CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek_Bijlagen regels.pdf

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1, Breedenbroek15.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek bestemmingsplan NL.IMRO.1509.BP000192-VA01 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

21AF126

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek

Inhoudsopgave

Bijlagen regels

3

Bijlage 1

Te slopen bebouwing

4

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

6

Bijlage 3

Worst case benadering Tulenstraat 1 Breedenbroek

15

bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek NL.IMRO.1509.BP000192-VA01

2

Bijlagen regels

bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek NL.IMRO.1509.BP000192-VA01

3

Bijlage 1

Te slopen bebouwing

bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek NL.IMRO.1509.BP000192-VA01

4

TE SLOPEN BEBOUWING TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

De te slopen bebouwing is met een rood kruis aangegeven.

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek NL.IMRO.1509.BP000192-VA01

6

Landschapsinrichtingsplan TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

Inleiding Op de locatie Tulenstraat 1 te Breedenbroek is initiatiefnemer voornemens het voormalige agrarische erf te herontwikkelen ten behoeve van een zorgfunctie. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken zullen voormalige agrarische gebouwen gesloopt worden en zullen bestaande groenelementen verwijderd worden. In onderstaande afbeelding is een schets opgenomen van de toekomstige situatie. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling vraagt de gemeente Oude IJsselstreek een landschappelijk inpassingsplan. Uit dit plan moet blijken hoe de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijk wordt ingepast.

Landschap Het plangebied ligt ten westen van de kern Breedenbroek, nabij het Breedenbroekse bos. Oorspronkelijk was het gebied rondom Breedenbroek een ontoegankelijk nat landschap, dat regelmatige overstroomde, een moerassig gebied dat vanaf de Middeleeuwen ontgonnen werd. Het erf ligt in de zogenaamde broekgebieden van de gemeente Oude IJsselstreek, een landschap bestaande uit lager gelegen vlakten die onder invloed hebben gestaan van rivieren of beken. De natte gronden waren vooral in gebruik als hooi- of weiland. De laagste delen van het kleigebied (kommen) waren vanwege het natte karakter bijna niet te gebruiken en daarom vaak bos. De wat hoger gelegen

In het natte broekontginningslandschap van de Tulentraat kenmerkt het landschap zich met rechtlijnige wegen en liggen verspreid liggende gronden waar kwelwater aan de oppervlakte komt. De groene structuren worden gevormd door perceelrandbegroeiing met veelal knotwilgen en elzensingels. Het landschap heeft mede door deze beplanting van oudsher een besloten karakter en was relatief klein van schaal.

01

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

delen in het landschap werden als bouwland in gebruik genomen.

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

Hedentendage zijn veel hoogteverschillen grotendeels afgevlakt door grootschalige ontginning en door de moderne landbouw. Ten tijde van schaalvergrotingen en landinrichtingen, is het landschap nog eens sterk gerationaliseerd. Het landschap is meer open geworden. Bebouwing is nog steeds relatief weinig aanwezig. De boerderijen staan verspreid langs de wegen. Veel landschapselementen zoals houtwallen die eigendomsgrenzen afbakende zijn grotendeels verdwenen. Deze ontwikkelingen zijn te zien in onderstaande historische topografische kaarten. Specifiek voor het erf is te zien dat er een rationeel karakter ontstaat. De eerdere ontsluiting aan twee zijden van het erf, wellicht zelfs een doorgaande weg is verdwenen. Het voorhuis van de boerderij kreeg vanaf 1960 een minder prominente plek op het erf en is georiënteerd naar het open veld. 1900

Het voormalige agrarische bedrijf bestaat uit een erf met diverse erfverhardingen en opstallen. De woning met aanbouw is centraal gepositioneerd. Aan de noordzijde bevindt zich het voorerf waar nog enige landschapselementen van lage kwaliteit aanwezig zijn. Voor de voorgevel van de woning is een met een haag omkaderde tuin aanwezig met wat fruitbomen en tuinbeplanting. Op het westelijke gedeelte is perceelrandbegroeiing aanwezig met een verscheidenheid aan (uitheemse) soorten,

02

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Bestaande situatie

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

enkele struiken en een erfboom (walnoot) achter de eerste rij bebouwing. Deze beplanting aan de westzijde van het erf zal moeten wijken voor de toekomstige inrichting.

Met haag omkaderde tuin, tuinbeplanting en fruitbomen

Perceelrand begroeiing (deels uitheems)

Erfboom (walnoot) met omliggend wat struiken

Inpassingsplan Voor de voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij diverse uitgangspunten in acht zijn genomen. -

landschapstype historisch perspectief de aanwezige natuur en landschapswaarden erfensemble met verdeling in voor en achtererf wensen van de opdrachtgever en architect

Het plangebied beperkt zich tot de grenzen van het erf en zal zich derhalve richten op de erfbeplanting en de overgang van erf naar landschap. Op diverse locaties op het erf zullen verschillende type elementen aangebracht worden waardoor de landschappelijke kwaliteiten en de herkenbaarheid van het landschap versterkt worden.

-

03

Hagen Hoogstamfruitboomgaard Struweelsingel Knotbomen Solitaire bomen

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

De volgende elementen zullen worden aangebracht:

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

Maatregelen Er worden diverse maatregelen uitgevoerd om het plan landschappelijk in te passen in het kader van de transformatie van het erf. De concrete maatregelen en benodigde werkzaamheden worden hieronder uiteengezet.

Hagenstructuur en siertuin (1)

Heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Op de droge gronden dienden de heggen veelal als eigendoms- of perceelscheiding. De doornige struiken zoals meidoorn kon daarnaast ook nog een veekerende functie hebben. Met de komst van het prikkeldraad zijn veel heggen uit het landschap verdwenen. Door het regelmatig knippen heeft de heg een strak en recht uiterlijk. Heggen zijn van belang voor flora en fauna, zo bieden ze schuilmogelijkheden voor diverse diersoorten. Het voorerf zal gedeeltelijk omkaderd worden door een knip- of scheerheg van ongeveer 1,00-1,20 meter hoog. Deze haag bestaat mag bestaan uit de soort meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus) of veldesdoorn (Acer campestre), met een aanplant van 7 stuks in een dubbele rij, met de maatvoering 80-100 (hoogte in centimeters). De totale lengte van de knip- of scheerheg betreft circa 135 meter. De formele tuin wordt omgeven door een haag van een uitheemse soort en deze zal worden vervangen door inheems plantmateriaal zoals hierboven omschreven. De lengte van deze knip- of scheerheg betreft circa 80 meter. De hagen zorgen voor de begrenzing van het formele gedeelte van het erf en bevorderen de herkenbaarheid van het erf.

Bij nieuwe aanplant in de siertuin bestaat de voorkeur om gebiedsvreemde grote heesters te voorkomen (coniferen, laurierkers) en inheemse, gebiedseigen of passende beplanting als hortensia, rhododendron, vaste planten in de tuin aan te brengen.

Hoogstamfruitboomgaard (2)

Een hoogstamboomgaard is een boomgaard of boomweide met fruit- of notenbomen. Hoogstamboomgaarden komen vooral voor als onderdeel van het boerenerf, maar ook bij landgoederen en buitenplaatsen waren vaak boomgaarden te vinden. Boomgaarden worden vaak door een heg, haag of sloot afgescheiden van de omgeving. De ondergrond van de hoogstamboomgaard is

ook een belangrijk leefgebied voor diverse diersoorten. Aan de zijde van de erftoegangsweg wordt rondom de recreatie schuur en de kleine werkplaats een hoogstamfruitboomgaard aangeplant. De bestaande bomen in de formele tuin worden behouden. Door het aanplanten van deze fruitbomen wordt het karakter van het boerenerf versterkt. De grazige vegetatie onder de fruitbomen wordt beheerd als een bloemrijke grazige vegetatie door het 1-2 maal

04

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

vaak een begraasd grasland. Hoogstamboomgaarden vormen naast hun landschappelijke betekenis

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

per jaar maaien en afvoeren van het maaisel. Diverse soorten als appel (Malus), peer (Pyrus) en walnoot (Juglans regia) kunnen aangeplant worden met een maatvoering 8-10 en een plantafstand van 6-8 meter. In totaal worden er 7 bomen aangeplant.

Struweelrand (3)

Struweelranden bestaan uit ruigtekruiden, struiken of een combinatie van beide. Deze randen kunnen zich ontwikkelen vanuit een extensief beheerde situatie, of aangeplant worden. Kenmerk van een struweelrand is dat deze zowel vrij kan liggen, als aansluiten op een ander element zoals een houtwal/singel. Struweelranden kunnen ook dienen als overgangsgebied tussen een agrarisch perceel en bos. Ze zijn vooral van belang voor insecten, amfibieën, reptielen, broedvogels en planten.

De struweelranden zorgen voor de diversiteit aan beplanting en wat volume aan groen op het erf. De struweelrand wordt als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjonging plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. Enkele boomvormers moeten worden gespaard om diversiteit aan te brengen. Met name een onregelmatig karakter is daarbij belangrijk om het geheel natuurlijker te laten ogen. Aanplant struweelrand met de soorten zwarte els (Alnus glutinosa), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), gewone vogelkers (Prunus padus), hondsroos (Rosa canina) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. De totale oppervlakte aan struweel betreft circa 700 m2. Knotbomen (4) Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam, waarbij periodiek de boven op die stam groeiende takken (of pruik) worden gesnoeid. Op deze snoeihoogte ontstaat een vergroeiing van de stam: de knot. Knoteiken worden traditioneel eens in de zeven tot acht jaar geknot, knotessen eens in de vijf tot zes jaar en knotwilgen en -populieren worden meestal eens in de vier jaar geknot. Knoteiken en knotessen zijn aanwezig op droge gronden. Knotbomen bieden broedgelegenheid aan diverse vogels. Vooral oude knotbomen kunnen zeldzame mossen en korstmossen herbergen.

In het nattere gedeeltes van het omliggende landschap komen op diverse plekken knotwilgen, knotelzen en knotessen voor. Om het perceel niet geheel dicht te zetten met beplanting is gekozen om aan de achterzijde een rij van knotbomen aan te planten. De knotbomen bestaan uit de soorten zwarte

ontstaat een halfopen afscherming met een clustering van boomvormers. Om de rugdekking natuurlijk te laten ogen wordt de onderlinge plantafstand tussen de knotbomen variabel gehouden van 5-15 meter tussenruimte. Er wordt een maatvoering van 10-12 aangehouden. Er worden in totaal 11 bomen aangeplant.

05

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

elzen (Alnus glutinosa), schietwilgen (Salix alba) en/of gewone essen (Fraxinus excelsior). Hierdoor

LANDSCHAPSINRICHTINGSPLAN TULENSTRAAT 1 BREEDENBROEK

Solitaire bomen (5)

Op het erf worden enkele verspreid staande solitaire bomen gepland die door de vrijstaande situering kunnen uitgroeien tot forse bomen. De erfbomen geven het erf karakter en zorgen voor aansluiting met de andere groenelementen op het erf. De soorten walnoot (Juglans regia), kastanje (Aesculus) of

06

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

linde (Tilia) in een plantmaat van 10-12 kunnen hiervoor gebruikt worden.

Tulenstraat 1

Gebouwen en erf

1

2

a=

Bestaande woning en nieuwe aanbouw

b=

Bijgebouwen

c=

Woon-zorg complex

d=

Te slopen schuren (oranje omlijnd)

e=

Parkeerplaatsen

Maatregelen landschappelijke inpassing 1=

Aanplant knip- of scheerheg met de soorten meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus) en veldesdoorn (Acer campestre), 7 stuks aanplant per meter in dubbele rij, maatvoering 80-100, totale lengte 135 meter.

2=

Aanplant hoogstamboomgaard, fruitbomen en notenbomen, appel (Malus), peer (Pyrus) en walnoot (Juglans regia), maatvoering 8-10 cm, plantafstand 6-8 meter, 7 stuks aanplant;

3=

6

Het struweel met zoomvegeatie vormt enige ruigte met willekeurig struikvormers

3

6

Aanplant struweel en erfbeplanting met inheems bosplantsoen en vaste planten. met de soorten, meidoorn (Crataegus monogyna), kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), lijsterbes (Sorbus aucuparia) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling, totaal ca. 40 stuks aanplant, maatvoering 80-100 cm.

1

4=

Aanplant knotbomen, zwarte elzen (Alnus glutinosa), schietwilgen (Salix alba) en/of gewone essen (Fraxinus excelsior), plantafstand 5-15 meter, maatvoering 10-12 cm, totale aanplant 11 bomen

2

5=

Aanplant solitaire bomen, walnoot (Juglans regia), kastanje (Aesculus) of linde (Tilia) in een plantmaat van 10-12.

3

6=

5 3 4

Te behouden fruitbomen in groen omkaderd (Malus, Pyrus en Prunus)

Bijlage 3

Worst case benadering Tulenstraat 1 Breedenbroek

bestemmingsplan Buitengebied locatie Tulenstraat 1 Breedenbroek NL.IMRO.1509.BP000192-VA01

15

Plan van aanpak en werkprotocol: Huismus, kerkuil, huiszwaluw, boerenzwaluw en gewone dwergvleermuis Tulenstraat 1, Breedenbroek

Plan van aanpak en werkprotocol: Huismus, kerkuil, huiszwaluw, boerenzwaluw en gewone dwergvleermuis Tulenstraat 1, Breedenbroek

Opdrachtgever:

Thuismakers Breedenbroek BV Bezuidenhoutseweg 50 2594AW Den Haag

Datum:

14 februari 2022

Status:

Definitief

Uitvoering:

Foreest Groen Consult BV Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E info@foreestgroenconsult.nl W www.foreestgroenconsult.nl

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................. 6

2

Algemene informatie ............................................................................................................ 8 2.1 Ligging plangebied.................................................................................................... 8 2.2 Locatie ...................................................................................................................... 9 2.3 Naam aanvrager ....................................................................................................... 9

3

Werkzaamheden en planning ............................................................................................. 10 3.1 Beschrijving van de werkzaamheden ..................................................................... 10 3.2 Werkwijze van de werkzaamheden ....................................................................... 10 3.2.1 Tijdelijke verblijven ................................................................................................ 10 3.2.2 Sloop....................................................................................................................... 10 3.2.3 Herbouw ................................................................................................................. 10 3.3 Planning van de werkzaamheden .......................................................................... 11

4

Verbodsbepalingen ............................................................................................................. 12 4.1 Huismus .................................................................................................................. 13 4.2 Kerkuil..................................................................................................................... 13 4.3 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 14 4.4 Huiszwaluw ............................................................................................................ 14 4.5 Vleermuizen ........................................................................................................... 15

5

Ecologische inventarisatie, achtergrond ............................................................................. 16 5.1 Locatie van onderzoek ......................................................................................... 16

6

Ecologische inventarisatie, resultaten ................................................................................ 17 6.1 Huismus ................................................................................................................. 17 6.2 Vleermuizen ........................................................................................................... 17 6.2.1 Voorjaar onderzoek................................................................................................ 17 6.2.2 Najaar onderzoek ................................................................................................... 17 6.3 Kerkuil..................................................................................................................... 18 6.4 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 18 6.5 Huiszwaluw ............................................................................................................ 19

7

Effecten ............................................................................................................................... 20 7.1 Effect werkzaamheden: kwaliteit en kwantiteit .................................................... 20 7.1.1 Huismus .................................................................................................................. 20 7.1.2 Kerkuil..................................................................................................................... 20 7.1.3 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 20 7.1.4 Huiszwaluw ............................................................................................................ 20 7.1.5 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 21 7.2 Effect werkzaamheden: monitoren ....................................................................... 21

8

Maatregelen ........................................................................................................................ 22 8.1 Preventieve maatregelen ....................................................................................... 22 8.2 Tijdelijke locaties .................................................................................................... 23 -3-

8.2.1 8.3 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.5 8.6 8.6.1 8.6.2 8.6.3 8.6.4 8.6.5 8.7

Vleermuis ............................................................................................................... 23 Fase van sloop ........................................................................................................ 25 Permanente verblijven ........................................................................................... 25 Huismus .................................................................................................................. 25 Huiszwaluw ............................................................................................................ 25 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 26 Kerkuil..................................................................................................................... 27 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 28 Locatie maatregel ................................................................................................... 29 Effectiviteit ............................................................................................................. 29 Huismus ..................................................................................................................

29 Huiszwaluw ............................................................................................................ 30 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 30 Kerkuil..................................................................................................................... 30 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 30 Uitvoering maatregelen: monitoren ...................................................................... 30

9

Alternatieven ....................................................................................................................... 31 9.1 Alternatieve locatie ................................................................................................ 31 9.2 Alternatieve inrichting............................................................................................ 31 9.3 Alternatieve werkwijze........................................................................................... 31 9.4 Alternatieve planning ............................................................................................. 31

10

Gunstige staat van instandhouding........................................................................ 32 Staat van instandhouding....................................................................................... 32 Huismus .................................................................................................................. 32 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 33 Kerkuil..................................................................................................................... 34 Boerenzwaluw ........................................................................................................ 35 Huiszwaluw ............................................................................................................ 36 Afbreuk gunstige staat van instandhouding .......................................................... 37 Huismus .................................................................................................................. 37 Huiszwaluw ............................................................................................................ 38 Boerenzwaluw ........................................................................................................

38 Kerkuil..................................................................................................................... 38 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 38 Zorgvuldig handelen ............................................................................................... 38

10.1 10.1.1 10.1.2 10.1.3 10.1.4 10.1.5 10.2 10.2.1 10.2.2 10.2.3 10.2.4 10.2.5 10.3 11

Literatuur................................................................................................................ 39

12 12.1 12.1.1 12.1.2 12.1.3 12.2 12.2.1 12.2.2

Plan van aanpak in het kort.................................................................................... 40 Huismus .................................................................................................................. 40 Voor de start van de sloop ..................................................................................... 40 Fase van de herbouw ............................................................................................. 40 Algemeen ............................................................................................................... 40 Huiszwaluw, boerenzwaluw ................................................................................... 40 Voor de start van de sloop ..................................................................................... 40 Fase van de herbouw ............................................................................................. 40 -4-

12.2.3 12.3 12.3.1 12.3.2 12.3.3 12.4 12.4.1 12.4.2 12.4.3

Algemeen ............................................................................................................... 40 Kerkuil..................................................................................................................... 40 Voor de start van de sloop ..................................................................................... 40 Fase van de herbouw ............................................................................................. 40 Algemeen ............................................................................................................... 41 Gewone dwergvleermuis ....................................................................................... 41 Voor de start van de bouw ..................................................................................... 41 Fase van de herbouw ............................................................................................. 41 Algemeen ............................................................................................................... 41

13.1.1 13.1.2 13.1.3 13.1.4

Werk protocol ........................................................................................................ 42 Preventief ............................................................................................................... 42 Maatregelen 3e kwartaal 2022 ............................................................................... 42 Voor de sloop 3e kwartaal 2023 ............................................................................. 42 Herbouw ................................................................................................................. 42

13

14

Begeleiding en communicatie ................................................................................ 43

15 15.1 15.2

Advies ..................................................................................................................... 44 Intrinsieke waarde.................................................................................................. 44 Invloed weer........................................................................................................... 44

Bijlage 1 artikel 3.69 bouwbesluit ............................................................................................... 45 Bijlage 2: Quickscan natuuronderzoek........................................................................................ 46 Bijlage 3: Nader onderzoek ......................................................................................................... 47

-5-

1

INLEIDING In opdracht van Thuismakers is dit plan van aanpak opgesteld voor het waarborgen van de verblijfsmogelijkheden van vijf beschermde soorten, te weten: kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en soortgroep vleermuizen op de locatie Tulenstraat 1 in Breedenbroek. Dit plan van aanpak is opgesteld op basis van een worst-case. De reden voor dit plan van aanpak is dat Thuismakers hier bezig is met de ontwikkeling van een woon-zorgcomplex. Hierbij worden alle gebouwen gesloopt om plaats te maken voor 30 zorgeenheden en de noodzakelijke bijgebouwen. Alleen het oude woonhuis blijft in de huidige plannen behouden. In 2019 is op de locatie een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd: “Quickscan natuuronderzoek Tulenstraat 1 Breedenbroek, Foreest Groen Consult, 24 juli 2019.” Uit deze quickscan kwamen de vier genoemde soorten en één soortgroep naar voren als mogelijke soorten die een risico lopen als gevolg van de plannen. Op basis hiervan is het nader onderzoek opgestart. In het najaar 2021 heeft het najaar onderzoek naar vleermuizen plaatsgevonden. Dit najaar onderzoek wordt in het voorjaar 2022 voortgezet. De onderzoeken naar de overige soorten starten dit voorjaar. Om met de bestemmingsplanwijziging verder te kunnen gaan is besloten het plan van aanpak op basis van de worstcase op te stellen.

Hiermee wordt zekerheid verkregen dat beschermde soorten geen risico lopen en dat passende maatregelen worden genomen in de omgang met deze soorten. De resultaten van de nog uit te voeren onderzoeken leiden mogelijk tot een aanpassing van dit plan van aanpak. Als uit onderzoek blijkt dat de locatie uiteindelijk van geen belang is voor een van de soorten dan kunnen maatregelen die nu zijn opgenomen komen te vervallen. Voor enkele soorten geldt een verplichte compensatie in aantal verblijfplaatsen. In dit plan van aanpak is uitgegaan van een worstcase op basis van de ecologische kennis van de locatie. De aantallen verblijfplaatsen die in dit document zijn genoemd voldoen aan de eisen die hieraan gesteld worden. De natuur is echter nooit volledig voorspelbaar. Mocht uit het onderzoek blijken dat de te compenseren aantallen te laag zijn aangehouden, dan worden de aantallen verhoogd met de noodzakelijk aantallen nieuwe verblijfplaatsen. Dit alles leidt niet tot een conflict met gewenningsperioden. In juli 2022 zijn alle onderzoeken afgerond en kan een ontheffing van de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Worden op dat moment de juiste aantallen vervangende verblijven aangelegd dan wordt daarmee voldaan aan de geldende gewenningsperioden. De start van de ontwikkeling staat namelijk gepland voor het 3e kwartaal 2023.

Tussen de aanleg van de voorzieningen en de start van de werkzaamheden ligt dan nog 12 maanden. Dit is ruim voldoende om aan de gewenningsperiode te voldoen. Dit plan van aanpak zal op termijn fungeren als basis voor de ontheffing aanvraag voor de Wet natuurbescherming bij de provincie Gelderland. Een ontheffing aanvraag moet altijd zijn gebaseerd op werkelijke aantallen vanuit nader onderzoek. Dit plan van aanpak zal daarop worden gecorrigeerd. -6-

Het plan van aanpak is opgesteld door ir. M.W.P. Ariëns, werkzaam bij Foreest Groen Consult BV.

-7-

2

Algemene informatie

2.1

Ligging plangebied

Afbeelding 1: de ligging van het plangebied. De te slopen opstallen zijn met een rode lijn aangegeven.

Het plangebied ligt in het buitengebied van Breedenbroek. De boerderij ligt rondom in een agrarisch gebied en grenst, aan de zuidoostzijde, aan het bos van het Anholtse broek. Het plangebied bestaat uit een verzameling bedrijfsgebouwen op het erf van de boerderij. Vrijwel het gehele plangebied is ofwel bebouwd ofwel verhard. Alleen voor de boerderij woning is een siertuin aanwezig. Tussen de gebouwen en aan de randen staan enkele kleine bomen en struiken. Op enkele voormalige kuilvoerplaten is zand en puingranulaat opgeslagen. De gebouwen zijn, niet meer agrarisch in gebruik. De loopstal werd ten tijde van de quickscan gebruikt voor jongvee. In het najaar 2022 was geen jongvee meer aanwezig en is de locatie in gebruik bij een mobiele houtzagerij. Rondom de planlocatie is de grond als akkerland in gebruik.

-8-

2.2 Locatie Straat: Tulenstraat 1 Postcode 7084 AK Plaats: Breedenbroek Gemeente; Gemeente Oude IJsselstreek Provincie: Gelderland Coördinaten: 52.17230, 6.10389 Kadastraal bekend: GDG00-R-1314 en GDG00-R-1318

2.3

Naam aanvrager Thuismakers Breedenbroek BV Bezuidenhoutseweg 50 2594AW Den Haag Projectleider: de heer B. Fluttert

-9-

3

Werkzaamheden en planning

3.1

Beschrijving van de werkzaamheden Alle gebouwen worden gesloopt uitgezonderd het bestaande woonhuis(voorhuis) De sloop is voorzien voor het 3e kwartaal 2023. Na de sloop start de bouw van het nieuwe erf. De bouwtijd bedraagt ca 1 jaar.

3.2

Werkwijze van de werkzaamheden

3.2.1

Tijdelijke verblijven  De tijdelijke verblijven worden geplaatst in het 3e kwartaal 2022;

3.2.2

Sloop  Tussen 15 augustus en 15 oktober 2023 worden de gebouwen ongeschikt gemaakt voor vleermuizen;  Spouwmuren worden geopend, kozijnen, muurplaten en gevelbekleding wordt verwijderd;  Het bestaande woonhuis wordt ongeschikt gemaakt voor vleermuizen met behulp van exclusionflaps;  Na 5 dagen vindt een controle plaats;  Gevolgd door een ecologische vrijgave;  De sloop van elk afzonderlijk gebouw wordt vanaf een zijde uitgevoerd;  Van de werkzaamheden wordt een logboek bijgehouden.

3.2.3

Herbouw  Het dak van het bestaande woonhuis wordt hersteld en is voor 1 maart 2024 gereed;  De bestaande koeienstal wordt versmald en is voor 1 januari 2024 gereed;  De permanente voorzieningen worden in de te bouwen gebouwen aangebracht; o Voorzieningen huismus door verplaatsen van vogelschroot naar 3e panlat; o Voorzieningen vleermuizen, door toegankelijk maken van spouwmuren en vleermuiszolders; o Voorzieningen kerkuil door aanbrengen kast en roestbalk; o Voorzieningen huiszwaluw door aanbrengen kunstnesten; o Voorzieningen boerenzwaluw door verbreden balken in nieuw kleindierenverblijf;  Begeleiding door ecologisch deskundige;  Bijhouden logboek.

- 10 -

3.3

Planning van de werkzaamheden Omdat de planvorming nog in het stadium van de bestemmingsplanwijziging ligt, kan de planning hierdoor opschuiven. Moet worden opgeschoven dan schuift alles zover op dat de werkzaamheden in de juiste (ecologische) perioden worden uitgevoerd.   

Plaatsen van de tijdelijke verblijven in 3e kwartaal 2023 Sloop van bestaande gebouwen 3e kwartaal 2023 Herbouw tussen 3e kwartaal 2023 en 4e kwartaal 2024 o Het dak van het bestaande woonhuis wordt hersteld en is voor 1 maart 2024 gereed; o De bestaande koeienstal wordt versmald en is voor 1 januari 2024 gereed;

- 11 -

4

Verbodsbepalingen De onderstaande tabel geeft de soorten en verbodsbepalingen weer die mogelijk worden overtreden en waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd. Soort Verboden Belang Huismus

(Passer domesticus)

3.1 lid 2

• Het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen;

Huismus

(Passer domesticus)

3.1 lid 3

• Beschadigen of vernielen van eieren wanneer gewerkt wordt in de broedperiode van de huismus.

Kerkuil

(Tyto alba)

3.1 lid 2

• Het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen;

Boerenzwaluw

(Hirundo rustica)

3.1 lid 2

• Het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen;

Boerenzwaluw

(Hirundo rustica)

3.1 lid 3

• Beschadigen of vernielen van eieren wanneer gewerkt wordt in de broedperiode van de huismus.

Huiszwaluw

(Delichon urbicum)

3.1 lid 2

• Het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen;

Huiszwaluw

(Delichon urbicum)

3.1 lid 3

• Beschadigen of vernielen van eieren wanneer gewerkt wordt in de broedperiode van de huismus.

Gewone dwergvleermuis

(Pipistrellus pipistrellus)

3.5 lid 2

  Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Tabel 1: verbodsbepalingen en wettelijke grondslag

- 12 -

3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.3 4b 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 3.8 5b 3°in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

Soort Gewone dwergvleermuis

Verboden (Pipistrellus pipistrellus)

3.5 lid 4

Belang  Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen

3.8 5b 3°in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

Tabel 1: vervolg verbodsbepalingen en wettelijke grondslag

4.1

Huismus 3.1 lid 2: van het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen is sprake indien het dak niet meer toegankelijk is voor huismussen. Door de renovatie van de woning is dit de situatie waardoor dit verbodsartikel, artikel 3.1 lid 2, wordt overtreden. Door te werken buiten de broedperiode en de nieuwe verblijfplaatsen gereed te hebben op het moment dat de huismussen gaan broeden, kunnen de huismussen op deze locatie een nieuwe verblijfplaats vinden. Hierdoor is geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de huismus. 3.1 lid 3: beschadigen of vernielen van eieren kan alleen ontstaan als binnen de broedperiode wordt gerenoveerd. Omdat buiten de broedperiode wordt gewerkt wordt overtreding van artikel 3.1 lid 3 van de Wet Natuurbescherming voorkomen. Wettelijke grondslag 3.3 4b 1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; Het is van groot belang om de klimaatdoelen van Parijs te halen en de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Door de renovatie wordt een labelsprong gemaakt naar Label A. De vrijwel niet geïsoleerd en gasgestookte woning wordt gewijzigd in een gasloze woning waardoor de CO2 uitstoot wordt teruggebracht naar nul.

4.2

Kerkuil 3.1 lid 2: van het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen is sprake indien de schuur niet meer toegankelijk is voor de kerkuil. Door de sloop van schuur is dit de situatie waardoor dit verbodsartikel, artikel 3.1 lid 2, wordt overtreden. De kerkuil bezit over vele locaties om te roesten. De huidige locatie is er een van. De nestlocatie ligt bij de buren op Tulenstraat 2 en 2A. Het tijdelijk niet aanwezig zijn van een roestplek heeft geen invloed op het voortbestaan van de soort. Na afloop van de renovatie beschikt de kerkuil weer over een verblijfplaats op deze locatie. Wettelijke grondslag3.3 4b 1° veiligheid;

in het belang van de volksgezondheid of de openbare

- 13 -

Het dak van de schuur bestaat uit asbesthoudende cementgebonden golfplaten. Bij calamiteiten en door verwering van de oude platen komt hierbij asbest vrij. Dit is niet gewenst voor de bewoners van dit perceel. Bij het vervangen van deze platen gaat de verblijfplaats verloren. 4.3

Boerenzwaluw 3.1 lid 2: van het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen is sprake indien het schuren niet meer toegankelijk zijn voor de boerenzwaluwen en als zij niet zelfstandig een nieuwe plek kunnen vinden. Door de sloop van het achterhuis en de vervanging van de jongveestal is dit de situatie waardoor dit verbodsartikel, artikel 3.1 lid 2, wordt overtreden. De overtreding wordt verzacht doordat de soort geachte kan worden voor een deel zelfstandig een nieuwe plek te vinden. In potentie zijn voldoende mogelijkheden in de directe omgeving aanwezig. Doordat buiten de broedperiode wordt gewerkt en doordat de nieuwe stal weer geschikt wordt gemaakt voor de boerenzwaluw, kunnen de boerenzwaluwen op deze locatie een nieuwe verblijfplaats vinden. Hierdoor is geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de boerenzwaluw. 3.1 lid 3: beschadigen of vernielen van eieren kan alleen ontstaan als binnen de broedperiode wordt gerenoveerd. Omdat buiten de broedperiode wordt gewerkt wordt overtreding van artikel 3.1 lid 3 van de Wet Natuurbescherming voorkomen. Wettelijke grondslag3.3 4b 1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; Het is van groot belang om de klimaatdoelen van Parijs te halen en de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Door de renovatie wordt een labelsprong gemaakt naar Label A.

De vrijwel niet geïsoleerd en gasgestookte woning wordt gewijzigd in een gasloze woning waardoor de CO2 uitstoot wordt teruggebracht naar nul. Daarnaast bestaat het dak van de schuur uit asbesthoudende cementgebonden golfplaten. Bij calamiteiten en door verwering van de oude platen komt hierbij asbest vrij. Dit is niet gewenst voor de bewoners van dit perceel.

4.4

Huiszwaluw 3.1 lid 2: van het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen is sprake indien het achterhuis en schuur niet meer toegankelijk zijn voor de huiszwaluwen en als zij niet zelfstandig een nieuwe plek kunnen vinden. Door de sloop van het achterhuis en de schuur is dit de situatie waardoor dit verbodsartikel, artikel 3.1 lid 2, wordt overtreden. Doordat buiten de broedperiode wordt gewerkt en doordat op de nieuwe stal weer nieuwe nesten worden opgehangen, kunnen de huiszwaluwen op deze locatie een nieuwe verblijfplaats vinden. Hierdoor is geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de huiszwaluw. 3.1 lid 3: beschadigen of vernielen van eieren kan alleen ontstaan als binnen de broedperiode wordt gerenoveerd. Omdat buiten de broedperiode wordt gewerkt wordt overtreding van artikel 3.1 lid 3 van de Wet Natuurbescherming voorkomen. - 14 -

Wettelijke grondslag3.3 4b 1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; Het is van groot belang om de klimaatdoelen van Parijs te halen en de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Door de renovatie wordt een labelsprong gemaakt naar Label A. De vrijwel niet geïsoleerd en gasgestookte woning wordt gewijzigd in een gasloze woning waardoor de CO2 uitstoot wordt teruggebracht naar nul. Daarnaast bestaat het dak van de schuur uit asbesthoudende cementgebonden golfplaten. Bij calamiteiten en door verwering van de oude platen komt hierbij asbest vrij. Dit is niet gewenst voor de bewoners van dit perceel. 4.5

Vleermuizen 3.5 lid 2 Het slopen van gebouwen heeft nooit tot doel vleermuizen te verontrusten. Door dit op een zorgvuldige wijze uit te voeren worden de vleermuizen met ‘zachte’ hand uit het pand verwijderd. 3.5 lid 4 van het aantasten of vernietigen van één of meer voortplantingsplaatsen is sprake indien de gebouwen niet meer toegankelijk zijn. Door de sloop van de panden is dit de situatie waardoor verbodsartikel 3.5 lid 4 wordt overtreden. Wettelijke grondslag3.8 5b 3° in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; De energietransitie is van groot belang om de temperatuur op aarde binnen aanvaardbare grenzen te houden. In Parijs is afgesproken om de temperatuur niet verder te laten stijgen dan 2 graden. Hiervoor is Nederland de klimaatwet aangenomen en wordt op dit moment het klimaat akkoord voorbereid. Gasloze woningen en goed geïsoleerde woningen zijn onderdeel van dit akkoord om de doelen van Parijs te realiseren. Renovatie is noodzakelijk. Door de renovatie wordt een labelsprong gemaakt naar Label A. De vrijwel niet geïsoleerd en gasgestookte woning wordt gewijzigd in een gasloze woning waardoor de CO2 uitstoot wordt teruggebracht naar nul.

Daarnaast bestaat de daken van de schuren uit asbesthoudende cementgebonden golfplaten. Bij calamiteiten en door verwering van de oude platen komt hierbij asbest vrij. Dit is niet gewenst voor de bewoners van dit perceel.

- 15 -

5

Ecologische inventarisatie, achtergrond Zoals in de inleiding vermeldt, loopt op dit moment het ecologische nader onderzoek. Alleen het najaar onderzoek naar vleermuizen is afgerond. De gegevens van dit najaar onderzoek zijn nog niet gepubliceerd maar zijn wel in dit plan van aanpak vermeld.

5.1

Locatie van onderzoek

Afbeelding 2: de locatie van onderzoek met de clusterindeling

- 16 -

6

Ecologische inventarisatie, resultaten

6.1

Huismus Dit onderzoek volgt. De quickscan geeft aan dat alleen het woonhuis geschikt is voor de huismus. Dit woonhuis heeft een dakrand van 42 meter. Op basis hiervan worden 10 broedparen van de huismus verwacht.

6.2

Vleermuizen

6.2.1

Voorjaar onderzoek

Dit onderzoek volgt. Op basis van de aangetroffen situatie in het najaar wordt uitgegaan van vier zomerverblijfplaatsen en één kleine kraamverblijfplaats. Bij het najaar onderzoek zijn maximaal twee gewone dwergvleermuizen gelijktijdig aangetroffen. Veel activiteit was niet aanwezig. Het aantal vleermuizen dat in het plangebied verblijft wordt geschat op 4-5 exemplaren. Andere soorten vleermuizen zijn niet waargenomen.

6.2.2

Najaar onderzoek

Bij het onderzoek in het najaar is één baltsterritorium aangetroffen. Op alle momenten van onderzoek was hier één gewone dwergvleermuis aanwezig, baltsend achter de gebouwen en boven de openruimte. De paarlocatie wordt vermoedt in het woonhuis. De exacte locatie kon niet worden vastgesteld. Een massa winterverblijf is niet aangetroffen. Volgnummer Datum

Tijdstip

4e

5e 6e 7e

Weer

Waarnemer

24 augustus 2021

Maarten Ariëns

25 augustus 2021 7 september 2021 22 september 2021 29 september 2021

Maarten Ariëns

20:45 20 C. Heldere avond 22:45 -18 C Heldere nacht 0 Bft 23:45 18 C. zwaarbewolkt 01:45 - 13 C zwaar bewolkt 1-2 Bft

Maarten Ariëns

20 C Helder 0 Bft - 17 C helder 0 Bft

22:00 - 02:00

Maarten Ariëns

14 C. helder 0 Bft - 13 C. helder 0 Bft 13 C. half bewolkt 2-3 Bft - 12 C. half bewolkt 2-3 Bft

22:00- 02:00

Maarten Ariëns

Tabel 2: momenten van onderzoek.

- 17 -

20:45 - 00:45 23:45 - 01:45

23:00- 03:00

Afbeelding 3: resultaten najaar onderzoek. Geel gewone dwergvleermuis: druppel foeragerend, vlak baltsterritorium 6.3

Kerkuil Naderonderzoek volgt. Bij de in het najaar uitgevoerde onderzoeken (vleermuizen) is geen kerkuil waargenomen op de planlocatie en ook niet gehoord in de omgeving. Allen bosuilen zijn gehoord rondom de planlocatie. Braakballen zijn voorafgaande aan het nader onderzoek niet aangetroffen. De locatie maakt op basis van worst-case deel uit van een kerkuil territorium en wordt incidenteel gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. Een nestlocatie is niet aanwezig. De laatste waarneming in de omgeving dateert van 2005. Dat jaar broeden er kerkuilen bij de buren op Tulenstraat 2 -2A. Hier zijn destijds drie jonge kerkuilen geteld.

6.4

Boerenzwaluw De boerenzwaluw nestelt met 7 broedparen in de oude grupstal en met 6 broedparen in de voormalige jongveestal. De nesten van de boerenzwaluw zijn zogenaamde categorie 5 nesten. Alleen als zwaarwegende ecologische redenen aanwezig zijn, zijn deze nesten beschermd. Wordt gekeken in het omringende gebied, dan zijn op diverse plaatsen mogelijkheden voor de boerenzwaluw aanwezig. Op afbeelding 3 zijn deze met gele stippen gemarkeerd. Op al deze plaatsen zijn meerdere schuren aanwezig die voor de boerenzwaluw geschikt zijn. Op basis - 18 -

hiervan kan worden geconcludeerd dat de boerenzwaluw zelfstandig een alternatieve locatie kan vinden. Het aantal broedparen is echter dusdanig groot en dit plan van aanpak betreft een worst-case benadering dat ondanks de soort in de omgeving alternatieve plekken kan vinden ook op deze locatie voorzieningen wenselijk zijn. Dit is gezien de plannen geen probleem.

Afbeelding 4: geschikte broedlocaties voor de boerenzwaluw zijn met gele stippen aangegeven. 6.5

Huiszwaluw Voor de huiszwaluw geldt hetzelfde als voor de boerenzwaluw. Ook de huiszwaluw heeft een categorie vijf nest. Alleen als deze soort niet zelfstandig een alternatieve locatie kan vinden zijn de nesten van deze soort beschermd. De huiszwaluw zal in het gebied het minder gemakkelijk een alternatieve verblijfplaats vinden. De 15 huiszwaluwen hebben namelijk nesten op speciaal voor hen geplaatste nestlocaties op het voormalige achterhuis en op de kopgevel van één van de stallen. Het hoge voorhuis is in potentie geschikt (overstek en hoge bakstenen muur) maar wordt niet gebruikt. In de omgeving van de locatie zijn ook alleen waarnemingen bekend van de huiszwaluw op deze locatie. De locatie moet als essentieel worden aangemerkt.

- 19 -

7

Effecten

7.1

Effect werkzaamheden: kwaliteit en kwantiteit

7.1.1 Huismus Door de renovatie van de woning gaan tien nestlocaties locaties waar de huismus broedt tijdelijk verloren. De renovatie vindt plaats buiten de broedperiode van de huismus en het dak is weer intact op het moment dat de huismussen weer gaan broeden. Na de sloop van de gebouwen wordt als eerste de voormalige jongveestal hersteld. Het dak van dit gebouw wordt geschikt gemaakt voor de huismus door het afzien van een vogelschroot. Daarna wordt het dak van de woning gerenoveerd. De huismus heeft hierdoor ook bij vriezend weer de beschikking over een schuilplaats. Het functionele leefgebied verandert maar wordt niet in kwaliteit aangetast. Het functionele leefgebied verbetert doordat het percentage verhard oppervlak afneemt. Het agrarische gebruik van de omringende gronden wordt voorgezet. Hierdoor blijft de functionele leefomgeving van de huismus behouden en zijn geen effecten te verwachten op deze groep huismussen. 7.1.2 Kerkuil Door de sloop van de schuur gaat één rustplaats van de kerkuil verloren. In de gebouwen D en E worden, in de nok, kerkuil kasten geplaatst. Deze kasten zijn via de kopgevel toegankelijk. Hierdoor krijgt de kerkuil weer de beschikking over vaste rust- en verblijfplaatsen. Door de aanwezigheid van de kasten kan de kerkuil hier ook gaan broeden.

Het omringende gebied wordt landschappelijk ingepast waardoor de voedselvoorraad voor de kerkuil toeneemt. Hierdoor is er geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de kerkuil. 7.1.3 Boerenzwaluw Door de sloop van het achterhuis en de jongveestal gaan de verblijfplaatsen van de boerenzwaluw verloren. Na de sloop van de gebouwen wordt als eerste de voormalige jongveestal hersteld. Dit gebouw wordt weer toegankelijk gemaakt. In het gedeelte van de klein dierverblijven worden de houten zolderbalken verbreed met en panlat. Hierdoor krijgt de boerenzwaluw voldoende steun voor het bouwen van een nest. In het verblijf blijven één of twee ramen permanent open zodat de zwaluwen hier vrij in of uit kunnen vliegen. Het is ook niet uit te sluiten dat de boerenzwaluw ook in het werktuigen gedeelte en onder het overdekte terras nesten gaat bouwen. Ook deze ruimten zijn in potentie geschikt. Dit alles is gereed voordat de boerenzwaluw weer terugkeert uit zijn overwinteringsgebied. Hierdoor is geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de boerenzwaluw. 7.1.4 Huiszwaluw Door de sloop van het achterhuis en de schuur gaan de verblijfplaatsen van de huiszwaluw verloren. Na de sloop van de gebouwen wordt als eerste de voormalige jongveestal hersteld. Op dit gebouw worden weer 20 kunstnesten voor de huiszwaluw geplaatst.

De positie van de nesten ten opzichte van de zon is gelijk aan de bestaande situatie. De nesten komen onder het overstek aan de zuid- en de oostzijde te hangen. Hierdoor is geen effect te verwachten op de plaatselijke populatie van de huiszwaluw.

- 20 -

7.1.5 Gewone dwergvleermuis Door de sloop gaan vier zomerverblijfplaatsen, één paarverblijf en één klein kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis verloren. Door het plaatsen van vijf grote T3 paaltopkasten op stalen profielen blijven de vleermuizen de beschikking houden over verblijfsmogelijkheden op deze locatie. Voor het kraamverblijf wordt één grote gecombineerde kraamkast geplaatst gelijk aan de paaltopkasten maar dan met een minimale afmeting van 50 bij 80 cm. Voor de permanente voorzieningen wordt, in de gevels van de nieuw te bouwen gebouwen, op de isolatielaag een griplaag van fijn gaas aangebracht waardoor in de spouwen weer verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen ontstaan. Deze verblijfplaatsen zijn elk via 2 open stootvoegen toegankelijk. Elke plaats bestaat uit 2 x 2 meter gaasoppervlak. De stootvoegen zijn 2 bij 5 cm groot. Hierdoor is ook de kraamfunctie weer gegarandeerd. Bij de gebouwen met een niet geïsoleerde houtengevel worden in de gevels holle ruimten gemaakt achter de gevelbekleding zodat hier grote vleermuisverblijven ontstaan. De grote groenstructuren langs de randen van het perceel worden niet aangetast. Vliegrouten en foerageergebieden blijven intact. Hierdoor zijn geen effecten te verwachten op de plaatselijke populatie. 7.2

Effect werkzaamheden: monitoren Van de werkzaamheden wordt een logboek bijgehouden door een ecologisch deskundige op het gebied van de huismus en gewone dwergvleermuis. Als deskundige zal optreden: (Nog onbekend) Namens opdrachtnemer: (Nog onbekend) Telefoonnummer: (Nog onbekend) E-mail: (Nog onbekend)

- 21 -

8

Maatregelen Soort

Vermijden gevoelige perioden

Tijdelijke mitigatie

Ongeschikt maken

Permanente mitigatie

Huismus

Er wordt gewerkt buiten de broedperiode van de huismus. Er wordt gewerkt buiten de broedperiode van de boerenzwaluw

N.v.t

N.v.t.

N.v.t

N.v.t.

Er wordt gewerkt buiten de broedperiode van de huiszwaluw Er wordt gewerkt buiten de broedperiode van de kerkuil Gezien de bouwtijd is dit niet mogelijk

N.v.t

N.v.t.

N.v.t

N.v.t.

Toegankelijk houden van het bestaande dak en het toegankelijk maken van de overige daken. Toegankelijk maken van het nieuwe klein-dierenverblijf door openingen in de gevel en het verbreden van de houten balken Aanbrengen van 20 nieuwe nestten voor de huiszwaluw op het nieuwe klein-dierenverblijf. Aanbrengen van twee kasten in gebouw D en E

Aanbrengen tijdelijke voorzieningen in de vorm van vijf paaltopkasten en één grote kast met vier compartimenten als kraamverblijf in 3e kwartaal 2022.

Periode 15 augustus – 15 oktober 2023

Boerenzwaluw

Huiszwaluw

Kerkuil

Gewone dwergvleermuis

Aanbrengen van 2 permanente voorzieningen in elke kopgevel 18 grote voorzieningen van ca 2 x 2 meter.

Tabel 3: maatregelen en mitigatie

8.1

Preventieve maatregelen Huismus N.V.T. Gewerkt wordt buiten de broedperiode en altijd zijn daken voor de huismus beschikbaar en toegankelijk. Boerenzwaluw en huiszwaluw N.V.T. Gewerkt wordt buiten de broedperiode en bij terugkeer vinden de beide soorten weer nieuwe verblijfsmogelijkheden. Kerkuil N.V.T. De kerkuil bezit over veel verblijfplaatsen in zijn territorium na de bouw heeft de kerkuil op de locatie weer de beschikking over twee verblijfplaatsen. Gewone dwergvleermuis  De panden worden ongeschikt gemaakt door het verwijderen van de kozijnen en het aanbrengen van grote gaten in de hoeken van de te slopen panden.  Binnen een straal van 200 meter zijn 5 (permanente) T3 paaltopkasten en één grote kraamkast vergelijkbaar met de T3 maar dan met en minimale afmeting van 50 x 80 cm geplaatst.

- 22 -

8.2

Tijdelijke locaties Alleen voor de vleermuis zijn tijdelijke voorzieningen noodzakelijk. Voor de andere soorten wordt gewerkt buiten de broedperiode en de huismus en kerkuil beschikken in de directe omgeving over voldoende uitwijk mogelijkheden.

8.2.1

Vleermuis

De vijf zomer en paarverblijven worden vormgegeven als T3 paaltopkasten. Deze worden aan de rand van het plangebied geplaatst.

Afbeelding 5: T3 paaltopkast (bron: www.vleermuizenindepolder.nl)

- 23 -

Afbeelding 6: toe te passen kraamkast en wijze van toepassing De kraamkasten worden bij elkaar op palen geplaatst zoals op de bovenstaande afbeelding is aangegeven. Hiervoor worden vier: Universeel vleermuis-zomerverblijf Kraamkast 1FTH van de firma Schwegler, toegepast waarvan twee zwarte en twee grijze kasten. Universeel vleermuis-zomerverblijf Kraamkast 1FTH Materiaal Weerbestendig en ademend SCHWEGLER houtbeton. Interieur Geribbeld SCHWEGLER houtbeton en onbehandeld geribbeld multiplex. Ophanging verzinkt. Schoonmaken en controle Zelfreinigend. Schoonmaken is niet noodzakelijk. Eenvoudige controle van onderaf met zaklamp of spiegel mogelijk. Het universele verblijf 1FTH kan niet worden geopend. Buitenafmetingen H 70 cm x B 50 cm x D 19,5 cm.

- 24 -

8.3

Fase van sloop  Uitvoeren inspectie op aanwezigheid huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw en kerkuil direct voorafgaande aan de werkzaamheden door ecoloog;  Ongeschikt maken van de gebouwen voor de vleermuis in de periode 15 augustus 2023 – 15 oktober 2023;  Controle op aanwezigheid van vleermuizen 5 dagen na het ongeschikt maken;  Afgeven natuurvrijverklaring;  Slopen de gebouwen vanaf één zijde;  Vastleggen bevindingen in het logboek.

8.4

Permanente verblijven

8.4.1

Huismus

Het dak van de bestaande woning wordt weer toegankelijk gemaakt voor de huismus. Dit geldt ook voor de andere daken binnen het plan. De vogelschroten worden hiervoor op de 3e panlat geplaatst. Bij het klein-dierenverblijf wordt volledig afgezien van een vogelschroot. 8.4.2

Huiszwaluw

Op het klein-dierenverblijf worden 20 nestkommen voor de huiszwaluw gemonteerd onder het overstek, bijvoorbeeld de Huiszwaluwnest nr. 9B, leverancier Schwegler.

Afbeelding 7: Kunstnesten Huiszwaluwnest nr. 9B

- 25 -

Afbeelding 8: locatie van de huiszwaluwnesten verbeeld met de rode lijnen. 8.4.3

Boerenzwaluw

In het klein-dierenverblijf worden de balken van de verdiepingsvloer boven de stal verbreed zodat de boerenzwaluw hier zijn nest kan bouwen. Kunstnesten zijn niet noodzakelijk.

Afbeelding 9: locatie voor de boerenzwaluw, verbeeld met de rode lijn.

- 26 -

8.4.4

Kerkuil

In beide gebouwen D en E wordt in de kopgevel één 1 kast aangebracht waardoor de kerkuil weer gebruik kan maken van deze locatie. De maatvoering van de kast is conform het kennisdocument.

Afbeelding 10: locatie voor de kerkuil, rood blokje een kast.

Afbeelding 11: maten kerkuilenkast. - 27 -

8.4.5

Gewone dwergvleermuis

Voor de gewone dwergvleermuis worden verblijven gerealiseerd in de kopgevels van de diverse gebouwen. Zijn de gevels van hout en niet geïsoleerd dan komt hierin een vleermuiszoldertje, dit gebeurd bij de drie bijgebouwen.

Afbeelding 12: locatie voor vleermuizen in houten niet geïsoleerde kopgevels (bron mitigatiecatalogus) In de woongebouwen komen in de spouwmuren verblijven. De luchtspouw tussen de isolatielaag en de buitenmuur wordt 3 cm dik. Tussen de buitenmuur en de isolatielaag wordt, strak op de isolatielaag, een fijn kunststof gaas aangebracht. Dit gaas fungeert als griplaag. Eventueel noodzakelijke dampwerende folie komt onder de griplaag te zitten zodat vleermuizen zich niet kunnen verhaken. In elke kopgevel worden twee vlakken van ca 2 x 2 meter op deze wijze geschikt gemaakt. De hoogte van deze verblijven, ligt boven de 3 meter. Elk verblijf wordt voorzien van twee open stootvoegen of openingen in een houtbekleding ongeveer halverwege het vlak van 2 x 2 meter. De openingen zijn 2 cm breed en 5 cm hoog. Het gaas dat gebruik gaat worden als griplaag is: • TOP7EVEN PP5230 kunststof gaas (25m/1m) of • TOP7EVEN PE5016 kunststof gaas (25m/0.5m) • https://www.topzeven.com/product/pp-gaas-5230-rol-25-x-1m/ • https://www.topzeven.com/product/pe-gaas-5016-rol-25-x-0-5m/ Dit type gaas is vermeld in de: “MITIGATIECATALOGUS GEBOUWBEWONENDE SOORTEN Leidraad natuurinclusief versterken, bouwen, renoveren en verduurzamen Centrum Veilig Wonen”

- 28 -

Afbeelding 13: locatie voor vleermuizen in houten niet geïsoleerde kopgevels rode lijnen en in spouwmuren groen lijnen

8.5

Locatie maatregel Straat: Tulenstraat 1 Postcode 7084 AK Plaats: Breedenbroek Gemeente; Gemeente Oude IJsselstreek Provincie: Gelderland Coördinaten: 52.17230, 6.10389 Kadastraal bekend: GDG00-R-1314 en GDG00-R-1318

8.6

Effectiviteit

8.6.1 Huismus Huismussen broeden onder dakpannen en krijgen in de nieuwe situatie de beschikking over alle daken. Hierdoor kan de huismus op deze locatie blijven broeden. De functionele leefomgeving blijft intact, water, beplantingen en voedsel zijn en blijven aanwezig.

- 29 -

8.6.2 Huiszwaluw De huiszwaluwen krijgen de beschikking over 20 nesten onder het overstek van het nieuwe klein-dierenverblijf. Hierdoor kan de huiszwaluw op deze locatie blijven broeden. De functionele leefomgeving blijft intact: water, beplantingen en voedsel zijn en blijven aanwezig. 8.6.3 Boerenzwaluw De boerenzwaluwen krijgen de beschikking over nieuwe nestlocaties in het klein-dierenverblijf Deze komen overeen met de bestaande locaties in het achterhuis en de melkstal. Twee ramen blijven geopend zodat de boerenzwaluwen vrij in en uit kunnen vliegen. Hierdoor kan de boerenzwaluw op deze locatie blijven broeden. De functionele leefomgeving blijft intact: water, beplantingen en voedsel zijn en blijven aanwezig. 8.6.4 Kerkuil De kerkuil krijgt de beschikking over twee nestlocaties. Dit is een aanvulling in zijn territorium. De buitenruimte wordt landschappelijk ingericht waardoor de hoeveelheid voedsel voor de kerkuil zal toenemen. Hierdoor kan de kerkuil op deze locatie gaan broeden. 8.6.5 Gewone dwergvleermuis Voor de gewone dwergvleermuis worden in alle gevels grote voorzieningen aangebracht. Hierdoor kan de gewone dwergvleermuis beschikken over vele kwalitatief goede verblijfplaatsen. De buitenruimte wordt groener waardoor de foerageermogelijkheden voor de gewone dwergvleermuis zullen toenemen. 8.7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4726/documents/28902