CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek_Bijlagen regels.pdf

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1, Breedenbroek15.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitvoering maatregelen: monitoren     

De voorzieningen zijn zo vormgegeven en hierbij zijn dusdanige materialen gekozen dat de inzet van deze voorzieningen langdurig is gegarandeerd; De permanente vleermuisvoorzieningen zitten in de gebouwen verwerkt zodat deze ongestoord kunnen functioneren; De neststenen van de huiszwaluw zijn van hout beton waardoor een stevige basis aanwezig is. De huiszwaluw kan defecten zelfstandig oplossen; Boerenzwaluw zit op een plaats boven een dierenverblijf. Dit is de meest gunstige plek voor de boerenzwaluw; De voorzieningen voor de kerkuil bevinden zich in de nok van twee bijgebouwen en zijn daarmee ongevoelig voor verstoring. De inpandige mogelijkheden worden door kerkuilen geprefereerd.

- 30 -

9

Alternatieven

9.1

Alternatieve locatie Alternatieve locaties zijn niet voorhanden. De panden kunnen niet worden hergebruikt en bij de sanering van asbest gaan de verblijfplaatsen verloren. De aanwezigheid van deze asbestdaken maakt ook dat de omgeving door het verweren van het asbest langzaam wordt vervuild wat voor de kwetsbare bewoners niet toelaatbaar is.

9.2

Alternatieve inrichting Bij sloop zijn geen alternatieven voorhanden. Het is onmogelijk om de panden te laten staan en her te bestemmen zonder dat de verblijfplaatsen van de diverse soorten verloren gaan. De zolder in het achterhuis voldoet op geen enkele wijze voor gebruik als woonruimte en dat is ook niet te realiseren. De hoogte van de zolder is te laag. De overige schuren bevatten asbesthoudende daken en zijn daarmee niet veilig voor bewoning. Bij sanering gaan de verblijfplaatsen verloren.

9.3

Alternatieve werkwijze De planning is zo opgesteld dat de woningen voorafgaande aan de kwetsbare periode ongeschikt wordt gemaakt en dat zoveel mogelijk buiten de kwetsbare perioden worden gewerkt zodat de soorten de beschikking blijven houden over voldoende verblijfplaatsen. Waar nodig zijn alternatieve verblijfplaatsen aangebracht.

9.4

Alternatieve planning Gewerkt word in de minst kwetsbare periode. Alleen de vleermuizen ondervinden hinder doordat de bouwperiode meer dan 1 jaar bedraagt. Hierdoor is niet te voorkomen dat vleermuizen hinder ondervinden. Voor de overige soorten is de overlast beperkt of niet aanwezig.

- 31 -

10 Gunstige staat van instandhouding 10.1 Staat van instandhouding 10.1.1 Huismus De huismus staat onderdruk maar de laatst 10 jaar is er geen significante afname van het aantal broedparen aanwezig. De onderstaande afbeelding toont de trend zoals deze bij SOVON voor de huismus in de provincie Gelderland is te vinden.

Afbeelding 14: trend van de huismus in Gelderland ( bron: SOVON)

Voor Gelderland is in 2018 een beoordeling gemaakt van de gunstige staat van instandhouding van de huismus. Deze geeft een eindbeoordeling die ongunstig- ontoereikend is.

- 32 -

Afbeelding 15: beoordeling staat van instandhouding huismus (bron:Arcadis_De_staat_van_instandhouding,_factsheets_voor_25_soorten_in_Gelderland_(PS2018372)

10.1.2 Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest algemene soort van Nederland. Uitspraken over de aantalsontwikkeling is niet goed mogelijk. In beoordeling van de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis in Gelderland is de staat van instandhouding als gunstig aangegeven.

- 33 -

Afbeelding 16: beoordeling van de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis in Gelderland. (bron: Arcadis: “De staat van instandhouding, factsheets voor 25 soorten in Gelderland”(PS2018-372)

Blijven voor de gewone dwergvleermuis voldoende verblijfplaatsen aanwezig dan zal de gunstige staat van instandhouding van de plaatselijke populatie niet in gevaar komen. Door het aanbieden van 16 nieuwe verblijven in de muren, de plaatsing van de kantpannen en het toegankelijk houden van het dak zal de gewone dwergvleermuis ruim voldoende verblijfsmogelijkheden hebben om de plaatselijke populatie in stand te kunnen houden.

10.1.3 Kerkuil De Kerkuil neemt in Gelderland de afgelopen jaren in aantal toe. De trendlijn is positief. Afbeelding 17 toont de trend zoals deze bij SOVON voor de Kerkuil in de provincie Gelderland is te vinden. Door het realiseren van twee potentiele broedlocaties zal de plaatselijke populatie van de kerkuil in stand blijven. De staat van instandhouding is in Nederland als gunstig beoordeeld.

- 34 -

Afbeelding 17: trend van de kerkuil in Gelderland ( bron: SOVON)

10.1.4 Boerenzwaluw De boerenzwaluw neemt in Gelderland de afgelopen jaren in aantal toe. De trendlijn is positief. Afbeelding 18 toont de trend zoals deze bij SOVON voor de Boerenzwaluw in de provincie Gelderland is te vinden. Door het realiseren van de broedlocaties zal de plaatselijke populatie van de boerenzwaluw in stand blijven. De staat van instandhouding is in Nederland als gunstig beoordeeld.

- 35 -

Afbeelding 18: trend van de boerenzwaluw in Gelderland ( bron: SOVON)

10.1.5 Huiszwaluw De huiszwaluw neemt in Gelderland de afgelopen jaren in aantal toe. Afbeelding 19 toont de trend zoals deze bij SOVON voor de huiszwaluw in de provincie Gelderland is te vinden. Door het realiseren van de broedlocaties zal de plaatselijke populatie van de huiszwaluw in stand blijven. Door het aanbieden van de nesten blijven de factoren: verspreiding, leefgebied en toekomst op deze locatie behouden. Deze drie factoren maken dat de staat van instandhouding voor deze soort matig ongunstig is ondanks het toenemende aantal broedvogels.

- 36 -

Afbeelding 19: trend van de huiszwaluw in Gelderland ( bron: SOVON)

Afbeelding 20: staat van instandhouding van de huiszwaluw in Nederland. ( bron: SOVON)

10.2 Afbreuk gunstige staat van instandhouding 10.2.1 Huismus Als gevolg van de sloop wordt niet verwacht dat de plaatselijke populatie huismussen zal afnemen. De sloop wordt buiten de meest kwetsbare periode uitgevoerd ende huismus heeft voldoende alternatieve verblijven voorhanden. Het leefgebied van de huismus blijft intact. Door de landschappelijke inpassing zal de kwaliteit van het leefgebied nog iets verder toenemen. De hoeveelheid verhardt oppervlak neemt verder af. De gunstige staat van instandhouding van de huismus in dit gebied is hierdoor gewaarborgd. - 37 -

10.2.2 Huiszwaluw Als gevolg van de sloop wordt niet verwacht dat de plaatselijke populatie huiszwaluwen zal afnemen. De sloop wordt buiten de meest kwetsbare periode uitgevoerd en de huiszwaluw heeft bij terugkeer uit de overwinteringsgebieden weer de beschikking over nestlocaties. Het leefgebied van de huiszwaluw blijft intact. De gunstige staat van instandhouding van de huiszwaluw in dit gebied is hierdoor gewaarborgd. 10.2.3 Boerenzwaluw Als gevolg van de sloop wordt niet verwacht dat de plaatselijke populatie boerenzwaluwen zal afnemen. De soort heeft in de omgeving vele uitwijk mogelijkheden. De sloop wordt buiten de meest kwetsbare periode uitgevoerd en de boerenzwaluw heeft bij terugkeer uit de overwinteringsgebieden weer de beschikking over nestlocaties. Het leefgebied van de boerenzwaluw blijft intact. De gunstige staat van instandhouding van de boerenzwaluw in dit gebied is hierdoor gewaarborgd. 10.2.4 Kerkuil Als gevolg van de sloop wordt niet verwacht dat de plaatselijke populatie van de kerkuil zal afnemen. In de schuur is een roestplaats aanwezig. Een van de vele waarover de kerkuil in zijn territorium beschikt. Na het realiseren van de plannen heeft de kerkuil de beschikking over twee nieuwe bloedlocaties. Het leefgebied van de kerkuil blijft intact en wordt door de landschappelijke inpassing van het gebied versterkt.

De hoeveelheid verharding neemt door de plannen af. De gunstige staat van instandhouding van de kerkuil in dit gebied is hierdoor gewaarborgd. 10.2.5 Gewone dwergvleermuis Als gevolg van de sloop wordt niet verwacht dat de plaatselijke populatie gewone dwergvleermuis zal afnemen. De vleermuizen hebben tijdig de beschikking over nieuwe verblijfplaatsen op het moment dat de woning wordt gesloopt. De foerageermogelijkheden veranderen niet en vliegrouten worden niet aangetast. Hierdoor blijft de plaatselijke populatie de gewone dwergvleermuis op peil. De gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis in dit gebied is hierdoor gewaarborgd. 10.3 Zorgvuldig handelen De werkzaamheden worden zo uitgevoerd dat de soorten voor de kwetsbare perioden aanbreken worden ontmoedigd en geleidt naar de alternatieve mogelijkheden. De genomen maatregelen worden gecontroleerd zodat kan worden vastgesteld of de maatregelen effectief zijn. Het ongeschikt maken wordt handmatig uitgevoerd met inzet van de noodzakelijke apparatuur. Hierdoor kan bij het onverwacht aantreffen van soorten direct worden gestopt met de werkzaamheden waardoor schade wordt voorkomen.

- 38 -

11 Literatuur  BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0;  BIJ12-2017-011-Kennisdocument Kerkuil-1.0;  BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0;  Mitigatiecatalogus_gebouwbewonende_soorten_Centrum_Veilig_Wonen  Arcadis_De_staat_van_instandhouding,_factsheets_voor_25_soorten_in_Gelderland_(P S2018-372);  Notitie na-isoleren vleermuisvriendelijk bouwen, zoogdiervereniging;  Brochure_vleermuisvriendelijk_bouwen, landschapsbeheer flevoland; www.sovon.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.gelderland.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vleermuiskasten.nl www.vleermuizenindepolder.nl

- 39 -

12 Plan van aanpak in het kort 12.1 Huismus 12.1.1 Voor de start van de sloop  Controle op aanwezigheid van de huismus;  Natuurvrij verklaring door ecoloog. 12.1.2 Fase van de herbouw  Realiseren van de permanente voorzieningen door het plaatsen van de vogelschroten op de 3e panlat. 12.1.3 Algemeen  De werkzaamheden moeten worden begeleid door een deskundige op het gebied van huismus;  Bijhouden van een logboek. 12.2 Huiszwaluw, boerenzwaluw 12.2.1 Voor de start van de sloop  Controle op aanwezigheid van de huiszwaluw en boerenzwaluw;  Natuurvrij verklaring door ecoloog. 12.2.2 Fase van de herbouw  Realiseren van de permanente voorzieningen door het plaatsen van de20 nestkommen voor de huiszwaluw;  Aanbrengen van panlatten op zolderbalken bij het klein-dierenverblijf;  Permanente toegang tot klein-dierenverblijf; 12.2.3 Algemeen  De werkzaamheden moeten worden begeleid door een deskundige op het gebied van huiszwaluw en boerenzwaluw;  Bijhouden van een logboek. 12.3 Kerkuil 12.3.1 Voor de start van de sloop  Controle op aanwezigheid van de kerkuil;  Natuurvrij verklaring door ecoloog. 12.3.2 Fase van de herbouw  Realiseren van de permanente voorzieningen door het plaatsen van de 2 kasten in gebouw D en E;  Kasten toegankelijk maken via de kopgevel.

- 40 -

12.3.3 Algemeen  De werkzaamheden moeten worden begeleid door een deskundige op het gebied van de kerkuil;  Bijhouden van een logboek. 12.4 Gewone dwergvleermuis 12.4.1 Voor de start van de bouw  Aanbrengen tijdelijke verblijven. 12.4.2 Fase van de herbouw Ongeschikt maken van verblijven:  Tijdig ongeschikt maken van verblijven, minimaal 5 dagen voorafgaande aan de werkzaamheden;  Het ongeschikt maken spouwmuren door verwijderen kozijnen en maken van gaten in de hoeken;  Het ongeschikt maken gevelbekleding door handmatig verwijderen;  Controle op effectiviteit, minimaal 5 dagen na het ongeschikt maken;  Realiseren van de nieuwe verblijven inde kopgevels van alle gebouwen. Periode ongeschikt maken:  15 augustus 2023 – 15 oktober 2023;  Nacht temperatuur boven 10 graden Celsius. 12.4.3 Algemeen  De werkzaamheden moeten worden begeleid door een deskundige op het gebied van vleermuizen.  Bijhouden van een logboek.

- 41 -

13 Werk protocol De wijze van werken staat per soort weergegeven in de volgende hoofdstukken. In dit hoofdstuk zijn de werkzaamheden per periode weergegeven. Alle werkzaamheden worden vastgelegd in een logboek. 13.1.1 Preventief 13.1.2 Maatregelen 3e kwartaal 2022  Plaatsen tijdelijke voorzieningen gewone dwergvleermuis;  Vastleggen in logboek. 13.1.3 Voor de sloop 3e kwartaal 2023  Verwijderen kozijnen;  Openmaken spouwmuren in de hoeken;  Verwijderen bovenzijde spouwmuur;  Loshalen van gevelbekleding;  Controle effect na 5 dagen door ecoloog;  Vastleggen in logboek. 13.1.4 Herbouw  Realiseren klein-dierenverblijf voor 1 februari 2024;  Het dak van het bestaande woonhuis wordt hersteld en is voor 1 maart 2024 gereed;  Toegankelijk maken van alle daken voor de huismus door het plaatsen van vogelschroten op de 3e panlat;  Aanbrengen 20 nestkommen voor huiszwaluw op klein-dierenverblijf voor 1 mei 2024;  Verbreden dakbalken in klein-dierenverblijf voor 1 mei 2024;  Realiseren twee nestkasten voor de kerkuil in gebouw D en E;  Vastleggen in logboek.

- 42 -

14 Begeleiding en communicatie Opdrachtgever: Thuismakers Breedenbroek BV Namens opdrachtgever: De heer B. Fluttert Telefoonnummer 0654352788 0547261119 E-mail: b.fluttert@gmail.com

Projectmanager: De heer B. Fluttert Telefoonnummer 0654352788 0547261119 E-mail: b.fluttert@gmail.com

Opdrachtnemer Opdrachtnemer: (Nog onbekend) Namens opdrachtnemer: (Nog onbekend) Telefoonnummer: (Nog onbekend) E-mail: (Nog onbekend) Deskundige flora en fauna Opdrachtnemer: (Nog onbekend) Namens opdrachtnemer: (Nog onbekend) Telefoonnummer: (Nog onbekend) E-mail: (Nog onbekend) Aandachtspunten voor de realisatie zijn: 1. Afstemmen en registratie van dit plan van aanpak en/of nieuw gevonden soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen met toezichthouder 2. Verzorgen werkinstructie door de uitvoerder aannemer en deskundige flora-fauna; uitleg plan van aanpak aan betrokkenen, voordat de werkzaamheden starten; 3. Wekelijks agendapunt soortbescherming op de agenda van de bouwvergadering. a. Wordt conform het plan van aanpak gewerkt; b. Welke verbeterpunten gelden op basis van nieuwe inzichten en/of nieuwe verblijfplaatsen van soorten? c. Afstemmen aanpassing tussen deskundige, opdrachtgever en opdrachtnemer; d. Verwerken aanpassingen en nieuwe warnemingen in plan van aanpak, projectdossier. 4. Evaluatie zorgvuldig handelen na afronding van het project: wat ging goed en wat kan de volgende keer beter? Controle en deskundigheid (Nog onbekend) is beschikbaar voor advies en ondersteuning over de natuurwetgeving Contactpersoon is: (Nog onbekend)

- 43 -

15 Advies 15.1 Intrinsieke waarde Alle levende dieren hebben een intrinsieke waarde. Worden dieren bij de renovatie aangetroffen dan moeten deze dieren in veiligheid worden gebracht. Het moedwillig doden van dieren is niet toegestaan. Ontstaan er onverwachte situaties met beschermde of strikt beschermde soorten dan zal direct contact gezocht worden met en ter zake deskundige om naar een oplossing te zoeken. 15.2 Invloed weer Afhankelijk van de benodigde tijd om de renovatie uit te voeren kunnen tijdelijke maatregelen meer dan 1 jaar aanwezig zijn. De overlap die in desbetreffende paragrafen wordt aangehouden moet in acht worden genomen. Afhankelijk van het temperatuurverloop in het voorjaar kunnen de veilige perioden vervroegen of vertragen. Hierdoor kunnen projecten mogelijk eerder of later starten. De nachttemperatuur aan het begin van de avond dient rond de 10 ºC te liggen. De vleermuizen moeten actief zijn om te kunnen reageren op veranderingen in de verblijven.

- 44 -

Bijlage 1 artikel 3.69 bouwbesluit Bouwbesluit Geldend van 03-11-2018 t/m heden

2012

Artikel 3.69. Openingen 1. Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een afvoervoorziening voor luchtverversing; b. een afvoervoorziening voor rookgas, en c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. 2. In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is.

45

Bijlage 2: Quickscan natuuronderzoek

- 46 -

Quickscan natuuronderzoek Tullenstraat 1 Breedenbroek

Quickscan natuuronderzoek Tullenstraat 1 Breedenbroek

Opdrachtgever:

De heer Massop Wilhelminastraat 7a 7091 BL te Dinxperlo

Status: Datum:

Definitief

Uitvoering:

Foreest Groen Consult Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 F 0314 380332 E-mail info@foreestgroenconsult.nl Http://www.foreestgroenconsult.nl

24 juli 2019

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ............................................................................................................................................... 5 Beschrijving van het plangebied. ..................................................................................................... 6 2.1 Beschrijving onderzoek ............................................................................................................ 6 2.2 Natura 2000................................................................................................................................ 7 2.3 Gelders Natuur Netwerk .......................................................................................................... 8 3 Resultaten ............................................................................................................................................ 9 3.1 Flora ............................................................................................................................................. 9 3.2 Zoogdieren ................................................................................................................................. 9 3.3 Amfibieën.................................................................................................................................

10 3.4 Reptielen .................................................................................................................................. 10 3.5 Ongewervelden ...................................................................................................................... 10 3.6 Broedvogels ............................................................................................................................. 10 3.7 Vissen ........................................................................................................................................ 10 3.8 Vleermuizen............................................................................................................................. 11 3.8.1 Gebouwen ........................................................................................................................... 11 3.8.2 Bomen .................................................................................................................................. 12 4 Conclusie ........................................................................................................................................... 13 4.1 Flora ..........................................................................................................................................

13 4.2 Zoogdieren .............................................................................................................................. 13 4.3 Amfibieën................................................................................................................................. 13 4.4 Reptielen .................................................................................................................................. 14 4.5 Ongewervelden ...................................................................................................................... 14 4.5.1 Vlinders ................................................................................................................................ 14 4.5.2 Libellen................................................................................................................................. 14 4.5.3 Overige ongewervelden ................................................................................................... 14 4.6 Broedvogels ............................................................................................................................. 15 4.6.1 Huismus ...............................................................................................................................

15 4.6.2 Kerkuil .................................................................................................................................. 15 4.6.3 Huiszwaluw ......................................................................................................................... 15 4.6.4 Boerenzwaluw ..................................................................................................................... 15 4.6.5 Pimpelmees ......................................................................................................................... 16 4.6.6 Overige soorten.................................................................................................................. 16 4.6.7 Samengevat......................................................................................................................... 16 4.7 Vissen ........................................................................................................................................ 16 4.8 Vleermuizen............................................................................................................................. 16 4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen .........................................................................................

16 4.8.2 Foerageergebied ................................................................................................................ 17 4.8.3 Vliegroute............................................................................................................................ 17 4.9 Samenvatting .......................................................................................................................... 17 4.10 Natura 2000............................................................................................................................. 17 4.11 Gelders Natuur Netwerk ....................................................................................................... 17 5 Advies................................................................................................................................................. 19 5.1 Intrinsieke waarde .................................................................................................................. 19 5.2 Aanpassing vogelsoorten ...................................................................................................... 19 6 Litteratuurlijst ...................................................................................................................................

20 6.1 Websites................................................................................................................................... 20 6.2 Verspreidingsatlassen ............................................................................................................ 20 Bijlage 1: Foto impressie plangebied .................................................................................................... 21 -3-

Bijlage 2: Gegevens NDFF ....................................................................................................................... 24 Bijlage 3: Kernkwaliteiten deelgebied 37 Oude IJssel ....................................................................... 25

-4-

1

Inleiding

In opdracht van de heer Massop is op 16 jul1 2019 een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd op de locatie Tullenstraat 1 in Breedenbroek. De reden voor deze quickscan is dat de stallen rondom de boerderij worden gesloopt om plaats te maken voor twee bouwpercelen. De boerderij zelf wordt aan de agrarische bestemming onttrokken en wordt bestemd als wonen. Naast de sloop van de opstallen moet ook het bestemmingsplan worden gewijzigd om dit alles mogelijk te maken. Onderzocht is of de sloop van de opstallen rond de voormalige boerderij gevolgen kan hebben voor beschermde dier- en plantensoorten. Een quickscan is een eerste opname die inzicht geeft in de eventuele aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. De quickscan bestaat uit een veldbezoek en wordt aangevuld met gegevens uit openbaar toegankelijke bronnen als verspreidingsatlassen en waarneming sites. Op basis van de resultaten kan nader aanvullend onderzoek naar een of meerdere soorten noodzakelijk zijn. Het onderzoek en de rapportage zijn uitgevoerd door ir. M.W.P. Ariëns werkzaam bij Foreest Groen Consult.

-5-

2

Beschrijving van het plangebied.

Het plangebied ligt in het buitengebied van Breedenbroek. De boerderij ligt rondom in een agrarisch gebied en grenst, aan de zuidoostzijde, aan het Breedenbroekse bos. Het plangebied bestaat uit een verzameling bedrijfsgebouwen op het erf van de boerderij. Vrijwel het gehele plangebied is ofwel bebouwd ofwel verhard. Alleen voor de boerderij woning is een siertuin aanwezig. Tussen de gebouwen en aan de randen enkele kleine bomen en struiken. Op enkele voormalige kuilvoerplaten is zand en puingranulaat opgeslagen. De gebouwen zijn, uitgezonderd een vrij recente loopstal, niet meer agrarisch in gebruik. De loopstal wordt op dit moment gebruikt voor jongvee. De melkinrichting is niet meer aanwezig. Rondom de planlocatie is de grond als akkerland in gebruik.

Afbeelding 1: ligging van het plangebied. Het plangebied is met een rode lijn omcirkeld. (bron: http://gelderland.maps.arcgis.com )

2.1 Beschrijving onderzoek Weersgesteldheid: Temperatuur Windkracht: Omschrijving:

14˚C 1-2 Bft Bewolkte dag -6-

Alle te slopen bedrijfsgebouwen zijn van binnen en buiten onderzocht op sporen van dieren, mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen of de aanwezigheid van dier- en plantensoorten. Vervolgens is het terrein rondom de gebouwen systematisch afgezocht op dier- en plantensoorten. Alle aangetroffen soorten of sporen van soorten zijn genoteerd. Daarna heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden in openbare verspreidingsatlassen en websites die aanwijzingen kunnen geven over het eventueel voorkomen van beschermde dieren plantensoorten.

2.2 Natura 2000 De planlocatie ligt niet in de omgeving van een Nederlands Natura 2000 gebied. Het meest dichtbij gelegen gebied is het Korenburgerveen op ruim 16 kilometer afstand. Ook de gebieden in Duitsland Nordrhein-Westfalen liggen op ruime aftand tot de planlocatie. Het meest dichtbijgelegen gebied ligt op 6,7 kilometer afstand. Dit is het gebied: “FFH-Gebiete NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung” en” Vogelschutzgebiete VSG Unterer Niederrhein”.

Afbeelding 2: ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden. De planlocatie ligt in de rode cirkel (bron: http://natura2000-meldedok.naturschutzinformationen.nrw.de )

-7-

2.3 Gelders Natuur Netwerk Het plangebied ligt in de groene ontwikkelzone van het Gelders Natuur Netwerk. Deze groene ontwikkelzone maakt deel uit van deelgebied 37 Oude IJssel. De kernkwaliteiten die voor dit gebied zijn omschreven zijn opgenomen in bijlage 3 van deze rapportage.

Afbeelding 3: ligging van het plangebied ten opzichte van GNN en GO gebieden. (bron: http://gelderland.maps.arcgis.com )

-8-

3

Resultaten

3.1 Flora Op het perceel zijn de volgende plantensoorten aangetroffen:  Boswilg  Canadese fijnstraal  Duizendblad  Echte kamille  Frans raaigras  Gewone witbol  Glad vingerkruid  Grote brandnetel  Grote weegbree  Hanenpoot  Hondspeterselie  Kaal knopkruid  Klimop  Korrelganzenvoet  Kropaar  Kweek  Liggende klaver  Muskuskaarsjeskruid  Paardenbloem  Perzikkruid  Raket  Schijfkamille  Spiesmelde  Timothee gras  Varkensgras  Varkenskers  Vertakte leeuwentand  Vogelwikke  Zachte ooievaarsbek  Zand teunisbloem  Zeepkruid  Zevenblad  Zoete kers  Zwarte els  Zwarte nachtschade

3.2 Zoogdieren Op het perceel zijn de volgende zoogdiersoorten aangetroffen:  Bruine rat  Konijn  Veldmuis

-9-

3.3 Amfibieën Op het perceel zijn geen amfibieën aangetroffen.

3.4 Reptielen Op het perceel zijn geen reptielen aangetroffen.

3.5 Ongewervelden Op het perceel zijn de volgende ongewervelden aangetroffen:  Honingbij  Koolwitje  Segrijnslak  Tuinslak

3.6 Broedvogels Op het perceel zijn de volgende broedvogels aangetroffen:  Boerenzwaluw  Buizerd  Houtduif  Huismus  Huiszwaluw  Kerkuil  Merel  Pimpelmees  Witte kwikstaart  Zomertortel  Zwarte kraai

3.7 Vissen Op het perceel zijn geen vissen aangetroffen.

- 10 -

3.8 Vleermuizen 3.8.1 Gebouwen

Blauw: varkensstal Rood: garage Geel: varkensstal Oranje: varkensstal Lichtblauw: kapschuur Paars: loopstal Lichtgroen: grupstal/achterhuis Donkergroen: woonhuis

Blauw: varkensstal Deze stal heeft gemetselde spouwmuren. De beide kopgevels zijn begroeid. Aan de noordwestzijde is op 1,5 meter hoogte in de muur op meerdere plaatsen een spouwmuur ontluchting aanwezig. De totale muur hoogte is ca. 180 cm. Het dak van cementgebonden golfplaten is niet beschoten. Wel is aan de binnenzijde een isolatielaag van hardschuimplaten aangebracht. Rood: garage De garage heeft enkel steens muren met op regelmatige afstand massieve steunberen. De kap bestaat uit cementgebonden platen op een houten kapconstructie. De kap is plaatselijk met plaatmateriaal beschoten. Niet overal is dit materiaal aanwezig. Geel: varkensstal Deze stal heeft gemetselde muren met een spouw. De spouw heeft geen open stootvoegen of andere openingen. De bovenzijde van de spouwmuur is met een kantbalk afgedicht. De kap is van cement gebonden platen. Het overstek is niet afgetimmerd. Op de kopgevel is een kantplank aanwezig. Deze bevindt zich strak tegen de muur aan. Aan de binnenzijde zijn tegen de balken hardschuim isolatieplaten aangebracht. In de stal zijn mestputten aanwezig. In een deel van de stal is de oude stalinrichting nog aanwezig. Oranje: varkensstal Deze stal is aan de oostzijde open gemaakt. De stal heeft enkel steens muren met op regelmatige afstand steunberen. De kap bestaat uit cementgebonden platen. De kap is niet beschoten.

Op de kopgevels zijn stalen hoekplaten aanwezig. De stal heeft voor een varkensstal hoge muren. Op ongeveer 3,5- 4 meter hoogte is een vlakke isolatielaag van - 11 -

hardschuimplaten aanwezig. Voor een klein deel is de oude stalinrichting nog aanwezig. Delen van de binnenmuren zijn verdwenen. Zodat vrijwel een grote openruimte is ontstaan. In deze stal zijn sporen van de kerkuil aangetroffen. Lichtblauw: kapschuur Deze kapschuur is tegen de varkensstal aangebouwd. De schuur bestaat uit stalen spanten met cementgebonden platen op houten kapdragers. Aan de westzijde is de kapschuur met een enkelvoudige stalendamwand afgedicht. Paars: loopstal Deze stal bestaat uit een stalenframe met stalendamwandplaten. Op het dak liggen cement gebonden platen afgewisseld met enkele transparante kunststof platen. De platen liggen op houten balken. De oude melkstal is leeg en hier bevinden zich enkele nesten van de boerenzwaluw. De melkstal is geïsoleerd. Lichtgroen: grupstal/achterhuis Deze stal blijft in de plannen behouden. De stal heeft gemetselde muren met een spouw. Bij de lange zijde is de spouw met een kantbalk afgedicht. De kopse gevels zijn niet afgedicht. De stal heeft een niet beschoten pannendak. In de stal is een verdieping aanwezig die bestaat uit balken en deels beplankte vloeren. Deze vloeren verkeren in een slechte conditie zodat niet de hele zolder kon worden bekeken. In de stalruimte zijn nesten van de boerenzwaluw aanwezig. Aan de buitenzijde zijn nesten van de huiszwaluw aanwezig.

Donkergroen: woonhuis Het woonhuis blijft in de plannen behouden. Het woonhuis heeft massieve muren. Het huis heeft een pannendak waarop huismussen aanwezig zijn. Naast de ramen hangen luiken. Het woonhuis was bewoond waardoor er niet binnen in de woning is gekeken.

3.8.2 Bomen Grote bomen met een diameter van meer dan 30 centimeter zijn niet aanwezig.

- 12 -

4

Conclusie

4.1 Flora In het plangebied zijn uitsluitend algemene soorten vaatplanten aangetroffen. Het plangebied is grotendeels verhard en wordt omringd door intensief beheerd akkerland. De planlocatie zelf is jarenlang als agrarisch bedrijf in gebruik geweest. Hierdoor zijn de omstandigheden die beschermde soorten planten nodig hebben niet aanwezig Enkele opstallen zijn oud en zullen een zekere hoeveelheid kalk in de voegen hebben. Beschermde muurflora is niet aangetroffen. Verspreidingsgegevens laten ook geen waarnemingen zien in de directe omgeving van de planlocatie. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep flora niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2 Zoogdieren Bij de veldinspectie zijn enkele zoogdiersoorten aangetroffen. De bruine rat is niet beschermd. De veldmuis en het konijn zijn wel beschermd maar voor beide soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de verspreidingsgegevens zijn drie beschermde diersoorten bekend in de omgeving. Dit zijn: eekhoorn, boommarter en steenmarter. De aanwezigheid van de eekhoorn en de boommarter kan worden uitgesloten. Hiervoor ontbreekt het geschikte habitat. In het nabijgelegen Breedenbroeks bos zullen de soorten aanwezig zijn maar dit bos wordt door een akker van een paar honderd meter breed van de locatie gescheiden. Op de locatie vinden beide soorten geen geschikt leefmilieu. Van de steenmarter zijn gen sporen aangetroffen. De gebouwen, uitgezonderd het woonhuis, zijn van binnen en buiten onderzocht. Nergens zijn sporen van de steenmarter aangetroffen. De soort is niet op deze locatie aanwezig. Andere beschermde soorten worden op basis van de aangetroffen situatie niet verwacht. Het plangebied is niet geschikt voor de beschermde soorten zoogdieren. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep zoogdieren niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.3 Amfibieën Op de planlocatie is geen voortplantingswater voor amfibieën aanwezig. Bij de veldinspectie zijn geen amfibieën aangetroffen. De locatie ligt vrij geïsoleerd tussen intensief beheerde akkers. De in de omgeving aanwezige beschermde poelkikker komt zeker niet op deze locatie voor. Hiervoor ontbreekt het geschikte habitat. Incidenteel zou een gewone pad of bruine kikker de planlocatie kunnen passeren maar de dieren vinden hier niet veel voedsel. Deze algemene soorten zijn vrijgesteld bij een ruimtelijke ontwikkeling. Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep amfibieën niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

- 13 -

4.4 Reptielen De planlocatie is volledig ongeschikt voor reptielen. De locatie ligt bovendien zeer geïsoleerd ten opzichte van een geschikt leefgebied. Op enige afstand van de locatie zijn waarnemingen bekend van de hazelworm. Deze soort kan de planlocatie, door het omringende intensieve agrarische gebied, niet bereiken. Het is uitgesloten dat deze soort of een andere reptielensoort op de locatie aanwezig is. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep reptielen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5 Ongewervelden 4.5.1 Vlinders Het aangetroffen koolwitje is niet beschermd. Uit de omgeving zijn waarnemingen van de kleine ijsvogelvlinder bekend. Deze soort leeft op kamperfoelie. Deze plant is op de planlocatie, of in de directe omgeving rond de planlocatie, niet aanwezig. Het is hierdoor uitgesloten dat deze soort vlinder aanwezig is. Op de planlocatie ontbreken verder alle de specifieke waard- en voedselplanten voor beschermde vlinders. Het is uitgesloten dat beschermde vlinders op de locatie aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep vlinders niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5.2 Libellen Op de locatie is geen voortplantingswater voor libellen aanwezig. Ook in de directe omgeving rond de planlocatie is geen voortplantingswater aanwezig. De planlocatie is hierdoor van geen belang voor deze soortgroep. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep libellen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5.3 Overige ongewervelden Het grotendeels verharde terrein is niet geschikt voor de overige beschermde ongewervelden. Het is uitgesloten dat deze soorten hier aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep overige ongewervelden niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

- 14 -

4.6 Broedvogels Op de locatie zijn een aantal vogelsoorten aangetroffen waarvan de nesten een beschermde status hebben. Het betreft: de huismus, kerkuil, huiszwaluw, boerenzwaluw en pimpelmees.

4.6.1 Huismus De huismus kan alleen broeden onder de pannen van het woonhuis( donkergroen). Hier is een dakbeschot aanwezig en voorkomen panlatten dat de nesten naar beneden zakken. De stallen met de golfplatendaken zijn niet geschikt voor de huismus omdat het dakbeschot ontbreekt, ofwel doordat de nesten op de hardschuimplaten niet blijven liggen en de ruimte te groot is. Als het woonhuis blijft zoals dit nu is dan ontstaat voor de huismus geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Wordt het woonhuis ook verwijderd dan ontstaat een overtreding van de Wet natuurbescherming en is nader onderzoek noodzakelijk.

4.6.2 Kerkuil De kerkuil heeft een verblijfplaats in de varkensstal (oranje) die aan de oostzijde open is. In deze stal lijkt geen broedgelegenheid aanwezig te zijn, maar de stal wordt door de soort wel gebruikt. Op meerder plaatsen zijn krijtstrepen aanwezig en liggen braakballen. Een afgesloten ruimte die door de uil gebruikt kan worden om te broeden ontbreekt. Naderonderzoek zal het belang van de locatie voor de kerkuil moeten aantonen.

4.6.3 Huiszwaluw De huiszwaluw broedt op de gevel van de grupstal/achterhuis (lichtgroen). Hier zijn 23 nesten aanwezig. Dit gebouw blijft behouden. De soort heeft ook boven de opening van de varkensstal (oranje) gebroed maar deze nesten zijn verlaten. Nesten van de huiszwaluw behoren tot de zogenaamde categorie 5 nesten. Dit zijn nesten die alleen het jaarrond beschermd zijn indien zwaarwegende ecologische redenen aanwezig zijn. Als de soort in de directe omgeving geen alternatieve locatie kan vinden zijn de nesten het jaarrond beschermd. In de omgeving van de planlocatie staan verspreid boerderijen. Het is alleen niet zeker dat deze geschikt zijn voor deze soort. De aantallen van deze soort staan onder druk en steeds minder locaties zijn geschikt voor de soort om te broeden. Moet de grupstal/achterhuis worden gesloopt dan zal nader onderzocht moeten worden of de soort in de directe omgeving een vervangende locatie kan vinden. Dit kan ook op de locatie zelf worden opgelost door eerst de nieuwe woningen te bouwen en deze geschikt te maken voor de huiszwaluw en vervolgens pas daarna de grupstal/achterhuis te slopen. Blijft de grupstal/achterhuis behouden dan ontstaat er geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek is dan niet noodzakelijk.

4.6.4 Boerenzwaluw Voor de boerenzwaluw geldt hetzelfde als voor de huiszwaluw. Alleen broed de soort ook in enkele te slopen opstallen. Drie broedparen bevinden zich in de loopstal (paars) en onder de kapschuur (licht blauw) is ook een nest aangetroffen. In de grupstal/achterhuis (donkergroen) is de soort ook aanwezig. De complicerende factor bij de boerenzwaluw is dat de soort in een gebouw broed. Vervangende verblijven moeten dus in een gebouw worden gevonden. In deze situatie kan het de grupstal/achterhuis nog meer geschikt worden gemaakt voor de

- 15 -

boerenzwaluw door onder de balken plankjes te schroeven zodat de soort op deze plankjes de nesten kan bouwen. Nu broedt de soort op een plank waar een lamp aan is bevestigd. De toegang heeft de soort via een balk die uit de staldeur is verdwenen. Als zeker is gesteld dat de soort op de locatie nieuwe plaatsen heeft om te broeden, dan ontstaat er geen overtreding van de Wet natuurbescherming.

4.6.5 Pimpelmees De gebouwen zijn voor de pimpelmees van geen belang. De soort broedt in een kleine holte in een boom of nestkast. De sloop van de gebouwen heeft geen invloed op deze soort.

4.6.6 Overige soorten Uit verspreidingsgegevens komen nog een aantal soorten broedvogels naar voren waarvan de nesten het jaarrond beschermd zijn. Voor de grote roofvogels geldt dat op de locatie geen bomen met oude kraaiennesten aanwezig zijn of andere locaties die door de soorten gebruikt kunnen worden. De buizerd is waargenomen, maar broed zeker niet op de locatie. De steenuil is volgens de verspreidingsgegevens in de omgeving waargenomen, maar komt op deze locatie niet voor. De locatie heeft geen geschikt leefgebied voor de steenuil. Rondom de locatie liggen akkers waarop op dit moment mais en bieten groeien. Kort gemaaide of beweide graslanden met hagen, weidepalen, bosschages ontbreken. Het is zeker dat de steenuil hier niet aanwezig is. Dit geldt ook voor de gierzwaluw. Bij de veldinspectie zijn geen gierzwaluwen aangetroffen of gehoord. De locatie ligt te geïsoleerd ten opzichte van andere bebouwing. De gierzwaluw prefereert bewoond gebied met meerdere hoge gebouwen. Dit is hier niet aanwezig.

4.6.7 Samengevat De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep broedvogels mogelijk overtreden voor de soorten: huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en kerkuil. Indien de woning en de grupstal/achterhuis worden gesloopt is nader onderzoek naar al deze soorten noodzakelijk. Wordt de woning en grupstal/ achterhuis niet gesloopt, dan is naderonderzoek noodzakelijk naar de kerkuil en eventueel de boerenzwaluw indien geen alternatieve verblijven kunnen worden gerealiseerd.

4.7 Vissen Niet van toepassing de soortgroep ontbreekt.

4.8 Vleermuizen 4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen De woning, het achterhuis/grupstal en een van de varkensstallen kunnen door vleermuizen worden gebruikt als vaste rust- en verblijfplaatsen. Bij sloop van deze gebouwen kan de Wet natuurbescherming worden overtreden. Op dit moment wordt alleen de varkensstal gesloopt. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat het belang is van de varkensstal voor vleermuizen. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft de vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen mogelijk overtreden. Nader onderzoek is wel noodzakelijk.

- 16 -

4.8.2 Foerageergebied Foerageergebieden zijn uitsluitend beschermd als deze een essentieel onderdeel vormen bij een vaste rust- en verblijfplaats. De locatie lijkt niet echt geschikt als foerageergebied. Op de locatie is vrijwel geen opgaande beplanting aanwezig. Alleen de zolder boven de grupstal/achterhuis zou door vleermuizen gebruikt kunnen worden. Deze locatie blijft echter behouden. Bij het nader onderzoek naar verblijfplaatsen in de varkensstal, wordt de functie van foerageergebied gelijktijdig meegenomen.

4.8.3 Vliegroute De locatie lijkt door de geïsoleerde ligging geen deel uit te maken van een vliegroute. Bij het nader onderzoek naar verblijfplaatsen in de varkensstal, wordt de functie van vliegroute gelijktijdig meegenomen.

4.9 Samenvatting Onderdeel Flora Zoogdieren Amfibieën Reptielen Ongewervelden Broedvogels

Vissen Vleermuizen

Overtreding Wet natuurbescherming Nee Nee Nee Nee Nee Ja, mogelijk bij de sloop van de diverse panden

N.V.T. Ja, mogelijk bij sloop van de diverse panden

Nader onderzoek Nee Nee Nee Nee Nee Ja, naar kerkuil en mogelijk huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw indien de gripstal/achterhuis en woning worden gesloopt N.V.T. Ja, naar vaste rust en verblijfplaatsen incl. foerageergebied en vliegroute

Periode

Mitigatie

Conform de kennis documenten

Niet slopen van woning en de grupstal/achterhuis en aanbrengen van plankjes voor de boerenzwaluw in de grupstal/achterhuis.

Conform vleermuisprotocol 2017 een jaarrond onderzoek

Niet slopen van woning en de grupstal/achterhuis

4.10 Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de Natura 2000 gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. Van een externe werking zal geen sprake zijn indien de locatie als wonen of kleine bedrijvigheid wordt bestemd.

4.11 Gelders Natuur Netwerk Het plangebied ligt in GO zone. De kernkwaliteiten zijn van toepassing op dit gebied. De plannen kunnen alleen doorgaan indien de kernkwaliteiten worden versterkt. Hiervoor zijn voor dit gebied ontwikkeldoelen vastgesteld. De plannen voorzien in de bouw van twee woningen met daaromheen een bij het landschap passende inrichting. De kernkwaliteiten spreken van:

- 17 -

  

ontwikkeling bosranden en singels en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen

Deze drie ontwikkeldoelen vinden aansluiting bij de plannen die nu worden ontwikkeld. Op de locatie zijn huiszwaluw, boerenzwaluw en kerkuil aanwezig. Voor deze drie soorten kunnen maatregelen worden genomen om de leefgebieden e versterken. Bij de woningen zouden open kapschuren gebouwd kunnen worden waarin de boerenzwaluw kan nestelen. Eventueel kan hier ook een nestkast voor de kerkuil worden geïnstalleerd. Door een goede vormgeving van de dakrand kan ook de huiszwaluw weer een nieuwe plek vinden. De kerkuil zal na realisatie van de plannen door dat rondom de woningen groene ‘landschapstuinen komen te liggen meer foerageermogelijkheden hebben. De groene inrichting rondom de woningen kan ook gaan passen bij de ontwikkeling van landgoedelementen en de ontwikkeling van singels en schrale graslanden. Op dit moment kan nog niet goed worden beoordeeld of de plannen hieraan voldoen. De plannen worden op dit moment door het Gelders Genootschap vormgegeven. In de eerste verkenning heeft het Gelders Genootschap al de ligging in de GO zone onderkend, zodat het landschapsplan waarschijnlijk voldoende aanknopingspunten krijgt bij de geformuleerde ontwikkeldoelen.

- 18 -

5

Advies

5.1 Intrinsieke waarde Onder de Wet natuurbescherming wordt elk in het wild levende dier of inheemse plant beschermd. Ook diersoorten of diergroepen, die niet in de lijsten van Wet natuurbescherming voorkomen, bezitten deze bescherming. Voorwaarde is wel dat het inheemse dieren betreft. Dit is de intrinsieke waarde van het dier of de plant. Het is daarom aan te bevelen om direct voorafgaande aan de werkzaamheden het plangebied en de omgeving te controleren op de aanwezigheid van dieren. Worden dieren aangetroffen moeten deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen. Ook tijdens de werkzaamheden dient met de aanwezigheid van dieren rekening te worden gehouden. Treft men een dier aan dan moet deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen, of moet het dier in veiligheid gebracht worden. Worden onverhoopt beschermde diersoorten aangetroffen dan moeten de werkzaamheden worden gestaakt en een passende oplossing worden gezocht.

5.2 Aanpassing vogelsoorten Het versterken van de mogelijkheden voor de huiszwaluw, boerenzwaluw, kerkuil en huismus is sterk aan te bevelen. Niet alleen voldoet men hiermee aan de ontwikkeldoelstellingen van de GO zone maar is dit ook een stukje maatschappelijke betrokkenheid. Met simpele middelen kan op een vroeg moment in de te ontwikkelen plannen veel gedaan worden voor deze soorten. De soorten zijn aantoonbaar in het gebied aanwezig en met enige aandacht kunnen de toekomstige bewoners van deze soorten blijven genieten.

- 19 -

6

Litteratuurlijst

6.1 Websites           

www.quickscanhulp.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ravon.nl www.telmee.nl www.gelderland.vissenatlas.nl www.eis-nederland.nl www.determineren.nederlandsesoorten.nl www.gelderland.nl www.libellennet.nl www.vlindernet.nl www.sovon.nl

6.2 Verspreidingsatlassen       

Atlas van de Nederlandse broedvogels, verspreiding en bescherming, Nederlandse fauna 5 De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming, Nederlandse fauna 7 De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse fauna 9 Atlas van de Nederlandse zoogdieren, Natuur van Nederland 12 Atlas van de Nederlandse vleermuizen , onderzoek naar verspreiding en ecologie Vademecum wilde planten Flora van Nederland

- 20 -

Bijlage 1: Foto impressie plangebied

Foto 1: links, varkensstal (geel) buiten met rondom een klinkerverharding. Foto 2: rechts, varkensstal (geel) binnen met de geïsoleerde platen.

Foto 3: links, binnenzijde varkensstal (oranje). Foto 4: rechts, open kapschuur (licht blauw) werktuigenberging die tegen de varkensstal aan staat.

- 21 -

Foto 5: links, braakballen en kalksporen van de kerkuil in de open varkensstal (oranje). Foto 6: rechts, zwaluwnesten van de huiszwaluw op de grupstal/achterhuis (lichtgroen).

Foto 7: links, grupstal/achterhuis (lichtgroen), buiten zijde. Foto 8: rechts, grupstal/achterhuis (lichtgroen) binnenzijde.

Foto 9: links, loopstal aan zuidzijde (paars). Foto 10: rechts, zwaluwnest van de boerenzwaluw in de melkstal van de loopstal (paars).

- 22 -

Foto 11: links, varkensstal met de openingen in de spouwmuur (donker blauw). Foto 12 rechts, garage (rood).

Foto 13, links, woonhuis met grupstal/achterhuis met daarvoor een tuin. Foto 14: rechts, grupstal/achterhuis en loopstal met verhard terrein.

Foto 15: links, aangezicht van het grotendeels verharde erf komende vanaf de Tullenweg met rechts de begroeide varkensstal en links de grupstal/achterhuis. Foto 16: rechts, oostzijde van het gebied met twee varkensstallen en kapschuur, ook hier wee vrijwel volledig verhard.

- 23 -

Bijlage 2: Gegevens NDFF

- 24 -

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - levering uit de NDFF.

disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 21-07-2019 14:19:40'

Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van het plangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl.

Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de Helpdesk van Het Natuurloket: e-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl telefoon: 0800 2356333

© NDFF - quickscanhulp.nl 21-07-2019 14:19:40

Soort

Soortgroep

Bescherming

Afstand

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

kleine ijsvogelvlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Beekrombout

Insecten-Libellen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Beekdonderpad

Vissen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Aardmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Boommarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Veldmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

grote weerschijnvlinder

Insecten-Dagvlinders

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Hazelworm

Reptielen

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Knolspirea

Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Dwergmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 21-07-2019 14:19:40

Bijlage 3: Kernkwaliteiten deelgebied 37 Oude IJssel Kernkwaliteiten deelgebied natuur en landschap 

          

oud industrielandschap langs de Oude IJssel en grootschalig broekontginningslandschap bij Azewijn en langs de Aa-strang; rivierduinen bij Gendringen (Engbergen); goeddeels bekade rivieren De evz Oude IJssel-oost verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het zuiden met Duitsland; modellen: das (in het zuiden), rietzanger (in het noorden) en winde de landgoederen De Kemnade/Waalse Water, Wisch en Landfort en de rivierduinen en uiterwaarden bij Engbergen zijn belangrijke schakels in de doorgaande groene lijn van de Oude IJssel de open ruimte ten zuiden van de A18 wordt ontwikkeld tot evz tussen Montferland en Slangenburg; model das De Wildt/Grenskanaal verbindt de Rijnstrangen met de Hetter (Duits N2000-gebied) en voedt de Rijnstrangen met schoon water leefgebied steenuil leefgebied kamsalamander industrieel erfgoed rivierduin bij Engbergen en bij Doetinchem zicht op Montferland cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied

Aardkundige waarden +: Oude kleigronden van de Oude IJssel; Rivierduincomplex bij Doetinchem; Rivierlandschap bij Gendringen

Waardevol open gebied of verkaveling +

Parel -

Natte landnatuur ja, enkele stapstenen - 25 -

Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)    

    

ontwikkeling moerassen langs de rivier met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling van Engbergen en omgeving tot gevarieerd natuurgebied met droge en natte bossen, graslanden, moeras en open water ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met natuurlijkere oevers voor de Oude IJssel, poelen, natte graslanden en moerasjes, opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18N18, N316, N317 en N335 ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecosysteemdiensten

Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone  

      

ontwikkeling bosranden en singels en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met natuurlijkere oevers voor de Oude IJssel, poelen, natte graslanden en moerasjes, opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling ecologische verbinding Montferland - Slangenburg met opgaande landschapselementen, zoals heggen, hagen, singels en kleine bosjes, etc. ontwikkeling ecologische verbinding Grenskanaal - De Wildt met natuurlijke oevers, moerasjes, poelen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18N18, N316, N317 en N335 ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecosysteemdiensten

Ecologische verbindingen met evz-model 12. Oude IJssel Oost (Duitsland - IJssel): das, rietzanger, winde 14. Montferland Slangenburg: das 16. De Wildt/Grenskanaal: winde

- 26 -

Bijlage 3: Nader onderzoek Nader onderzoek rapportage volgt na afronding van de onderzoeken.

- 47 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4726/documents/28902