CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan buitengebied, locatie Rabelingstraat 11 Silvolde13.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde

bestemmingsplan Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Bestemmingsplan

Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde

April 2024

Vastgesteld

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, LOCATIE RABELINGSTRAAT 11, SILVOLDE

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING PLANLOCATIE .................................................................................................................................. 4 GELDENDE PLANNEN .................................................................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING VAN HET PLAN ........................................................... 6 2.1 2.2

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 6 TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING........................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ............................................................................. 8 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID ................................................................................................................................................ 8 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 10 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 13 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 14

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 19 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

GELUID .................................................................................................................................................... 19 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 20 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 20 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 21 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 23 GEUR ...................................................................................................................................................... 25 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 25 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 27 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

28 KABELS EN LEIDINGEN ................................................................................................................................. 29 VERKEER & PARKEREN ................................................................................................................................ 29 WATER .................................................................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE PLANOPZET ................................................................ 33 5.1 5.2 5.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 33 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 33 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 34

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN ................................................... 35 6.1 6.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 35 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 35

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 36 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 36 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 36 WATERTOETS .................................................................................................................................... 36

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Rabelingstraat 11 in Silvolde. (gemeente Wisch, Sectie B, nummer 3393). Het voornemen bestaat uit de bouw van een enerlodge op het bestaande woonperceel. Een enerlodge is een volledig verplaatsbaar huis met ecologische materialen en energetische vormen. Ter compensatie hiervoor wordt de bestaande schuur (1.048 m²) gesloopt en het perceel landschappelijk ingepast. De enerlodge wordt gebouwd ter plaatse van de te slopen schuur, en is bedoeld voor permanente bewoning. De gemeente heeft omtrent de ontwikkeling een positief principebesluit genomen. De gemeente heeft besloten om mee te werken aan het initiatief en het verzoek als pilot te gebruiken voor het uitnodigingskader wonen buitengebied. Voorliggend plan wordt dan ook beschouwd als pilot. Het voorliggende bestemmingsplan maakt deze ontwikkeling planologisch mogelijk en toont aan dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging planlocatie

Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van Silvolde, in de gemeente Oude IJsselstreek. De ligging van het plangebied ten opzichte van de kern van Silvolde en de directe omgeving is weergegeven in afbeelding 1.1. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode ster en rode contour.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern van Silvolde en de directe omgeving (Bron: PDOK)

Geldende plannen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017”, dat op 28 juni 2018 is vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is daarbij aangegeven met de rode omlijning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

Afbeelding 1.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Oude IJsselstreek 2017” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ter plaatse van het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Wonen’. Binnen het plangebied is een bouwvlak en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – groepsaccommodatie’ opgenomen. Daarnaast is voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ opgenomen. De voorliggende ontwikkeling, het realiseren van een enerlodge op het bestaande perceel, is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Op basis van de bestemmingsomschrijving in de woonbestemming is maximaal één vrijstaande woning per bouwvlak toegestaan. Daarnaast is de groepsaccommodatie toegestaan ter plaatse van de daarvoor opgenomen aanduiding.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 betreft een beschrijving van de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oude IJsselstreek beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

BESCHRIJVING VAN HET PLAN

Huidige situatie

Het plangebied betreft het woonperceel gelegen aan de Rabelingstraat 11 in het buitengebied van Silvolde. De directe omgeving kenmerkt zich vooral door agrarische gronden met verspreid woonerven. Het ruimtelijk beeld wordt verder voornamelijk bepaald door gras- en akkerlanden. Het plangebied wordt ontsloten door een zijtak van de Rabelingstraat aan de zuidoostkant. In de huidige situatie is op het perceel één woning met bijgebouw, een gebouw ten behoeve van een groepsaccommodatie en 1.048 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het plangebied.

Afbeelding 2.1

2.2

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

Toekomstige ontwikkeling

Zoals reeds is benoemd, bestaat de ontwikkeling uit het realiseren van een enerlodge ter plaatse van de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Een enerlodge is een volledig verplaatsbaar huis gebouwd met ecologische materialen. De enerlodge vormt dan ook een natuurinclusief en duurzaam alternatief voor een traditionele woning. Naast de sloop van de agrarische opstallen en de bouw van de enerlodge, wordt het gehele perceel landschappelijk ingepast door middel van het aanleggen van streekeigen beplanting en bomen. In afbeelding 3.1 is het schetsontwerp met daarbij de landschappelijke inpassing van de gewenste situatie op het perceel opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Impressie schetsontwerp gewenste situatie perceel (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

3.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Toetsing van de ontwikkeling Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. De ontwikkeling voorziet in het realiseren van één woning wat aansluit bij de Rijksambities om te voorzien in voldoende woningaanbod. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: De ladder is van toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang.

Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van toename van één woning. Er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking waardoor nadere toetsing achterwege kan blijven. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet in strijd is met rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.1.4

Nationale Woon- en Bouwagenda (2022)

In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Toetsing van de ontwikkeling Voorliggend initiatief voorziet in het planologisch toevoegen van één woning. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan het bevorderen van het woningaanbod in Nederland.

3.1.5

Barro

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Toetsing van de ontwikkeling Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

3.1.6

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

3.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.2.1.2 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •

Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.

3.2.1.3 Wonen De provincie en haar partners streven er samen naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Woonagenda agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is een van de partijen. Als belangrijke doelgroep van beleid zijn genoemd: • • • • •

ouderen; mensen met een zorgindicatie; jongeren; arbeidsmigranten; middeninkomens.

Een belangrijke opgave voor deze Regionale Woonagenda’s is de programmering van veranderingen in de regionale woningvoorraad. Het betrekken van meerdere partijen helpt om vanuit verschillende achtergronden actuele informatie over de regionale woningmarkt te krijgen. Kansen en risico’s van nieuwe projecten of van bestaande (harde) plancapaciteit kunnen zo beter worden onderbouwd. De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering. Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. Toetsing van de ontwikkeling Voorliggende ontwikkeling betreft het realiseren van een enerlodge op een bestaand woonperceel. De Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale initiatieven. Beoordeeld wordt dat de ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en gelet op het onderstaande hoofdstuk (hoofdstuk 5) geen significante milieugevolgen heeft voor de omgeving. Het gehele perceel wordt daarnaast landschappelijk ingepast en krijgt een kwaliteitsverbetering. Met deze kleine woonvorm wordt een concrete behoefte aan kleinere woningen bediend. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in lijn is met de principes zoals deze zijn verwoord in de Omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)

3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het voornemen een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Hierdoor is met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de genoemde artikelen. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Artikel 2.65b (klimaatadaptatie) 1.

2.

3.

Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.

Toetsing van de ontwikkeling In paragraaf 4.1 is reeds aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 4.3 (regionaal beleid) en paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid) wordt beleid inzake woningbouw beschreven en getoetst. In voorliggend geval wordt één woning gerealiseerd in het buitengebied. Dit betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij geen grootschalige klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast neemt het oppervlakte verhard oppervlakte fors af wat een positieve werking heeft op het aspect wateroverlast. De woning zal gebouwd worden conform de hedendaagse eisen wat betreft klimaatadaptatie en duurzaamheid. Voor wat betreft de wateraspecten wordt verwezen naar paragraaf 4.12. Opgemerkt wordt dat het realiseren van een enerlodge in het buitengebied een relatief nieuwe ontwikkeling betreft. De huidige beleidskaders zijn veelal niet afgestemd op dergelijke wooninitiatieven. In voorliggend geval is het plan voorgelegd aan de gemeente en is er een positief principebesluit omtrent de ontwikkeling genomen. De gemeente wil onder voorwaarden meewerken aan de ontwikkeling en ziet het plan als een zogeheten ‘pilot’ voor het mogelijk maken van nieuwe woningen in het buitengebied.

Gelet op de bovenstaande toetsing wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de provinciale beleidskaders en medewerking aan de ontwikkeling kan worden verleend.

3.2.4

Toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het provinciale beleid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025

3.3.1.1 Algemeen Op 24 september 2015 heeft de gemeenteraad de Regionale Woonagenda 2015-2025 vastgesteld. Hiermee is er een opvolger van de regionale woonvisie Achterhoek 2010-2020, waarin afspraken zijn gemaakt over woningvoorraad in de Achterhoek. Met de Regionale Woonagenda willen de samenwerkende gemeenten, corporaties en provincie de volgende doelstellingen en ambities bereiken: 1. 2.

3.

4.

5. 6. 7. 8.

Er zijn in 2025 voldoende woningen van een door bewoners en woningzoekenden gewenste prijs en kwaliteit voorhanden in de bestaande woningvoorraad. Het eerder afgesproken aantal netto toe te voegen woningen op regioniveau (5.900) wordt met 10% verlaagd in verband met de voorziene krimp van de regio. Dit betekent dat er tussen 2015 en 2025 netto nog 3.145 woningen worden toegevoegd. Meer bouwen vergroot de kans op leegstand en leidt tot een grotere sloopopgave (met name in de particuliere markt) vanaf het moment dat er sprake is van huishouden daling. Op termijn zal sloop van woningen meer dan ooit noodzakelijke worden. Sloop/nieuwbouw is een gezamenlijke regionale opgave en levert een belangrijke bijdrage aan het instandhouden van de woonkwaliteit van de regio. Het draagt tevens bij aan het realiseren van de energiedoelstellingen en aan het vergroten van de woningvoorraad die levensloopbestendig is. Bij de monitoring van de leegstand van woningen hanteren we de grens van maximaal 2%. Hierbij maken we onderscheid tussen huur en koop: huur maximaal 1% en koop maximaal 3%. Als de werkelijke leegstand hoger is dan genoemde percentages wordt aan de hand van een nadere analyse bepaald of maatregelen nodig zijn. Binnen de bestaande woningvoorraad is enerzijds sprake van waardevermindering en anderzijds van waardetoevoeging.

Per saldo streven we zowel op regionaal als op lokaal niveau op waardebehoud. De leefbaarheidsaspecten worden door bewoners gewaardeerd met eenzelfde oordeel als uit het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2013 (AWLO) naar voren kwam. Er zijn voldoende kwalitatief hoogwaardige en bereikbare voorzieningen (ontmoeting, onderwijs, sport, zorg) om in de behoefte van de inwoners te voorzien. In het Akkoord van Groenlo is afgesproken toe te werken naar een energieneutrale Achterhoek in 2030. Een van de onderdelen hierbij vormt het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.

De afgelopen jaren hebben gemeenten, corporaties en provincie samen de schouders gezet onder de aanpak van de activiteiten, voortkomende uit de Regionale Woonvisie 2010-2020. Ditzelfde wordt nu opnieuw gevraagd bij de aanpak van de activiteiten uit de Regionale Woonagenda 2015-2025. Toetsing van de ontwikkeling Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het invullen van de kwantitatieve woningvraag binnen de regio. De nieuw te realiseren enerlodge is daarnaast energieneutraal en draagt bij aan het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.

3.3.2

Toetsing aan het regionaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het regionale beleid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Oude IJselstreek

De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente.

De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 5. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benut de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. 7.

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen. Toetsing van de ontwikkeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld De nieuwe woning wordt conform de hedendaagse duurzaamheidseisen gebouwd. Hiermee wordt de nieuwe woning toekomstbestendig. Hiermee wordt voorzien in het lokale woonaanbod in het buitengebied van Silvolde en draagt bij aan een vitaal platteland. Daarnaast wordt voormalige agrarische bebouwing gesloopt en een passende vervolgfunctie wordt gegeven aan een voormalig agrarisch bedrijf. Hierdoor is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Toekomstvisie Oude IJsselstreek’.

3.4.2

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025

De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling versterkt het lokale woningaanbod. Het betreft een toevoeging van één nieuwe woning ten opzichte van de bestaande woningvoorraad van de gemeente Oude IJsselstreek, waarbij tevens de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt doormiddel van een landschappelijke inpassing. Hiermee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025.

3.4.3

Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • • • •

De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud

Toetsing van de ontwikkeling In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen binnen de gemeente. Voorliggende ontwikkeling speelt in op dit tekort door middel van het toevoegen van één woning. Verder wordt opgemerkt dat voorliggende ontwikkeling een ‘pilot’ ontwikkeling betreft op het gebied van het realiseren van enerlodges in het buitengebied. Omtrent de voorliggende ontwikkeling is door de gemeente een positief principebesluit genomen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie.

3.4.4

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

Op 26 september 2019, geactualiseerd op 22 april 2021, heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda gemaakte afspraken. Binnen de kwalitatieve toetsingscriteria is het voor de individuele gemeenten mogelijk om als verdere uitwerking daarvan lokale kwaliteitscriteria vast te stellen en zo te sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek deze vastgesteld in de notitie 'lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Samen vormen de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw en de Lokale kwaliteitscriteria het nieuwe kader voor het toetsen van woningbouwplannen. De ruimtelijke kwaliteitswinst bij functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) bestaat uit het slopen van de buiten gebruik geraakte agrarische bedrijfsbebouwing. Het toestaan van woningbouw in de plaats van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vormt een (economische) impuls op deze ‘op te ruimen’. De voorwaarden die hiervoor gelden, staan hieronder vermeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld De lokale kwaliteitscriteria voor functieverandering en hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in het buitengebied zijn: 1. alleen als de locatie in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek’ (of een opvolger daarvan ligt; 2. alleen bij een volledige beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteit; 3. er dient minimaal 50% van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt te worden; 4. voor het toevoegen van één woning dient minimaal 750m2 bebouwing te worden gesloopt; 5. voor het toevoegen van een tweede, resp. derde woning dient 1.000 m2 bebouwing per toe te voegen woning extra te worden gesloopt; 6. het maximaal aantal toe te voegen per locatie bedraagt drie; 7. per woning is maximaal 150m2 aan bijgebouwen toegestaan; 8. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige (erfprincipe) en landschappelijke inpassing. De initiatiefnemer dient hiertoe een erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de 'één erf-gedachte'. Het erf- en landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de nieuwe woning(en) gerealiseerd te zijn. Toetsing van de ontwikkeling 1. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. 2. De agrarische activiteiten ter plaatse worden beëindigd. 3.

Er wordt circa 1.047 m2 gesloopt. Hierdoor wordt ruimschoots aan de minimale eis van 50% voldaan. 4. Er wordt circa 1.048 m2 gesloopt en één woning gerealiseerd. 5. Niet van toepassing 6. Niet van toepassing 7. De nieuwe woning krijgt maximaal 150m2 aan bijgebouwen. 8. Het geheel wordt landschappelijk ingepast onder de ‘één-erf gedachte’. De woning wordt op hetzelfde erf als de bestaande woning aan de Rabelingstraat 11 gerealiseerd. Het initiatief voldoet daarmee aan alle punten uit de ‘Lokale kwaliteitscriteria’

3.4.5

Visie op landschap, natuur en groene kernen

De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Toetsing van de ontwikkeling De locatie ligt in het Kampenlandschap. Het erf wordt landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting en bomen. Hierdoor worden de bestaande kwaliteiten van het landschap versterkt. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.4.6

Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 – 2026

Het college heeft op dinsdag 18 januari 2022 de Klimaatagenda 2022 -2026 vastgesteld. De Klimaatagenda 2022 – 2026 beschrijft de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst. Daarbij hoort een uitvoeringsagenda waarin staat welke maatregelen genomen worden in de periode 2022 tot en met 2026. Aan de hand van vijf pijlers wordt de visie op klimaatadaptatie geformuleerd: 1. Adaptief landelijk gebied 2. Woonkernen gezond en groen 3. Calamiteitenorganisatie 4. Klimaatbestendig ontwikkelen 5. Betrokken en actieve mensen. Per pijler is beschreven welke specifieke knelpunten en opgaven de gemeente ziet en hoe die concreet kunnen worden aangepakt. Ook wordt in de agenda beschreven welke rol de gemeente heeft en welke partijen nodig zijn om Oude IJsselstreek klimaatbestendig te maken. Op veel van de thema’s is de gemeente namelijk niet, of niet alleen, verantwoordelijk. In de Klimaatagenda is beschreven op welke thema’s de gemeente een samenwerking zoekt met andere organisaties en instanties, zoals bijvoorbeeld de Veiligheidsregio, GGD, Waterschap, netwerkbedrijven en woningbouwverenigingen. Maar ook wordt samengewerkt met inwoners voor het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast is vastgesteld welke projecten in de komende jaren uitgevoerd worden en hoe dit gefinancierd en georganiseerd wordt.

Er is steeds vaker sprake van extreme neerslag waardoor water overlast ontstaat. Hierdoor kunnen hulpdiensten bijvoorbeeld niet uitrukken. Tevens komen er steeds vaker extreem hete dagen voor. Gericht op 2050 zijn dit een van de uitdagingen in een veranderend klimaat. Toetsing van de ontwikkeling De verharding in het plangebied neemt fors af en er wordt meer ruimte gecreëerd voor groen. Dit zorgt voor minder hemelwateroverlast en verkoeling tijdens warme/hete dagen. In het kader van hittestress en wateroverlast betreft dit een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met het voornemen om van Oude IJsselstreek in 2050 een klimaatbestendige gemeente te maken.

3.4.7

Welstand

Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota, waarin is opgenomen waar bij de toetsing voor een betreffend gebied of bouwwerk rekening mee moet worden gehouden. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Per gebied is specifiek welstandsbeleid opgesteld. Toetsing van de ontwikkeling Op deze locatie in het buitengebied is welstandniveau 2 (regulier) van toepassing. Binnen dit gebied gelden onder andere de volgende criteria: • • • • •

Het landschap overheerst het beeld van het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. Bebouwing in het buitengebied heeft een historische en/of actuele relatie met de functie van het landschap. Bebouwing in het buitengebied is geclusterd op kleinere en grotere bouwpercelen, die verspreid in het landschap voorkomen. Per bouwperceel zijn meerdere gebouwen gegroepeerd op een erf. Bebouwing en erfinrichting vormen met elkaar een samenhangend beeld.

Het toevoegen van één woning betreft een kleinschalige ontwikkeling. Het landschap blijft hiermee overheersend in de omgeving. De functie wonen is passend in de omgeving. De bebouwing vindt plaats op een geclusterd erf, waarbij de nieuwe woning op hetzelfde erf als de bestaande woning wordt gerealiseerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 3.4.8

Uitnodigingskader Wonen in het buitengebied

Het Uitnodigingskader wonen buitengebied komt in de plaats van de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw op het gebied van woningsplitsing, landgoedontwikkeling en functieverandering van vrijkomende agrarische bebouwing. Kenmerkend bij het oude beleid, de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw, was dat er strikte minimale vereisten waren. Zo was voor het stichten van een landgoed minimaal 5 hectare grond nodig. Het bouwen van een woning kon pas vanaf minimaal 750 vierkante meter aan sloopmeters. Met het uitnodigingskader worden deze minimale eisen flexibeler. Zo kunnen sloopmeters en het aanleggen van natuur gecombineerd worden. Op die manier wordt er zogenaamde ‘ontwikkelruimte’ gecreëerd. Hierbij kost een kleine woning minder ontwikkelruimte dan een grote woning, waardoor het beleid ook op dit vlak ruimere mogelijkheden biedt. Ook kan ontwikkelruimte die op de ene locatie wordt verkregen, worden ingezet op een andere locatie. Toetsing van de ontwikkeling In voorliggend geval wordt circa 1.048 m2 aan voormalige agrarische bebouwing gesloopt en wordt één woning gebouwd op het bestaande erf. Het erf wordt daarnaast landschappelijk ingepast. Rondom het initiatief is reeds een positief principebesluit genomen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het Uitnodigingskader.

3.4.9

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het relevante gemeentelijke beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

4.1.2

Situatie plangebied

Met de voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in een nieuwe geluidgevoelige functie, namelijk de nieuwe woning.

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het plangebied ligt niet binnen de wettelijke geluidszones van een weg. De Rabelingsstraat ter plaatse van het perceel betreft een erftoegangsweg. De Rabelingsstraat ter plaatse van de doorgaande weg ligt op een grotere afstand dan 250 meter. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt niet noodzakelijk geacht.

4.1.2.2 Railverkeers- en industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen spoorweg of een gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. De dichtstbijzijnde spoorlijn ligt op circa 300 meter afstand. De aspecten railverkeers- en industrielawaai vormen geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.

4.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval wordt, vanuit praktisch oogpunt, het bodemonderzoek na de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing uitgevoerd. Door De Klinker is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 uitgevoerd. Uit het bodemonderzoek is gebleken dat er geen verhoogde waarden zijn aangetroffen. De locatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Voor het volledige bodemonderzoek wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

4.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt op voorhand geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ▪ ▪

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ▪ ▪ ▪

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

4.3.2

Situatie plangebied

In subparagraaf 5.3.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. In vergelijking hiermee is onderhavig plan zeker aan te merken als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.

4.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: ▪ ▪ ▪

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

4.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief aangegeven met de rode ster.

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • •

• • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van risicovolle functies zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. niet is gelegen binnen de veiligheidszones van circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik; niet is gelegen binnen de circulaire effectafstanden van LPG-tankstations.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

“Buitengebied, locatie Rabelingstraat 11, Silvolde” Vastgesteld 4.4.3

Conclusie

Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4746/documents/29563