
Hochm
Ramsdorf
Breedenbroek broek
Oude IJsseldal
Anholtse Broek Hoonhorst horst De Hor Horst Dinxperlo
Borken
Anholt Isselburg
Bocholt Werth
27
/
136
Mussum
Re
Rhede Heiden
B
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA ACHTERHOEKSE VELDNAMEN
Wie als Achterhoeker de veldnamen van onze voorouders snapt, kan het natuurlijke landschap zo uittekenen. Natte en lage gronden worden als – broek en – mars aangegeven, hoge en droge gronden juist als – horst en -haar. Gebieden met stagnerend water en veenvorming zijn te herkennen aan -veen en -goor. Oude, uitgestrekte heidevelden hebben de uitgang – veld of – heide meegekregen. Ook al is de heide tegenwoordig verdwenen: we gebruiken de oude veldnamen nog steeds. Dat geldt breder in de Achterhoek. Veengebieden heten nog steeds zo, maar zijn omgezet in graslandpercelen. Industrieterreinen hebben de uitgang -mars, -broek of -goor. Het begrijpen van het natuurlijke landschap begint daarom niet met specialistisch geologische onderzoek, maar het zit nog steeds in een ieder van ons. Het zit in de veldnamen van ons en onze voorouders.
Kernen Broek, mars, marsch, weiland Goor, veen, ven, venn Veld, heide, mark Haar, horst, berg Veldnaam algemeen Veldnaam specifiek Bossages Plaatsnaam Historisch dorpslandschap Landgrens Rivier, beek, stroom
TOEN
29
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA ACHTERHOEKSE DORPSLANDSCHAPPEN
Bovenop het grote natuurlijke systeem ontstaan vanaf de middeleeuwen Achterhoekse dorpslandschappen. Het zijn 159 dorpen die een eigen uitdaging hebben met waterbeschikbaarheid, gemengde landbouw, energievoorziening en infrastructuur. Het natuurlijk systeem bepaalt wat er mogelijk is en het dorp volgt dat systeem. Midden in veengebieden en moerassen komen rechte dorpsgrenzen te liggen en beken zijn natuurlijke, meanderende barrières tussen het ene dorp en het andere. De uitgestrekte ‘woeste’ gronden zijn niet in handen van particulieren, maar worden door het dorp gemeenschappelijk beheert in ‘markeorganisaties’. Dat was gebruikelijk op alle zandgronden in Nederland, maar met name in Oost-Nederland, en dan vooral in de Achterhoek, is die gemeenschappelijkheid nog in het naoberschap terug te zien. Het maakt dat ook nu nog de 159 dorpslandschappen springlevend zijn.
Kernen Plaatsnaam Historisch dorpslandschap naam Historisch dorpslandschap Bossages Landgrens Rivier, beek, stroom
TOEN
31
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA
HET WATERSYSTEEM FUNCTIONEERT NIET MEER ZONDER LOODGIETER
Aan het eind van de negentiende en in de loop van de twintigste eeuw, is het watersysteem stap voor stap naar de hand van de mens gezet. Ook de broeken, moaten, marsen en velden werden ontgonnen en het water werd teruggedrongen in rechtgetrokken sloten en beeklopen. Het watersysteem werd ondergeschikt gemaakt aan het landgebruik. De meandering is verdwenen uit beeklopen en er zijn nauwelijks nog natuurlijke drempels in het landschap aanwezig. Dit technocratisch ingerichte watersysteem telt een slordige 1200 stuwen en andere kunstwerken
NU
33
/
136
om het water nog zoveel mogelijk vast te houden. De natuurlijke balans tussen kwel en infiltratie is verstoord. Als we vandaag de stuwen openzetten, stroomt de hele Achterhoek binnen twee dagen leeg. De kwaliteit van het water staat ook onder druk. Zo schoon als het water opwelt in de bronnen op de Baumberge, zo vervuild is het al voordat het onze landsgrens bereikt. Hier doen we in de Achterhoek helaas nog een schepje bovenop. Zeker in combinatie met de toegenomen droogte is de uitspoeling van ongewenste nutriënten in het water een serieuze uitdaging. In de huidige situatie bepalen de laagstgelegen 6 tot 10% van de Achterhoek de norm voor de gehele Achterhoek. Dat zorgt er voor dat wateroverschotten op lokaal niveau tot problemen leiden en in elk geval te snel worden afgevoerd. Daarnaast zorgt dit er voor dat droogte een groeiend probleem wordt. Dat wordt nog eens versterkt door de drinkwaterwinning in het gebied.
DEVENTER
HENGELO ENSCHEDE BATHMEN GOOR
TWELLO
ACHTERHOEKSE STADSLANDSCHAPPEN
APELDOORN ZUTPHEN
LOCHEM
VORDEN
DIEREN HENGELO
RHEDEN
ZELHEM
VELP
WINTERSWIJK
ARNHEM WESTERVOORT DUIVEN
DOETICHEM
Waar voor de Tweede Wereldoorlog de Achterhoek slechts enkele oude steden en veel dorpslandschappen kent, komt naoorlogs de verstedelijking opzetten. De grote aanjager daarvan zijn de vele wederopbouwwijken die vanaf de jaren vijftig en zestig worden gepland. Met name langs de Oude IJssel in Doetinchem, Terborg en Ulft worden grote wederopbouwwijken gebouwd. De al bestaande industrie geeft werkgelegenheid voor de vele nieuwe inwoners. Maar ook in Aalten, Winterswijk, Lichtenvoorde, Groenlo, Eibergen, Neede, Borculo, Lochem, Zutphen, Zelhem en Doesburg wordt flink gebouwd. Vanaf de jaren negentig en tweeduizend komen daar tevens nieuwe industrieterreinen en VINEX-wijken bij. Op sommige plekken ontstaan, grotere, nieuwe stadslandschappen. Met name in de regio Doetinchem-Terborg-Ulft langs de Oude IJssel, in Doesburg en Zutphen langs de IJssel en bij Lichtenvoorde, Aalten en Winterswijk aan de rand op het plateau. Het zijn stadslandschappen op Achterhoekse schaal variërend tussen de 25.000 en 60.000 inwoners.
VARSSENVELD
DIDAM
ZEVENAAR
AALTEN ‘S HEERENBERG
NU
DINXPERLO
Huidige gemeentegrens Woondichtheid: inwonersaantal per km2. Hoe donkerder de kleur, hoe dichter de woondichtheid.
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA DE ACHTERHOEK IN EEN GETRAPT WATERSYSTEEM?
Wellicht biedt het kansen om het watersysteem van de Achterhoek te zien als één grote (vis)trap. Ieder stroomgebied houdt dan haar eigen water zoveel mogelijk vast in een natuurlijk ingericht getrapt systeem, waar de beeklopen doorheen slingeren. Door op het niveau van hydrologische eenheden en infiltratiegebieden te kijken naar de waterkwaliteit wordt werk gemaakt van gezond water.
STRAKS
37
/
136
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
DORPSLANDSCHAPPEN ÉN STADSLANDSCHAPPEN -STERKE LOKALE GEMEENSCHAPPEN WERKTEN MET WAT ZE HADDEN
Achterhoekers zijn Achterhoekers. We voelen ons thuis in steden van bescheiden omvang, eeuwenoude dorpen en kleine gehuchten. Daar zijn we geheemd. De ligging in de Achterhoek bepaalde daarbij voor een groot deel op welke manier elk dorpslandschappen opgebouwd kon worden. Op vruchtbare gronden langs de IJssel was goede landbouw mogelijk en woonden rijke boeren in grote hoeves. Terwijl in oude veengebieden het vaak zo nat was, dat slechts met veel moeite producten van het land kwamen. Dat zie je dan ook terug in de vaak sobere boerderijen. Gebieden die pas in recentere tijden zijn ontgonnen zijn vaak groter, omdat moderne methoden het mogelijk maakte om grotere oppervlakten ineens in gebruik te nemen. In alle gevallen was samenwerking nodig om de natuurlijke omstandigheden van het land het hoofd te bieden. Van laag en nat tot hoog en droog. Met het opkomen van de industriële werkgelegenheid ontstaat er over het Achterhoekse landschap ook een stedelijke laag. Met in het westen de bebouwing langs de Oude IJssel met Doetinchem, Gaanderen, Terborg, Silvolde, Ulft en Gendringen. Ongeveer een derde van de Achterhoekse inwoners woont daar tegenwoordig. Naar het noorden treffen we beekdalen op zand met een fijnmazige structuur van dorpen en buurtschappen.
En gaat het land omhoog richting het Oost-Nederlandsplateau dan is daar Winterswijk in een prachtig kleinschalig cultuurlandschap te vinden. -DE ACHTERHOEK ALS ENTITEIT EN IDENTITEITSDRAGER
In de negentiende eeuw schreef schoolmeester B.J. Stegeman “’t Gif maor enen Achterhook / Den Gelderschen, den echten”, waarmee hij voor het eerst het woord Achterhoek voor de oude Zutphense graafschap gebruikte. Opvallend is dat Achterhoekers zich op twee verschillende schalen zich verbonden voelen met de Achterhoek. Ze voelen zich Achterhoeker én inwoner van hun eigen dorpslandschap. De gefuseerde en samengestelde gemeenten zijn abstracter en voelen veel verder weg. Identiteit werd verder ontleend aan het geloof en later ook aan opkomende
baksteen-, ijzer- of textielindustrie. Er komen daarmee verschillende identiteiten in de Achterhoek voor: • Culturele identiteit: verbonden aan het dorpslandschap, geloof en industrie. Hier zit ons naoberschap en onze innovatiekracht. • Natuurlijke identiteit: dat begint met de stroomgebieden en gaat over in het coulisselandschap en onze landgoederen. Onze relatie met Duitsland wordt hier duidelijk. • Economische identiteit: van landbouw voor de wereldmarkt tot verstedelijking rondom de oude industrieën en bekendste toeristische regio met eigen vrijetijdseconomie. Hier positioneren we ons als regio tussen de grote economische kerngebieden van Arnhem, Enschede en Münster. -DE MENSELIJKE MAAT STAAT ONDER DRUK
De oude dorpslandschappen en het organiserend vermogen binnen die dorpslandschappen is ook vandaag de dag nog van groot belang. De intensievere leefstijl van veel inwoners en maatschappelijke en demografische ontwikkelingen zorgen er echter voor dat de natuurlijke binding met de streek niet meer altijd doorwerkt in sterke sociale cohesie. De relatie tussen de grondslag en het grondgebruik is bovendien losgelaten. Broeken en marsen zijn niet per se meer nat en het landschap op de flank van de stuwwal ziet er hetzelfde uit als het intensieve landgebruik van de uiterwaarden tientallen kilometers verder op. De afgelopen decennia wordt er bovendien steeds vaker niet meer gekeken naar waar we vandaan zijn gekomen en waarom het landschap, de dorpen en de mens in de Achterhoek zijn zoals ze zijn. Veel vaker bekijken we alleen maar de bovenste laag. Vanuit onze economische identiteit zetten we functies neer in ons Achterhoekse landschap. Zonder dat we ons bewust zijn van onze culturele en natuurlijke identiteit. Dit zet niet alleen de herkenbaarheid en het historische DNA van de dorpslandschappen onder druk, maar zorgt er ook voor dat we ons in de toekomst landschappelijk gezien klem gaan zetten.
Met woningbouw en industrieterreinen op de laagste plekken in het landschap, landbouw dat niet kan bijschakelen als het te droog of juist te nat is, drinkwatervoorziening dat onder grote druk komt te staan en infrastructuur dat een vestigingsvoorwaarde wordt in plaats dat het faciliterend en dienend aan de Achterhoek is. Voor ons in de Achterhoek is het echter nog lang niet te laat. We kunnen nog kiezen. En onze culturele en natuurlijke identiteit kan ons daarbij helpen.
RPA
-VELDNAMEN WIJZEN ONS DE WEG
In ons eigen collectieve geheugen zijn, ver weggestopt, nog steeds de eeuwenoude veldnamen van onze voorouders bewaard gebleven. We komen ze op topografische kaarten nog steeds tegen. Het zijn de broeken, de moaten en de marsen die ons laten zien wat de lage en natte gronden zijn in de Achterhoek. De venen, de vennen en de goren geven aan waar water vast werd gehouden. Hoog en droog lagen de horsten, de haren en de essen. Het zijn namen die ook nu nog steeds worden gebruikt. Ze geven ons aan waar gewoond en geakkerd kon worden, waar de hooilanden voor de veeteelt lagen en waar de afvoer van het watersysteem in het landschap vertraagde. Als we open staan om die manier van kijken weer beetje voor beetje toe te laten in onze omgang met de Achterhoek dan zetten we onszelf in de toekomst niet klem. Sterker nog: we kunnen nieuwe mogelijkheden creëren die onze culturele en natuurlijke identiteit versterken én onze economische identiteit gaat vergroten. -ELK DORPSLANDSCHAP DRAAGT WEER BIJ
Dat betekent dat in de toekomst niet elk dorpslandschap er meer hetzelfde uit komt te zien. Ze mogen en moeten van elkaar verschillen. Heeft een dorpslandschap bijvoorbeeld veel venen, vennen en goren binnen haar grenzen dan is het vergroten van de sponswerking en drinkwaterbeschikbaarheid een logische ruimtelijke opgave. Op die manier draagt het dorp bij aan het tegengaan van verdroging in de gehele Achterhoek. Zijn er veel broeken, maoten en marsen in het dorpslandschap? Dan liggen bijvoorbeeld veeteelt en het verbouwen van gewassen voor bio-
39
/
136
based bouwen in het verschiet. Horsten, haren en essen kunnen bijdragen met akkerbouw voor humane consumptie. Verstedelijkte landschappen en oude industriële plekken zijn broedplaatsen voor nieuwe, innovatieve maakindustrie. Het landschap wordt dan letterlijk weer ‘van de Achterhoek, voor de Achterhoek’. Met nieuwe samenwerkingen en – belangrijker nog – nieuwe, economische perspectieven en contracten voor Achterhoekse ondernemers.
⬇ Kaart over de sociale cohesie van Nederlandse gemeenten. Hierin is opvallend te zien dat overgrote delen van de Achterhoek hoog scoren ten opzichte van andere delen van Nederland. Kaart gemaakt door Bureau Louter, 2023.
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
STRAKS
Contour:
We benutten onze vier unieke stroomgebieden.
ONDERZOEKSVRAGEN
• • •
DENKRICHTING
• • • • •
Door het aardkundig fundament een sterke plek te geven bij het kijken naar ruimtelijk ontwikkelingen brengen we de basis op orde en houden dat vast. Een robuust en meer natuurlijk watersysteem dat een surplus aan water bergt en vertraagt en droogteschade zoveel mogelijk beperkt. Een grotere watervoorraad opbouwen door peilverhoging voor de hele Achterhoek. Elk deelstroomgebied houdt haar eigen water vast. Kritieke plekken in het watersysteem dragen de zwaarste lasten en verdienen daarmee nieuwe lusten. De laagste gronden worden mogelijk natter,
•
•
•
zodat de norm ‘omhoog’ kan en de overige - hogere - gronden minder gevoelig zijn voor droogte. We betrekken Duitsland nadrukkelijker bij onze ruimtelijke strategie, want de aardkunde verbindt ons. We stellen voor om te beginnen bij de gezamelijke opgaven vanuit Europese regelgeving. Het KRW valt daaronder. Met name beekdalen en bestaande natuurgebieden worden klimaatrobuuster en krijgen gezonde overgangszones.
•
Hoe kunnen we het watersysteem verbeteren aan de hand van water en bodem sturende principes? Waar zitten de kritieke plekken in het ecologische netwerk van de Achterhoek en hoe kunnen we deze versterken? Hoe betrekken we de natuur op een vanzelfsprekende manier als “partner” bij elke ruimtelijke ontwikkeling? Waar zitten de belangrijkste “klimaatsleutels”? Met andere woorden, waar krijg je het meeste waar voor je geld bij ingrijpen in het Achterhoekse watersysteem? Hoe kunnen de grote kansen die het watersysteem biedt worden ingezet om ontwikkeling op het vlak van natuur, landbouw, beleving en brede welvaart gelijktijdig te ontwerpen?
DILEMMA’S
•
Het watersysteem wordt nog veelal als een technische opgave benaderd en vaak sectoraal benaderd. Hoe zorgen we voor een goede integrale aanpak en maken we tegelijkertijd bodem en water mede sturend?
KANSEN
•
41
/
136
Het watersysteem biedt grote kansen om ontwikkelingen op het vlak van natuur, landbouw, beleving en brede welvaart gelijktijdig mee te ontwerpen.
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
Contour:
STRAKS
Dorpen, steden en buurten met gemeenschapszin zijn onze kracht
ONDERZOEKSVRAGEN
• • •
DENKRICHTING
• •
•
Krachtige steden, dorpen en buurtschappen in dorpslandschappen met een sterke eigen identiteit. De identiteit van gebieden en inwoners, het landschap en het karakter van de streek geven hoop, energie en kunnen verbindend werken bij het vormgeven van de ingewikkelde transities waar we midden in zitten. Het lokale landschap van elk dorpslandschap zetten we in als basis voor de grotere Achterhoekse opgaven. Ons motto daarbij is ‘van de Achterhoek, voor de Achterhoek’.
Is het gekozen niveau van de dorpslandschappen overal even relevant? Hoe verhouden plannen op dorpslandschapsniveau zich tot de gehele regio als we het nader preciseren en invullen? Hoe zorgen we er voor dat de variatie in dorpse en stedelijke milieus, die de Achterhoek zo aantrekkelijk maakt, wordt behouden en versterkt?
DILEMMA’S
•
•
We ijken ontwikkelingen langs de lijnen van onze culturele, natuurlijke en economische identiteit. Zo zorgen we er voor dat ontwikkeling “passend” is voor de Achterhoek. Lokale identiteit en verhalen als drager en smaakmaker voor recreatie en toerisme.
• •
Sommige ontwikkelingen en opgaven komen vanuit hogere bestuurslagen en worden soms met veel pressie en daadkracht aangejaagd. Het is de vraag wat een gezonde relatie is tussen micro- en macroniveau. Het kan voorkomen dat de relatie tussen grondslag, landgebruik en dorpsgemeenschap heel ver uiteen zijn komen te liggen of dat ontwikkelingen in landgebruik niet meer met de historische logica te verenigen zijn. In die gevallen blijft het dorpsniveau relevant, maar vraagt de manier van bijdragen aan de Achterhoeks ambities om een andere focus.
KANSEN
•
43
/
136
Identiteit en herkenbaarheid zijn sterke drijfveren om als dorpslandschap in actie te komen. Het verdient bijzondere aandacht om daar op in te zetten.
HOOFDCONTOUR 2
We behouden en vergroten onze leefbaarheid en de brede welvaart.
INTRODUCTIE
We behouden en vergroten onze leefbaarheid en de brede welvaart. TOEN Landgoederen en boerenbedrijven stonden eeuwenlang voorop in de Achterhoek. Het is pas vanaf de laatste twee eeuwen dat industrie zijn weg vindt naar de dorpen en de steden. Steenovens, ijzerindustrie en textielindustrie vinden allemaal hun eigen plek in het landschap en zorgen voor groei van steden. Landgoederen, scholtenboerderijen en IJsselhoeven hebben die rol in het landelijk gebied. De welvaart is echter niet altijd gelijkmatig verdeeld. Wat voor de één een voorspoedige toekomst inleidt, is voor de ander een leven lang hard werken voorbestemt. Vanaf de jaren zestig komt daar verandering in.
NU Met de ruilverkavelingen wordt in het kielzog van de landbouwverbetering ook de leefbaarheid op het platteland verbetert. Woningen worden aangepast, nieuwe boerderijen worden gebouwd. Onze huidige, moderne infrastructuur ontstaat. Dorpen groeien in enkele decennia met wederopbouw- en Vinexwijken uit tot de dorpen die het nu zijn. De leefbaarheid en brede welvaart maken grote stappen. Toch heeft de schaalvergroting ook nadelen. Met name in de plattelandsgemeenschappen. Voorzieningen verdwijnen, de bereikbaarheid staat onder druk en de bevolking vergrijst.
STRAKS Leefbaarheid en brede welvaart is ons kompas bij nieuwe ruimtelijke keuzes. De grote vraag is hoe we sturen op voorzieningen en hoeveel groei in inwoners en bedrijven de Achterhoek aan kan. De juiste balans is cruciaal. Dat raakt ook aan onze gezondheid. Wat willen we wel en niet in onze regio? Daarnaast zetten we volop in op beleving, recreatie en sportmogelijkheden. Dat gaat niet alleen om geld. Want de Achterhoek heeft een relatief laag bbp, maar een hoge brede welvaart. Het gaat vooral om bereikbaarheid, gelijke kansen, een gezonde leefomgeving en voorzieningen.
47
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
DE HISTORISCHE WELVAART
Waar landbouw eeuwenlang de belangrijkste werkgever in de Achterhoek was, komt vanaf de negentiende eeuw ook steeds meer industriële werkgelegenheid opzetten. In eerste instantie vooral ook op plekken waar de ondergrond de mogelijkheid voor nieuwe industrieën biedt. IJzerindustrie ontstaat vooral langs de Oude IJssel op de plekken waar ijzererts in de grond zat, baksteenindustrie sloot aan op de kleigronden van de rivieren en textielindustrie ontstond op plekken waar voldoende water en mensen beschikbaar waren. Op de vruchtbaarste gronden vindt van oudsher de meest productieve landbouw plaats. Dat resulteert in rijke IJsselhoeven langs de IJssel, maar ook bijvoorbeeld in de Scholtegoederen op het Winterswijks plateau. Van een brede welvaart, zoals we die naoorlogs wel kennen, is nog niet altijd sprake.
TOEN
49
/
136
RPA
DEVENTER ACHTERHOEK IN DE JAREN 50
De topografische kaart van de jaren vijftig laat goed zien waar we, nog niet zo lang geleden, vandaan komen. Kleine dorpen en buurtschappen met enkele grote kernen. Het is nog de tijd voor de wederopbouwwijken en we staan aan het begin van de grote naoorlogse bevolkingsgroei. Wel ligt er een vergelijkbare infrastructuur met wegen, spoorlijnen en openbaar vervoer. De meeste dorpen hebben een eigen school, kleine winkels en een hecht naoberschap. Tegelijkertijd is de mobiliteit een stuk lager, bestaat de kerkelijke verzuiling nog, zijn er minder gelijke kansen voor vrouwen en minderheden, is de gezondheidszorg nog niet zo ver ontwikkeld en is de algemene blik vanuit de maatschappij minder ‘werelds’.
LOCHEM NEEDE ZUTPHEN
BORCULO EIBERGEN RUURLO
BRONCKHORST
HENGELO
LICHTENVOORDE
DOESBURG ZELHEM LICHTENVOORDE
WEHL
WINTERSWIJK
DOETICHEM VARSSEVELD
ZEVENAAR
AALTEN
ULFT
TOEN ‘S HEERENBERG
51
/
136
DE ACHTERHOEK IN EEN GRENSOVERSCHRIJDENDE LANDSTREEK
Wanneer we de Achterhoek niet als de rand van Nederland beschouwen, valt het meteen op. Onze landgrens zorgt voor een begrenzing die in het landschap niet aanwezig is. Onze kaarten stoppen logischerwijs exact op de grens, juridisch verandert er het een en ander als je de grens overgaat en stemmen doe je ook aan de eigen kant van de grens. Toch blijft er ook veel hetzelfde. De rivieren stromen over de grens, het Nedersaksisch gaat door na de grens, de veldnamen zijn hetzelfde over de grens en de mensen aan weerszijden van de grens delen een soortgelijke culturele geschiedenis. Winterswijk ligt aan de rand van Nederland, maar ligt tegelijkertijd geografisch gezien midden in een grensoverschrijdende landstreek met een gezamenlijke natuurlijke en culturele identiteit. De Achterhoek verbindt de Baumbergen met de IJssel. Op culturele en economische schaal spant het gebied zich op tussen Arnhem, Enschede en Münster. Voor een deel is het IJsselwater afkomstig uit het grotere Euregio Rhein-Waal gebied. Dit is niet weergegeven op deze kaart.
NU NU 53
/
136
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
NU
IN DE ACHTERHOEK MONITOR WORDT INVULLING GEGEVEN AAN HET BEGRIP BREDE WELVAART -LEEFBAARHEID IN GEMEENTELIJKE OMGEVINGSVISIES
1.
2.
3.
BREDE WELVAART STAAT CENTRAAL
‘Het BBP meet van alles de kosten, maar van niets de waarde’ (vrij naar Robert Kennedy 1968). De Achterhoekse waarden en leefbaarheid zijn ons dierbaar; daarom stuurt de Achterhoek op brede welvaart en in het verlengde daarvan op de SDG’s. Deze zijn ook vertaald in de Achterhoek Visie 2030. Brede welvaart is een rode draad door alle thema’s heen. Leefbaarheid is daar een belangrijk onderdeel van. Vaak wordt de term leefbaarheid gebruikt als overall doel. Hoe hebben de samenwerkende gemeenten dat in hun omgevingsvisies vertaald, beperkt tot de 3 belangrijkste punten? Een gemene deler daarin is dat de focus telkens iets anders wordt gelegd en daarmee ook een net wat andere insteek kiezen bij de aanpak ervan.
In de fysieke leefomgeving zoals voldoende groenvoorzieningen, het integreren en combineren van functies, het creëren van een beweegvriendelijke omgeving, het creëren van nieuwe woonmilieus en het klimaatadaptief inrichten (ontstenen en vergroenen). Daarnaast ligt een stuk leefbaarheid in bereikbaarheid: van basisvoorzieningen (en het in stand houden ervan), maar ook in het verbeteren van bereikbaarheid en mobiliteit in het algemeen en het verduurzamen van die mobiliteit. Tot slot is leefbaarheid gericht op de sociale cohesie en gemeenschappen met het bevorderen van ontmoetingen, maatschappelijke initiatieven en gemeenschapsactiviteiten. Samenvattend is leefbaarheid een term die gebruikt wordt om het leven van inwoners aangenaam en prettig te laten zijn door een goede en groene en toekomstbestendige woonplek met voldoende (basis)voorzieningen die bereikbaar zijn en een levendige sociale structuur.
Brede welvaart geeft aan dat welvaart meer is dan sturen op economische groei en BBP. Onze Achterhoekse identiteit is door de eeuwen heen ontstaan en vormt ons historische kapitaal. Daar moeten we zuinig op zijn. De Achterhoek zet al langer in op brede welvaart zoals in de Achterhoek Visie 2030, onze 2 Regio Deals en recent in ‘Elke regio telt’. In Elke regio telt staat de ongelijke investereingslogica voor regio’s van het Rijk centraal.
55
/
136
Het concept brede welvaart komt voort uit het besef dat vooruitgang meer is dan economische groei. Brede welvaart gaat over welvaart, welzijn en welbevinden van mensen – oftewel, de kwaliteit van leven en wat mensen van waarde vinden. Het gaat daarbij niet alleen om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’; het gaat ook om de impact op de kwaliteit van leven buiten de grenzen van de eigen stad, regio of land (‘elders’), en de gevolgen voor toekomstige generaties (‘later’). Het brede welvaartsdenken zorgt ervoor dat met een integrale blik gekeken wordt naar hoe het gaat met de regio. Daarnaast kan brede welvaart ook gezien worden als een richtinggevend kader, dat vooral behulpzaam is bij het bepalen van de koers van de regio die ook gericht is op het nastreven van niet-economische doelen met meer nadruk op het welzijn van individuen en huishoudens. Uit: Achterhoek Monitor 2023/2024
Enkele cijfers over brede welvaart in de Achterhoek: • Bewoners in de Achterhoek vinden gezondheid, welzijn en wonen de belangrijkste brede welvaartsthema’s. • In de Achterhoek is het op het gebied van sociale indicatoren goed toeven, hoewel de bereikbaarheid van voorzieningen wel achterblijft bij het gemiddelde in Nederland. • Op het gebied van duurzaamheid is de regio relatief schoon, met de grote uitstoot van fosfaat en stikstof in de landbouw als de grote, en met het oog op de stikstofcrisis, relevante uitzondering. • Bij het laatste onderzoek naar brede welvaart (zomer 2022) gaf de Achterhoeker een 7.9 op de vraag hoe gelukkig hij/zij is. Dit is een hoge score.
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
BEREIKBAARHEID: WIE KAN WAAR GOED KOMEN?
-VAN METEN NAAR STUREN MET BREDE WELVAART
We bouwen verder aan brede welvaart zoals is opgenomen in de Achterhoek Monitor. Daarin staat dat de centrale onderdelen van brede welvaart in essentie kunnen worden teruggebracht tot drie dimensies van ontwikkeling: economie, sociaal, en duurzaamheid.. We plaatsen deze dimensies op de hoekpunten van een driehoek. Vanuit de uitgangspositie binnen in de driehoek (de punt in figuur 1.1) is er een afstand tot alle drie de doelen (de hoekpunten van de driehoek). De zijden van de driehoek verbeelden de afruilen tussen economische, sociale en duurzame ontwikkeling. Hoe groter de afstand, hoe lastiger deze doelen tezamen zijn te verwezenlijken en dus hoe sterker de afruil. Dit is geïllustreerd in figuur hieronder. ..
Er bestaan grote verschillen tussen mensen om banen en voorzieningen (zoals o.a. zorglocaties) met verschillende modaliteiten te bereiken. De focus van het vervoersbeleid op het functioneren van het vervoerssysteem (snelheid, efficiëntie, tijdwinst) is vanuit het economische perspectief voor bereikbaarheid van bedrijven een belangrijke component om een innovatieve en productieve regio te zijn en te blijven. Echter wordt daarmee de sociale component in het bereikbaarheidsvraagstuk onderbelicht. Het maakt dat weinig aandacht wordt besteed aan de mate waarin verschillende groepen mensen bestemmingen en activiteiten kunnen bereiken.
NU
“De Achterhoek heeft een relatief lage bbp maar een hoge brede welvaart!”
Het PBL heeft in 2022 bereikbaarheidsanalyses uitgevoerd en per woonlocatie in Nederland de bereikbaarheid van onder andere zorglocaties, scholen en werklocaties berekend. Een van de conclusies is dat bij het bouwen van huizen, en dan vooral de sociale woningbouw, goed gelet moet worden op bereikbaarheid zodat vervoersarmoede afneemt. Betere bereikbaarheid van banen met OV en fiets versterkt de arbeidsmarktpositie, vooral voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (Bron: PBL: ‘Toegang voor iedereen’ van Jeroen Bastiaansen en Marnix Breedijk). Vervoersarmoede komt vooral voor bij mensen die geen auto bezitten en daardoor steeds minder goed aan de samenleving mee kunnen doen (sociale contacten, kans op en bereikbaarheid van banen, gezondheidszorg).
Brede welvaart: afruilen in het hier en nu: door keuzes te maken, kunnen afruilen kleiner (groter) worden, wat zichtbaar wordt in de kleinere lichtgrijze (grotere > donkergrijze) driehoek, waarbij de afstand tussen uitgangspositie en de doelen kleiner (groter) worden. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam/Economische Verkenning Metropoolregio Amsterdam 2023
57
/
136
NABIJHEID VAN VOORZIENINGEN
Een belangrijk ruimtelijk thema binnen brede welvaart is de nabijheid van voorzieningen. Een goede bereikbaarheid van winkels, horeca, zorg, onderwijs en korte woon-werk-reistijden vergroten het welzijn en het comfort om inwoner van de Achterhoek te zijn. Het is bovendien cruciaal voor de kansengelijkheid in de samenleving. Traditionele voorzieningen voldoen nog deels
aan de behoefte vanuit de Achterhoek, maar er is ook een verschuiving te zien en de opkomst van nieuwe concepten. Het is cruciaal om in het RPA een concrete strategie te ontwikkelen voor behoud en versterking van voorzieningen. Dat betekent niet dat overal alles moet zijn, maar dat gestructureerde keuzes worden gemaakt vanuit het besef dat voorzieningen ook sturend zijn als vestigingsvoorwaarde voor inwoners, bedrijven en voor bijvoorbeeld de bezoekers aan de Achterhoek.
NU
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
BEVOLKINGSOPBOUW IN DE ACHTERHOEK
De Achterhoek vergrijst sneller dan gemiddeld, er worden minder kinderen geboren dan er overlijden en dat gaat alleen maar sneller. Door de snelle vergrijzing én ontgroening in de regio wordt in de periode 2020 tot 2050 een dubbele vergrijzing verwacht. Dat werkt door in de gehele samenleving. Het gaat dan niet alleen over het gezondheids- en welzijnaspect dat vergrijzing met zich mee brengt, maar ook over de inzet voor de economie. De Achterhoek komt - mede door de vergrijzing en ontgroening - jaarlijks 1900 arbeidskrachten tekort. Een veel groter tekort dan in de omliggende regio’s. Tot 2050 wordt een afname van de
potentiële beroepsbevolking verwacht van bijna 47.000 personen. Dat is een afname van ruim 15%. Dubbele vergrijzing is daarom één van de hoofdopgaven waar we als Achterhoek over na moeten denken. Brede welvaart wordt voor een deel bepaald door een evenwichtige samenstelling van de bevolking en een goede verdeling tussen de leeftijden. Het vraagt het om ruimtelijke keuzes: gaan we de autonome ontwikkeling op zijn beloop laten en hier op inspelen, bijvoorbeeld door het bouwen van meer seniorenwoningen? Of gaan we actief inzetten op het aantrekkelijk maken en houden van onze regio voor jongeren, jonge gezinnen en werkenden?
Ontwikkeling leeftijdsopbouw bevolking, Regio Achterhoek (links) en Nederland (rechts) 2007, 2012, 2017, 2022. Bron: CBS, 2022. Bewerking: Team Moventem
Inwoners 80 jaar of ouder per gemeente, 2030 Bron: PBL/CBS regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2015-2040
NU
61
/
136
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
Bevolkingsdichtheden per wijk
Bevolking jonger dan 15 jaar oud. Donkerder = meer inwoners van deze leeftijdscategorie
Bevolking tussen de 15 en 25 jaar oud. Donkerder = meer inwoners van deze leeftijdscategorie
Bevolking tussen de 25 en 45 jaar oud. Donkerder = meer inwoners van deze leeftijdscategorie
Bevolking tussen de 45 en 65 jaar oud. Donkerder = meer inwoners van deze leeftijdscategorie
Bevolking tussen de 65 jaar en ouder. Donkerder = meer inwoners van deze leeftijdscategorie
NU
63
/
136
BIEDT HET KANSEN OM DE ACHTERHOEK TE BEKIJKEN ALS 15-MINUTEN-STAD EN 30-MINUTEN-REGIO?
15-minuten fietscirkels als contouren van de bebouwde kom
-EEN REGIONALE VERTALING NAAR EEN
Verbinding tussen dorpskernen, binnen 15 minuten te fietsen
In een ‘15-minuten-stad’ zijn alle basisbehoeften te bereiken binnen een kwartier wandelen of fietsen. Het draait er om fysieke nabijheid, maar ook om het gevoel van nabijheid: er zijn geen barrières om gebruik te maken van essentiële voorzieningen. Het biedt wellicht kansen om dit te vertalen naar de Achterhoek: wat betekent het om een ‘30-minuten-regio’ te zijn?
Fietsknooppuntennetwerk Snelwegen Spoorwegen
30-MINUTEN-REGIO ALS AFWEGINGSKADER
In regio’s zoals de Achterhoek met een aanzienlijk deel landelijk gebied zien we investeringen in het hoofdOV-netwerk, maar tegelijkertijd ook een bezuiniging op busvervoer. De auto is en zal waarschijnlijk ook op termijn een belangrijk vervoersmiddel blijven mede omdat veel voorzieningen wat verder weg liggen van woongebieden.
Regionale autowegen Hoogspanningslijnen Gemeentegrenzen Kernen
Een duurzaam perspectief schuilt in het slim rangschikken van voorzieningen, wonen en bedrijvigheid op een manier dat de hoofdmoot is te bereiken te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer. Dan zijn er ook delen waar dat geen realistische sturingsoptie is, en waar voorzieningen niet binnen dat kwartier te bereiken zijn. Vanuit dat bewustzijn krijgen deze gebieden dan bewust een ander perspectief, waar de grotere afstand juist een kernkwaliteit is. Zo kan een vertaling van 30-minuten-regio een mooie uitwerking zijn voor het vervolg en raakt aan meerdere onderwerpen: bereikbaarheid, wonen, leefbaarheid landelijk gebied, verstedelijkingsopgave als kans voor behoud voorzieningen, armoede, gezondheidsverschillen, etc.
STRAKS Fietsbare afstanden verbinden grote delen van de Achterhoek met elkaar, maar laten ook duidelijk zien dat er plekken zijn waar de fietsbereikbaarheid om aandacht vraagt.
De kaart op deze pagina is een eerste vingeroefening op het thema fietsbereikbaarheid en fietsbare afstanden. De grijze cirkels laten contouren rond woonkernen zien die in 15 minuten te fietsen zijn en de paarse lijnen de daadwerkelijk verbonden centrale plekken binnen naastgelegen woonkernen. Hier concentreren zich de belangrijkste voorzieningen en het ontstane “web” zegt iets over de onderlinge bereikbaarheid. Het zou aardig zijn om dit voor meerdere modaliteiten en voorzieningen uit te werken en zo inzicht te verschaffen in verbondenheid en de bereikbaarheid van die voorzieningen. De uitdaging is vervolgens om vanuit de opgedane inzichten tot mobilitietsconcepten en ruimtelijke arrangementen te komen.
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
Contour
STRAKS
Brede welvaart is onze bril én ons kompas voor ruimtelijke ontwikkelingen.
ONDERZOEKSVRAGEN
•
DENKRICHTING
• •
Brede welvaart vraagt om een rechtvaardige verdeling van de ruimte, en een verdeling van de lusten en de lasten. Brede welvaart biedt een denk- en doekader om afruilen in het hier en nu, tussen hier en elders, en tussen nu en later in beeld te brengen en onvermijdelijke keuzes te agenderen. De focus ligt daarbij op het in balans brengen van de driehoek sociaal, economisch en duurzaamheid. Juist duurzaamheid verbreden naar het landschap, naar de ruimtelijke kwaliteit vraagt een verbreding en verdieping, zodat ook op langere termijn de sociale en economische aspecten in balans blijven.
• •
Er bestaat een paradox tussen korte termijn en lange termijn. Investeren in brede welvaart verhoogt niet altijd het comfort, welzijn en welvaart van mensen op korte termijn. We werken aan een leefomgeving die voorziet in sociale verbinding, gezondheid, veiligheid en persoonlijke ontwikkeling.
•
Hoe geven we invulling aan het instrument Brede welvaart van sturen en afwegen voor ruimtelijke keuzes? En hoe kunnen we het thema duurzaamheid meer invulling voor ruimtelijke kwaliteit geven? Hoe kunnen we met de ruimtelijke inrichting bijdragen aan een vermindering van armoede en een grotere gezondheid?
DILEMMA’S
•
Zijn we niet te veel tijd kwijt met instrumentontwikkeling? Hoe zorgen we dat we inhoudelijk echt verder komen en goede en rechtvaardige keuzes kunnen maken?
KANSEN
•
67
/
136
De Monitor is er al, die kunnen we verder ontwikkelen
CONTOURENSCHETS
Werkend Landschap + Neder|land|schap
RPA
STRAKS
Contour
Onze ruimtelijke inrichting maakt de leefomgeving gezond en divers.
ONDERZOEKSVRAGEN
•
We onderzoeken of we voor basisvoorzieningen kunnen werken met cirkels van bereikbaarheid. Dit vraagt een regionale duiding van basisvoorzieningen (welke er zijn, hetbelang voor leefbaarheid en de bereikbaarheid ervan).
DILEMMA’S DENKRICHTING
• • •
Welzijn staat voorop voor mens én haar leefomgeving in zowel de bebouwde omgeving als in het landelijk gebied. We werken aan een leefomgeving die voorziet in sociale verbinding, gezondheid en veiligheid. De ruimtelijke kant van gezondheid vraagt een verdere uitwerking en is op dit moment een actueel
•
• •
beleidsthema, waarbij nabijheid van voorzieningen een belangrijk vraagstuk is. We zetten volop in op beleving, recreatie en mogelijkheden voor sport en ruimte. Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie meenemen bij elke ruimtelijke afweging.
Willen we armoedebestrijding hier een onderwerp maken? En kansengelijkheid? Of benoemen we en sturen we op de ruimtelijke randvoorwaarden?
KANSEN
• •
69
/
136
Een gezonde leefomgeving is een actueel beleidsthema waar we flink op kunnen inzetten. En een thema dat sterk onder onze inwoners leeft. Ruimtelijke kant van positieve gezondheid verder invulling geven en zo een sterke verbinding met het sociale domein maken.
HOOFDCONTOUR 3
Wonen, werken en mobiliteit in sterke fysieke netwerken.
INTRODUCTIE
Wonen, werken en mobiliteit in sterke fysieke netwerken. TOEN Boerderijen, dorpen en gehuchten werden eeuwenlang gevestigd op hoge, droge plekken in de Achterhoek. In de natte en lage gebieden bleef het leeg. Industrie werden gestuurd door wat de aarde bood. IJzerindustrie ontstond op de plekken waar ijzererts in de grond zat, baksteenindustrie sloot aan de rivieren en textielindustrie ontstond op plekken waar voldoende water beschikbaar was. Het landschap bepaalde daarbij de voorwaarde voor vestiging en bepaalde daarmee tevens de aanleg van de infrastructuur. Vanaf de negentiende eeuw gaan we het landschap steeds meer naar onze hand zetten.
NU Technische mogelijkheden hebben er voor gezorgd dat we op de lagere, nattere gronden zijn gaan bouwen. Op die manier konden de kernen flink groeien vanuit de plekken waar ze oorspronkelijk zijn ontstaan. Dit heeft veel opgeleverd voor de regio en haar inwoners. Tegelijkertijd loopt deze manier van ruimtelijke groei ook steeds vaker tegen fysieke grenzen aan. Het continu aanpassen van het lage en natte landschap aan onze eigen wensen zorgt bovendien voor een uitgekleed, repeterend en ook steeds minder herkenbare leefomgeving. Terwijl de Achterhoek één van de mooiste cultuurlandschappen van Nederland herbergt.
STRAKS Als gevarieerde, goed bereikbare en aantrekkelijke regio ver boven zeeniveau zal de vraag naar woningen in de Achterhoek blijven groeien. Maar hoe en waar willen we welk woonaanbod gaan realiseren? Hierbij zijn bodem, waterbeschikbaarheid, voorzieningen en welzijn van groot belang. Nieuwe zoekgebieden gaan we niet uit de weg. Want de Achterhoek is niet uitgesproken stedelijk of landelijk, er is juist veel variatie en voor ieder wat wils. Deze kwaliteit bouwen we op organische wijze uit om een vitale Achterhoek te houden. Met een infrastructuur die ook een kwaliteit op zichzelf is.
73
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA
WONEN EN WERKEN IN EEN VERANDERENDE SAMENHANG -HET LANDSCHAP BEPAALDE DE VESTIGING
Boerderijen, dorpen en gehuchten werden eeuwenlang gevestigd op hoge, droge plekken in de Achterhoek. Langs de vruchtbare gronden aan de oeverwallen van de IJssel ontstonden grote en welvarende boerderijen en in de broeken bleef het leeg. Ook werklandschappen en industrie werden gestuurd door wat de aarde bood. Ijzerindustrie kwam op, op de plekken waar ijzererts in de grond zat, akkerbouw op de vruchtbare gronden, baksteenindustrie aan de rivieren bij de juiste klei en textiel op plekken waar voldoende water beschikbaar was.
TOEN TOEN
75
/
136
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
-NU PASSEN WE ONZE OMGEVING AAN ONZE WENSEN AAN
De bevolking groeide in navolging van de welvaartsgroei in de streek. De technische mogelijkheden om het landschap naar de hand van de mens te zetten namen toe, en dat gebeurde ook. Dat heeft er voor gezorgd dat er woningen en bedrijventerreinen gevestigd zijn op de lagere, nattere gronden en dat kernen flink zijn gegroeid vanuit de plekken waar ze oorspronkelijk ontstonden. Dit heeft veel opgeleverd voor de regio en haar inwoners. Tegelijkertijd loopt deze manier van ruimtelijke groei ook steeds vaker tegen fysieke en sociale grenzen aan. Stond de Achterhoek de afgelopen decennia steeds vaker te boek als een krimpregio - dat beeld is volledig gekanteld. Als mooie, gevarieerde, goed bereikbare en aantrekkelijke regio ver boven zeeniveau is het een gebied waar de vraag naar woningen groeit en zal blijven groeien. Dat roept de vraag op wat wonen en werken in de Achterhoek in de (nabije) toekomst betekent.
NU
77
/
136
RPA
Werkend Landschap + Neder|land|schap
CONTOURENSCHETS
RPA
WAT BETEKENT WONEN IN DE ACHTERHOEK DE KOMENDE JAREN?
De toenemende concentratie van woningen op, om en aan bestaande kernen en het aanbod is een logisch gevolg van het functioneren van de vastgoedmarkt in de laatste decennia. Deze markt is in beweging en innoveert volop. De vraag die voorligt is hoe en waar we welk woonaanbod gaan realiseren in de toekomst. Hierbij zijn bodem, water, voorzieningen, geluk en welzijn van groot belang. Nieuwe zoekgebieden, innovatie en een ander type gebiedsarrangementen gaan we daarbij niet uit de weg. De vraag is groot. Uniek aan de Achterhoek is de grote diversiteit aan woonmilieus. Want de Achterhoek is niet uitgesproken stedelijk of landelijk, er is juist veel variatie en voor ieder wat wils. Deze kwaliteit bouwen we op organische wijze uit door het uitgekiend toevoegen van verschillende nieuwe woonomgevingen op de juiste plek. Zo houden we de Achterhoek vitaal, de voorzieningen op peil en zo vergroten we aanwezige kwaliteiten.